CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Plan van aanpak Transitiefase omgevingsplan (fase 1, voorbereiding).pdf

Commissie Woonomgeving 16 januari 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Plan van aanpak voorbereiding transitiefase Omgevingsplan6.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOORDOOSTPOLDER

DE RUIMTE

Transitiefase Omgevingsplan Gemeente Noordoostpolder PLAN VAN AANPAK FASE 1 (VOORBEREIDING) PROJECTTEAM OMGEVINGSPLAN

NOORDOOSTPOLDER

DE RUIMTE Inhoudsopgave Samenvatting....................................................................................................................................................................1 Hoofdstuk 1: Inleiding en leeswijzer......................................................................................................................... 0 Hoofdstuk 2: Resultaat - Omgevingsplan................................................................................................................. 0 Paragraaf 2.1 - Het Omgevingsplan......................................................................................................................0 Paragraaf 2.2 - Samenhang tussen instrumenten Omgevingswet...............................................................0 Paragraaf 2.3 - De weg naar het Omgevingsplan............................................................................................. 1 Paragraaf 2.4 - Resultaat fase 1: Een basis voor het Omgevingsplan..........................................................0 Hoofdstuk 3: Aanpak......................................................................................................................................................0 Paragraaf 3.1 - Participatie fase 1.........................................................................................................................

0 Paragraaf 3.2 - Organisatie, rollen en taken.......................................................................................................0 Paragraaf 3.3 - Projectorganisatie en capaciteit fase 1...................................................................................1 Hoofdstuk 4: Planning en risico's............................................................................................................................... 2 Paragraaf 4.1 - Planning........................................................................................................................................... 2 Paragraaf 4.2 - Risico's............................................................................................................................................. 2 Hoofdstuk 5: Financiën..................................................................................................................................................4 BIJLAGE 1: Proces totstandkoming omgevingsplan (fase 2)............................................................................... 5 BIJLAGE 2: Procedure en besluitvorming (fase 3)

8

Samenvatting Voor u ligt het plan van aanpak voor de voorbereiding van de transitiefase van het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder. Om de transitiefase te kunnen starten en te zorgen dat de gemeente in 2029 beschikt over een gebiedsdekkend omgevingsplan in de geest van de Omgevingswet, zullen de volgende stappen worden gezet: Er wordt geoefend met het maken van een 'stukje' omgevingsplan; Het Handboek omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder wordt gemaakt. Dit Handboek bevat de Noordoostpolder-manier van werken om te komen tot aanpassing van het omgevingsplan. Daarnaast bevat het Handboek de toe te passen inhoudelijke standaarden; Door de raad worden uitgangspunten bepaald (op inhoud, proces en qua systematiek) voor het omgevingsplan. Na afronding van de voorbereidende werkzaamheden kan gestart worden met de transitiefase.

Voorbereiding transitiefase (fase 1: heden-Q2 2023) 1*1 november - 31 december

GemeenteDSO (oefenen)

Transitiefase (fase 2 en 3: Q3 2023-2029)

Deelomgevingsplan 1

Evaluatie

Deelomgevingsplan 2

Evaluatie

2022

•1 januari - 31 maart 2023 •Besluitvorming afgestemd op besluitvorming omgevingsvisie

Uitgangspunten­

notitie Deelomgevingsplan 3 (etc.)

•1 januari - 30 juni 2023

Handboek omgevingsplan

u

I

Evaluatie

Gebiedsdekkend omgevingsplan in 2029

1

NOORDOOSTPOLDER

DE RUIMTE Hoofdstuk 1: Inleiding en leeswijzer Voor u ligt het plan van aanpak voor de transitiefase van het Omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder. Het Omgevingsplan is een actueel gebiedsdekkend plan met regels over de gehele fysieke leefomgeving. Hiermee vervangt het onder andere alle huidige bestemmingsplannen. Een eerste (tijdelijk) Omgevingsplan ontstaat van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2023. Uiterlijk in 2029 dient het tijdelijke Omgevingsplan te worden 'omgebouwd' naar een actueel gebiedsdekkend Omgevingsplan volgens de regels en in de geest van de Omgevingswet. De transitiefase start formeel zodra de Omgevingswet in werking treedt en duurt tot 2029. Dan moet het Omgevingsplan voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. In dit plan van aanpak beschrijven we hoe we tot dit Omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder komen. Na de inleiding volgt in hoofdstuk twee het doel van het Omgevingsplan. We gaan in op datgene wat we al hebben afgerond en wat moeten we nog doen. In dit hoofdstuk lichten wij ook de verbinding met de Omgevingswet toe en schetsen wij het eindresultaat. Hoofdstuk drie beschrijft het proces richting het Omgevingsplan. Ook gaan we daar verder in op de manier van participatie en de organisatie, rollen en verantwoordelijkheden.

In hoofdstuk vier volgen de planning en de gecalculeerde risico's en suggesties om deze te minimaliseren. En als laatste in hoofdstuk vijf de financiën.

Hoofdstuk 2: Resultaat - Omgevingsplan Paragraaf 2.1 - Het Omgevingsplan In het omgevingsplan staan straks alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente krijgt één omgevingsplan. Alle gemeentelijke bestemmingsplannen gaan op in het (tijdelijke) omgevingsplan, evenals regels over de fysieke leefomgeving die nu nog in verordeningen staan en regels die vanuit het Rijk worden gedecentraliseerd (de zogeheten Bruidsschat). Het omgevingsplan wordt opgesteld met het oog op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Het doel van het omgevingsplan hierbij is dat de regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente kan regels specificeren voor verschillende delen van het grondgebied. Ook kan de gemeente functies of kenmerken van locaties of gebieden aanwijzen. Aan deze aanwijzing kan de gemeente regels koppelen voor het gebruik van die locatie of dat gebied. De ontwikkeling van een omgevingsplan dat voldoet aan de wettelijke eisen is juridisch-technisch gezien een forse opgave. Inhoudelijk is de bredere reikwijdte van het omgevingsplan een significante wijziging ten opzichte van de huidige praktijk.

Het omgevingsplan heeft een bredere reikwijdte dan de traditionele ruimtelijke ordeningsaspecten en integreert ook milieuaspecten en gezondheid ("bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid"). De ontwikkeling van het omgevingsplan is meer dan het doorvoeren van juridische-technische wijzigingen. Met het oog op de verbeterdoelen van de Omgevingswet beoogt het omgevingsplan ook een andere manier van werken. De Omgevingswet gaat hierbij uit van de veranderde maatschappelijke context met meer ruimte voor initiatief vanuit de samenleving (uitnodigingsplanologie), digitalisering, en mogelijkheden voor lokaal maatwerk en keuzevrijheid. Participatie is een belangrijke pijler van de Omgevingswet, en een verplichting bij de ontwikkeling van het omgevingsplan. De Omgevingswet definieert participatie hierbij als; "het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit".

Paragraaf 2.2 - Samenhang tussen instrumenten Omgevingswet Naast het omgevingsplan kent de Omgevingswet andere gemeentelijke instrumenten zoals de Omgevingsvisie, Programma's, en de Omgevingsvergunning. Via de beleidscyclus wordt samenhang en actualiteit geborgd. De nieuwe instrumenten beïnvloeden elkaar en worden herijkt waar nodig. Het Omgevingsplan zorgt voor de juridische borging van ambities en doelstellingen uit de Omgevingsvisie. Daarnaast kunnen ook regels worden opgenomen om omgevingswaarden of maatregelen die zijn opgenomen in een programma te kunnen behalen/handhaven. De inhoud van het Omgevingsplan wordt dus grotendeels beïnvloed door de Omgevingsvisie en de programma's. Op basis van de regels in het

réjT EVALUATIE ďyXEN MONITORING

Wat willen we met onze fysieke „ leefomgeving?"

'r X Monitoren is het permanent beZwaken van de doelen. Evalueren is het

\ leriodiek terugkijken of het systeem werkt OMGEVINGSVISIE ' "X en of er aanpassingen gewenst zíjn Een integrale visie voor de fysieke leefomgeving met daarin strategisch beleid voor de lange termijn

TOEZICHT EN í HANDHAVING 'Beginselplicht handhaving: Dat wat geregeld is moet gehandhaafd worden

Ambities Handhaving

Doelstellingen

Maatwerk™ rschriften (Uitvūerings)maatregelen

OM GEVINGSVERGUNN ING í

Concrete maatwerkbesluiten (al dan \ niet o.b.v. het omgevingsplan) over een \ activiteit in de fysieke leefomgeving

\ OMGEVINGSPLAN Juridische vertaling van beleid *íŵXnaar (algemene) regels

"Hoe gaar we de beleidsdoelen halen?

PROGRAMMA'S Uitwerking van het omgevingsbeleid uit de omgevingsvisie. Het programma geeft concreet aan hoe de beleidsdoelen behaald worden, j

Omgevingsplan kunnen Omgevings-vergunningen verleend worden. Het Omgevingsplan valt daarmee onder de uitvoering van de beleidscyclus. Het Omgevingshuis Het omgevingshuis maakt inzichtelijk welk Omgevingswet-instrument welk doel beoogt. Ook wordt beleid- en regelgeving zorgvuldig opgenomen op de juiste plek in het omgevingshuis.

Cmgevuv^kuk NoprdoostppLcter on —i

LU

(D

Paragraaf 2.3 - De weg naar het Omgevingsplan De transitiefase (2023-2029) bestaat uit vier fases, de voorbereiding (1), uitvoering (2), besluitvorming (3) en evaluatie (4).

1

Fase 1: voorbereiding | (eenmalig, 2022-2023) In de eerste fase worden díe stappen gezet die nodig zijn om in fase 2 en 3 op een gestructureerde manier (zowel organisatorisch als inhoudelijk) het tijdelijke Omgevingsplan 'om te bouwen' naar een actueel Omgevingsplan, dat voldoet aan de uitgangspunten van de Ow. De zaken die vóór de inwerkingtreding geregeld moeten zijn, worden in deze fase opgepakt.

Fase 2: uitvoering | (2023-2029) Het omgevingsplan zal naar redelijke verwachting in delen worden opgebouwd uit verschillende thema- of gebiedsgerechte deelomgevingsplannen. Het 'opknippen' is noodzakelijk om de transitiefase behapbaar te houden. De totstandkoming van elk deel-omgevingsplan kent zijn eigen dynamiek en complexiteit. Complexiteit naar inhoud, naar proces, naar maatschappelijke betrokkenheid of naar politiek-bestuurlijke gevoeligheid. De totstandkoming van een deel-omgevingsplan voor een (bestaande) woonwijk verloopt anders dan de totstandkoming van een deelomgevingsplan voor bijvoorbeeld het landelijk gebied of het centrum van Emmeloord. Daarnaast wordt in deze fase duidelijk hoe een initiatief waarvoor een wijziging van het omgevingsplan nodig is, geïntegreerd wordt in het omgevingsplan. Een overzicht van stappen die komen kijken bij het opstellen en vaststellen van een omgevingsplan (fase 2 en 3) is te vinden in bijlage 1. Fase 3: besluitvormingsproces | (2023-2029) Fase 3 bestaat uit het 'formele' voorbereidings- en besluitvormingstraject van delen van het omgevingsplan. Op de voorbereiding van een omgevingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure) van toepassing. De formele procedure die bij het vaststellen van (delen van) het omgevingsplan hoort, is te vinden in bijlage 2.

Fase 4: evaluatie | (2023-2029) De Omgevingswet en haar instrumenten zijn nieuw en propageren een andere werkwijze en manier van denken dan op dit moment gangbaar is. De transitiefase is een veelomvattend proces. Tijdens dit proces zal de gemeente aanlopen tegen zaken die op dit moment niet kunnen worden voorzien. De transitiefase is daarmee ook een leerproces. Tijdens dit proces zullen veel zaken goed gaan, maar zullen en mogen ook fouten worden gemaakt. Van deze fouten moet geleerd worden. Om lerend vermogen te creëren, zal elk deel-omgevingsplan worden afgerond met een evaluatie. Daarbij wordt beoordeeld wat er goed ging en wat anders of beter kan. De evaluatie vindt plaats met betrokken ambtenaren, bestuurders, politiek én stakeholders. De bevindingen uit de evaluatie worden meegenomen in het projectplan voor het volgende (deel)omgevingsplan. Op die manier worden verbeteringen doorgevoerd in het proces en leert de gemeente door te doen.

Voorbereiding

Uitvoering

Besluitvorming

V

Evaluatie

Doorlopend: de borging Zodra (een deel van) het Omgevingsplan gereed is, moet het actueel gehouden worden. Dit moet in de organisatie geborgd worden. Daarnaast moeten verleende omgevingsvergunningen in het omgevingsplan opgenomen worden. Dit plan van aanpak gaat alleen in op de eerste fase. De stappen in fase 1 worden eenmalig uitgevoerd en zijn noodzakelijk om daadwerkelijk te kunnen starten met de transitie. Deze fase levert belangrijke input op voor fase 2.

1

NOORDOOSTPOLDER

DE RUIMTE Paragraaf 2.4 - Resultaat fase 1: Een basis voor het Omgevingsplan In de eerste fase worden díe stappen gezet die nodig zijn om op een gestructureerde manier het tijdelijke omgevingsplan 'om te bouwen' naar een actueel omgevingsplan, dat voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. Na afronding van fase 1 liggen er de volgende resultaten/producten: We hebben geoefend en de basis voor een casco-omgevingsplan is gereed (1 november 2022 - 31 december 2022) Onder begeleiding van een aantal experts wordt gewerkt aan het maken van een basis-omgevingsplan. Het oefenen is intern gericht en hoofdzakelijk juridisch en technisch van aard. Het gaat erom dat de gemeente in staat is om met een integrale werkwijze een (deel)omgevingsplan te maken en digitaal beschikbaar te stellen. Leren door te doen. Onderdeel van het oefentraject is ook de totstandkoming van een casco voor het omgevingsplan. Daarnaast levert deze vingeroefening input op voor de uitgangspuntennotitie die in deze fase aan de raad wordt voorgelegd. Uitgangspuntennotitie (1 januari 2023 - 31 maart 2023) De raad stelt een uitgangspuntennotitie vast waarin zij richting geeft aan de wijze waarop de transitiefase doorlopen wordt en sturing geeft aan de inhoud van het omgevingsplan.

Zowel in het proces, ten aanzien van prioritering als wat betreft de inhoud, zullen (aanvullend op de omgevingsvisie) diverse keuzes moeten worden gemaakt door de raad. Met het maken van deze keuzes geeft de raad richting aan college en ambtenaren in de wijze waarop de transitie wordt vormgegeven. Vragen en keuzes die voorgelegd worden zijn (o.a.): Bouwen we het omgevingsplan themagericht of gebiedsgericht op? Of kiezen we voor een combinatie? Ook moeten de thema's en de verschillende deelgebieden benoemd en afgebakend worden. Prioritering: Welke volgorde wordt aangehouden bij de transitie van het omgevingsplan? Welk gebied of thema heeft voorrang? Wat kan wachten? Op welke wijze wil de gemeente gebruikmaken van toestemmingsstelsels in het omgevingsplan? Zijn vergunningen nodig? Volstaat een melding of wordt bepaald dat activiteiten in het geheel zonder voorafgaande toestemming, binnen algemeen geldende regels mogen worden uitgevoerd? Bij het vaststellen van de omgevingsvisie maakt de raad keuzes op strategisch niveau. Om deze keuzes in juridische zin in het omgevingsplan te kunnen borgen/effectueren, zullen gemaakte strategische keuzes nader moeten worden geconcretiseerd. Afhankelijk van de inhoud van de omgevingsvisie, zal de raad gevraagd worden om een nadere concretisering.

Wordt het omgevingsplan functiegericht of activiteitgericht opgebouwd? Hoe wordt omgegaan met bestaande illegale situaties die naar voren komen bij de inventarisatie ten behoeve van het omgevingsplan? Welke doelen streeft de gemeente(raad) na met het omgevingsplan? Op welke wijze wenst de raad te worden geïnformeerd omtrent de voortgang van de transitie? Op welke wijze wenst de raad betrokken te worden bij de totstandkoming van (deel-) omgevingsplannen? Handboek omgevingsplan (1 januari 2023 - 30 juni 2023) Het Handboek bevat de Noordoostpolder-manier van werken om te komen tot aanpassing van het omgevingsplan. Daarnaast bevat het Handboek de toe te passen inhoudelijke standaarden. In het Handboek moeten de volgende onderwerpen (in ieder geval) hun beslag krijgen: Procesbeschrijving aanpassen (delen) van het Omgevingsplan; standaardregels (verordenende regels van de gemeente zelf ten aanzien van de fysieke leefomgeving, instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving en Bruidsschat, instructieregels vanuit de provincie), inclusief een verantwoording/toelichting per artikel; wijze van borgen van de samenhang tussen de verschillende deel-omgevingsplannen (integraliteit); standaard-plantoelichting met overzicht van alle beleidskaders; model-projectplan en model-participatie- en communicatieplan ten behoeve van aanpassing van (delen van) het Omgevingsplan.

Het Handboek heeft tot doel om eenheid/eenduidigheid te creëren over proces en inhoud van het omgevingsplan. Het Handboek omgevingsplan is een levend document. Op basis van de ervaring die wordt opgedaan bij het maken van de verschillende deel-omgevingsplan, zal het Handboek waar nodig en wenselijk aangepast, aangevuld en verbeterd worden in de transitiefase.

Onderdeel van de totstandkoming van het Handboek is specifiek ook de analyse van de bruidsschat. Beoordeeld moet worden of de regels in de bruidsschat kunnen vervallen (nu of op termijn), gewijzigd moeten worden of dat ze ongewijzigd moeten worden overgenomen in het omgevingsplan. Tevens wordt gekeken naar de wijze waarop de regels uit de Verordening Fysieke Leefomgeving een plek krijgen in het Omgevingsplan. Als bijlage bij het Handboek wordt een model-projectplan en model-participatie- en communicatieplan toegevoegd. Model-projectplan Na de voorbereidingsfase wordt gestart met de daadwerkelijke transitie. Het omgevingsplan zal naar redelijke verwachting worden opgebouwd uit verschillende thema- of gebiedsgerechte deel-omgevingsplannen. Het 'opknippen' is noodzakelijk om de transitiefase behapbaar te houden. De totstandkoming van elk deelomgevingsplan kent zijn eigen dynamiek en complexiteit. Complexiteit naar inhoud, naar proces, naar maatschappelijke betrokkenheid of naar politiek-bestuurlijke gevoeligheid. De totstandkoming van een deelomgevingsplan voor een (bestaande) woonwijk verloopt anders dan de totstandkoming van een deelomgevingsplan voor bijvoorbeeld het landelijk gebied of het centrum van Emmeloord.

Voorafgaand aan de start van de totstandkoming van elk deel-omgevingsplan, zal een projectplan moeten worden gemaakt, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in het betreffende gebied of ten aanzien van het thema én de complexiteit. Elk projectplan zal inhoudelijk van elkaar verschillen. Om eenduidigheid en herkenbaarheid te creëren en te structureren, is het van belang om een model-projectplan te creëren, dat kan dienen als basis voor de te maken projectplannen per deel-omgevingsplan. In het model-projectplan wordt in elk geval aandacht besteed aan de volgende aspecten: Doel van het project; scope van het project en afbakening (deelgebied, thema of concrete ontwikkeling); aannames en randvoorwaarden; producten (op te stellen documenten, uit te voeren onderzoeken, inventarisaties etc.); projectorganisatie; aanpak en fasering (planning); middelen; (personele) capaciteit enbenodigdeinzet derden; financiën; risico's; communicatie en participatie(zie ook participatie- en communicatieplan). Model-participatie- en communicatieplan Wat geldt voor het (model-)projectplan, geldt ook voor de wijze waarop de gemeente communiceert over en gelegenheid biedt tot participatie bij de totstandkoming van een deel-omgevingsplan.

Voorafgaand aan de start van de totstandkoming van elk deel-omgevingsplan zal nagedacht moeten worden over een passende manier van communiceren en participeren. De visie op participatie en het participatiehandboek vormen de basis van het model-participatie en communicatieplan. Communicatie en participatie is echter altijd maatwerk en afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het gebied of het thema waarop het plan betrekking heeft. Om eenduidigheid en herkenbaarheid te creëren en te structureren, is het van belang om een model-communicatieen participatieplan te creëren, dat zal dienen als basis voor de te maken communicatie- en participatieplannen per deel-omgevingsplan.

1

NOORDOOSTPOLDER

DE RUIMTE Hoofdstuk 3: Aanpak Paragraaf 3.1 - Participatie fase 1 Gemeente Noordoostpolder en de samenleving zijn samen verantwoordelijk voor het beschermen en ontwikkelen van de leefomgeving. In artikel 10.2 van het omgevingsbesluit staat wat de wetgever verwacht bij het omgevingsplan omtrent participatie. Hierin moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Gemeenten en provincies geven hierbij ook aan hoe zij invulling hebben gegeven aan hun participatiebeleid. Dat noemen we de motiveringsplicht. Het bevoegd gezag neemt deze motivering op in het vaststellingsbesluit. Met behulp van de impactmeter zal voor de totstandkoming van het Handboek omgevingsplan en voor het vaststellen van de uitgangspuntennotitie inzichtelijk worden gemaakt of en, zo ja, in welke mate participatie wordt georganiseerd.

Paragraaf 3.2 - Organisatie, rollen en taken

In fase 1 onderscheiden we de volgende betrokkenen (zie afbeelding voor betrokkenen): Besluitvorming Gemeenteraad Heeft gedurende het traject een kaderstellende en procesbewakende rol. In de uitgangspuntennotitie stelt de raad kaders met betrekking tot het Omgevingsplan vast en in dit plan van aanpak de werkwijze. College van B& W Het college bereidt de stukken voor die aan de raad worden voorgelegd, zoals dit PvA en de uitgangspuntennotitie.

Stuurgroep NOP de Ruimte Bestaande uit verantwoordelijke bestuurders/portefeuillehouders, verantwoordelijk directielid en ambtelijke opdrachtgever en de programmamanager Omgevingswet. De stuurgroep stuurt op o.a. kwaliteit, resultaten, voldoende inzet van middelen en samenhang met andere trajecten. De groep vormt een voorportaal met betrekking tot (tussen)resultaten en die vervolgens ter besluitvorming worden aangeboden aan college en raad.

Participatie Overlegpartners Indien nodig, worden overlegpartners betrokken bij de totstandkoming van de producten uit de eerste fase. Regels in het handboek kunnen

bijvoorbeeld afgestemd worden met de provincie, de bruidsschat wordt besproken met de omgevingsdienst, enz.

Uitvoering fase 1, voorbereiding (opstellen) De opdrachtgever (vanuit NOP de Ruimte) Faciliteert en is het eerste aanspreekpunt voor de projectgroep, verantwoordelijk voor prestaties en aansluiting op doelen van de organisatie en bestuur. Ambtelijk opdrachtgever is samen met projectleider eindverantwoordelijk voor proces en inhoud. Klankbordgroep intern Deskundigen en adviseurs intern worden betrokken op relevante onderwerpen (denk aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid, cultuur en erfgoed). Ook projectleiders van lopende trajecten sluiten aan. Dit zorgt voor een goede wisselwerking en samenhang tussen interne kennis, lopende trajecten en het omgevingsplan.

Adviesbureau Voor de totstandkoming van het handboek Omgevingsplan wordt een extern bureau in de arm genomen. Zij zorgt samen met de projectgroep voor een helder handboek Omgevingsplan in samenwerking met de overige betrokkenen. Werkgroep Omgevingswet Onder het programma Omgevingswet zijn er meerdere interne werkgroepen. Werkgroep BO/VTH is er een van. Hierin zitten de projectleiders van de kerninstrumenten (Omgevingsvisie, omgevingsprogramma's, omgevingsplan en omgevingsvergunning). Binnen deze werkgroep staat de samenhang tussen de kerninstrumenten centraal.

Paragraaf 3.3 - Projectorganisatie en capaciteit fase 1 De projectorganisatie voor fase 1 is weergegeven in onderstaand organogram. Voor elk op te leveren resultaat of product wordt een werkgroep ingesteld.

1

NOORDOOSTPOLDER

DE RUIMTE

NOORDOOSTPOLDER

DE RUIMT De beoogde bemensing van de project organisat ie, inclusief een raming van de benodigde ureninzet is weergegeven in onderst aande t abel. Waar nodig kunnen ook collega's van andere afdelingen, zoals het ingenieursbureau of uit het sociale domein worden gevraagd om specifieke expert ise in te brengen. Naam

N.t.b.

Rol

Uren

Projectleider

12 Zweek

Projectondersteuning (indien nodig)

4 Zweek

Projectleider (n.t.b.) Mw Communicatie (n.t.b.)

2 Zweek 2 / week

k

2 Zweek

Geo (n.t.b.) Beleidsontwikkeling

2 Zweek Lid klankbordgroep

VTH (n.t.b.)

2 Zweek

2 Zweek

60 60 60 Lid werkgroep 1, oefenen en casco

60 60 60 60

Taken De projectleider is verantwoordelijk voor het tijdig realiseren van fase 1, zoals beschreven in dit plan van aanpak. Hij bewaakt de voortgang^ermijnen, rapporteert aan de programmamanager NOP De Ruimte (enZof aan de stuurgroep). Voorts ziet hij toe op de onderlinge samenhang tussen de verschillende activiteiten en producten die moeten worden ontplooid, respectievelijk opgeleverd. De projectondersteuner ondersteunt de projectleider als het gaat om bijvoorbeeld het organiseren van overleggen, structurering van het project, archivering etc. Vanwege de keuze om de omvang van de werkgroepen beperkt te houden, betekent dit dat de werkgroepen niet over alle (inhoudelijke) expertise beschikken om zelfstandig tot het afgesproken eindproduct te komen. Om die reden wordt een klankbordgroep in het leven geroepen. De klankbordgroep bestaat uit een aantal leden met uiteenlopende (inhoudelijke) expertise. Vanuit de werkgroepen kunnen tussenproducten, concepten etc. voor advies worden voorgelegd aan de klankbordgroep. Het verkregen advies dient vervolgens als input om te komen tot een goed en gedragen eindresultaat. De klankbordgroep dekt inhoudelijk niet alle thema's (klimaatadaptatie, water, energie, cultuurhistorie etc.) af.

De leden van de klankbordgroep beschikken echter wel over ' antennes' om te bepalen welke inhoudelijke expertise op welk moment nog extra betrokken dient te worden bij de beoordeling van tussen- en eindproducten. De leden nemen deel aan het traject van GemeenteDSO en werken op die manier toe naar de basis voor het Omgevingsplan. De activiteiten vinden plaats vanaf week 44 (2022) en worden afgerond voor de jaarwisseling.

60 60 60 -

, trekker

J

Werkgroep 2, Handboek Omgevingsplan

8 Zpp week

Werkgroep 3, uitgangspuntennotitie

8 Zpp week

lid (n.t.b.), lid

De trekker van de werkgroep is de ' primus inter pares Als zodanig is de trekker verantwoordelijk voor het maken van heldere werkafspraken, het formuleren en behalen van tussendoelen en het rapporteren aan de projectleider ten aanzien van de voortgang van de activiteiten binnen de werkgroep. De werkgroep bestaat uit vier leden (waaronder de 'trekker') die er gezamenlijk zorg voor dragen dat het beoogde product tijdig wordt opgeleverd, ter besluitvorming wordt voorgelegd etc. De omvang van de werkgroepen wordt beperkt gehouden, vanuit het oogpunt van efficiency. Geen ' praatgroepjes maar korte overleggen, gericht op actie. Idealiter bestaat een werkgroep uit leden met: - Kennis en ervaring als het gaat om het bewaken van proces/ voortgang; - inhoudelijke kennis op het gebied van de Omgevingswet (omgevingsrecht/ ruimtelijke ordening); - voldoende schrijfvaardigheid; - aandacht voor de ' zachte' kant (samenwerken, communicatie, politieke en bestuurlijke sensitiviteit etc.).

trekker lid

lid Beleidsontwikkeling (n.t.b.), lid

1

Hoofdstuk 4: Planning en risico's Paragraaf 4.1 - Planning Deze paragraaf schetst het tijdspad waarbinnen fase 1 doorlopen wordt. De uitkomst van fase 1 geeft vervolgens richting aan de planning van het vervolg. Denk hierbij aan de door de raad te maken keuzes ten aanzien van prioritering etc. Elk (deel-)omgevingsplan kent vervolgens zijn eigen planning, die wordt neergelegd in het voor het betreffende (deel-)omgevingsplan te maken projectplan. De planning voor fase 1 is (logischerwijs) gekoppeld aan de in fase 1 op te leveren producten en uit te voeren acties. r'

Oefentraject GemeenteDSO

o o

o

Uitgangspuntennotitie Jan - mrt '23 o o

Handboek Omgevingsplan Jan - juni '23

o o o o

^

Aanvang week 44 Evaluatie in januari Input verzamelen voor de uitgangspuntennotitie o Input uit gebiedsgerichte keuzes Omgevingsvisie o Input uit oefentraject GemeenteDSO Opstellen en afstemmen notitie Besluitvorming notitie (mrt '23) Offertes bureau's uitvragen (nov '22) Bureau opdracht geven ('dec '22) Start handboek (jan '23) Basis handboek gereed (juni '23)

Start fase 2 > juli '23

Paragraaf 4.2 - Risico's 1. Te weinig capaciteit en andere interne prioriteiten Gemeente Noordoostpolder staat voor verschillende uitdagingen waardoor er vele opgaven prioriteit hebben. Dit werkt door in de interne beschikbare inzet. Keuzes en prioritering van opgaven kan de risico's minimaliseren. Hiervoor is aandacht bij de opdrachtgever.

2. Onzekerheid inwerkingtreding(sdatum) Omgevingswet De inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is onlangs verschoven naar 1 juli 2023. Het is nog onbekend wat deze verschuiving voor gevolgen heeft voor de datum waarop het omgevingsplan 'klaar' moet zijn. Daarnaast is niet bekend of het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) gebruiksklaar is op 1 juli 2023. Het publiceren van het omgevingsplan kan dan problemen geven. Er volgen Tijdelijke Alternatieve Maatregelen die uitkomst kunnen bieden. Maar ook hierover is nog onvoldoende bekend.

3. Dynamisch proces - De winkel blijft open Het proces van de ontwikkeling van een omgevingsplan, dat zich gemeentebreed afspeelt en doorwerkt, is op zichzelf al een dynamisch proces. We komen dingen tegen die we nu nog niet voorzien en waarbij het nodig is om de aanpak te wijzigen. Op tijd pas op de plaats maken, bijsturen, extra afstemming en opschalen kan nodig zijn voor een beter Omgevingsplan. Daarnaast kunnen er ondertussen nieuwe initiatieven binnen komen die om een aanpassing van het omgevingsplan vragen. Hierop moet ingespeeld kunnen worden. Flexibiliteit is gewenst

2

en nodig. Dit kan leiden tot vertraging, extra werkzaamheden, inhuur en daardoor extra kosten. Indien dit het geval is wordt dit tijdig voorgelegd aan de opdrachtgever en stuurgroep. 4. De complexiteit rondom het landelijke gebied blijft een uitdaging De planologie in het landelijk gebied dateert nog van 2006. Een herziening van het bestemmingsplan in 2010 heeft de eindstreep niet gehaald vanwege stikstof. De planologische kaart is grotendeels ingehaald door de realiteit. Daarnaast zijn de opgaven in het landelijke gebied alleen maar groter geworden. Het proces om te komen tot een omgevingsplan vraagt om een open vizier en een oplossingsgerichte blik waardoor misschien niet alle ambities uit de omgevingsvisie uitgewerkt kunnen worden in het omgevingsplan. 5. Illegale activiteiten - toename toezicht en handhaving Voor met name (maar niet uitsluitend) het landelijk gebied van de gemeente geldt dat de feitelijke situatie in een groot aantal gevallen afwijkt van de planologische situatie. De inventarisatie zelf behelst slechts het in beeld brengen van relevante feiten en omstandigheden. Deze feiten en omstandigheden vormen input voor het omgevingsplan. In fase 1 wordt aan de raad gevraagd om een uitspraak te doen omtrent de wijze waarop het college moet omgaan met illegale situaties die bij een inventarisatie naar voren kunnen (en zullen) komen.

In bepaalde gevallen kan legalisatie aan de orde zijn. In andere gevallen kan het zijn dat de bestaande situatie niet legaliseerbaar is, gelet op de gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Waar dit aan de orde is, wordt informatie vanuit het projectteam gedeeld met de lijnorganisatie die belast is met toezicht en handhaving. Toezicht en handhaving zelf is geen onderdeel van de scope van het project, maar kan wel extra werkzaamheden verwachten die voortvloeien uit dit project. Om deze reden is het van belang om in de voorbereiding goed de verbinding te houden met afdeling VTH en de verschillende opties af te stemmen.

3

Hoofdstuk 5: Financiën In onderstaand overzicht is een kostenraming opgenomen voor fase 1. Begroting

Traject GemeenteDSO Inhuur adviesbureau (begeleiding Handboek) Ondersteuning OFGV (bruidsschat)

Fase 1 C 35.000 C 25.000 (26 weken, 1 dag per week) C 25.000

4

BIJLAGE 1: Proces totstandkoming omgevingsplan (fase 2) Het omgevingsplan bestaat onder andere uit regels, afgebakende werkingsgebieden, een toelichting op de gemaakte keuzes en onderzoeken op basis waarvan de effecten van de gemaakte keuzes op de fysieke leefomgeving in beeld worden gebracht. Hierna wordt kort en globaal aangeduid hoe een deelomgevingsplan tot stand komt. Het gaat om de totstandkoming van het conceptplan dat het besluitvormingsproces in kan gaan.

INTERN (fase 2a)

Projectplan voor het betreffende deel-omgevingsplan Voor het betreffende deel-omgevingsplan wordt een specifiek projectplan opgesteld. Onderdeel van het maken van het projectplan is ook het vormen en betrekken van een projectteam dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden. Inventarisatie van het betreffende deelgebied (feítelijke situatie) Onder andere om (werkings)gebieden af te kunnen bakenen en de benodigde onderzoeken uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk dat de gemeente op de hoogte is van de feitelijke situatie en omstandigheden. Hiernaar zal onderzoek moeten worden gedaan. Deels zal sprake zijn van bureau-onderzoek (informatie vanuit Geoweb, verleende vergunningen etc.), maar in die gevallen waarin de digitaal beschikbare informatie ontoereikend is, zal ook veldonderzoek nodig zijn. De wijze waarop de inventarisatie zal worden uitgevoerd, moet worden beschreven in het projectplan. Inventarisatie van het betreffende deelgebied (relevante beleidskader) Om het plan vorm en inhoud te geven, is het van belang dat inzicht wordt verkregen in de gelet op het betreffende gebied of thema relevante beleidskaders, -doelen etc.

Opstellen concept-deelomgevingsplan Met behulp van de standaarden, zoals opgenomen in het Handboek, de inventarisatieresultaten en de doelstellingen en uitgangspunten vanuit de omgevingsvisie, de door de raad vastgestelde uitgangspuntennotitie en andere (al dan niet sectorale) beleidsdocumenten wordt het concept5

omgevingsplan voor het betreffende deelgebied of thema opgesteld. Het concept-omgevingsplan heeft mede als doel om in contact te treden met inwoners en ondernemers, overlegpartners etc. Toelichting inclusief uitvoering benodigde onderzoeken De toelichting bij het (deel-)omgevingsplan betreft in feite de motivering van het besluit tot vaststelling van het betreffende (deel-)omgevingsplan. In de toelichting wordt uitgelegd waarom en op welke manier het plan bijdraagt aan de door de gemeente bepaalde doelen en vindt een beoordeling plaats van de effecten van het plan voor de fysieke leefomgeving. Deze beoordeling zal in veel gevallen moeten plaatsvinden op basis van onderzoeken door deskundigen. Onderzoek moet bijvoorbeeld worden gedaan naar: - archeologie; - ecologie (gebiedsbescherming en flora & fauna); - externe veiligheid; - verkeer; - etc. De uitkomsten van de onderzoeken kunnen aanleiding vormen om het concept-omgevingsplan aan te passen. Plan-mer (eventueel), inclusief NRD Afhankelijk van het gebied/thema en de ontwikkelingen die met een (deel-)omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, kan het zijn dat een plan-mer moet worden opgesteld. De totstandkoming van de planmer houdt gelijke tred met de totstandkoming van het concept-omgevingsplan en de toelichting bij het omgevingsplan.

In een zo vroeg mogelijk stadium moet worden beoordeeld of voor een (deel-)omgevingsplan een planmer noodzakelijk is. Deze vraag wordt gesteld bij het maken van het projectplan, zodat hiermee organisatorisch, qua planning en qua kosten rekening mee gehouden kan worden. EXTERN (fase 2b)

Als een gemeente een omgevingsplan gaat voorbereiden, dan moet ze daarvan een kennisgeving doen. In die kennisgeving staat hoe de gemeente participatie zal gaan vormgeven. Stelt een gemeente een omgevingsplan vast? Dan moet daar in staan hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft. En ook wat de gemeente met de resultaten heeft gedaan. Wie de gemeente bij de vroegtijdige participatie betrekt, hangt af van het type omgevingsplan, de aard, de omvang en invloed op de fysieke leefomgeving. Participatie- en communicatieplan voor het betreffende (deel-)omgevingsplan Voor ieder deel-omgevingsplan wordt een specifiek participatie- en communicatieplan opgesteld. In het plan komt duidelijk naar voren wie, wanneer en op welke manier betrokken wordt bij de totstandkoming van het betreffende (deel-)omgevingsplan. Uitgangspunt hierbij zijn de handvatten die worden geboden in het Handboek participatie. Overleg met overlegpartners Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet vervalt de wettelijke verplichting tot vooroverleg. Dit maakt niet dat de genoemde overlegpartners in het geheel geen rol toekomt in het proces van totstandkoming van een (deel-)omgevingsplan. Onderdeel van het maken van het omgevingsplan is dat toegelicht wordt op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden.

De overlegpartners - en in het bijzonder het Rijk, Provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland - maken deel uit van het maatschappelijk krachtenveld, waarbinnen plannen ontwikkeld worden en zullen om die reden een positie dienen te krijgen in het communicatie- en participatieproces. Andere overlegpartners zijn leidingbeheerders, zoals Gasunie, Tennet en Liander en buurgemeenten. In het geval sprake is van een plan-mer, wordt de commissie m.e.r. om advies gevraagd als het gaat om de inhoud van de mer. Tenslotte kan het wenselijk zijn om, afhankelijk van de aard van het plan, de locatie etc., één of meer van de volgende partijen te betrekken bij de planvorming: - GGD - Veiligheidsregio Flevoland - Het Oversticht - Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek

6

In het participatie- en communicatieplan (zie hiervóór) zal moeten worden aangegeven of, wanneer en op welke manier deze partijen betrokken worden bij de planvorming. Daarbij geldt voor in ieder geval Provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland dat zij bij alle (deel-)omgevingsplannen betrokken worden. Omtrent de wijze waarop dit gebeurt, worden in regionaal verband afspraken gemaakt. Naar verwachting wordt aangesloten bij de regionale omgevingstafels. ‘Meenemen’ raad en college Het college en de raad worden indien nodig geïnformeerd over de stand van zaken van het omgevingsplan. Daarnaast bepaalt de raad in fase 1 de raad de kaders waarbinnen de transitie van het tijdelijke omgevingsplan naar het omgevingsplan in de geest van en volgens de eisen uit de Omgevingswet plaatsvindt. Tevens bepaalt de raad de prioritering en de snelheid waarop de transitiefase wordt doorlopen. Hierbij gaat het echter nog om keuzes op hoofdlijnen. Met name als het gaat om gebieden of over thema’s waarbij ontwikkelruimte wordt gecreëerd of waarbij sprake is van een aanzienlijke maatschappelijke impact, is het goed denkbaar dat er tijdens de totstandkoming van het (concept-)omgevingsplan van gedachten gewisseld moet worden met of keuzes moeten worden voorgelegd aan raad of college. Voor aanvang van de werkzaamheden moet beoordeeld worden in hoeverre dit aan de orde is.

Of en wanneer omtrent de totstandkoming van een bepaald (deel-)omgevingsplan het gesprek met raad of college moet worden gezocht, dient te landen in het projectplan en in het communicatie- en participatieplan. Eventueel kan er ook voor worden gekozen om de raad op vaste momenten te informeren over de voortgang van de transitie of ten aanzien van de totstandkoming van (deel-)omgevingsplannen. Bij het vaststellen van de Uitgangspuntennotitie (fase 1) kan de raad haar wensen ten aanzien hiervan kenbaar maken. Benadrukt moet worden dat bovenstaande ‘contactmomenten’ los staan van de formeel-juridische bevoegdheden ten aanzien van het omgevingsplan.

7

BIJLAGE 2: Procedure en besluitvorming (fase 3)

Op de voorbereiding van een omgevingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure) van toepassing. Hierna worden de verschillende stadia van deze procedure kort beschreven. Voorbereiden besluitvorming college en raad Het vaststellen van (delen van) het omgevingsplan, is een bevoegdheid van de raad. De raad heeft inmiddels besloten om in bepaalde, specifiek door de raad genoemde gevallen, deze bevoegdheid te delegeren aan het college. Of de raad bevoegd is om het (deel-)omgevingsplan vast te stellen of het college, in beide gevallen is het college het orgaan dat verantwoordelijk is voor de voorbereiding van de besluitvorming (en dus van het nemen van de stappen zoals in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht beschreven). Onder de voorbereiding van de besluitvorming wordt onder andere verstaan: 1. het maken van het (deel-)omgevingsplan; 2. het motiveren van het (deel-)omgevingsplan, daaronder begrepen het (laten) uitvoeren van de benodigde onderzoeken; 3. organiseren van communicatie en participatie; 4. het voeren van overleg en inwinnen van advies; 5. kennisgeven en ter inzage leggen van het ontwerp-omgevingsplan; 6. beoordelen van ingediende zienswijzen; 7. besluitvorming door de raad (of bij delegatie door het college); 8. publiceren van het besluit en digitaal beschikbaar stellen van het vastgestelde plan; 9.

vertegenwoordigen van de gemeente in rechte. 5 is de start van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Kennisgeven en ter inzage leggen van het ontwerp-omgevingsplan Op enig moment tijdens het doorlopen van fase 2 wordt het punt bereikt dat gesproken wordt over het ‘definitieve’ concept-omgevingsplan. Onderzoeksresultaten zijn verwerkt, evenals adviezen en uitkomsten vanuit het participatietraject. Wanneer dit het geval is, wordt het college gevraagd om in te stemmen met het concept-omgevingsplan en de voorbereidingsprocedure te starten, in die zin dat het ontwerp-omgevingsplan ter inzage wordt gelegd. Na dit besluit wordt het ontwerp-omgevingsplan 8

gepubliceerd in de (digitale) Staatscourant en het (digitale) Gemeenteblad. Mogelijk vindt ook publicatie plaats in huis-aan-huisblad De Noordoostpolder. Van de inhoud van het ontwerp-omgevingsplan kan kennisgenomen worden via het DSO. Tijdens de inzageperiode (zes weken) bestaat voor eenieder de gelegenheid om een reactie te geven op het ontwerp-omgevingsplan (een zienswijze in te dienen). De gelegenheid tot het indienen van zienswijzen heeft tot doel om de kwaliteit van het besluit (in dit geval het omgevingsplan) te vergroten. Eenieder heeft de kans om zijn of haar belang nog eens goed voor het voetlicht te brengen, zodat dit belang meegewogen kan worden bij het uiteindelijke besluit omtrent vaststelling van het plan. Beoordelen van ingediende zienswijzen Na afloop van de zienswijzeperiode worden de ingediende zienswijzen verzameld en beoordeeld. De bevindingen worden neergelegd in een ‘reactienotitie’. In deze notitie worden de ontvangen zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Een zienswijze kan aanleiding vormen om het omgevingsplan te wijzigen. Besluitvorming door de raad (of bij delegatie door het college) Na het beoordelen van de zienswijzen, wordt de besluitvorming door de raad voorbereid.

Het (deel)omgevingsplan met toelichting, onderzoeken en de reactienotitie ingediende zienswijzen wordt voorzien van een raadsvoorstel dat ziet op het al dan niet gewijzigd vaststellen van het omgevingsplan. Het plan doorloopt vervolgens het binnen de Noordoostpolder gebruikelijke besluitvormingsproces. Publiceren van het besluit en digitaal beschikbaar stellen van het vastgestelde plan Na vaststelling van het omgevingsplan vindt nogmaals publicatie plaats, op dezelfde wijze als is gebeurd met betrekking tot het ontwerp-omgevingsplan. Indieners van zienswijzen worden geïnformeerd omtrent het besluit en ontvangen de reactienotitie, zodat zij kunnen zien op welke wijze hun zienswijze is meegewogen bij de besluitvorming. Het vastgestelde omgevingsplan wordt beschikbaar gesteld via het DSO. Na publicatie van het besluit vangt de beroepstermijn aan. Belanghebbenden die van oordeel zijn dat het omgevingsplan onrechtmatig is vastgesteld, kunnen binnen zes weken na publicatie beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Vertegenwoordigen van de gemeente in rechte In het geval beroep wordt ingesteld tegen de vaststelling van een (deel-)omgevingsplan, wordt de gemeente door de Afdeling gevraagd en in de gelegenheid gesteld om het procesdossier toe te zenden, verweer te voeren en de zitting bij te wonen. Uiteindelijk mondt het beroep uit in een uitspraak.

De uitspraak kan luiden dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat het besluit om het (deel-)omgevingsplan vast te stellen rechtmatig is geweest. De uitspraak kan echter ook luiden dat het beroep gegrond is, in welk geval het besluit onrechtmatig was. De rechter kan het besluit in dat geval vernietigen of de raad in de gelegenheid stellen om het besluit te herstellen (bestuurlijke lus). Vervolgacties van de zijde van de gemeente zijn altijd afhankelijk van de uitspraak die wordt gedaan. In dit kader voert het te ver om mogelijke scenario’s verder uit te werken. Tenslotte: Plan-merprocedure Afhankelijk van de kenmerken van het gebied en de mogelijkheden die een specifiek (deel-) omgevingsplan biedt, kan het noodzakelijk zijn dat een plan-mer wordt opgesteld en een planmerprocedure wordt doorlopen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Met het maken van een m.e.r. krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld in dit geval het vaststellen van het omgevingsplan. De plan-merprocedure loopt parallel aan het traject van totstandkoming en vaststelling van het betreffende (deel-)omgevingsplan.

Waar een plan-mer noodzakelijk of gewenst is, zal hieraan nader aandacht moeten worden besteed in het projectplan voor het betreffende (deel-)omgevingsplan.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1983/documents/32923