CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.6 Oplegnotitie ruimtelijke onderbouwing.pdf

Commissie Woonomgeving 2 februari 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) (WO)26.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)”

Oplegnotitie ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)”

1 december 2025

INHOUD 1. INLEIDING ............................................................................................................. 4 2. PLANOLOGISCHE BOUW- EN GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN NETL .............................. 5 2.1 Beheersverordening “Landelijk gebied” .................................................................... 5 2.2 Tijdelijk verleende omgevingsvergunningen NETL ..................................................... 7 2.3 Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” ........ 7 3. Algemene EXPLOITATIEMOGELIJKHEDEN NLR ..................................................... 12 3.1 Inleiding ............................................................................................................ 12 3.2 Europese wet- en regelgeving .............................................................................. 12 3.3 Nationale wet- en regelgeving .............................................................................. 13 3.3.1 Inleiding ...................................................................................................... 13 3.3.2 Beheersverordening “Landelijk gebied” / Bestemmingsplan “Waterloopbos e.o." ... 13 3.3.3 Wet luchtvaart en besluit burgerluchthavens ....................................................

14 3.3.4 Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden 2018 .................................................................................................................... 14 3.4 Tussenconclusie ................................................................................................. 15 4. AFWEGING BELANGEN NETL EN NLR .................................................................... 15 4.1 Inleiding ............................................................................................................ 15 4.2 Maximale mogelijkheden Netl en gevolgen voor NLR ............................................... 16 4.2.1 Inleiding ...................................................................................................... 16 4.2.2 Rapport Pleisureworld .................................................................................... 16 4.2.3 Gevolgen voor NLR ........................................................................................ 18 4.3 Overige beperkingen voor exploitatiemogelijkheden NLR ......................................... 20 4.3.1 Recreatiepark De Voorst ................................................................................ 21 4.3.2 Buitengewoon de Voorst ................................................................................

21 4.3.3 Paddestoelen reservaat Natuurmonumenten ..................................................... 22 4.3.4 Waterloopbos ............................................................................................... 22 4.3.5 MITC ........................................................................................................... 23 4.4 Geen (onevenredige) belemmering exploitatiemogelijkheden NLR ............................. 23 5. CONCLUSIES ......................................................................................................... 24

BIJLAGEN 1. Uitspraak voorzieningenrechter ABRvS d.d. 18 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3295) 2. Onderzoeksrapport grondrisico's en risicobuffers inzake NLR en NETL, Droneconsultancy 1 december 2025 3. Rapport ‘Brennels’ – Planologische mogelijkheden op grond van vigerende beheersverordening “Landelijk gebied”, Pleisureworld 30 november 2025 2

4. Luchtfoto (directe) omgeving NLR 5. Plattegrond Recreatiepark De Voorst

3

1. INLEIDING Ten noorden van de kern Kraggenburg ligt grenzend aan het Voorsterbos recreatiepark Netl, de Wildste Tuin (hierna: Netl). Netl is gevestigd aan de Leemringweg 19 en bestaat sinds 2007 als recreatiepark en wordt volop benut als sport, spel, feest- en vergaderlocatie. Het park richt zich op natuur voor mensen, buitenvermaak en beleving voor alle leeftijden. Het terrein dient tevens als evenemententerrein. Netl wil de komende jaren meer ruimte bieden om te blijven slapen en aan een breed scala aan activiteiten op het gebied van recreatie, party&event, sport, kunst en cultuur. Waarbij natuur de belangrijkste inspiratiebron is. Om dit te bereiken worden extra overnachtingsmogelijkheden met overdekte en onoverdekte evenementen- en vergaderlocaties ontwikkeld. De beoogde plannen ten behoeve van nachtverblijven en de evenementen zijn in strijd met de geldende beheersverordening “Landelijk gebied”, reden waarom aan Netl meerdere tijdelijke omgevingsvergunningen voor nachtverblijf en vergaderlocaties zijn verleend in afwijking van voornoemde beheersverordening. Zowel voor Netl als voor de gemeente is Noordoostpolder is het van belang voor het recreatiepark een toekomstbestendig kader te bieden, dat duidelijkheid geeft over welke ontwikkelingsruimte Netl op het terrein heeft en ook rechtszekerheid biedt voor de omgeving.

Netl is daarom met de gemeente Noordoostpolder in gesprek gegaan om zijn gewenste toekomstplannen in een nieuw op te stellen bestemmingsplan mogelijk te maken. Dit heeft geresulteerd in de vaststelling van het bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” op 31 maart 2025. Dit bestemmingsplan biedt duidelijkheid over welke ontwikkelingen er op het terrein van Netl mogelijk zijn en vormt een nieuw planologisch kader voor de toekomst. Tegen het bestemmingsplan is door Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (hierna: NLR) beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling). NLR heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 18 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3295, zie bijlage 1 bij deze oplegnotitie) heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Noordoostpolder van 31 maart 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)" geschorst.

In rechtsoverweging 6 van voornoemde uitspraak overweegt de voorzieningenrechter als volgt: “Lavendel heeft op zichzelf een zwaarwegend bedrijfsbelang bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan in verband met de voorzetting van haar bestaande bedrijfsvoering. Maar Lavendel heeft er rekening mee kunnen en moeten houden dat de activiteiten die NETL verricht op basis van tijdelijke omgevingsvergunningen, na afloop van de termijn waarvoor die vergunningen zijn verleend, daadwerkelijk moeten worden beëindigd. Het belang van NLR bij de schorsing van het bestemmingsplan is niet alleen gelegen in haar eigen ondernemersbelang, maar ook in het algemeen belang van de nationale veiligheid. NLR draagt met haar werkzaamheden namelijk bij aan de ontwikkeling van militaire UAS en daaraan gerelateerde technologie. Onder meer de minister van Infrastructuur en Waterstaat, het ministerie van Defensie (Commandant der Strijdkrachten) en de Koninklijke Marine (Organieke Maritieme Dronecohort en het Commando Zeestrijdkrachten) hebben onderschreven dat de werkzaamheden van het Drone Centre van NLR van groot belang zijn voor Defensie. Als NLR minder vluchten met UAS kan uitvoeren, worden ook die belangen getroffen. Deze bij NLR betrokken belangen wegen, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, in het bijzonder zwaar mee.

Voor dit oordeel is verder van belang dat de raad vooralsnog onvoldoende kenbaar gemaakt heeft hoe hij de belangen van NLR en NETL tegen elkaar heeft afgewogen. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat onder meer dat een toename van de vluchtbeperkingen die het bestemmingsplan voor NLR veroorzaakt, goed valt af te stemmen tussen NLR en NETL. Daarmee 4

wordt de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige en adequate afstemming van de verschillende belangen bij partijen zelf neergelegd. Mede gelet op de diametraal tegengestelde standpunten van partijen in deze procedure acht de voorzieningenrechter het alsnog in onderling overleg maken van voor alle partijen bevredigende afspraken niet erg aannemelijk.” Mede naar aanleiding van bovenstaande uitspraak bevat voorliggende oplegnotitie een (nadere) beschrijving van: (i)

(ii)

de planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden ter hoogte van het terrein van NETL op grond van de beheersverordening “Landelijk gebied”, het nieuwe bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” en de tijdelijk verleende omgevingsvergunningen (hoofdstuk 2), en de exploitatiemogelijkheden van NLR ten aanzien van het testen en ontwikkelen van zogenoemde unmanned aircraft systems (hierna: UAS) (hoofdstuk 3).

Voorts bevat deze oplegnotitie een beschrijving van de afweging van de belangen van Netl en NLR en wordt uiteengezet waarom het bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” niet tot een (onevenredige) belemmering van de exploitatiemogelijkheden van NLR zal leiden, zodat sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ in de zin van artikel 3.1 Wro (hoofdstuk 4). Tot slot worden in hoofdstuk 5 conclusies getrokken. 2. PLANOLOGISCHE BOUW- EN GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN NETL 2.1 BEHEERSVERORDENING “LANDELIJK GEBIED” Ter hoogte van het terrein van Netl geldt de Beheersverordening. In deze beheersverordening zijn een tweetal bestemmingsplannen weer van toepassing verklaard, te weten het bestemmingsplan “Landelijk gebied 2004” en het bestemmingsplan “Landelijk Gebied 2004, Leemringweg 19-I, 19-II, 21-I, Mammouthweg 30, Kraggenburg 2007” (hierna gezamenlijk te noemen: de Beheersverordening). Op grond van de Beheersverordening geldt ter hoogte van het terrein van Netl de bestemming ‘Recreatieve voorzieningen’ (artikel 17 planregels). Binnen deze bestemming zijn recreatieve voorzieningen toegestaan in de vorm van een dagrecreatieterrein met: -

-

-

bijbehorende expositieruimte en horecavoorzieningen; kleinschalige evenementen (evenementen minder dan 1.000 bezoekers, die gehouden kunnen worden zonder het treffen van fysieke maatregelen en waarbij het risico voor verstoring van de openbare orde en veiligheid klein is); grootschalige evenementen tot maximaal 2 per jaar (evenementen meer dan 1.000 bezoekers, die gehouden kunnen worden na het treffen van een groot aantal fysieke maatregelen en waarbij het risico voor verstoring van de openbare orde en veiligheid groot is); extensief agrarisch medegebruik; plaatsen van beeldende kunst; de uitoefening van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse voortgebrachte producten; gebruiken van gronden als standplaats voor ten hoogste 15 mobiele kampeermiddelen, in de periode van 15 maart t/m 31 oktober (Leemringweg 19-I, 19-II,21-I Kraggenburg).

Ter hoogte van de oorspronkelijke erven Leemringweg 19-I, 19-II en 21-I zijn een tweetal bouwvlakken ingetekend en nagenoeg in het midden van het terrein van Netl is het aanduidingsvlak 'strandpaviljoen toegestaan' ingetekend (zie ook Afbeelding 1 voor de locaties van de bouwvlakken – de zwarte vlakken en voornoemd aanduidingsvlak, zijnde de rode arcering).

5

Afbeelding 1: locaties bouwvlakken en aanduidingsvlak ‘strandpaviljoen toegestaan’ De maximaal toegestane grondoppervlakte aan gebouwen is vastgelegd in de voorschriften en bedraagt 4.500 m2 (inclusief de bebouwing binnen het aanduidingsvlak ‘strandpaviljoen toegestaan’, waar maximaal 500 m2 grondoppervlak aan gebouwen is toegestaan). Qua maatvoering van de gebouwen geldt een maximale goot- en nokhoogte van respectievelijk 8,5 en 11 meter, voor gebouwen binnen voornoemd aanduidingsvlak geldt een maximaal toegestane nokhoogte van 6 meter. In aanvulling en in afwijking op het bovenstaande mag buiten het bebouwingsvlak 400 m2 grondoppervlak aan gebouwen meer worden gebouwd tot een hoogte ondergeschikt aan het strandpaviljoen dat is gelegen binnen het aanduidingsvlak ‘strandpaviljoen toegestaan’. Overige andere bouwwerken behorend bij de bestemming zijn toegestaan tot een maximale nokhoogte van 7 meter (er geldt geen maximale goothoogte) er is geen limitering in het aantal te realiseren overige andere bouwwerken. Verder zijn licht- en vlaggenmasten toegestaan tot een maximale nokhoogte van 12 meter (er geldt geen maximale goothoogte) en er is geen limitering in het aantal te realiseren masten. Verder voorziet de Beheersverordening in bij de (nadere) bestemming behorende voorzieningen toegestaan, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeerplaatsen en tuinen.

6

Een op grond van de Beheersverordening verboden gebruik is in ieder geval permanente bewoning van stacaravans, recreatiewoningen en andere voor verblijfsrecreatie bedoelde gebouwen. Tot slot zijn burgemeester en wethouders bevoegd vrijstelling te verlenen van de planvoorschriften voor afwijkingen van bepalingen ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages een en ander geldt niet met betrekking tot de inhoud van woningen en de oppervlakte van bijgebouwen. 2.2 TIJDELIJK VERLEENDE OMGEVINGSVERGUNNINGEN NETL Op 5 januari 2016 is aan Netl een tijdelijke omgevingsvergunning voor de duur van 10 jaar verleend voor: 1. Het aanleggen van een tijdelijk kampeerterrein met 100 extra mobiele kampeermiddelen; 2. jaarrond recreatieverblijven tot een maximum van 1.400 m2; 3. het plaatsen van (extra) verplaatsbare gebouwen ten behoeve van sanitair, beheer en onderhoud tot een maximum extra oppervlakte van 400 m2. Op 12 juni 2020 is aan Netl een tijdelijke omgevingsvergunning voor de duur van 10 jaar verleend voor het inrichten van het terrein ten behoeve van 150 (extra) kampeerplekken.

Verder is op 7 augustus 2020 een tijdelijke omgevingsvergunning voor de duur van 10 jaar verleend voor het realiseren van een kas van 1.100 m2 ten behoeve van feest en vergaderlocaties inclusief bijbehorende horeca. Tot slot is op 14 juli 2021 een tijdelijke omgevingsvergunning aan Netl verleend voor de duur van 4 jaar voor tijdelijke horecapunten voor campinggasten bestaande uit: 1. een campingwinkel/ontmoetingspunt waar mensen gekocht eten en drinken kunnen consumeren; 2. verschillende horecapunten langs het Vuurtorenstrand, een tijdelijke bar en een keuken waar o.a. pizza en gefrituurd eten kan worden gekocht, compleet met een stretchtent en overkappingen. Op 15 juli 2025 verloopt één van deze tijdelijke omgevingsvergunningen die voor NETL gelden. Twee andere vergunningen zullen verlopen op 6 januari 2026. Vanaf dan beschikt Lavendel, ongeacht de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan, nog tot in 2030 over twee tijdelijke omgevingsvergunningen voor 150 kampeerplaatsen en voor een kas ten behoeve van dagrecreatie en horecadoeleinden.

2.3 BESTEMMINGSPLAN “LANDELIJK GEBIED, LEEMRINGWEG 19 -21 TE KRAGGENBURG (NETL)” Het bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” voorziet ter hoogte van het terrein van Netl in de bestemmingen ‘Groen’ (artikel 5 planregels) en ‘Recreatie’ (artikel 6 planregels), zie ook Afbeelding 2 hieronder (de groenbestemming wordt met een donkergroene kleur weergegeven, de recreatiebestemming met een lichtgroene kleur).

7

Afbeelding 2: plankaart bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden, water, kunstwerken en nutsvoorzieningen, met daaraan ondergeschikt wegen en paden. Binnen de groenbestemming mogen geen gebouwen worden gerealiseerd. Binnen de bestemming ‘Recreatie’ is toegestaan: a.

een dagrecreatieterrein, in combinatie met: 1. expositieruimten, feest- en vergaderlocaties en horecavoorzieningen; 2. plaatsen van beeldende kunst; 3. evenementen;

b.

verblijfsrecreatie, in de vorm van: 1. kampeerterreinen voor 400 standplaatsen voor structureel recreatief nachtverblijf; 2. 10 groepshotels; 3. 100 bouwwerken voor recreatief nachtverblijf;

c.

daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeerplaatsen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, erven en tuinen;

d.

bedrijfswoningen en huisvesting van personeel ten behoeve van het onder a en b genoemde gebruik;

e.

de bescherming van het archeologisch waardevol scheepswrak NT25, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologische vindplaats';

8

f.

de bescherming van het gemeentelijk monument, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument';

g.

de instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting, met daarbij behorende erfsloot, direct aansluitend aan de zijgrenzen en de achtergrens van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erf';

h. het voorkomen van lichtuitstraling op bomen en/of over het wateroppervlak, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - ecologische zone; met daarbij behorende: i.

facilitaire ruimten, waaronder kantoren, receptie, beheer en onderhoud en sanitaire voorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: j.

detailhandel.

Wat betreft de regels omtrent het bouwen van gebouwen en overkappingen wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de ‘erven’ (aangeduid middels de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – erf’) en anderzijds het ‘recreatieterrein’ (de gronden buiten de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – erf’). Op de ‘erven’ mogen gebouwen niet voor de dichtst naar de weg gekeerde voorgevel van de bestaande gebouwen worden gebouwd en de afstand van gebouwen tot de achter- en zijgrenzen van het aanduidingsvlak moet ten minste 12 meter bedragen, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt (in welk geval de bestaande afstand als minimum geldt). De goot- en bouwhoogte van een gebouw of overkapping (anders dan een bedrijfswoning) mag niet meer bedragen dan respectievelijk 8,5 en 11 meter, dan wel de bestaande goot- of bouwhoogte. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen op het ‘recreatieterrein’ gelden de volgende regels (zie artikel 6 lid 6.2.3 van de planregels): Totale oppervlakte a.

de gezamenlijke oppervlakte van de in dit lid 6.2.3 genoemde gebouwen en overkappingen mag niet meer dan 15.000 m2 bedragen;

b.

het gezamenlijke brutovloeroppervlak van de in dit lid genoemde gebouwen, met uitzondering van bouwwerken voor recreatief nachtverblijf en gebouwen en overkappingen ten behoeve van facilitaire ruimten, mag niet meer dan 25.000 m2 bedragen.

Zonering bouwhoogte c.

de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 9 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - verruiming bouwhoogte' ten hoogste 10 gebouwen(delen) met een bouwhoogte van maximaal 15 meter zijn toegestaan;

d.

de bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding kleinschalig' mag niet meer 6 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - eenmalige afwijking' 1 gebouw met een bouwhoogte van ten hoogste 9 meter is toegestaan.

Groepshotels e.

het aantal groepshotels mag niet meer dan 10 bedragen;

f.

de oppervlakte per groepshotel mag niet meer dan 1.500 m2 bedragen;

g.

het gezamenlijke brutovloeroppervlak van de groepshotels mag niet meer dan 10.000 m2 bedragen;

9

Bouwwerken voor recreatief nachtverblijf 1.

het aantal bouwwerken mag niet meer dan 100 bedragen;

h. de oppervlakte van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf mag niet meer dan 70 m2 bedragen; i.

de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken voor recreatief nachtverblijf mag niet meer dan 7.500 m2 bedragen;

j.

de bouwhoogte van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf mag niet meer dan 5 m bedragen.

Gebouwen en overkappingen horecavoorzieningen

ten

behoeve

van

expositieruimten,

feest-

en vergaderlocaties,

k.

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen ten behoeve van expositieruimten, feest- en vergaderlocaties en horecavoorzieningen mag niet meer dan 8.000 m 2 bedragen;

l.

de oppervlakte per gebouw of overkapping ten behoeve van expositieruimten, feest- en vergaderlocaties en horecavoorzieningen mag niet meer dan 2.000 m 2 bedragen.

Gebouwen en overkappingen ten behoeve van facilitaire ruimten m. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen ten behoeve van facilitaire ruimten mag niet meer bedragen dan 3.000 m2; n. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen ten behoeve van facilitaire ruimten mag niet meer dan 7 m bedragen. Centrumgebouw o.

er mag niet meer dan 1 centrumgebouw worden gebouwd;

p.

de oppervlakte van het centrumgebouw mag niet meer dan 2.500 m 2 bedragen.

Gebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleinschalig' q.

aanvullend op sub a. tot en met q. geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleinschalig' dat: 1. het bebouwingspercentage van dat aanduidingsvlak niet meer dan 5% mag bedragen; 2. de oppervlakte van gebouwen en overkappingen niet meer dan 3.000 m 2 mag bedragen; 3. de oppervlakte per recreatief nachtverblijf niet meer dan 70 m² mag bedragen; 4. er mag 1 gebouw worden gebouwd ten behoeve sanitaire of daarmee vergelijkbare voorzieningen met een oppervlakte van 300 m².

r.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - entree' geldt dat binnen het aanduidingsvlak ten hoogste één overkapping met een bouwhoogte van ten hoogste 7 m mag worden gebouwd.

De maximaal toegestane bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter (in afwijking hiervan mag 1 kunstobject worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 12 meter). Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische waarden, de landschappelijke kwaliteit, het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a.

het bepaalde in lid 6.2.3 in i. en toestaan dat de oppervlakte van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf ten hoogste 100 m2 bedraagt, met dien verstande dat de overige bepalingen in lid 6.2.3 onverkort van toepassing blijven;

10

b.

het bepaalde in lid 6.2.3 in k. en toestaan dat de bouwhoogte van een kleinschalig bouwwerk voor recreatief nachtverblijf ten hoogste 7 m bedraagt;

c.

het bepaalde in lid 6.2.3 in m. en toestaan dat de oppervlakte van een gebouw of een overkapping ten behoeve van expositieruimten, feest- en vergaderlocaties en horecavoorzieningen ten hoogste 3.000 m2 bedraagt, met dien verstande dat de overige bepalingen in lid 6.2.3 onverkort van toepassing blijven.

Bovenstaande omgevingsvergunning kan slechts verleend worden wanneer de afwijking aansluit bij de missie, strategie en uitwerking, zoals beschreven in het Plan voor de toekomst, zoals opgenomen in bijlage 5 van de toelichting op het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan bevat ook specifieke gebruiksregels. Zo wordt tot een strijdig gebruik van gronden onder meer gerekend: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca, anders dan horeca ten dienste van de in lid 6.1 genoemde functies; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel, in welk geval het verkoopvloeroppervlak ten hoogste 200 m 2 bedraagt; het gebruik van de gronden voor meer dan 400 standplaatsen voor kamperen in de vorm van structureel recreatief nachtverblijf; het gebruik van kampeermiddelen, bouwwerken voor recreatief nachtverblijf en andere gebouwen bedoeld voor verblijfsrecreatief gebruik voor permanente bewoning; het gezamenlijke gebruik van een centrumgebouw en groepshotels, zoals genoemd onder 6.2.3, voor meer dan 90 hotelkamers; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, anders dan huisvesting van personeel als bedoeld in 6.1 onder d; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de huisvesting van personeel anders dan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erf' en/of in het centrumgebouw; het gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen en andere activiteiten zodanig dat gedurende meer dan 12 dagen per jaar de geluidsbelasting vanwege de versterkte muziek op het meest nabijgelegen geluidsgevoelig object meer bedraagt dan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Verder staat het bestemmingsplan het gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen toe, waarbij: a.

wordt voldaan aan het gestelde in onderstaande tabel:

11

b.

het aantal evenementdagen van 15 maart tot 1 juli maximaal 4 bedraagt.

Tot slot kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van in het plan genoemde maten en percentages, met dien verstande dat: a.

de afwijking beperkt blijft tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages;

b.

de afwijking niet geldt voor de in het plan aangegeven oppervlaktematen.

3. ALGEMENE EXPLOITATIEMOGELIJKHEDEN N LR 3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt beschreven welke algemene exploitatiemogelijkheden NLR heeft ten aanzien van het testen en ontwikkelen van zogenoemde UAS. Voor het testen en oefenen met (on)bemande luchtvaartuigen moet worden voldaan aan Europese en nationale wet- en regelgeving. Hieronder volgt een beschrijving van deze wet- en regelgeving. 3.2 EUROPESE WET- EN REGELGEVING Er moet voldaan worden aan de eis in paragraaf 2.4.3 van bijlage IX van de Algemene luchtvaartverordening (Basisverordening (EU) 2018/1139), waarin staat dat gedurende de hele periode van testen een passende separatie ten opzichte van derden op de grond moet worden gewaarborgd. In de Europese handreiking Specific Operations Risk Assessment (SORA) is uitgewerkt hoe een partij (persoon/bedrijf) dronevluchten uitvoert om moet gaan met veiligheid. SORA 2.5 is per 29 september 2025 van kracht. In deze oplegnotitie wordt derhalve van SORA 2.5 uitgegaan. Deze SORA is bindend voor het bedrijf dat de testen uitvoert en gevestigd is op het MITC, in dit geval NLR, en bevat een doorontwikkeling van de voorgeschreven methodiek om een risicoanalyse uit te voeren. Daardoor kunnen operators de risico’s van hun operatie beter analyseren en staan maatregelen in verhouding tot de risico’s.

Op grond van de bestaande exploitatievergunning van NLR (met TED – Test, Experimenteer, Demonstreer – privilege) in combinatie met SORA 2.5 kan alleen met drones worden gevlogen in (de buurt van) gebieden waar niet te veel personen aanwezig zijn (op het moment van testen). Gebieden waar te veel personen aanwezig kunnen zijn betreffen o.a. stedelijke en recreatieve gebieden. In dat kader bevat SORA 2.5 een tweetal objectieve criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald of er ‘te veel’ personen in een gebied aanwezig zijn om daar met een drone te kunnen vliegen/testen: ➢

➢

de actuele aanwezigheid van minder dan 500 personen per vierkante kilometer. Indien sprake is van 500 of meer personen per vierkante kilometer dan mag niet met een drone boven het desbetreffende gebied worden gevlogen; de zogenoemde ‘assembly of people’. Drones mogen niet boven een ‘assembly of people’ vliegen. De definitie van een ‘assembly of people’ laat ruimte voor interpretatie: het ziet niet op een specifiek aantal personen, maar houdt verband met de mogelijkheid voor een individu om zich te verplaatsen om de gevolgen van een incident met een drone te vermijden. Om meer duidelijkheid te verkrijgen over de definitie van een ‘assembly of people’ is Droneconsultancy verzocht hier nader onderzoek naar te verrichten. Op basis daarvan heeft Droneconsultancy een rapport opgesteld, dat als bijlage 2 aan deze oplegnotitie is toegevoegd. Uit dit rapport blijkt dat een groep waarbij mensen zich moeilijk kunnen verplaatsen in het geval van een dronecrash als ‘assembly of people’ kwalificeert. Er worden volgens Droneconsultancy duidelijke voorbeelden gegeven van wat onder ‘assembly’ in deze zin moet worden verstaan: bijvoorbeeld een cultureel evenement of een sportevenement; stranden en parken op zonnige dagen, een winkelstraat gedurende openingstijden en bijvoorbeeld een skipiste. De omvang 12

van het gebied waarover de drone niet mag vliegen wordt bepaald door het aantal personen dat onderdeel is van de desbetreffende ‘assembly of people’. Hoe groter de ‘assembly of people’, hoe groter het gebied waarover de drone niet mag vliegen. Voor de uitgebreide resultaten wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze oplegnotitie. Elke drone-operator is verplicht een bepaalde minimumafstand tot een gebied met meer dan 500 personen per vierkante kilometer of met een ‘assembly of people’ aan te houden. Om meer duidelijkheid te verkrijgen over de minimaal aan te houden afstand, is Droneconsultancy gevraagd hier (nader) onderzoek naar te verrichten. De bevindingen van Droneconsultancy zijn terug te vinden in bijlage 2 van deze oplegnotitie. Droneconsultancy heeft de minimaal aan te houden afstand aan de hand van drie gangbare methoden berekend: (i) de ballistische methode, (ii) de 1:1 regel en (iii) de Duitse berekening (LBA). Daarbij is Droneconsultancy uitgegaan van gangbare vlieghoogtes (60 en 120) en de maximale vlieghoogte die NLR aanhoudt (300 meter). Uit het onderzoek van Droneconsultancy, waarbij meerdere typen drones zijn onderzocht, blijkt het volgende: ➢ ➢ ➢ ➢

➢ ➢

Er moet per vlucht een passende grondrisicobuffer worden gedefinieerd; Voor het bepalen van de bufferzone mag altijd de 1:1 regel worden gehanteerd of, als dat gunstiger is, een andere methode waarbij de Nederlandse overheid ook de ballistische methode goedkeurt; De minimale te hanteren bufferzone-afstand op basis van welke methode dan ook is 60 meter (1:1 regel); Uitgaande van de door NLR naar voren gebrachte type drones bedraagt de minimaal aan te houden bufferzone-afstand respectievelijk 60 meter (bij toepassing 1:1 regel) of 77 meter (bij toepassing ballistische methode); Uitgaande van de door NLR naar voren gebrachte type drones en een vlieghoogte van 60 meter bedraagt de gemiddeld aan te houden bufferzone-afstand 140,75 meter (ballistische methode); Uitgaande van de door NLR naar voren gebrachte type drones en een vlieghoogte van 300 meter bedraagt de gemiddeld aan te houden bufferzone-afstand 317,25 meter (ballistische methode).

3.3 NATIONALE WET- EN REGELGEVING

3.3.1 INLEIDING In deze paragraaf (3.3) wordt ingegaan op de nationale wet- en regelgeving omtrent de exploitatiemogelijkheden van NLR ten aanzien van het testen en ontwikkeling van UAS. In dat kader zal eerst het planologisch kader worden beschreven (paragraaf 3.3.2). Daarna wordt ingegaan op de Wet luchtvaart en het Besluit burgerluchthavens (3.3.3) en op de Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden 2018, op grond waarvan een luchtruim kan worden aangewezen voor onder meer het testen en oefenen met UAS. 3.3.2 BEHEERSVERORDENING “LANDELIJK GEBIED” / BESTEMMINGSPLAN “WATERLOOPBOS E.O." De Beheersverordening – onder verwijzing naar het bestemmingsplan “Waterloopbos e.o.” - voorziet ter hoogte van het terrein van NLR, voor zover van belang, in de bestemming ‘hoogwaardige onderzoek- en ontwikkelingsdoeleinden’ (zie artikel 5 van de planregels van het bestemmingsplan “Waterloopbos e.o.”). Het terrein is bestemd voor waterloopkundig, lucht- en ruimtevaartlaboratoria, alsmede voor hoogwaardige bedrijven gericht op onderzoek, speur- en ontwikkeling(swerk) en computerservice- en informatietechnologiebedrijven voor zover deze zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 van de lijst van bedrijven, met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, erven, wegen en groenvoorzieningen.

13

In aanvulling daarop zijn de gronden tevens bestemd voor een helikopterlandingsplaats, indien de gronden op de kaart zijn aangeduid met “landingsplaats helikopter”. 3.3.3 WET LUCHTVAART EN BESLUIT BURGERLUCHTHAVENS Voor het testen en oefenen met UAS zal ook voldaan moeten worden aan de Wet luchtvaart, waarin is bepaald dat deelname aan het luchtverkeer geen gevaar voor personen of zaken mag opleveren (artikel 5.3 Wet luchtvaart). Een luchthaven in Nederland moet beschikken over een luchthavenbesluit (bijvoorbeeld Schiphol) of een luchthavenregeling. Een luchthavenregeling is bedoeld voor luchthavens waarvan het gebruik buiten het luchthavengebied geen externe-veiligheidsrisico’s of onevenredige gevolgen heeft met betrekking tot geluidsbelasting buiten het luchthaventerrein. Anders is een ‘luchthavenbesluit’ nodig. NLR beschikt op grond van het Besluit burgerluchthavens over een ‘luchthavenregeling’, op grond waarvan zij haar luchthaven mag gebruiken voor onder meer drones. 3.3.4 REGELING BEPERKING OF VERBOD UITOEFENING BURGERLUCHTVERKEER IN BEPAALDE GEBIEDEN 2018 Op grond van de “Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden 2018” kan het Rijk voor onder meer het testen en oefenen met (on)bemande luchtvaartuigen luchtruim aanwijzen.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Defensie zijn samen verantwoordelijk voor het luchtruim. In de (directe) omgeving van NLR zijn de volgende luchtruimgebieden gelegen:

• • •

EHR 66 (NLR RPAS testcentrum Low); EHTSA 67 (Kraggenburg), en TGB NLR testcentrum high.

Zie Afbeelding 3 voor een overzicht van de verschillende luchtruimgebieden:

Afbeelding 3: luchtruimgebieden 14

De aanwijzing van een luchtruim stelt beperkingen aan het gebruik van dat luchtruim door andere luchtvaartuigen. De aanwijzing van een luchtruim heeft geen directe gevolgen voor het gebruik van de gronden waarboven het luchtruim zich bevindt. In de “Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden 2018” is het gebied EHR 66 (NLR RPAS testcentrum Low) behoudens toestemming van de militaire luchtverkeersdienstverlener verboden voor burgerluchtverkeer op maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van nationale feestdagen, gedurende de uniforme daglichtperiode (het gedeelte van het etmaal tussen vijftien minuten voor zonsopgang en vijftien minuten na zonsondergang), of incidenteel op per NOTAM bekendgemaakte andere dagen en tijden in het gebied, tot 1.500 ft AMSL. In het gebied EHTSA 67 (Kraggenburg) is het behoudens toestemming van de militaire luchtverkeersdienstverlener verboden voor burgerluchtverkeer gedurende de dagen en tijden die telkens per NOTAM worden bekendgemaakt, tot 1.200 ft AMSL. Het gebied TGB NLR testcentrum high is of wordt bij beschikking aangewezen door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. 3.4 TUSSENCONCLUSIE Het vliegen/testen met UAS door NLR dient zowel aan Europese als nationale wet- en regelgeving te voldoen.

NLR beschikt over een zogenoemde ‘luchthavenregeling’, op grond waarvan zij een start- en landingsbaan mag gebruiken voor het vliegen met onder meer UAS/drones. Op grond van de bestaande exploitatievergunning van NLR (met TED – Test, Experimenteer, Demonstreer – privilege) in combinatie met SORA 2.5 moet voorafgaand aan iedere vlucht een risicoanalyse worden gemaakt en kan alleen met drones worden gevlogen in (de buurt van) gebieden waar niet te veel personen aanwezig zijn (op het moment van testen). NLR mag met drones niet vliegen (i) in gebieden met een actuele aanwezigheid van 500 personen per vierkante kilometer of (ii) over zogenoemde ‘assembly of people’. In beide gevallen moet tevens een ‘bufferzone’ in acht worden genomen, waarbij de minimale te hanteren bufferzone-afstand op basis van welke methode dan ook 60 meter bedraagt. Voor proef- en demonstratievluchten kan het risicoprofiel afwijken van dat van een “gewone” operationele inzet, juist omdat vaker sprake is van nieuwe configuraties of beoogde grensverkenning van de prestaties. Dat kan ertoe leiden dat een meer conservatieve (lees: grotere) buffer, aanvullende mitigerende maatregelen of een strikter gekozen testlocatie nodig is dan bij een routinematige operatie met een volledig uitontwikkelde UAS-configuratie. 4.

AFWEGING BELANGEN NETL EN NLR 4.1 INLEIDING Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de belangenafweging van de nieuwe planologische mogelijkheden van Netl in relatie tot de exploitatiemogelijkheden van NLR. In dat kader wordt eerst ingegaan op de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van Netl op basis van de vigerende Beheersverordening en de gevolgen daarvan voor de exploitatiemogelijkheden van NLR (zie paragraaf 4.2). Vervolgens worden de overige beperkingen voor de exploitatiemogelijkheden van NLR beschreven als gevolg van andere (bouw- en/of gebruiks)activiteiten in de (directe) omgeving van NLR (naast de activiteiten op het terrein van Netl), zie hiervoor paragraaf 4.3. Tot slot wordt uiteengezet waarom het nieuwe bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” niet tot een (onevenredige) belemmering van de exploitatiemogelijkheden van NLR

15

zal leiden, zodat sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ in de zin van artikel 3.1 Wro (zie paragraaf 4.4). 4.2 MAXIMALE MOGELIJKHEDEN NETL EN GEVOLGEN VOOR NLR

4.2.1 INLEIDING Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling moet bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan (i) worden uitgegaan van de maximale invulling van de planologische mogelijkheden van het voorheen geldende plan én moet (ii) worden beoordeeld of het nieuwe bestemmingsplan wat betreft bouw- en gebruiksmogelijkheden al dan niet leidt tot een verslechtering ten opzichte van de bestaande planologische situatie.1 Gelet op bovenstaande rechtspraak is Pleisureworld Elst (een leisure adviesbureau met expertise in dagen verblijfsrecreatie) verzocht een reële exploitatie van Netl op basis van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de vigerende Beheersverordening in kaart te brengen. Op basis daarvan heeft Pleisureworld een rapport opgesteld, dat als bijlage 3 aan deze oplegnotitie is toegevoegd. Hierna zal de inhoud van dit rapport worden beschreven 4.2.2 RAPPORT PLEISUREWORLD Het rapport van Pleisureworld bevat een beschrijving van een representatieve invulling van de planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden op grond van de Beheersverordening aan de hand van een representatief en concreet bedrijfsplan genaamd ‘Brennels’. Het bedrijfsplan blijft geheel binnen de begrenzingen die de Beheersverordening bevat en is in lijn met alle relevante ontwikkelingen in de vrijetijdssector.

Gelet hierop kan ook een reëel beeld worden gegeven van de verwachte bezoekersaantallen, uitgesplitst naar periode en seizoen, en is inzichtelijk gemaakt hoe/waar de bezoekers zich op het terrein ophouden, individueel of groepsgewijs. Het bedrijfsplan gaat kort gezegd uit van vijf ‘themawerelden’ (zie ook Afbeelding 4) en een jaarronde opening (het terrein is dagelijks geopend van 10.00 – 17.00 uur, in het zomerseizoen – 1 juli t/m 31 augustus - is ‘Brennels’ geopend van 10.00 – 20.00 uur). Voor een uitgebreide beschrijving van de inhoud van het bedrijfsplan wordt kortheidshalve verwezen naar bijlage 3 bij deze oplegnotitie.

1

Zie bijvoorbeeld ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2100, ABRvS ECLI:NL:RVS:2023:2478 en ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4337.

28

juni

2023, 16

Afbeelding 4: themawerelden ‘Brennels’ Op basis van (i) de beschikbare marktruimte voor dagrecreatie, (ii) de feitelijke bezoekerscijfers van vergelijkbare dagrecreatieparken/-terreinen, (iii) de grote procentuele groei aan bezoekers binnen de ‘tweede divisie’ bedrijven (waar ‘Brennels’ deel van uitmaakt), (iv) de reisbereidheid van zowel inwoners als bezoekers uit de toeristische verblijfsaccommodaties en (v) het bedrijfsplan ‘Brennels’, is door Pleisureworld een bezoekersraming gemaakt. In deze raming is nog geen rekening gehouden met de autonome bevolkingsgroei binnen het verzorgingsgebied en wordt ook nog geen rekening gehouden met bezoekers vanuit het jaarlijkse aanvullende programma (Lammetjesdagen, Happy Halloween, Winter Brennels), eventuele evenementen en de zakelijke markt (die ook gebruik van de dagrecreatieve faciliteiten kan maken). Op basis van bovenstaande uitgangspunten en bij een kwalitatieve invulling en uitvoering van het bedrijfsplan ‘Brennels’ komt Pleisureworld uit op een jaarlijks bezoekersaantal van 400.000 personen. Dit betreft een inschatting van de bezoekersaantallen bij een directe uitvoering van het bedrijfsplan, in de daaropvolgende jaren zal dit aantal mede gelet op de demografische ontwikkelingen en de bekendheid met het bedrijfsplan nog toenemen.

In de maanden met de laagste bezoekersaantallen (januari en november) komt dit neer op circa 16.000 bezoekers per maand. Dit betekent dat in januari circa 516 personen per dag en in november circa 533 personen per dag een bezoek aan ‘Brennels’ zullen brengen. Als ook de extra bezoekers als gevolg van ‘Winter Brennels’ worden meegerekend (25.000 extra bezoekers gedurende de periode 1 november t/m 31 januari, dit komt neer op circa 8.333 per maand) komt het totaal aantal bezoekers in de maanden januari en november neer op respectievelijk 785 en 811 personen per dag. De eventuele evenementen, de zakelijke markt en de familieabonnementen leiden volgens Pleisureworld tot nog hogere bezoekersaantallen (ook gedurende de maanden januari en november).

17

Volgens Pleisureworld zullen de bezoekers van ‘Brennels’ zich gelet op de vijf themawerelden evenredig over de ‘werelden’ verspreiden (nadat een bezoeker bijvoorbeeld het Bamboebos heeft bezocht gaat deze naar een van de stranden). De verblijfsduur bij vergelijkbare dagrecreatiebedrijven bedraagt volgens Pleisureworld 4 tot 6 uur en dit zal bij ‘Brennels’ ook het geval zijn. Uitgaande van een verblijfsduur van 4 uur ligt de bezoekerspiek tussen 13.00 en 14.00 uur: dan zullen alle bezoekers gelijktijdig op het terrein van ‘Brennels’ aanwezig zijn. Bij een verblijfsduur van 5 uur ligt de bezoekerspiek tussen 12.00 en 15.00 uur en bij een verblijfsduur van 6 uur ligt de bezoekerspiek tussen 11.00 en 16.00 uur). 4.2.3 GEVOLGEN VOOR NLR 4.2.3.1 500 PERSONEN PER VIERKANTE KILOMETER Uit het rapport van Pleisureworld (zie bijlage 3 bij deze oplegnotitie) blijkt dat bij een representatieve invulling van de planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden op grond van de Beheersverordening en in de maanden met de laagste bezoekersaantallen (januari en november) sprake zal zijn van minimaal respectievelijk 516 en 533 bezoekers per dag. Aangevuld met het personeel van Netl dat dagelijks op het terrein aanwezig is (minimaal 30 á 50 personen in het voor- en naseizoen en in de winter) komt dit neer op minimaal 546 personen per dag in januari en minimaal 563 personen per dag in november.

Verder komen daar nog de bezoekers bij van ‘Winter Brennels’, de speciale activiteiten, de zakelijke bezoekers en abonnementhouders. Aangezien een bezoeker van dagrecreatiepark ‘Brennels’ 4 tot 6 uur op het terrein aanwezig is, zijn gedurende een groot gedeelte van de dag meer dan 500 mensen gelijktijdig op het terrein aanwezig. Gelet op de bepalingen uit SORA 2.5 (zie paragraaf 3.2) betekent dit dat zelfs in de maanden met de laagste bezoekersaantallen (januari en november) het overgrote deel van de dag niet met drones boven het terrein van Netl (of binnen de daaromheen gelegen bufferzone) mag worden gevlogen. Aangezien in de overige maanden sprake is van (substantieel) meer bezoekers (zie ook de bezoekersflow die is opgenomen in hoofdstuk 9 van het rapport van Pleisureworld), kan ook dan niet met drones boven het terrein van Netl of binnen de daaromheen gelegen bufferzone(s) worden gevlogen.

4.2.3.2 ‘ASSEMBLY OF PEOPLE’ Uit het rapport van Pleisureworld blijkt dat bij een representatieve invulling van de planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden op grond van de Beheersverordening in de maanden met de laagste bezoekersaantallen (januari en november) sprake zal zijn van minimaal respectievelijk 516 en 533 bezoekers per dag (exclusief de bezoekers van ‘Winter Brennels’, bezoekers bij speciale activiteiten, de zakelijke recreatie en abonnementhouders) en minimaal 30 á 50 werknemers per dag. De bezoekers zullen zich gelet op de vijf themawerelden evenredig over de ‘werelden’ verspreiden (nadat een bezoeker bijvoorbeeld het Bamboebos heeft bezocht gaat deze naar een van de stranden) en elke themawereld is voorzien van klim-, klauter-, en/of speelactiviteiten voor kinderen en/of volwassenen en/of plekken om juist uit te rusten/relaxen. Voorts zijn er in elke wereld horecafaciliteiten aanwezig. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende activiteiten/voorzieningen (voor een volledig overzicht wordt kortheidshalve verwezen naar het rapport van Pleisureworld): ➢ ➢

➢

Bamboebos: kronkelende paden, touwbruggen en klimconstructies (tot maximaal 7 meter hoog) tussen wuivende bamboestengels. Inclusief Food & Drink Corner; Folliebos: open veldkamer met ‘follies’, verhalenroute met interactieve installaties, klankobjecten en lichtsculpturen. Productie van o.a. pompoenen en brandnetels en vlindertuin met bijenvolken. Inclusief Food & Drink Corner; Strand van Brennels Beach en Vuurtorenstrand: stranden, skelterbaan, survivalparcours en buitenspeeltuin. Meerdere horecavoorzieningen;

18

➢

➢

Peuter Dorp & Dierenrijk: miniatuurbouwwerken, zachte klimspeelplaatsen (beide niet hoger dan 7 meter) en water- en zandzones. Verblijf voor alpaca’s, schapen, dwergpony's, hangoor-konijnen en Vlaamse reuzen. Pretfabriek van de Polder: hal met knutselfabriek, in samenhang met buitenactiviteiten in tuin behorende bij Pretfabriek (met o.a. pompoenen). Inclusief restaurant en winkel.

Voor een uitgebreide beschrijving van alle activiteiten en voorzieningen op het terrein wordt kortheidshalve verwezen naar het rapport van Pleisureworld. Gelet op het bovenstaande zijn er jaarrond en gedurende de gehele dag permanent meerdere ‘assemblies of people’ in de zin van SORA 2.5 op het terrein van Netl aanwezig. Zie in dat kader ook het rapport van Dronconsultancy (bijlage 2 bij deze oplegnotitie), waarin is opgenomen dat op het terrein met een recreatieve aard - zoals bij Netl (en dus ook bij ‘Brennels’ - snel sprake zal zijn van meerdere ‘assemblies’, zoals kinderen die spelen rondom het paviljoen en op het strand en groepen die samen sportieve activiteiten uitvoeren. Zelfs als wordt uitgegaan van de kleinst aan te houden bufferzone voor een ‘assembly of people’ (60 meter, zie paragraaf 3.2), kan het gehele jaar niet met een drone over het terrein van Netl worden gevlogen. Zie in dat kader ook Afbeelding 5, waarop de bufferzones van slechts een paar ‘assemblies of people’ worden weergegeven (in de praktijk zal sprake zijn van een veelvoud aan ‘assemblies’). Met alleen al deze ‘assemblies’ kan niet meer met een UAS over het terrein van Netl worden gevlogen.

Afbeelding 5: ‘Assemblies of people’ inclusief bufferzones van 60 meter

19

4.2.3.3 TUSSENCONCLUSIE Bij een representatieve invulling van de planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden op grond van de Beheersverordening zal in de maanden met de laagste bezoekersaantallen (januari en november) sprake zijn van minimaal respectievelijk 516 en 533 bezoekers per dag. Daarnaast zullen ‘Winter Brennels’, de bijzondere activiteiten, de zakelijke markt en de abonnementhouders elk tot een forse verhoging van de bezoekersaantallen leiden. Daarbovenop is er op het terrein dagelijks minimaal 30-50 man personeel aanwezig. Met een gemiddelde bezoekersduur van 4-6 uur per dag zal zelfs in de maanden met de laagste bezoekcijfers gedurende een groot gedeelte van de dag meer dan 500 mensen gelijktijdig op het terrein van Netl aanwezig zijn. Ook zullen het hele jaar door dagelijks - tijdens de openingstijden - meerdere ‘assemblies of people’ op het terrein van Netl aanwezig zijn. Zowel op grond van het in de SORA 2.5 opgenomen criterium van ‘500 personen per vierkante kilometer’ als op grond van het daarin criterium van ‘assembly of people’ (inclusief bijbehorende bufferzones), kan NLR het gehele jaar dus niet met drones boven het terrein van Netl vliegen.

4.3 OVERIGE BEPERKINGEN VOOR EXPLOITATIEMOGELIJKHEDEN NLR In de (directe) omgeving van NLR worden – naast de activiteiten op het terrein van Netl – ook andere (bouwen/of gebruiks)activiteiten verricht die (mogelijk) tot een beperking van de exploitatiemogelijkheden van NLR leiden. In deze paragraaf worden deze activiteiten beschreven. Achtereenvolgens worden besproken: Recreatiepark De Voorst (4.3.1), Buitengewoon de Voorst (4.3.2), Paddestoelen reservaat Natuurmonumenten (4.3.3), Waterloopbos (4.3.4) en het MITC zelf (4.3.5). Zie voor een visueel overzicht van voornoemde locaties Afbeelding 6 en bijlage 4 bij deze oplegnotitie.

20

Afbeelding 6: luchtfoto (directe) omgeving NLR 4.3.1 RECREATIEPARK DE VOORST Recreatiepark De Voorst is gelegen aan de Leemringweg 33, 8317 RD, te Kraggenburg (zie ook Afbeelding 6) en betreft een park waar zowel kan worden gerecreëerd als kan worden verbleven. Het park beschikt over 35 ‘lodges’, 20 ‘grutto’s’, 69 privé chalets, 98 ‘basis’ kampeerplaatsen, 21 ‘basis’ kampeerplaatsen (huisdiervrij) en 5 camperplaatsen. Op het park zijn ook meerdere recreatieve voorzieningen aanwezig waaronder een dierenweide, Jeu de Boules, een multifunctionele sportkooi, een pannakooi, tafeltennis, zandbak, zwembad, boothelling, sup verhuur, zwemwater, speeltuin, loopbrug, speel-doepark, midgetgolf, volleybalveld en een vissteiger. Een plattegrond van het park is als bijlage 5 bij deze oplegnotitie gevoegd. Het park is jaarrond geopend. Gelet op bovenstaande recreatie- en verblijfsmogelijkheden is aannemelijk dat jaarrond en in ieder geval tussen zonsopgang en zonsondergang meerdere ‘assemblies of people’ in de zin van SORA 2.5 op het terrein van Recreatiepark De Voorst aanwezig zijn. 4.3.2 BUITENGEWOON DE VOORST Buitengewoon de Voorst is een restaurant en vergader-, feest- en eventlocatie met grote speeltuin en midgetgolf aan de Leemringweg 29, 8317 RD, te Kraggenburg.

Het restaurant is jaarrond geopend (van woensdag t/m zondag) en voor eenieder toegankelijk (dus ook voor personen die Recreatiepark De Voorst niet bezoeken). 21

Gelet op het bovenstaande is aannemelijk dat jaarrond (van woensdag t/m zondag) en in ieder geval tussen zonsopgang en zonsondergang meerdere ‘assemblies of people’ in de zin van SORA 2.5 in of nabij Buitengewoon de Voorst aanwezig zijn. 4.3.3 PADDESTOELEN RESERVAAT NATUURMONUMENTEN Het Paddestoelen reservaat Natuurmonumenten was het eerste officiële paddenstoelenreservaat van Europa. Het reservaat is 120 hectares groot en telt nu zo'n 800 soorten paddenstoelen. Het gebied is toegankelijk voor publiek. Gelet op het bovenstaande is aannemelijk dat jaarrond en in ieder geval tussen zonsopgang en zonsondergang een of meer ‘assemblies of people’ in de zin van SORA 2.5 in het reservaat aanwezig zijn. 4.3.4 WATERLOOPBOS Het Waterloopbos bij Marknesse in de Noordoostpolder is aangewezen als Rijksmonument. Het voormalige Waterloopkundige Laboratorium ‘De Voorst’ ligt in een groen decor van een nog jong, maar al hoog opgegroeid polderbos. In 2002 is Natuurmonumenten eigenaar geworden van het Waterloopbos en uit de Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos 2016 – 2026 2 blijkt dat het Waterloopbos grote aantrekkingskracht heeft op gezinnen met kinderen op zoek naar bos- en wateravontuur. Ook is het een bestemming voor rust- en natuurliefhebbers. Natuurmonumenten heeft de ambitie heeft om in 2026 200.000 bezoekers in het Waterloopbos te ontvangen.

In de Ontwikkelagenda worden onderstaande ontwikkelingen in het Waterloopbos beschreven: ➢

➢

➢

➢

➢

Gezinnen met kinderen komen straks aan hun trekken in het waterspeelmodel en het natuurpad van OERRR. Hier beleef je bos- en natuuravonturen. Het natuurpad loopt door het bos en over en langs modellen met behulp van knuppelpaden, boomstronken en bruggetjes. Vanuit een uitkijktoren ontdek je nog veel meer: je staat op ooghoogte met de bijzondere vogels van het bos en kijkt net als een ingenieur neer op de modellen. In de Deltagoot wacht een grote verrassing, een beleving die je de adem beneemt. De waterloopkundige modellen vormen het hart van het Waterloopbos. Via bewegwijzerde themaroutes kan je kiezen welke je wilt zien: de topmodellen, de havenmodellen of juist alle buitenlandse modellen. Informatie bij de modellen laat zien wat er is onderzocht en hoe het er in het echt uitziet. Met een route-app ontdek je nog veel meer over deze modellen. De natuur in het Waterloopbos heeft grote aantrekkingskracht op liefhebbers van paddenstoelen, vlinders, libellen en vogels. Ieder seizoen heeft zijn charme en zijn natuurlijke bijzonderheden. De natuur is zichtbaar en beleefbaar langs wandelpaden en routes, in het Bezoekerscentrum en met behulp van een route-app die per seizoen laat zien wat er te beleven is. Voor beeldende kunst en podiumkunst is het Waterloopbos een prachtig decor. Voor invaliden is het Waterloopbos prima ontsloten.

Er zijn meerdere routes en ook het bezoekerscentrum is geheel toegankelijk. Picknickplaatsen zijn speciaal ingericht voor rolstoelgebruikers. Voor de bezoekers heeft de aanwezigheid van een horecagelegenheid een aantrekkende werking en verlengt het de verblijfsduur. In een pop-up-vorm kan hiermee eenvoudig worden gestart. Bij een toename van het aantal bezoekers kan de kwaliteit en vorm worden veranderd.

2 https://res.cloudinary.com/natuurmonumenten/raw/upload/v1529933342/2018-

06/OntwikkelagendaWaterloopbos_copyrightNatuurmonumenten_2016_0.pdf. 22

Gelet op het bovenstaande is aannemelijk dat jaarrond en in ieder geval tussen zonsopgang en zonsondergang meerdere ‘assemblies of people’ in de zin van SORA 2.5 in het Waterloopbos aanwezig zijn. 4.3.5 MITC Het Mobiliteit Infrastructuur Test Centrum (MITC) is een kennis- en testcentrum voor slimme mobiliteit, dat onder meer zal voorzien in onderwijs en opleidingen die aansluiten op de toekomstige behoeften van de mobiliteitssector. NLR en de Duits-Nederlandse Windtunnel (DNW) maken onderdeel uit van het MITC en binnenkort voegen ook de RDW (testcentrum) en Politie (oefen- en trainingscentrum van de Politie(academie)) zich bij het MITC. Voor een overzicht van de verschillende deellocaties van het MITC, zie Afbeelding 6 en bijlage 4 bij deze oplegnotitie. NLR zal bij het testen met drones rekening moeten houden met de grote aantallen mensen op het terrein van MITC, een en ander gelet op in SORA 2.5 opgenomen criterium van ‘500 personen per vierkante kilometer’ als op grond van het daarin criterium van ‘assembly of people’ (inclusief bijbehorende bufferzones). 4.4 GEEN (ONEVENREDIGE) BELEMMERING EXPLOITATIEMOGELIJKHEDEN NLR Een gemeenteraad moet bij de vaststelling van een bestemmingsplan bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen.

De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.3 Zoals beschreven in paragraaf 4.2.1 moet bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan (i) worden uitgegaan van de maximale invulling van de planologische mogelijkheden van het voorheen geldende plan én moet (ii) worden beoordeeld of het nieuwe bestemmingsplan wat betreft bouw- en gebruiksmogelijkheden al dan niet leidt tot een verslechtering ten opzichte van de bestaande planologische situatie.4 Gelet op het bovenstaande bevat voorliggende oplegnotitie een (nadere) beschrijving van de planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden ter hoogte van het terrein van NETL op grond van de beheersverordening “Landelijk gebied” en het nieuwe bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” en is beoordeeld of de exploitatiemogelijkheden van NLR ten aanzien van het testen en ontwikkelen van UAS als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan worden ingeperkt.

Uit deze beoordeling blijkt dat een representatieve invulling van de maximale planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden op grond van de Beheersverordening tot een dusdanig aantal personen op het terrein van Netl leidt, dat zowel op grond van het in de SORA 2.5 opgenomen criterium van ‘500 personen per vierkante kilometer’ als op grond van het daarin criterium van ‘assembly of people’ (inclusief bijbehorende bufferzones), het gehele jaar niet met drones boven het terrein van Netl kan worden gevlogen. Met andere woorden: NLR wordt in de huidige planologische situatie reeds jaarrond beperkt in haar exploitatiemogelijkheden met betrekking tot het testen en ontwikkelen van UAS. Gelet hierop leidt het nieuwe bestemmingsplan wat betreft bouw- en gebruiksmogelijkheden niet tot een verslechtering ten

3 Zie bijvoorbeeld ABRvS 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5760. 4

Zie bijvoorbeeld ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2100, ABRvS ECLI:NL:RVS:2023:2478 en ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4337.

28

juni

2023, 23

opzichte van de bestaande planologische situatie: in beide gevallen kan NLR jaarrond niet met UAS boven/over het terrein van Netl vliegen. 5. CONCLUSIES Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan “Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)” niet tot een (onevenredige) belemmering van de exploitatiemogelijkheden van NLR zal leiden, zodat sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ in de zin van artikel 3.1 Wro.

*****

24

BIJLAGE 1

ECLI

ECLI:NL:RVS:2025:3295

Datum uitspraak

18 juli 2025

Inhoudsindicatie

De raad van de gemeente Noordoostpolder heeft bij besluit van 31 maart 2025 het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt aan de Leemringweg 19 in Kraggenburg een recreatiepark mogelijk met onder meer 400 standplaatsen voor structureel recreatief nachtverblijf, 10 groepshotels en 100 bouwwerken voor recreatief nachtverblijf. In de huidige situatie exploiteert Lavendel op dat perceel het recreatiepark NETL. Het park biedt onder meer kampeerplaatsen, vakantiehuisjes, groepsaccommodaties, horecavoorzieningen en faciliteiten voor dagrecreatie aan. Daarnaast kan het park worden gebruikt voor bijeenkomsten en evenementen. De activiteiten van NETL zijn op onderdelen in strijd met de ter plaatse geldende "beheersverordening Landelijk gebied", maar deze zijn vervolgens alsnog toegestaan op grond van vijf tijdelijke omgevingsvergunningen voor handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening. Met het bestemmingsplan is beoogd om het recreatiepark in de huidige - deels tijdelijk vergunde - vorm duurzaam toe te staan en de mogelijkheid te bieden om uit te breiden.

Volledige tekst 202503104/2/R1. Datum uitspraak: 18 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de

1

Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (hierna: NLR), gevestigd in Marknesse, gemeente Noordoostpolder, verzoekster, en de raad van de gemeente Noordoostpolder, verweerder. Procesverloop De raad heeft bij besluit van 31 maart 2025 het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft NLR beroep ingesteld. NLR heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De raad en Lavendel B.V. hebben beide een schriftelijke uiteenzetting ingediend. NLR heeft nadere stukken ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 juni 2025, waar NLR, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], [gemachtigde B] en [gemachtigde C], bijgestaan door mr. A.M. Nijboer, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door A.M. Kleine Staarman, bijgestaan door mr. S. van Gent, advocaat te Zwolle, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Lavendel, vertegenwoordigd door [gemachtigde D], [gemachtigde E] en [gemachtigde F], vergezeld door [persoon], en bijgestaan door mr. M.L. Diepenhorst, advocaat te Amsterdam, als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2339/documents/43851