4.1 Uitvoeringsplan grip op het sociaal domein (collegebesluit).pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein
Fase II: uitkristalliseren van de koers
Gemeente Noordoostpolder 28 april 2021
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
1
Inhoudsopgave INLEIDING ............................................................................................................................................... 3 MAATREGELEN 2021 – 2024 ................................................................................................................ 4 A: Maatregelen voorveld/preventie ...................................................................................................... 5 B: Maatregelen toegang....................................................................................................................... 8 C: Maatregelen maatwerk .................................................................................................................. 10 C 1.1. Participatie - beleidskeuzes .................................................................................................... 10 C 1.2. Participatie – reguliere bedrijfsvoering USD ........................................................................... 12 C 1.3. Participatie – businesscases ................................................................................................... 12 C 2.1. WMO – beleidskeuzes ............................................................................................................ 13 C 2.2.
WMO – reguliere bedrijfsvoering USD .................................................................................... 14 C 2.3. WMO – businesscases ........................................................................................................... 15 C 3.1. Jeugdhulp – beleidskeuzes ..................................................................................................... 15 C 3.2. Jeugdhulp – reguliere bedrijfsvoering USD ............................................................................ 17 C 3.3. Jeugdhulp – businesscases .................................................................................................... 17 C 4. Overige inzet USD ...................................................................................................................... 18 D: Benodigd uitvoeringsbudget .......................................................................................................... 19 BIJLAGE 1 – Activiteiten bedrijfsvoering USD ...................................................................................... 20 BIJLAGE 2 – Formatieplan USD 2021 - 2024 ....................................................................................... 23
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
2
INLEIDING Voor u ligt het uitvoeringsplan ‘Grip op het sociaal domein’. Dit uitvoeringsplan is een programmatische uitwerking van het beleidsplan sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ en omvat een set aan maatregelen (t.b.v. programma 6) die het college wil nemen om de bijbehorende financiële taakstelling in 2024 te bereiken.
Opdracht ‘Grip op sociaal domein’ In oktober 2019 zijn we als gemeente gestart met het proces ‘Grip op sociaal domein’ vanwege oplopende financiële tekorten in het sociaal domein in combinatie met een toenemende zorgvraag in de toekomst. Grofweg onderscheiden we in het proces ‘Grip op het sociaal domein’ drie fasen: Fase I: Fase II: Fase III:
Het komen tot een nieuwe koers sociaal domein (visie) Het uitkristalliseren van de koers (concretiseren van de maatregelen) Uitvoering geven aan de koers (daadwerkelijk uitvoeren en monitoren van het effect)
Fase I is inmiddels afgerond en heeft geresulteerd in de keuze voor het scenario ‘Afremmen van de groei en het stabiliseren van de uitgaven’. Deze koers is inhoudelijk uitgewerkt in het beleidsplan sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ en vastgesteld op 27 januari 2021. Inmiddels is fase II gestart. Het college komt in dit uitvoeringsplan met een set concrete maatregelen hoe zij uitvoering wil geven aan de nieuwe koers in het sociaal domein en de bijbehorende financiële taakstelling wil bereiken. Waar nodig worden maatregelen geconcretiseerd in de nog op te stellen deelplannen Participatie, Wmo/Volksgezondheid en Minima. Daarnaast wordt de opdracht ‘bedrijfsvoering Uitvoering Sociaal domein’ in samenhang met Grip op het sociaal domein opgepakt. Opdracht ‘bedrijfsvoering Uitvoering Sociaal domein’ Parallel aan het proces ‘Grip op het sociaal domein’ is er een onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfsvoering binnen het uitvoerende cluster sociaal domein (hierna USD). De uitkomst hiervan is dat de structurele bezetting USD onvoldoende is en er meer capaciteit nodig is om enerzijds de reguliere dienstverlening te kunnen uitvoeren en anderzijds om zich extra te kunnen inzetten ten behoeve van de uitvoering van de maatregelen ‘Grip op het sociaal domein’.
Leeswijzer Bij aanvang van fase II worden twee documenten opgeleverd, namelijk: het uitvoeringsplan met een beschrijving van de maatregelen en; een projectplan, zodat duidelijk wordt op welke wijze we het project gaan uitvoeren. In het uitvoeringsplan worden de maatregelen inhoudelijk toegelicht, gekoppeld aan het beoogde financiële effect, planning en uitvoering. We maken hierbij onderscheid in beleidskeuzes, bedrijfsvoeringsmaatregelen USD en businesscases. Er wordt melding gedaan wanneer een maatregel ter besluitvorming terugkomt in het op te stellen deelplan of om aanvullende besluitvorming door college of raad vraagt. In het projectplan (separaat document) gaan we in op de organisatie, uitvoering en monitoring van het project ‘Grip op sociaal domein’ ofwel de randvoorwaarden om ervoor te zorgen dat dit project succesvol wordt.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
3
MAATREGELEN 2021 – 2024 Indeling en gehanteerde structuur De maatregelen zijn ingedeeld op basis van voorveld/preventieve inzet, toegang en maatwerk. Bij maatwerk maken we daarnaast onderscheid in de domeinen Participatie, Wmo en Jeugd. Alle maatregelen hebben betrekking op programma 6 van de programmabegroting.
Figuur 1: schematisch overzicht van indeling maatregelen
MAATREGELEN 2021 - 2024
A: VOORVELD
B: TOEGANG
C: MAATWERK
C1:PARTICIPATIE
C2: WMO
C3:JEUGD
C 1.1. Beleidskeuzes C 1.2. Bedrijfsvoering USD C 1.3. Businesscase
C 2.1. Beleidskeuzes C 2.2. Bedrijfsvoering USD C 2.3. Businesscase
C 3.1. Beleidskeuzes C 3.2. Bedrijfsvoering USD C 3.3. Businesscase
De maatregelen maatwerk zijn vervolgens ingedeeld in drie categorieën, te weten: 1. Beleidskeuzes Dit betreffen maatregelen die voortkomen uit een beleidskeuze waarvoor een politiek besluit nodig is. Per maatregel geven we aan of het besluit in dit uitvoeringsplan afdoende is, of dat de maatregel later in het college en/of gemeenteraad terugkomt. Deze maatregelen zijn eerder gecommuniceerd in de commissievergadering SLZ d.d. 5 januari 2021. 2. Reguliere bedrijfsvoering USD Er is een formatiebehoefte om de basis bij USD op orde te krijgen. Als gevolg van deze maatregelen kan de formatie in de toekomst weer naar beneden bijgesteld worden. 3. Businesscases Vanuit de praktijk is een aantal maatregelen benoemd die op korte termijn meer capaciteit vergen, maar waardoor zorgkosten in de toekomst voorkomen kunnen worden. Dit vraagt tijdelijk en binnen een afgebakende periode om extra capaciteit die zichzelf op korte termijn moet terugverdienen.
De maatregelen zijn taakstellend per onderdeel, dus specifiek voor het voorveld, toegang, maatwerk Participatie/Minima, Wmo en Jeugd. Indien een maatregel niet uitvoerbaar blijkt of niet de beoogde besparing oplevert, is het aan het college om te zoeken naar een alternatief. Bij verschuiving van de taakstelling naar een ander onderdeel, is de raad hiervoor aan zet.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
4
A: Maatregelen voorveld/preventie In de tabel ziet u de maatregelen voor het voorveld/preventie met daarbij een indicatie van het huidige budget dat er mee gemoeid is, evenals de beoogde besparing die de maatregel dient op te leveren. Voor de maatregelen in het voorveld geldt dat deze van toepassing zijn op diensten die veelal verleend worden door een aantal dezelfde lokale aanbieders. Om deze reden worden de maatregelen t.a.v. het voorveld dan ook integraal opgepakt. Op welke wijze wordt beschreven in de paragraaf: Hervorming voorveld wordt integraal opgepakt. Maatregelen Voorveld / preventie
A.1. A.2. A.3. A.4. A.5. A.6.
Effectievere inzet op preventie Jeugd Minder inzet op minderheden Minder inzet op netwerkondersteuning Minder inzet op beweegcoach en vitaliteit. Minder inzet op maatschappelijk werk Integrale JGZ 0 – 18 jaar Totaal
Huidig budget in € 826.000 50.000 750.000 1 500.000
Beoogde besparing in € 182.000 18.000 150.000 100.000
Aanvullend besluit nodig? Ja Nee Ja Ja
Planning beleidskeuze 2022 2022 2022
650.000 720.000
50.000 100.000 600.000
Ja Ja -
2022 2022 -
A.1. Effectievere en/of efficiëntere inzet op preventie Jeugd Deze maatregel omvat het 20% terugbrengen van het huidge budget op preventieve activiteiten jeugd. Voorbeelden van activiteiten die hieronder vallen zijn: opstapje, nanny’s, jeugdhulp op school, homestart, steunouders, POH Jeugd GGZ en het preventief jongerenwerk. Belangrijk hierbij is dat we keuzes willen maken tussen interventies die aantoonbaar effectief zijn in Noordoostpolder en daarmee ook afscheid nemen van bepaalde interventies die minder effectief zijn of juist duurder zijn. A.2. Minder inzet op minderheden Deze maatregel omvat het 35% terugbrengen van de huidige inzet op minderheden. Het gaat hier specifiek over het beëindigen van de subsidie aan de wereldwinkel en het beëindigen van de subsidie voor het mannencentrum. Het beschikbare budget voor het vrouwencentrum blijft intact, omdat zij gericht zijn op de ondersteuning aan de meest kwetsbare doelgroep. Echter, uitbreiding voor het vrouwencentrum is de komende jaren niet mogelijk. A.3. Minder inzet op netwerkondersteuning Deze maatregel omvat het 20% terugbrengen van de huidige inzet op netwerkondersteuning. Voorbeelden van activiteiten die hieronder vallen zijn mantelzorg en vrijwilligers. Mogelijke maatregelen betreffen het afschaffen of anders organiseren van het mantelzorgcompliment en minder inzet op innovatiemiddelen voor informele zorg.
Ook een kritischere doelgroepafbakening wordt onderzocht. A.4. Minder inzet op beweegcoach en vitaliteit Deze maatregel omvat het 20% terugbrengen van de uitgaven op het gebied van vitaliteit van de wijk en haar inwoners. Dit gaat o.a. om activiteiten, zoals het buurtwerk en de beweegcoaches. Voor de beweegcoaches geldt dat een groot deel van de uitgaven uit programma 2 (sport) bekostigd wordt en dat we hier doelgerichte middelen vanuit het Rijk ontvangen. De focus van de verandering ligt dan ook met name op het buurtwerk en betekent een beperking van de geboden inzet en activiteiten op dit onderdeel. De gedachte is dat de beweegcoaches veranderingen in het buurtwerk kunnen opvangen. 1
Het totaalbudget voor beweegcoach en vitaliteit bedraagt in € 8 ton. In de tabel staat het bedrag vanuit vermeld dat wordt gefinancierd uit programma 6.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
5
A.5. Minder inzet op maatschappelijk werk Deze maatregel omvat het 5% terugbrengen van de huidige inzet op het maatschappelijk werk. Binnen het scenario afremmen van de groei en het stabiliseren is ervoor gekozen de inzet op het maatschappelijk werk beperkt te verminderen vanwege veiligheidscasuïstiek. Het betreft een belangrijk preventieve interventie ter voorkoming van maatwerk. A.6. Integrale jeugdgezondheidszorg 0 – 18 jaar Momenteel wordt de jeugdgezondheidszorg in de gemeente Noordoostpolder door twee aanbieders uitgevoerd, het onderdeel 0 – 4 jaar door ZONL en het onderdeel 4 – 19 jaar door GGD Flevoland. Inhoudelijk zijn we op zoek hoe de overgang tussen de aanbieders zo soepel mogelijk kan verlopen en/of we dit anders kunnen organiseren door bijvoorbeeld het hanteren van een meer risicogerichte aanpak. Uiteraard binnen de wettelijke kaders en in samenspraak met de betrokken maatschappelijke partners. De taakstelling voor de JGZ 0 – 18 jaar betreft € 100.000. De maatregelen A1, A2, A3, A4 en A6 betreffen grotendeels dezelfde lokale samenwerkingspartners. Deze maatregelen worden dan ook in samenhang en in samenwerking met deze partners opgepakt, zodat we samen bouwen aan een toekomstbestendig voorveld. Dit kan betekenen dat er verschuiving van de beoogde besparingen optreden, echter het gehele bedrag in het voorveld is taakstellend.
Hervorming voorveld wordt integraal opgepakt De gemeente is verantwoordelijk voor het welzijnswerk en de jeugdgezondheidszorg. Zij organiseren preventieve activiteiten om onze inwoners te ondersteunen. Om te komen tot een samenhangend preventief ondersteuningsaanbod gaan we samen met de betrokken maatschappelijke partners aan de slag met het hervormen van de welzijnstaken. Vanuit verschillende perspectieven zien we namelijk noodzaak om deze hervorming van het voorveld op te pakken. Het beleidsplan Sociaal Domein is voor deze hervorming van het voorveld het uitgangspunt. Inhoudelijk zien we dat er op dit moment overlap is in activiteiten en deze soms onvoldoende aansluiten bij de ondersteuningsvraag van de inwoner. We nemen zowel afscheid van overlappende activiteiten in het zorglandschap als van preventieve activiteiten die minder effectief zijn. Ook kan het zijn dat er aanbod ontbreekt. We gaan aan de slag met het concretiseren van de maatschappelijke effecten. Hierdoor kan een beter gesprek gevoerd worden tussen gemeente en subsidiepartners over verwachtingen en resultaten. Daarnaast wordt gekeken naar de organisatie van het voorveld. Zoals het in het beleidsplan Sociaal domein staat benoemd, willen we toe naar een overzichtelijk zorglandschap. Op dit moment is het voorveld versnipperd en zijn activiteiten niet altijd ondergebracht bij de juiste partner.
Daarom kijken we bij de hervorming van het voorveld kritisch naar welke activiteiten bij welke aanbieder worden belegd. In juni 2020 stond het onderwerp ‘Welzijn in NOP: koers voor de toekomst’ op de agenda van het college. De uitkomst van deze bijeenkomst waren twee uitgangspunten die worden meegenomen bij deze hervorming. Het gaat om meer regie op de samenwerking en een professionelere opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie. De jeugdgezondheidszorg wordt in deze hervorming van het voorveld meegenomen. De jeugdgezondheidszorg 0 – 4 jaar is belegd bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land. Zij voeren daarnaast ook het Algemeen Maatschappelijk Werk uit. De jeugdgezondheidszorg 4 – 18 jaar wordt door de GGD uitgevoerd. Carrefour vormt de grootste welzijnsorganisatie in Noordoostpolder. Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere welzijnsspelers, zoals Kwintes, Heelal, Humanitas, Flevomeerbibliotheek, Vrouwencentrum en Tactus.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
6
Benodigd projectbudget t.b.v. maatregelen voorveld Het uitvoeren van de maatregelen in het voorveld is een grote en complexe opdracht en is dan ook een deelproject binnen het project Grip op sociaal domein. Subsidies in het voorveld worden door lokale partners veelal ingezet als ‘menskracht’. Daarnaast vraagt het regisseren van de hervorming in het voorveld mogelijk om externe inzet c.q. begeleiding. Om deze reden vragen we dan ook om incidenteel budget voor zowel het uitvoeren en mogelijk maken van de opdracht in het voorveld, evenals een reservering voor mogelijke frictiekosten. Omschrijving / Jaar Projectformatie Kosten projectformatie Overige implementatiekosten
2021 1.904
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
2022 0,6 70.000 49.036
2023 0,6 70.000 143.832
2024 94.797
7
B: Maatregelen toegang In de onderstaande tabel staan maatregelen genoemd met betrekking tot de toegang tot de hulp en ondersteuning. Als gevolg van de doorontwikkeling van de gemeentelijke toegang en voortschrijdend inzicht in de benodigde expertise bij de toegang, denken we op een aantal onderdelen te kunnen besparen. Deze maatregelen sluiten aan bij de uitgangspunten ‘meer gemeentelijke regie’ en ‘het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner’. Maatregelen Toegang
B.1. B.2. B.3. B.4.
Gerichte inzet procesbegeleiders Andere expertise in screeningsteam Geen inzet meer van SAVE op drang Duidelijke definitie cliëntondersteuning en met inzet van vrijwilligers Totaal
Huidig budget in € 500.000 125.000 80.000 270.000
Beoogde besparing in € 250.000 40.000 40.000 80.000
Aanvullend besluit nodig? Nee Nee Nee Nee
Planning uitvoering
410.000
-
-
2021 2021 2021 2022
B.1. Gerichte inzet van procesbegeleiders In 2019 is de doorontwikkeling van de lokale toegang afgerond. Dit heeft geresulteerd in de totstandkoming van het sociaal loket, een team van procesbegeleiders en een team maatwerk. Regie op casuïstiek is vanaf dat moment meer bij het team maatwerk belegd, waardoor in de nieuwe situatie minder inzet nodig is van procesbegeleiders. In eerste instantie ging men uit van 6,72 fte aan procesbegeleiders. De bedoeling is dat het team van procesbegeleiders ingezet wordt voor multiprobleemcasuïstiek. Procesbegeleiders worden dan ook gerichter ingezet en daarmee is minder inzet nodig. Dit betekent dat de omvang van het team procesbegeleiders met de helft naar beneden kan worden bijgesteld. Dit levert een besparing op van 250.000 euro. B.2. Andere expertise in het screeningsteam Bij aanvang van de decentralisatie Jeugd fungeerde de jeugdarts als voorzitter van de specialistentafel van de gemeentelijke toegang. Bij de doorontwikkeling hiervan is dit gewijzigd en werken we al een geruime tijd met het screeningsteam. Dit screeningsteam bestaat uit een aantal professionals, zoals de kwaliteitsmedewerker USD, procesregisseur / brandpuntfunctionaris en een gedragswetenschapper.
Met de doorontwikkeling van het screeningsteam waren de uren van de jeugdarts reeds teruggebracht, maar betreft nog steeds een surplus boven het basistakenpakket JGZ van de GGD. Het voorstel is terug te gaan naar dit basistakenpakket. De dienstverlening vanuit het basistakenpakket blijft gehandhaafd, maar de jeugdarts zal minder uren beschikbaar zijn. Hiermee besparen we € 40.000. B.3. Geen inzet meer van Samen Veilig op drang Binnen de jeugdhulp kennen we het vrijwillige en het gedwongen kader. Beiden spreken voor zich. Er zit alleen een grijs gebied tussen beide kaders. Want wanneer iets gedwongen wordt, is het niet meer vrijwillig. Voorheen werd dat grijze gebied het drangkader genoemd. Nu wordt dit intensief vrijwillige hulpverlening genoemd. In de bestaande situatie hebben we als gemeente diensten van Samen Veilig ingekocht om intensief vrijwillige hulp te leveren. Samen Veilig is in de regio Flevoland ook de partij die het gedwongen kader uitvoert. Bij aanvang van de decentralisatie Jeugd was het uitvoeren van intensief vrijwillige hulpverlening een hele nieuwe taak waar nog weinig ervaring in was opgedaan. Het was de bedoeling dat deze taak op termijn zelf uitgevoerd zou gaan worden en past ook bij het uitgangspunt ‘meer gemeentelijke regie’. Dit wordt dan ook per 2021 ingevoerd. Hiermee besparen we € 40.000.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
8
B.4. Duidelijke definitie cliëntondersteuning en met inzet van vrijwilligers We positioneren onafhankelijke cliëntondersteuning binnen de welzijnsorganisatie. Op deze manier wordt er een directere verbinding met o.a. mantelzorg, vrijwilligers-, opvoedondersteuning gerealiseerd. De cliëntondersteuning wordt zo passend mogelijk bij de complexiteit van de hulpvraag georganiseerd. Een vrijwilliger waar kan, een professional waar nodig. Inwoners moeten (kortdurend) ondersteund worden bij het vinden en indien nodig behouden van passende ondersteuning. Meer langdurige trajectbegeleiding en het onderhouden van waakvlamcontact valt niet onder cliëntondersteuning. Deze scherpere afbakening in combinatie met de gedifferentieerdere inzet moet leiden tot een besparing van € 80.000. Deze maatregel draagt bij aan het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner.
Benodigde projectbudget t.b.v. maatregelen toegang De verwachting is dat de maatregelen ten behoeve van de toegang relatief goed uitvoerbaar zijn en minimale implementatiekosten met zich meebrengen. Echter, we houden wel rekening met de mogelijkheid dat de afbouw in menskracht frictiekosten kan opleveren. Er zal zoveel als mogelijk worden ingezet op goede communicatie en logische afbouw, zodat dit zoveel mogelijk voorkomen wordt. Omschrijving / Jaar Projectformatie Kosten projectformatie Overige implementatiekosten
2021 30.457
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
2022 9.518
2023 30.457
2024 -
9
C: Maatregelen maatwerk In dit hoofdstuk gaan we verder in op de maatregelen ten behoeve van het maatwerk voor de domeinen Participatie/Minima, Wmo en Jeugd. Per domein maken we inzichtelijk wat de maatregelen inhouden, gesplitst naar beleidskeuzes, reguliere bedrijfsvoering USD en mogelijke businesscases.
C 1.1. Participatie - beleidskeuzes Maatregelen maatwerk participatie (beleidskeuzes)
Huidig budget in € 15.000
Beoogde besparing in € 15.000
1.1.
MKB-doorgaan beëindigen
1.2. 1.3.
Minder inzet sociale recherche Ongebruikt budget minimaregeling (naar beneden bijstellen) Hervormen minimaregelingen
114.000 60.000
25.000 60.000
680.000
20.000
Bewindvoering (aangaan partnerschap) met bewindvoerder en bevorderen van uitstroom) Verminderen bijdrage aan de WerkCorporatie
525.000
25.000
1.400.000
100.000
130.000
100.000
-
345.000
1.4.
1.5.
1.6.
1.7.
Versoberen van de dienstverleningsovereenkomst met Concern voor werk (plustaak: beschikbaarheidsbijdrage) Totaal besparing maatwerk participatie
Aanvullend besluit nodig? Ja, in deelplan participatie Nee Nee
Planning beleidskeuze Q1 2021
Ja, in deelplan minima Ja
Q2 2021
Ja, in deelplan participatie Ja, in deelplan participatie
Q1 2021
Q1 2021 -
Q4 2021
Q1 2021
1.1. MKB-doorgaan beëindigen MKB-doorgaan betreft de bovenwettelijke functie op het Besluit Bijstand Zelfstandigen. Dit is (bovenwettelijke) begeleiding aan zelfstandig ondernemers die in zwaar weer verkeren maar wel kunnen terugvallen op een partner met inkomen. De dienstverlening loopt via het Zelfstandigenloket Lelystad. De bedoeling is dat deze per 2022 komt te vervallen. De maatregel raakt een zeer beperkte groep inwoners. Gezien de huidige omstandigheden zijn er wellicht meer ondernemers die gebruik willen maken van deze functie. We monitoren deze ontwikkeling. Wanneer deze maatregel niet haalbaar blijkt, zal naar een andere maatregel worden gezocht. 1.2. Minder inzet sociale recherche Vanuit een regionaal samenwerkingsverband vragen wij als gemeente Noordoostpolder en Urk inzet van sociale recherche gemeente Almere. Bij een ‘thema’ controle of (vermoeden van) fraude met een uitkering wordt in bepaalde omstandigheden de sociale recherche ingeschakeld, die bevoegdheden heeft op basis van het strafrecht. We besparen op de taken (ureninzet) van de sociale recherche regionaal. Het verwachte financiële effect is een verlaging van de kosten met € 25.000.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
10
1.3. Ongebruikt budget minimaregeling Voordat het rijk extra middelen ter beschikking stelde voor de bestrijding van kinderarmoede (de zogenoemde Klijnsmagelden) had onze gemeente een schraler minimabeleid dan nu. Ook toen bestond er al een meedoenregeling. Begrotingstechnisch was dit ondergebracht bij de bijzondere bijstand. Met het beschikbaar komen van de extra structurele middelen hebben wij de meedoenregeling uitgebreid. In de begroting is dat toen opgenomen onder een nieuwe post meedoenregeling. Daarmee werden de Klijnsmagelden bestemd voor kinderen in armoede (raadsbesluit, oktober 2018). De post armoedebestrijding kinderen van € 60.000 onder de bijzondere bijstand werd daar niet op gecorrigeerd. Met dit voorstel wordt dit nu wel gedaan. Per saldo heeft dit geen effect op de huidige meedoenregeling die geldt voor kinderen en ouderen in onze gemeente. 1.4. Hervormen minimaregeling Het voorstel is om € 20.000 euro te besparen door het totaalbudget van de individuele inkomenstoeslag met 10% te verlagen. Inwoners die recht hebben op inkomenstoeslag krijgen iets minder (10%) dan voorheen. Het totaalbudget van de minimaregeling bedraagt € 1,2 miljoen (= excl. kwijtschelding en bewindvoering).
Mogelijk alternatief is om mensen met een langdurig minimuminkomen en zonder uitzicht op een eigen inkomen (doelgroep individuele inkomenstoeslag) vroegtijdig te begeleiden en zodoende te besparen op vaste lasten. Deze begeleiding kost € 11.000 extra aan inzet, dus zou er € 31.000 bespaard moeten worden. Onderzoek heeft uitgewezen dat de vaste lasten per inwoner hiermee ca. 500 euro per jaar kunnen dalen. Deze maatregel wordt in het deelplan Minima geconcretiseerd. 1.5. Bewindvoering In het beleidsplan schulddienstverlening (raadsbesluit juni 2019) is één van de doelstellingen dat door de sluitende ketenaanpak er een verschuiving van middelen plaatsvindt naar het voorliggend veld. Met deze inzet is de verwachting dat de kosten voor schuldhulpverlening en bewindvoering afnemen. Voor de inwoner is de kwaliteit van bewindvoering van belang. Ook voor ons staat kwaliteit voorop. Daarom willen we onderzoeken op welke manier we meer regie krijgen op bewindvoering. Bijvoorbeeld door het aangaan van een convenant waar bewindvoerders zich voor kunnen aanmelden en waar inwoners dan gebruik van kunnen maken. Hierdoor blijft de kwaliteit van dienstverlening geborgd. 1.6. Verminderen bijdrage aan de Werkcorporatie We verminderen onze bijdrage aan de WerkCorporatie vanaf 2022. Het verwachte financiële effect is een verlaging van de kosten met € 100.000.
Wij werken in 2021 samen met de WerkCorporatie een aantal scenario’s uit hoe wij dat gaan doen. 1.7. Versoberen van de dienstverleningsovereenkomst met Concern voor Werk We versoberen de dienstverleningsovereenkomst met Concern voor Werk vanaf 2022. Het verwachte financiële effect is een verlaging van de kosten met € 100.000. We gaan met Concern voor Werk in gesprek over de taakstelling. Verschillende scenario’s liggen voor.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
11
C 1.2. Participatie – reguliere bedrijfsvoering USD De reguliere formatie omvat het klantmanagement, klant- en uitkeringsadministratie en handhaving. Voor zowel de onderdelen participatie als bijzondere bijstand. De vaste formatie voor dit onderdeel is volgens het onderzoek 19,4 fte. Uit het bedrijfsvoeringsonderzoek van USD komt naar voren, dat er op korte termijn 2,1 fte extra inzet nodig is om de reguliere werkzaamheden uit te voeren. Op middellange termijn is er juist sprake van een 0,4 fte lagere structurele bezetting. De ontwikkeling wordt de komende jaren gerealiseerd door het optimaliseren van processen, het maken van bedrijfskundige keuzes in de uitvoering en professionalisering van medewerkers. Om deze ontwikkeling te faciliteren is er tijdelijk projectformatie nodig. Als gevolg van deze professionalisering is naast dat er minder formatie nodig is, ook de verwachting dat de lasten van verstrekkingen af nemen. De formatie- en kostenontwikkeling ten opzichte van de huidige vaste formatie en kosten ziet er voor de periode 2021 – 2024 als volgt uit: Omschrijving / Jaar Formatie (onderzoek USD) Projectformatie Totaal Kosten formatie Opbrengsten Budget
2021 2,1 0,8 2,9 229.333 229.333
2022 1,8 0,1 1,8 146.667 72.600 74.067
2023 1,5 1,5 120.000 72.600 47.400
2024 -0,4 -0,4 -28.000 72.600 -100.600
C 1.3. Participatie – businesscases Vanuit de uitvoeringspraktijk is een aantal maatregelen benoemd die op korte termijn meer capaciteit vergen, maar waardoor in de toekomst een groter bedrag aan zorgkosten voorkomen kan worden. Dit vraagt tijdelijk en binnen een afgebakende periode om extra capaciteit (gefinancierd uit het zorgbudget) die zichzelf op korte termijn terugverdient. Hiertoe wordt per businesscase een voorstel opgesteld. Deze voorstellen worden later ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Hierbij worden werkwijze, kosten en opbrengsten gedetailleerder uitgewerkt. Voor het onderdeel participatie zijn er verschillende ideeën, zoals: het versnellen van de uitstroom bij clíënten met motivatieproblemen; extra inzet op fraudepreventie; extra dienstverlening bij de uitkeringsaanvraag om inwoners direct naar werk te begeleiden. Door op een aantal plekken gericht net een extra zetje te geven kunnen we inwoners helpen om sneller hun leven zelfstandig en zonder hulp van de gemeente voort te zetten. Het doel is om hiermee het aantal uitkeringen te verlagen. Zo dalen de totale uitgaven voor de Participatiewet. Ook daalt hierdoor het aantal inwoners met een lopende uitkering. Daardoor zijn er minder uren nodig voor begeleiding en administratie. Op dit moment is er een algemeen beeld van kosten en opbrengsten op het niveau van algemene kengetallen.
In het voorjaar worden de eerste ideeën uitgewerkt tot concrete voorstellen die op maat gemaakt zijn voor de gemeente Noordoostpolder. Het projectteam volgt de uitwerking zowel op inhoud als op voortgang. Om deze ideeën om te zetten tot concrete voorstellen en uitgevoerde projecten is naar schatting 0,5 fte aan incidentele inzet nodig.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
12
C 2.1. WMO – beleidskeuzes Maatregelen maatwerk Wmo (beleidskeuzes) 2.1.
Dagactiviteiten 18+
Huidig budget in € 1.400.000
2.2.
Begeleiding 18+
2.600.000
2.3.
Hulp in de huishouding, waaronder In ieder geval: - Algemene voorziening was- en strijkservice Totaal
Beoogde besparing in € 250.000
P.M.
2.800.000
100.000
-
350.000
Aanvullend besluit nodig? Ja, in deelplan Wmo Ja, in deelplan Wmo Ja, in deelplan Wmo
Planning beleidskeuze Q2 2021
Q2 2021
Q2 2021
2.1. Dagactiviteiten 18+ De maatwerkvoorziening dagactiviteiten splitsen we per 2022 in drie vormen op. Dit zijn belevingsgerichte dagactiviteiten (doelgroep ouderen en dementerenden), dagactiviteiten NAH (doelgroep niet aangeboren hersenletsel) en de arbeidsmatige dagactiviteiten (doelgroep arbeidsmatige leeftijd). Ook wijzigen we de bekostigingsvormen. Wat betreft de arbeidsmatige dagactiviteiten wordt gekozen voor resultaatgericht werken en resultaatgericht bekostigen. Gemeente bepaalt de tarieven waarop de aanbieder kan inschrijven, waardoor we grip houden op de winst in de zorg. Tevens zorgen we voor een integrale aanpak in de uitvoering van de Wmo met de Participatiewet (en onderwijs). Op deze wijze kan de gemeente meer regie voeren op het behalen van het resultaat, de duur van de indicatie en de doorstroom naar een vorm van (vrijwilligers)werk. Wat betreft de belevingsgerichte dagactiviteiten en dagactiviteiten NAH wordt gekozen voor resultaatgericht werken en taakgericht bekostigen. De kosten beheersen we door een vaste prijs te stellen voor de beschikbaarheid van de voorziening, gebaseerd op de historische uitgaven. De taakgerichte bekostiging biedt de partnerorganisatie de ruimte om de taak naar eigen inzicht in te vullen en tot innovatie en een duurzaam aanbod te komen om de inhoudelijke beleidsdoelen te bereiken.
Dit betekent vermindering van administratieve lasten voor aanbieder en gemeente. De aanbieder en de inwoner bepalen samen de benodigde inzet van de ondersteuning. Zo voorkomen we voortdurende aanpassing van de indicatie bij inwoners waarvan van te voren vaststaat dat de beperkingen toenemen met de tijd. 2.2. Begeleiding 18+ Voor wat betreft de maatwerkvoorziening begeleiding (voorheen ondersteuning) gaan we per 2022 resultaatgericht werken en resultaatgericht bekostigen. Op deze wijze kan de gemeente meer regie voeren op het behalen van het resultaat, de duur van de indicatie, het afschalen naar het voorliggend veld en vrijwillige inzet ter ondersteuning van cliënt. Gemeente bepaalt verder de tarieven waarop de aanbieder kan inschrijven, waardoor we grip houden op de winst in de zorg. 2.3. Hulp in de huishouding Gezien de toename van het aantal cliënten huishoudelijke ondersteuning na inwerkingtreding van het abonnementstarief passen we maatregelen toe, zodat de maatwerkvoorziening binnen de (nieuwe) financiële middelen past. We zetten in ieder geval een algemene voorziening was- en strijkservice,
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
13
inclusief haal- en brengservice, op. Deze algemene voorziening is voorliggend op de taken wassen en strijken van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Voor inwoners met specifieke ondersteuningsbehoefte blijft een maatwerkvoorziening hiervoor mogelijk. Daarnaast richten we het proces huishoudelijke ondersteuning zo lean mogelijk in, zodat de uitvoeringskosten zo minimaal mogelijk zijn en de processen zo veel mogelijk zijn gestandaardiseerd. In dit kader onderzoeken wij bijvoorbeeld de mogelijkheid van het opzetten van een soort basisvoorziening van ca. 1,5 a 2 uur per week met daarnaast waar nodig de mogelijkheid tot het bieden van een aanvullende maatwerkvoorziening. e
Verder verwijzen we de inwoner waar relevant naar behandeling, zoals 1 lijns ergotherapie, als voorliggende voorziening. Vanuit behandeling wordt ingezet op het versterken van de eigen mogelijkheden van de inwoner, waardoor de uiteindelijke urenindicatie lager kan uitvallen. Tot slot onderzoeken we de optie van het ontwikkelen van een app voor pgb schoonmaakondersteuning die inwoners de mogelijkheid biedt schoonmaakondersteuning uit te voeren bij cliënten middels de regeling dienstverlening aan huis. Randvoorwaarde hierbij is dat er voldoende dienstverleners aan huis zijn, zodat de continuïteit van hulp voor de cliënt kan worden geborgd. De maatregelen worden integraal bekeken. Omschrijving / Jaar Projectformatie Kosten projectformatie Overige implementatiekosten
2021 0,1 8.533
2022 0,1 4.267
2023 -
2024 -
C 2.2. WMO – reguliere bedrijfsvoering USD De reguliere formatie omvat het klantmanagement en klantadministratie. De vaste formatie voor dit onderdeel is volgens het bedrijfsvoeringsonderzoek USD 10 fte. Uit het onderzoek komt naar voren dat er op korte termijn 3,7 fte extra inzet nodig is om de reguliere werkzaamheden uit te voeren. Op middellange termijn neemt dit af tot 2,0 fte extra structurele bezetting. De ontwikkeling wordt de komende jaren gerealiseerd door het optimaliseren van processen, het maken van bedrijfskundige keuzes in de uitvoering en professionalisering van medewerkers. Om deze ontwikkeling te faciliteren is er tijdelijk projectformatie nodig. Ondanks de extra formatiebehoefte nemen naar verwachting de structurele lasten af. Dit komt door een afname van verstrekkingen als gevolg van de nieuwe koers in het sociaal domein. De formatieen kostenontwikkeling ten opzichte van de huidige vaste formatie en kosten ziet er voor de periode 2021 – 2024 als volgt uit: Omschrijving / Jaar Formatie (onderzoek USD) Projectformatie Totaal Kosten formatie Opbrengsten Budget
2021 3,7 0,7 4,5 356.267 356.267
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
2022 3,2 0,4 3,6 288.267 121.000 167.267
2023 2,0 2,0 160.000 121.000 39.000
2024 2,0 2,0 160.000 121.000 39.000
14
C 2.3. WMO – businesscases Vanuit de uitvoeringspraktijk is een aantal maatregelen benoemd die op korte termijn meer capaciteit vergen, maar waardoor in de toekomst een groter bedrag aan zorgkosten voorkomen kan worden. Dit vraagt tijdelijk en binnen een afgebakende periode om extra capaciteit (gefinancierd uit het zorgbudget) die zichzelf op korte termijn terugverdient. Hiertoe wordt per businesscase een voorstel opgesteld en worden werkwijze, kosten en opbrengsten verder uitgewerkt. Deze voorstellen worden later ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Voor het onderdeel Wmo zijn er verschillende ideeën, zoals het afschalen van voorzieningen en opschonen van voorzieningen die onder de Wet langdurige zorg vallen. In het verleden zijn voorzieningen soms ruim ingezet. Daarbij worden soms voorzieningen betaald die eigenlijk onder een andere wet vallen en bijvoorbeeld door de zorgverzekeraar betaald zouden moeten worden. Door de hoge werkdruk is er relatief weinig tijd om te onderzoeken of een minder intensieve – en dus goedkopere – voorziening mogelijk is. Het doel is om hiermee de uitgaven voor de Wmo voor een deel van de cliënten te verlagen. Zo dalen de totale uitgaven voor de Wmo. Ook daalt hierdoor het aantal inwoners met een lopende voorziening. Daardoor zijn er minder uren nodig voor monitoring en administratie.
Op dit moment is er een algemeen beeld van kosten en opbrengsten op het niveau van algemene kengetallen. In het voorjaar worden de eerste ideeën uitgewerkt tot concrete voorstellen die op maat gemaakt zijn voor de gemeente Noordoostpolder. De projectgroep volgt de uitwerking zowel op inhoud als op voortgang. Om deze ideeën om te zetten tot concrete voorstellen en uitgevoerde projecten is naar schatting 0,2 fte aan incidentele inzet nodig.
C 3.1. Jeugdhulp – beleidskeuzes Maatregelen maatwerk Jeugdhulp (beleidskeuzes) 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.
Preventieve GGZ (psychoflex) Losstaande eerstelijns vaktherapieën Stoppen met stapelen van zorg Minder inzet op het KBC Met minder aanbieders sturen op meer resultaat en innovatie Beperken kosten zorgboerderij door kinderen op andere wijze naar opvang te verwijzen Totaal
Huidig budget in € 45.000 50.000 * 628.000 *
Beoogde besparing in € 40.000 50.000 50.000 175.000 75.000
Aanvullend besluit nodig? Nee Nee Nee Nee Nee
Planning beleidskeuze -
*
25.000
Nee
-
-
415.000
* betreft het maatwerkbudget.
3.1. Preventieve GGZ (psychoflex) De afgelopen jaren hebben we als gemeente ingezet op de pilot psychoflex. Dit was met name bedoeld om laagdrempelige GGZ-dienstverlening (voordat er sprake is van een maatwerkvoorziening Jeugd GGZ) te realiseren. In de praktijk werd dit budget voor diverse preventieve GGZ activiteiten ingezet, waarbij soms sprake was van preventieve groepsactiviteiten, consultatie & advies en/of kortdurende behandeling. Echter, de afgelopen jaren is ook ingezet op de POH Jeugd GGZ die fungeert als voorportaal Jeugd GGZ. Inmiddels is dit geïmplementeerd bij het merendeel van de huisartspraktijken in de gemeente Noordoostpolder. De inzet van de POH Jeugd GGZ beschouwen wij als een volwaardig alternatief. Het voorstel is dan om de pilot psychoflex te beëindigen. De besparing bedraagt € 40.000.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
15
3.2. Losstaande eerstelijns vaktherapieën Uitgangspunt van de Jeugdwet is dat het werk wordt toebedeeld aan een SKJ of BIG geregistreerde professional, tenzij het toebedelen van dit werk aan een niet-geregistreerde geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de geboden dienstverlening of noodzakelijk is. Deze norm voor verantwoorde toedeling is nader uitgewerkt in het kwaliteitskader Jeugd. De gemeente contracteert aanbieders die voldoen aan de kwaliteitseisen. Vrijgevestigde vaktherapeuten worden door de gemeente niet zelfstandig gecontracteerd, omdat zij mogelijk niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Daarnaast is een losstaande eerstelijns vaktherapie niet bewezen effectief. Door gebrek aan wetenschappelijk bewijs, kiezen we ervoor losstaande vaktherapieën niet te contracteren, omdat de verwachting is dat deze hulp onvoldoende bijdraagt aan één of meerdere doelen van de Jeugdwet. Ook hiervoor hanteert de gemeente de tenzij-bepaling uit de Jeugdwet. Dat betekent dat deze vorm van zorg wel kan worden ingezet wanneer de gemeente van mening is dat in een specifieke casus wél zal bijdragen aan het behalen van een of meerdere doelen van de Jeugdwet. Verder is het wel mogelijk dat vaktherapieën onderdeel zijn van een integraal zorgaanbod van een gecontracteerde zorgaanbieder. Hiermee verwachten we een besparing van € 50.000 te realiseren. 3.3.
Stoppen met het stapelen van zorg We zien nog te vaak dat hulp niet of onvoldoende passend is voor jeugdigen waardoor resultaten niet worden behaald. Hierdoor wordt er opnieuw andere zorg ingezet, waardoor er een stapeling van zorg ontstaat (stepped-care). Ook willen we voorkomen dat er teveel zorgaanbieders gelijktijdig bij een gezin betrokken zijn. Het gevolg hiervan is dat verschillende partijen versnipperd te werk gaan en keuzes nemen. Omdat er niet of onvoldoende samenwerking is tussen de verschillende schakels in het verleningstraject, is hulp onvoldoende effectief. Ook zien we dat er soms teveel ruimte voor gezinnen is om te ‘hoppen’ naar verschillende hulpverleningsinstanties. Hierdoor duren trajecten soms lang, zonder voldoende resultaat. We willen daarom zorg zo min mogelijk stapelen en inzetten op matched care. Hiermee verwachten we een besparing van € 50.000 te realiseren. 3.4. Minder inzet op het kinderbehandelcentrum Er zijn kinderen die bij het kinderbehandelcentrum (KBC) zorg ontvangen om hen voor te bereiden op het regulier/speciaal onderwijs. Het gaat om kinderen in de leeftijd van 2 tot 5 jaar. Binnen het KBC worden kinderen ondersteund met verschillende hulpvragen. We verwachten dat een deel van deze kinderen ook binnen een reguliere voorschoolse voorziening ondersteund kan worden, met extra inzet vanuit zorg.
We onderzoeken welke kinderen van deze reguliere voorziening gebruik kunnen maken en willen zo meer normaliseren. Deze kinderen komen op een voor hen passende voorziening terecht. Er zal binnen de reguliere voorschoolse voorzieningen zorg ingezet moeten worden, om deze kinderen goed te kunnen ondersteunen wanneer nodig. Dit zal leiden tot minder inzet op het KBC. Hiermee verwachten we een besparing van €175.000 te realiseren. 3.5. Met minder aanbieders sturen op meer resultaat en innovatie Bij een groot aanbod van aanbieders ligt er een druk op het effectief managen van contracten en daarmee de beheersing van kwaliteit. Dit betekent dat we kiezen voor hoofdaannemers en onderaannemers en innovatieve samenwerkingsverbanden. Zo kunnen we beter investeren op de relatie met de aanbieders en kunnen we samenwerking intensiveren. We kiezen waar kan voor resultaatgerichte bekostiging en sturen op efficiëntie. Daarbij geven we bepaalde voorwaarden mee, waaronder het ontwikkelen van nieuw aanbod en doen wat aantoonbaar effectief is. Dit betekent dat wij verwachten dat aanbieders innovaties ontwikkelen. Denk hierbij aan digitalisering, maar ook anders organiseren. Dit verhoogt de kwaliteit en zorgt dat de juiste organisatie, de juiste ondersteuning biedt aan de doelgroep waar ze ook voor zijn.
Zo vindt er minder verplaatsing plaats binnen het zorglandschap en zijn de gemiddelde kosten per inwoner met een ondersteuningsvraag lager. Hiermee verwachten we een besparing van € 75.000 te realiseren.
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
16
3.6. Beperken kosten zorgboerderij door kinderen op andere wijze naar opvang te verwijzen Het beleid van onze gemeente is om kinderen zo normaal mogelijk te laten opgroeien en in te zetten op matched care. Dit betekent, waar het kan, ook zoveel mogelijk binnen een algemene voorziening. De indicatie dagactiviteiten werd ook wel ingezet voor opvangvraagstukken. Hoewel we streven naar het inzetten van jeugdhulp daar waar een jeugdhulpvraag is. We verwachten dat een aantal kinderen geen indicatie dagactiviteiten meer zullen ontvangen (of een verlenging) vanuit de jeugdwet, maar dat ze gebruik kunnen maken van een voorliggende voorziening. Hierbij kan gedacht worden aan reguliere kinderopvang. We verwachten hiermee minder kinderen een indicatie dagactiviteiten te geven. En een besparing van € 25.000 te realiseren.
Omschrijving / Jaar Projectformatie Kosten projectformatie Overige implementatiekosten
2021 0,2 14.000 -
2022 -
2023 -
2024 -
C 3.2. Jeugdhulp – reguliere bedrijfsvoering USD De reguliere formatie omvat het klantmanagement en klantadministratie. De vaste formatie voor dit onderdeel is volgens het bedrijfsvoeringsonderzoek USD 13 fte voor jeugd (inclusief leerplicht en leerlingenvervoer). Uit het onderzoek komt naar voren dat er op korte termijn 2,3 fte extra inzet nodig is om de reguliere werkzaamheden uit te voeren. Op middellange termijn neemt dit af tot 0,3 fte extra structurele bezetting. De ontwikkeling wordt de komende jaren gerealiseerd door het optimaliseren van processen, het maken van bedrijfskundige keuzes in de uitvoering en professionalisering van medewerkers. Om deze ontwikkeling te faciliteren is er tijdelijk projectformatie nodig. Ondanks de extra formatiebehoefte nemen naar verwachting de structurele lasten af. Dit komt door een afname van verstrekkingen als gevolg van de ontwikkelingen. De formatie- en kostenontwikkeling ten opzichte van de huidige vaste formatie en kosten ziet er voor de periode 2021 – 2024 als volgt uit: Omschrijving / Jaar Formatie (onderzoek USD) Projectformatie Totaal Kosten formatie Opbrengsten Budget
2021 2,3 0,6 2,9 229.333 229.333
2022 2,0
2023 1,0
2,0 158.400 160.000 -1.600
1,0 81.600 160.000 -78.400
2024 0,3 0,3 21.600 160.000 -148.400
C 3.3. Jeugdhulp – businesscases Vanuit de uitvoeringspraktijk is een aantal maatregelen benoemd die op korte termijn meer capaciteit vergen, maar waardoor in de toekomst een groter bedrag aan zorgkosten voorkomen kan worden. Dit vraagt tijdelijk en binnen een afgebakende periode om extra capaciteit (gefinancierd uit het zorgbudget) die zichzelf op korte termijn terugverdient. Hiertoe wordt per businesscase een voorstel opgesteld. Deze voorstellen worden later ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Hierbij worden werkwijze, kosten en opbrengsten gedetailleerder uitgewerkt. Er zijn verschillende ideeën zoals het afschalen van lopende voorzieningen en het omzetten van intensieve zorg in een instelling naar ondersteuning in de thuissituatie. We zien dat in het verleden voorzieningen soms ruim zijn ingezet. Door de hoge werkdruk waar USD sinds het afgelopen jaar mee te maken heeft, is er relatief weinig tijd om te onderzoeken of een minder intensieve voorziening (en
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
17
die dus goedkoper is) voldoende is om jeugdigen te helpen. Het doel is om hiermee de uitgaven voor Jeugdzorg voor een deel van de cliënten te verlagen. Zo dalen de totale uitgaven voor de Jeugdzorg. Op dit moment is er een algemeen beeld van kosten en opbrengsten op het niveau van algemene kengetallen. In het voorjaar worden de eerste ideeën uitgewerkt tot concrete voorstellen die op maat gemaakt zijn voor de gemeente Noordoostpolder. Het projectteam volgt de uitwerking zowel op inhoud als op voortgang. Om deze ideeën om te zetten tot concrete voorstellen en uitgevoerde projecten is naar schatting 0,2 fte aan incidentele inzet nodig.
C 4. Overige inzet USD en B&FPC Vanuit het bedrijfsvoeringsonderzoek USD is er een onderdeel dat niet direct toe te schrijven is aan de domeinen Participatie/Minima, Wmo en Jeugd, maar dat wel nodig is om de basis bij USD op orde te krijgen en het vergroten van de gemeentelijke regie. In dezelfde lijn is er extra formatie nodig op het gebied van planning & control. Het gaat dan om aansturing en ondersteuning (kwaliteit en bedrijfsvoering). Voor de overhead is de behoefte als volgt: Omschrijving / Jaar Formatie (onderzoek USD) Formatie (B&FPC) Kosten formatie
2021 2,5 0,8 270.000
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
2022 2,5 0,8 270.000
2023 2,5 0,8 270.000
2024 2,5 0,8 270.000
18
D: Benodigd uitvoeringsbudget Dit hoofdstuk bevat een samenvatting waarbij een totaaloverzicht wordt gegeven hoeveel (tijdelijke) formatie nodig is voor de reguliere bedrijfsvoering USD, gekoppeld aan de opbrengsten van de te nemen efficiencymaatregelen. Om uitvoering te geven aan het project ‘Grip op sociaal domein’ is incidenteel uitvoeringsbudget nodig. Dit uitvoeringsbudget bestaat uit: 1. projectbudget t.b.v. voorveld, toegang en beleidskeuzes; 2. formatiebudget t.b.v. reguliere bedrijfsvoering USD; 3. voorbereidingsbudget t.b.v. businesscases. In totaal is er c.a. € 2,4 miljoen aan uitvoeringsbudget nodig. Omschrijving / Jaar Jaartotaal Cumulatief
2021 1.171.494 1.171.494
2022 642.553 1.814.047
2023 452.289 2.266.336
2024 94.797 2.361.133
In de onderstaande tabellen is voor elk onderdeel de benodigde formatie en budget benoemd. 1. Projectbudget voorveld, toegang en beleidskeuzes Omschrijving / Jaar Projectformatie voorveld Projectformatie beleidskeuzes Totaal formatie Kosten formatie Overige projectkosten Budget
2021
2022 0,6 0,1 0,7 74.267 58.553 132.820
0,6 70.000 174.289 244.289
94.797 94.797
2021 11,4 1,6 13,0 1.043.600 1.043.600
2022 10,3 0,4 10,7 863.333 353.600 509.733
2023 7,8 7,8 631.600 423.600 208.000
2024 5,2 5,2 423.600 423.600 -
2021 p.m. 0,9 0,9 73.000 p.m. 73.000
2022 p.m. p.m. -
2023 p.m. p.m. -
2024 p.m. p.m. -
0,3 0,3 22.533 32.360 54.893
2023 0,6
2024
2. Reguliere bedrijfsvoering USD en B&FPC Omschrijving / Jaar Formatie Projectformatie Totaal formatie Kosten formatie Opbrengsten Budget 3. Businesscases Omschrijving / Jaar Formatie (BuCa) Projectformatie Totaal formatie Kosten formatie Opbrengsten Budget
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
19
BIJLAGE 1 – Activiteiten bedrijfsvoering USD 2021 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4
Participatie
Resultaat
Inhoudelijke maatregelen Variatie toestaan in contactfrequenties klanten Opstellen doelen per begeleide / aan Weco overgedragen klant Omzetten uren Sociale Recherche in Handhaving Actualiseren situatie klanten in systeem
Focus op klanten die daardoor eerder klaar zijn voor Weco Efficiëntere inzet re-intgratiemiddelen; meer uitstroom Meer uitstroom; minder uitkeringen Kansrijke klanten sneller in beeld; minder uitkeringen
X
Ontwikkelingen van processen en werkinstructies Periodiek bespreken casussen met kwaliteitsmedewerker / TL Opstellen werkinstructie voor beëindiging uitkering bij fraude Periodiek caseload overleg van Teammanager met klantmanagers Actualiseren documenten Standaardiseren beschikkingen zodat minder invoer nodig is Beperken aantal telefoontjes via telefonisch spreekuur Vereenvoudigen werkproces Verblijf Buitenland
Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd
X X
Opleiding en ontwikkeling van medewerkers Professionaliseren werkoverleg Opleiden medewerkers die facturen Weco in systeem invoeren Verbeteren invoer Klantmanagers voorkomt verbeteracties Cursus motiveren beschikkingen Opfris/bijspijker cursussen
Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg
X X
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
X X X
X
X X X X
X X
X
X X
X
X X X
20
2021 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4
WMO
Resultaat
Inhoudelijke maatregelen Meest relevante voorliggende voorzieningen in kaart brengen Methode om noodzakelijke begeleiding te onderbouwen (Fact-V) (Semi) beleidsmatige taken overdragen aan team MO SMART doelen stellen en traject staken bij onvoldoende resultaat Wmo nieuw: indicaties afgeven voor maximaal 1 jaar en evalueren Staken niet vergoede behandeling Wlz en ZvW Voorliggende voorzieningen voor psychiatrische begeleiding/behandeling 18+ Voorliggende voorzieningen voor psychiatrische begeleiding/behandeling 18+ Selectiever zijn bij huishoudelijke ondersteuning bij overbelasting Minder stapelzorg bij onvoldoende inzet door gezin
Minder inzet op duurdere vormen van begeleiding Minder inzet in casusistiek Minder inzet Lagere uitgaven door resultaat sturen; minder lange duur Dure voorzieningen korter inzetten. Minder voorzieningen Minder inzet op duurdere begeleiding Minder beschikkingen bij grondslag psychiatrie Minder voorzieningen / minder zware voorzieningen Minder zware voorzieningen
X X X
Ontwikkelingen van processen en werkinstructies Periodiek caseload overleg van Teammanager met klantmanager Geen huisbezoeken bij verlengingen bepaalde aanvragen (o.a. vervoer, hulpm.) DMO's Nieuw en herindicatie zoveel mogelijk plannen op kantoor of telefonisch Werkinstructie voor afbouwen dure inzet (met historie) obv Schulink Triage in het loket verbeteren: beter doorverwijzen naar voorliggende voorzieningen Verbetering van de triage bij het sociaal loket (gebruik intakedocument) Opstellen voor operationele handvatten voor veelvoorkomende situaties Invoer regiesysteem voorkomt dubbele invoer van informatie over klant Standaard teksten voor verslagen ondersteuning Vereenvoudigen / beperken verslaglegging eenvoudige zaken (met name goedkeuring) Beperken verslaglegging bij herindicatie (waar mogelijk) Digitaal ontvangen aanvragen o.a. vervoer en rolstoel Afvink checklists op tablet of laptop voor het inventariseren van de situatie Opstellen werkinstructies voor veelvoorkomende situaties
Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd
X X X X X
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
X X X X X X X
X X X X X X
X X X X X
X
X
X
X
X
X
X X X X
X X X
X X X
X
X X X
X X X X X
X
X
21
Jeugd
Resultaat
2021 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4
Algemene keuzes Voorliggende voorziening ondersteuning ouders bij opvoeding Onafhankelijke kennis (psychiater; psycholoog) om tegenwicht te bieden Claimgerichte beoordeling vervangen door analyse
Jaarlijks 20 casussen eenvoudige inzet voorkomen In één keer goede traject daardoor kortere duur. Betere oplossing; minder dure trajecten
X
Ontwikkelingen van processen en werkinstructies Periodiek caseload overleg van Teammanager met klantmanager Methode om noodzakelijke begeleiding te onderbouwen (Fact-J) Opstellen operationele handvatten veel voorkomende, eenvoudige situaties Werkinstructie voor afbouwen dure inzet (met historie) obv Schulink Afbakenen/definiëren perspectiefregie door klantmanagers Standaard teksten voor verslagen Meer telefonische/digitale afstemming met aanbieders (ipv fysieke overleggen) Verbetering van de triage bij het sociaal loket (gebruik intakedocument) Triage in het loket verbeteren: beter doorverwijzen naar voorliggende voorzieningen Beperken verslaglegging bij evaluaties (waar mogelijk) Verbeter steunwijzer/productenboek voor de meest voorkomende gevallen
Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd Minder verwerkingstijd
X X X X X
Opleiding en ontwikkeling van medewerkers Verbeteren diagnosestelling complexere casussen Jeugd Verbeteren gesprekstechniek KM richting mondige ouders (weerbaarheid) Cursus motiveren verslagen en beschikkingen
Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg Professionalisering met minder verwerkingstijd als gevolg
X
Uitvoeringsplan Grip op sociaal domein – 28 april 2021
X
X X X
X X
X
X X X X
X
X
X X X X X
X
X
X
X
X
X X
X X X
22
BIJLAGE 2 – Formatieplan USD 2021 - 2024 1. Aanleiding In 2020 is bij het cluster USD een bedrijfsvoeringsonderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat de vastgestelde formatie op dit moment onvoldoende is om de huidige werkvoorraad aan te kunnen. Het 2 verschil tussen de vastgestelde en benodigde formatie bedraagt op dit moment 10,6 fte. Tegelijk is ook geconstateerd dat er een flink aantal verbetermaatregelen mogelijk is om de uitvoering van de primaire processen efficiënter te maken. De uitvoering van deze maatregelen vraagt ook tijd en geld. De afgelopen periode is geïnventariseerd hoeveel capaciteit nodig is om alle verbetermaatregelen door te voeren. Ook is een schatting gemaakt van de snelheid waarmee de huidige formatie weer kan worden afgebouwd. Daarmee kan nu het totale formatieplan voor USD voor de jaren 2021 -2024 worden opgesteld. Wel is er één belangrijke disclaimer. Wanneer door externe ontwikkelingen het aantal aanvragen en/of het aantal klanten ingrijpend wijzigt (denk bijvoorbeeld aan wetswijzigingen of de economische ontwikkeling) dan moet de bezetting hierop worden aangepast.
2. Toelichting op het formatieplan Het formatieplan is als volgt opgebouwd:
No. 1 2 3 4 5
De basis is de vaste formatie van begin 2021 (54,98 fte) In bijlage 1 is deze uitgesplitst voor de functies die in het kader van dit formatieplan van belang zijn. De formatie volgens het bedrijfsvoeringsonderzoek nodig is om op dit moment het werk uit te kunnen voeren (65,56 fte). Tegelijk zijn er ook efficiencymaatregelen mogelijk. Op termijn is daardoor 6,18 fte minder aan uitvoeringscapaciteit nodig dan in 2021. Deze efficiencymaatregelen zijn niet “gratis”. Om deze maatregelen te kunnen doorvoeren zijn uren en geld nodig. Op de middellange termijn blijft dan een structurele verhoging van de vaste formatie over van 4,4 fte:
Vaste formatie begin 2021 Benodigde formatie volgens bedrijfsvoeringsonderzoek Verschil vaste en benodigde formatie Effect efficiencymaatregelen Structurele verhoging vaste formatie USD
Fte 54,98 65,56 10,58 6,18 4,4
2
Op dit moment: de benodigde capaciteit wordt mede bepaald door het aantal aanvragen en de omvang van de caseload. Het rapport komt op een verschil van 11,1 fte. Hiervan is 0,5 fte bij de ondersteuning al ingevuld.
23 Versie 10 maart 2021
Dit overzicht leidt tot drie vervolgvragen: Hoeveel capaciteit is nodig om alle efficiencymaatregelen uit te voeren? De capaciteit die nodig is om de verbetermaatregelen uit te voeren is als volgt:
No.
2021 Q1*
Q2
Q3
Q4**
Totaal
1 Wmo
320
155
234
524
1.233
1,0
504
20
-
-
524
0,4
2 Jeugd
275
315
520
90
1.200
1,0
-
-
-
-
-
-
3 Participatie
260
-
124
524
908
0,8
64
-
-
-
64
0,1
4 Totaal
855
470
878
1.138
3.116
2,8
568
20
-
-
588
0,5
Fte
Uren per team
2022 Q1 - Q2 - 22 Q3 - 22 Q4 - 22 22**
Totaal
Fte
In 2021 is 2,8 fte nodig. In 2022 0,5 fte. Hoe snel kan de extra formatie die volgens het onderzoek nodig is worden afgebouwd? Op basis van de huidige informatie ziet het afbouwschema er als volgt uit:
Extra bezetting en afbouw No. Omschrijving / Jaar 1 Extra formatie regulier werk (onderzoek)
2021
2022
2023
2024
10,6
9,1
5,0
4,4
- waarvan uitvoering
8,08
6,6
2,47
1,92
- waarvan ondersteuning
2,5
2,5
2,5
2,5
2 Projectformatie (implementatie)
2,8
0,5
0
0
3 Totaal
13,4
9,6
4,97
4,4
Sommige efficiencymaatregelen hebben direct effect. Bijvoorbeeld het in bepaalde situaties vervangen van een huisbezoek door een gesprek op kantoor (dit scheelt circa 1 uur per dossier). Andere maatregelen hebben meer tijd nodig voor ze een besparing opleveren (denk bijvoorbeeld aan de implementatie van resultaatgericht indiceren). Daarom is de afbouw van 2021 naar 2022 minder groot is dan die van 2022 naar 2023. Nogmaals verwijzen we naar de disclaimer uit § 1: externe ontwikkelingen kunnen de benodigde formatie opwaarts of neerwaarts beïnvloeden.
Hebben deze maatregelen invloed op uitvoering van de maatregelen die al in een eerder stadium door de afdeling MO aan College en Raad zijn voorgelegd? Deze maatregelen zijn opgenomen in de reguliere planning die USD voor 2021 heeft opgesteld en zullen dus worden meegenomen. Er zijn twee uitzonderingen waarvoor incidenteel extra capaciteit 3 wordt gezocht. 3. Incidentele ontwikkelingen Dit formatieplan is gebaseerd op de nu bekende taken. Er zullen de komende tijd weer nieuwe ontwikkelingen zijn die nu nog niet zijn voorzien. Denk aan nieuwe wetgeving en/of de uitvoering van nieuwe taken (zoals de vernieuwde wet Inburgering, de vernieuwde wet Schulddienstverlening enz.). Ook zijn er tijdelijke intensiveringen (denk aan de uitvoering van de Tonkregeling of de implementatie van de nieuwe aanbesteding). In dat geval wordt een apart voorstel gemaakt om in de (tijdelijke) formatie te voorzien.
3
Het gaat om de implementatie van de aanbesteding Wmo en Jeugd van 2021 én de mogelijke invoering van een algemene voorziening Was- en Strijkservice (Wmo).
24 Versie 10 maart 2021
Bijlage 1: Gedetailleerd overzicht van formatie en kosten Extra bezetting en afbouw No. Omschrijving / Jaar
1 Extra formatie regulier werk (onderzoek)
Vaste Nodig volgens Verschil vaste formatie onderzoek formatie en 2020 onderzoek 54,98 65,56 10,58
Mogelijk efficiency* 6,18
Structureel extra ná efficiency* 4,4