CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.4 Overzicht wijzigingen geactualiseerde verordening Wmo.pdf

Commissie Samenlevingszaken 25 oktober 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Verordeningen jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 20225.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 4 Overzicht wijzigingen geactualiseerde verordening Wmo I Algemeen opmerkingen verordening en de toelichting bij de verordening Net als de huidige verordening is een artikelsgewijze toelichting bij de geactualiseerde verordening opgenomen. Alle wijzigingen in de geactualiseerde verordening zijn hieronder (A t/m P) voorzien van een motivering op elke wijziging. In de huidige verordening wordt zowel het begrip persoonsgebonden budget als ook de afkorting pgb gebruikt. We kiezen om in de geactualiseerde verordening het uitgeschreven begrip te gebruiken en in de artikelsgewijze toelichting de afkorting. In een aantal bepalingen en de artikelsgewijze toelichting bij de verordening is de ambtelijke taal aangepast (bijv. indien: wanneer of als, de wijze waarop: hoe, ten behoeve van: voor). In de artikelsgewijze toelichting bij de geactualiseerde verordening zijn op de ontbrekende plekken de citeertitels van de artikelen toegevoegd. Per abuis waren die in de huidige versie niet opgenomen. De artikelsgewijze toelichting bij de geactualiseerde verordening is waar nodig geactualiseerd op basis van de rechtspraak. Bijvoorbeeld gebruikelijk hulp (art. 4.2). Dat is ook gedaan bij gewijzigde bepalingen zoals bijvoorbeeld bij algemeen gebruikelijke voorzieningen (art. 4.1, lid 1 onder b). De artikelsgewijze toelichting bij art.

3.1 lid 5 en 6 is aangepast conform het bepaalde van de Algemene wet bestuursrecht (bevoegdheid opschorten beslistermijn). Het verlengen van de beslistermijn schort namelijk niet altijd de beslistermijn op. Tot slot is de artikelsgewijze toelichting bij de geactualiseerde verordening aangepast aan de wijzigingen in de verordening die hieronder worden toegelicht. A. Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen In de begripsbepalingen van art. 1.1 lid 1 wijzigt het begrip financiële maatwerkvoorziening in financiële tegemoetkoming. Dat geldt ook voor: artikel 5.3 lid 2, 3 en 4 en artikel 7.3 lid 2. Voor de duidelijkheid is de financiële tegemoetkoming ook apart benoemd als maatwerkvoorziening. Dit in plaats van (financiële) maatwerkvoorziening. Dat geldt voor de artikelen: 13.1, 13.3 en 13.4. De reden van wijziging staat hieronder (artikel 1.1, lid 1, onderdeel g) beschreven. HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN Bestaande tekst Nieuwe tekst Vervalt onder vernummering van de overige Artikel 1.1, lid 1, onderdeel a a. algemeen gebruikelijk: een zaak of een dienst begripsbepalingen.

die naar zijn aard algemeen gebruikelijk is dan wel niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, algemeen verkrijgbaar is, niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten en die naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de persoon als de aanvrager behoren; Motivering Het bepaalde onder a kan vervallen gelet op de rechtspraak en de huidige wettekst. In CRvB 20 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3535 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) voor gemeenten vier richtinggevende criteria geformuleerd. Daarnaast is het bepaalde sinds 1 januari 2020 in de wettekst opgenomen (art. 2.3.5 lid 3 Wmo 2015). De wetgever was namelijk van mening dat het begrip algemeen gebruikelijke voorziening gecodificeerd moest worden in de wet zelf. De bepaling is dan ook overbodig geworden (het valt buiten de verordenende bevoegdheid). In verschillende bepalingen in de verordening zijn in dat kader tekstuele aanpassingen doorgevoerd (algemeen gebruikelijke zaak of dienst  algemeen gebruikelijke voorziening). Artikel 1.1, lid 1, onderdeel f Artikel 1.1, lid 1, onderdeel e f. dagactiviteiten: structurele tijdsbesteding met e. dagactiviteiten: structurele tijdsbesteding met een welomschreven doel; een welomschreven resultaat; Motivering De wijziging (en vernummering) is het gevolg van de nieuwe inkoop van dagactiviteiten.

We gaan per 2022 resultaatgericht werken. De gemeente bepaalt samen met de inwoner het resultaat en de aanbieder bepaalt samen met de inwoner de activiteiten en de doelen om het resultaat te behalen. Daarom is het begrip gewijzigd, zodat verwarring over resultaten en doelen wordt voorkomen en dan met name over ‘wie doet wat’.

1

Artikel 1.1, lid 1, onderdeel g Artikel 1.1, lid 1, onderdeel f g. financiële maatwerkvoorziening: een f. financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks aan de cliënt kan worden uitbetaald en aan de cliënt kan worden uitbetaald en waarvoor waarvoor geen oordeel wordt gegeven over geen oordeel wordt gegeven over de kwaliteit; de kwaliteit; Motivering We wijzigen (en vernummeren) de term financiële maatwerkvoorziening in financiële tegemoetkoming, want uit de rechtspraak blijkt nu dat de term financiële tegemoetkoming wordt gebruikt. Hiermee wordt het ook duidelijker dat het niet om een pgb gaat maar een tegemoetkoming in de kosten. De term financiële tegemoetkoming houden we ook in de uitvoeringspraktijk aan. Artikel 1.1, lid 1, onderdeel l Artikel 1.1, lid 1, onderdeel k l. huisgenoot: de persoon met wie de cliënt k. huisgenoot: de persoon met wie de cliënt duurzaam gezamenlijk een huishouden voert; gezamenlijk een huishouden voert; Motivering Onderdeel l wijzigt (en vernummerd). De term duurzaam is verwijderd omdat het vragen oproept wat duurzaam is. Ook doet het meer recht aan het uitgangspunt dat een huisgenoot die gezamenlijk een huishouden voert met de inwoner geacht wordt om bijvoorbeeld de huishoudelijke taken over te nemen, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden verwacht (maatwerk).

Artikel 1.1, lid 1, onderdeel k Artikel 1.1, lid 1, onderdeel n n. leefeenheid: de echtgenoot, geregistreerd k. leefeenheid: de echtgenoot, ouders, partner, ouders, inwonende kinderen of inwonende kinderen of andere huisgenoten die duurzaam gemeenschappelijk een woning andere huisgenoten die gemeenschappelijk bewonen en gezamenlijk een huishouden een woning bewonen en gezamenlijk een voeren; huishouden voeren; Motivering Zie motivering bij artikel 1.1, lid 1, onderdeel l. Met het opnemen van het begrip geregistreerd partner komen we tegemoet aan het advies van de Participatieraad Sociaal domein. Vervallen Artikel 1.1, lid 1, onderdeel q q. ondersteuningsplan: de in samenspraak met cliënt opgestelde acties ter bevordering van de zelfredzaamheid en/of participatie. De acties gaan over de te vergen inzet van cliënt, zijn sociaal netwerk, algemene voorzieningen en/of maatwerkvoorzieningen; Artikel 1.1, lid 1, onderdeel r r. onderzoeksverslag: het door het college opgestelde schriftelijke verslag over de uitkomsten van onderzoek; Artikel 1.1, lid 1, onderdeel x Artikel 1.1, lid 1, onderdeel q x. vraagverhelderingsgesprek: een gesprek naar q.

onderzoek: een gesprek naar aanleiding van aanleiding van een ondersteuningsvraag een ondersteuningsvraag waarin de waarin de onderwerpen van het onderzoek als onderwerpen van artikel 2.3.2 vierde lid van de bedoeld in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet wet aan bod komen; aan bod komen; Motivering Door de nieuwe inkoop van begeleiding en dagactiviteiten Wmo en Jeugd verblijf en de daarmee verband houdende werkwijze is het nodig om een aantallen begrippen aan te passen. De aangepaste begrippen zijn afgestemd en waar mogelijk uniform aan de aangepaste begrippen voor de verordening jeugdhulp. Gezamenlijke begrippen worden het begrip onderzoek (voorheen vraagverhelderingsgesprek) en onderzoeksverslag (voorheen gespreksverslag). Het vraagverhelderingsgesprek vervangen we door onderzoek. De term onderzoek sluit beter aan bij de wettelijke opdracht van het college om onderzoek te doen naar de ondersteuningsvraag als een inwoner daar melding van doet. Er vindt niet alleen vraagverheldering/een gesprek plaats maar de klantmanager voert onderzoek uit volgens de zogeheten stappenplan-uitspraken van de CRvB. Daarin staat stapsgewijs hoe het onderzoek moet worden gedaan. De term onderzoeksverslag vloeit logischerwijs voort uit de hierboven beschreven term onderzoek.

2

Het ondersteuningsplan vervalt. Bovendien is de term ondersteuningsplan op termijn het plan dat de aanbieder samen met de inwoner opstelt als het college de noodzaak voor ondersteuning heeft vastgesteld. Dat laatste is vastgelegd in de contracten met aanbieders. HOOFDSTUK 2 PROCEDUREREGELS EN HOOFDSTUK 3 AANVRAAG In artikel 2.1, lid 5 wordt het begrip “vraagverhelderingsgesprek” vervangen door “onderzoek”. Ditzelfde geldt voor: artikel 2.2, lid 2, artikel 2.3, lid 1, 2, 3 en 4 en in de citeertitel van artikel 2.5. Motivering Zie onder motivering bij Artikel 1.1, lid 1, onderdeel q en x. Van artikel 2.5, lid 1, 2 en 4 wordt het begrip “gespreksverslag” vervangen door “onderzoeksverslag”. Ditzelfde geldt voor: artikel 3.1 lid 2 en 3, artikel 4.1 lid 5. Motivering Zie onder motivering bij Artikel 1.1, lid 1, onderdeel q en x. Met het gespreksverslag bedoelen we hetzelfde als het onderzoeksverslag. Dus voor de eenduidigheid verwijderen we het begrip gespreksverslag en vervangen deze door onderzoeksverslag. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2.5 Artikel 2.5 Lid 2 vervalt onder vernummering van het (…) 2. Indien van toepassing kan het college een bestaande lid 3 tot lid 2 en bestaande lid 4 tot ondersteuningsplan toevoegen aan het lid 3. gespreksverslag.

Motivering De term ondersteuningsplan zal op termijn alleen gebruikt worden voor het plan dat de aanbieder samen met de inwoner opstelt als het college de noodzaak voor ondersteuning heeft vastgesteld (beslissing op de aanvraag). Verder is het verwarrend omdat het college immers al een onderzoeksverslag opstelt én dat onderzoeksverslag nogmaals aan de inwoner kan toesturen als onderdeel van de beschikking. Zie hierna nieuw lid 4 in artikel 3.1. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2.3 Het onderzoek (…) 5. Het college vraagt de cliënt, als dat nodig is, om toestemming voor het verwerken of het uitwisselen van zijn persoonsgegevens. Motivering Met het opnemen een bepaling over het verwerken van persoonsgegevens in de verordeningen jeugdhulp en Wmo komen we tegemoet aan het advies van de Participatieraad Sociaal domein. Artikel 3.1 De aanvraag Artikel 3.1 De aanvraag 4. Het onderzoeksverslag kan onderdeel uitmaken van de beslissing op de aanvraag. (…) Motivering Aan artikel 3.1 wordt een nieuw lid 4 toegevoegd (onder vernummering van het huidige lid 4 en 5 tot lid 5 en 6). Het college kan het onderzoeksverslag (nogmaals) aan de inwoner sturen, maar dan als onderdeel van het besluit (de beschikking). HOOFDSTUK 4 BEOORDELING VAN DE AANSPRAAK Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4.1 Algemene criteria Artikel 4.1 Algemene criteria maatwerkvoorziening maatwerkvoorziening 1.

Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal 1. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Noordoostpolder hebben in de gemeente Noordoostpolder komt in aanmerking voor een komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in verband met de door maatwerkvoorziening in verband met de door hem ondervonden beperkingen in de hem ondervonden beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie, voor zover zelfredzaamheid en/of participatie, voor zover

3

de cliënt deze naar het oordeel van het de cliënt deze naar het oordeel van het college niet: college niet: a. op eigen kracht; a. op eigen kracht; b. met gebruikmaking van algemeen b. met gebruikelijke hulp; gebruikelijke voorzieningen; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; c. met gebruikelijke hulp; d. met gebruikmaking van algemene d. met mantelzorg of met hulp van andere voorzieningen; dan wel personen uit zijn sociale netwerk; dan wel e. met algemeen gebruikelijke zaken of e. met gebruikmaking van algemene diensten, voorzieningen, kan verminderen of wegnemen. kan verminderen of wegnemen. Motivering Het huidige onderdeel e wordt verplaatst naar onderdeel b onder vernummering van de andere onderdelen. Hierdoor brengen we de volgorde van de tekst tevens in overeenstemming met de wettekst. Zie voor meer informatie bij de motivering waarom we de begripsbepaling algemeen gebruikelijk verwijderen. 3. Een cliënt die ingezetene is van Nederland 3.

Een cliënt die ingezetene is van Nederland met psychische of psychosociale problemen met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in verband met de door maatwerkvoorziening in verband met de door hem ondervonden problemen bij het zich hem ondervonden problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet: het college niet: a. op eigen kracht; a. op eigen kracht; b. met gebruikmaking van voorzieningen die b. met gebruikelijke hulp; voor de cliënt algemeen gebruikelijk worden c. met mantelzorg of met hulp van andere geacht; personen uit zijn sociale netwerk; dan wel c. met gebruikelijke hulp; d. met gebruikmaking van algemene d. met mantelzorg of met hulp van andere voorzieningen, personen uit zijn sociale netwerk; dan wel kan verminderen of wegnemen. e. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen.

Motivering In artikel 4.1 lid 3 vervalt onderdeel b onder vernummering van huidig onderdeel c tot onderdeel b, etc. Onderdeel b is per abuis opgenomen in de huidige verordening. De wet kent geen bepaling als genoemd in onderdeel b (zie art. 2.3.5 lid 4 Wmo 2015). Het valt derhalve buiten de verordenende bevoegdheid. Dit is overigens in lijn met de uitvoeringspraktijk. G. Wijziging citeertitel artikel 4.4 en omvang bepalingen in dat artikel. Verder is de strekking van artikel 4.4 lid 1 en 2 verduidelijkt. Motivering algemeen Ter verduidelijking voor de inwoner en de uitvoering is gekozen om bepalingen uit de huidige verordening die een algemeen uitgangspunt beschrijven onder te brengen in één artikel. Er zijn vier nieuwe leden aan dit artikel toegevoegd. Het gaat enkel om het verplaatsen van vier bestaande bepalingen die worden ondergebracht in dit artikel. HOOFDSTUK 4 BEOORDELING VAN DE AANSPRAAK Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4.4 Maatwerkvoorziening gerealiseerd Artikel 4.4 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget 1. De aanvraag om een maatwerkvoorziening 1. Het college weigert een dan wel een persoonsgebonden budget wordt maatwerkvoorziening, al dan niet in de in ieder geval geweigerd, als deze is vorm van een persoonsgebonden budget, als deze is gerealiseerd:

4

gerealiseerd van de ondersteuningsvraag dan wel aanvraag. 2. De aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget kan worden geweigerd indien de maatwerkvoorziening nog niet is gerealiseerd vóór de ondersteuningsvraag dan wel aanvraag, tenzij de noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 eerste lid onder b van de verordening. (…)

a. vóór de melding van de ondersteuningsvraag; b. ná de melding van de ondersteuningsvraag maar voordat het college heeft beslist op de aanvraag, tenzij het college de cliënt schriftelijk toestemming heeft verleend. 2. De aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget kan worden geweigerd indien de maatwerkvoorziening nog niet is gerealiseerd voordat het college heeft beslist op de aanvraag en de noodzaak van de goedkoopst passende bijdrage nog kan worden vastgesteld.

Motivering Op verzoek van de uitvoering is de bepaling tekstueel verbeterd en duidelijker verwoord. In onderdeel b is toegevoegd, dat het college schriftelijk toestemming kan geven aan de inwoner om over te gaan tot realisatie. Dit werd reeds met het artikel bedoeld maar kwam voor de uitvoering niet duidelijk naar voren. Lid 2 is mede op verzoek van de uitvoering tekstueel verbeterd. Daarnaast is artikel 4.3 lid 1 onder b een ‘zelfstandige grond’ en om die reden uit lid 2 verwijderd. 3. Het college weigert een persoonsgebonden budget voor de kosten van een maatwerkvoorziening als de cliënt binnen de budgetperiode opnieuw een aanvraag doet omdat: a. de met het persoonsgebonden budget aangeschafte maatwerkvoorziening niet meer bruikbaar of beschikbaar is door aan de cliënt te verwijten omstandigheden; en b. er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden. Motivering 4.4 lid 3 (nieuw onder vernummering van het huidige lid 3 tot lid 4) Nieuw lid 3 is verplaatst uit huidig artikel 9.1 lid 2. 5. Als de afschrijvingstermijn van de geïndiceerde maatwerkvoorziening, al dan niet aangeschaft met een pgb, is verstreken kan deze door het verstrekken van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst passende bijdrage worden aangemerkt. Motivering artikel 4.4 lid 5 (nieuw) Verplaatst uit huidig artikel 9.2 lid 5. 6.

De cliënt zorgt voor een afdoende verzekering tegen verlies, diefstal en schade als de maatwerkvoorziening, al dan niet aangeschaft met een persoonsgebonden budget, wordt meegenomen naar het buitenland. Motivering artikel 4.4 lid 6 (nieuw) Verplaatst uit huidig artikel 4.3 lid 3. 7. De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend voor het realiseren van een woningaanpassing aan de eigen woning is verplicht om te zorgen voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de getroffen woningaanpassing dekt voor het risico van schade. Motivering artikel 4.4 lid 7 (nieuw)

5

Verplaatst uit huidig artikel 9.2 lid 2. H. In verband met de wijziging van artikel 4.4 (zie hiervoor onder G) vervallen een viertal leden in een aantal artikelen van de bestaande verordening. Motivering Omdat een viertal bestaande leden zijn opgenomen in artikel 4.4 vervallen deze leden (al dan niet onder vernummering). Het gaat om: artikel 4.3 lid 3, artikel 9.1 lid 3 onder vernummering van het bestaande lid 3 tot lid 2, artikel 9.2 lid 2 onder vernummering van het bestaande lid 3 tot lid 2, artikel 9.2 lid 5 onder vernummering van het bestaande lid 6 tot lid 5, artikel 9.4 lid 2 onder vernummering van het bestaande lid 3 tot lid 2, lid 4 tot lid 3 en lid 5 tot lid 4. I. Wijziging van het begrip financiële maatwerkvoorziening in financiële tegemoetkoming HOOFDSTUK 5 MAATWERKVOORZIENINGEN Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5.3 Criteria financiële tegemoetkoming Artikel 5.3 Criteria financiële maatwerkvoorziening 1. Het college kan een financiële 1. Het college kan een financiële maatwerkvoorziening verstrekken gericht op tegemoetkoming verstrekken voor kosten een tegemoetkoming in de kosten die verband die verband houden met: houden met: a. het gebruik van een (eigen) auto voor de a. het gebruik van een (eigen) auto voor de lokale vervoersbehoefte; lokale vervoersbehoefte; b. het gebruik van individueel b.

het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer voor de lokale (rolstoel)taxivervoer voor de lokale vervoersbehoefte; vervoersbehoefte; c. de toepassing van het primaat van verhuizen c. de toepassing van het primaat van verhuizen als bedoeld in artikel 7.3 van de verordening; als bedoeld in artikel 7.3 van de verordening; d. andere maatregelen als geen d. andere maatregelen als geen maatwerkvoorziening in natura wordt verstrekt maatwerkvoorziening in natura wordt verstrekt of kan worden verstrekt. of kan worden verstrekt en er geen oordeel is vereist over de kwaliteit van de maatwerkvoorziening. Motivering Zie ook motivering aanpassen begripsbepaling financiële maatwerkvoorziening. Aanpassing artikel 5.3 lid 1 onder d omdat het een herhaling is van wat in de begripsbepaling staat. J. Wijziging door de (nieuwe) inkoop en tekstuele verbetering HOOFDSTUK 6 ONDERSTEUNING, HOOFDSTUK 6 BEGELEIDING, DAGACTIVITEITEN, KORTDUREND VERBLIJF DAGACTIVITEITEN, KORTDUREND VERBLIJF EN BESCHERMD WONEN EN BESCHERMD WONEN Motivering citeertitel We hebben de term ‘ondersteuning’ aangepast in ‘begeleiding’. De term ondersteuning kan verwarrend zijn in relatie tot het werkwoord ondersteunen en de maatschappelijke ondersteuning. Ook is landelijk en vanuit de jurisprudentie het begrip begeleiding nog steeds gangbaar. Voor de duidelijkheid sluiten we hierbij aan.

Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 6.1 Algemeen Artikel 6.1 Algemeen a. ondersteuning bij het in staat stellen tot a. ondersteuning om de cliënt in staat te stellen algemeen dagelijkse levensverrichtingen, een tot algemeen dagelijkse levensverrichtingen, gestructureerd huishouden voeren of een gestructureerd huishouden voeren, participatie of deelname aan dagactiviteiten deelname aan dagactiviteiten waaronder zonodig het noodzakelijke vervoer; waaronder zonodig het noodzakelijke vervoer; Motivering De bepaling is tekstueel aangepast. Verder is het begrip participatie toegevoegd omdat participatie onderdeel is van het verstrekken van maatwerkvoorzieningen in dit hoofdstuk. Artikel 6.3 Specifieke criteria ondersteuning en Artikel 6.3 Specifieke criteria begeleiding en dagactiviteiten dagactiviteiten

6

1. De cliënt kan in aanmerking komen voor ondersteuning indien dat bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en/of participatie. (…) 3. Het college draagt zonodig zorg voor het noodzakelijke vervoer inclusief de noodzakelijke ondersteuning zodat de cliënt kan deelnemen aan dagactiviteiten. Motivering Zie onder motivering citeertitel.

1. De cliënt kan in aanmerking komen voor begeleiding indien dat bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en/of participatie. (…) 3. Het college draagt zonodig zorg voor het noodzakelijke vervoer inclusief de noodzakelijke begeleiding zodat de cliënt kan deelnemen aan dagactiviteiten.

K. Tekstuele aanpassingen Motivering (art. 8.2) Tekstuele aanpassing van dit artikel (verbeterd en uniform met andere bepalingen). HOOFDSTUK 7 ONDERSTEUNING GERICHT HOOFDSTUK 7 ONDERSTEUNING GERICHT OP HET WONEN OP HET WONEN Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 7.4 Specifieke criteria woonvoorzieningen Artikel 7.4 Specifieke criteria woonvoorzieningen 1. Met het oog op het normale gebruik van de 1. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een maatwerkvoorziening worden woning kan het college een verstrekt verstrekken aangaande de maatwerkvoorziening verstrekken voor de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. bruikbaarheid van de woning. Motivering Tekstuele aanpassing (verbeterd en uniform met andere bepalingen). 3. De aanvraag voor een woonvoorziening kan 3. De aanvraag voor een woningaanpassing en/of traplift kan in ieder geval worden in ieder geval worden geweigerd indien: a. de noodzaak tot het treffen een geweigerd indien: woningaanpassing en/of traplift het gevolg is a.

de noodzaak tot het treffen van de maatwerkvoorziening het gevolg is van een van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van verhuizing waartoe op grond van de woning ten gevolge van beperkingen geen belemmeringen in het normale gebruik van de aanleiding bestond en er geen andere woning ten gevolge van beperkingen geen belangrijke reden aanwezig was; aanleiding bestond en er geen andere c. de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die belangrijke reden aanwezig was; c. de cliënt woont in of verhuisd is naar een niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is e. de noodzaak tot het treffen van een om het gehele jaar door bewoond te worden; maatwerkvoorziening het gevolg is van e. de noodzaak tot het treffen van een achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt maatwerkvoorziening het gevolg is van ter renovatie van de woning of om deze in achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt overeenstemming te brengen met de eisen om deze in overeenstemming te brengen met die redelijkerwijs aan de woning mogen de eisen die redelijkerwijs aan de woning worden gesteld; mogen worden gesteld; Motivering Lid 3 aanhef. Voor de duidelijkheid is benoemd welke concrete woonvoorzieningen kunnen worden geweigerd. Dit is in overeenstemming met de uitvoeringspraktijk. Lid 3 onder c.

Het gaat bij de toepassing van dit onderdeel niet alleen om inwoners die naar een dergelijke woonruimte verhuizen, maar ook als de inwoner daar al woonachtig is en aangewezen raakt op zo’n maatwerkvoorziening. 4. Het college stelt nadere regels in het Besluit 4. (vervallen). over afschrijftermijnen als bedoeld in het vierde lid onderdeel e. Motivering Lid 3 onder e en lid 4. Gelet op de rechtspraak over algemeen gebruikelijke voorzieningen kan renovatie van de woning geen reden zijn om een maatwerkvoorziening te weigeren. Om die reden kan artikel 7.4 lid 4 komen te vervallen.

7

HOOFDSTUK 8 ONDERSTEUNING HOOFDSTUK 8 ONDERSTEUNING DEELNAME MAATSCHAPPELIJK VERKEER DEELNAME MAATSCHAPPELIJK VERKEER Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 8.2 Specifieke criteria Artikel 8.2 Specifieke criteria 1. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen, 1. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen, kan het college in ieder geval een kan in ieder geval een vervoersvoorziening worden verstrekt voor het verplaatsen over de vervoersvoorziening verstrekken voor het korte afstand rond de woning en het zich verplaatsen over de korte en de langere verplaatsen over de langere afstand. afstand rond de woning. Motivering Met de aanpassing van dit lid verbeteren we de leesbaarheid. De inwoner kan een vervoersbehoefte hebben op de korte of een wat langere afstand rondom de woning. Welke vervoersvoorziening wordt verstrekt is daarvan afhankelijk. M. Regels rondom persoonsgebonden budget HOOFDSTUK 9 PERSOONSGEBONDEN BUDGET Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 9.2 Regels persoonsgebonden budget Artikel 9.2 Regels persoonsgebonden budget algemeen algemeen 1. Het persoonsgebonden budget mag niet 1. Het persoonsgebonden budget mag niet worden besteed aan een voor de cliënt als worden besteed aan een algemeen algemeen gebruikelijk te kwalificeren zaak of gebruikelijke voorziening. dienst. Motivering Zie onder motivering verwijderen begripsbepaling algemeen gebruikelijk. 3.

Het persoonsgebonden budget mag in ieder 3. Het persoonsgebonden budget mag niet geval niet worden besteed aan de kosten voor: worden besteed aan de kosten voor: - bemiddeling (tussenpersonen of - bemiddeling (tussenpersonen of belangbehartigers), belangbehartigers), - het voeren van een pgb-administratie, - het voeren van een pgb-administratie, - ondersteuning bij het aanvragen en beheren - ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb, van het pgb, - contributie voor lidmaatschappen - contributie voor lidmaatschappen (bijvoorbeeld (bijvoorbeeld van Per Saldo), van Per Saldo), - het volgen van cursussen over het pgb, - het volgen van cursussen over het pgb, - informatiemateriaal. - informatiemateriaal, - bijkomende zorgkosten, - feestdagen uitkering, - overlijdensuitkering. 4. Declaraties op basis van een vast bedrag per periode (maand) zijn niet toegestaan, tenzij het huishoudelijke ondersteuning betreft. Motivering Gemeenten moeten een aantal beleidskeuzes maken rondom de besteding van het persoonsgebonden budget. De bestaande keuzes zijn aangevuld. Ons uitgangspunt is dat het pgb wordt besteed aan een goede kwaliteit van ondersteuning Wmo en niet aan bijvoorbeeld een extraatje voor de hulpverlener tijdens de feestdagen. In de aanhef van artikel 9.2 lid 3 is “in ieder geval” toegevoegd omdat geen limitatieve opsomming is beoogd.

In dat kader is ook een nieuw lid 4 opgenomen en worden de volgende leden vernummerd. Het is overzichtelijker om de keuzes over het pgb op één plek vast te leggen. Er is daarom gekozen om de inhoud van lid 4 over te nemen uit artikel 2.4 lid 2 het Besluit maatschappelijke ondersteuning. De inhoud van het beleid wijzigt niet. Artikel 9.5 Hoogte persoonsgebonden budget Artikel 9.5 Hoogte persoonsgebonden budget diensten (niet zijnde beschermd wonen) diensten (niet zijnde beschermd wonen)

8

1. Voor de goedkoopst passende bijdrage hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht (hierna: het tarief). 2. Voor diensten, niet zijnde huishoudelijke ondersteuning, geldt: a. 100% van het tarief voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie en die als ZZP-er werkzaam zijn; b. 50% van het tarief voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a kunnen worden aangemerkt. (…)

Artikel 9.5 lid 4 Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders en het tarief als bedoeld in het derde lid onder b vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit. -

1. Voor de goedkoopst passende bijdrage hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht, waaronder een toepasselijk (gemiddeld) uurtarief, dagdeeltarief of etmaaltarief (hierna: het tarief). 2. Voor begeleiding en dagactiviteiten arbeidsmatig, geldt: a. 90% van het tarief voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie; b. 80% van het tarief voor ondersteuners die als ZZP-er werkzaam zijn; c. 35% van het tarief voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a of b kunnen worden aangemerkt. 3. Voor dagactiviteiten (niet zijnde arbeidsmatig) en kortdurend verblijf geldt: a. 90% van het tarief voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie; b. 80% van het tarief voor ondersteuners die als ZZP-er werkzaam zijn; c. 35% van het tarief voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a of b kunnen worden aangemerkt. (…) Artikel 9.5 lid 5 Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders en het tarief als bedoeld in het vierde lid onder b vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit. Artikel 9.8 Hoogte persoonsgebonden budget begeleiding en dagactiviteiten arbeidsmatig 1.

Voor begeleiding en dagactiviteiten arbeidsmatig, geldt: a. 100% van het tarief voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie en die als ZZP-er werkzaam zijn; b. 50% van het tarief voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a kunnen worden aangemerkt. 2. Dit artikel vervalt op 1 april 2022.

Motivering Algemeen In verband met de nieuwe inkoop van begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf wijzigt bij de indicatie maatwerkvoorziening de pgb-systematiek in artikel 9.5. Dit onder vernummering van de bestaande leden. Aangezien het uitmaakt of mbo- of hbo-deskundigheid wordt ingezet en we voor een deel van de dagactiviteiten Wmo overgaan op een lumpsum financiering is een wijziging van de pgb-systematiek nodig. Daarom gaan we over naar pgb uur/dagdeel/etmaal tarieven (in plaats van maandtarieven). De pgb tarieven worden afgeleid van de tarieven ZIN op basis van het recente kostprijsonderzoek ZIN. Hiermee krijgt de pgb-budgethouder een toereikend pgb (hoog genoeg) waarmee hij de noodzakelijke ondersteuning kan inkopen om het resultaat te bereiken. Bij sociaal netwerk speelt dat niet omdat zij niet beroepshalve bezig zijn maar geldt de Wet minimumloon (Wml). De ondergrens voor het sociaal netwerk is betalen conform Wml.

9

De nieuwe contracten gaan in per 1 januari 2022 met uitzondering van Begeleiding en Dagactiviteiten arbeidsmatig Wmo. Deze gaan in per 1 april 2022. Naast de nieuwe pgb systematiek voor een deel van de dagactiviteiten en kortdurend verblijf Wmo blijft in de verordening de oude pgb systematiek voor begeleiding en dagactiviteiten arbeidsmatig Wmo ongewijzigd tot 1 april 2022. Het is echter wel noodzakelijk dat hiervoor een artikel wordt opgenomen dat tot 1 april 2022 van toepassing is (zie art. 9.8). Vanaf die datum zal lid 2 van artikel 9.5 in werking treden. Dat regelen we in het artikel over de inwerkingtreding van de verordening (art. 15.6). Opbouw tarieven De opbouw van de tarieven ZIN voor begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf in de nieuwe inkoop is globaal als volgt: 70% loonkosten en 30% overhead. Vervolgens hebben we de percentages van het ZIN tarief bepaald voor achtereenvolgens professionele organisatie (90%, ZZP’er (80%) en sociaal netwerk (35%). Bij het bepalen van de percentages is rekening gehouden met het volgende: Pgb-systematiek professionele organisatie Ten opzichte van een gecontracteerde partij (aanbieder) heeft een professionele organisatie (nietgecontracteerde partij) in ieder geval:  verminderde (accountants)controle,  hoeft geen ondersteuningsplan op te stellen,  geen (standaard) evaluatiegesprek met gemeente.

NOP vergoedt de loonkosten en 2/3 van de overhead omdat er sprake is van minder administratieve taken (zie hiervoor). Dat betekent het loonkosten deel 70% en 2/3 van 30% (= 20%) en leidt tot een percentage van 90%. Pgb-systematiek ZZP-er Voor een ZZP’er zijn er naast de verminderde administratieve lasten ook beperktere algemene overheadkosten. We vergoeden eenderde van de overheadkosten en de loonkosten volledig. Dat betekent eenderde van 30% is 10% en het loonkosten deel 70% totaal 80%. Pgb-systematiek sociaal netwerk Voor het sociaal netwerk zijn er naast de sterk verminderde administratieve lasten geen algemene overheadkosten. Voor het sociaal netwerk en anderen vergoeden we geen overheadkosten en de helft van de loonkosten component. Dat is 50% van 70% = 35%. De uitkomst hiervan is ruim meer dan het Wet minimumloon (WML). Besluit De tarieven worden net als voorheen opgenomen in het Besluit. N. Eigen bijdrage beschermd wonen HOOFDSTUK 10 BIJDRAGE IN DE KOSTEN, KOSTPRIJS EN RITBIJDRAGE Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 10.2 Maatwerkvoorziening beschermd Artikel 10.2 Maatwerkvoorziening beschermd wonen wonen 1. De cliënt is een bijdrage in de kosten 1. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor beschermd wonen met verschuldigd voor beschermd wonen. 2.

De bijdrage in de kosten bedraagt niet meer inachtneming van de toepasselijke regels dan de kostprijs voor beschermd wonen, met van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 inachtneming van de toepasselijke regels van (landelijk). het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (landelijk). 2. (vervallen) (…) Artikel 10.3 Kostprijs Artikel 10.3 Kostprijs Lid 1 onderdeel c Lid 1 onderdeel c c. beschermd wonen: de kosten die het college c. Vervalt onder vernummering van het verschuldigd is aan de aanbieder; bestaande onderdeel d naar onderdeel c. Motivering

10

Artikel 10.2 lid 1 wijzigt en lid 2 vervalt onder vernummering van het bestaande lid 3 tot lid 2. Verder vervalt onderdeel c van artikel 10.3 onder vernummering van het bestaande onderdeel d tot onderdeel c. Dit is per abuis niet juist opgenomen. Bij de vaststelling van de eigen bijdrage voor beschermd wonen geldt niet de kostprijs maar de intramurale of extramurale systematiek volgens paragraaf 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Dit is conform werkwijze in de uitvoering. O. Verrekening met persoonsgebonden budget HOOFDSTUK 13 NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING OF TERUGVORDERING Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 13.3 Terugvordering geldswaarde Artikel 13.3 Terugvordering geldswaarde 2. De wijze waarop de terugvordering geïnd 2. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening met het pgb zijn of met wordt kan verrekening zijn met de uitkering de uitkering die de cliënt van het college die de cliënt van het college ontvangt voor ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond zijn levensonderhoud op grond van de van de Participatiewet, Wet Participatiewet, Wet inkomensvoorziening inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte arbeidsongeschikte werkloze werknemers of werkloze werknemers of gewezen gewezen zelfstandigen. De hoogte van het na zelfstandigen.

verrekening resterende (periodieke) persoonsgebonden budget moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen. Artikel 13.4 Terugvordering overig Artikel 13.4 Terugvordering overig 4. De wijze waarop de terugvordering geïnd 4. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening met het wordt, kan verrekening zijn met de uitkering persoonsgebonden budget zijn of met de die de cliënt van het college ontvangt voor zijn uitkering die de cliënt van het college ontvangt levensonderhoud op grond van de voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen. zelfstandigen. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) pgb moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen. Motivering De tekst over verrekening van pgb moet worden verwijderd. Nu het trekkingsrecht pgb van toepassing is bij pgb’s kan de budgethouder niet over het pgb beschikken en is er daarom geen mogelijkheid tot verrekening. P.

Termijn evaluatie beleid HOOFDSTUK 15 SLOTBEPALINGEN Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 15.3 Evaluatie Artikel 15.3 Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid zoals is neergelegd in het plan als bedoeld in zoals is neergelegd in het plan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet wordt eenmaal per vier artikel 2.1.2 van de wet wordt periodiek jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze verordening aanleiding geeft wordt deze verordening aangepast. Het college rapporteert ten behoeve aangepast. Het college rapporteert ten behoeve van de evaluatie over de doeltreffendheid en de van de evaluatie over de doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening in de praktijk. effectiviteit van de verordening in de praktijk. Motivering We brengen de termijn waarbinnen het beleid wordt geëvalueerd in overeenstemming met de wet en het beleidsplan. De wet schrijft voor dat de gemeenteraad periodiek een plan vaststelt over het te voeren beleid (art. 2.1.2 lid 1 Wmo 2015). In het recent vastgestelde beleidsplan sociaal domein

11

‘Krachtig Noordoostpolder 2.0' is neergelegd dat de evaluatie van het beleid een continu proces is. In het kader van leren en verbeteren wordt de uitvoering waar nodig bijgesteld. Wanneer beleid aangepast moet worden, worden deze aanpassingen ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Dit passen we ook aan in de verordening jeugdhulp.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1854/documents/28300