CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Deelplan Participatie.pdf

Commissie Samenlevingszaken 17 maart 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Deelplan Participatie9.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Deelplan Participatie

1

Krachtig Noordoostpolder 2.0 Doen wat werkt!

Deelplan Participatie

2

Deelplan Participatie

INHOUD Deelplan Participatie Voorwoord

4

1.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Beleidsplan sociaal domein 2021-2025 ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ Doel van het Deelplan Relatie met andere beleidsvelden Geldigheidsduur deelplan Communicatie Leeswijzer

5

2.

Wat willen we bereiken?

7

2.1. 2.2.

Visie krachtig Noordoostpolder 2.0 Kaders 2.2.1 Versterken eigen verantwoordelijkheid van inwoners 2.2.2 Versterken gemeentelijke regie 2.2.3 Naar een overzichtelijk zorglandschap 2.2.4 Resultaatgericht werken 2.2.5 Financieel kader

7 7 7 8 8 8 8

3

Wat gaan we doen?

9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Zo veel mogelijk inwoners zijn naar vermogen aan het werk Inwoners doen maximaal mee naar eigen vermogen Onze dienstverlening is zo eenvoudig en passend mogelijk De inkomensvoorziening is ondersteunend aan maximaal meedoen Ons participatiebeleid past binnen de financiële kaders

9 11 12 13 14

4

Landelijk, regionaal en lokaal kader

16

4.1

Landelijk kader 4.1.1 Participatiewet 4.1.2 Breed offensief leidt tot wetswijzigingen per 1 juli 2021 4.1.3 Wet inburgering per 1 januari 2022 4.1.4 Aanpassing Wet Suwi per 1 januari 2021 Regionaal kader 4.2.1 Flevoland Werkt 4.2.2 Samenwerking GGZ – Werk en Inkomen 4.2.3 Human Capital Agenda Regio Zwolle Lokaal kader 4.3.1 Lokale arbeidsmarkt 4.3.2 WerkCorporatie 4.3.3 Buitengewoon Werkgevers 4.3.4 Concern voor Werk 4.4.4 Maatschappelijke Partners

16 16 17 17 17 18 18 18 19 19 19 19 19 20 20

4.2

4.3

5 5 5 6

Deelplan Participatie

3

5.

Financiën

21

6.

Risicoanalyse

23

6.1 6.2

Open einde regeling Risicogroepen Participatiewet 6.2.1 Doorstroom vanuit de WW 6.2.2 Voortijdig schoolverlaters 6.2.3 Groep met psychische kwetsbaarheid 6.2.4 Groei banenafsprakers op een baan

23 23 23 23 24 24

7

Bijlagen

25

Deelplan Participatie

VOORWOORD Meedoen Inwoners doen niet zomaar een beroep op de gemeente. Open staan voor hulp getuigt van kracht. Om dat zichtbaar te maken, leest u in dit deelplan ervaringen van inwoners die vanuit de gemeente begeleid worden in het vinden van hun eigen mogelijkheden. Samen met de inwoner, en de mensen en organisaties in zijn of haar omgeving wordt met een open blik gekeken naar wat er wel kan. Dit deelplan laat zien dat wij er grote waarde aan hechten dat iedereen mee kan doen vanuit eigen kracht. Kracht die soms een heel eind is weggezakt of juist zichtbaar aanwezig is, maar niet wordt gebruikt. Gemeente Noordoostpolder kiest met dit deelplan participatie precies voor dat waar de titel voor staat, namelijk participeren in onze samenleving. Niets is mooier dan dat u vanuit uw eigen positie daaraan kunt bijdragen. We hebben elkaar daar hard voor nodig, zo maken we elkaar sterk. Dat is de kracht van Noordoostpolder. Het is mooi om te zien dat er in de achterliggende jaren met veel enthousiasme is samengewerkt door allerlei organisaties, zoals de WerkCorporatie, werkgevers, het onderwijs en welzijn aan het mee laten doen aan de samenleving die we als Noordoostpolder met elkaar vormen.

Natuurlijk is meedoen het mooiste wanneer dat kan met een duurzame positie op de arbeidsmarkt, maar als dat niet lukt zijn er ook genoeg andere mogelijkheden, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk. U kunt meer dan u denkt, of het nu gaat om werken, zorgen of iets doen voor een ander. Dit deelplan ziet erop toe dat er maatwerk wordt geleverd. Daarbij houden we rekening met de wettelijke eisen die er gelden voor de uitvoering van de Participatiewet en dat er ook een tegenprestatie op welke wijze dan ook tegenover mag staan, maar de menselijke maat mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Hans Wijnants Wethouder

4

Deelplan Participatie

1

5

INLEIDING

Als gemeente zijn wij onder andere verantwoordelijk voor taken op het gebied van participatie. De visie van de gemeente op het brede sociaal domein is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ dat op 25 januari 2021 door de raad is vastgesteld. De concretisering van deze visie ligt in de diverse deelplannen. In dit deelplan geven wij aan hoe we de komende jaren invulling geven aan de Participatiewet. Dit deelplan staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van de aanpak in het hele sociaal domein. Het beleidsplan sociaal domein is daarbij kaderstellend.

1.1

Beleidsplan sociaal domein 2021-2025 ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’

In het vastgestelde beleidsplan sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0” zijn de visie, leidende principes en kaders voor de komende jaren vastgelegd. Die worden in hoofdstuk 2 en 3 weergegeven en verder uitgewerkt. Voor de volledige beschrijving verwijzen wij naar het beleidsplan sociaal domein.

1.2

Doel van het deelplan

Voor u ligt het deelplan participatie. Als gemeente streven wij naar een inclusieve samenleving. Iedereen moet naar vermogen deel kunnen nemen aan de samenleving. Het doel van de Participatiewet is om zo veel mogelijk inwoners – ook degenen met weinig arbeidsvermogen – aan het werk te helpen, bij voorkeur bij een reguliere werkgever. Daarnaast is het doel van de wet om de afhankelijkheid van uitkeringen zo klein mogelijk te maken. Hierbij ligt de nadruk op het activeren van inwoners. Als gemeente hebben wij de beleidsvrijheid om eigen invulling te geven aan de re-integratie van inwoners die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. In dit deelplan stellen we plannen op waarbij we beogen een klimaat te scheppen waarin het mogelijk is om iedereen naar vermogen mee te laten doen. Daarin maken we onze omgeving en vooral de werkgevers bewust van bepaalde mogelijkheden, instrumenten en projecten. Maar vooral van het feit dat iedereen iets te bieden heeft.

1.3

Relatie met andere beleidsvelden

De Participatiewet heeft binnen het sociaal domein een relatie met de WMO, Jeugdwet, schulddienstverlening, minimabeleid, gezondheidsbeleid en leerplicht. Die relatie is geborgd in het overkoepelende beleidsplan. Daarnaast is er een directe verbinding met het Sociaal Economisch beleid. Als wij naar de toekomst kijken dan is er ook een relatie met de nieuwe Wet Inburgering (2022) en het Integraal Taalplan (2021) dat wij opstellen. Beide ontwikkelingen zijn nog niet opgenomen in dit deelplan, maar worden later als addendum toegevoegd. De besluitvorming hierover volgt in 2021.

1.4

Geldigheidsduur deelplan

Wij hebben de verplichting om ons beleid periodiek te actualiseren indien daar aanleiding voor is. Dit betekent dat de deelplannen periodiek vervangen worden. Dit beleidsplan blijft geldig totdat deze wordt vervangen. Het ‘Deelplan Participatiewet 2015-2018’ vervalt bij het vaststellen van dit beleidsplan.

1.5

Communicatie

We willen samen met onze partners betrokkenheid en meedoen in onze

Deelplan Participatie

samenleving stimuleren. Daarnaast willen we de ondersteuning aan onze inwoners efficiënter en effectiever organiseren. Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol. Dat geldt voor onze inwoners en externe partners: arbeidsorganisaties, het onderwijs, maatschappelijke instellingen (meeweten, meedenken, meedoen, meebeoordelen). En ook voor onze interne communicatie met medewerkers en bestuur (meeweten, meedenken, meebeoordelen). Wij maken hiervoor gebruik van gerichte communicatiekanalen (meeweten). Onze uitgangspunten zijn daarbij ontvangersgericht, actief en laagdrempelig.

1.6

Leeswijzer

In dit plan geven wij een vooruitblik op het beleid. Na de inleiding in hoofdstuk 1 gaat hoofdstuk 2 in op de visie en de kaders van het beleidsplan sociaal domein en wat dit betekent voor het onderdeel participatie. In hoofdstuk 3 werken we de beoogde resultaten voor het beleidsterrein participatie uit. Dit doen we in de volgorde: Wat gaan we doen? Hoe gaan we dit bereiken? En: hoe gaan we dat monitoren? In hoofdstuk 4 beschrijven we de landelijke, regionale en lokale kaders. Hoofdstuk 5 schetsen we het financieel kader waarin we de taken van de Participatiewet uitgevoerd moeten worden. In hoofdstuk 6 analyseren wij een aantal risico’s.

PROFIEL Klantmanager Participatie over Kristel Een bijdrage leveren in groei van mensen naar zelfstandigheid en uitgaan van hun eigen kracht, dat vind ik in mijn werk geweldig. Zoals ook bij Kristel. In oktober hadden Kristel en ik onze eerste kennismaking. Al vanaf het begin was het mij duidelijk dat Kristel graag weer aan het werk wilde. Maar, wanneer is zij klaar voor die stap? En hoe? Ze vond het spannend om stappen te zetten, mede door de zorg voor haar kinderen en haar alleenstaande positie. We hebben ervoor gekozen om eerst letterlijk in beweging te komen. Fit worden en daarbij tijd voor jezelf hebben, draagt bij aan het vergroten van het zelfvertrouwen. Al vrij snel startte Kristel met een sporttraject. Dat was echt gaaf om te zien! Vanaf het begin was Kristel enthousiast. Ze kreeg meer energie, meer structuur en zag weer een toekomst voor zich. Voor mij is het belangrijk dat ik maatwerk lever. Kristel wil dolgraag en heeft duidelijke doelen. Ik help haar om stap voor stap te werken naar meer zelfstandigheid. Een betaalde baan in de ouderenzorg is een mooi eindstation waar we naartoe werken.

6

Deelplan Participatie

2

7

WAT WILLEN WE BEREIKEN?

Als gemeente zijn wij vanuit het Rijk verplicht om inwoners een uitkering te verstrekken die hiervoor in aanmerking komen. Hierbij zijn wij gebonden aan de regels die de Participatiewet stelt. In de Participatiewet staat de doelstelling ‘werk voor inkomen’ centraal. Voor het activeren van bijstandsgerechtigden via een re-integratieproces is er ruimte voor gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk kijken we verder. We willen uitvoering geven aan de wet die past bij de ontwikkelingen en veranderingen die hebben plaatsgevonden en de komende jaren gaan plaatsvinden. Met de uitvoering sluiten wij aan op het beleidsplan sociaal domein. Daarin zijn de kaders voor de komende jaren vastgelegd. Ook verwerken we de verbeterpunten uit de lokale evaluatie van de Participatiewet 2015 - 2020 in dit beleidsplan.

2.1.

Visie krachtig Noordoostpolder 2.0

We staan voor een sociaal en vitaal Noordoostpolder. Zo luidt ook onze visie:

“Sociaal en vitaal, op eigen kracht. Want een sociaal en vitaal Noordoostpolder is een toekomstbestendig Noordoostpolder.” In het beleidsplan sociaal domein is onze visie vertaald naar vier leidende principes waarop het beleid in het sociaal domein de komende jaren gebaseerd wordt: • Iedereen doet mee • Voorkomen staat voorop • Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft • Financieel houdbaar stelsel Uitgaande van deze leidende principes specificeren we in deze paragraaf wat de kaders voor de doelgroep uit de Participatiewet betekenen. We willen dat onze inwoners maximaal meedoen in de samenleving. Daarbij staat werk voorop. Het hebben van werk is niet alleen belangrijk voor iemands inkomen, maar heeft ook een grote maatschappelijke waarde. Als werk (nog) niet haalbaar is, willen we dat uitkeringsgerechtigden maximaal meedoen en zodoende betrokken blijven in onze samenleving. Het is onze taak om inwoners daarbij waar nodig zo goed mogelijk te ondersteunen.

2.2.

Kaders

In dit hoofdstuk wordt getoetst in hoeverre de geformuleerde kaders voor de doelgroep van de Participatiewet passen binnen de in het beleidsplan sociaal domein en Perspectiefnota gestelde kaders.

2.2.1 Versterken eigen verantwoordelijkheid van inwoners De Participatiewet gaat uit van verantwoordelijkheid en regie bij de inwoner. We verwachten van inwoners dat ze in eigen levensonderhoud voorzien. Als dit niet lukt, ondersteunen wij de inwoner om weer terug te keren naar werk. Dit doen wij door middel van een re-integratietraject. Wanneer betaald werk nog niet voor handen is, gaan werkzoekenden ritme opbouwen of leren ze door trainingen sociale-of werknemersvaardigheden aan. Als werk niet meer mogelijk is, verwachten wij een andere maatschappelijke inzet1, zoals vrijwilligerswerk of mantelzorg. Hierbij gaan wij uit van wat mensen wél kunnen. 1

De wettelijke term hiervoor is tegenprestatie

Deelplan Participatie

8

2.2.2 Versterken gemeentelijke regie Als gemeente hebben wij de regie wat betreft het verstrekken van uitkeringen en het toeleiden naar werk. Voor de toeleiding naar werk is de WerkCorporatie de belangrijkste partner. Zij helpen uitkeringsgerechtigden op weg naar werk op een kwalitatieve en efficiënte manier. Om inwoners een werkplek te kunnen bieden, is relatiebeheer met werkgevers nodig. Ook met het onderwijsveld maken wij afspraken om de doelgroep zo goed mogelijk in beeld te brengen en te bedienen.

2.2.3 Naar een overzichtelijk zorglandschap Ons ondersteuningsaanbod is gericht op wat er nodig is voor de inwoner. De gemeente is verantwoordelijk voor het betrekken van partners in de samenwerkingsketen. Voor de inwoners is het belangrijk dat ze passende ondersteuning krijgen. Wij willen onze dienstverlening zo eenvoudig en centraal mogelijk maken voor de inwoner. Daarom richten we ons op een eenvoudige toegang en een overzichtelijk aanbod. Dit doen we door eenvoudige processen, heldere communicatie en een goede samenwerking en overdracht met onze partners.

2.2.4 Resultaatgericht werken Als inwoners een beroep doen op de Participatiewet, worden zij zo snel mogelijk geholpen. Wij werken efficiënt en effectief. De inwoner ondersteunen wij bij het opstellen van doelen voor bijvoorbeeld werk, participatie of het leren van de taal. We kijken samen of de doelen behaald kunnen worden en waar nodig worden deze bijgesteld.

2.2.5 Financieel kader Voor de financiering van de bijstandsuitkeringen en van de re-integratie worden middelen door het Rijk beschikbaar gesteld. Door het effectief en efficiënt verstrekken van uitkeringen streven wij ernaar binnen de vastgestelde financiële kaders in de meerjarenbegroting 2021 – 2024 te blijven. Dit doen we met maatregelen die voorkomen dat inwoners in de bijstand terechtkomen en met maatregelen die uitstroom bevorderen. Voor de inzet op re-integratie zetten wij het beschikbare budget zo efficiënt mogelijk in.

PROFIEL Maria Niet meer afhankelijk zijn van een uitkering, maar mijn eigen geld verdienen, dat wilde ik graag. En het is gelukt! Binnenkort start ik aan een nieuwe betaalde baan. Toen ik bij de WerkCorporatie kwam had ik echt al heel lang niet meer gewerkt. Ik wist ook niet goed meer hoe het er tegenwoordig allemaal aan toe ging. Hierdoor vroeg ik met af of ik ooit nog wel een baan zou vinden. Samen met de accountmanager van de WerkCorporatie heb ik een plan uitgewerkt. Ik heb bijvoorbeeld een korte opleiding gedaan in Office, Excel en Word. En ik heb een jaar op contract bij RLG Nederland gewerkt. Helaas werd mijn contract vanwege Corona niet verlengd. Bij de WerkCorporatie kreeg ik de tijd om er flink van te mogen balen. Daarna kreeg ik een baan aangeboden, waarvan ze bij de WerkCorporatie zeker wisten dat het bij mij zou passen. En dat bleek te kloppen. Binnenkort begin ik! Bij de WerkCorporatie mag je jezelf zijn, zeggen wat je denkt en ze denken echt met je mee in hoe jij bent en wat bij jou kan passen.”

Deelplan Participatie

9

3 WAT GAAN WE DOEN? In dit hoofdstuk worden de richtinggevende doelen uit het beleidsplan sociaal domein uitgewerkt in beoogde resultaten voor participatie. Vervolgens wordt uitgewerkt wat we hiervoor gaan doen, hoe we dit gaan bereiken en hoe we dit gaan monitoren (SMART indicatoren). De richtinggevende doelen uit het beleidsplan sociaal domein zijn geschreven voor het hele domein. Veel doelen zijn overstijgend en moeten integraal opgepakt worden. In dit plan werken wij de doelen uit die specifiek gelden voor de Participatiewet. In onze gemeente streven we naar een inclusieve samenleving. Wij verwachten dat iedereen een bijdrage levert aan de samenleving, vooral op het gebied van werk. Maar ook door te integreren, mee te doen in het onderwijs of vrijwilligerswerk te doen. Dat geldt voor iedereen, ook als je nieuwkomer bent of inkomensondersteuning krijgt. Samen met maatschappelijke partners, bedrijven en onderwijs willen we iedereen een kans geven om mee te doen. We zetten ons in voor de inwoners die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Wij vinden het dan ook belangrijk dat inwoners weten waar ze terechtkunnen voor hulp, zodat ze tijdig en op de juiste plaats ondersteuning kunnen vinden en vragen. Dit willen wij bereiken door te doen wat werkt. We willen werk op maat bieden en effectief ondersteunen.

Samengevat beogen wij de volgende resultaten: 3.1 Zo veel mogelijk inwoners zijn naar vermogen aan het werk 3.2 Inwoners doen maximaal mee naar eigen vermogen 3.3 De dienstverlening is zo eenvoudig en passend mogelijk 3.4 De inkomensvoorziening is ondersteunend aan maximaal meedoen 3.5 Ons participatiebeleid past binnen de financiële kaders

3.1 Zo veel mogelijk inwoners zijn naar vermogen aan het werk 3.1.1 Wat willen we bereiken? Binnen het kader van de Participatiewet is meedoen aan de samenleving in eerste instantie gericht op deelname aan het arbeidsproces. Inwoners moeten zo snel mogelijk weer in eigen levensonderhoud gaan voorzien. Het doel is dat iedereen naar vermogen aan het werk gaat op de reguliere arbeidsmarkt. Als inwoners in staat zijn (weer) te kunnen werken, kijken we in welke mate dat kan. Sommige inwoners kunnen binnen twee jaar aan het werk, voor anderen is het volgen van onderwijs een belangrijke eerste stap. In elk geval is er verandering nodig. Met een intake brengen wij zo goed mogelijk in beeld wat er speelt en leren we de inwoner beter kennen, zodat we een goede inschatting kunnen maken wat voor hem of haar haalbaar is. Re-integratie is in eerste instantie gericht op werk. Het is niet alleen belangrijk om in eigen levensonderhoud te voorzien, maar draagt ook bij aan persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten. We doen er als gemeente veel aan om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. We doen dit voor alle doelgroepen: van inwoners met een arbeidsbeperking tot inwoners die intensieve begeleiding of een aanpassing van de werkplek nodig hebben. Dat doen we in samenwerking met de WerkCorporatie, het onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke partners.

Een belangrijk punt uit de evaluatie2 en het Rekenkamerrapport3 is om deze samenwerking te onderhouden en verbeteren. De lijnen met het speciaal onderwijs en ROC zijn de afgelopen jaren korter geworden. We vinden elkaar op allerlei niveaus. Ook is in de evaluatie beschreven dat een inclusieve arbeidsmarkt aandacht verdient. Sommige groepen zijn lastiger te bemiddelen naar werk dan de groep die binnen twee jaar naar werk kan (A-groep). 2 3

Een lokale evaluatie van het participatiebeleid (2015-2020). Het Rekenkamerrapport ‘Samenwerken loont.’

Deelplan Participatie

10

We blijven streven naar ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan wij de maatregelen implementeren. We proberen zo veel mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn daarbij afhankelijk van werkgevers. Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage hierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig om hiervoor blijvend aandacht te vragen. In dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wij de werkgeversdienstverlening als regio oppakken.

Doelen Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right

In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld met minimaal een 8 (2019: 8). In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met minimaal een 7. In 2025 is de samenwerking tussen gemeente, WerkCorporatie, onderwijs, UWV zodanig dat alle schoolverlaters die kwetsbaar zijn in beeld zijn en blijven, zodat we ze kunnen ondersteunen als dat nodig is.

3.1.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We faciliteren de WerkCorporatie om inwoners binnen twee jaar naar duurzaam werk of scholing te begeleiden; het gaat zowel om mensen met een bijstandsuitkering als mensen met een arbeidsbeperking. • We stimuleren zelfstandig ondernemerschap. • Ook inwoners die geen recht hebben op een uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden) en herintreders, maar wel graag hulp willen op de weg naar werk, ondersteunen wij. • We brengen samen met UWV inwoners met een WW-uitkering in beeld en te begeleiden naar werk, vóórdat ze een beroep doen op de Participatiewet. • We werken samen met PRO, VSO en MBO om schoolverlaters in beeld te brengen en optimaal te begeleiden naar duurzaam werk.

3.1.3 Hoe gaan we dit bereiken? • Bij de intake wordt samen met de inwoner gekeken of er ook contacten zijn met andere hulpverleners en of de inwoner bekend is bij WMO, Jeugd en/of Leerplicht RMC. Bij het opstellen van het (re-integratie)plan wordt rekening gehouden met lopende hulpverleningstrajecten/plannen. • We maken jaarlijks prestatieafspraken met de WerkCorporatie over uitstroom. • We werken samen met het ZLF voor de ondersteuning van startende, zittende en voormalige (gedeeltelijk) zelfstandigen. • We vragen de WerkCorporatie om samen met UWV sollicitatietrainingen te organiseren en vacatures te delen. • We werken samen in Flevoland binnen RWF en RMC verband en met omliggende gemeenten in de regio Zwolle aan arrangementen voor onze inwoners die werk zoeken. Waar nodig zoeken we hierin samenwerking met private partijen. • We kijken hoe we de dienstverlening aan niet-uitkeringsgerechtigden willen vormgeven.

Deelplan Participatie

11

• We implementeren de maatregelen van het Breed Offensief. • We zorgen er blijvend voor dat er een duurzame relatie bestaat met voldoende werkgevers, zodat het traject richting werk goed verloopt. Dit pakken we regionaal op waar het moet en lokaal waar het kan, in lijn met de wijzigingen in het SUWI-besluit. • We verlengen de afspraken uit de sluitende aanpak voor schoolverlaters die op eigen kracht geen werk vinden.

3.1.4 Hoe gaan we dit monitoren? • We houden de uitstroom naar werk bij. • We registreren de in- en uitstroom naar de Participatiewet en de oorzaak hiervan. • Wij houden een tweejaarlijks tevredenheidsonderzoek onder werkzoekenden en werkgevers bij de WerkCorporatie. • We registreren het aantal mensen uit het doelgroepenregister met een baan. • We registreren het aantal voortijdig schoolverlaters en het vervolgtraject.

3.2 Inwoners doen maximaal mee naar eigen vermogen 3.2.1 Wat willen we bereiken? De Participatiewet is het vangnet van ons sociaal zekerheidstelsel. Werk staat voorop, maar niet voor iedereen is werk (al) haalbaar. Inwoners die een beroep doen op de wet hebben geen andere mogelijkheid om in een inkomen te voorzien. Voor een groot deel is dat tijdelijk. Voor een beperkt deel is dat voor langere tijd. Wij zetten hierbij in op het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt vanuit een preventieve aanpak. We gaan ervan uit dat inwoners maximaal meedoen in de samenleving, ook als ze een uitkering ontvangen. Dit is tevens een verwachting: inwoners participeren naar vermogen. Iedereen heeft mogelijkheden en onze ondersteuning is erop gericht dat die mogelijkheden benut worden. Dat kan op allerlei manieren. Door het (weer) opbouwen van een sociaal netwerk, hulpverlening bij schulden, hulpverlening bij sociaal medische problematiek, het vinden en houden van vrijwilligerswerk, het vinden en houden van betaald parttime werk. Maar ook door eisen te stellen aan de taalvaardigheid en een beperkte tegenprestatie te vragen. Wij verwachten dat inwoners iets doen voor hun uitkering. Inwoners die binnen 2 jaar naar werk kunnen, gaan naar de WerkCorporatie. Inwoners die dat nog niet of niet meer kunnen vinden we terug in het bestand van de gemeente.

In 2019 zijn deze inwoners persoonlijk gesproken en ingedeeld in 4 groepen: A. Inwoners die binnen 2 jaar naar de WerkCorporatie kunnen. B. Inwoners die op dit moment niet aan het werk kunnen en meer kunnen doen aan participatie in de samenleving. C. Inwoners die op dit moment niet (meer) aan het werk kunnen en maximaal mee doen in de samenleving. D. Inwoners waarbij zorg zo’n grote rol speelt in het dagelijks functioneren dat het maatschappelijk participeren in de weg staat.

Doelen Chevron-Circle-Right Chevron-Circle-Right

Richting 2025 participeren inwoners uit de A, B en C-groep in toenemende mate in de samenleving, door (parttime) betaald of onbetaald werk te verrichten. Richting 2025 zijn inwoners uit de D-groep in toenemende mate binnen zes maanden uitgestroomd uit de D-groep.

Deelplan Participatie

12

3.2.2 Wat gaan we hiervoor doen? • Wij begeleiden de inwoners in de groepen A, B en D. • Wij houden contact met de inwoners in groep C en spreken die minimaal 1 keer per jaar. • Wij stimuleren, activeren en informeren inwoners om het beste in zichzelf naar boven te halen. We wijzen op mogelijkheden die passend zijn bij hun maximale bijdrage in onze samenleving; • Wij maken daarbij zoveel mogelijk gebruik van methodieken die aantoonbaar effectief zijn4. • Wij vragen van iedere inwoner een maatschappelijke bijdrage naar vermogen. Daar kan een tegenprestatie onderdeel van uitmaken. • Wij stimuleren het leren en gebruiken van de Nederlandse taal op minimaal het niveau van de wet taaleis.

3.2.3 Hoe gaan we dit bereiken? • We zorgen voor een actueel klantbestand. We houden de lijntjes kort en zorgen voor direct en regelmatig contact met de inwoner. Door dit contact te onderhouden, kunnen we elk moment schakelen naar wat binnen het bereik van de inwoner ligt. • We zorgen er samen met de inwoner voor dat de basis op orde is. Dat er vertrouwen en overzicht is. Hiervoor werken we integraal samen met maatschappelijke partners. • Inwoners die vooralsnog geen perspectief op de arbeidsmarkt hebben, wordt de benodigde zorg, aandacht en begeleiding geboden om belemmeringen voor een terugkeer naar de arbeidsmarkt weg te halen.

3.2.4 Hoe gaan we dit monitoren? • • • • •

We registreren de doorstroom en terugstroom van de A-groep naar de WerkCorporatie. We registreren het aantal mensen van de A, B en C-groep. We registeren het aantal mensen in de D-groep. We registreren het aantal afgesproken tegenprestaties. We registreren het voldoen aan de taaleis.

3.3 Onze dienstverlening is zo eenvoudig en passend mogelijk 3.3.1 Wat willen we bereiken? De toegang tot de Participatiewet gaat via UWV. In het overkoepelende beleidsplan sociaal domein is de toegang tot het sociaal domein beschreven. De toegang tot de Participatiewet is geregeld in de wet. Het aanvragen van een uitkering moet digitaal via www.werk.nl. Als iemand bijstand aanvraagt, wordt diegene door UWV doorverwezen naar onze gemeente. In de beginperiode van de bijstand hebben werkzoekenden de meeste kans om succesvol te re-integreren naar werk. Hoe langer mensen in de bijstand zitten, hoe moeilijker het wordt om een baan te vinden. Vanuit deze gedachte willen wij het proces naar werk niet overhaasten, maar wel eenvoudig en passend maken. De inwoners die binnen 2 jaar via de WerkCorporatie aan het werk kunnen, moeten op een goede manier worden overgedragen vanuit de gemeente. Inwoners waarvoor werk nog verder weg staat, worden op een andere manier op weg geholpen met een trajectplan. Bijvoorbeeld in een sporttraject of met vrijwilligerswerk.

Doelen Chevron-Circle-Right In 2025 willen wij in toenemende mate binnen 4 weken na het aanvragen van een uitkering een passend participatietraject starten.

4

Er is maar een beperkt aanbod aan evidence-based methodieken voor deze groep. Aangetoond is wel dat een aanpak met persoonlijke aandacht en doelen werkt (zie ook 4.3 over deze experimenten in de evaulatie Participatiewet). Bij de inkoop van trajecten wordt daarop gestuurd.

Deelplan Participatie

13

3.3.2 Wat gaan we hiervoor doen? • • • •

Als een inwoner een beroep doet op de Participatiewet, zetten wij zo snel mogelijk de ondersteuning in gang. Wij bieden trajecten aan op maat. We stellen hierin de behoefte van de inwoner centraal. Wij verwijzen door naar maatschappelijk partners als dat nodig is. Wij verwijzen door naar de WerkCorporatie als iemand klaar is voor werk.

3.3.3 Hoe gaan we dit bereiken? • We maken gebruik van motiverende gesprekstechnieken, waarbij we zoveel mogelijk kijken naar wat wél mogelijk is. • Als duidelijk wordt dat er andere problemen spelen, zoeken wij verbinding met procesbegeleiders van het sociaal team. • Sommige inwoners kunnen naar werk, maar ervaren ook andere problemen. In dat geval zoeken wij verbinding met USD, de WerkCorporatie en andere maatschappelijke partners om een breder plan op te stellen. • Als iemand klaar is voor werk, zorgen wij voor een goed overdracht richting de WerkCorporatie. Wij kijken de komende jaren naar de beoordelingswijze daarvoor.

3.3.4 Hoe gaan we dit monitoren? • We registreren de doorlooptijd van de aanvraag tot het moment van aanvang traject • We evalueren de klantervaring op het gebied van de ondersteuning.

3.4 De inkomensvoorziening is ondersteunend aan maximaal meedoen 3.4.1 Wat willen we bereiken? Inwoners die een beroep doen op de Participatiewet hebben onvoldoende inkomen om in de kosten van het bestaan te voorzien. Het ontbreken van een inkomen en onzekerheid over inkomen zorgt voor stress. Veel stress ontregelt inwoners. Met die gedachten willen we de komende jaren inzetten op een effectieve en efficiënte verstrekking van uitkering. Wij gaan ervan uit dat zekerheid bieden over een inkomen, ruimte geeft om te werken aan participatie. Daarbij stellen we wel dat de Participatiewet géén zorgwet is, maar een financieel vangnet als onderdeel van ons stelsel van sociale voorzieningen. Hierbij willen wij misbruik voorkomen. Het volume van de Participatiewet is sterk afhankelijk van de sociaal economische ontwikkeling. We hebben de afgelopen jaren gezien dat een economische crisis, een vluchtelingencrisis en wetgeving als de verhoging van de AOW leeftijd landelijk en lokaal zorgden voor een stijging van het aantal inwoners dat een beroep doet op de Participatiewet. Als gemeente hebben we maar beperkt invloed op het volume. Om die reden kiezen we ervoor om als doel op te nemen dat de bestandsontwikkeling vergelijkbaar is met de landelijke ontwikkeling van de bijstandspopulatie.

Doelen Chevron-Circle-Right

In 2025 is het aantal inwoners dat een beroep doet op de Participatiewet lager dan het landelijk gemiddelde.’ Nu is dat: 2019 Noordoostpolder 31,0 per 1000 inwoners. Nederland: 38,2 per 1000 inwoners. (Bron: CBS, waar staat je gemeente).

Deelplan Participatie

14

3.4.2 Wat gaan we hiervoor doen? • Wij verstrekken alleen een uitkering als dit nodig is. Dat doen wij efficiënt en effectief. Wij maken gebruik van formele bronnen om het recht op uitkering vast te stellen, zodat onnodige verstrekkingen voorkomen worden. Inwoners weten waar ze recht op hebben, wanneer ze daar over kunnen beschikken en hebben geen last van onze processen. • Wij handelen een aanvraag zo snel mogelijk af. Ons doel is binnen 4 weken, zodat financiële ondersteuning van de inwoner tijdig beschikbaar is. De wettelijke termijn is 8 weken.

3.4.3 Hoe gaan we dit bereiken? • Wij richten onze processen zo in dat de inwoner maximaal wordt ondersteund bij het rechtmatig ontvangen van een uitkering. • Wij leggen een sanctie bij fraude of weigering, zodat onnodig gebruik voorkomen wordt. Daarbij kijken wij of er al dan niet sprake is van opzet of grove schuld. Wij willen voorkomen dat mensen die bijvoorbeeld per ongeluk iets niet of verkeerd in een formulier hebben ingevuld buitenproportioneel gesanctioneerd worden. • We vorderen onterecht verstrekte uitkeringen terug.

3.4.4 Hoe gaan we dit monitoren? • We registreren het aantal inwoners dat een beroep doet op de Participatiewet. • We registreren de doorlooptijden van de aanvragen tot beschikking. • We registreren het aantal teruggevorderde uitkeringen.

3.5 Ons participatiebeleid past binnen de financiële kaders 3.5.1 Wat willen we bereiken? Als gemeente hebben we maar beperkt invloed op het aantal inwoners dat een beroep doet op de Participatiewet en de daarbij behorende kosten. Die beperkte invloed kunnen we uitoefenen in een aantal maatregelen. De maatregelen die we nemen om de uitkering effectief en efficiënt te verstrekken en het in beeld brengen van kwetsbare groepen zorgen mede voor een financieel houdbaar stelsel. Dat zijn maatregelen die we nemen om instroom naar het bijstandsbestand te voorkomen. Anderzijds zijn er maatregelen nodig die leiden tot een efficiëntere en effectievere bedrijfsvoering van onszelf, alsook van onze partners. We willen met onze huidige partners in gesprek over verbetering van de dienstverlening, dan wel verlaging van de kosten. Alleen zo kunnen we onze lasten beheersbaar houden. Ook moeten we kritisch kijken naar de mate waarin we aansluiting houden bij onze wettelijke taak en bovenwettelijke taken aan de markt over laten.

Doelen Chevron-Circle-Right Wat betreft bijstandsuitkeringen blijven wij binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen (Participatiewetbudget). Chevron-Circle-Right We herijken de afspraken tussen de gemeente en dienstverlenende organisaties om de financiën beheersbaar te houden (Participatiebudget). Chevron-Circle-Right Het uitvoeren van de Participatiewet blijft binnen de door de gemeenteraad vastgestelde financiële kaders.

Deelplan Participatie

15

3.5.2 Wat gaan wij hiervoor doen? • Wij voorkomen dat mensen in de uitkering terechtkomen door de eerde genoemde preventieve maatregelen (zie ook hoofdstuk 3.1); • Wij voorkomen dat er onterecht uitkeringen verstrekt worden; • Wij zetten in op resultaatgerichte afspraken in de dienstverlening.

3.5.3 Hoe gaan we dit bereiken? • Wij werken samen met maatschappelijk partners, het onderwijs en UWV om schoolverlaters en inwoners met een WW-uitkering in beeld te brengen (zie hoofdstuk 3.1). • We gaan besparen op de taken van de sociale recherche regionaal. Het verwachte financiële effect is een verlaging van de kosten met 25.000, -. • We herijken de dienstverleningsovereenkomst met Concern voor Werk. Het verwachte financiële effect is een verlaging van de kosten met 100.000, -. • We verminderen onze bijdrage aan de WerkCorporatie vanaf 2022. Het verwachte financiële effect is een verlaging van de kosten met 100.000, -. Wij werken in 2021 een aantal scenario’s uit hoe wij dat gaan doen. • We onderzoeken of we de bovenwettelijke functie MKB-doorstart niet meer uit kunnen voeren vanaf 2022. Het verwachte financiële effect is een verlaging van de kosten met 15.000, -.

3.5.4 Hoe gaan we dit monitoren? • We monitoren de doelen via de reguliere Planning & Control cyclus • We monitoren het doel dat het participatiewetbudget betreft via periodieke managementinformatie

PROFIEL Tabitha “Via Turkije ben ik met mijn gezin naar Nederland gekomen. Mijn man en ik hebben drie kinderen en sinds 2017 wonen we in Emmeloord. Ik doe erg mijn best om de Nederlandse taal eigen te maken. Mijn droom is om straks mijn eigen inkomen te verdienen. Het liefst met naaien en borduren, want dat doe ik graag. De gemeente geeft me de kans om te leren en te ervaren wat ik kan. Daar ben ik erg dankbaar voor!” “Via de gemeente heb ik bijvoorbeeld een taalstage gelopen bij een beweegcoach van Carrefour. En nu heb ik een werkervaringsplaats bij een kledingatelier. Zo kan ik kijken of zo’n soort onderneming iets voor mij is. Het lijkt me geweldig straks zelf ook zoiets te kunnen starten!”

Deelplan Participatie

16

4 LANDELIJK, REGIONAAL EN LOKAAL KADER 4.1 Landelijk kader 4.1.1 Participatiewet De Participatiewet heeft tot doel om zo veel mogelijk inwoners –ook degenen met weinig arbeidsvermogen – aan het werk te helpen, bij voorkeur bij een reguliere werkgever. Daarnaast is het doel van de wet om de afhankelijkheid van uitkeringen zo klein mogelijk te maken. Hierbij ligt de nadruk op het activeren van inwoners. Gemeenten hebben verschillende instrumenten tot hun beschikking om inwoners naar werk te begeleiden, zoals een proefplaatsing, jobcoaching en aanpassingen aan de werkplek. In de Participatiewet zijn ook twee nieuwe instrumenten opgenomen: loonkostensubsidie en beschut werk. Loonkostensubsidie is een subsidie die werkgevers kunnen ontvangen als zij inwoners in dienst nemen die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Beschut werk is bedoeld voor inwoners die door hun beperking (nog) niet bij een gewone werkgever aan de slag kunnen. De Participatiewet van 2015 vervangt een aantal oude regelingen voor verschillende doelgroepen: • Inwoners die bijstand krijgen, voorheen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Deze groep viel vóór de invoering van de Participatiewet ook onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. • Jonggehandicapten met arbeidsvermogen. Sinds 1 januari 2015 vallen nieuwe jonggehandicapten met arbeidsvermogen onder de Participatiewet.

Voorheen vielen zij onder een wet voor jonggehandicapten, de Wajong. Zij kregen een uitkering van UWV5. De groep die vóór 1 januari 2015 een Wajong-uitkering ontving, blijft onder de verantwoordelijkheid van UWV vallen. Voor jonggehandicapten zonder arbeidsvermogen blijft de Wajongregeling ook bestaan. • Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden en houden van werk en alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. Dit zijn inwoners die voorheen recht zouden hebben op een plek in de sociale werkvoorziening. Zij vielen onder de Wet sociale werkvoorziening. Inwoners die op 31 december 2014 werkzaam waren in de sociale werkplaats blijven onder de Wsw vallen. Inwoners die op dat moment nog op de wachtlijst Wsw stonden, vallen onder de nieuwe Participatiewet. Ook nieuwe instroom valt onder de Participatiewet. • Niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’) en inwoners met een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Nuggers zijn niet-uitkeringsgerechtigde inwoners zonder werk die bij UWV zijn ingeschreven als werkzoekende. Zij voldoen niet aan de voorwaarden voor een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld omdat ze te veel eigen vermogen hebben.

Daarbij gaat het zowel om ‘klassieke’ niet-uitkeringsgerechtigden (zoals inwoners zonder uitkering die graag (weer) aan de slag zouden willen op de arbeidsmarkt) als om jonggehandicapte niet-uitkeringsgerechtigden die voorheen onder de Wajong viel. De gemeente kan hen helpen bij het zoeken naar werk. • Inwoners met een uitkering op grond het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Deze groepen vielen voorheen al onder verantwoordelijkheid van de gemeente, en nu dus nog steeds. De eerste en de laatste doelgroep worden samen beschouwd als de ‘klassieke’ bijstandsgerechtigden. 5

Alle in dit document gebruikte afkortingen zijn in bijlage 2 toegelicht.

Deelplan Participatie

17

Daarmee zijn de vijf doelgroepen onder te verdelen in vier hoofdcategorieën: • jonggehandicapten met arbeidsvermogen; • klassieke bijstandsgerechtigden; • de Wsw-doelgroep; • nuggers.

4.1.2 Breed offensief leidt tot wetswijzigingen per 1 juli 2021 Op 7 september 2018 heeft de Staatssecretaris van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een breed offensief aangekondigd6 om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Om de ambities waar te maken, heeft het kabinet (onder meer) een aantal wijzigingen in de Participatiewet voorgesteld. Deze wijzigingen worden op 1 juli 2021 ingevoerd. De wetwijzigingen hebben betrekking op de volgende onderdelen: • vereenvoudiging van loonkostensubsidie; • aanvraagmogelijkheid ondersteuning op maat (bijv. jobcoach), harmonisering instrumenten; • wegnemen van administratieve knelpunten no-riskpolis/ziekmelding; • vrijlating van arbeidsinkomsten bij werken met loonkostensubsidie. Gemeenten moeten de wijze waarop ze deze wijzigingen gaan uitvoeren vast leggen in regionaal uitvoeringsplan en in de lokale verordeningen.

4.1.3 Wet inburgering per 1 januari 2022 Op 1 januari 2022 wordt de nieuwe wet Inburgering ingevoerd. Een wet die de regie op inburgering (weer) bij de gemeente legt. Voor de uitvoering betekent dit dat we er als gemeente meer taken bij krijgen en dat er meer verbinding komt tussen inburgering en de verplichtingen van de Participatiewet. De nieuwe Wet Inburgering is vooral een uitvoeringswet. De kaders zijn door het Rijk vastgesteld. Gemeenten krijgen de opdracht om de wet uit te voeren. Taken die wij moeten uitvoeren zijn: • Een Brede intake waarbij zoveel mogelijk informatie van de statushouder in beeld wordt gebracht. • Het bieden van een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) waarin de rechten en plichten van de statushouder zijn opgenomen. • Het aanbieden van verschillende leerroutes, de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)en het Participatieverklaringstraject (PVT). Inburgeren is meer dan de taal leren. In de Wet Inburgering 2022 wordt het leren van de taal direct gekoppeld aan participeren in de samenleving. De bedoeling van de wet is dat statushouders vaker en sneller dan in het huidige stelsel de weg vinden naar de arbeidsmarkt.

4.1.4 Aanpassing Wet Suwi per 1 januari 2021 Per 1 januari 2021 aanpassing van de Wet Suwi. Gemeenten worden daarin verplicht om meer regionaal samen te werken. De regie hiervoor ligt bij de centrumgemeente. Een gevolg van de aanpassing is dat er minimale eisen komen voor de dienstverlening aan werkgevers. De invoering van het besluit Suwi wordt uitgewerkt met de samenwerkingspartners in de arbeidsmarkt Flevoland. Afspraken hierover worden vastgelegd in een uitvoeringsplan. Onderdelen van dat plan gaan bijvoorbeeld over het inzetten van re-integratie-instrumenten en voorzieningen voor werkgevers. Met de komst van de Schakelteams bestaande uit collega’s van gemeenten en UWV, is er de eerste aanzet gegeven tot een meer gestructureerde samenwerking binnen de regio Flevoland. De schakelteams hebben als doel om regionaal accountmanagement in te richten om werkgevers (nog) beter te kunnen bedienen door goed opgeleide en gemotiveerde medewerkers te leveren. In samenwerking met werkgevers, onderwijs en overheid. Er zijn drie schakelteams actief in de (krapte)sectoren zorg, techniek en transport en logistiek.

6

De uitwerking hiervan staat in de Kamerbrief van 20 november 2018.

Deelplan Participatie

4.2

18

Regionaal kader

Voorafgaand aan de invoering van de Participatie werd door werkgevers, werknemers en het kabinet het sociaal akkoord gesloten. In dit akkoord is vastgelegd dat er tot 2026 125.000 extra banen komen voor inwoners met een arbeidsbeperking. Om deze banen te realiseren, werd in elke arbeidsmarktregio een Werkbedrijf opgericht. In Flevoland werd dit het Regionaal Werkbedrijf Flevoland, het RWF.

4.2.1 Flevoland Werkt Het Regionaal Werkbedrijf Flevoland (RWF) is een actiegericht samenwerkingsverband van werknemers- en werkgeversorganisaties, ROC, VSO en Praktijkonderwijs, UWV en gemeenten in de arbeidsmarktregio Flevoland, inclusief Zeewolde. Onder de noemer ‘Flevoland Werkt!’ wordt vanuit gemeenschappelijke vertrekpunten en een gedeeld gevoel van urgentie een strategische agenda met heldere doelen uitgevoerd om een brede bijdrage te leveren aan de realisatie van de inclusieve arbeidsmarkt in Flevoland. Een arbeidsmarkt waarin iedereen naar vermogen onbeperkt mee kan doen en niemand aan de kant staat. Alle inzet is vooral gericht op werkgevers en werknemers die gecoördineerde ondersteuning krijgen.

Voldoende personeel Doel - Het in evenwicht brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt

Leven lang ontwikkelen Doel - Optimale mogelijkheden voor iedereen om zich te ontwikkelen wat betreft competenties, vaardigheden en opleidingsniveau.

Iedereen doet mee Doel - Iedereen in staat stellen om naar vermogen meet te doen op de arbeidsmarkt

Een krachtige regio Doel - Aantrekken nieuwe werkgelegenheid, kansen voor iedereen op de arbeidsmarkt vergroten.

Strategische agenda Flevoland Werkt

4.2.2 Samenwerking GGZ – Werk en Inkomen Met alle inspanningen die gedaan worden om inwoners met een beperking aan werk te helpen, blijkt dat dit voor inwoners met een psychische aandoening extra moeilijk is. In Flevoland is dit met ondersteuning van het RWF opgepakt door een kerngroep van UWV, GGZ centraal, Kwintes, ervaringsdeskundigen en gemeenten. Er is een overeenkomst getekend tussen alle partijen. De focus is gericht op betere samenwerking tussen de partners. Uitvoerders van UWV, gemeenten en GGZ aanbieders ontmoeten elkaar regelmatig en hebben meer inzicht in elkaars wereld. Voor de inwoners betekent het dat wij bewust kiezen voor de inzet van IPS7 (individuele plaatsing en steun) trajecten. Een IPS-traject combineert de behandeling van de psychische aandoening met het zo snel mogelijk zoeken naar werk. Re-integratie en behandeling zijn naadloos op elkaar afgestemd. 7

Voor meer informatie over IPS zie https://www.kenniscentrumphrenos.nl/diensten/implementatietrajecten/ips/

Deelplan Participatie

19

4.2.3 Human Capital Agenda Regio Zwolle In de periode van 2020-2023 kent Regio Zwolle, waar Noordoostpolder deelnemer van is, een gezamenlijke Human Capital Agenda, waarin wordt samengewerkt aan het toekomstbestendig maken van de arbeidsmarkt. Met als doel het realiseren van een toekomstbestendige, inclusieve arbeidsmarkt, met voldoende beschikbare werknemers en passend bij de vraag van werkgevers. Er wordt gewerkt aan innovatieve oplossingen die bijdragen aan een grotere arbeidsparticipatie en verhoging van de arbeidsproductiviteit, door te investeren in menselijk kapitaal. Na afronding van de Regio Deal zijn mensen hoger opgeleid. Door werknemers zelf en door werkgevers, kennisinstellingen en regionale overheden is geïnvesteerd in toekomstbestendige kennis en vaardigheden. Er is een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur ingericht, waarbij onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar aansluiten, nu en in de toekomst. Eén van de instrumenten is een Ontwikkelfonds, waar werkgevers, maar ook werknemers en werkzoekenden een bijdrage kunnen aanvragen in de opleidingskosten. Met dit Ontwikkelfonds wordt de balans van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt versterkt en onbenut arbeidspotentieel wordt aangesproken middels een aanpak voor kwetsbare doelgroepen. Daarmee draagt de Human Capital Agenda bij aan het voorkomen van instroom in de Participatiewet.

4.3 Lokaal kader 4.3.1 Lokale arbeidsmarkt De arbeidsmarkt van onze gemeente is divers. De grootste groep op de arbeidsmarkt van Noordoostpolder wordt gevormd door MBO’ers. Vooral in de sectoren techniek, logistiek en zorg liggen mogelijkheden. De Participatiewet biedt kansen en mogelijkheden voor onze arbeidsmarkt en andersom. Als gemeente krijgen we de beleidsvrijheid om eigen invulling te geven aan de re-integratie van inwoners die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Hieruit kunnen we onze kracht halen. We kunnen een klimaat scheppen waarin het mogelijk is om iedereen naar vermogen mee te laten doen. We kunnen onze omgeving en vooral de werkgevers bewustmaken van bepaalde mogelijkheden, instrumenten en projecten. Maar vooral van het feit dat iedereen iets te bieden heeft. Om het klimaat gunstig te houden, moeten we inspelen op de economische ontwikkelingen. Op de lange termijn wordt die kwetsbaarheid mogelijk steeds resistenter tegen onvoorziene factoren.

4.3.2 WerkCorporatie Wij werken samen met de WerkCorporatie om inwoners aan het werk te helpen. Dat doen we in samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven. De WerkCorporatie richt zich op 2 doelgroepen: • Inwoners zonder duurzame arbeidsbeperking die binnen 2 jaar weer regulier aan het werk kunnen; • Inwoners die zijn opgenomen in het doelgroepregister en binnen 2 jaar aan het werk kunnen. De WerkCorporatie is een zelfstandige BV. Gemeente Noordoostpolder is enig aanhouder van de WerkCorporatie. Wij maken jaarlijks afspraken met de BV over te behalen doelstellingen en de budgetten die daaraan gekoppeld zijn. De WerkCorporatie is, binnen de wettelijke kaders, vrij in de wijze waarop zij deze doelstellingen behalen.

4.3.3 Buitengewoon Werkgevers De accountmanagers van de WerkCorporatie en van Economische Zaken zijn altijd op zoek naar werkgevers die kansen zien voor inwoners met een arbeidsbeperking. In de evaluatie beschreven wij hoe belangrijk de bijdrage van Buitengewone Werkgevers

Deelplan Participatie

20

is. We streven er naar om iedereen mee te laten doen, maar hebben daar ondernemers voor nodig. Er is nog een groep werkgevers die nog niets betekent voor wie kwetsbaar is op de arbeidsmarkt. Het landelijk kader biedt opties door de wet Breed Offensief. Ook lokaal moeten we blijven investeren in het leggen van contacten en het onderhouden van een duurzame relatie.

4.3.4 Concern voor Werk Concern voor Werk is als onderdeel van de GR IJsselmeergroep een belangrijke partner. Naast de uitvoering van de Wsw en Beschut Werk bieden ze trajecten aan voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. De WerkCorporatie, Werkbedrijf Lelystad en de gemeenten maken gebruik van de diensten van Concern voor Werk. De afgelopen jaren is Concern voor Werk ontwikkeld tot een bedrijf dat naast de Wsw werkfittrajecten aanbiedt aan inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De GR Ijsselmeergroep werkt sinds 1 januari 2020 aan het implementatieplan Social Firm met (beleids)doelstellingen in lijn met dit deelplan.

4.4.4 Maatschappelijke Partners Als gemeente kiezen wij ervoor om de taken in het Sociaal domein integraal op te pakken. Dit is opgenomen in het beleidsplan “Krachtig Noordoostpolder 2.0”. Dat betekent concreet dat er een gemeentelijke zorginfrastructuur onderhanden is, zodat problematiek integraal wordt benaderd. Voor de uitvoering van de Participatiewet is deze integrale aanpak belangrijk, omdat veel inwoners die een beroep doen op de Participatiewet meer problemen hebben dan alleen werkloosheid. Er is vaak ook sprake van bijvoorbeeld armoede en schulden, relatie-, opvoeding-, psychische of somatische problematiek. De samenwerking met andere gemeentelijke voorzieningen als Jeugd, WMO, team procesbegeleiders, sociaal loket, financieel loket, Leerplicht en Economische zaken dragen bij aan een samenhangend geheel van ondersteuning. Daarnaast zijn externe partners als Vluchtelingenwerk, ROC, speciaal onderwijs, re-integratiebedrijven, maatschappelijke partners van essentieel belang.

PROFIEL Accountmanager van de WerkCorporatie over Maarten: “Op alle kandidaten die ik begeleid, ben ik trots. Bijvoorbeeld op Maarten. Hij kreeg van zijn werkgever te horen dat zijn contract niet verlengd kon worden. Maar thuis op de bank gaan zitten wilde hij niet. In de weekenden had hij nog een bijbaan in de horeca. Samen hebben we gevraagd of Maarten daar meer zou kunnen gaan werken. Dat kon. Hij mocht een maand meedraaien, terwijl hij nog in loondienst was bij de andere werkgever. Door de coronamaatregelen duurde dit helaas maar twee weken. Maarten ging terug naar zijn werkgever om zijn contract uit te dienen. Nadat zijn contract afliep en de coronamaatregelen werden versoepeld, kon hij weer wat uren gaan werken bij de horecagelegenheid en leek het de goede kant op te gaan. Maar nadat de horeca weer gesloten werd, gingen we samen op zoek naar een andere werkplek. Binnen een week mocht Maarten op gesprek bij een autogarage, waar hij dezelfde week een dag ging meedraaien. Op eigen initiatief is hij de volgende dag weer gegaan. Maarten paste goed in het team en toonde initiatief ondanks dat hij het heel spannend vond. Hierdoor kreeg hij een contract aangeboden in plaats van eerst een maand proef te draaien, zoals was afgesproken. Ondanks de onzekere tijd met veel veranderingen pakte Maarten steeds zijn mogelijkheden en kansen.

Hij kon zijn motivatie en veerkracht overbrengen en werd daarvoor beloond. Maarten is weer een stap verder en dat is heel mooi, ik ben trots op hem en alle partijen die dit mogelijk maakten!’

Deelplan Participatie

21

5. FINANCIËN De uitvoering van de Participatiewet is een wettelijke taak. Dit betekent dat wij sterk afhankelijk zijn van landelijke regelgeving en Rijksmiddelen. Het is aan ons om in de gaten te houden of de middelen die we van het Rijk ontvangen voldoende zijn om de verwachte kosten te dekken. De gebundelde uitkering (de uitkering voor het Participatiewet, IOAW, IOAZ, loonkostensubsidie en Bbz 2004) is een specifieke uitkering waar een verdeelmodel aan ten grondslag ligt dat de kans voorspelt dat een huishouden in de bijstand zit. Het Participatiebudget (onder andere re-integratie en financiering Wsw) is een integratie-uitkering. Vanaf 2019 maakt een deel van de middelen van deze uitkering deel uit van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Dit betreft onder andere het klassieke re-integratiebudget. Een landelijke stijging van het aantal bijstandsgerechtigden leidt tot een hoger budget. De uitvoering van de Participatiewet gebeurt binnen de budgetten. De raad wordt via de P&C cyclus geïnformeerd over het verloop en wanneer er overschrijdingen dreigen.

Participatiewetbudget (gebundelde uitkering)

Participatiebudget

Van dit deel betalen gemeenten: • De uitkeringen Participatiewet • Loonkostensubsidie voor de banenafspraak en beschut werk • De uitkeringen IOAW • De BBZ

Van dit deel betalen gemeenten: • De jobcoach die ingezet wordt bij de banenafspraak • De begeleidingsvergoeding die betaald wordt voor beschut werk • De Wsw

In het Beleidsplan Sociaal Domein is het financiële kader voor de komende jaren uitgewerkt. In dit beleidsplan zijn per taakveld de financiële middelen opgenomen die beschikbaar zijn voor het hele sociaal domein. Dit deelplan valt onder de taakvelden 6.3 tot en met 6.5. In onderstaande tabel zijn de totalen per taakveld opgenomen die aansluiten met het Beleidsplan Sociaal domein. Ook is aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op het deelplan participatie. 2020

2021

2022

2023

2024

Gebundelde uitkering

- 13.125 - 12.288 - 12.288 12.288 12.288 -

Uitkeringen participatiewet, IOAW, IOAZ, loonkostensubsidie en Bbz

15.361

14.233

14.185

14.185

14.185

Overig (niet participatie)

881

860

860

860

860

6.3 Inkomensregelingen

3.117

2.805

2.757

2.757

Sociale werkvoorziening

5504 5.262 5.213 5.097 5.048

Beschut werken

166 261 285 309 331

Overig (niet participatie)

1.472

6.4 Begeleide participatie

1.429

7.142

1.336

6.952

1.244

6.834

1.244

6.650

Re-integratie en WerkCorporatie

2.805

2.532

2.329

2.329

2.328

Overig (niet participatie)

80

96

177

191

191

6.5 Arbeidsparticipatie

2.885

2.628

2.506

2.757

2.520

6.623

2.519

Tabel 1: Primitieve begroting

We streven ernaar dat de uitkeringsgerechtigden de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben dat past binnen de financiële kaders. De maatregelen die nodig zijn om de groei af te remmen en de uitgaven te stabiliseren zijn opgenomen in hoofdstuk 3.5.

Deelplan Participatie

22

PROFIEL Ria: “Voorheen pakte ik alles aan wat betreft werk. Soms wel drie baantjes of meer. Het werk was vooral tijdelijk of de uren waren niet voldoende om onafhankelijk te zijn. Dit jaar start ik met een opleiding richting Zorg en Welzijn. Mijn doel is een vaste baan met toekomstperspectief!”

PROFIEL Karel: “Na mijn WW-periode ben ik bij de WerkCorporatie aangemeld. Het werk binnen het werkervaringstraject is leuk, afwisselend en leerzaam. Ik heb dit eerder met veel plezier gedaan. Mijn hart gaat uit naar een baan in de logistiek. Het liefst als heftruckchauffeur. Ik heb een goede klik met mijn accountmanager. Zij weet wat voor werk bij mij past en via het netwerk van de WerkCorporatie hoop ik zo weer aan de slag te zijn. Ik ben een beetje klaar met tijdelijk werk en zou graag een baan voor langere tijd willen.”

Deelplan Participatie

23

6. RISICOANALYSE 6.1

Open einde regeling

De Participatiewet is een open einde regeling. Het Rijk stelt jaarlijks een budget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is ongeoormerkt: wij mogen als Gemeente Noordoostpolder een overschot vrij besteden. We hebben ons in het financiële kader voorgenomen om deze regeling te beheersen. Door de regeling mogen tekorten op het Participatiewetbudget niet leiden tot het weigeren van uitkeringen of loonkostensubsidies. Als het aantal aanvragen oploopt, geven we op die manier toch meer geld uit dan het budget toelaat.

Beheersing In beginsel zullen wij een tekort zelf moeten opvangen. Wanneer een groot tekort nadert, kunnen wij een beroep doen op de vangnetuitkering (gedeeltelijke compensatie).

6.2

Risicogroepen Participatiewet

Naast de ontwikkeling van ons klantenbestand in de afgelopen tijd, zien we voor de komende tijd een aantal groepen ontstaan die mogelijk een beroep gaan doen op de Participatiewet. Voor sommige van deze groepen verrichten we al projecten. Andere groepen zijn nieuw en nog niet in beeld, maar verdienen wel aandacht en preventieve maatregelen in de komende tijd.

6.2.1 Doorstroom vanuit de WW Als we kijken naar de komende jaren dan verwachten we binnenkort een stijging in het bestand. Door de coronacrisis zijn veel inwoners en hun werk geraakt door de genomen maatregelen. Veel inwoners verloren hun baan en kunnen niet zo snel weer aan de slag. Hierdoor is de afgelopen tijd het aantal WW-aanvragen gestegen. Mogelijk zien we dit de komende jaren terug in de ontwikkeling van ons klantenbestand.

Beheersing Voor een deel van deze groep zal ook nadrukkelijk gekeken moeten worden naar mogelijkheden tot (om) scholing. Samen met het UWV proberen we deze groep in beeld te brengen en te ondersteunen.

6.2.2 Voortijdig schoolverlaters Voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) zijn leerlingen die zonder startkwalificatie van school gaan. Een startkwalificatie is een diploma van havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Zonder diploma op dit niveau is het vinden van een baan lastiger. Werkgevers vragen, ook bij uitvoerende werkzaamheden, vaak al om een mbo niveau 2 diploma. Inwoners zonder startkwalificatie, waar de vsv’ers toe behoren, hebben een kleinere kans op een baan. Dit betekent dat deze groep eerder een beroep doet op de Participatiewet.

Beheersing Een preventieve aanpak samen met leerplicht/RMC moet zorgen dat deze jongeren in beeld blijven en waar nodig ondersteund worden, ook na het vertrek van school.

Deelplan Participatie

24

6.2.3 Groep met psychische kwetsbaarheid We zien al een aantal jaren een stijging inwoners met psychische klachten die een beroep doen op de Participatiewet. De verwachting is dat deze stijging ook de komende jaren doorzet. Dat belemmert soms het vinden en behouden van werk. Ook werkgevers zijn soms terughoudend om iemand met een psychische beperking aan te nemen.

Beheersing Zoals beschreven staat in paragraaf 4.2, hopen we deze groep te helpen in het vinden van een baan met behulp van IPS-trajecten.

6.2.4 Groei banenafsprakers op een baan We voorzien de komende jaren een groei in de groep banenafsprakers. Mogelijk stijgen daardoor de loonsubsidiekosten en de kosten voor personeel mee. Wij helpen inwoners met een indicatie doelgroepenregister graag aan een baan bij een reguliere werkgever. Als iemand met een arbeidsbeperking in dienst komt van een reguliere werkgever, blijven wij als gemeente betrokken. Omdat deze groep niet uitstroomt, houden wij een relatie met deze groep en blijven wij verantwoordelijk voor onder andere nazorg, de inzet van jobcoaching en loonkostensubsidie.

Beheersing De kosten voor loonsubsidie en bijstandsuitkeringen zijn in dit geval communicerende vaten. Er moet de komende tijd in kaart gebracht worden hoe sterk de groei is en wat de precieze gevolgen daarvan zijn. We kunnen nu nog niet acteren op deze ontwikkeling.

Deelplan Participatie

25

7. BIJLAGEN BIJLAGE 1: TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Economische ontwikkelingen Het aantal inwoners dat een beroep doet op de Participatiewet is afhankelijk van economische ontwikkelingen. De arbeidsmarkt is dynamisch en verandert snel. Deze veranderingen hebben invloed op hoe het landschap er voor de kwetsbare burger uitziet. De coronacrisis is een ontwikkeling die invloed heeft op het aantal inwoners dat werkloos is. We moeten daarom op deze ontwikkelingen blijven inspelen. Dit doen we bijvoorbeeld door risicogroepen in beeld te brengen die door de crisis mogelijk een beroep doet op de Participatiewet. Naast inwoners met een arbeidsbeperking, zijn dat ook werknemers uit kwetsbare sectoren. Deze groepen staan uitgebreider beschreven in de risicoanalyse (hoofdstuk 6).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1776/documents/25728