CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Ontwerp-Omgevingsvisie Effect Rapportage Noordoostpolder 2050.pdf

Commissie Woonomgeving 12 februari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Ontwerp-Omgevingsvisie Noordoostpolder 205040.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

6 Een geldig energielabel is label D of hoger.

44

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

De komende jaren blijft de gemeente inzetten op verduurzaming van de woningvoorraad, met name door betere isolatie. Uitvoering van de transitievisie Warmte leidt tot een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050, maar de gemeente geeft zelf aan te verwachten dat dit moeizaam zal gaan. Onder meer omdat volgens de gemeente nog onzeker is wat de dominante technieken voor opslag en conversie van elektriciteit en warmte zullen zijn, en omdat de netcongestie de transitie tegen houdt. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld energietransitie: Hoofdopgave We bieden iedereen gelijke kansen om (naar eigen vermogen) mee te doen We werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod

Deelopgave Duurzame energie-investeringen toegankelijk voor iedereen

Maatregel Geen maatregel aan deze deelopgave gekoppeld.

Verduurzamen woningen (energieneutraal)

Bestaande woningen worden verduurzaamd.

We bieden toegang tot duurzame energie voor onze inwoners en ondernemers

Werken aan opwekking, opslag en conversie van een mix van verschillende vormen van duurzame energie

Ruimte bieden aan een mix van vormen van duurzame energieopwekking. Bij elke ruimtelijke en economische ontwikkeling rekening houden met de energetische behoefte.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie drie hoofdopgaven op het gebied van de energietransitie opgenomen. Ten eerste wil zij iedereen gelijke kansen bieden om (naar eigen vermogen) mee te doen. Ten tweede wil de gemeente werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod. En ten derde wil de gemeente toegang bieden tot duurzame energie voor haar inwoners en ondernemers. Ten behoeve van de eerste hoofdopgave heeft de gemeente opgenomen dat zij duurzame energie-investeringen toegankelijk wil maken voor iedereen. Daarvoor heeft de gemeente echter nog geen concrete maatregelen opgenomen in de concept Omgevingsvisie. Voor de tweede hoofdopgave wil de gemeente de bestaande woningvoorraad verduurzamen. De gemeente voert de maatregel van energie-efficiëntie door isolatie wel al uit, maar heeft in de Omgevingsvisie niet geconcretiseerd wat het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad inhoudt. De grote hoeveelheid woningen zonder geldig energielabel geeft aan dat de woningvoorraad op dit moment weinig potentie heeft om aardgasvrij te worden. Wil de gemeente voldoen aan de landelijk gestelde ambities, dan zal de gemeente (in samenwerking met bijvoorbeeld de woningcorporaties) concrete maatregelen moeten opnemen voor de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.

Bijvoorbeeld door middel van renovatie en isolatie, het aansluiten van corporatiewoningen op warmtenetten en de installatie van zonnepanelen. Ook voor particuliere woningen en gebouwen geldt dat de gemeente ambities en maatregelen op kan nemen om deze te verduurzamen. De gemeente kan van particuliere eigenaren stimuleren om hun woning/bedrijfsgebouw te verduurzamen, bijvoorbeeld door campagnes of een duurzaamheidsfonds. Tot slot kan de gemeente ook haar eigen vastgoed verduurzamen. Op dit moment heeft de gemeente hiervoor nog geen concrete maatregelen opgenomen in haar Omgevingsvisie. Er zullen substantieel meer beleid en meer inspanningen van de gemeente nodig zijn om perspectief te houden op een aardgasvrije gemeente in 2040. In de Foto van de Leefomgeving heeft de gemeente al aangegeven dat warmtenetten, aquathermie en geothermie mogelijke oplossingsrichtingen zijn voor een collectieve warmteaanpak. Voor warmtenetten zijn datacentra een kansrijke bron en geothermie is kansrijk wanneer er een hoge warmtevraag en een hoge dichtheid in de bebouwde omgeving is. Meer specifiek beleid en maatregelen zouden kunnen bestaan uit een (combinatie) van deze mogelijkheden. Om de derde hoofdopgave te bereiken wil de gemeente ruimte bieden aan een mix van vormen van duurzame energieopwekking.

In de Omgevingsvisie wordt echter niet gespecificeerd om welke vormen van duurzame energie het gaat en hoe de gemeente hier ruimte aan wil bieden. In de Foto van de Leefomgeving heeft de gemeente al aangegeven dat bijvoorbeeld zon op landbouwgronden door de provincie verboden is. Het is niet duidelijk of de gemeente bijvoorbeeld in wil zetten op zon op daken, nog meer windenergie of andere vormen van duurzame energieopwek. 45

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Tot slot geeft de gemeente in haar Omgevingsvisie aan bij elke ruimtelijke en economische ontwikkeling rekening te houden met de energetische behoefte. Dit is een belangrijke maatregel die er ook op toe ziet dat nieuwe beoogde ontwikkelingen niet zorgen voor nog meer netcongestie. Tegelijkertijd roept dit de vraag op wat de gemeente doet om de netcapaciteit te vergroten. In de Omgevingsvisie wordt geen aandacht besteed aan de rol van de gemeente hierin en hoe zij samen met de netbeheerders de netcongestie kan aanpakken. Het aandeel duurzame elektriciteit ten opzichte van stroomverbruik verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling en blijft daarom goed. Het aandeel duurzame warmte in gebouwde omgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling en blijft daarom matig.

3.3.12

Modal shift en duurzame mobiliteit

Indicator Aandeel auto/fiets/ovvervoersbewegingen ten opzichte van totaal

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Score

---

Doelbereik

Aantrekkelijkheid van infrastructuur en voorzieningen voor fiets en openbaar vervoer

Huidige situatie

--

Autonome ontwikkeling

--

Doelbereik

Toelichting Laag aandeel van gebruik van de fiets (slechts 21% van alle verplaatsingen) ten opzichte van de auto. Over aandeel OV-vervoersbewegingen is weinig bekend. Er zijn geen autonome ontwikkelingen voorzien die van invloed zijn op het fietsgebruik. Het aantal OV-bewegingen zal waarschijnlijk afnemen doordat het OV-aanbod de komende jaren gaat afnemen als gevolg van te hoge kosten. Door het (snel)fietsnetwerk uit te breiden wordt fietsen gestimuleerd en door het verkennen van meer openbaar vervoer op maat opties kunnen ook de OV bewegingen toenemen. Wel zou in de omgevingsvisie meer aandacht kunnen worden besteed aan het actief stimuleren van OV en fietsgebruik. Fietsinfrastructuur met name in het buitengebied wordt als onveilig ervaren. Daarnaast zijn er een aantal knelpunten voor fiets binnen de gemeente bekend. Wat betreft de OV-infrastructuur is er geografisch wel een goede dekking, maar niet qua frequentie. Bovendien is er geen treinstation aanwezig. De verwachte inwonersgroei zal nog meer druk op de infrastructuur leggen, en onder andere de verkeersveiligheid verder onder druk zetten. Daarnaast zal het OV-aanbod de komende jaren afnemen als gevolg van te hoge kosten. Door het (snel)fietsnetwerk uit te breiden wordt de infrastructuur voor fietsen verbeterd en door het verkennen van meer openbaar vervoer op maat opties kan de OV infrastructuur ook verbeteren.

Wel is het aan te bevelen maatregelen voor het aanpakken van de bekende fietsknelpunten in de gemeente op te nemen.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat het ontwerp van de Noordoostpolder uitging van kernen op fietsafstand van het voorzieningscentrum Emmeloord. Hierdoor kent de gemeente een fiets netwerk langs de verbindingen tussen de dorpen en Emmeloord. De auto heeft echter de hoofdrol overgenomen. Circa 21% van alle verplaatsingen van inwoners gebeurt met de fiets. Daarmee behoort de gemeente tot 1/3 van de groep Nederlandse gemeenten waar het minst wordt gefietst. Bovendien is 40% van de autoritten korter dan 7,5km en 60% korter dan 15km. Daarnaast ervaren veel inwoners het als minder veilig om te fietsen in het buitengebied, en reizen zij daarom met de auto. Bekende knelpunten voor fietsers in Emmeloord zijn de Espelerlaan/Meldestraat, de Boslaan/Peppellaan, Moeras 46

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Andijviestraat/Europalaan/Zwin. Voor het buitengebied zijn dit drukke scholierenroutes zoals de Karel Doormanweg, Kleiweg, Luttelgeesterweg, Noordermiddenweg en de Weg van Ongenade. Ook de Sluis in Marknesse is een bekend knelpunt. Ondanks het grote aandeel autogebruik kent de Noordoostpolder nog geen groot deelmobiliteit netwerk. Op dit moment zijn er slechts enkele deelauto’s beschikbaar binnen de gemeente. Het openbaar vervoernetwerk van de Noordoostpolder bestaat op dit moment enkel uit buslijnen. Er is geen treinstation binnen de gemeente aanwezig. Het busnetwerk kent een goede geografische dekking wat betreft de buslijnen, maar het knelpunt is dat de frequentie van die lijnen te laag is. De verwachte autonome groei van de gemeente is 3.300 woningen tot 2050. Gekoppeld aan de Lelylijn of een andere vorm van hoogwaardig OV zijn dit er nog eens 5.000 extra. Deze ontwikkelingen leiden tot meer druk op de gemeentelijke en regionale infrastructuur. Daarnaast zal het OV-aanbod de komende jaren afnemen en duurder worden door de grote spreiding van het gebied en niet rendabele lijnen voor de OV aanbieder. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld modal shift en duurzame mobiliteit: Hoofdopgave We verbeteren de bereikbaarheid en stimuleren nieuwe vormen van mobiliteit

Deelopgave Verbeteren van de bereikbaarheid van – en in – de Noordoostpolder (Lelylijn, N50, fietsnetwerk, keteltunnel, Openbaar vervoer, vervangingsopgave infra)

Maatregel Uitbreiden (snel)fietsnetwerk.

Stimuleren van duurzame mobiliteit (deelmobiliteit etc.)

Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Verkennen mogelijkheden voor meer openbaar vervoer op maat.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat ze de bereikbaarheid wil verbeteren en nieuwe vormen van mobiliteit wil stimuleren. De gemeente wil de bereikbaarheid van – en in – de Noordoostpolder verbeteren, onder meer door het (snel)fietsnetwerk uit te breiden. In de Omgevingsvisie is nog niet gespecificeerd hoe de gemeente het (snel)fietsnetwerk wil uitbreiden. De uitbreiding van het fietsnetwerk zal echter wel degelijk leiden tot de verbetering van de aantrekkelijkheid van fietsinfrastructuur en daarmee naar verwachting ook bijdragen aan een hoger aandeel fietsbewegingen. Wel ontbreekt in de Omgevingsvisie aandacht en maatregelen voor het aanpakken van de bekende fietsknelpunten in de gemeente, met name op het gebied van verkeersveiligheid. Om de bereikbaarheid middels openbaar vervoer te verbeteren wil de gemeente haar medewerking verlenen voor de komst van de Lelylijn met een station in Emmeloord. Dit betreft echter een ontwikkeling waar de gemeente voor afhankelijk is van de beslissingen van de Provincie en het Rijk. De gemeente gaat daarnaast zelf wel inzetten op het verkennen van mogelijkheden voor meer openbaar vervoer op maat. Op dit moment is echter nog niet duidelijk welke mogelijkheden de gemeente voor ogen heeft. Dit zou kunnen door bijvoorbeeld het aanbieden van een belbus.

Door in te zetten op openbaar vervoer op maat kan daarmee de frequentie van het OV-netwerk worden verhoogd. Het is aan te bevelen om in de omgevingsvisie naast de verbetering van de fysieke infrastructuur ook in te zetten op het actief stimuleren van fiets- en OV-gebruik. Dit kan onder meer door campagnes of indirect door het verlagen van de parkeernorm bij nieuwbouwontwikkelingen. Het aandeel fiets/ov-vervoersbewegingen ten opzichte van totaal en de aantrekkelijkheid van infrastructuur en voorzieningen voor fiets en openbaar vervoer verandert naar verwachting positief door de voorgestelde uitbreiding van het (snel)fietsnetwerk en het verkennen van de mogelijkheden voor meer openbaar vervoer op maat. Wel is het aan te bevelen om in de omgevingsvisie ook aandacht te besteden aan het actief stimuleren van het OV en de fiets. Daarnaast ontbreken er maatregelen voor het aanpakken van de bekende fietsknelpunten in de gemeente.

47

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.3.13 Indicator Congestie

Bereikbaarheid Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

+/-

Toelichting De ontsluiting is redelijk goed geregeld met de directe verbindingen op de A6 en N50. Echter zitten hier knelpunten en zijn maatregelen nodig. De verwachte demografische groei zal leiden tot meer druk op het wegennet. Daarnaast zal klimaatverandering zorgen voor meer fluctuatie in grondwaterstanden waardoor wegen lokaal kunnen verzakken. Daardoor zal op meer wegen onderhoud gepleegd moeten worden en zijn deze wegen daardoor periodes buitengebruik hetgeen druk zet op de bereikbaarheid. De congestie verandert door het ontbreken van concrete maatregelen in de omgevingsvisie naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Het is aan te bevelen om in de omgevingsvisie een verwijzing op te nemen naar het mobiliteitsplan 2030.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat de ontsluiting van het wegennet redelijk goed is geregeld met directe verbindingen op de A6 en N50. Echter zitten hier knelpunten en zijn maatregelen nodig. Voor het gemotoriseerd verkeer is de aansluiting op de A6 een knelpunt. Hier ontstaat filevorming op de afritten. Zowel bij aansluiting 14 (Hannie Schaftweg) als aansluiting 15 (Muntweg). De gemeente staat voor een grote vervangingsopgave van wegen en bruggen. Doordat de Noordoostpolder in één keer is aangelegd zorgt dit ook voor een grote opgave om wegen te vervangen. Hier ligt een grote investeringsopgave. De verwachte autonome groei van de gemeente is 3.300 woningen tot 2050. Gekoppeld aan de Lelylijn zijn dit er nog eens 5.000 extra, indien de Lelylijn of een andere vorm van hoogwaardig OV wordt gerealiseerd. Deze ontwikkelingen leiden tot meer druk op het gemeentelijke en regionale wegennet. De provincie gaat een nieuwe ontsluitingsweg naar Urk aanleggen tussen de Staartweg en Domineesweg. Voor Noordoostpolder is dit een kans doordat de dorpen Tollebeek, Espel en Creil een betere verbinding krijgen naar de A6. Ook zal klimaatverandering effect hebben op de infrastructuur. Door de vaker voorkomende laagwaterstanden droogt de veenlaag onder wegen uit waardoor deze lokaal kunnen verzakken.

Daardoor zal op meer wegen onderhoud gepleegd moeten worden en zijn deze wegen daardoor periodes buitengebruik hetgeen druk zet op de bereikbaarheid. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld bereikbaarheid: Hoofdopgave We verbeteren de bereikbaarheid en stimuleren nieuwe vormen van mobiliteit

Deelopgave Verbeteren van de bereikbaarheid van – en in – de Noordoostpolder (Lelylijn, N50, fietsnetwerk, keteltunnel, Openbaar vervoer, vervangingsopgave infra)

Maatregel Geen maatregelen opgenomen.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat ze de bereikbaarheid wil verbeteren en nieuwe vormen van mobiliteit wil stimuleren. De gemeente wil de bereikbaarheid van – en in – de Noordoostpolder verbeteren, onder meer door medewerking te verlenen aan de Lelylijn en de verbreding van de N50. Dit zijn echter ontwikkelingen waar de gemeente voor afhankelijk is van de beslissingen en investeringen van de Provincie en het Rijk. Daarnaast benoemt de gemeente ook de vervangingsopgave van haar bestaande infrastructuur als (deel)opgave. In de omgevingsvisie zijn echter geen maatregelen opgenomen om die vervangingsopgave aan te pakken. Ook voor het aanpakken van de verkeersknelpunten worden geen concrete maatregelen benoemd. Het aanpakken van de vervangingsopgave en de knelpunten maakt wel onderdeel uit van het mobiliteitsplan 2030. Het is aan te bevelen om in de omgevingsvisie een verwijzing naar dit mobiliteitsplan op te nemen. 48

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

De congestie verandert door het ontbreken van concrete maatregelen in de omgevingsvisie naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling en blijft daarom matig. Het is aan te bevelen om in de omgevingsvisie een verwijzing op te nemen naar het mobiliteitsplan 2030.

3.3.14

Recreatie en toerisme

Indicator Aantrekkelijkheid van de gemeente voor toeristen en recreanten

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

+ +

Toelichting Er zijn grote trekpleisters zoals Werelderfgoed Schokland, Rijksmonument Waterloopbos, De Orchideeën Hoeve, Wellerwaard en Netl Park. Er is een weids landschap met bos, natuur en erfgoed met een fiets- en wandelroutenetwerk. Mogelijke toename toerisme en recreatieve druk door bevolkingsgroei en mogelijk door bereikbaarheid Noordoostpolder met Lelylijn. Het aanbod verandert naar verwachting niet. Diverse doelen en maatregelen leiden waarschijnlijk tot een vergroting en verbetering van het recreatieve aanbod. Toeristische trekpleisters blijven intact. Een toename van mogelijkheden voor waterrecreatie is nog onzeker.

De Foto van de Leefomgeving beschrijft veel toeristische trekpleisters zoals UNESCO Werelderfgoed Schokland, Rijksmonument Waterloopbos en het dorp Nagele. Daarnaast is er verblijfs- en dagrecreatie in de vorm van De Orchideeën Hoeve, Wellerwaard en Netl Park. Er is een weids landschap met bos, natuur en erfgoed, voorzien van een uitgebreid fiets- en wandelroutenetwerk. Daarnaast worden evenementen en festivals georganiseerd zoals Uit-jeTent, het Pieperfestival, Wildeburg en het Tulpenfestival. In Emmeloord is er winkel- en horeca aanbod. Er is echter beperkte waterrecreatie. Er zijn drie kleine jachthavens langs de zuidelijke dijken. Er is geen waterrecreatie aan de westelijke en noordelijke dijken. De autonome ontwikkelingen in de Foto van de Leefomgeving omschrijft voornamelijk de ambities van de gemeente. De ‘betere samenwerking’ uit de tabel wordt verder niet omschreven. Er is dus een leemte in kennis. De aanname is dat de genoemde toeristische trekpleisters, het landschap, cultuurhistorisch erfgoed, de wandel- en fietsroutes en het recreatieve aanbod in stand blijven. Mogelijk neemt recreatieve druk toe door bevolkingsgroei. Het wel of niet doorgaan van de Lelylijn als mogelijke toekomstige ontwikkeling in de paragraaf wonen heeft hier invloed op. De bereikbaarheid van de Noordoostpolder neemt toe en daarmee waarschijnlijk ook toerisme en recreatie.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld recreatie & toerisme:

49

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Hoofdopgave We zorgen dat inwoners zich vitaal en gezond voelen (en zijn). We breiden vrije tijdseconomie (recreatie en toerisme) actief uit.

Deelopgave Voldoende aanbod voor sport en bewegen (sportvoorzieningen, recreatieve uitloopgebieden, etc.) Ruimte bieden voor dagattractieparken en verblijfsrecreatie/recreatieparken Ruimte bieden aan mogelijkheden voor kleinschalige recreatie, agrarische nevenactiviteiten en plattelandstoerisme

Beter ontsluiten van het landschap door recreatieve fysieke voorzieningen (fiets-, wandelroutes, vaarroutes, etc.)

Meer watergebonden recreatie ontwikkelen (o.a. door de kuststrook te ontwikkelen en door vaarten en tochten te verbinden) Centrumvoorzieningen voor bewoners en bezoekers goed houden/ontwikkelen (cultuur, detailhandel, horeca, evenementen, parkeren)

Maatregel Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave Toestaan niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in lichte milieucategorieën, kleinschalige voorzieningen en recreatie op vrijkomende erven en activiteiten uit de agrarische keten die niet op een regulier bedrijventerrein passen. Ondersteunen lokale initiatieven voor beleving (wereld)erfgoed, landschap, bebouwing en routes en deze combineren met stimuleren recreatie en toerisme. Uitbreiden (snel)fietsnetwerk. Verder ontwikkelen gebied rond Burchttocht voor toerisme en recreatie. Verkennen hoe de kustlijn van de Noordoostpolder meer benut kan worden voor recreatie en toerisme of andere functies, samen met de gemeente Urk. Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

De gemeente is ambitieus wat betreft het bieden van ruimte aan verschillende typen recreatie. Er worden doelen gesteld voor verblijfsrecreatie en attractieparken, kleinschalige recreatie en plattelandstoerisme, fiets-, wandel-, en vaarroutes, meer watergebonden recreatie en het behoud en verdere ontwikkeling van horeca, winkel en evenementenaanbod in het centrum (Emmeloord). Ter invulling van deze doelen worden een aantal maatregelen voorgesteld. De maatregelen verschillen in de mate van concreetheid. Meest concreet zijn het verder ontwikkelen van het gebied rond de Burchttocht en het toestaan van recreatie op vrijkomende erven. De uitbreiding van het fietsnetwerk zal waarschijnlijk leiden tot de verbetering van de aantrekkelijkheid van fietsinfrastructuur en daarmee naar verwachting ook bijdragen aan een hoger aandeel fietsbewegingen. Het is echter niet bekend waar deze uitbreiding zal plaatsvinden. Daarnaast stelt de gemeente voor samen met de gemeente Urk te onderzoeken of de kustlijn verder benut kan worden voor waterrecreatie. Daarmee is het niet zeker dat het aanbod van waterrecreatie zal toenemen. Ten tweede is het niet duidelijk hoe de gemeente lokale initiatieven zal ondersteunen. Aanbevolen wordt om deze punten te verduidelijken in de Omgevingsvisie. Recreatie en toerisme in Noordoostpolder scoort reeds overwegend goed.

In de Foto van de Leefomgeving geeft de gemeente aan dat het enkel ontbreekt aan voldoende aanbod voor waterrecreatie. De gemeente is voornemens hier nader onderzoek naar te doen. Hiermee is het niet zeker te zeggen dat de situatie zal verbeteren. Desondanks leiden de diverse doelen en maatregelen in de concept Omgevingsvisie waarschijnlijk tot een vergroting en verbetering van het recreatieve aanbod. De staat van de leefomgeving verbetert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Aandachtspunt is wel de recreatieve druk op natuur. Recreatie gaat in de gemeente samen met beleving van landschap en natuur. Dit heeft mogelijk verstorende effecten op leefgebieden van soorten en habitats.

50

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.3.15

Economie

Indicator Kwantitatieve en kwalitatieve aansluiting van vraag en aanbod voor bedrijven

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score ++

++

Toelichting De werkloosheid is lager dan gemiddeld in Flevoland en er is zelfs sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Er zijn verspreid over Noordoostpolder voldoende terreinen en locaties voor economische ontwikkelingen beschikbaar. De verwachting is dat de economie van de gemeente mee zal bewegen met trends en ontwikkelingen. Er is geen leemte in kennis wat betreft de ontwikkeling van vraag en aanbod van werklocaties. Diverse maatregelen die leiden tot een toename van bedrijventerreinen in de gemeente. Meer duidelijkheid nodig over profilering van nieuwe bedrijventerreinen.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat de werkloosheid in de gemeente lager dan gemiddeld in Flevoland is (3,5% ten opzichte van 4,8% in 2021) en er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte wordt deels opgevuld door arbeidsmigranten. Dit is met name werk op lager beroepsonderwijsniveau. Emmeloord is het economisch centrum van de gemeente en verspreid over de Noordoostpolder bevinden zich diverse bedrijventerreinen. Met name de agrarische sector is groot in de gemeente. In paragraaf 3.3.17 wordt hier meer aandacht aan besteed. Daarnaast zijn handel en horeca grote sectoren. De verwachting is dat de economie van de gemeente mee zal bewegen met trends en ontwikkelingen. Er is geen leemte in kennis wat betreft de ontwikkeling van vraag en aanbod van werklocaties. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld economie: Hoofdopgave We bieden iedereen gelijke kansen om (naar eigen vermogen) mee te doen. We versterken (innovatief) ondernemerschap.

51

Deelopgave Beschikbaarheid van bestaanszekerheid (voldoende werk en inkomen) Ruimte bieden aan vestiging van bedrijven (fysiek, in regels, etc.)

Maatregel Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Verder ontwikkelen van onze sterke sectoren zoals agrofood, maakindustrie en hoogwaardige innovatie (MTC) MKB-vriendelijk blijven

Handhaven profilering De Munt B (agrofood en maakindustrie) en MITC (campus duurzame mobiliteit).

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Ruimte voor groei op bestaande bedrijventerreinen door beter benutten ruimte. Ruimte voor groei op bestaande bedrijventerreinen door mogelijk beperkte uitbreiding, mits in verhouding tot de directe omgeving. Ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen in kernen en dorpen voor uitbreidingsbehoefte van lokaal gebonden bedrijven, mits in verhouding tot de directe omgeving. Ruimte bieden aan nieuwe bedrijventerreinen elders in de gemeente met optimaal ruimtegebruik en maatwerk.

Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie meerdere doelen opgesteld en een aantal maatregelen die voornamelijk gericht zijn op het bieden van meer ruimte voor bedrijventerreinen. Er zijn verschillende mogelijkheden voor het bieden van deze ruimte: • Inbreiding op bestaande bedrijventerreinen; • Beperkte uitbreiding naast bestaande bedrijventerreinen; • Nieuwe bedrijventerreinen in kernen en dorpen; • Nieuwe bedrijventerreinen elders in de gemeente. Met de derde maatregel geeft de gemeente ook expliciet invulling aan haar doel ‘MKB-vriendelijk blijven’. Er is geen specifieke maatregel opgesteld voor de beschikbaarheid van bestaanszekerheid voor de inwoners van de Noordoostpolder. Mogelijk leidt het bieden van meer ruimte aan bedrijvigheid ook tot het behouden van voldoende werk. Daarnaast is de maatregel opgenomen ‘handhaven profilering De Munt B (agrofood en maakindustrie) en MITC (campus duurzame mobiliteit)’. Hiermee geeft de gemeente aan welke richting zij aan de economie wil geven. Het is echter nog onduidelijk welke profilering de gemeente voorziet op eventuele nieuwe bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld profilering gericht op circulaire economie. Hierbij is het ook wenselijk om andere randvoorwaarden op te nemen met betrekking tot onder andere vergroening, klimaatadaptatie en andere omgevingseffecten.

Ten tweede is er een verschil in de ruimtevraag van verschillende typen bedrijvigheid. Een FTE in de maakindustrie, met werkplaatsen, heeft een grotere ruimtevraag dan een kantoorbaan. Het advies is om hier richting aan te geven in de Omgevingsvisie.

3.3.16

Stadscentrum

Indicator Vitaliteit en aantrekkelijkheid centrum

Beoordeling Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

Score ? ? ?

Leegstand (%)

Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

? ? ?

Toelichting Leemte in kennis Leemte in kennis Er worden geen doelen en/of maatregelen voorgesteld. Leemte in kennis Leemte in kennis Er worden geen doelen en/of maatregelen voorgesteld.

Er is geen informatie bekend over de vitaliteit en aantrekkelijkheid van het centrum (Emmeloord) of gegevens over leegstand in de gemeente. Er is daarom een leemte in kennis. Beide indicatoren kunnen voor de referentie- en autonome situatie niet beoordeeld worden. De gemeente heeft geen opgaven en maatregelen in haar concept Omgevingsvisie opgenomen voor het beleidsveld stadscentrum.

52

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.3.17

Land- en tuinbouw

Indicator Ruimte voor landbouw

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Score

++ +

Doelbereik

Mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuurinclusieve vorm van landbouw wordt gefaciliteerd en gestimuleerd

Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

? ? ?

Toelichting 80% van de grond in de gemeente is in gebruik als cultuurgrond voor landbouw en veeteelt. Grondgebonden landbouw- en veeteeltbedrijven liggen verspreid over de polder. Landbouw in Nederland verandert door internationale verplichtingen voor onder andere stikstof, mest en natuurverplichtingen. Op verschillende plaatsen in Noordoostpolder zal door inklinking/vernatting van de bodem de huidige manier van agrarische bedrijfsvoering niet meer mogelijk zijn. De nu grote ruimte voor landbouw in de gemeente komt onder druk te staan. Er wordt perspectief geboden aan de landbouwsector, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de ruimte voor landbouw behouden blijft. De staat van de leefomgeving verandert daarom niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Leemte in kennis Leemte in kennis Geen doelen en/of maatregelen opgesteld.

In de Foto van de Leefomgeving is geen hoofdstuk opgenomen over land- en tuinbouw. De Noordoostpolder is echter één van de meest intensieve landbouwgebieden van Nederland. In deze paragraaf is hier daarom extra aandacht aan besteed. Ongeveer 80% van de grond in de gemeente is in gebruik als cultuurgrond voor de landbouw en veeteelt. Voor het overgrote merendeel is deze grond ingericht als akkerland. Hierin vormt de Noordoostpolder een groot contrast met de rest van Nederland: van alle cultuurgrond in Nederland is 30% in gebruik als akkerland, tegenover bijna 75% in de Noordoostpolder. Slechts 15% van de cultuurgrond in de gemeente is in gebruik als grasland voor dieren; het Nederlandse gemiddelde ligt op maar liefst bijna 65%. Naar verhouding van grondoppervlak vindt er in de Noordoostpolder ruim tweemaal (11%) zoveel tuinbouw plaats als in de rest van Nederland (5%).

Figuur 3-6; de verdeling van cultuurgronden over akkerbouw, tuinbouw en grasland in de Noordoostpolder en in Nederland. Bron: CBS Statline, 2023

53

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Er zijn in totaal ongeveer 650 akkerbouwbedrijven, 350 tuinbouwbedrijven en 200 veehouderijen actief in de Noordoostpolder. Vaak houden bedrijven zich met meerdere activiteiten bezig, waardoor het totale aantal agrarische bedrijven neerkomt op 800. Het gemiddelde runder- en varkensbedrijf is qua grootte vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde. Schapenhouderijen houden gemiddeld ruim driemaal zoveel schapen als de gemiddelde schapenhouderij in Nederland, en kippenhouderijen zijn half zo groot als elders in Nederland. Tabel 3-6; de gemiddelde omvang van graas- en hokdierbedrijven in de Noordoostpolder en in Nederland. Bron: CBS Statline, 2023

Dieren Runderen Schapen Geiten Varkens Kippen

Noordoostpolder Aantal bedrijven 105 40 19 16 15

Dieren per bedrijf 161 318 287 3.773 29.539

Nederland Aantal bedrijven 22.906 8.193 3.198 3.273 1.710

Dieren per bedrijf 167 104 202 3.446 57.037

Daarnaast is er een grootschalige glastuinbouwlocatie geconcentreerd bij Luttelgeest-Marknesse. Momenteel mag dit gebied niet verder uitbreiden.

Figuur 3-7; het grondgebruik in de Noordoostpolder. Bron: Atlas van de Leefomgeving, 2023

De agrarische sector zorgt direct voor 11% van de banen in de gemeente 7, tegenover 2% voor Nederland gemiddeld. Jaarlijks vindt het Tulpenfestival plaats waar zo’n 100.000 bezoekers op afkomen, en er wordt op het gebied van kennisontwikkeling en innovatie nauw samengewerkt tussen de agrariërs en het agrofoodcluster. De landbouw levert dus een belangrijke bijdrage aan het de economie, het landschap en de identiteit van de Noordoostpolder. In de Foto van de Leefomgeving is geen informatie bekend over de mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuurinclusieve vorm van landbouw door de gemeente wordt gefaciliteerd en gestimuleerd. Het is ook

7 https://www.ltonoord.nl/-/media/files/afdelingen/noordoostpolder/toekomstvisie_nop.pdf

54

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

niet bekend hoeveel landbouwondernemingen er zijn die deze vormen van landbouw bedrijven en in welke vorm zij dat doen. Onder deze transitie van de landbouw valt onder andere de beweging richting ecosysteem-denken, zoals het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, het bevorderen van polyculturen en het integreren van natuurlijke elementen op agrarische gronden. Ook het duurzaam omgaan met grondstoffen, water en energie staat hierin centraal. Daarnaast is er een groeiende behoefte aan korte ketens en lokale voedselsystemen. Ten slotte, leent de Noordoostpolder zich bij uitstek voor experimenten met precisielandbouw en andere vormen van duurzame en hoogtechnologische landbouw.8 De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld land- en tuinbouw: Hoofdopgave We bieden perspectief voor ondernemen

Het versterken van de natuur

We versterken (innovatief) ondernemerschap

We bieden vrije tijdseconomie (recreatie en toerisme) actief uit

Deelopgave Perspectief voor agrarische sector: nieuwe vormen van landbouw, schaalvergroting tuinbouw, toekomst veehouderij Ruimte bieden voor verbreding, verlenging, vrijkomende erven, nevenfuncties, mestopslag en verwerking We gaan uit van bodem- en watersturend (werken aan een gezonde bodem en een natuurlijk en robuust watersysteem door passende landbouw en zorgvuldig omgaan met ons grond- en oppervlaktewater) We behouden en versterken biodiversiteit, de verbindingen tussen natuurgebieden, het agrarisch natuurbeheer en de bossen Verder ontwikkelen van onze sterke sectoren zoals agrofood, maakindustrie en hoogwaardige innovatie (MTC) Ruimte bieden aan mogelijkheden voor kleinschalige recreatie, agrarische nevenactiviteiten en plattelandstoerisme

Maatregel Huidige ruimte voor hoogwaardige landbouw behouden. Geen nieuwe planologische ruimte bieden voor glastuinbouw. Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Handhaven profilering De Munt B (agrofood en maakindustrie) en MITC (campus duurzame mobiliteit). Toestaan niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in lichte milieucategorieën, kleinschalige voorzieningen en recreatie op vrijkomende erven en activiteiten uit de agrarische keten die niet op een regulier bedrijventerrein passen.

In haar concept Omgevingsvisie heeft de gemeente diverse doelen opgenomen die betrekking hebben op land- en tuinbouw. De gemeente wil perspectief bieden aan de agrarische sector door de huidige ruimte voor hoogwaardige landbouw te behouden, maar geen planologische ruimte meer te bieden voor glastuinbouw. In het landelijk gebied zal de concurrentie om ruimte toenemen. In haar concept Omgevingsvisie heeft de gemeente ook maatregelen opgenomen met betrekking tot het uitbreiden van haar bedrijventerreinen, woningbouw en energietransitie. Een groot deel van deze ruimtelijke ontwikkelingen zal plaatsvinden op huidige landbouwgrond. De gemeente heeft met betrekking tot bedrijvigheid wel een mitigerende maatregel opgenomen: er wordt een maximale omvang voor bedrijven in het landelijk gebied voor de bebouwing voor reguliere, niet-agrarische bedrijven, van 5.000 m2 brutovloeroppervlakte ingesteld.

8 https://edepot.wur.nl/375485

55

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Ook het economische cluster rondom de agrosector wordt perspectief geboden door de profilering van De Munt B te handhaven (o.a. agrofood) en ruimte te bieden aan plattelandstoerisme. Op vrijkomende erven kunnen nieuwe activiteiten ontplooid worden, met betrekking tot niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in lichte milieucategorieën, recreatie en wonen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de beschikbare milieugebruiksruimte van omliggende landbouw bij deze erven af kan nemen. Daar horen ook een aantal randvoorwaarden bij. De gemeente heeft als doel om landbouw passend te laten zijn aan een gezonde bodem en een robuust watersysteem en om agrarisch natuurbeheer te behouden en te versterken. Hier staan echter geen maatregelen tegenover. Het doelbereik is daarom onzeker. Het lijkt niet waarschijnlijk, inachtnemende de autonome ontwikkeling en andere ontwikkelingen in het landelijk gebied vanuit de concept Omgevingsvisie, dat de ruimte voor landbouw gelijk blijft aan de huidige situatie. Wat betreft de beweging naar meer duurzame vormen van landbouw is niet bekend hoe de gemeente dit nu faciliteert en/of stimuleert en hoe zij dit in de toekomst wil gaan doen. Aanbevolen wordt om hier aandacht aan te besteden in de Omgevingsvisie. Daarbij is het belangrijk aan te geven wat de gemeente verstaat onder duurzame landbouw en welke vormen hier voor de Noordoostpolder relevant zijn.

3.3.18

Lichthinder

Indicator Ligging van lichtbronnen en gevoeligheid van natuur en woonomgeving voor licht

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling Doelbereik

Score

-

Toelichting Noordoostpolder presteert, naar Nederlandse maatstaven, redelijk tot zeer slecht op lichthinder. Rondom Luttelgeest staat een glastuinbouw cluster. Hierdoor is de lichtemissie daar zeer hoog. Geen autonome ontwikkelingen bekend. Mogelijke toename lichtgevoelige bestemmingen door woningbouw. Anderzijds waarschijnlijke afname glastuinbouw. Het stoppen met bieden van planologische ruimte aan nieuwe glastuinbouw draagt hieraan bij.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat de Noordoostpolder redelijk tot zeer slecht presteert wat betreft lichthinder. Dit komt met name door het glastuinbouwcluster bij Luttelgeest. Lichtemissie is daar zeer hoog. Er zijn geen autonome ontwikkelingen bekend die lichtemissie van glastuinbouw doen veranderen. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld lichtemissie: Hoofdopgave We borgen een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven. We zorgen dat inwoners zich vitaal en gezond voelen (en zijn).

Deelopgave Een goed woon- en leefklimaat (geur, gewasbescherming, dierziekten, bereikbaarheid).

Maatregel Geen nieuwe planologische ruimte bieden voor glastuinbouw.

Voldoende bescherming tegen emissies (o.a. van landbouw).

Geen maatregel

In de Foto van de Leefomgeving is beschreven dat lichtemissie niet de belangrijkste reden is om geen planologische ruimte te bieden aan nieuwe glastuinbouw. Dit draagt waarschijnlijk wel bij aan een afname van lichtemissie. Dit heeft positieve effecten op natuur en gezondheid van omwonenden. Anderzijds worden er mogelijk wel nieuwe lichtgevoelige bestemmingen gerealiseerd in de Noordoostpolder in de vorm van woningen en nieuwe natuur. De staat van de leefomgeving verandert daarom naar verwachting niet significant.

56

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.3.19

Geluidsoverlast

Indicator Aantal woningen dat binnen geluidaandachtsgebieden ligt en/of waar de geluidnorm overschreden wordt.

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

+/-

Toelichting Deel van woningen heeft een hoge geluidbelasting op de gevel (>48dB). Wegverkeer is de grootste bron. Lokaal is de situatie (zeer) slecht. Het is niet zeker of hier ook geluidgevoelige bestemmingen liggen. Toenemende verstedelijking leidt tot meer geluidgevoelige bestemmingen en mogelijk tot meer bestemmingen dichtbij bronnen. Er zijn geen specifieke maatregelen gericht op geluidoverlast opgenomen. In de Omgevingsvisie is geen link gelegd met de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen en geluidbronnen.

In Figuur 3-8 is geluid in dB van alle bronnen in de gemeente weergegeven. De windturbines in het westen van de gemeente zijn een grote geluidbron >48dB. Daarnaast zijn de A6, de N50 en diverse andere grotere wegen in de gemeente belangrijke geluidsbronnen. Lokaal is de geluidsoverlast slecht tot zeer slecht. In de Foto van de Leefomgeving is beschreven dat een gering percentage van de woningen een hoge geluidbelasting op de gevel heeft, van 48dB of hoger. Het is niet bekend welk percentage dit is.

Figuur 3-8 Geluid in Noordoostpolder (Atlas Leefomgeving, 2020).

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld geluidsoverlast: Hoofdopgave We borgen een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven.

57

Deelopgave Een goed woon- en leefklimaat (geur, gewasbescherming, dierziekten, bereikbaarheid).

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Maatregel Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Er zijn in de concept Omgevingsvisie doelen opgenomen die een relatie hebben met geluidsoverlast. Geen geluidsoverlast is onderdeel van een goed woon- en leefklimaat. Er zijn geen maatregelen specifiek gericht op geluidsoverlast opgenomen. Er zijn wel maatregelen die effect hebben op de geluidsoverlast. Maatregelen met een positieve invloed op verminderen autoverkeer. Maatregelen die een negatieve invloed hebben, hebben voornamelijk een verkeersaantrekkende werking. In de concept Omgevingsvisie zijn dit vooral de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, woningbouw en mogelijk ook de recreatieve ontwikkelingen (afhankelijk van de exacte invulling). Het is aan te bevelen om geluid concreet mee te nemen in maatregelen met betrekking tot de aanleg of uitbreiding van bedrijventerreinen en woningbouw, vanwege de verkeersaantrekkende werking en de creatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. Daarnaast is het aanbevolen om als gemeente na te denken over de omgevingswaarde die men wil nastreven op het gebied van geluid. Bijvoorbeeld de WHO adviesnorm.

3.3.20

Luchtkwaliteit

Indicator Omvang gebied waarin concentraties van NO2, PM2,5 en PM10 boven wettelijke norm en WHOadviesnorm liggen

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

+

+

Toelichting Concentraties voor stikstof en fijnstof (PM2,5 en PM10) voldoen in de gehele gemeente aan wettelijke normen. Lokaal wordt niet aan WHO adviesnormen voor stikstof en PM10 voldaan. Nergens wordt aan de WHO advieswaarde voor PM2,5 voldaan. De landelijke luchtkwaliteit verbetert de komende jaren. De lokale luchtkwaliteit in de Noordoostpolder volgt dezelfde trend. Het is niet zeker of aan de WHO adviesnormen voldaan zal worden. Er zijn geen specifieke maatregelen gericht op luchtkwaliteit genomen. Met name voor fijnstof lijkt dat wel nodig, bv. gericht op verminderen houtstook en verkeersknelpunten voor fijnstof aanpakken. De gemeente heeft echter weinig invloed op de luchtkwaliteit.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat de luchtkwaliteit in de gemeente over het algemeen goed is. De concentraties voor stikstof en fijnstof (PM2,5 en PM10) voldoen in de gehele gemeente aan wettelijke normen. In de gemeente wordt lokaal niet aan de WHO adviesnormen voor stikstof en PM10 voldaan. Deze locaties liggen hoofdzakelijk langs de A6 en N50. Voor PM2,5 wordt in Nederland nergens aan de WHO advieswaarde voldaan. De situatie in de Noordoostpolder is relatief goed. De lucht wordt de komende jaren schoner door het Europese en landelijke beleid dat erop gericht is om de bronnen van luchtvervuiling te verduurzamen en de uitstoot terug te dringen. Industrie, raffinaderijen, de energiesector en het verkeer stoten op termijn bijvoorbeeld minder stikstofdioxide en fijnstof uit. Daarnaast nemen gemeenten maatregelen om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen op bepaalde plekken terug te dringen, door bijvoorbeeld het invoeren van milieuzones. De lokale luchtkwaliteit (in Noordoostpolder) volgt dezelfde trend als de regionale luchtkwaliteit. De lucht wordt over het algemeen schoner. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregel opgenomen voor het beleidsveld luchtkwaliteit: Hoofdopgave We borgen een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven. We zorgen dat inwoners zich vitaal en gezond voelen (en zijn).

58

Deelopgave Een goed woon- en leefklimaat (geur, gewasbescherming, dierziekten, bereikbaarheid).

Maatregel Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Voldoende bescherming tegen emissies (o.a. van landbouw).

Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Er zijn in de concept Omgevingsvisie doelen opgenomen die een relatie hebben met luchtkwaliteit. Inwoners moeten beschermd zijn tegen emissies van onder andere landbouw. Er zijn geen maatregelen specifiek gericht op luchtkwaliteit opgenomen. Er zijn wel maatregelen die effect hebben op de luchtkwaliteit. Maatregelen met een positieve invloed voegen groen en natuur toe of verminderen autoverkeer. Maatregelen die een negatieve invloed hebben, hebben voornamelijk een verkeersaantrekkende werking. In de concept Omgevingsvisie zijn dit vooral de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, woningbouw en mogelijk ook de recreatieve ontwikkelingen (afhankelijk van de exacte invulling). De gemeente kan maatregelen overwegen gericht op het verminderen van houtstook en autoverkeer. Daarnaast is het aanbevolen om als gemeente na te denken over de omgevingswaarde die men wil nastreven op het gebied van luchtkwaliteit. Bijvoorbeeld de WHO adviesnorm. Aangezien de autonome ontwikkeling landelijk positief is en de lokale luchtkwaliteit dezelfde trend volgt, verandert de staat van de leefomgeving naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling en blijft daarmee goed.

3.3.21

Hoogwaterveiligheid

Indicator Gevoeligheid van stedelijk en landelijk gebied voor overstromingen

Beoordeling Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

Score

+/+/-

Toelichting Klein risico op overstroming. Bescherming tegen overstromingen gebeurt via het hoogwaterbeschermingsprogramma. De gemeente heeft geen maatregelen opgesteld. Dit is een taak van de Rijksoverheid, de gemeente kan hier niet op sturen.

In de Foto van de Leefomgeving is geen informatie opgenomen met betrekking tot overstromingsrisico. Voor het hele gebied is sprake van een risico op overstromen. Dit risico is klein (kans op dijkdoorbraak is kleiner dan 1:3000 per jaar). Het is dus zeer onwaarschijnlijk dat dit tijdens een mensenleven zal gebeuren.9 Middelgroot risico is enkel buitendijks aanwezig. Dit is niet het geval in Noordoostpolder.

Figuur 3-9. Vergelijking kleine kans op overstromingen (links) met middelgrote kans (rechts) (Atlas Leefomgeving, 2021).

Om ook in de toekomst de hoogwaterveiligheid te garanderen moeten voor 2050 de dijken versterkt worden. Er lopen in heel Nederland dijkversterkingsprojecten als onderdeel van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Een samenwerking tussen Rijkswaterstaat en waterschappen. Binnen de Noordoostpolder wordt in dat kader gewerkt aan

9 https://www.risicokaart.nl/kaarten/risicosituaties/overstroming

59

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

het Dijkversterkingsproject Zuidermeerdijk – MSNF. De Zuidermeerdijk bij de Noordoostpolder voldoet niet aan de waterveiligheidsnormen en moet daarom worden versterkt. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie geen opgeven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld hoogwaterveiligheid. Dit is ook een taak van de Rijksoverheid. De gemeente kan hier ook niet op sturen.

3.3.22

Externe veiligheid

Indicator Aantal woningen binnen 10-6 PR-contour en externe veiligheid aandachtsgebieden

Beoordeling Huidige situatie

Score

Autonome ontwikkeling

+/-

+/-

Doelbereik

Toelichting Er zijn meerdere risicobronnen verspreid over de gemeente met risicocontouren. Er bevinden zich geen kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour. Door de toenemende woningvraag en de mogelijke komst van 380 kV kunnen kwetsbare objecten binnen risicocontouren komen te liggen. Dit is echter niet direct aannemelijk. Er worden geen doelen en/of maatregelen voorgesteld.

In de Foto van de Leefomgeving beschrijft de gemeente Noordoostpolder risicobronnen voor externe veiligheid in de gemeente. De belangrijkste risicobronnen zijn de A6 en N50 als transportroutes voor gevaarlijke stoffen, buisleidingen die de gemeente doorkruisen, het industrieterrein onder Emmeloord met opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen en een aantal opslagplaatsen voor LPG. In Figuur 3-10 zijn alle risicobronnen en risicocontouren op een kaart gezet. Er zijn geen grote risicocontouren en er liggen geen kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour.

Figuur 3-10. risicobronnen en risicocontouren (Atlas Leefomgeving, 2023).

Een belangrijke ontwikkeling is de mogelijke komst van een nieuwe 380 kV verbinding. Daarnaast leidt de bouw van extra woningen tot meer kwetsbare objecten binnen de gemeente.

60

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

De gemeente heeft geen opgaven en maatregelen in haar concept Omgevingsvisie met betrekking tot externe veiligheid. Wel wil de gemeente nieuwe bedrijventerreinen aanleggen en bedrijventerreinen uitbreiden. Het is niet bekend wat de profilering van de nieuwe bedrijventerreinen zal zijn. Daarom is het mogelijk dat er nieuwe bronnen met risico’s voor externe veiligheid ontwikkeld worden. In paragraaf 3.3.15 wordt aanbevolen richting te geven aan de profilering voor deze bedrijventerreinen en randvoorwaarden voor omgevingseffecten te bepalen. Externe veiligheid moet meegewogen worden. De staat van de leefomgeving blijft naar verwachting redelijk. Er is niet bekend of nieuwe kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour komen te liggen.

3.3.23

Wonen

Indicator Aansluiting van woningaanbod op de vraag, zowel kwantitatief als kwalitatief

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

--

Toelichting Er is een woningtekort in de gemeente en daarnaast past een deel van het kwalitatieve aanbod niet bij de vraag. In de komende jaren neemt de woonvraag toe met circa 3.300 woningen. Verandering in huishoudensgrootte, vergrijzing en individualisering zorgen voor een veranderende woningvraag. De aansluiting op het woningaanbod zowel kwantitatief als kwalitatief verandert door de gestelde maatregelen naar verwachting positief ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Wel dient de gemeente in de omgevingsvisie of in een eventueel nader uit te werken omgevingsprogramma wel te specificeren hoe de woningbouwopgave over de gemeente verdeeld gaat worden, wat de verhoudingen tussen de verschillende type woningen gaat zijn op basis van een goede demografische analyse, welke randvoorwaarden er gesteld gaat worden aan de nieuwe woningbouw, hoe zij de bestaande woonvoorraad gaat verduurzamen en aan welke initiatieven voor woningbouw er ruimte wordt geboden en op welke manier.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat er een woningtekort is in de gemeente. Om het huidige woningtekort in te lopen zijn circa 400 woningen nodig. Daarnaast past een deel van het kwalitatieve aanbod niet bij de vraag. Er is een afname van gezinnen en een toename in het aandeel 1 en 2 persoonshuishoudens. Er is behoefte aan passende (levensloopgeschikte) woningen voor senioren. Zoals aangegeven in paragraaf 3.3.11 is ook de kwaliteit van een groot deel van de woningen wat betreft duurzaamheid en energievraag benedenmaats. Van de 20.000 woningen in de Noordoostpolder hebben er maar 11.290 een geldige energielabel. De autonome behoefte tot 2050 is circa 3.300 woningen. De groei van het aantal huishoudens vindt met name plaats tot 2035. Als we kijken naar huishoudens, komt de groei van het aantal huishoudens volledig voor rekening van de groep senioren, die tot 2040 sterk groeit. De andere leeftijdsgroepen worden iets kleiner, maar zijn feitelijk redelijk stabiel. Dat betekent dat zonder nieuwe toevoegingen en aanpassingen aan de voorraad een steeds groter tekort zal ontstaan aan levensloopgeschikte woningen. Dat tekort doet zich vooral voor in de koopsector. Schaalvergroting in de landbouw zal voor een toename van vrijkomende agrarische erven zorgen. De gronden worden verkocht en blijven veelal in agrarisch gebruik.

Maar het erf met (een deel van) de bebouwing blijft wel bestaan en heeft dan niet altijd meer een agrarische functie. Dit kan tot frictie leiden met de agrarische sector doordat agrarische bedrijven in hun mogelijkheden worden beperkt wanneer er meer mensen in het buitengebied gaan wonen. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld wonen:

61

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Hoofdopgave We werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod

Deelopgave Bouwen voor doelgroepen (eigen inwoners, extra groei, beschermd wonen)

Bouwen in passende typen woningen (woningen op erven, huisvesting arbeidsmigranten etc.)

Groeimogelijkheden per dorp

Verduurzamen woningen (energieneutraal) Ruimte bieden aan initiatieven

Maatregel 3.300 woningen bouwen tot 2050 om aan de autonome woningbehoefte te voldoen, in en rondom kernen en dorpen, in en rondom Emmeloord en op leegkomende erven. 5.000 extra woningen bouwen tot 2050 voor woningzoekenden buiten de gemeente bij realisatie Lelylijn. Nieuwe buurten bestaan uit een menging van sociale huurwoningen, middeldure huur- en koopwoningen en duurdere woningen. Onderzoeken van passende en toekomstbestendige functies, waaronder kleine, nieuwe woonmilieus, in de bodemdalingsgebieden. Stimuleren gestapelde woningbouw in Emmeloord en mogelijk ook in kernen en dorpen, waarbij qua inpassing en bouwhoogte rekening gehouden wordt met de omgeving. Bestaande woningen worden verduurzaamd. Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat ze wil werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod. Hiertoe zet zij onder meer in op bouwen voor doelgroepen, waarmee de gemeente bedoelt dat ze zowel wil bouwen voor eigen inwoners (de huidige woningvraag met name voor jongeren) als toekomstige inwoners (de verwachte groei). Daarom wil de gemeente 3.300 woningen bouwen tot 2050 om aan de autonome woningbehoefte te voldoen. Bij de komst van de Lelylijn zal de gemeente nog eens voorzien in 5.000 extra woningen. In de kaarten behorende bij de Omgevingsvisie zijn al grove vlekken aangewezen waar de woningbouwontwikkeling (voor autonome groei) plaats kan vinden, met name bij Emmeloord en rondom de kernen. De verdeling van de woningbouwopgave over deze vlekken zal op een later moment geconcretiseerd gaan worden. Het is aan te bevelen in de Omgevingsvisie op te nemen op welke manier het woningbouwprogramma wordt uitgewerkt, bijvoorbeeld middels een omgevingsprogramma Wonen. De gemeente heeft ook aangegeven in te willen zetten op bouwen in passende typen woningen. Zo dienen nieuwe buurten te bestaan uit een menging van sociale huurwoningen, middeldure huur- en koopwoningen en duurdere woningen. Dit is een goede maatregel om ook de sociale cohesie te verhogen. Deze verdeling dient nog nader te worden uitgewerkt.

Daarvoor is het belangrijk om goed in beeld te brengen hoe de demografische groei zich gaat ontwikkelen en met name hoeveel jongeren, ouderen, zorgbehoevenden, arbeidsmigranten, etc. er tot 2050 bijkomen. Op basis daarvan kan de verdeling tussen type woningen nader worden gespecificeerd. Daarnaast is het aan te bevelen om in de Omgevingsvisie specifiek aan te geven hoe de gemeente om wil gaan met arbeidsmigranten en waar woonruimte voor deze doelgroep wordt gerealiseerd. De gemeente geeft aan deze groep niet weg te willen zetten in het landelijk gebied, maar het is onduidelijk hoe. Verder wil de gemeente in bodemdalingsgebieden passende en toekomstbestendige functies, waaronder kleine, nieuwe woonmilieus, onderzoeken. Daarnaast wil de gemeente ook graag vrijkomende agrarische erven benutten voor de woningbouwopgave. Daarbij is het wel belangrijk om te borgen dat de woningen geen last ondervinden van omringende agrarische activiteiten, en andersom dat de agrarische activiteiten niet beperkt worden door de komst van de woningen.

62

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

De gemeente wil ook inzetten op groeimogelijkheden voor de dorpen. In Emmeloord zal gestapelde woningbouw worden gestimuleerd om aan de vraag te kunnen voldoen. Waar mogelijk ook in kernen en dorpen, waarbij qua inpassing en bouwhoogte rekening gehouden wordt met de omgeving. Het is aan te bevelen om in een eventueel omgevingsprogramma Wonen nader te uit te werken welke randvoorwaarden aan dergelijke gestapelde bouw in de kernen en dorpen gesteld worden, om te voorkomen dat de woningbouw leidt tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit van deze dorpen en kernen. Tevens voorziet de gemeente in haar omgevingsvisie een opgave in het verduurzamen van woningen. De gemeente voert de maatregel van energie-efficiëntie door isolatie wel al uit, maar heeft in de omgevingsvisie niet geconcretiseerd wat het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad inhoudt. Tot slot wil de gemeente ruimte bieden aan initiatieven voor woningbouw. Ook voor deze opgave geldt dat de gemeente geen concrete maatregelen in de omgevingsvisie heeft opgenomen. De aansluiting op het woningaanbod zowel kwantitatief als kwalitatief verandert door de gestelde maatregelen naar verwachting positief ten opzichte van de autonome ontwikkeling.

Wel dient de gemeente in de omgevingsvisie of in een eventueel nader uit te werken omgevingsprogramma wel te specificeren hoe de woningbouwopgave over de gemeente verdeeld gaat worden, wat de verhoudingen tussen de verschillende type woningen gaat zijn op basis van een goede demografische analyse, welke randvoorwaarden er gesteld gaat worden aan de nieuwe woningbouw, hoe zij de bestaande woonvoorraad gaat verduurzamen en aan welke initiatieven voor woningbouw er ruimte wordt geboden en op welke manier.

3.3.24

Gezondheid

Indicator Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan een betere gezondheid van inwoners

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling Doelbereik

Score

-

-

Toelichting 71% van de inwoners van Noordoostpolder ervaart de eigen gezondheid als (zeer) goed. Dit is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Dit percentage ligt lager onder ouderen en er is een duidelijk verschil te zien tussen het buitengebied en de kernen. De bereikbaarheid van zorgvoorzieningen ligt onder het gemiddelde. Geen trends en ontwikkelingen bekend. De gemeente wil het aanbod van zorgvoorzieningen verbeteren en de leefomgeving vergroenen. Deze maatregelen hebben een positief effect op de gezondheid. Daarnaast wil de gemeente dat initiatieven passen binnen een goed woon- en leefklimaat, maar het begrip goed woon- en leefklimaat verdient nadere verduidelijking.

In de Foto van de leefomgeving is onvoldoende informatie beschikbaar over het aspect gezondheid binnen de gemeente Noordoostpolder. Daarom is een korte aanvullende analyse uitgevoerd op basis van openbaar beschikbare informatie. Uit de buurtatlas van het RIVM blijkt dat circa 71% van de volwassenen in de gemeente Noordoostpolder zijn of haar gezondheid als goed ervaart10. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde over heel Nederland (69%). Binnen de gemeente zien we wel enkele verschillen. Zo is het percentage goed ervaren gezondheid in het buitengebied vrij hoog (78% of hoger), en in de kernen juist lager (circa 60% tot 75%). Met name in de kernen Emmeloord-Revelsant-Noord, Emmeloord-Centrum-Tussen Gracht en Vaart en Emmeloord-Centrum West ligt het percentage laag, tussen de 62% en 65%. De inwoners van Noordoostpolder voelen zich over het algemeen dus vergelijkbaar gezond als de gemiddelde Nederlander. Wel neemt de ervaren gezondheid af naar mate mensen ouder worden. De cijfers van de gemeente Noordoostpolder laten zien dat het aantal ouderen toeneemt.

10 https://buurtatlas.vzinfo.nl/#ervaren_gezondheid

63

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Ook in de toekomst is vergrijzing een trend. De levensverwachting en het aantal mensen met een chronische aandoening stijgt. Dat de gemiddelde levensduur toeneemt, betekent ook dat mensen ernaar streven om langer en fijner thuis te wonen. Dat vraagt om een gezonde leefomgeving, voldoende levensloopgeschikte woningen en de beschikbaarheid van thuiszorg en dagbesteding. Zorg wordt steeds meer georganiseerd in de wijk, dicht bij de inwoners. Hierbij is de afstand tot voorzieningen van belang. De bereikbaarheid van zorgvoorzieningen in de gemeente is op basis van cijfers van het CBS in beeld gebracht 11. Om inzicht te krijgen in de bereikbaarheid van bepaalde voorzieningen rondom gezondheid wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende voorzieningen: huisartsenpraktijken, apotheken en ziekenhuizen. De gemiddelde afstand tot een huisartsenpraktijk bedraagt 2,3 kilometer in de Noordoostpolder. In Nederland is dit gemiddeld 1,1 kilometer. De gemiddelde afstand tot een apotheek bedraagt 3,3 kilometer, tegenover 1,3 kilometer in Nederland gemiddeld. De gemiddelde afstand tot een ziekenhuis bedraagt 5,4 kilometer, tegenover 4,9 kilometer in Nederland gemiddeld. De afstand tot zorgvoorzieningen in de gemeente Noordoostpolder is daarmee groter dan gemiddeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2119/documents/37296