4.3 Advies participatieraad Sociaal Domein.pdf
Tekst van het document
Emmeloord, 2-2-2021 Betreft: Reactie van Participatieraad Sociaal Domein op het concept deelplan Participatiewet. Geachte leden van het College, De Participatieraad Sociaal Domein van de gemeente Noordoostpolder geeft door middel van deze brief haar reactie op het document. Hieronder volgen onze opmerkingen/ vragen Proces We hebben het deelplan Participatie ontvangen op 20 januari 2021. In een digitale vergadering hebben we op 28 januari 2021 het plan besproken met Margot Visser. Helaas moeten we constateren dat de regie op dit adviestraject (weer) niet optimaal is geweest. Door de korte tijd tussen het adviesgesprek en de gevraagde aanleverdatum zijn onze werkzaamheden onder tijdsdruk komen te staan. Tevens hadden we de evaluatie Participatiewet 2015-2020 graag eerder ontvangen. We zien onze rol naast het adviseren op beleidsstukken ook in het fungeren als een klankbord voor de beleidsmakers binnen het sociaal domein. Door de tijdsdruk en de late aanlevering van de evaluatie hebben wij vooral onze klankbordfunctie bij dit deelplan gemist. Algemene opmerkingen, aanbevelingen en adviezen Hoofdstuk 3 is de uitwerking van de visie en doelen zoals die hoofdstuk 1 en 2 staan omschreven. Onze opmerkingen laten we vooral aansluiten bij de inhoud van de hoofdstukken 3, 4 en 6. Hoofstuk 3 -
-
-
-
Inleiding
Inleiding tweede alinea laatste regel vervangen door :“we willen effectieve ondersteuning…” “We willen iedereen een kans geven om mee te doen..” In de visie “Krachtig Noordoostpolder 2.0” wordt veel nadruk gelegd op ondersteuning die leidt tot deelnemen aan betaald werk. Dit draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten. Dit deelplan is net zo goed bedoeld voor inwoners die om wat voor reden dan ook niet in aanmerking zullen komen voor betaald werk. Van de ondersteuning voor deze inwoners zien we nog te weinig terug in de plannen, monitoren enz. De Werk Corporatie wordt genoemd als een belangrijke partner bij het vinden van betaald werk. Wellicht kan het sociaal team toegroeien naar een belangrijke partner voor de ondersteuning van deze inwoners. 3.1 Zoveel mogelijk inwoners zijn naar vermogen aan het werk 3.1.1 De zin “de dienstverlening van de Werk Corporatie wordt door werknemers beoordeeld… “ aanpassen. Niet de werknemers van de Werk Corporatie beoordelen, maar de mensen die door de Werk Corporatie begeleid worden… 3.1.4 Een tweejaarlijkse monitoring middels tevredenheidsonderzoeken lijkt ons onvoldoende. Door frequenter te monitoren zit je dichter op de knelpunten en kun je sneller bijsturen. We denken dat het zoeken naar -en registreren van- de oorzaak van de instroom in de Participatiewet erg belangrijk kan zijn.
Om de uitstroom naar een reguliere baan te stimuleren is een goed relatiebeheer en werving van nieuwe bijzondere ondernemers van cruciaal belang. Juist nu door de coronacrisis bedrijven onder druk staan en er banen op de tocht staan is goed en regelmatig contact met de bijzondere werkgevers belangrijk.
-
-
3.2 inwoners doen maximaal mee naar eigen vermogen 3.2.1 en 3.3.2 De inwoners die horen bij de categorie B, C en D zouden geholpen kunnen worden door contact met de medewerkers van het Sociaal Team, wellicht sluit de aanpak volgens de Nieuwe Route goed aan bij hun vragen. 3.3 Onze dienstverlening is zo eenvoudig en passend mogelijk 3.3.3. In het contact met de mensen die begeleid worden, moet het ook gaan over empathie, enthousiasme e.d. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de mensen die hebben meegewerkt aan de T.V.-serie “de Wasstraat”. 3.4 de inkomensvoorziening is ondersteunend aan maximaal meedoen Om bijstandsgerechtigden te stimuleren om te gaan werken, zouden neveninkomsten niet volledig moeten worden verrekend met de uitkering. Door een deel van de neveninkomsten onbelast te laten, loont werken voor de bijstandsgerechtigde. Er ontstaat dan zowel voor de gemeente NOP als voor de bijstandsgerechtigde een win – win situatie. Wij denken dat dit een stimulans kan zijn voor het aanvaarden van betaald werk. Wellicht kan er aansluiting worden gevonden bij de gemeente Lelystad waar een soortgelijk experiment plaatsvindt. Hoofstuk 4. Landelijk, regionaal en lokaal kader
-
-
-
-
4.1.3. Wet inburgering per 1 januari 2022 Binnen de huidige regeling valt het op dat het voor veel inburgeraars moeilijk is om niveau A2 te halen. De Nieuwe wet inburgering verlangt dat de inburgeraars aan nog hogere eisen moeten voldoen. Namelijk niveau nl. B1. We vinden het belangrijk dat inburgeraars niet alleen afgerekend worden op het behaalde niveau. 4.3 Lokale arbeidsmarkt 4.3.1. De agrarische sector neemt op de lokale arbeidsmarkt een belangrijke plaats in. We vragen ons af of er ook structurele contacten zijn met uitzendbureaus die werkzaam zijn in de agrarische sector. Wat ons betreft liggen hier kansen voor inwoners die op zoek zijn naar betaald werk. Hoofdstuk 6. Risicoanalyse 6.1 Open einde regeling 6.1. Het jaarlijkse budget dat door het rijk beschikbaar wordt gesteld is on-geoormerkt geld. Een eventueel overschot kan door de gemeente vrij worden besteed. Ontstaat hier niet het risico dat een overschot een volgend jaar in mindering wordt gebracht op het toe te kennen budget? 6.1 en 6.2.1 “de Participatiewet is een open einde regeling” en “we verwachten binnenkort een stijging in het bestand”. Deze zinnen sluiten aan op paragraaf 3.4.1. “het volume van de Participatiewet is sterk afhankelijk van de sociaal economische ontwikkelingen.
Ging het in de vorige paragrafen en hoofdstukken om nieuwe plannen en mogelijkheden, dan is er hier sprake van een soort van anticlimax. De gemeente heeft immers maar beperkt invloed op het volume. Dit betekent dat de gemeente erg alert moet zijn op de diverse ontwikkelingen.
Graag ontvangt de participatieraad een reactie op de aandachtspunten waarbij aangegeven wordt in hoeverre de aanbevelingen/aandachtspunten overgenomen zijn.
Namens de Participatieraad Sociaal Domein, M. Hanson, voorzitter Betrokken specialisten: Janet Faber, Frank Orie, Atsje Hoekstra en Wiebe G. van Wijk