CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Def. Brief Rekenkamer Onderbesteding incl. bestuurlijke reactie en nawoord

Commissie Bestuur, Financien, Veiligheid en Economie 21 september 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Rekenkameronderzoek Onderbesteding7.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Geachte leden van de raad, De Vereniging van Rekenkamers (hierna: VvR), waar ook wij lid van zijn, voert jaarlijks een landelijk zogeheten “Doe mee onderzoek” uit. Decentrale rekenkamers kunnen zich hiervoor inschrijven waarbij dan de gegevens van de betreCende gemeente worden meegenomen in het onderzoek. Het DoeMee onderzoek levert een landelijk beeld op van de stand van zaken rond het onderzochte thema. Deelnemende rekenkamers ontvangen bovendien een factsheet met specifieke informatie over hun gemeente. Naast gemeenten doen ook rekenkamers van waterschappen en provincie mee. Het onderzoek Onderbesteding In 2025 ging het DoeMee onderzoek over het thema onderbesteding. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de Radboud Universiteit. De rekenkamer van Noordoostpolder heeft aan het onderzoek meegedaan. Inmiddels heeft de VvR het onderzoek afgerond en gepubliceerd. Via deze rekenkamerbrief brengen wij u graag op de hoogte van de belangrijkste uitkomsten, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek, zodat de gemeente Noordoostpolder daarmee zijn voordeel kan doen. Verdeling van middelen is één van de belangrijkste en soms vanuit het verdelen van schaarste lastigste taken van een gemeenteraad. Sturen op de begroting blijkt vaak lastig, omdat het ingewikkelde documenten zijn.

Met het onderzoek Onderbesteding hoopt de rekenkamer de raad meer inzicht te geven in haar taak van budgetrecht. Onderbesteding bestaat in dit onderzoek uit drie verschillende componenten: 1. Minder productie, dienstverlening, subsidieverstrekking of projecten realiseren dan gepland waardoor lagere lasten in een begrotingsjaar ontstaan; 2. Het niet volledig gebruiken van toegestane lasten voor productie, dienstverlening, subsidieverstrekking of projecten terwijl die taken wel zijn gerealiseerd. Met andere woorden: het werk kon goedkoper worden gedaan; 3. Het niet volledig (kunnen) benutten van begrote of gedurende het jaar beschikbaar gekomen baten om de beoogde productie, dienstverlening, subsidieverstrekking of projecten tot stand te brengen. De onderzoeksvragen en aanpakonderzoek Het onderzoek stelt als hoofdvraag: Geeft de wijze waarop, in de aan dit onderzoek deelnemende gemeente, wordt begroot, de volksvertegenwoordigers een goed inzicht in de baten en lasten en kan dit worden verbeterd? Hierbij zijn nog 3 deelvragen gesteld: 1. Wat is de omvang van de eventuele onderbesteding? 2. Welke regels zijn er voor het rapporteren van onderbesteding? 3.

Wat zijn de oorzaken van de onderbesteding? 2 De deelnemende lokale overheden stuurden begrotingen, jaarrekeningen en andere verantwoordingsinformatie via de rekenkamers naar de Radboud Universiteit die het onderzoek heeft uitgevoerd. De vergelijkende cijfers tussen gemeenten zijn gemaakt met de IV-3-rapportages van de deelnemende gemeenten. Daarbij is een enquête beantwoord door de concerncontroller. En de rekenkamer heeft een interview met de ambtelijke organisatie en de Auditcommissie gehouden, zie bijlage 1. De gespreksverslagen zijn geverificatie voorgelegd aan de geinterviewden. Aan het onderzoek deden 138 gemeenten van klein tot groot mee. De bevindingen voor gemeenten zijn uitgesplitst op basis van vergelijkbare gemeenten waarbij ze zich hebben aangesloten (G40, P10, K80 en M50). De gemeente Noordoostpolder behoort bij de M50 gemeenten. De M50 zijn middelgrote gemeenten die vaak een centrumfunctie in de regio vervullen, stedelijke problematiek kennen en een vergelijkbare schaal hebben (30.000- 80.000 inwoners), in bijlage 1 staan de namen van deze gemeenten. Op 3 juni is de Nota van Bevindingen aan de organisatie aangeboden voor een toets op de feitelijke juistheid van de bevindingen in het kader van het ambtelijk wederhoor. Op 20 juni ontving de rekenkamer de reactie in het kader van het ambtelijk wederhoor.

Vervolgens is de rapportage op 6 juli naar het college gestuurd voor een bestuurlijke reactie. Deze reactie ontving de rekenkamer op 4 september. Op 8 september is het eindrapport verstuurd naar de griCie ten behoeve van de gemeenteraad. In bijlage 2 (p. 9-20) is de bestuurlijke reactie van het college opgenomen. In bijlage 3 (p.21) staat het nawoord van de rekenkamer op de bestuurlijke reactie. Hoofdbevindingen vanuit het landelijke beeld 1. De hoofdbevinding is dat de extra baten de belangrijkste oorzaak voor meevallers met een hoofdrol voor rijksbijdragen, zowel uit gemeentefonds als uit andere bijdragen. Deze conclusie is terug te voeren op de extra baten uit het gemeentefonds en andere rijksbijdragen als belangrijkste verklaring voor resultaten. In de regel zijn dit middelen die pas in de loop van een jaar beschikbaar komen en dan lang niet altijd meer besteed kunnen worden omdat er bij gemeenten doorlooptijd voor besluitvorming nodig is. Ter illustratie geeft navolgende grafiek1 op niveau van het totaal van het gemeentefonds een beeld van de ontwikkeling gedurende het jaar van het gemeentefonds vanaf meicirculaire t-1 in miljoen euro. 1 Eindrapport, Schipperen tussen crises en ambitie, VvR en Radboud universiteit, februari 2026, p.23.

3 2. Op basis van enquêtegegevens en gegevens over de uitgaven is te zien dat er onderbezetting in de ambtelijke capaciteit is. Bij kleine gemeenten meer dan in grote gemeenten, maar het is wel een zich herhalend verschijnsel. Dit leidt ook tot overschotten op de begroting. 3. Gemeenten huren personeel van derden in. De begrotingen daarvoor zijn structureel te laag en de combinatie van kosten eigen personeel en inhuur overschrijdt in de regel de totaal voor personeel begrote bedragen. Dit leidt tot tekorten op de begroting. 4. Bij de middelen voor fysieke infrastructuur (wegen, woningbouw, schoolgebouwen, sportaccommodaties en riolen) blijkt overal dat de afschrijvingen op kapitaalgoederen lager zijn dan begroot. Daarnaast valt de gronduitgifte, behalve bij P10- en K80-gemeenten, zeker vanaf 2020 tegen. Het zijn aanwijzingen voor vertragingen in de voortgang van investeringen die kunnen zijn veroorzaakt door planningsoptimisme bij de voorbereiding, maar ook door vertragingen bij de uitvoering van de investeringen. 5. Er zijn indicaties van planningsoptimisme. In de eind december van het begrotingsjaar vaststaande begroting zijn extra baten en lasten zijn opgenomen ten opzichte van de begroting zoals vastgesteld aan het begin van het jaar. Bij de jaarrekening blijkt dat regelmatig meer dan 25% van de extra beschikbare middelen niet meer wordt besteed. 6.

Op lokaal niveau zijn inschattingen van baten soms te conservatief. Het blijkt dat belastingopbrengsten anders dan opbrengsten uit OZB, leges en huur regelmatig worden onderschat. 7. In algemene zin zijn, onder invloed van de extra baten, ook extra lasten ontstaan. De extra middelen die gemeenten kregen voor deze extra lasten zijn niet allemaal volledig besteed. Het meest zichtbare voorbeeld vanaf 2022 zijn de lasten voor opvang Oekraïners waar het Rijk middelen voor beschikbaar heeft gesteld. Bevindingen specifiek voor de gemeente Noordoostpolder Uit de voorgaande grafiek met het totaalbeeld van de baten en lasten blijkt dat in de gemeente Noordoostpolder in 6 van de 8 jaren sprake is van (soms forse) onderbesteding. In 2019 was sprake van een lichte onderbesteding, maar liggen begroting en rekening dicht €0 €5.000 €10.000 €15.000 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Saldo van baten en lasten Begroot Laatste begroting Rekening 4 bij elkaar. Van 2021 is de begroting om onbekende redenen niet meegenomen in de staafdiagram. De gemeente Noordoostpolder heeft in de jaarrekening 2023 en 2024 een algemene reserve van ruim 20 miljoen euro. Daarnaast ligt de weerstandsratio rond de 7.

Het weerstandsvermogen is te definiëren als “het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde de taken te kunnen voortzetten, zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt” . Een aandachtspunt is dat de algemene reserve in beginsel alleen mag worden gebruikt voor incidentele uitgaven, dus voor tijdelijke of eenmalige zaken. Daar is wel een uitzondering op waar gemeenten gebruik van kunnen maken. Maximaal 10% van de algemene reserve mag onder voorwaarden worden gebruikt voor structurele uitgaven. De voorwaarden zijn dat (1) het gaat om het surplus van de algemene reserve (het deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s), en (2) de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft.2 De solvabiliteit van de gemeente Noordoostpolder is in de jaarrekening 2024, 79%. De onderstaande grafiek, geeft inzicht in de afschrijvingsbedragen op de kapitaalgoederen in de gemeente Noordoostpolder. Kapitaalgoederen zijn investeringsgoederen met een groot maatschappelijk nut die de gemeente nodig heeft voor de uitvoering van haar taken. Voorbeelden zijn riolering, wegen, gebouwen, groen en water. Elk jaar schrijft de gemeente een deel van de waarde af, De donkerblauwe staven zijn de begrote bedragen en de gele staven zijn de cijfers uit de jaarrekening. Uit de grafiek blijkt o.a.

dat de begrote cijfers altijd hoger liggen dan de realisatie, behalve in 2018. Als de werkelijke cijfers lager zijn dan de begroting, is de verklaring dat de begrote planning in die jaren niet is gehaald. Dit is een voorbeeld van planningsoptimisme. Een ander deel van de verklaring is de systematiek van het krediet in zijn geheel beschikbaar willen hebben voor een goed inzicht en monitoring van de realisatie. Dit onderdeel wordt meer en meer afgebouwd, zo is in de ambtelijke reactie toegelicht. 2 In beperkte mate mag de algemene reserve wel gebruikt worden voor het dekken van een structureel tekort. Zie: https://vng.nl/sites/default/files/2023- 12/21122023_bijlage_lbr_23_053_notitie_incidenteel_structureel_voor_het_najaars_bofv_2023.pdf €0 €1.000 €2.000 €3.000 €4.000 €5.000 €6.000 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Afschrijvingen in € * 1.000 Begroot [B] Rekening [R] 5 Bevindingen M50 gemeenten 1. Rijksbijdragen buiten het gemeentefonds zijn een belangrijke verklaring voor meevallers. Dergelijke middelen komen vaak pas gedurende het jaar beschikbaar. De twee belangrijkste posten zijn opvang Oekraïners en inkomensregelingen rondom COVID19, waarbij het vooraf moeilijk is in te schatten hoeveel geld echt nodig is. Ook voor sport en onderwijs zijn grote extra bijdragen ontvangen. Een deel van die middelen staat nog voor toekomstige bestedingen op de balans. 2.

Personele bezetting is een structureel knelpunt wat zowel blijkt uit de gemiddelde bezetting in 2024, 7,5% onder de formatie, als uit meevallers op eigen personeel in vrijwel alle jaren. 3. Bij ingehuurd personeel is vanaf 2022 een de overschrijding van lasten nog sneller toegenomen dan in de jaren daarvoor. 4. Er is sprake van planningsoptimisme: de hogere lasten die tussentijds zijn goedgekeurd blijken in de rekening deels niet nodig te zijn, met name bij de wat meer aan investeringen gebonden lasten. 5. Er zijn opvallend veel gemeenten in deze groep die hun afschrijvingstermijnen in de loop van de tijd hebben veranderd. Veel gemeenten hebben lagere afschrijvingen bij verkeer & vervoer, riolering, sportaccommodaties, schoolgebouwen en sommige bij ruimte en wonen. 6. Er vindt een omslag plaats in de voortgang bij grondexploitatie: in 2017/2018 was er sprake van hogere baten en lasten, vanaf 2022 zijn er juist lagere baten en lasten wat wijst op vertragingen. In de regel werkt dat niet door in de resultatenrekening omdat winsten en verliezen direct via reserves worden verwerkt. 7. Twee gemeenten zijn dankzij dividenduitkeringen goed voor ruim € 110 miljoen extra resultaat in 2020 en nog eens twee gemeenten voor ruim € 60 miljoen in 2023/2024. 8.

Leges en verkoopopbrengsten bij ‘ruimte & wonen’ en ‘ ‘verkeer & vervoer’’ worden in de begroting gemiddeld met tientallen procenten onderschat. 9. Opvallend is dat parkeerbelasting in de begrotingen wordt overschat. Beelden uit gesprek met leden van de gemeenteraad In het kader van het onderzoek heeft de rekenkamer ook leden van de raad gesproken. Raadsleden gaven aan onderbesteding een belangrijk aandachtspunt te vinden. De consequentie van onderbesteding kan zijn dat doelstellingen niet worden gerealiseerd. Raadsleden van de gemeente Noordoostpolder nemen als uitgangspunt dat voor elk voorstel eerst dekking moet worden gevonden en dat er eerst geld moet zijn ontvangen voordat iets mogelijk is. Dan is het jammer als bij de jaarrekening vaak blijkt dat er geld over is. De gemeente Noordoostpolder hanteert een strakke scheiding tussen incidenteel en structureel geld. Incidenteel geld kan niet worden ingezet voor structurele activiteiten. Gesignaleerd werd dat het principe goed is, maar wat krampachtig en heel consequent toegepast: ook als activiteiten voor een paar jaar structureel zijn dan kan het incidentele geld niet worden ingezet. Daarvoor is het beleid dat gemeente Noordoostpolder incidentele dekking in de vorm van reserves inzet voor de incidentele lasten van als incidenteel/tijdelijk aan te kwalificeren ambities.

Overhevelingen worden altijd goed gekeurd zonder een maximale periode voor het doorschuiven vast te leggen. De reden is dat de uitvoering vertraging heeft opgelopen, vergunningen, procedures en te weinig personeel. 6 Onderbesteding op specifieke taken/beleidsterreinen Wegen en groen: bij de begroting wordt gemeld dat er te weinig geld is om met name al het niet reguliere onderhoud uit te voeren. Tegelijkertijd vertragen projecten wat te verklaren is door te weinig beschikbaar personeel. Sociaal domein: het beleid van de gemeente is bij het programmaonderdeel armoede soberheid. Er blijft geld liggen, omdat inwoners niet goed op de hoogte zijn van alle regelingen maar ook omdat de gemeente sober toewijst. Er wordt nu meer ingezet op het tegengaan van niet-gebruik van regelingen en het aantal regelingen zijn recent uitgebreid. Personeel: De gemeente kan lastig personeel vinden vanwege schaarste op de arbeidsmarkt.3 Bij investeringen geeft de raad akkoord op een bedrag, waarover al twijfels zijn of de begroting niet te laag is. Uiteindelijk komt er een overschrijding in de kosten. De consequentie hiervan is dat een ander project niet of niet volledig door kan gaan, tenzij de raad de ambitie bijstelt ter hoogte van het bedrag van de overschrijding. Bij de jaarrekening is er dan een onderbesteding/ meevaller en dat vinden de raadsleden schuren.

Overigens dient het college de raad volgens artikel 5 lid 3 de Financiële beheersverordening de raad te informeren over zowel de overschrijdingen als de onderschrijdingen. Conclusies Noordoostpolder Op grond van dit onderzoek trekt de rekenkamer de volgende conclusies voor de gemeente Noordoostpolder: 1. De gemeente Noordoostpolder heeft aanzienlijke meevallers, opgeteld in de afgelopen zeven jaar van 2017-2025 bijna €39 miljoen. Bij de jaarrekening 2025 is het positief resultaat 6,8 miljoen euro. Raadsleden hebben niet altijd voldoende inzicht in de verklaringen van de verschillen en merken op dat incidenteel geld niet kan worden ingezet voor structurele activiteiten. Dit principe goed is, maar tegelijk is het belangrijk om zo veel als mogelijk flexibel te blijven. 2. De gemeente Noordoostpolder heeft meevallers doordat de begrote investeringen niet altijd worden gerealiseerd, en planningsoptimisme is hiervoor een verklaring. Een andere categorie meevallers zijn de leges, toeristenbelasting en huren, die begroot de gemeente Noordoostpolder vrijwel elk jaar een stuk lager dan de werkelijkheid. 3. De gemeente Noordoostpolder heeft ook tegenvallers, maar die zijn kleiner dan de meevallers. De tegenvallers doen zich met name voor bij inhuur.

3 In de ambtelijke reactie is meegegeven dat voor bepaalde functies het lastig is (goede) mensen te vinden, maar voor het grootste deel van de functies lukt dit wel. 7 Aanbevelingen aan de gemeenteraad vanuit het landelijk onderzoek U als raad heeft mogelijkheden om in meer of mindere mate bij te sturen op de besteding van middelen in de begroting. De rekenkamer doet aanbevelingen om meer grip te krijgen op het fenomeen onderbesteding. In het landelijke rapport staan ook aanbevelingen voor andere partijen om de informatievoorziening rondom begrotingen en rekeningen te verbeteren. Uiteindelijk dragen die aanbevelingen ook bij aan het goed kunnen invullen van uw rol om middelen toe te wijzen aan de maatschappelijke doelen die u in gemeente Noordoostpolder wilt bereiken. Via uw netwerk en de activiteiten van het college van B&W richting organisaties als VNG kunt u die aanbevelingen ook ondersteunen. Uit de conclusies komen de volgende concrete aanbevelingen voor de raad van de gemeente Noordoostpolder: 1. Vraag bij elke begrotingswijziging (die extra lasten voor het lopende jaar betreft) of er voldoende ambtelijke capaciteit is om het project voor te bereiden en uit te voeren. Vraag ook of externe partijen ook voldoende capaciteit hebben om het project daadwerkelijk uit te voeren.

Soms is het nodig om tussentijds een nieuw project te autoriseren, maar laat bij twijfel de financiële en personele gevolgen in het volgende begrotingsjaar vallen. Vuistregel: na de zomer nog extra lasten honoreren levert een hoog risico op onderbesteding op, dat geld kan vaak niet meer in het lopende jaar worden besteed. 2. Bespreek bij elk signaal van extra baten of het nog lukt om die baten nog in te zetten in het lopende jaar. Weeg af of een bestemmingsreserve gericht op besteding volgend jaar niet de betere oplossing is. 3. Maak bij de behandeling van de kadernota en de begroting een expliciet bespreekpunt van de trend van de eigen baten uit belastingen, leges en huren. Hier is vaak sprake van onderschatting van de opbrengsten. 4. Vraag het College om informatie over de belangrijkste kostensoorten op hoofdlijnen met een vergelijking tussen begroting en rekening (omdat dit niet standaard in de begroting en rekening wordt vermeld). Kijk dan kritisch naar de ontwikkelingen bij lasten eigen personeel en inhuur, afschrijvingen in plaats van kapitaallasten, belasting en leges exclusief de OZB, rentelasten en -baten. 5. Vraag het college om in de paragraaf bedrijfsvoering te rapporteren over de personeelsformatie, de gemiddelde bezetting in het jaar en het ziekteverzuim.

Doel hiervan is om een beeld krijgen van onderbezetting en daaruit voortvloeiende knelpunten voor de taakuitvoering. Volledig rapport Het volledige rapport, inclusief bijlagen is hier te raadplegen. Vanuit het perspectief van de gemeente Noordoostpolder zijn vooral de hoofdstukken 2, 3 en 8 van belang. Als rekenkamer overwegen wij een nader onderzoek naar het bijzondere aspect van de uitgaven als rijkstaak en die waar de gemeente eigen ruimte heeft voor keuzes en naar het onderscheid structurele en incidentele baten en lasten. Met vriendelijke groet, De rekenkamer 8 Bijlage 1 Geïnterviewden Voor dit onderzoek heeft de rekenkamer 2 ambtenaren geïnterviewd. Hiervan zijn verslagen gemaakt die de geïnterviewden hebben gecontroleerd. Documenten Jaarrekeningen 2017 - 2025 Begroting 2017 - 2025 Financiële verordening Deelnemende M50-gemeenten Aalsmeer Maassluis Soest De Bilt Meierijstad Terneuzen De Ronde Venen Midden-Groningen Veldhoven Den Helder Noordoostpolder Velsen Doetinchem Oosterhout Venray Dronten Overbetuwe Waalwijk Geldrop-Mierlo Pijnacker-Nootdorp Weert Goes Rijssen-Holten Wijchen Hellendoorn Roermond Woerden Landgraaf Schagen 9 Bijlage 2 Bestuurlijke reactie

10 Bijlage 2 Vervolg van de bestuurlijke reactie specifiek Bestuurlijke Reactie op het rapport van de Rekenkamer over Onderbesteding’ voor de Rekenkamer. 26 augustus 2026. Van: (portefeuillehouder T. van Steen)/college van burgemeester en wethouders Bevindingen specifiek voor de gemeente Noordoostpolder Uit de voorgaande grafiek met het totaalbeeld van de baten en lasten blijkt dat in de gemeente Noordoostpolder in 6 van de 8 jaren sprake is van (soms forse) onderbesteding. In 2019 was sprake van een lichte onderbesteding, maar liggen begroting en rekening dicht bij elkaar. Van 2021 is de begroting om onbekende redenen niet meegenomen in het staafdiagram. Bestuurlijke reactie: zoals in de passage hierboven onderbesteding is geduid, gaat voorbij aan de drieledigheid van het fenomeen onderbesteding. Onderbesteding is een verzamelbegrip voor: 1. De ambitie of het doel kon met lagere dan begrote lasten worden gerealiseerd. 2. De lasten voor de uitvoering van de ambitie zijn weliswaar niet dit jaar terug te vinden in de jaarrekening tegenover het begrote budget, maar de (restant)lasten volgen in het komende jaar (of later). 3. De lasten voor de uitvoering van de ambitie of het doel zijn lager dan begroot uitgevallen, omdat het doel of de ambitie niet gerealiseerd is en ook niet meer gerealiseerd hoeft of kan worden.

Het college merkt de betekenis van de definitieduiding onderbesteding sub 1 en sub 2 niet aan als onderbesteding, zoals deze wel begrepen zijn in de zich als unilateraal laat lezende connotatie, zoals gepresenteerd door de Rekenkamer. De kwalificering (soms forse) onderbesteding van de Rekenkamer bevreemdt het college. Enerzijds, omdat door de specificatie van de rekeningresultaten (onderbesteding) het voor het college niet mogelijk was om daar invloed op uit te oefenen (denk aan de onvoorziene regelmatig substantiële hogere algemene uitkeringen, die op een dermate laat moment bekend werden gemaakt door het Rijk, dat er in de praktijk niets meer mee kan worden gedaan, en op het jaareinde ingediende aanvragen voor bouwvergunningen waar niet meer te begroten baten tegenover staan en dus onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat en onderbesteding).

Anderzijds, omdat relatief gezien voor de reeks van onderzoeksjaren de onderbesteding conform de connotatie van de Rekenkamer relatief beoordeeld, het gebruik van de duiding niet rechtvaardigen. Wanneer het college op een begroting gesteld op 100%, resultaten (naar duiding Rekenkamer ‘Onderbesteding’) in de verantwoording presenteert van percentages die liggen tussen 95,2% en 99,6% (zie staatje), en in ogenschouw nemende dat een deel van het resultaat niet door het college beïnvloedbaar was, werpt het college de indruk die gewekt wordt, dan wel kan worden door het rapport van de Rekenkamer, dat de onderbesteding (soms) fors zou zijn, verre van zich. Het tegendeel is waar. Het college werkt scherp en werkt met de gepresenteerde percentages rekeningresultaat met begrotingsrealisatieresultaten tussen de 95,2% en 99,6% gerealiseerd, waarbij het college over het geheel van acht begrotingsjaren 97,7% heeft gerealiseerd. Relativiteit van de rekeningresultaten (‘onderbestedingen’, red.

Rekenkamer) Jaar | Omzet | Resultaat | Procentueel 2017 | € 173.623.000 | € 2.595.893 | 1,5% 2018 | € 175.698.000 | € | 750.694 | 0,4% 2019 | € 155.750.000 | € | 775.831 | 0,5% 2020 | € 168.944.000 | € | 5.910.662 | 3,5% 2021 | € 186.949.000 | € | 7.532.963 | 4,0% 2022 | € 214.694.000 | € 10.395.252 | 4,8% 2023 | € 211.182.000 | € | 5.567.380 | 2,6% 2024 | € 238.950.000 | € | 1.905.834 | 0,8% Totaal | 1.525.790.000 | € 35.434.509 | 2,3% De gemeente Noordoostpolder heeft in de jaarrekening 2023 en 2024 een algemene reserve van ruim 20 miljoen euro. Daarnaast ligt de weerstandsratio rond de 7. Het weerstandsvermogen is te definiëren als “het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde de taken te kunnen voortzetten, zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt”. Een aandachtspunt is dat de algemene reserve in beginsel alleen mag worden gebruikt voor incidentele uitgaven, dus voor tijdelijke of eenmalige zaken. Daar is wel een uitzondering op waar gemeenten gebruik van kunnen maken. Maximaal 10% van de algemene reserve mag onder voorwaarden worden gebruikt voor structurele uitgaven.

De voorwaarden zijn dat (1) het gaat om het surplus van de algemene reserve (het deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s), en (2) de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft.2 De solvabiliteit van de gemeente Noordoostpolder is in de jaarrekening 2024, 79%. Bestuurlijke reactie: gemeente Noordoostpolder heeft een surplus op de Algemene Reserve en deze afgezonderd in de Reserve Beleidsplan. De Reserve Beleidsplan kan en wordt ingezet om lasten van incidenteel beleid te dekken. Investeringsreserves die ten laste komen van de Reserve Beleidsplan, dekken de afschrijvingslasten van activa. Afhankelijk van het doel dat wordt gediend, is het e[ect van een afschrijvingsreserve in duur gemeten het dekken van een incidentele last met incidentele middelen voor een periode die de meerjarenprogrammaduur overstijgt en aansluit op de afschrijvingsduur van de activa en kan oplopen tot vijftig jaren. 11 12 Dit beleid combineert de afspraak die in het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv) van 21 november 2023 is gemaakt door de VNG, IPO en UVW over hun de gemeentelijke financiën met de ministeries van Financiën en Binnenlandse Zaken. Deze afspraken bieden gemeenten kansen om hun financiële ruimte beter te benutten. In de redenatie conform deze afspraak kunnen incidentele middelen gebruikt worden voor dekking van structurele lasten per 1-1-2024.

In het geval van kapitaallasten is weliswaar de investering eenmalig; de afschrijvingslasten lopen over een periode tot maximaal vijftig jaren en in die optiek gééft Noordoostpolder invulling aan dit beleid. De onderstaande grafiek, geeft inzicht in de afschrijvingsbedragen op de kapitaalgoederen in de gemeente Noordoostpolder. Kapitaalgoederen zijn investeringsgoederen met een groot maatschappelijk nut die de gemeente nodig heeft voor de uitvoering van haar taken. Voorbeelden zijn riolering, wegen, gebouwen, groen en water. Elk jaar schrijft de gemeente een deel van de waarde af, De donkerblauwe staven zijn de begrote bedragen en de gele staven zijn de cijfers uit de jaarrekening. Uit de grafiek blijkt o.a. dat de begrote cijfers altijd hoger liggen dan de realisatie, behalve in 2018. Als de werkelijke cijfers lager zijn dan de begroting, is de verklaring dat de begrote planning in die jaren niet is gehaald. Dit is een voorbeeld van planningsoptimisme. Een ander deel van de verklaring is de systematiek van het krediet in zijn geheel beschikbaar willen hebben voor een goed inzicht en monitoring van de realisatie. Dit onderdeel wordt meer en meer afgebouwd, zo is in de ambtelijke reactie toegelicht. Bestuurlijke reactie: twee verklaringselementen ontbreken in de toelichting.

Enerzijds is dat wanneer er meer wordt uitgegeven dan begroot, er bij investeringen sprake is van onrechtmatigheid. Als gevolg daarvan wordt er altijd minder gerealiseerd dan begroot (het budget hoeft niet persé ‘op’) of is de realisatie gelijk aan de begroting. Anderzijds is dat de aanpassing(en) die de raad doorvoert op een eerder beschikbaar gesteld investeringskrediet als gevolg van het uitbreiden op opwaarderen van het doel of de ambitie, waardoor de oorspronkelijke geplande realisatiedatum gebaseerd op de realisatie van de oorspronkelijke ambitie, niet meer opportuun is, wat terug te vinden is als een afwijking tussen begroot en werkelijk gerealiseerd bij de jaarrekening. Voor het merendeel van de afwijkingen zijn de aanpassingen van de ambitie na het vaststellen van de initiële ambitie door de raad, de verklaring van de meer materiële afwijkingen. Enkele voorbeelden zijn: de VO-Campus, van renovatie naar nieuwbouw van het Bosbad, de brandweerkazernes en van school naar kindcentrum in Emmelhage. In maart 2016 is een herziening doorgevoerd van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

De wijzigingen hebben vooral betrekking op: • het versterken van de horizontale sturing, verantwoording aan de raad; • meer transparantie van het besluitvormingsproces rond begroting en verantwoording en; • daarmee een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden bij het besluitvormingsproces. De belangrijkste wijzigingen richten zich op: • de informatie voor sturing van de uitvoering; • beleidsindicatoren voor sturen op e[ecten van beleid; • financiële kengetallen om meer zicht te krijgen op toekomstbestendigheid en wendbaarheid van de begroting; • informatie over verbonden partijen ten behoeve van het vergroten van de grip; 13 • een aantal meer technische onderwerpen zoals inzicht en toerekening van overhead en rente; • enkele aanpassingen aan het stelsel van lasten en baten. De invoering van de wijzigingen verloopt gefaseerd vanaf begrotingsjaar 2016 en liep door tot en met 2018. Voor 2018 zijn de volgende wijzigingen in de begroting en jaarrekening doorgevoerd: 1. Een indeling in taakvelden in plaats van beleidsvelden. De begroting kent nog steeds zes programma’s met een onderverdeling in pijlers. De subpijlers zijn verdwenen. 2. Als gevolg van deze nieuwe programma-indeling zijn er verschuivingen doorgevoerd voor enkele producten tussen de programma's. Hierdoor zijn de cijfers niet altijd te vergelijken met voorgaande jaren. 3.

In de begroting 2018 zijn meer afschrijvingsreserves opgenomen door de verplichte activering van investeringen met een maatschappelijk nut. Het aantal afschrijvingsreserves voor dekking van afschrijvingslasten zal de komende jaren verder toenemen. Voor de exploitatie is het e[ect neutraal. 4. 2 In beperkte mate mag de algemene reserve wel gebruikt worden voor het dekken van een structureel tekort. Zie: https://vng.nl/sites/default/files/2023- 12/21122023_bijlage_lbr_23_053_notitie_incidenteel_structureel_voor_het_najaars_bofv_2023.pdf Bevindingen M50 gemeenten 1. Rijksbijdragen buiten het gemeentefonds zijn een belangrijke verklaring voor meevallers. Dergelijke middelen komen vaak pas gedurende het jaar beschikbaar. De twee belangrijkste posten zijn opvang Oekraïners en inkomensregelingen rondom COVID19, waarbij het vooraf moeilijk is in te schatten hoeveel geld echt nodig is. Ook voor sport en onderwijs zijn grote extra bijdragen ontvangen. Een deel van die middelen staat nog voor toekomstige bestedingen op de balans. 2. Personele bezetting is een structureel knelpunt wat zowel blijkt uit de gemiddelde bezetting in 2024, 7,5% onder de formatie, als uit meevallers op eigen personeel in vrijwel alle jaren.

14 3. Bij ingehuurd personeel is vanaf 2022 een de overschrijding van lasten nog sneller toegenomen dan in de jaren daarvoor. 4. Er is sprake van planningsoptimisme: de hogere lasten die tussentijds zijn goedgekeurd blijken in de rekening deels niet nodig te zijn, met name bij de wat meer aan investeringen gebonden lasten. 5. Er zijn opvallend veel gemeenten in deze groep die hun afschrijvingstermijnen in de loop van de tijd hebben veranderd. Veel gemeenten hebben lagere afschrijvingen bij verkeer & vervoer, riolering, sportaccommodaties, schoolgebouwen en sommige bij ruimte en wonen. 6. Er vindt een omslag plaats in de voortgang bij grondexploitatie: in 2017/2018 was er sprake van hogere baten en lasten, vanaf 2022 zijn er juist lagere baten en lasten wat wijst op vertragingen. In de regel werkt dat niet door in de resultatenrekening omdat winsten en verliezen direct via reserves worden verwerkt. 7. Twee gemeenten zijn dankzij dividenduitkeringen goed voor ruim € 110 miljoen extra resultaat in 2020 en nog eens twee gemeenten voor ruim € 60 miljoen in 2023/2024. 8. Leges en verkoopopbrengsten bij ‘ruimte & wonen’ en ‘‘verkeer & vervoer’’ worden in de begroting gemiddeld met tientallen procenten onderschat. 9. Opvallend is dat parkeerbelasting in de begrotingen wordt overschat.

Beelden uit gesprek met leden van de gemeenteraad In het kader van het onderzoek heeft de rekenkamer ook leden van de raad gesproken. Raadsleden gaven aan onderbesteding een belangrijk aandachtspunt te vinden. De consequentie van onderbesteding kan zijn dat doelstellingen niet worden gerealiseerd. Raadsleden van de gemeente Noordoostpolder nemen als uitgangspunt dat voor elk voorstel eerst dekking moet worden gevonden en dat er eerst geld moet zijn ontvangen voordat iets mogelijk is. Dan is het jammer als bij de jaarrekening vaak blijkt dat er geld over is. De gemeente Noordoostpolder hanteert een strakke scheiding tussen incidenteel en structureel geld. Incidenteel geld kan niet worden ingezet voor structurele activiteiten. Gesignaleerd werd dat het principe goed is, maar wat krampachtig en heel consequent toegepast: ook als activiteiten voor een paar jaar structureel zijn dan kan het incidentele geld niet worden ingezet. Daarvoor is het beleid dat gemeente Noordoostpolder incidentele dekking in de vorm van reserves inzet voor de incidentele lasten van als incidenteel/tijdelijk aan te kwalificeren ambities. Overhevelingen worden altijd goed gekeurd zonder een maximale periode voor het doorschuiven vast te leggen. De reden is dat de uitvoering vertraging heeft opgelopen, vergunningen, procedures en te weinig personeel.

Bestuurlijke reactie: de passage; ‘De consequentie van onderbesteding kan zijn dat doelstellingen niet worden gerealiseerd’, dient voor een juiste verklaring als volgt te worden gecompleteerd: ‘de consequentie van onderbesteding kan zijn dat doelstellingen niet of niet binnen de primair gestelde termijn worden gerealiseerd’. De passage; ‘Dan is het jammer als bij de jaarrekening vaak blijkt dat er geld over is. De gemeente Noordoostpolder hanteert een strakke scheiding tussen incidenteel en structureel geld’, suggereert dat dit eigen beleid van gemeente Noordoostpolder is. Quod non. Het college hecht eraan te vermelden dat wordt gehandeld conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), dat aangeeft dat; ‘Het BBV geeft geen scherpe definitie wat incidenteel of structureel is en laat ruimte aan de decentrale overheden omdat dit past bij de eigen beoordeling van de lokale omstandigheden (principle based). 15 Dit dient vooraf in beleidsnota’s (bijvoorbeeld de financiële verordening) te zijn vastgelegd. Over het begrip ‘incidenteel’ kan verschil van interpretatie ontstaan. Van belang voor het bepalen en tonen ervan, is of de incidentele lasten en /of baten van materiële omvang zijn. Wat een gemeente aanmerkt als een materiële beïnvloeding, kan zij zelf bepalen. In de financiële verordening volgens artikel 212 van de Gemeentewet kan dat aangegeven worden.

Daarbij wordt aangetekend dat voor een structureel begrotingsevenwicht de structurele lasten altijd gedekt dienen te worden door structurele baten, maar dat incidentele lasten zowel door incidentele als door structurele baten gedekt mogen worden’ . Onderbesteding op specifieke taken/beleidsterreinen Wegen en groen: bij de begroting wordt gemeld dat er te weinig geld is om met name al het niet reguliere onderhoud uit te voeren. Tegelijkertijd vertragen projecten wat te verklaren is door te weinig beschikbaar personeel. Bestuurlijke reactie: Het college (her)kent deze melding niet. Bij de begroting worden altijd voldoende middelen opgenomen om het vastgestelde beheer- en onderhoudsniveau uit te voeren. Wanneer tussentijds blijkt dat dit niet meer gerealiseerd kan worden voor de begrote middelen, wordt aan de raad extra budget gevraagd als dat nodig is (want de raad kan ook het ambitieniveau herzien). Een tweede moment waarop de budgetten naar het benodigde niveau gebracht worden, als deze ontoereikend blijken, is bij het opstellen van de jaarrekening. Per 31 december worden de onderhoudsvoorzieningen beoordeeld en indien nodig wordt aanvullend een storting gedaan om de voorzieningen op adequaat niveau te brengen. Sociaal domein: het beleid van de gemeente is bij het programmaonderdeel armoede soberheid.

Er blijft geld liggen, omdat inwoners niet goed op de hoogte zijn van alle regelingen maar ook omdat de gemeente sober toewijst. Er wordt nu meer ingezet op het tegengaan van niet-gebruik van regelingen en het aantal regelingen zijn recent uitgebreid. Bestuurlijke reactie: het bestuur geeft een reactie op het huidige beleid (2026) en herkent de duiding sober niet en deelt deze ook niet. Het college kent toe op basis van door de raad vastgesteld beleid. Het is geen college- of ambtelijke afweging. Personeel: De gemeente kan lastig personeel vinden vanwege schaarste op de arbeidsmarkt.3 Bij investeringen geeft de raad akkoord op een bedrag, waarover al twijfels zijn of de begroting niet te laag is. Uiteindelijk komt er een overschrijding in de kosten. De consequentie hiervan is dat een ander project niet of niet volledig door kan gaan, tenzij de raad de ambitie bijstelt ter hoogte van het bedrag van de overschrijding. Bij de jaarrekening is er dan een onderbesteding/ meevaller en dat vinden de raadsleden schuren. Overigens dient het college de raad volgens artikel 5 lid 3 de Financiële beheersverordening de raad te informeren over zowel de overschrijdingen als de onderschrijdingen. Bestuurlijke reactie: In de passage; ‘Bij investeringen geeft de raad akkoord op een bedrag, waarover al twijfels zijn of de begroting niet te laag is.

Uiteindelijk komt er een overschrijding in de kosten. De consequentie hiervan is dat een ander project niet of niet volledig door kan gaan, tenzij de raad de ambitie bijstelt ter hoogte van het bedrag van de overschrijding. 16 Bij de jaarrekening is er dan een onderbesteding/meevaller en dat vinden de raadsleden schuren’, wordt door de Rekenkamer tweemaal de zaak anders gesuggereerd dan de werkelijke situatie en handelwijze van het college is. Het college biedt de raad geen voorstellen aan, waarbij er twijfel is of het doel gerealiseerd kan worden voor het aangevraagde krediet. Wel kan het zo zijn dat er een risico aanwezig is dat er tot aan de realisatie nog niet bekende informatie naar voren komt of de omstandigheden waaronder het doel gerealiseerd moeten worden, wijzigen. Het college geeft dat dan in het raadsvoorstel aan, indien een dergelijke onzekerheid of risico voor een raadsvoorstel van toepassing is of kan zijn. Soms kan dit risico/onzekerheid gekwantificeerd worden en dan wordt er een percentage onvoorzien begroot. Soms kan een risico niet gekwantificeerd worden en wordt in tekstvorm aangegeven dat er een kans is op een op euro’s niet te kwantificeren risico(‘s) of onzekerheid. Van twijfel bij het college bij het aanbieden van voorstellen aan de raad, is géén sprake.

Conclusies Noordoostpolder Op grond van dit onderzoek trekt de rekenkamer de volgende conclusies voor de gemeente Noordoostpolder: 1. De gemeente Noordoostpolder heeft aanzienlijke meevallers, opgeteld in de afgelopen zeven jaar van 2017-2025 bijna € 39 miljoen. Bij de jaarrekening 2025 is het positief resultaat 6,8 miljoen euro. Raadsleden hebben niet altijd voldoende inzicht in de verklaringen van de verschillen en merken op dat incidenteel geld niet kan worden ingezet voor structurele activiteiten. Dit principe goed is, maar tegelijk is het belangrijk om zo veel als mogelijk flexibel te blijven. Bestuurlijke reactie: hier geeft de Rekenkamer een reactie die voorbijgaat aan het BBV en de wijze waarop gemeente Noordoostpolder gebruik maakt van de mogelijkheid om de raad voorstellen te doen om incidentele middelen in te zetten voor incidenteel beleid en voor lasten die aangemerkt kunnen worden als structureel. Een voorbeeld is het gebruik van afschrijvingsreserves voor bepaalde typen van investeringen. De passage: de Gemeente Noordoostpolder heeft aanzienlijke meevallers, opgeteld in de afgelopen zeven jaar van 2017-2025 bijna € 39 miljoen. Bij de jaarrekening 2025 is het positief resultaat 6,8 miljoen euro.

Raadsleden hebben niet altijd voldoende inzicht in de verklaringen van de verschillen en merken op dat incidenteel geld niet kan worden ingezet voor structurele activiteiten’; kan mogelijk onrecht doen aan de (tussentijdse en bij de jaarrekening) verklaringen die de gemeenteraad van het college heeft gekregen voor de rekeningresultaten 2017 – 2025. Deze periode wordt gekenmerkt door een reeks van substantiële extra incidentele algemene uitkeringsbedragen, die niet vooraf bekend waren. 2. De gemeente Noordoostpolder heeft meevallers doordat de begrote investeringen niet altijd worden gerealiseerd, en planningsoptimisme is hiervoor een verklaring. Een andere categorie meevallers zijn de leges, toeristenbelasting en huren, die begroot de gemeente Noordoostpolder vrijwel elk jaar een stuk lager dan de werkelijkheid. Bestuurlijke reactie: de passage: ‘de gemeente Noordoostpolder heeft meevallers doordat de begrote investeringen niet altijd worden gerealiseerd, en planningsoptimisme is hiervoor een verklaring’, is niet volledig en moet zijn: ‘de gemeente Noordoostpolder heeft meevallers doordat de begrote investeringen niet altijd binnen de primair gestelde termijn worden gerealiseerd, en planningsoptimisme is hiervoor een verklaring’.

17 Hierbij dient aangemerkt te worden dat door een latere realisatie weliswaar de afschrijvingslasten in het eerste jaar (of jaren) lager uitvallen dan begroot, maar dat door een latere realisatie de kans op een hoger dan beschikbaar gesteld investeringskrediet, en dus aanvullende kredietaanvraag, reëel is, waardoor het geheel van kapitaallasten over de afschrijvingsjaren als tegenvaller aangemerkt moet worden. Het college begroot conform het uitgangspunt van reëel begroten. De laatste jaren vallen de leges hoger uit dan begroot en dit ontstaat deels aan het einde van het jaar, waardoor de raad geen voorstel meer aangeboden kan worden om de begrote legesbaten te verhogen. Inherent aan de meer dan begrote aanvragen aan het einde van enig jaar, kunnen deze aanvragen ook niet meer worden afgewikkeld. Tevens moet er rekening mee worden gehouden dat er ook extra budget nodig is of kan zijn, wanneer het aantal aanvragen groter is dan begroot. Voor 2026 ziet het college dat de baten een grotere omvang zullen krijgen dan primitief begroot door meer en met name omvangrijkere bouwactiviteiten. Het college is hier scherp op en biedt de raad bij de derde kwartaalbegrotingswijziging van 2026 een voorstel aan om de legesbaten te verhogen en tevens aanvullend budget beschikbaar te stellen voor het afwikkelen van deze aanvragen.

Voor 2027 biedt het college de raad een primitieve meerjarenprogrammabegroting 2027 – 2030 aan waarin zowel de baten als lasten op een hoger niveau begroot zijn dan de voorgaande jaren. Het college beseft dat resultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst, maar acht het op dit moment ook niet opportuun om op een lager niveau te begroten. Het college blijft daarbij het voorzichtigheidsprincipe hanteren, afgestemd op de beschikbare en verwachte mogelijkheden van inwoners en bedrijven om te kunnen (ver)bouwen in relatie tot de (economische) en gemeentelijke, landelijke en mondiale (beleids)context. 3. De gemeente Noordoostpolder heeft ook tegenvallers, maar die zijn kleiner dan de meevallers. De tegenvallers doen zich met name voor bij inhuur. Bestuurlijke reactie: als tijdelijke oplossing voor vacatures, bij tijdelijke werkzaamheden, en voor het realiseren van incidentele doelen/projecten, wordt ingehuurd. Inhuur is de afgelopen jaren voor bepaalde disciplines ook schaarser geworden en als gevolg daarvan hebben de detacheerders hun prijzen verhoogd. Een ander verklaring is dat bij het uitlopen of vergroten van ambities meer moet worden ingehuurd dan aanvankelijk nodig was bij de initiële kredietaanvraag.

Voor diverse functies geldt dat het niet (meer) lukt om ervaren medewerkers aan te trekken als gevolg waarvan tijdelijk (langer) ingehuurd moet blijven worden om enerzijds de continuïteit van de levering van de producten en diensten te borgen en anderzijds de nieuwe medewerkers in te werken en te begeleiden. In het algemeen maken de kosten van inhuur geen onderdeel uit van negatieve componenten in de jaarrekening, omdat de kosten van externe inhuur uit bestaande budgetten wordt gedekt of dat de kosten van inhuur begrepen zijn in (al dan niet aanvullende) aanvragen voor investeringen, dan wel kredieten voor het realiseren van incidentele doelen. 3 In de ambtelijke reactie is meegegeven dat voor bepaalde functies het lastig is (goede) mensen te vinden, maar voor het grootste deel van de functies lukt dit wel. 18 Aanbevelingen aan de gemeenteraad vanuit het landelijk onderzoek U als raad heeft mogelijkheden om in meer of mindere mate bij te sturen op de besteding van middelen in de begroting. De rekenkamer doet aanbevelingen om meer grip te krijgen op het fenomeen onderbesteding. In het landelijke rapport staan ook aanbevelingen voor andere partijen om de informatievoorziening rondom begrotingen en rekeningen te verbeteren.

Uiteindelijk dragen die aanbevelingen ook bij aan het goed kunnen invullen van uw rol om middelen toe te wijzen aan de maatschappelijke doelen die u in gemeente Noordoostpolder wilt bereiken. Via uw netwerk en de activiteiten van het college van B&W richting organisaties als VNG kunt u die aanbevelingen ook ondersteunen. Uit de conclusies komen de volgende concrete aanbevelingen voor de raad van de gemeente Noordoostpolder: 1. Vraag bij elke begrotingswijziging (die extra lasten voor het lopende jaar betreft) of er voldoende ambtelijke capaciteit is om het project voor te bereiden en uit te voeren. Vraag ook of externe partijen ook voldoende capaciteit hebben om het project daadwerkelijk uit te voeren. Soms is het nodig om tussentijds een nieuw project te autoriseren, maar laat bij twijfel de financiële en personele gevolgen in het volgende begrotingsjaar vallen. Vuistregel: na de zomer nog extra lasten honoreren levert een hoog risico op onderbesteding op, dat geld kan vaak niet meer in het lopende jaar worden besteed. Bestuurlijke reactie: voor dat een voorstel aan de raad wordt aangeboden, is er ambtelijk onderzocht of externe partijen ook voldoende capaciteit hebben om het project uit te voeren.

Indien het nodig is om tussentijds een nieuw project aan te raad voor te leggen en er volgens de planning doorloop is naar het volgende jaar, wordt het krediet aangevraagd en tegelijk meegenomen bij de overhevelingen, zodat er geen hoger dan reële kredieten bij het opmaken van de jaarrekening zijn. Op deze manier kan de realisatie van de ambitie zonder oponthoud doorgang vinden vanaf de start van het nieuwe begrotingsjaar. 2. Bespreek bij elk signaal van extra baten of het nog lukt om die baten nog in te zetten in het lopende jaar. Weeg af of een bestemmingsreserve gericht op besteding volgend jaar niet de betere oplossing is. Bestuurlijke reactie: deze aanbeveling is zo gesteld te algemeen gesteld. Bij de tussentijdse rapportages worden alle afwijkingen van de baten en lasten bij elkaar gebracht. Tegenvallers kunnen dan worden gedekt door meevallers en ook incidenteel extra benodigde budgetten kunnen gedekt worden uit meevallers. De beleidslijn is dat er bij de perspectiefnota een integrale afweging plaatsvindt van de nieuwe ambities voor zowel ambities met incidentele als ambities met structurele financiële consequenties. Tijdens het jaar worden meevallers niet ingezet voor afzonderlijke (ad hoc) voorstellen. Dit druist in tegen het goed, dus integraal, kunnen afwegen van de inzet van de beschikbare middelen.

Baten en lasten zijn bij de overheid gescheiden, tenzij er een direct gekoppeld verband is tussen meer/minder lasten met meer/minder baten. Voorbeeld: meer aanvragen voor bouwvergunningen die leiden tot meer legesopbrengsten en ook meer lasten om de aanvragen af te wikkelen. Afwijkend van het vigerende beleid heeft de gemeenteraad eind 2025 en begin 2026 wel investeringsbesluiten genomen die hij niet heeft betrokken bij de integrale afweging en waar ook geen dekking voor was. 19 3. Maak bij de behandeling van de kadernota en de begroting een expliciet bespreekpunt van de trend van de eigen baten uit belastingen, leges en huren. Hier is vaak sprake van onderschatting van de opbrengsten. Bestuurlijke reactie: dit is aan de raad. 4. Vraag het College om informatie over de belangrijkste kostensoorten op hoofdlijnen met een vergelijking tussen begroting en rekening (omdat dit niet standaard in de begroting en rekening wordt vermeld). Kijk dan kritisch naar de ontwikkelingen bij lasten eigen personeel en inhuur, afschrijvingen in plaats van kapitaallasten, belasting en leges exclusief de OZB, rentelasten en -baten.

Bestuurlijke reactie: het college néémt bij het opstellen van een nieuwe begroting standaard de vergelijking mee van de realisatie van de jaarrekening van twee jaren daarvoor (voor de begroting 2027 worden de rekeningcijfers van 2025 gebruikt), naast de vergelijking met de voortgang en verwachting voor de uitvoering van de vigerende begroting (2026). 5. Vraag het college om in de paragraaf bedrijfsvoering te rapporteren over de personeelsformatie, de gemiddelde bezetting in het jaar en het ziekteverzuim. Doel hiervan is om een beeld krijgen van onderbezetting en daaruit voortvloeiende knelpunten voor de taakuitvoering. Bestuurlijke reactie: bij de bestuurlijke rapportage en de jaarstukken legt het college over het programmaplan (zes programma’s) verantwoording af over de begrotingsuitvoering en geeft een toelichting op de status van de realisatie van een doel of ambitie wanneer daartoe aanleiding bestaat. De overige gegevens staan opgenomen onder Arbeidsgerelateerde kosten (pagina 179 en verder van de meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029) en in de paragraaf Bedrijfsvoering. Volledig rapport Het volledige rapport, inclusief bijlagen is hier te raadplegen. Vanuit het perspectief van de gemeente Noordoostpolder zijn vooral de hoofdstukken 2, 3 en 8 van belang.

Als rekenkamer overwegen wij een nader onderzoek naar het bijzondere aspect van de uitgaven als rijkstaak en die waar de gemeente eigen ruimte heeft voor keuzes en naar het onderscheid structurele en incidentele baten en lasten. Bestuurlijke reactie slot: Gemeente Noordoostpolder heeft een gezonde financiële situatie. Het college geeft de raad nadrukkelijk mee dat het totnogtoe gevoerde financiële beleid van gemeente Noordoostpolder ertoe heeft geleid dat gemeente Noordoostpolder ervoor staat zoals zij er nu voor staat: goed. Dat blijkt niet allen uit de stukken die het college aan de raad aanbiedt maar ook uit formele algemene landelijke kwalificeringen (bijvoorbeeld door de VNG en BDO), onafhankelijke controles (externe accountant(s)) en toezichthouders (door provincie en Rijk). Ten aanzien van de bevinding en aanbeveling over planningsoptimisme, het volgende. Het college herkent dit als een fenomeen in de complexe context van waarin besluiten voorbereid en uitgevoerd worden. Het college heeft hier meer dan gemiddelde aandacht voor en laat dit ook terugkomen in het komende collegeuitvoeringsprogramma om het, daar waar het kan, nog strakker in de planning te krijgen en uit te voeren. 20 Het geheel van een gemeentelijke begrotingscyclus is complexer dan nu op basis van dit Rekenkameronderzoek als indruk wordt gewekt.

Naar de overtuiging van het college blijkt dat ook wel, omdat volgens de Rekenkamer de kernbevindingen uit het onderzoek voor schier alle gemeenten opgeld doet. Tot slot wordt voor dit onderzoek en daarmee de onderzoeksresultaten aangetekend dat de context van gemeente Noordoostpolder niet aansluit bij de landelijke resultaten. 21 Bijlage 3 Nawoord rekenkamer De rekenkamer concludeert dat het college voorbijgaat aan de kernboodschap van het onderzoek van rekenkamer. De essentie van onze aanbevelingen is dat onderbesteding niet voor de volle 100% te voorkomen is, maar wel zoveel als mogelijk voorkomen kan worden. Daarbij is het van belang dat de raad wordt meegenomen in structurele en incidentele factoren die leiden tot onderbesteding. Hierdoor wordt de raad in staat gesteld haar kaderstellende en controlerende taak beter uit te voeren. Verder merkt de rekenkamer op dat het college in zijn bestuurlijke reactie onderdelen aanreikt die thuishoren in het ambtelijk wederhoor. Het zijn nieuwe ambtelijke feiten die in een eerder stadium ambtelijk aangereikt dienen te worden. Slechts op die wijze kan de rekenkamer in een zorgvuldig proces zijn werk doen. De rekenkamer zal dit punt meenemen bij de komende kennismaking met het nieuwe college.

Tegelijkertijd geeft de rekenkamer mee dat de reacties van het college op hetgeen door de raad (in de vorige samenstelling) is aangereikt een plaats dienen te krijgen in het gesprek tussen de raad en het college. Tot slot constateert de rekenkamer dat de bestuurlijke reactie van het college niet duidelijk vermeldt of het college al conform de aanbeveling werkt, of dat het college wel of niet instemt met de gedane aanbevelingen van de rekenkamer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2328/documents/45344