4.1 Bijlage 1 Taalbeleid 2021.pdf
Tekst van het document
Krachtig Noordoostpolder 2.0 Doen wat werkt!
TAALBELEID 2021 ‘Taal: de sleutel tot de maatschappij”
2
Taalbeleid 2021
3
Taalbeleid 2021
INHOUD Inhoud
2
Voorwoord
4
Samenvatting
6
1.
Inleiding
8
1.1.
Beleidsplan Sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’
8
1.2.
Doel van dit taalbeleid Noordoostpolder
8
1.3.
De ontwikkeling van het taalbeleid
8
1.3.1. Het rapport van de taalmakelaar
9
1.4.
Relatie met andere beleidsvelden
10
1.5.
Geldigheidsduur taalplan
10
1.6.
Communicatie
10
1.7.
Leeswijzer
10
4.
Wat gaan we doen?
18
4.1
De toegang tot het taalaanbod is laagdrempelig en gericht op de doelgroep
19
4.1.1. Wat willen we bereiken?
20
4.1.2. Wat gaan we hiervoor doen?
20
4.1.3. Hoe gaan we dit bereiken?
20
4.1.4. Hoe gaan we dit monitoren?
20
4.2. Vroegtijdig signaleren van laaggeletterdheid
20
4.2.1. Wat willen we bereiken?
20
4.2.2. Wat gaan we hiervoor doen?
21
4.2.3. Hoe gaan we dit bereiken?
21
4.2.4. Hoe gaan we dit monitoren?
21
4.3. Het taalbeleid is activerend en gericht op meedoen
21
4.3.1. Wat willen we bereiken?
21
4.3.2. Wat gaan we hiervoor doen?
22
2.
Landelijk, regionaal en lokaal kader
11
4.3.3. Hoe gaan we dit bereiken?
22
2.1.
Landelijk kader
11
4.3.4. Hoe gaan we dit monitoren?
23
2.2.
Regionaal kader
12
2.3.
Lokaal kader
13
2.3.1. Belangrijke lokale partners
4.4. Het taalbeleid past binnen de financiële kaders
13
3.
Wat willen we bereiken?
15
3.1.
Visie krachtig Noordoostpolder 2.0
15
3.2.
Kaders
15
3.2.1. Versterken eigen verantwoordelijkheid van inwoners
16
3.2.2. Versterken gemeentelijke regie
16
3.2.3. Naar een overzichtelijk taallandschap
16
3.2.4. Resultaatgericht werken
16
3.2.5. Financieel kader
17
5.
23
4.4.1. Wat wilen we bereiken?
23
4.4.2. Wat gaan we hiervoor doen?
23
4.4.3. Hoe gaan we dit bereiken?
23
4.4.4. Hoe gaan we dit monitoren?
23
Wat kost het?
Bijlage: Laaggeletterdheid in Flevoland
24 26
Taalbeleid 2021
4
VOORWOORD Hierbij bied ik u de lang verwachte beleidsnota aan. Deze geeft de raad de nodige handvatten om te kunnen sturen op de uitvoering van het beleid, zodat we het tijdens de uitvoering kunnen evalueren en bijsturen. Met tevredenheid kijk ik naar het proces dat eraan vooraf is gegaan. Vanaf het moment dat de raad de wens formuleerde om tot een integraal taalplan te komen, is er een gezamenlijk proces gestart met alle betrokkenen. Ik noemde dat steeds ‘de taalaanpak’, omdat het beheersen van de Nederlandse taal door velen al werd nagestreefd. Er is veel in beweging gebracht en dankzij de inzet van velen en de input van alle betrokkenen ligt hier nu dit beleidsplan. We hebben een informatieavond gehouden. Daar werd de gezamenlijke wens uitgesproken om een taalmakelaar aan te stellen. Zij zorgde er voor dat partijen benaderd werden voor haar onderzoek. Niet alleen taalaanbieders, maar ook het onderwijs en de voorschoolse voorzieningen, de ondernemers en zorgaanbieders. Hierdoor wist men elkaar steeds beter te vinden en kregen we meer zicht op wat er allemaal gebeurt in de Noordoostpolder. Ik ben de taalmakelaar, Esther Schurink, veel dank verschuldigd: zij heeft niet alleen een prima onderzoek afgeleverd waar we als college veel aan hadden als input op dit beleid. Zij heeft er toch vooral voor gezorgd dat partijen elkaar wisten te vinden en de handen ineen hebben geslagen.
Op 6 juli mocht ik van hen een Taalakkoord Noordoostpolder in ontvangst nemen. Het is hun gezamenlijke reactie op het onderzoek van Esther Schurink. Het is fantastisch dat de aanbieders zich gezamenlijk als opgave stellen om taalachterstanden, laaggeletterdheid, analfabetisme en het ontbreken van voldoende digitale vaardigheden aan te pakken en terug te dringen. Het doet mij deugd om te zien hoeveel instellingen en individuen hun steentje bijdragen. In buurthuizen, aan keukentafels en in groepjes: veel inwoners voelen zich geroepen om mensen die de taal niet goed machtig zijn te helpen. Het is fijn om te zien dat mensen zichzelf verantwoordelijk voelen en initiatief nemen. Het hoeft niet automatisch allemaal van de gemeente uit te gaan. Zonder hun inspanningen zouden we minder ver komen dan als we dat als overheid allemaal alleen zouden moeten doen. Ook hen wil ik bedanken. Ons taalbeleid gaat niet alleen over taal, maar ook over rekenen en digitale vaardigheden. Laaggeletterdheid komt voor bij mensen die anderstalig opgroeien, maar ook bij inwoners met Nederlands als moedertaal. Mensen die laaggeletterd zijn hebben meer risico op werkloosheid, armoede, schulden en een geringere gezondheid. Ze zijn minder zelfredzaam en kunnen hun kinderen bijvoorbeeld minder ondersteuning geven in hun ontwikkeling en in hun schoolloopbaan.
Daarom is het belangrijk om op een centrale plek het aanbod te bundelen. Een plek waar ook signaleerders en doorverwijzers terecht kunnen en dat goed vindbaar is. En dat we blijven investeren in een gezamenlijke taalaanpak, waardoor onze inwoners die dat nodig hebben terecht komen op een plek dat het beste aansluit bij hun vraag. En natuurlijk blijven we ons best doen om ook zelf zo goed mogelijk te kunnen signaleren wanneer mensen achterblijven omdat ze de taal onvoldoende beheersen en daardoor hun weg in de maatschappij moeilijker weten te vinden.
Hans Wijnants, Wethouder participatie en integratie
Taalbeleid 2021
6
Taalbeleid 2021
SAMENVATTING Dit is een samenvatting op B1-niveau, wat voor de meeste mensen goed te lezen is.
Genoeg geld
Maar voor mensen die laaggeletterd zijn is deze tekst nog steeds te moeilijk.
We hebben geld om onze plannen uit te voeren. Er is geld uit de WEB. Dit staat voor Wet Educatie en Beroepsonderwijs en gaat over onderwijs voor volwassenen. Daarnaast geven we subsidies aan organisaties
Voor mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, is het lastiger om mee te kunnen doen aan de samenleving. Doordat zij moeite hebben met de taal kunnen ze ook minder goed werken met de computer. Ze zijn laaggeletterd. Dit heeft veel invloed op hun leven. Veel laaggeletterden vinden minder snel een baan. Ze hebben vaker problemen met geld. Ook is de kans groter dat ze minder gezond leven. De gemeente wil iets doen om laaggeletterden te helpen. We hebben daarvoor een plan gemaakt.
De vraag staat voorop Wat willen inwoners leren? Dat staat voorop in het plan. De leervragen kunnen heel verschillend zijn. Een moeder wil bijvoorbeeld beter begrijpen wat er gebeurt op de school van haar kinderen. Iemand uit een ander land wil misschien leren hoe hij in Nederland een goede baan kan vinden. Dat is een heel andere vraag. Omdat alle vragen anders zijn, moeten we goed kijken welke les of cursus het beste bij iemand past. Iedereen die wil leren moet makkelijk kunnen weten welke lessen en cursussen er zijn. En ook waar de lessen zijn. Mensen die zich aanmelden krijgen binnen 1 dag een afspraak voor een gesprek. In het gesprek kijken we wat de leervraag precies is en welk aanbod daar het beste bij past. Samen met andere gemeenten in Flevoland starten we een campagne voor migranten die werken in Nederland of die hier werk zoeken. Zodat zij ook goed weten waar ze naar toe kunnen met hun taalvragen.
Samenwerken in het taalpunt In Noordoostpolder kan iedereen met vragen over taal, rekenen of de computer naar het taalpunt gaan. Het taalpunt heeft het overzicht van het totale aanbod. In het taalpunt werken verschillende organisaties die taallessen geven samen. De medewerkers van het taalpunt weten hoe ze laaggeletterdheid kunnen herkennen. Medewerkers van de gemeente weten dat ook. Samen met de inwoner kunnen ze bespreken wat precies de leervraag is en waar iemand dan het best wordt geholpen. De taalregisseur heeft een centrale plaats in het taalpunt. De taalregisseur is een medewerker die contact houdt met alle organisaties in het taalpunt en met bedrijven en taalvragers. De taalregisseur brengt organisaties met elkaar in contact en kan helpen om problemen op te lossen.
Resultaten bijhouden We willen graag weten of ons plan werkt, want daar kunnen we weer van leren. Hoeveel inwoners komen met hun vraag naar het taalpunt? Hoeveel mensen verwijst het taalpunt door naar een cursus? Dat gaan we bijhouden. We houden ook bij of de mensen die een cursus volgen zich beter zelfstandig kunnen redden.
die mensen ook helpen met taal, moeilijke brieven of computers.
7
Taalbeleid 2021
1 INLEIDING 1.1. Beleidsplan Sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ In het vastgestelde beleidsplan sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0” is onze visie vertaald in vier leidende principes en zijn de kaders voor de komende jaren vastgelegd. Die worden in hoofdstuk 2 en 3 weergegeven en verder uitgewerkt voor het taalbeleid. Voor de volledige beschrijving van het bredere beleidskader sociaal domein verwijzen we naar het beleidsplan sociaal domein.
1.2. Doel van dit taalbeleid Noordoostpolder Met dit taalbeleid formuleren we een actueel taalbeleid. Het doel van het taalbeleid is om laaggeletterdheid en taalachterstanden te voorkomen en te bestrijden. Want om mee te kunnen doen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners de Nederlandse taal voldoende beheersen. Inwoners die moeite hebben met taal, zijn ook minder digitaal vaardig. Dit heeft grote invloed op hun persoonlijke leven. Voor een groot deel van deze mensen geldt dat zij minder snel een baan vinden, minder grip op hun geldzaken hebben en er een grotere kans is dat ze minder gezond leven. Als je moeite hebt met de Nederlandse taal is zonder hulp meedoen aan de samenleving niet gemakkelijk.
1.3. De ontwikkeling van het taalbeleid In Noordoostpolder wordt al lange tijd gewerkt aan het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid. Dat doen maatschappelijke partners samen met de gemeente. De maatschappelijke partners zijn hierbij aan zet, de gemeente stimuleert en faciliteert. Na een informatiebijeenkomst met betrokkenen en raadscommissie is besloten een Taalmakelaar aan te stellen. Zij heeft niet alleen allerlei verbindingen gelegd en geïnventariseerd wat er al allemaal gebeurt, maar zij heeft ook in 2020 onderzoek gedaan. Dit onderzoek heeft geresulteerd in het rapport ‘Bouwstenen Taalbeleid gemeente Noordoostpolder’: het eindrapport van de Taalmakelaar. In de volgende paragraaf gaan we hier verder op in. Daarna volgde de startnotitie “Op weg naar een integraal taalbeleid”, waarin het college aangaf welke conclusies en aanbevelingen zij uit dit rapport willen verwerken in het Taalbeleid. Deze startnotitie is besproken in de raadscommissie Samenlevingszaken. Ondertussen waren er werksessies met onze taalaanbieders, met werkgevers, onderwijs en zorgpartijen (als signaleerders). De partners besloten hierin actief in te spelen op de conclusies van de taalmakelaar en hiervoor een Taalakkoord te willen sluiten. In 2021 wordt hieraan een definitief karakter gegeven. Het Platform Nieuwe Nederlanders en ervaringsdeskundigen leverden ook input.
De opbrengst van bovenstaande acties en gesprekken zijn verwerkt in dit taalbeleid. Ons taalbeleid sluit ook aan bij het Regioplan laaggeletterdheid, dat medio 2021 zal worden vastgesteld door alle gemeenten in Flevoland.
8
Taalbeleid 2021
9
1.3.1 Het rapport van de taalmakelaar Over het huidige aanbod binnen de gemeente Noordoostpolder voor het tegengaan van laaggeletterdheid trekt Esther Schurink, de taalmakelaar, in haar onderzoeksrapport ‘Bouwstenen Taalbeleid Noordoostpolder’ (Schurink-Mossel, 2020) een aantal conclusies en doet zij aanbevelingen. Hieronder vatten we ze samen in zes verbeterpunten: 1. Zorg voor een betere vindbaarheid van de Taalaanbieders en voor een goede regie op het aanbod Schurink signaleert een gebrek aan maatwerk in het taalaanbod. Taalaanbieders zijn slecht vindbaar en er is een gebrek aan coördinatie op het taalaanbod. Het ontbreekt aan een doorlopende leerlijn en het is niet duidelijk wie hoofdverantwoordelijk is. Stel hiervoor een taalregisseur aan en richt een loketfunctie Taal in. Zet taalambassadeurs in. 2. Organiseer een beter inzicht in de effectiviteit van informeel en non-formeel aanbod (monitoring) Bij het formele aanbod wordt een leerlijn gevolgd die leidt tot een kwalificatie. Hiermee is duidelijk zichtbaar wat de effectiviteit is van het aanbod. Dit is niet het geval bij het informele en non-formele aanbod. De effectiviteit hiervan is niet inzichtelijk. 3.
Bied extra taallessen aan voor kinderen en jongeren van arbeidsmigranten en nieuwkomers: zij volgen een veel te kort traject om voldoende te kunnen participeren in het reguliere onderwijs Kinderen en jongeren die als nieuwkomer naar Nederland komen moeten in een relatief kort traject in een schakelklas Nederlands leren. De kans is klein dat ze hiermee hun achterstand inlopen. Het uitstroomniveau van taal is vaak onvoldoende om te participeren in het reguliere onderwijs, waardoor de leerpotentie van deze kinderen en jongeren onvoldoende wordt benut. 4. Zet in op betere taalvaardigheid onder arbeidsmigranten Schurink signaleert dat het arbeidsmigranten vaak ontbreekt aan motivatie om taallessen te volgen. Deels omdat de noodzaak van het volgen van lessen niet duidelijk is, maar ook omdat lessen niet aansluiten bij werktijden. Gebrekkige taalvaardigheid bij arbeidsmigranten vormt een risico voor het perspectief van hun kinderen. Vaak worden deze kinderen ingezet als tolk voor hun ouders, waardoor ze betrokken worden bij volwassen zaken. 5. Besteed meer aandacht aan laaggeletterdheid bij volwassenen met Nederlands als moedertaal De taalbehoefte van volwassenen die Nederlands als moedertaal hebben (NT1) wordt niet of nauwelijks gesignaleerd binnen het netwerk in de gemeente Noordoostpolder. Pas wanneer er problemen ontstaan zoals schulden of verlies van werk wordt dit zichtbaar.
Er wordt ook niet of nauwelijks doorverwezen bij problemen op het gebied van NT1, ook omdat vaak niet duidelijk is waarnaartoe moet worden doorverwezen. Schurink noemt hierbij dat er -vooralsnog- nauwelijks behoefte is aan taallessen bij deze groep. Veelal bestaat er wel een afhankelijkheid van het eigen netwerk. Wellicht speelt hierbij ook mee dat er een maatschappelijk stigma ligt op taalproblemen bij volwassenen met Nederlands als moedertaal. De mensen uit deze groep geven aan dat zij het laaggeletterd zijn helemaal niet als een probleem ervaren. Dat neemt niet weg dat overheden dit wel als een maatschappelijk probleem ervaren. De vraag daarbij doemt op of we de problematiek niet meer problematiseren dan nodig is. Naast taal, worden minimale digitale vaardigheden als een gebrek ervaren, waarbij een behoefte aan ondersteuning bestaat.
Taalbeleid 2021
10
6. Zorg voor een aanvullend taalaanbod voor statushouders die klaar zijn met inburgeren Het is van belang om voor inburgeraars die klaar zijn met inburgeren een (al dan niet vrijblijvend) natraject op te starten; om de Nederlandse taal te onderhouden/uit te breiden na inburgering, zodat een inburgeraar contacten op kan doen en zich verder kan ontwikkelen.
1.4. Relatie met andere beleidsvelden Dit taalbeleid heeft het een nauwe relatie met het deelplan Participatie, deelplan Jeugd, het deelplan Wmo/ Volksgezondheid en het deelplan Minima. Die relatie is geborgd in het overkoepelende beleidsplan sociaal domein. Doordat dit taalbeleid ook direct of indirect bijdraagt aan een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, de aanpak onderwijsachterstanden en Voor- en vroegschoolse educatie (vve), het verminderen van (psychische) gezondheidsklachten en het voorkomen van schulden. Ook heeft het een directe relatie met het nog op te stellen Inburgeringsbeleid. Bovendien heeft dit taalbeleid een relatie met het regioplan Laaggeletterdheid van de arbeidsmarktregio Flevoland. Door de regionale aanpak zijn er doelen uit dit taalbeleid die we lokaal kunnen realiseren met behulp van regionale middelen. U leest hier meer over in paragraaf 2.2. en in de bijlage van dit document.
1.5. Geldigheidsduur taalplan Dit taalbeleid blijft geldig totdat het wordt vervangen.
1.6. Communicatie We willen samen met onze maatschappelijke partners zelfredzaamheid van en meedoen van onze inwoners stimuleren. Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol. Dat geldt voor onze inwoners en externe partners: maatschappelijke organisaties, aanbieders en onderwijs (meeweten, meedenken, meedoen, mee beoordelen). En ook voor onze interne communicatie met medewerkers en bestuur (meeweten, meedenken, mee beoordelen). We maken hiervoor gebruik van gerichte communicatiekanalen (meeweten). Onze uitgangspunten zijn daarbij ontvangersgericht, actief en laagdrempelig.
1.7. Leeswijzer In dit deelplan geven wij een vooruitblik op het beleid. Na de inleiding in hoofdstuk 1 gaat hoofdstuk 2 over in de beschrijving van de landelijke, regionale en lokale kaders. In hoofdstuk 3 staan de visie en de kaders van het taalbeleid. In hoofdstuk 4 werken we de beoogde resultaten voor het taalbeleid uit. Dit doen we in de volgorde: Wat willen we bereiken? Wat gaan we hiervoor doen? Hoe gaan we dit bereiken? En hoe gaan we dat monitoren? Hoofdstuk 5 gaat over de financiën. Ten slotte staat in de bijlage informatie over laaggeletterdheid in Flevoland.
Taalbeleid 2021
11
2 LANDELIJK, REGIONAAL EN LOKAAL KADER 2.1. Landelijk kader Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) Sinds 2014 zijn de Wet participatiebudget en de Wet educatie en beroepsonderwijs gewijzigd en is er besloten het budget voor volwasseneneducatie te verstrekken via een specifieke uitkering aan contactgemeenten. Dit wordt het ‘WEB-budget’ genoemd. Het Rijk heeft een verdeelmaatstaaf vormgegeven, waarmee het budget per gemeente berekend wordt (zie hieronder. Verdeling Rijksmiddelen WEB 2021 Almere
Lelystad
Dronten
NOP
Urk
Totaal voor de regio
€ 1.027.107
€ 338.673
€ 110.882
€ 140.892
€ 38.118
€ 1.655.671
Contactgemeente Almere verdeelt dit budget onder elke gemeente in de arbeidsmarktregio. De gemeenten bepalen zelf welk deel van het budget in het formele aanbod geïnvesteerd wordt en welk deel in het non-formele aanbod. Deze verdeling geldt voor de gehele aanbestedingsperiode. We hebben afgesproken dat bij de nieuwe aanbesteding voor vier jaar elke gemeente zelf kan bepalen welke verdeling zij kiest tussen formeel en non formeel aanbod. Noordoostpolder kiest ervoor om 70% van het budget te besteden aan non-formeel aanbod en 30% aan formeel (certificerend) aanbod. Bestuurlijke Afspraken Laaggeletterdheid ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020-2024’, opgesteld door het Rijk en de VNG op 9 september 2019. Hierin staan de volgende afspraken: • Alle gemeenten hebben eind 2024, onder regie van de WEB-contactgemeente een effectieve aanpak van laaggeletterdheid gerealiseerd; • In elke arbeidsmarktregio is een kwalitatief goed, door de WEB bekostigd onderwijsaanbod beschik baar van formele en non-formele les - en leer activiteiten (taal, rekenen en digitale vaardigheden), die zijn afgestemd op de leervraag, behoefte, leerstijl, en vermogen van de diverse doelgroepen. • VNG heeft de bestuurlijke afspraken in juni 2020 tot nader orde opgezegd.
Het belang van een regionale aanpak laaggeletterdheid wordt echter nog steeds gezien door de gemeenten van arbeidsmarktregio Flevoland. Onderwijsachterstandenbeleid Om kinderen met een onderwijsachterstand te helpen, bieden gemeenten speciale programma’s. Gemeenten krijgen financiële middelen van het Rijk om goed onderwijsachterstandenbeleid te voeren. Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstanden-beleid. De Wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie en de Wet op Primair Onderwijs bepaalt dat gemeenten, onderwijs en
Taalbeleid 2021
12
kinderopvangorganisaties (voorschoolse voorzieningen) afspraken maken over een dekkend en kwalitatief volwaardig aanbod om kinderen met een zo min mogelijke achterstand te kunnen laten deelnemen aan het Nederlandse onderwijssysteem. Er wordt dan met name ingezet op taalachterstanden. Doelstellingen Rijk In kamerbrief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW, 2019) staan de doelstellingen van het Rijk 1. Méér mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met Nederlands als moedertaal; 2. Weten wat werkt: investeren in kwaliteit; 3. Samen aan de slag onder regie van gemeenten.
2.2. Regionaal kader Regioplan laaggeletterdheid 2021 - 2024 Sinds 2015 werken alle gemeenten in de arbeidsmarktregio Flevoland samen op basis van de WEB. In 2018 is een regionaal programma opgesteld in samenwerking tussen alle betrokken gemeenten (Almere, Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk). Het ‘Regioplan Laaggeletterdheid’ is een vervolg en een intensivering van die regionale samenwerking. In het regioplan staan de ambities van de arbeidsmarktregio Flevoland. Het regioplan geeft richting aan onze gezamenlijke inzet. De regionale aanpak is aanvullend op de lokale aanpak, waarbij we gedeelde problemen gezamenlijk oppakken.
Het uitvoeren van het Regioplan zal op vijf onderdelen effect opleveren. Deze effecten zijn: • Meer Flevolanders werken aan hun basisvaardigheden • Het is duidelijk waar hulpvragers en doorverwijzers terecht kunnen met hun vragen • De zelfredzaamheid van Flevolanders wordt groter • Het bereik wordt, met name onder Flevolanders met Nederlands als moedertaal, vergroot • De effecten van de inzet om laaggeletterdheid te bestrijden worden duidelijker door
gezamenlijk te gaan monitoren
Het is de ambitie om zo veel mogelijk laaggeletterde inwoners van Almere, Lelystad, Dronten, Noordoostpolder Urk te bereiken. We willen mensen, op welk niveau dan ook, de gelegenheid bieden zich te blijven ontwikkelen.
Taalbeleid 2021
opgroeien, maar ook bij Flevolanders met Nederlands als moedertaal. Mensen die laaggeletterd zijn hebben meer risico op werkloosheid, armoede, schulden en een geringere gezondheid. Ze zijn minder zelfredzaam en kunnen hun kinderen bijvoorbeeld minder ondersteuning geven in hun ontwikkeling en in hun schoolloopbaan. Voor de samenleving brengt laaggeletterdheid extra kosten met zich mee vanwege een groter beroep op ondersteunende voorzieningen. Er is dus een persoonlijk en een maatschappelijk belang. In de bijlage leest u meer over laaggeletterdheid in de arbeidsmarktregio Flevoland.
2.3. Lokaal kader Beleidsplan sociaal domein “Doen wat werkt” In dit overkoepelend beleidsplan staan onze leidende principes: “Iedereen doet mee, Voorkomen staat voorop, Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft” en een “Financieel houdbaar stelsel”. Hier gaan we uit van ‘Doen wat werkt!’. We gaan resultaatgericht werken, inzetten op het eigen netwerk en zetten ondersteuning in die in Noordoostpolder bewezen effectief is. Deze kaders vertalen we naar richtinggevende doelen. De kaders en doelen geven een duidelijke richting weer waar we de komende jaren mee aan de slag willen en zullen impact hebben op het hele sociaal domein. De leidende principes en richtinggevende doelen zijn leidend voor de deelplannen. In paragraaf 3.2 van dit document passen we de in het beleidsplan sociaal domein gestelde kaders, toe op het taalbeleid Noordoostpolder. Deelplan participatie In het deelplan participatie staat dat we willen dat onze inwoners maximaal meedoen in de samenleving. Daarbij staat werk voorop. Het hebben van werk is niet alleen belangrijk voor iemands inkomen, maar heeft ook een grote maatschappelijke waarde. Als werk (nog) niet haalbaar is, willen we dat uitkeringsgerechtigden maximaal meedoen en zodoende betrokken blijven in onze samenleving. Het is onze taak om inwoners daarbij waar nodig zo goed mogelijk te ondersteunen.
Deelplan Jeugd In het deelplan Jeugd staat dat we alle kinderen een zo goed mogelijke ontwikkeling gunnen en dat hiervoor samenwerking tussen gemeente en onderwijs noodzakelijk is. Binnen de middelen die beschikbaar zijn vanuit het Onderwijsachterstandenbeleid dragen we bij aan voorziening waar voorschoolse educatie geboden wordt. Het is mede onze verantwoordelijkheid om kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun deelname in het Nederlandse onderwijssysteem.
2.3.1. Belangrijke lokale partners Met de WEB-middelen die we ontvangen van het rijk betalen we ROC Friese Poort voor het formele aanbod volwassenonderwijs (niveau verhogend) en het non-formele aanbod (Huis voor Taal Noordoostpolder):
De regionale aanpak draagt bij aan de doelen uit ons lokale Taalbeleid In dit taalbeleidsplan hebben we verschillende doelstellingen opgenomen die we kunnen realiseren dankzij de regionale aanpak en met de hiervoor beschikbare regionale middelen. In de arbeidsmarktregio Flevoland heeft ongeveer 15% van de inwoners onvoldoende basisvaardigheden om optimaal mee te doen in de samenleving. We noemen deze Flevolanders laaggeletterd. Laaggeletterdheid gaat niet alleen over taal, maar ook over rekenen en digitale vaardigheden. Het komt voor bij mensen die anderstalig
13
ROC Friese Poort Het ROC verzorgt voor volwassenen (18 jaar en ouder) de volgende producten c.q. opleidingen: a. Nederlandse taal en rekenen, gericht op alfabetisering en op het ingangsniveau van het reguliere beroepsonderwijs, b. Nederlands als tweede taal, gericht op beheersing van een basisniveau Nederlandse taal, Voor zover het niet-inburgeringsplichtigen betreft, c. hierbij worden werken met een computer en sollicitatievaardigheden geïntegreerd.
Taalbeleid 2021
14
Huis voor Taal Noordoostpolder Huis voor Taal (HvT) is een samenwerkingsproject van FlevoMeer Bibliotheek, Welzijnsgroep Carrefour en ROC Friese Poort. De FlevoMeer Bibliotheek is penvoerder. Huis voor Taal levert het non formele aanbod vanuit de doelstellingen vanuit de WEB. Het aanbod bestaat uit alfabetisering (NT1), Nederlands als Tweede Taal (NT2) en digitale vaardigheden. Het doel is het bestrijden van laaggeletterdheid onder Nederlandssprekende en anderstalige inwoners en het bevorderen van de taal- en digitale vaardigheid. Het Huis voor Taal helpt mensen die moeite hebben met verstaan en spreken van Nederlands en met lezen en schrijven. Het maatschappelijk effect is dat inwoners zelfstandig hun weg kunnen vinden in de maatschappij, zodat de participatiegraad en de zelfredzaamheid worden verhoogd. In de Perspectiefnota en de begroting staan de subsidieplafonds opgenomen voor de volgende, voor dit beleid, van belang zijnde partners: FlevoMeer Bibliotheek De FlevoMeer Bibliotheek verzorgt een scala aan activiteiten. Met het oog op dit taalbeleid is van belang dat zij een belangrijke bijdrage leveren aan leesbevordering en het bevorderen van de leesmotivatie. Ze verzorgen voorschoolse activiteiten en gaan samen met het onderwijs leerachterstanden tegen. Zij ondersteunen het onderwijs met schoolbibliotheken en de ondersteuning aan scholen bij het leesonderwijs.
Ze leiden leescoördinatoren op. Ze verzorgen in de dorpen aanbod gericht op het verhogen van de leesmotivatie en het leesplezier, lenen boeken en e-books uit en verzorgen cursussen digitale vaardigheden en leesbevordering in het algemeen. Ook stimuleren zij het voorlezen door ouders, zodat kinderen een rijkere woordenschat krijgen, wat bevorderlijk is voor hun (school)carrière. Vrouwencentrum De activiteiten van het Vrouwencentrum (VC) zijn gericht op vrouwen en ondersteunen het emancipatie-, integratie- en participatieproces van (allochtone) vrouwen. Het voertuig daarvoor is het spreken en oefenen van Nederlandse taal en actieve participatie. De activiteiten zijn daarom toegespitst op ontmoeting en participeren in de samenleving in brede zin. Door vrouwen uit het isolement te halen en in een veilige setting te bouwen aan zelfvertrouwen, gaan zij vrijwilligerswerk doen en stroomt een aantal uit naar betaald werk. Vanaf 2021 zullen zij vrouwen opleiden als vrijwillige taalambassadeurs en hen inzetten als informele tolken. Mannencentrum De activiteiten van het Mannencentrum zijn gericht op migranten met een verblijfstatus en ondersteunen het emancipatie-, integratie- en participatieproces. Ze vervullen een rol richting formele -voor de migrant vaak nog lastig toegankelijke- instellingen door voorlichting en advies.
Naast de vaste taallessen biedt het Mannencentrum ook allerlei onderwerpen en activiteiten aan die de kennis van en het deelnemen aan de maatschappij bevorderen. Het Mannencentrum wil een brug slaan tussen verschillende mannen met of zonder migratie achtergrond.
Taalbeleid 2021
3 WAT WILLEN WE BEREIKEN? 3.1. Visie krachtig Noordoostpolder 2.0 We staan voor een sociaal en vitaal Noordoostpolder. Zo luidt ook onze visie: “Sociaal en vitaal, op eigen kracht. Want een sociaal en vitaal Noordoostpolder is een toekomstbestendig Noordoostpolder.” In het beleidsplan Sociaal Domein is onze visie vertaald in vier leidende principes waarop beleid in het sociaal domein de komende jaren gebaseerd wordt: • Iedereen doet mee • Voorkomen staat voorop • Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft • Financieel houdbaar stelsel Voor het taalbeleid zijn 2 leidende principes uitgewerkt. Het gaat om: 1. Iedereen doet mee 2. Financieel houdbaar stelsel. Uitgaande van deze leidende principes specificeren we in deze paragraaf de kaders voor het taalbeleid.
Basisvaardigheden taal, rekenen en digitale vaardigheden heb je nodig in tal van dagelijkse activiteiten. Maar niet iedereen gaat dit even gemakkelijk af. Een grote groep heeft moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Een groot deel van hen heeft bovendien beperkte digitale vaardigheden en heeft moeite met het verstaan van en spreken in het Nederlands. Laaggeletterden hebben niet alleen moeite met basisvaardigheden, maar hebben ook vaak te maken met andere problemen die verband houden met werk(loosheid), gezondheid, participatie, inburgering en integratie. Ook hebben zij vaker financiële problemen en zelfs schulden en behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Daarom willen we laaggeletterdheid voorkomen en bestrijden. Want voldoende beheersing van de Nederlandse taal betekent dat inwoners maximaal en naar vermogen mee kunnen doen aan onze samenleving.
3.2. Kaders 2.3.2. Uitvoeringsplan grip op het sociaal domein In dit uitvoeringsplan is vastgelegd dat de subsidie aan het Mannencentrum fasegewijs wordt stopgezet en dat voor het Vrouwencentrum geldt dat het budget voor hen intact blijft, maar uitbreiding niet mogelijk is.
15
In deze paragraaf passen we, de in het beleidsplan sociaal domein gestelde kaders, toe op het taalbeleid Noordoostpolder
Taalbeleid 2021
16
3.2.1. Versterken eigen verantwoordelijkheid van inwoners We gaan uit van de verantwoordelijkheid en regie bij de inwoner. Dat doen we vanuit de missie dat iedereen naar vermogen meedoet aan de samenleving. Als problemen als gevolg van laaggeletterdheid dat meedoen in de weg staat, dan werken betrokken partijen samen om deze problemen weg te nemen. Laaggeletterdheid omvat niet alleen een gebrek aan taalvaardigheden, maar ook reken- en digitale vaardigheden. Om jezelf te redden in de maatschappij zijn de basisvaardigheden taal-, reken- en digitale vaardigheden essentieel. Je hebt bijvoorbeeld basisvaardigheden nodig om: • Werkinstructies te kunnen begrijpen en te solliciteren • Een opleiding te kunnen volgen en een (vak)diploma te kunnen halen • Medisch advies te vragen • Je financiën te kunnen regelen • Overheidsinformatie te begrijpen, zoals belasting- en/of toeslagformulieren • Je kind te kunnen voorlezen Het hebben van deze basisvaardigheden is een voorwaarde om in onze maatschappij mee te doen, om zelfredzaam te zijn en om je te kunnen ontplooien. Het vergroten van de basisvaardigheden heeft daardoor een directe impact op de kansengelijkheid in de maatschappij. We focussen ons daarom niet alleen op het verbeteren van lees-, schrijf-, luister- en spreekvaardigheden van laaggeletterden, maar juist ook op reken- en digitale vaardigheden.
Taalbeleid 2021
TAALPUNT
H k X
D
R
p
G
A
t
ZORGPARTIJEN
Q
F
SOCIAAL LOKET
S
C
i
ONDERWIJS
ONDERNEMERS
3.2.2. Versterken gemeentelijke regie Als gemeente zorgen wij, in samenwerking met onze maatschappelijke partners, dat het totale taalaanbod aansluit op de diversiteit van vragen en behoefte van mensen. Onderdeel hiervan is dat wij continu in kaart brengen wat die vragen en behoeften zijn. Het gaat immers niet alleen over mensen die niet kunnen lezen en schrijven maar ook over hoogopgeleide mensen die niet digitaal vaardig zijn. Door deze vraag gestuurde benadering sluiten we aan op een van de doelstellingen van het Rijk. Dat is het aanbieden van aanbod op maat aan deelnemers. De gemeente heeft de regie op het aanbod. Zij stimuleert en faciliteert de samenwerking tussen de formele, non-formele en informele taalaanbieders in Noordoostpolder.
TAALPUNT
3.2.3. Naar een overzichtelijk taallandschap
3.2.5. Financieel kader
Om laaggeletterdheid terug te kunnen dringen, is het van belang dat het aanbod dat er is, gevonden wordt door de taalvrager. Ook is het belangrijk dat wanneer er meer maatwerk geleverd wordt, de taalvrager met zijn of haar specifieke vraag bij de juiste aanbieder terecht komt, zodat diegene het beste geholpen kan worden. De gemeente stimuleert de samenwerking tussen het formele en non-formele taalaanbod.
Voor de financiering van ons taalbeleid zijn we aangewezen op • de brede doeluitkering Wet Educatie Beroepsonderwijs die we ontvangen van de centrumgemeente Almere • de rijksmiddelen die we ontvangen voor RMC (terugdringen schoolverzuim) en de Onderwijsachterstanden-budgetten • een bijdrage vanuit de algemene middelen, waarmee we instellingen subsidiëren (subsidieplafonds zoals die jaarlijks worden vastgesteld in de perspectiefnota) We werken binnen deze beschikbare budgetten. Dit doen we door de beschikbaar gestelde middelen effectief en efficiënt in te zetten.
3.2.4. Resultaatgericht werken Inwoners die gebruik willen maken van het taalaanbod kunnen terecht bij het taalpunt. Mocht bij de intake blijken dat er meer aan de hand is dan alleen problematiek die gerelateerd is aan onvoldoende basisvaardigheden taal-, reken- en digitale vaardigheden, dan verwijst het taalpunt door naar ons sociaal loket. Andersom zullen medewerkers van het sociaal loket getraind zijn in het signaleren van laaggeletterdheid en passen zij hun dienstverlening daarop aan. De medewerkers zorgen voor een passende intake en daarna voor een juiste doorverwijzing. Het taalpunt en het sociaal loket werken op deze manier effectief en efficiënt samen. Waar nodig is er een warme overdracht.
17
Taalbeleid 2021
18
4 WAT GAAN WE DOEN? In dit hoofdstuk worden de richtinggevende doelen uit het beleidsplan sociaal domein uitgewerkt in beoogde resultaten voor het taalbeleid. We werken uit wat we gaan doen, hoe we dit gaan bereiken en hoe we gaan monitoren. De richtinggevende doelen uit het beleidsplan sociaal domein zijn geschreven voor het hele domein. Veel doelen zijn overstijgend en moeten integraal opgepakt worden. In dit plan werken wij de doelen uit die specifiek gelden voor het taalbeleid. Je bent al snel laaggeletterd Het gaat niet alleen om mensen die moeite hebben met taal. Het gaat ook om mensen die niet kunnen rekenen of niet digitaal vaardig zijn. Als iemand op één onderdeel niet voldoende vaardig is, wordt deze al meegeteld en is zo iemand, statistisch gezien, laaggeletterd. Het merendeel van deze mensen redt zich echter prima, al dan niet met behulp van hun netwerk. In Noordoostpolder is ongeveer 20% de bevolking laaggeletterd. In Nederland is dat ongeveer 12%. Het gaat om de volgende doelgroepen: • Migranten (30+) met partner en/of kinderen: van deze groep is 23% laaggeletterdheid. Dit zijn ongeveer 698 inwoners. • Nederlandse werkenden (50+) met gezin: van deze groep is 20% laaggeletterd. Dit zijn ongeveer 620 inwoners. Naast deze beide groepen is er ook aandacht voor ouders die onvoldoende de Nederlandse taal beheersen om de taalontwikkeling van hun kinderen te stimuleren.
Deze taalontwikkeling wordt gestimuleerd vanuit voor- en vroegschoolse educatie en het onderwijs heeft volop aandacht voor het bestrijden van taalachterstanden. In onze gemeente streven we naar een inclusieve samenleving. We verwachten dat iedereen een bijdrage levert aan de samenleving. Werk speelt hierbij een belangrijke rol, maar werk is (nog) niet altijd voor iedereen haalbaar. Met ons taalbeleid willen we laaggeletterdheid bij inwoners voorkomen en bestrijden. Samen met onze maatschappelijke partners zetten we hiertoe instrumenten in om barrières weg te nemen. Daarbij vinden we het belangrijk dat inwoners weten waar ze terecht kunnen voor hulp, zodat ze tijdig en op de juiste plaats ondersteuning kunnen vinden en, waar nodig, begeleid worden. We willen overlap in het aanbod voorkomen en passende ondersteuning bieden. Samengevat beogen we de volgende resultaten: 1. De toegang tot taalaanbod is laagdrempelig en gericht op de doelgroep 2. Vroegtijdig signaleren 3. Taalbeleid is activerend en gericht op meedoen 4. Het taalbeleid past binnen de bestaande financiële kaders Deze resultaten worden hieronder verder uitgewerkt, waarbij we voor elk resultaat een aparte paragraaf hanteren.
Taalbeleid 2021
4.1
19
De toegang tot het taalaanbod is laagdrempelig en gericht op de doelgroep
4.1.1. Wat willen we bereiken? Het taalaanbod moet toegankelijk zijn voor inwoners die het nodig hebben. Toegankelijkheid gaat niet alleen over fysieke toegang maar ook over herkenbaar en snel vindbaar. En over de toeleiding en doorverwijzing naar het aanbod. En het gaat ook over informatie: sluit het taalgebruik in het gesprek aan op wat op papier en digitaal te vinden is? In Noordoostpolder is het taalaanbod – fysiek en virtueel – gebundeld bij het taalpunt. Iedereen met een taalvraag kan er terecht. Het taalpunt is onafhankelijk en is er namens alle aanbieders. Ook alle signaleerders en doorverwijzers kunnen er terecht met hun vraag. Het voordeel van het taalpunt is dat het ook toegankelijk is buiten kantooruren. Voorop staat de vraag van de inwoner. Daarbij zoeken we het meest geschikte aanbod om naar door te verwijzen, die het meest aansluit bij de behoefte van de taalvrager. Binnen het gezamenlijke taalpunt moet gewerkt worden aan het (campagnematig) bereiken van doelgroepen die in aanraking komen met taal- en digitaliseringsproblemen en het bieden van concreet perspectief om deze tegen te gaan. Deelplan Participatie 10 De medewerkers van het sociaal loket verwijzen actief door naar het taalpunt als het vragen betreft die daar Deelplan Participatie 10 thuishoren. En andersom kan het taalpunt doorverwijzen naar het sociaal loket.
De taalregisseur wordt hét gezicht voor taalvragen Deelplan Participatie 10 We blijven streven naar ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan Deze persoon werkt outreachend, gaat op partners en taalvragers af en onderhoudtDeelplan het netwerk. De Participatie 10 wij de maatregelen implementeren. Wemee.’ proberen veel mogelijk inwoners begeleiden naar werk en We blijven streven naar ‘Iedereen doet In datzo kader past ook het BreedHet Offensief (4.1.2) taalregisseur legt slimme verbindingen en signaleert knelpunten enwetsvoorstel kaart te deze aan. taalpunt is zijn dewaarvan Deelplan Participatie 10 daarbij afhankelijk van werkgevers. is een betrokken groep Werkgevers diewerk hun en bijdrage wij de maatregelen implementeren. proberen zo veel mogelijk inwoners begeleiden naar zijn toegangspoort, maar de methodiekErWe van dezeer medewerkers ervan Buitengewone maakt hettetot een succes. hierin leveren. Er is ookwerkgevers. een groep werkgevers diebetrokken nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. isbijdrage nodig daarbij afhankelijk Er ismee.’ een zeer groep Werkgevers die Het hun We blijven streven van naar ‘Iedereen doet In dat kader past ook Buitengewone het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan om hiervoor blijvend aandacht te vragen.
In dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wij de werkgeversDeelplan Participatie 10 hierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig wij de maatregelen implementeren. Wemee.’ proberen zo veel past mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn We blijven streven naar ‘Iedereen doet In dat kader ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan dienstverlening als regio oppakken. om hiervoor blijvend aandacht te vragen. In zeer dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit die wij hun de werkgeversdaarbij afhankelijk van werkgevers. ErWe is een betrokken groep Buitengewone Werkgevers bijdrage wij de maatregelen implementeren. proberen zo veel past mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn We blijven streven naar ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan dienstverlening als regio oppakken. Deelplan Participatie hierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig 10 Doelen daarbij afhankelijk van werkgevers. Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage wij de Doelen maatregelen implementeren. We proberen zo veel mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn om hiervoor blijvend aandacht te vragen.
In ditdie kader besluit Wetvoor Suwionze (4.1.4) waaruit wij Het de werkgevershierin leveren. Er isvan ook een groep werkgevers nogpast niethet iets betekent doelgroepen. nodig daarbij afhankelijk werkgevers. Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun isbijdrage Doelen We blijven streven naar ‘Iedereen doetgemakkelijk mee.’ Indedat kader past ookeen het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan Vanaf 2022 vinden inwoners de weg naar passend taalaanbod � In 2025 wordt de dienstverlening van WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld met minimaal dienstverlening als regio oppakken. om hiervoor blijvend aandacht te vragen. In dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wij de werkgevershierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig wij�de een maatregelen implementeren. We proberen zo veel mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn 8investeren (2019: 8).deblijvend In 2025 wordt dienstverlening van dekader WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld met minimaal We in vragen. het taalnetwerk enpast de snelle toegankelijkheid van het taalaanbod door dienstverlening als regio oppakken. om hiervoor blijvend aandacht te In dit het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wij de werkgeversdaarbij afhankelijk van werkgevers.
Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage � In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met een (2019: 8). ‘Iedereen Doelen We blijven doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan een8streven taalregisseur te faciliteren dienstverlening als naar regio oppakken. hierin leveren. Er een is ook een groep werkgevers dieWerkCorporatie nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig minimaal 7. � In 2025 wordt de dienstverlening van de door werknemers beoordeeld met wij�de In maatregelen implementeren. We proberen zo veelactief mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn Doelen 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld met minimaal Nieuwe deelnemers worden binnen 1 werkdag benaderd voor een intake om aandacht te vragen. Ingemeente, dit kader past het besluit Wetonderwijs, Suwi (4.1.4)UWV waaruit wij dedat werkgevers�hiervoor In 2025blijvend is de samenwerking tussen WerkCorporatie, zodanig alle minimaal een 7. daarbij afhankelijk van werkgevers. Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage een 8 (2019: 8).
Doelen Vanaf 2022 sluit de dienstverlening aan bijzijn de en leerbehoefte enwerkgevers leefwereld vanondersteunen de taalvrager � schoolverlaters In 2025 wordt dedie dienstverlening de WerkCorporatie door beoordeeld met minimaal dienstverlening als regio oppakken. kwetsbaar zijnvan in beeld blijven, zodat we ze kunnen als � In 2025 is de samenwerking tussen gemeente, WerkCorporatie, onderwijs, UWV zodanig dat alledat hierin leveren. Er is ook groep werkgevers dieWerkCorporatie nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig � een In 2025 wordt deeen dienstverlening van de door werknemers beoordeeld met 8 (2019: 8). � In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld met minimaal Het aantal intakes en gerichte doorverwijzingen stijgt de komende vier jaar (vanaf 2020) met nodig is. schoolverlaters die kwetsbaar zijnIn indit beeld zijn en het blijven, zodat ze(4.1.4) kunnen ondersteunen als10% dat om hiervoor blijvend aandacht te vragen. kader past besluit Wetwe Suwi waaruit wij de werkgeverseen de 7. � minimaal In 2025 wordt dienstverlening van de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met een 8 (2019: 8). Doelen nodig is. t.o.v. 2021 dienstverlening regio oppakken. tussen gemeente, WerkCorporatie, onderwijs, UWV zodanig dat alle � In 2025 is als de minimaal eensamenwerking 7.
dienstverlening van de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met � In 2025 wordt de � In 2025 wordt dedie dienstverlening de WerkCorporatie door beoordeeld met minimaal Het aantal mensen dat passend aanbod krijgt stijgt de komende kwetsbaar zijnvan in beeld zijnWerkCorporatie, en blijven, zodatwerkgevers we ze kunnen ondersteunen 3.1.2 Wat gaan we � schoolverlaters In 2025 is de samenwerking tussen gemeente, onderwijs, UWV zodanig dat als alledat minimaal een 7. hiervoor doen? een 8 (2019: 8). Doelen nodig is. met vier jaar 10 % t.o.v. 2021 •3.1.2 desamenwerking WerkCorporatie om twee jaar naaronderwijs, duurzaam werk of scholing teals Wat we hiervoor doen? die kwetsbaar zijninwoners in beeld binnen zijnWerkCorporatie, en blijven, zodat we ze kunnen ondersteunen �Weschoolverlaters Infaciliteren 2025gaan is de tussen gemeente, UWV zodanig dat alledat �begeleiden; In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met het gaat zowel om mensen met een bijstandsuitkering als mensen met een arbeidsbeperking. In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld met minimaal • �Wenodig faciliteren de WerkCorporatie om inwoners binnen twee jaar naar duurzaam werk of scholing te Het aantal mensen dat na het aanbod voldoende zelfstandig kan is.
schoolverlaters die kwetsbaar zijn in beeld zijn en blijven, zodat we ze kunnen ondersteunen als dat minimaal een 7. • We stimuleren ondernemerschap. een 8 (2019: 8). begeleiden; hetzelfstandig gaat zowel om mensen met5%. een bijstandsuitkering als mensen met een arbeidsbeperking. nodig is. functioneren neemt toe met minimaal 3.1.2 Wat gaan we hiervoor doen? �Ook Ininwoners 2025 is dedie samenwerking tussenopgemeente, WerkCorporatie, onderwijs, UWV dat alle geen recht hebben uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden) enzodanig herintreders, Instimuleren 2025 wordt de dienstverlening vaneen de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met maar •• �We zelfstandig ondernemerschap. Weschoolverlaters faciliteren dewe WerkCorporatie om inwoners binnen twee jaar naar we duurzaam werkondersteunen of scholing teals dat die kwetsbaar zijn in beeld zijn en blijven, zodat ze kunnen 3.1.2 Wat gaan hiervoor doen? graag hulpeen willen oprecht de weg naar werk, ondersteunen wij. minimaal 7. • wel Ook inwoners die geen opmet een uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden) enarbeidsbeperking. herintreders, maar het gaat zowel omhebben mensen een bijstandsuitkering als mensen met een nodig is.
•• �begeleiden; We faciliteren de WerkCorporatie om inwoners binnen twee jaarinnaar duurzaam werk scholing te alle 3.1.2 Wat gaan we hiervoor doen? WeInbrengen met UWV inwoners metondersteunen een WW-uitkering beeld en te begeleiden naar werk, 2025hulp is samen dewillen samenwerking tussen gemeente, WerkCorporatie, onderwijs, UWVof zodanig dat wel graag op de weg naar werk, wij. • begeleiden; We stimuleren zelfstandig ondernemerschap. het gaat zowel om mensen met een bijstandsuitkering als mensen met een arbeidsbeperking. •• We faciliteren de WerkCorporatie inwoners binnen twee jaar duurzaam werkondersteunen of scholing teals dat vóórdat ze een beroep deom Participatiewet. schoolverlaters die kwetsbaar zijn in beeld zijn en blijven, zodat we zetekunnen brengen samen metdoen UWVop inwoners WW-uitkering innaar beeld en begeleiden naar werk, •• We Ook inwoners die geen recht hebben opmet eeneen uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden) en herintreders, maar We stimuleren zelfstandig ondernemerschap. begeleiden; hetberoep gaat zowel mensen met een bijstandsuitkering als mensen meten een arbeidsbeperking. •3.1.2 We werken samen met PRO,om VSO enParticipatiewet. MBO om schoolverlaters in beeld te brengen optimaal te begeleiden nodig is. vóórdat ze een doen op de Wat gaan we hiervoor doen? wel graag hulpdie willen oprecht de weg naar werk, ondersteunen wij.
Ookstimuleren inwoners geen hebben op een uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden) en herintreders, maar ••• naar We zelfstandig ondernemerschap. duurzaam werk. We werken samen met PRO, VSO en om schoolverlaters ininbeeld teen brengen en optimaal te begeleiden •• We faciliteren de WerkCorporatie omMBO inwoners binnen twee jaar naar duurzaam werk of scholing te We brengen samen met UWV inwoners met een WW-uitkering beeld te begeleiden naar werk, wel graag hulp willen op de weg naar werk, ondersteunen wij. • naar Ook inwoners die geen recht hebben op een uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden) en herintreders, maar duurzaam werk. begeleiden; hetberoep gaat zowel mensen met een bijstandsuitkering als mensen met een arbeidsbeperking. vóórdat zegaan een doenom op de Participatiewet. 3.1.2 Wat wemet hiervoor doen? •3.1.3 We brengen samen inwoners metondersteunen een WW-uitkering wel graag hulp willen op UWV de weg naar werk, wij. in beeld en te begeleiden naar werk, Hoe gaan we dit bereiken? •• We stimuleren zelfstandig ondernemerschap. werken samen met doen PRO, VSO en MBO om schoolverlaters in beeld te brengenwerk en optimaal te begeleiden •• We We faciliteren de WerkCorporatie om inwoners binnen twee jaar duurzaam of scholing te vóórdat ze een beroep op de Participatiewet. We brengen samen met UWV inwoners met een WW-uitkering innaar beeld en te begeleiden naar werk,
Taalbeleid 2021
20
Taalbeleid 2021
4.1.2. Wat gaan we hiervoor doen?
4.2.2. Wat gaan we hiervoor doen?
• • •
• •
In Noordoostpolder is de toegang tot het taal-, reken- en digivaardigheden aanbod (fysiek en digitaal) gebundeld in het taalpunt Taalaanbieders werken samen in het taalpunt Het taalpunt en het sociaal loket werken samen om inwoners door te verwijzen naar de juiste ondersteuning als er meer nodig blijkt dan alleen het aanbod in basisvaardigheden.
4.1.3. Hoe gaan we dit bereiken? • • •
We faciliteren het taalpunt We stimuleren de samenwerking tussen het formele en het informele taalaanbod De medewerkers van het taalpunt, het sociaal loket en onze klantmanagers zijn geschoold in het herkennen van laaggeletterdheid en sluiten zo aan bij de behoefte van de taalvrager.
4.1.4. Hoe gaan we dit monitoren? • • • • •
Aantal inwoners die zich melden bij het taalpunt Aantal inwoners dat gericht een intake heeft gehad en adequaat is doorverwezen naar passend aanbod Aantal deelnemers dat gebruik maakt van een aanbod basisvaardigheden De mate waarin mensen zelfredzamer zijn geworden We stemmen de monitoring integraal af met de Peutermonitor, die onder andere het bereik van vve meet.
4.2
Vroegtijdig signaleren van laaggeletterdheid
4.2.1. Wat willen we bereiken? We kijken naar hoe we verschillende mensen die moeite hebben met lezen en schrijven kunnen bereiken. Deelplan Participatie 10 Bijvoorbeeld ouders, werknemers en mensen die uit een ander land komen. We werken vindplaats gericht We willen deze mensen bereiken op plekken waar ze veel komen. Bijvoorbeeld op Deelplan het werkParticipatie en in de zorg.10 We blijven streven naar ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan Om te voorkomen dat mensen (op latere leeftijd) last krijgen van de gevolgen van laaggeletterdheid is het van wij de maatregelen implementeren. We proberen zo veel mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn belang dat laaggeletterdheid op tijd gesignaleerd wordt. De focus ligt met name op het zorgdragen dat de juiste daarbij afhankelijk van werkgevers. Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage personen laaggeletterdheid (leren) herkennen. hierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig We blijven streven naar ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan om hiervoor blijvend aandacht te vragen. In dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wij de werkgeverswij de maatregelen implementeren.
We proberen zo veel mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn dienstverlening als regio oppakken. daarbij afhankelijk van werkgevers. Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage hierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig Doelen Doelen om hiervoor blijvend aandacht te vragen. In dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wij de werkgeversVanaf herkennen betrokkenvan medewerkers laaggeletterdheid nadat zij hiervoor een � In 20252023 wordt de dienstverlening de WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld metcursus minimaal dienstverlening als regio oppakken. een 8 (2019: 8). hebben gevolgd. (medewerkers zorg en welzijn, huisartsen, � In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met Doelen praktijkondersteuners werkgevers, klantmanagers, sociaal team) minimaal een 7. We werken integraal en betrekken werkgevers, onderwijsdoor en werkgevers beoordeeld met minimaal � In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie � In 2025 is de samenwerking tussen gemeente, WerkCorporatie, onderwijs, UWV zodanig dat alle een 8 (2019: actief 8). aanbieders het terugdringen van laaggeletterdheid.
schoolverlaters dieinkwetsbaar zijn in beeld zijn en blijven, zodat we ze kunnen ondersteunen als dat � In 2025 wordt de dienstverlening van de WerkCorporatie door werknemers beoordeeld met nodig is. minimaal een 7. � In 2025 is de samenwerking tussen gemeente, WerkCorporatie, onderwijs, UWV zodanig dat alle kwetsbaar zijn in beeld zijn en blijven, zodat we ze kunnen ondersteunen als dat 3.1.2 schoolverlaters Wat gaan wedie hiervoor doen? is. de WerkCorporatie om inwoners binnen twee jaar naar duurzaam werk of scholing te • Wenodig faciliteren begeleiden; het gaat zowel om mensen met een bijstandsuitkering als mensen met een arbeidsbeperking.
21
Organiseren van cursussen signaleren voor medewerkers zorg en welzijn, huisartsen, praktijkondersteuners, betrokken gemeentelijke medewerkers en medewerkers bedrijfsleven in Noordoostpolder We werken samen in de regio Flevoland op basis van het regioplan laaggeletterdheid 2021 - 2024
4.2.3. Hoe gaan we dit bereiken? • •
We sluiten aan bij het regionaal cursusaanbod We communiceren actief het cursusaanbod
4.2.4. Hoe gaan we dit monitoren? Aantal medewerkers per jaar dat deelneemt aan de training signalering laaggeletterdheid
4.3. Het taalbeleid is activerend en gericht op meedoen 4.3.1. Wat willen we bereiken? Landelijk, regionaal en lokaal wordt er op verschillende manieren gewerkt om laaggeletterdheid te laten afnemen. In Noordoostpolder werken we vraag gestuurd. De hulpvraag van laaggeletterden is vaak niet het leren van de taal op zich. Vaker hebben zij een specifieke hulpvraag, omdat ze ondervinden dat hun lage taalvaardigheid hen in hun dagelijkse leven hindert. Het is van belang dat het taalaanbod past bij de behoefte van de taalvrager. Een alleenstaande moeder die wil kunnen begrijpen wat er op de school van haar kinderen gebeurt heeft een heel ander leerdoel dan een arbeidsmigrant die zich hier wil vestigen en een betere positie op de arbeidsmarkt wil hebben. De aard van het taalaanbod waarnaar wordt doorverwezen moet passen bij die behoefte. Dat betekent dat er kritisch gekeken moet worden of iemand in een bepaalde lesgroep of bij een bepaalde organisatie wel echt op de juiste plek zit. Als dat niet het geval is moet er gericht worden doorverwezen. Inwoners met een taalvraag worden toegeleid naar het taalpunt Iedereen met een taalvraag kan terecht bij het taalpunt. Het taalpunt is onafhankelijk en is er namens alle aanbieders. Voorop staat de vraag van de inwoner. Daarbij zoekt het taalpunt het meest geschikte aanbod om naar door te verwijzen.
Dit aanbod sluit het beste aan bij de behoefte van de taalvrager. Binnen het gezamenlijke taalpunt moet gewerkt worden aan het (campagnematig) bereiken van doelgroepen die in aanraking komen met taal- en digitaliseringsproblemen en het bieden van concreet perspectief om deze tegen te gaan. Ook signaleerders en doorverwijzers kunnen terecht voor informatie en advies over taalvragen. Extra taalaanbod voor kinderen van statushouders en arbeidsmigranten We zullen hierover met het onderwijs en andere partijen die het Taalakkoord hebben getekend, in gesprek blijven. Zowel de gemeente als het onderwijs krijgen middelen voor de aanpak onderwijsachterstanden. De verantwoordelijkheid voor de besteding van deze middelen van de gemeente ligt met name bij de doelgroep peuters en kleuters. We dragen daarnaast ook bij aan de internationale schakelkas voor het basisonderwijs. Verder wordt er binnen het reguliere voortgezet onderwijs taalondersteuning geboden aan leerlingen die van de internationale schakelvoorziening afkomen. Hier dragen wij als gemeente ook aan bij. In het deelplan Jeugd staan ook doelstellingen opgenomen om deze doelgroep beter te bereiken. Daarin vindt u de beleidskaders.
Deelplan Participatie
10
We blijven streven naar ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan Taalbeleid 2021 22 wij de maatregelen implementeren. We proberen zo veel mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn Deelplan 10 daarbij afhankelijk Er ismee.’ een zeer betrokken groep Werkgevers dieParticipatie hun bijdrage We blijven streven van naarwerkgevers. ‘Iedereen doet In dat kader past ook Buitengewone het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan Deelplan Participatie 10 hierin Er is ook een groep werkgevers die zo nogveel nietmogelijk iets betekent voorteonze doelgroepen. Het is wij de leveren. maatregelen implementeren. We proberen inwoners begeleiden naar werk ennodig zijn om hiervoor blijvend te vragen. In zeer dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wijParticipatie de werkgeversDeelplan daarbij afhankelijk vanaandacht werkgevers. Er is een betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage 10 dienstverlening als regio oppakken. Deelplan Participatie hierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig 10 We blijven streven naar ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan om hiervoor blijvend aandacht te vragen.
In dit kader past het besluit Wet Suwi (4.1.4) waaruit wijParticipatie de werkgeversDeelplan 10 Doelen wij de maatregelen implementeren. Wemee.’ proberen veel past mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn Doelen We blijven streven doet In datzo kader ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan dienstverlening als naar regio‘Iedereen oppakken. daarbij afhankelijk van werkgevers. ErWe is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers diewerk hun en bijdrage wij maatregelen implementeren. proberen zo veel past mogelijk inwoners te begeleiden naar zijn We blijven streven doet mee.’ Indedat kader ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan In 2025 2022 is ernaar een overzichtelijk en samenhangend aanbod gerealiseerd van formele en non-formele �de In wordt de‘Iedereen dienstverlening van WerkCorporatie door werkgevers beoordeeld met minimaal hierin leveren. Er is ook een groep werkgevers die nog niet iets betekent voor onze doelgroepen. Het is nodig daarbij afhankelijk van werkgevers. Er is een zeer betrokken groep Buitengewone Werkgevers die hun bijdrage wij de maatregelen implementeren. We proberen zo veel mogelijk inwoners te begeleiden naar werk en zijn een 8streven (2019:naar 8). ‘Iedereen doet mee.’ In dat kader past ook het wetsvoorstel Breed Offensief (4.1.2) waarvan Doelen We blijven aanbieders om hiervoor blijvend aandacht te vragen.