CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 te Kraggenburg’.pdf

Commissie Woonomgeving 21 mei 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 te Kraggenburg’20.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.

5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Zwartemeerweg. Deze weg heeft een snelheidsregime van 60 km/uur. Om inzicht te verkrijgen in de geluidsbelasting als gevolg van deze weg ter plaatse van uit te breiden woning, is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai verricht. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. Onderzoeksresultaten De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Zwartemeerweg bedraagt ter plaatse van de uit te breiden woning hoogstens 45 dB. Hiermee wordt aan de voorkeurswaarde van 48 dB worden voldaan. Een hogere waarde is dan ook niet benodigd. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de uitbreiding van de woning met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai. Geluid door verkeerstoename Om de toename van geluid op de gevel van de woning van Zwartemeerweg 40A in kaart te brengen is de memo geluid door verkeerstoename opgesteld. Deze is als bijlage 4 bijgevoegd. Uit de memo volgt dat: • • •

De toename van geluid bedraagt in het ergste geval maximaal 2 dB; De hoogste berekende waarde op de gevel bedraagt 46 dB; Er is geen sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 48 dB als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

26

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld 5.1.2.2 Industrielawaai Het plangebied maakt geen onderdeel uit van en ligt niet in de directe nabijheid van een (gezoneerd) industrieterrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).

5.1.2.2 Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen geluidszones van spoorverbindingen. Een akoestisch onderzoek railverkeerlawaai is niet vereist.

5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt in voorliggend geval geen belemmering.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, is een historisch onderzoek verricht. In dit geval is door DUMEA Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport opgenomen in bijlage 5. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek is hieronder opgenomen.

5.2.2

Resultaten verkennend bodemonderzoek

5.2.2.1 Gehele locatie In het bovengrondmengmonsters BM1 en BM2 zijn lichte verhogingen minerale olie en PAK 10 VROM aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM3 is een lichte verhoging PAK 10 VROM aangetroffen. Tevens zijn in de bovengrondmengmonsters BM1, BM2, BM3 en BM4 lichte verhogingen bestrijdingsmiddelen en kwik aangetroffen. In het grondwatermonster Pb7wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen. In het grondwatermonster Pb8wm1 zijn geen verhogingen aangetroffen. Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters MM1, MM2, MM3 en MM4 is analytisch geen asbest aangetoond.

5.2.3.2 Voormalige dieseltank In het ondergrondmengmonster OM3 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen.

5.2.3.3 Voormalige hbo-tank In het bovengrondmengmonster BM5 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb4wm1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld 5.2.3

Conclusie

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Het plangebied wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Het aspect bodem vormt in voorliggend geval geen belemmering.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ten aanzien van onderhavig initiatief is er geen sprake van een gevoelige bestemming. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

5.3.2

Situatie plangebied

Er is een NIBM berekening uitgevoerd om de gevolgen van het voornemen voor de luchtkwaliteit in kaart te brengen. Hieropvolgende uitsnede geeft weer dat er sprake is van een ontwikkeling die Niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is in dat kader dan ook niet benodigd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Onderhavige ontwikkeling betreft geen gevoelige bestemming. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering.

5.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

5.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Het plangebied ligt op circa 10 meter van de risicovolle inrichting aan de Zwartemeerweg 40-1, op circa 750 meter van de risicovolle inrichting aan de Hertenweg 18 en op circa 1 kilometer van de risicovolle inrichting aan de Zwartemeerweg 30. In alle gevallen gaat het om de aanwezigheid van een bovengrondse tank voor propaan of ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas. De PR-10 contour bedraagt 20 meter. Het plangebied ligt binnen deze contour ten aanzien van de Zwartemeerweg 40-1, maar ruim buiten deze contour voor de overige risicovolle inrichtingen. In afbeelding 5.1 zijn de risicovolle installaties van de locatie Zwartemeerweg 40-1 aangegeven.

Afbeelding 5.1

Luchtfoto Zwartemeerweg 40 (Bron: Street Smart)

Het gaat om een propaantank met een inhoud van 4.850 liter. Het vulpunt is met oranje aangegeven. Er lopen vanaf de propaantank geen horizontale bovengrondse leidingen. Deze liggen allen ondergronds. De blauwe cirkel geeft aan waar, aan de buitenzijde van de gebouwen, verticale gasleidingen uit de grond komen. Deze zijn dus tegen het gebouw geplaats. Bij de bevoorrading van de propaantank staat de tankauto direct naast de tank opgesteld. Dit is op afbeelding 5.1 aangegeven met een rode rechthoek. De eigenaar heeft mondeling aangegeven dat de tank gemiddeld 2 tot 4 keer per jaar wordt bevoorraad. Gezien de relatief beperkte inzet

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld van de propaantank is dat een realistische schatting. Voor het bepalen van de risicoafstand wordt dan ook uitgegaan van een bevoorrading van maximaal 5 keer per jaar. Met bovenstaande gegevens kan, op basis van artikel 3.28 uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, de relevante veiligheidsafstanden in het kader van externe veiligheid worden bepaald. Aangezien het vulpunt zich op de tank bevindt en de tankauto bij verlading verder van de perceelgrens afstaat dan de propaantank zelf, gelden de veiligheidsafstanden vanaf de propaantank. De propaantank heeft een inhoud van minder dan 5.000 liter en wordt op jaarbasis maximaal 5 keer bevoorraad. Er dient daarom een veiligheidsafstand van 10 meter tot een (beperkt) kwetsbaar object buiten het eigen erf (Zwartemeerweg 40-1) aangehouden te worden. De afstand tot de te realiseren bread and breakfastvoorziening en restaurant bedraagt minimaal 16 meter. Er wordt dan ook ruim aan de richtafstand Uit de inventarisatie blijkt verder dat de locatie: • • • •

5.4.3

zich niet bevindt binnen de risicocontour van overige Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als ‘gemend gebied’. Bij ‘gemengde gebieden’ moet gedacht worden aan: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied.

Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied ligt in het buitengebied, met een diversiteit aan functies in elkaar nabijheid. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes.

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld De beoogde horecafunctie binnen het plangebied wordt op grond van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangemerkt als ‘Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra’ (SBI2008: 5510) welke onder milieucategorie 1 valt. Voor een dergelijke functie geldt een richtafstand van 0 meter de aspecten geur, gevaar en geluid. Er is dan ook geen sprake van een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies.

5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Een restaurant en bed and breakfast zijn niet aan te merken als milieugevoelige functies. Wat betreft de uit te breiden woning, wordt opgemerkt dat deze binnen het bestaande agrarische bouwvlak wordt uitgebreid. In planologische zin komt de uit te breiden woning dan ook niet op kortere afstand van omliggende bedrijven te liggen. Omdat deze woning als bedrijfswoning wordt aangemerkt, is geen sprake van bescherming tegen de op het perceel aanwezige horeca-activiteiten. Gezien het vorenstaande mag ervan worden uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende bedrijven als gevolg van voorliggende ontwikkeling niet in de bedrijfsvoering belemmerd.

5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

5.6.2

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Situatie plangebied

Rondom het plangebied bevinden zich een aantal percelen waar grondgebonden veehouderijen aanwezig zijn of zijn toegestaan op basis van de geldende beheersverordening. Omdat er een restaurant met bed and breakfast wordt gerealiseerd is er mogelijk sprake van een geurgevoelig object. Dit hangt af van permanent of hiermee te vergelijken gebruik en hier is veel jurisprudentie over. Uit BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld jurisprudentie over een kampeerboerderij blijkt echter dat deze door de rechter niet wordt gezien als geurgevoelig object. De argumentatie hiervoor is dat deze gericht is op het bieden van recreatief (nacht)verblijf voor beperkte duur, te weten een vakantieperiode van maximaal enkele achtereenvolgende dagen of weken. Hiermee is van permanent of daarmee gelijk te stellen gebruik voor menselijk verblijf geen sprake is. Een bed and breakfast is qua aard vergelijkbaar met een kampeerboerderij. Er wordt dan ook gesteld dat de bed and breakfast (en het restaurant) niet is aan te merken als geurgevoelig object. Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Wat betreft de uit te breiden woning, wordt opgemerkt dat deze binnen het bestaande agrarische bouwvlak wordt uitgebreid. In planologische zin komt de uit te breiden woning dan ook niet op kortere afstand van omliggende bedrijven te liggen.

5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied ligt niet binnen of op korte afstand van een Natura 2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied ‘Zwarte Meer’ ligt op een afstand van 900 meter van het plangebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden. In het kader hiervan is een stikstofberekening voor de aanleg- en gebruiksfase met behulp van de Aeriuscalculator uitgevoerd. Deze berekening is als bijlage 6 bijgevoegd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de voorgenomen ontwikkeling in de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake van een

BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld stikstofdepositie met mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied behoort niet tot het NNN. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN, is gelegen op circa 2,5 km afstand van het plangebied. Gelet op de ligging buiten het NNN, in relatie met de aard en omvang van de voorgenomen activiteit, wordt uitgesloten dat sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN.

5.7.3

Soortenbescherming

5.7.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd.

5.7.3.2 Situatie plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van de agrarische bestemming naar een horecabestemming. Met deze bestemmingsplanherziening zijn vooralsnog geen ingrepen als sloop of het verwijderen van groenstructuren gemoeid. Van enige vorm van aantasting van beschermde flora en/of fauna als gevolg van vaststelling van dit bestemmingsplan is dan ook geen sprake. Gelet op vorenstaande wordt het uitvoeren van onderzoek niet noodzakelijk geacht.

5.7.4

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op de NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

35

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld 5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Noordoostpolder heeft in 2018 de Archeologische Basis- en Beleidsadvieskaart voor haar grondgebied geactualiseerd. Op de Basiskaart staan de archeologische waarden en verwachtingen weergegeven, terwijl op de Beleidsadvieskaart maatregelen staan aangegeven die nodig zijn om het archeologisch erfgoed te beschermen Op basis van de Archeologische beleidsadvieskaart kent het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde. Op basis van de archeologische beleidskaart geldt de beleidscategorie ‘WA-8’. ‘WA-8’ Voor deze gebieden is bij ingrepen met een oppervlakte tot de 10.000 m2 en een diepte tot 100 cm geen archeologisch onderzoek benodigd. In geval van voorgenomen ontwikkeling vinden er geen bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 plaats. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden zijn in het bestemmingsplan dubbelbestemmingen opgenomen.

5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan ‘een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden’ dient te bevatten.

5.8.2.2 Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals 'Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk – Deel 1' (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), 'Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat' (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025', (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de 'Erfgoednota', (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt. Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota 'Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter' van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016).

5.8.2.3 Situatie plangebied Het perceel aan de Zwartemeerweg en de directe omgeving kent een aantal karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het perceel bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit. De ligging van het erf geeft uitdrukking aan het modulaire systeem van verkaveling van de polder. Een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling. Het erf zelf heeft ook een aantal kenmerken die bijdragen aan de bijzondere inrichting van de polder. Zo is de oorspronkelijke aanwezige schokbetonschuur nog aanwezig op het erf. Tevens is de bedrijfswoning nog aanwezig op het perceel.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

36

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld Wat verder opvalt is de aanwezigheid van een min of meer volwassen erfsingel. Ook deze singel is een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting was deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel was vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. De erfsingels in het plangebied blijven behouden en worden versterkt overeenkomstig het beplantingsplan. Voor de handhaving van de landschappelijke inpassing is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Het is niet noodzakelijk om nadere eisen ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden te stellen.

5.8.3

Conclusie

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. Als gevolg van voorliggende ontwikkeling worden de aanwezige cultuurhistorische waarden niet aangetast.

5.9

Kabels & leidingen

In of nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels of leidingen aanwezig.

5.10

Besluit milieueffectrapportage

5.10.1 Algemeen In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r.. Een bestemmingsplan kan m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: • • •

Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.beoordelingsplichtig.

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'.

Het komt er op neer dat voor bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke BJZ.nu Bestemmingsplannen

37

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden.

5.10.2 Verantwoording

5.10.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen of op korte afstand van een Natura 2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden ‘Zwarte Meer’ liggen op een afstand van 900 meter van het plangebied. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. In paragraaf 5.7 wordt hier nader op ingegaan.

5.10.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van: a. b. c. d. e.

skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen; jachthavens. vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, permanente kampeer- en caravanterreinen, of themaparken.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 2. 3. 4.

250.000 bezoekers of meer per jaar, een oppervlakte van 25 hectare of meer, 100 ligplaatsen of meer of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.’

Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. In voorliggend geval is sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een hotelcomplex buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen als bedoeld in onderdeel D 10 van het Besluit milieueffectrapportage. Er is dan ook een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Deze is als bijlage 7 bijgevoegd. Uit de aanmeldnotitie volgt dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

5.10.3 Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 6 6.1

WATERASPECTEN

Algemeen

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.2

Beleidskaders

6.2.1

Stroomgebiedsvisie Flevoland

De Noordoostpolder is gelegen binnen het plangebied van de stroomgebiedsvisie Flevoland. In de watervisie voor 2015 wordt het plangebied aangeduid als een gebied met een vitaal watersysteem. Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de wateropgaven onderverdeeld in een aantal generieke maatregelen en in de resterende wateropgave. De generieke maatregelen houden onder andere in: • • •

afvoerblokkering in natuurgebieden; vasthouden van water in natuurgebieden en landbouwgebied; realisatie van duurzame oevers.

Oplossingsrichtingen voor de resterende wateropgave zijn onder andere bergen in open water en efficiënt uitmalen.

6.2.2

Beleid gemeente Noordoostpolder en waterschap Zuiderzeeland

De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (d.d. april 2006). Ten aanzien van het Stedelijk Waterplan is als aanvulling op dit plan, in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke ‘Maatwerkovereenkomst stedelijk water’ ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daarbij beter verankerd. Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder hebben begin 2019 samen het Watertakenplan Noordoostpolder 2019-2024 vastgesteld. Op grond van de Waterwet is er voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het ‘gebiedseigenwater’ wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken.

Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voor zover gemeentelijke maatregelen doelmatig zijn en het niet de verantwoordelijkheid van het Waterschap of de provincie is om maatregelen te nemen. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken).

BJZ.nu Bestemmingsplannen

39

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

6.3

Watertoetsproces

Het waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. In het kader van de watertoets is ‘korte procedure’ van toepassing. De watertoets is in bijlage 8 van deze plantoelichting opgenomen. Hierna wordt op de relevante waterhuishoudkundige aspecten ingegaan. Waterveiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Voldoende water Wateroverlast Het plangebied ligt in het landelijk gebied. De fysieke ingrepen betreffen het uitbreiden van de bestaande woning, het verbouwen van de schokbetonschuur, het realiseren van een gebouw achter de schokbetonschuur en het verharden van het plangbied. De toename aan verhard oppervlak bedraagt minder dan 2.500 m 2. Vanwege de toename van verharding kleiner dan 2.500 m2 (grenswaarde landelijk gebied) is er geen sprake van een compensatieopgave. Hemelwater wordt ter plaatse van de onverharde delen in het plangebied geïnfiltreerd. Goed functionerend watersysteem De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied.

Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Anticiperen op watertekort Er vindt geen uitbreiding van wateraanvoer plaats. Schoon water Goede oppervlaktewaterkwaliteit Er bevinden zich kavelsloten in het plangebied. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. Goed omgaan met afvalwater De voorgenomen ontwikkeling gaat gepaard met een toename van de hoeveelheid afvalwater. Het afvalwater wordt conform de bestaande wet- en regelgeving gezuiverd en/of geloosd. Dit zal bij de vergunningverlening nader worden uitgewerkt. De huidige septic tank heeft mogelijk onvoldoende capaciteit om het afvalwater van de bedrijfsmatige activiteiten te verwerken.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

40

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

41

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in: •

Bestemmingsomschrijving Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.

•

Bouwregels In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.

•

Specifieke gebruiksregels In deze regels is opgenomen wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Ook is hier de voorwaardelijke verplichting erfsingel opgenomen.

•

Wijzigingsbevoegdheid Hierin is een bevoegdheid opgenomen ten aanzien van het wijzigen van de bestemming bij beëindigen van de maatschappelijke functie.

7.2.4

Algemene regels

Hoofstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

•

Algemene gebruiksregels (Artikel 6) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan.

•

Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

•

Algemene procedureregels (Artikel 8) In de algemene procedureregels wordt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing verklaart.

•

Overige regels (Artikel 9) In de overige regels zijn voorschriften opgenomen om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losruimte.

7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

42

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. ‘Horeca’ (Artikel 3) Het erf aan de Zwartemeerweg 38 is voorzien van de bestemming ‘Horeca’. De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca I (restaurant met ondergeschikte logiesfunctie) en II (een bedrijf gericht op het verstrekken van dranken) en bijbehorende bebouwing en voorzieningen. Ten aanzien van de bedrijfsgebouwen geldt dat deze binnen het bouwvlak gebouwd moeten worden en het bebouwingspercentage maximaal 20% mag bedragen.

De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedragen respectievelijk 8,5 en 11 meter. Er is maximaal één bedrijfswoning met een maximum inhoud van 1.200 m 3 toegestaan. Een bedrijfswoning moet binnen het bouwvlak gebouwd worden. Daarnaast zijn er regels opgenomen ten aanzien van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De aanplant en instandhouding van de erfsingel is middels een voorwaardelijke verplichting planologisch juridisch geborgd. ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde WA8’ (artikel 4) Het gehele plangebied is voorzien van de bestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde WA8’. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

43

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan dat een bouwplan mogelijk maakt. Daar is in dit geval sprake van. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

44

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 9

VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

9.1

Vooroverleg

Het bestemmingsplan is in het kader van vooroverleg aan Waterschap Zuiderzeeland, Provincie Flevoland en Brandweer Flevoland voorgelegd. De reactie van deze instanties en de gemeentelijke reactie daarop is in bijlage 9 opgenomen.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt er, gezien de aard van dit bestemmingsplan, geen inspraak verleend.

9.3

Zienswijzen

Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 te Kraggenburg’ lag met ingang van 26 oktober 2023 gedurende een periode van zes weken (tot en met 6 december 2023) voor een ieder ter inzage. Op het ontwerp bestemmingsplan zijn twee zienswijzen ingediend. Beide zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. In de als bijlage 10 bijgevoegde reactienota zienswijzen wordt op de ingediende zienswijzen ingegaan. De zienswijzen hebben geen reden gegeven om aanpassingen aan de regels en verbeelding te doen. Wel zijn er aanpassingen (als gevolg van de zienswijzen, maar ook als gevolg van ambtshalve wijzigingen) aan de toelichting en de bijlagen gedaan. Deze onderdelen maken echter geen onderdeel uit van het juridische deel van het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt dan ook ongewijzigd vastgesteld.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

45

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Bestemmingsplannen

46

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

47

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 2

Beeldkwaliteitscriteria

BJZ.nu Bestemmingsplannen

48

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Bestemmingsplannen

49

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 4

Memo geluid door verkeerstoename

BJZ.nu Bestemmingsplannen

50

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

BJZ.nu Bestemmingsplannen

51

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 6

Stikstofberekening

BJZ.nu Bestemmingsplannen

52

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

BJZ.nu Bestemmingsplannen

53

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 8

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Bestemmingsplannen

54

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 9

Reactienota vooroverleg

BJZ.nu Bestemmingsplannen

55

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg’ Vastgesteld

Bijlage 10

Reactienota zienswijzen

BJZ.nu Bestemmingsplannen

56

Bestemmingsplan

Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan "Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg"

Bestemmingsplan:

Landelijk Gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg

IDN:

NL.IMRO.0171.BP00719-VS01

Status:

Vastgesteld

Datum:

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg vastgesteld

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

6

Bijlage 2

Beeldkwaliteitscriteria

10

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

13

Bijlage 4

Memo geluid door verkeerstoename

46

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

48

Bijlage 6

Stikstofberekening

148

Bijlage 7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

178

Bijlage 8

Watertoetsresultaat

195

Bijlage 9

Reactienota vooroverleg

215

Bijlage 10 Reactienota zienswijzen

223

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg vastgesteld

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

te

uim

ije r

svr ing

ouw

Beb

n

e ter ruik ens en st e htv Zic en, g bom

en

Alle

2m 6m 4m

Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle Twentepoort Oost 16a 6709 RG Almelo Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

www.bjz.nu 0546 - 45 44 66 info@bjz.nu

Datum: Mei 2023

Schaal: 1:500

Formaat: A3

Inrichtingstekening erfsingel Zwartemeerweg 38, Kraggenburg

Legenda Erfsingel

Venster / bomen, geen ondergroei

Haag

te et uim ije r nm svr ulle ing anv ouw el a ing Beb Erfs iken stru

n

e ter ruik ens en st e htv Zic en, g bom

en

Alle

2m 6m 4m

Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle Twentepoort Oost 16a 6709 RG Almelo Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

www.bjz.nu 0546 - 45 44 66 info@bjz.nu

Datum: Mei 2023

Schaal: 1:500

Formaat: A3

Haag aanbrengen lan el ing tingsp n erfs kt, bepla ree ntb nform o el o ing en c Erfs breng aan

Bomen handhaven

Uit te voeren werkzaamheden Zwartemeerweg 38, Kraggenburg

Legenda Erfsingel aanvullen met struiken

Erfsingel ontbreekt, erfsingel aanbrengen conform beplantingsplan

Legenda

Bestaande boom

Nieuwe boom Nieuwe struik

Voor het aanbrengen van een haag dient gekozen te worden voor een beplantingsoort, danwel een mix van soorten uit de hierboven opgenomen soortenlijst. Per strekkende meter worden 5 stuks aangebracht.

Datum: Mei 2023

Schaal: 1:200

Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

Er dient in vijf rijen te zijn geplant. De onderlinge afstand van en in de rijen is maximaal 150 cm. Per 2,25 m2 wordt tenminste een boom/struik aangeplant. De erfinsingel dient minimaal 6 m breed te zijn, gemeten van hart boom/struik 1e rij tot hart boom/struik laatste rij.

info@bjz.nu

Een erfsingel bestaat uit een struik- en een boomlaag. De mis aan soorten is hierboven vastgelegd.

Twentepoort Oost 16a 6709 RG Almelo

Hoogte in cm 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100

0546 - 45 44 66

Aandeel 5% 5% 5% 10% 5% 5% 5% 5% 5%

Formaat: A3

Vogelkers Kardinaalmuts Hondsroos Gelderse roos Wegedoorn Rode kornoelje Gele kornoelje Gewone liguster Hazelaar

Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Struiken Prunus Padus Euonymus europaea Rosa Canina Viburnum opuus Rhamnus Carthartica Cornus sanguinea Cornus Mas Ligustrum vulgare Corylus avallana

www.bjz.nu

Haagbeuk Winterlinde Eik Veldesdoorn Els Gewone esdoorn

Hoogte in cm 60-100 80-100 80-120 60-100 80-100 80-100

Detailuitwerking Zwartemeerweg 38, Kraggenburg

Bomen Carpinus Betulus Tila Cordata Quercus robur Acer campeste Alnus glutinosa Acer pseudopatanus

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 38 Kraggenburg vastgesteld

Bijlage 2

Beeldkwaliteitscriteria

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Beeldkwaliteitscriteria Zwartemeerweg 38 Gebiedscriteria algemeen Deze criteria zijn alleen van toepassing op naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde kanten van hoofdgebouwen en van bijbehorende bouwwerken. Plaatsing 1. Bebouwing richt zich naar de openbare ruimte en de plaatsing wordt afgestemd op de karakteristieken van de directe omgeving. 2. In gebieden waarbij wat betreft de plaatsing sprake is van een grote mate van eenheid en herhaling, mag nieuwbouw dit beeld niet verstoren tenzij deze een nieuwe, binnen het oorspronkelijke dorpsontwerp passende, stedenbouwkundige eenheid vormt. 3. Bijbehorende bouwwerken zijn zodanig gesitueerd dat zij ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. 4. Bijzondere en openbare gebouwen kunnen afwijkend zijn gesitueerd. Vormgeving 1. Voor zover stijlkenmerken van oorspronkelijke karakteristieke bebouwing aanwezig zijn (Delftse school) wordt bij verbouw hier rekening mee gehouden. In andere gevallen zal een keuze moeten worden gemaakt in stijlkenmerken die harmoniëren1 met de oorspronkelijke en karakteristieke stijlkenmerken. 2. Bij nieuwbouw is vernieuwende vormgeving mogelijk maar met respect voor maat, schaal en kapvorm van de bestaande bebouwing in de directe omgeving. 3. De vormgeving van bijzondere en openbare gebouwen kan afwijken van de vormgeving in de directe omgeving. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2145/documents/38400