CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.2 Was-wordt tabel Noordoostpolder;.pdf

Commissie Bestuur, Financien, Veiligheid en Economie 11 januari 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening3.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-Wordt Tabel Noordoostpolder met de wijzigingen van de APV die naar aanleiding van herziening van het gemeentelijk beleid worden aangepast. In de tabel hieronder worden de voorstellen voor de te wijzigen artikelen opgesomd (oude en nieuwe tekst) en toegelicht. Voorgesteld wordt om de hieronder genoemde artikelen aan te passen of nieuw op te nemen. Tekst in onze oude APV a Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. het evenement tussen 08.00 en 00.30 uur plaats vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is;

Voorgestelde tekst in onze nieuwe APV Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. het evenement tussen 08.00 en 00.30 uur plaats vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is;

Motivatie

4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

b Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. 3. Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken. 4. Het in derde lid gestelde verbod is niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien de organisator of de aanvrager van een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verzoeken voor een vechtsportevenement worden aan een Bibobonderzoek onderworpen, door het opnemen van lid 4 kan de evenementenvergunning worden geweigerd wanneer de uitkomst van het Bibobonderzoek daar aanleiding toe geeft.

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal 1. Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. 2. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken. 3. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de beschreven gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in die leden bedoelde handelingen.

Door de aanpassing van dit artikel is beter omschreven wat onder inbrekerswerktuig moet worden verstaan en is het niet van toepassing zijn van de verbodsbepalingen duidelijker beschreven.

Ten gevolge hiervan wordt lid 4 toegevoegd, het oude lid 4 wordt lid 5 en het oude lid 5 wordt lid 6

bedoelde handelingen. c Toevoegen nieuw artikel

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1.Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Dit artikel is met name bedoeld als handhavingsinstrument voor door de rechter civielrechtelijk verboden Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s). OMG’s spelen een rol in ondermijnende criminaliteit. In het kader van de Flevoland brede aanpak van ondermijning, nemen alle gemeenten dit artikel in hun apv op. (Op dit moment zijn er, voor zover bekend, geen clublocaties van OMG’s in NOP. Dat houden we graag zo.)

d Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding niet opgenomen

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2.1. van de Algemene plaatselijke verordening Noordoostpolder groepsgewijs niet naleven.

Het betreft hier bijzondere bevoegdheden van de burgemeester in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Er is momenteel geen directe aanleiding die het gebruik van deze bevoegdheden noodzakelijk maakt. Mocht die aanleiding echter wel ontstaan, dan kan de burgemeester op basis van de APV, direct van deze bevoegdheden gebruik maken.

e Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden niet opgenomen

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en

Idem zie boven

daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. f

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen niet opgenomen

g Toevoegen nieuw artikel

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Idem zie boven

Artikel 2:80 Sluiting van voor publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen of de daarbij behorende erven, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt de mededeling van het sluitingsbevel tevens aangebracht op of nabij de toegang(en) van het gebouw of erf. 3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw of het erf verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid

Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om voor het publiek openstaande gebouwen in bepaalde gevallen te sluiten. De burgemeester is op grond van artikel 174 lid 1 Gemeentewet belast met onder meer het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Bij de uitwerking van dit toezicht is de burgemeester bevoegd de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn (artikel 174 lid 2 Gemeentewet). Uit de wetsgeschiedenis volgt dat deze bevoegdheid bedoeld is om onverwijld in te grijpen in situaties die de veiligheid of de gezondheid bedreigen. De bevelen die op grond van deze bepaling kunnen worden gegeven, zien op concrete, zich direct aandienende, de veiligheid en gezondheid bedreigende situaties. Er zijn situaties waarbij zich feiten en omstandigheden voordoen in een

aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. 5. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw of erf als bezoeker te verblijven. 6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

voor het publiek openstaand gebouw, waarbij de vrees gewettigd is dat het geopend blijven van het gebouw ernstig gevaar kan opleveren voor de openbare orde, de veiligheid of gezondheid, maar waar zich (nog) geen concrete, zich direct aandienende situatie heeft voorgedaan op grond waarvan sluiting kan worden bevolen. Te denken valt aan o.a. het in strijd met de Wet op de Kansspelen aanbieden van illegale kansspelen (gokpanden), de aanwezigheid van handel in (vuur)wapens of een pand (winkel) waar door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen. Het betreft ondermijnende en strafbare activiteiten waarvan in zijn algemeenheid bekend is dat daar vaak grote geldbedragen mee gemoeid zijn. Dit levert aanmerkelijke risico’s op voor de openbare orde, veiligheid of gezondheid in of nabij bedoelde gebouwen. Uit rechtspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat artikel 174 lid 2 Gemeentewet in dergelijke situaties, als daarbij geen sprake is van concrete zich direct aandienende bedreigingen, geen bevoegdheid geeft om tijdelijke sluiting te bevelen. Die bevoegdheid is er wel wanneer in

h Toevoegen nieuw Artikel

Artikel 2:80a Tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de

de APV een daartoe strekkende bevoegdheid wordt opgenomen. Zo is voor horecabedrijven in artikel 2:30 van de APV bepaald dat de burgemeester in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid tijdelijk sluiting kan bevelen. Met het opnemen in de APV van een vergelijkbare bepaling voor andere voor het publiek openstaande gebouwen wordt een vergelijkbare bevoegdheid gecreëerd. Het doel van deze sluitingsbevoegdheid is het herstel van de openbare orde, de veiligheid of gezondheid en het tegengaan van ondermijnende activiteiten in de gemeente. Tijdelijke sluiting draagt er aan bij dat ondermijnende, de openbare orde en veiligheid verstorende activiteiten worden beëindigd, de ‘loop uit een pand wordt gehaald’ of de naamsbekendheid van een gebouw waar illegale activiteiten worden ontplooid wordt doorbroken. Om de aanpak ondermijning te versterken, wordt voorgesteld om in de APV een artikel op te nemen gericht op het stimuleren van een gezond ondernemingsklimaat. Artikel 2:80a geeft de burgemeester de bevoegdheid om via een aanwijzing een vergunningplicht te introduceren voor gebouwen, gebieden (bijvoorbeeld straten of

bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit artikel 2:80b, eerste lid, van toepassing is. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

bedrijventerreinen) of bedrijfsmatige activiteiten om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat tegen te gaan. Op grond van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd op grond van de autonome verordenende bevoegdheid om openbare belangen zoals een veilig, leefbaar en bonafide ondernemersklimaat, te reguleren met een vergunningsplicht in de APV. Het betreft hier geen vergunning in het belang van economische ordening, maar in het belang van openbare orde en veiligheid. De mogelijkheid tot het instellen van een vergunningplicht voor ondernemers is één van de instrumenten voor de bestrijding van ondermijnend gedrag (malafiditeit) in het ondernemerschap. De gemeente kan controle uitoefenen op de naleving van de gestelde voorwaarden en handhaven bij overtreding. Van de mogelijkheid om een vergunningplicht te introduceren gaat bovendien een preventieve werking uit. Dit draagt bij aan het aantrekken van bonafide ondernemers en het weren van malafide ondernemers. Pandeigenaren worden zo gestimuleerd hun verantwoordelijkheid te nemen om bonafide ondernemers in hun

i

Toevoegen nieuw Artikel

Artikel 2:80b Vergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van artikel 2:80a, tweede lid, aangewezen gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten, of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van artikel 2:80a, tweede lid, aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 2. De aanvraag om een vergunning geschiedt door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 3. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn; d. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan of een geldende Leefmilieuverordening; f. indien een of meer beheerders van het bedrijf

panden te vestigen. Ook kan bij de aanvraag voor een vergunning de Wet Bibob worden ingezet. (Zoals we al doen bij exploitatievergunningen voor horeca-inrichtingen). Idem zie boven

j

Toevoegen nieuw Artikel

binnen drie jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woonen leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. 4. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is. 5. In afwijking van het eerste lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid. Artikel 2:80c Intrekking of wijziging vergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het vorige artikel intrekken of wijzigen indien: a.

door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, of; b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed, of; c. de voorwaarden uit de vergunning niet worden

Idem zie boven

k Toevoegen nieuw Artikel

nageleefd, of; d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of; e. de exploitant of beheerder betrokken is of nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed, of; f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of; g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of; h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd, of; i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 2. Indien er een voor de vergunningverlening relevante verandering van omstandigheden optreedt, dient de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag in te dienen. Indien deze aanvraag niet binnen een maand na de verandering van omstandigheden is ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken op basis van de inmiddels gewijzigde omstandigheden. Artikel 2:80d Sluiting van een gebouw 1.

De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of gedeelte van een gebouw bevelen indien het daarin gevestigde bedrijf in strijd met het verbod uit artikel 2:80b, eerste lid, wordt geëxploiteerd. 2. Het is een ieder verboden een overeenkomstig

Idem zie boven

l

Artikel 5:31.2 Weigeringsgronden Een ligplaatsvergunning mag en moet alleen worden geweigerd als: a. de plaats ten aanzien waarvan men de ligplaatsvergunning vraagt, reeds aan een ander is toegewezen; b. het woonschip langer is dan 30 meter of breder dan 5 meter; c. het woonschip belemmeringen zal kunnen veroorzaken aan het verkeer te water of te land; d. het uiterlijk van het woonschip of de daarop aanwezige voorwerpen niet voldoet/ voldoen aan redelijke eisen van welstand en veiligheid en/of een storend element vormt/vormen in het landschap; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat niet voldaan zal worden aan de bij of krachtens deze paragraaf gegeven voorschriften; f. het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen drie maanden na indiening van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is gevraagd, kan innemen.

het vorige lid gesloten gebouw te betreden of daarin te verblijven. 3. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Artikel 5:31.2 Weigeringsgronden Een ligplaatsvergunning kan worden geweigerd als: a. de plaats ten aanzien waarvan men de ligplaatsvergunning vraagt, reeds aan een ander is toegewezen; b. vervallen; c. het woonschip belemmeringen zal kunnen veroorzaken aan het verkeer te water of te land; d. het uiterlijk van het woonschip of de daarop aanwezige voorwerpen niet voldoet/ voldoen aan redelijke eisen van welstand en veiligheid en/of een storend element vormt/vormen in het landschap; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat niet voldaan zal worden aan de bij of krachtens deze paragraaf gegeven voorschriften; f. het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen drie maanden na indiening van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is gevraagd, kan innemen.

Lid b laten vervallen, dit is overbodig geworden omdat afmetingen al in het bestemmingsplan worden geregeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1754/documents/25140