3.2 Ontwerp-Omgevingsvisie Effect Rapportage Noordoostpolder 2050.pdf
Tekst van het document
Omgevingseffectrapport bij de Omgevingsvisie Noordoostpolder Gemeente Noordoostpolder 25 januari 2024 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT BIJ DE OMGEVINGSVISIE NOORDOOSTPOLDER
Contactpersoon ARCADIS Arcadis
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Inhoudsopgave Samenvatting
6
1
Inleiding
14
1.1
Aanleiding
14
1.2
Het OER
15
1.2.1
Doel van het OER
15
1.2.2
Toelichting mer-procedure
15
1.2.3
Mer-plicht en Commissie mer
16
1.3
Opbouw van dit OER
16
2
3
3
Proces en werkwijze
18
2.1
Procesbeschrijving
18
2.2
Aanpak beoordeling
18
2.3
Beoordelingskader
19
2.4
Rad van de Leefomgeving
21
Beoordeling concept Omgevingsvisie
22
3.1
Samenvatting concept Omgevingsvisie
22
3.2
Botsproeven
27
3.2.1
Methodiek
27
3.2.2
Effectbeschrijving
28
3.3
Beoordeling concept Omgevingsvisie
30
3.3.1
Openbaar groen
33
3.3.2
Biodiversiteit
34
3.3.3
Landschap & ruimtelijke kwaliteit
36
3.3.4
Cultureel erfgoed & archeologie
37
3.3.5
Grond- & oppervlaktewater
38
3.3.6
Bodem en ondergrond
39
3.3.7
Droogte
40
3.3.8
Wateroverlast
41
3.3.9
Hittestress
42
3.3.10
Circulaire economie
43
3.3.11
Energietransitie
44
3.3.12
Modal shift en duurzame mobiliteit
46
3.3.13
Bereikbaarheid
48
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
4
3.3.14
Recreatie en toerisme
49
3.3.15
Economie
51
3.3.16
Stadscentrum
52
3.3.17
Land- en tuinbouw
53
3.3.18
Lichthinder
56
3.3.19
Geluidsoverlast
57
3.3.20
Luchtkwaliteit
58
3.3.21
Hoogwaterveiligheid
59
3.3.22
Externe veiligheid
60
3.3.23
Wonen
61
3.3.24
Gezondheid
63
3.3.25
Sociale cohesie en leefbaarheid
65
3.3.26
Sport en bewegen
67
3.4
Aanbevelingen concept Omgevingsvisie
69
Beoordeling ontwerp Omgevingsvisie
73
4.1
Van concept naar ontwerp Omgevingsvisie
73
4.2
Doelen ontwerp Omgevingsvisie
73
4.3
Maatregelen ontwerp Omgevingsvisie
75
4.4
Beoordeling ontwerp Omgevingsvisie
75
4.5
Noodzaak passende beoordeling
88
5
Conclusies en aanbevelingen
90
6
Monitoring
93
6.1
Monitoring van de Omgevingsvisie
93
6.2
Aandachtspunten voor Noordoostpolder
94
Bijlagen Bijlage A Foto van de Leefomgeving
96
Bijlage B Botsproeventabel
97
Bijlage C Maatregelen uit de uitvoeringsagenda van de ontwerp Omgevingsvisie
98
Colofon
99
4
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
5
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Samenvatting Aanleiding en doel De gemeente Noordoostpolder is bezig met het opstellen van een Omgevingsvisie voor het zichtjaar 2050 om haar ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn vast te leggen. Het is een integrale doorkijk naar toekomstige opgaven en geeft inzicht in hoe deze doelen gehaald gaan worden. Deze visie vervangt verschillende structuurvisies en beleidsplannen en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. Wanneer niet uit te sluiten valt dat het beleid wat wordt vastgelegd in de Omgevingsvisie negatieve milieueffecten heeft, wordt er een milieueffectrapport (MER) opgesteld, ook wel een Omgevingseffectrapport (OER) genoemd in het geval van een Omgevingsvisie. Het OER speelt een belangrijke rol door inzicht te geven in de milieueffecten en het doelbereik van de maatregelen in de Omgevingsvisie. De gemeente heeft Arcadis ingeschakeld om het mer-traject en de beoordeling van het OER te ondersteunen. Het OER heeft een bredere insteek en beschrijft naast de gevolgen voor de leefomgeving ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de mer-procedure zoals energie, de woonopgave en omgang met de gevolgen van klimaatverandering.
Het OER geeft tijdens het besluitvormingstraject van de Omgevingsvisie inzicht in de mate waarin ambities in verschillende beleidsvelden strijdig met elkaar zijn of elkaar juist versterken. Ook beoordeelt het OER of de beleidsvoornemens in voldoende mate bijdragen aan het vervullen van de ambities. Het doel van de beoordelingen in dit OER is om de Omgevingsvisie, indien nodig, bij te kunnen sturen. Het OER bouwt voort op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), die al eerder is vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is het voornemen beschreven om een OER uit te voeren en is de aanpak van de effectbeoordeling beschreven. Ook zijn de ambities voor de Omgevingsvisie samengevat en is de beoordelingsmethodiek voor het op te stellen OER en de vervolgprocedure beschreven. In 2022 heeft de gemeente Noordoostpolder een Foto van de Leefomgeving opgesteld, waarin de huidige situatie en autonome ontwikkelingen op achttien ruimtelijke beleidsvelden worden beschreven. Deze referentiesituatie is in dit OER vergeleken met het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie, die tegelijkertijd met de Foto van de Leefomgeving is opgesteld. Na ontvangst van het concept OER heeft de gemeente de uitkomsten en aanbevelingen verwerkt in de concept Omgevingsvisie, om te komen tot een Ontwerp Omgevingsvisie.
Het OER is vervolgens aangepast op basis van eventuele wijzigingen in de ontwerp Omgevingsvisie. Het OER en de Ontwerp Omgevingsvisie worden ter visie gelegd en aangeboden aan de Commissie voor het milieueffectrapport (Commissie mer) voor een toetsingsadvies. Deze commissie bestaat uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van milieu, duurzaamheid, natuur en leefomgeving. Zij beoordelen de volledigheid, objectiviteit en accuratesse van het OER. Na de inspraakperiode brengt de commissie haar advies uit. Na het verwerken van zienswijzen en het toetsingsadvies wordt de Omgevingsvisie definitief vastgesteld door de gemeenteraad.
Proces en werkwijze Procesbeschrijving Dit OER heeft gefaseerd plaatsgevonden van mei 2022 tot en met januari 2024. De mer-procedure is in de volgende fasen opgedeeld: 1. Opstellen NRD – Arcadis heeft in de zomer van 2022 voor de gemeente Noordoostpolder een NRD opgesteld, waarin het proces, de voorgenomen planning en de aanpak van de beoordeling in het OER beschreven zijn. 2. Foto van de Leefomgeving – de gemeente heeft in eigen beheer een Foto van de Leefomgeving opgesteld, waarin de huidige situatie en relevante autonome ontwikkelingen (samen de referentiesituatie) per beleidsveld beschreven zijn. De Foto van de Leefomgeving sluit niet volledig aan op het beoordelingskader uit de NRD. Arcadis heeft op basis van de Foto van de Leefomgeving de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen voor iedere indicator uit het beoordelingskader beoordeeld. 3. Beoordeling concept Omgevingsvisie – Arcadis heeft van november 2023 t/m januari 2024 de concept Omgevingsvisie (17 november 2023) beoordeeld. De beoordeling is gestart met een beoordeling van de referentiesituatie op basis van de Foto van de Leefomgeving en het aantonen van dwarsverbanden en mogelijke
6
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
botsingen (botsproeven) wat betreft milieueffecten en ruimtegebruik middels een kruistabel. Daarna is het voorgenomen beleid van de gemeente beoordeeld op doelbereik. 4. Beoordeling ontwerp Omgevingsvisie – de gemeente heeft onder andere op basis van de beoordeling op doelbereik van de concept Omgevingsvisie en de aanbevelingen uit het OER haar voorgenomen beleid herzien. Dit heeft geleid tot de ontwerp Omgevingsvisie van 3 januari 2024. Arcadis heeft haar beoordeling op doelbereik herzien op basis van het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie.
Aanpak beoordeling De beoordeling van de Omgevingsvisie is uitgevoerd op basis van een aantal stappen. Deze worden hieronder toegelicht. Stap 1: beoordeling huidige situatie en autonome ontwikkeling De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn op basis van informatie uit de Foto van de Leefomgeving beoordeeld aan de hand van een vijfpuntsschaal (-- tot ++), die aangeeft in hoeverre de staat van de leefomgeving voor ieder beleidsveld overeenkomt met wettelijke of adviesnormen, streefwaarden en/of ambities van de gemeente. Dit is verder toegelicht in Tabel 1-1. Onder autonome ontwikkeling worden autonome trends (waaronder klimaatverandering, demografische groei, etc.) en ontwikkelingen die zijn vastgelegd in ruimtelijke plannen verstaan. Ontwikkelingen als de Lelylijn, de 380kV-verbinding Vierverlaten - Ens en de verbreding van de N50 liggen nog niet vast en zijn daarmee niet te beschouwen als autonome ontwikkeling. Stap 2: botsproeven Sectorale ontwikkelingen die in de Omgevingsvisie beschreven zijn, staan niet op zichzelf. Voor veel ruimtelijke ontwikkelingen bestaan er dwarsverbanden met andere beleidsvelden, bijvoorbeeld omdat er sprake is van ruimteclaims. In een kruistabel is met een verkeerslichtbeoordeling beoordeeld of de belangrijkste keuzes uit de Omgevingsvisie mogelijke risico’s of kansen hebben op andere beleidsvelden uit het beoordelingskader.
De meest logische en voor de hand liggende raakvlakken tussen beleidsvelden worden in de paragraaf 3.2.2 kort beschreven. Stap 3: Beoordeling op doelbereik Het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie is in dit OER getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per doel beoordeeld is of -en zo mogelijk in welke mate- de voorgenomen maatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre doelstellingen haalbaar zijn en welke beleidsmaatregelen een bijdrage hieraan leveren. De beoordeling is uitgevoerd ten opzichte van de referentiesituatie (huidige situatie + autonome ontwikkelingen) die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvindt. Daarbij is dezelfde methodiek gehanteerd als bij de beoordeling van huidige situatie en autonome ontwikkelingen in stap 1: op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie en de verandering die optreedt in de periode tot 2050 (de autonome ontwikkeling) is door middel van expert judgement per beleidsveld beoordeeld in hoeverre de beleidsmaatregelen leiden tot een sifnificante verandering en zo ja of dat een verbetering of verslechtering betreft. Stap 4: Beoordeling ontwerp Omgevingsvisie De gemeente heeft onder andere op basis van deze beoordeling en de aanbevelingen uit paragraaf 3.4 haar voorgenomen beleid aangevuld en aangescherpt.
Dit heeft geleid tot een ontwerp Omgevingsvisie van 3 januari 2024. De beoordeling op doelbereik is in hoofdstuk 4 opnieuw uitgevoerd, waarbij is gekeken of de beoordeling op doelbereik van de concept Omgevingsvisie aangepast diende te worden. De scores voor huidige situatie, autonome ontwikkeling en doelbereik zijn uiteindelijk weergegeven op het Rad van de Leefomgeving, waarop visueel in één oogopslag duidelijk is voor welke beleidsvelden knelpunten bestaan.
7
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Tabel 1-1 De maatlatten die voor de Foto van de Leefomgeving en het doelbereik van de omgevingsvisie gebruikt zijn
Huidige situatie & autonome ontwikkeling
Doelbereik concept Omgevingsvisie
Symbool
Symbool
Toelichting
++
De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+
De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+/-
De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
-
De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
--
De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
Toelichting De staat van de leefomgeving verbetert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling.
De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling
De staat van de leefomgeving verslechtert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling
Beoordeling Omgevingsvisie Botsproeven Er is een analyse gedaan van de kansen en risico’s van het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie ten opzichte van alle beschouwde beleidsvelden in dit OER. Hierbij is per maatregel ingeschat welke kansen en risico’s optreden bij uitvoering van de beleidsmaatregel. Dit zijn enerzijds positieve dwarsverbanden, waarbij een maatregel een positieve invloed heeft op één of meerdere beleidsvelden. Bijvoorbeeld het vergroenen van de oudste wijken in Emmeloord heeft een positieve invloed op het beleidsveld openbaar groen, maar ook op onder andere hittestress, wateroverlast, en gezondheid. Anderzijds zijn er ook belangrijke kanttekeningen en aandachtspunten naar voren gekomen bij deze analyse. Niet alles kan overal. Er zijn concurrerende ruimtevragers, zowel in stedelijk als in landelijk gebied. Daarnaast kunnen beoogde ontwikkelingen vanuit milieu- en omgevingsaspecten negatieve neveneffecten hebben. Bijvoorbeeld de maatregelen met betrekking tot (nieuwe) bedrijventerreinen ‘botsen’ mogelijk met andere ruimtevragers, zoals landbouw, woningbouw en natuur. Daarnaast brengt nieuwe bedrijvigheid niet uit te sluiten risico’s voor milieu zoals toename in hittestress en mogelijke verslechtering van de luchtkwaliteit.
De geconstateerde risico’s zijn niet direct tekortkomingen in de concept Omgevingsvisie, maar zijn aandachtspunten voor de uitvoering van het voorgenomen beleid en aandachtspunten voor de ontwikkeling van de ontwerp Omgevingsvisie. In het proces om te komen tot een ontwerp Omgevingsvisie kon het voorgenomen beleid aangescherpt worden op basis van deze aandachtspunten. De geconstateerde kansen of neutrale invloeden tonen het mogelijke positieve effect van het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie aan.
Beoordeling op doelbereik De beoordeling op doelbereik is zoals beschreven in de introductie van dit hoofdstuk in dit OER tweemaal uitgevoerd. De eerste beoordeling op doelbereik is uitgevoerd voor het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie van 17 november 2023. Deze beoordeling is uitgevoerd voor iedere indicator uit het beoordelingskader, zoals beschreven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 5 is voor iedere indicator de huidige situatie en de autonome ontwikkeling (samen de
8
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
referentiesituatie) beoordeeld. De beoordeling van de concept omgevingsvisie op doelbereik is afgezet tegen de autonome ontwikkeling. De gemeente heeft onder andere op basis van deze beoordeling en de aanbevelingen uit hoofdstuk 3.4 haar voorgenomen beleid aangevuld en aangescherpt. Dit heeft geleid tot een ontwerp Omgevingsvisie van 3 januari 2024. De beoordeling op doelbereik is in hoofdstuk 4 opnieuw uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in een aantal herzieningen van de beoordeling. De uiteindelijke beoordeling op doelbereik is visueel weergegeven in onderstaande Rad van de Leefomgeving.
Figuur 1-1 Het Rad van de Leefomgeving voor het beleid in de ontwerp Omgevingsvisie. De schijven op het rad geven de scores aan; hoe verder naar buiten een indicator geprojecteerd is, hoe hoger de score en hoe gunstiger de situatie. De kleuren geven de score van de referentiesituatie (autonome situatie) weer. De pijlen geven verbeteringen ten opzichte van de referentiesituatie aan als gevolg van het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie (de pijlen geven een richting aan, geen exacte score).
9
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Voor de volgende indicatoren verbetert de staat van de leefomgeving naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling: • • • • • • • • •
Biodiversiteit: Integriteit van ecosystemen Landschap en ruimtelijke kwaliteit: Instandhouding en herstel van karakteristieke landschappen en ruimtelijke kwaliteit Energietransitie: Aandeel duurzame elektriciteit ten opzichte van stroomverbruik Modal shift en duurzame mobiliteit: Aandeel auto/fiets/ov-vervoersbewegingen ten opzichte van totaal & Aantrekkelijkheid van infrastructuur en voorzieningen voor fiets en openbaar vervoer Recreatie en toerisme: Aantrekkelijkheid van de gemeente voor toeristen en recreanten Geluidsoverlast: Aantal woningen dat binnen geluids-aandachtsgebieden ligt en/of waar de geluidnorm overschreden wordt Wonen: Aansluiting van woningaanbod op de vraag, zowel kwantitatief als kwalitatief Gezondheid: Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan een betere gezondheid van inwoners Sociale cohesie en leefbaarheid: Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan een de leefbaarheid en sociale cohesie
Voor de volgende indicatoren verandert de staat van de leefomgeving naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Dit is met name het geval als het voorgenomen beleid niet voldoende concreet is om te beoordelen. Vaak heeft de gemeente wel ambities met betrekking tot deze indicatoren. Daarbij wordt vaak in de ontwerp Omgevingsvisie verwezen naar programma’s of visies buiten de Omgevingsvisie waar de invulling van deze ambities plaats zal vinden. Bijvoorbeeld de visie klimaatadaptatie of de visie werklocaties. Dit betreft de volgende beleidsvelden met de indicatoren: • • • • • • • • • • • • • • • •
Openbaar groen: Oppervlakte openbaar groen per inwoner Biodiversiteit: Aantal soorten per km2 Cultureel erfgoed en archeologie: Instandhouding van cultuurhistorische en bodemarchieven Bodem en ondergrond: aantal humane en ecologische spoedlocaties Droogte: Gevoeligheid voor verdroging van landbouwgronden en natuurgebieden Wateroverlast: Gevoeligheid van het landelijk en stedelijk gebied voor water op straat en in woningen na piekbuien Hittestress: Bedrijfslocaties en buitenruimtes voor hittestress (drempelwaarde gevoelstemperatuur van 41 graden Celsius) & Gevoeligheid van woningen Energietransitie: Aandeel duurzame warmte in gebouwde omgeving Bereikbaarheid: Aandeel auto/fiets/ov-vervoersbewegingen ten opzichte van totaal Economie: Kwantitatieve en kwalitatieve aansluiting van vraag en aanbod voor bedrijven Land- en tuinbouw: Ruimte voor landbouw Lichthinder: Ligging van lichtbronnen en gevoeligheid van natuur en woonomgeving voor licht Luchtkwaliteit: Omvang gebied waarin concentraties van NO2, PM2,5 en PM10 boven wettelijke norm en WHOadviesnorm liggen Hoogwaterveiligheid: Gevoeligheid van stedelijk en landelijk gebied voor overstromingen Externe veiligheid: Aantal woningen binnen 10-6 PR-contour en externe veiligheid aandachtsgebieden Sport en bewegen: Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan mogelijkheden tot sport en
beweging voor inwoners
Er zijn geen indicatoren waarvoor het voorgenomen beleid de staat van de leefomgeving naar verwachting verslechtert ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Wel hebben de resultaten van de botsproeven tot aandachtspunten geleid voor het beleid uit de concept Omgevingsvisie (zie paragraaf 3.4). Daarnaast zijn er voor een aantal indicatoren leemten in kennis met betrekking tot de referentiesituatie, waardoor het niet mogelijk is om de beoordeling op doelbereik uit te voeren. Dit betreft de volgende beleidsvelden met indicatoren: • • • • •
10
Grond- en oppervlaktewater: Kwaliteit en kwantiteit grond- en oppervlaktewater Bodem en ondergrond: Ruimte in de ondergrond voor maatschappelijke opgaven Circulaire economie: Aantal bedrijven dat volgens een circulair principe werkt & Ruimte binnen de gemeente voor circulaire bedrijfsvoering Stadscentrum: Vitaliteit en aantrekkelijkheid centrum & Leegstand (%) Land- en tuinbouw: Mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuurinclusieve vorm van landbouw wordt gefaciliteerd en gestimuleerd Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Conclusies en aanbevelingen In dit OER is de Omgevingsvisie van de gemeente Noordoostpolder beoordeeld op mogelijke milieueffecten. Eerst is het voorgenomen beleid uit de concept omgevingsvisie beoordeeld. Middels botsproeven (paragraaf 3.2) is inzichtelijk gemaakt welke kansen en risico’s bestaan bij het uitvoeren van het voorgenomen beleid uit de concept Omgevingsvisie voor ieder beleidsveld. In hoofdstuk 3.3 is voor alle beleidsvelden met bijbehorende indicatoren een beoordeling van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling (samen de referentiesituatie) en een beoordeling op doelbereik uitgevoerd voor het voorgenomen beleid uit de concept Omgevingsvisie. Dit heeft geleid tot aanbevelingen voor de Omgevingsvisie die zijn beschreven in paragraaf 3.4. Onder andere op basis van de botsproeven, de beoordeling op doelbereik en de aanbevelingen zoals beschreven in paragraaf 3.4 heeft de gemeente haar voorgenomen beleid aangevuld en aangepast. Dit heeft geleid tot de ontwerp Omgevingsvisie. Deze is opnieuw beoordeeld op doelbereik. Dit heeft geleid tot een definitieve beoordeling op doelbereik. De conclusies van deze beoordeling op de ontwerp Omgevingsvisie en de daaruit voortkomende aanbevelingen worden hieronder besproken.
Het positieve effect van de ontwerp Omgevingsvisie op de leefomgeving De gemeente Noordoostpolder heeft in haar Omgevingsvisie ambities en maatregelen opgenomen die bijdragen aan een verbetering van de staat van de leefomgeving ten opzichte van de referentiesituatie (de autonome ontwikkeling). Dit geldt voor de beleidsvelden biodiversiteit, landschap & ruimtelijke kwaliteit, cultureel erfgoed & archeologie, bodemverontreinigingen, energietransitie, modal shift & duurzame mobiliteit, recreatie & toerisme, geluidsoverlast, wonen, gezondheid en sociale cohesie & leefbaarheid. Voor deze beleidsvelden geldt in principe dat het voorgestelde beleid in de Omgevingsvisie zorgt voor een verbetering. Wel kan voor een aantal ambities nadere concretisering (in de Omgevingsvisie of nader uit te werken programma’s en visies) ervoor kan zorgen dat dit positieve effect verder versterkt wordt. Deze aanbevelingen zijn opgenomen in paragraaf 3.4 Aangezien de woningbouwopgave een belangrijke opgave binnen de gemeente is, is het aan te beleven een analyse naar de demografische bevolkingsontwikkeling en samenstelling uit te voeren en deze leidend te laten zijn bij het bepalen van de invulling van de woonopgave.
In de Omgevingsvisie of in een eventueel nader uit te werken programma wonen kan nader gespecificeerd worden hoe de woningbouw over de gemeente verdeeld gaat worden, wat de verhoudingen tussen de verschillende type woningen gaat zijn en welke randvoorwaarden er gesteld gaat worden aan de nieuwe woningbouw.
Aandachtspunten uit beoordeling op milieueffecten Uit de beoordeling van de autonome ontwikkeling is gebleken dat er een aantal beleidsvelden is waarop de staat van de leefomgeving slecht of matig scoort, en waar in de Omgevingsvisie geen of onvoldoende beleid voor is opgenomen om deze te verbeteren. Het betreft de beleidsvelden/indicatoren soortenbiodiversiteit, cultureel erfgoed & archeologie, droogte, wateroverlast, hittestress, aandeel duurzame warmte in gebouwde omgeving, bereikbaarheid, lichthinder en sport & bewegen. Voor een deel van deze beleidsvelden worden aparte programma’s of visies opgesteld waarin dit beleid (mogelijk) gaat landen. Onze aanbevelingen zijn: 1
2
3
4
11
Soortenbiodiversiteit: Concretiseren wat “variatie in biodiversiteit versterken” betekent. Bijvoorbeeld: het realiseren van kruidenrijke bermen en het laten verwilderen van groen (dat in beheer is van de gemeente). Stel daarnaast eisen aan nieuwbouw ten behoeve van de biodiversiteit. Denk aan het opnemen van de groennorm of de eis om natuurinclusief te bouwen. Ook bij verduurzaming bestaande bouw rekening houden met soortenbescherming (bijvoorbeeld vleermuizen in spouwmuren). Droogte: Werk maatregelen uit tegen droogte in de visie klimaatadaptatie. Zet bij zowel de woningbouwopgave als bij eventuele nieuwe bedrijventerreinen in op waterinfiltratie en wateropvang middels bijvoorbeeld meer groen in plaats van verharding aanbrengen, het verbeteren van de bodembiodiversiteit of het realiseren van waterreservoirs. Wateroverlast: Concretiseer maatregelen tegen wateroverlast in de visie klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld door het aanleggen van waterdoorlatende bestrating, wadi’s of het afkoppelen van regenwater van het vuilwaterriool. Hittestress: Concretiseer maatregelen tegen wateroverlast in de visie klimaatadaptatie. Neem gerichte maatregelen m.b.t. gebieden waar LV2 (extreme) hittestress voorkomt , bijvoorbeeld door het toevoegen van bomen, groene daken/gevels en het opstellen van een hitteplan.
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
5 6 7
8
Duurzame warmte: Concretiseer in de energievisie op welke manier de gemeente de warmtetransitie wil stimuleren, waar, wanneer en welke woningen en vastgoed verduurzaamd en aardgasvrij zullen worden. Bereikbaarheid: Neem in de Omgevingsvisie een verwijzing op naar het mobiliteitsplan 2030 waarin is uitgewerkt hoe de knelpunten in verkeersveiligheid en congestie worden aangepakt. Lichthinder: Houdt bij ruimtelijke ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld de verbetering van de infrastructuur) rekening met het terugdringen van lichthinder. Ook kan de gemeente ervoor kiezen om het aantal/omvang van glastuinbouw terug te dringen of strengere eisen te stellen met betrekking tot lichtuitstraling vanuit glastuinbouwbedrijven. Sport & bewegen: Specificeer welke sport- en beweegvoorzieningen de gemeente wil realiseren en waar.
Voor een aantal beleidsvelden verandert de staat van de leefomgeving naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling als gevolg van het voorgenomen beleid uit de Omgevingsvisie. Dit komt deels omdat een deel van deze beleidsvelden al een goede staat van de leefomgeving kent, waaronder economie, ruimte voor landbouw, hoogwaterveiligheid en luchtkwaliteit. Voor de beleidsvelden/indicatoren openbaar groen, hoogwaterveiligheid en externe veiligheid geldt dat het beleid dat is opgenomen in de Omgevingsvisie onvoldoende concreet is. Onze aanbevelingen zijn: 1
2
Openbaar groen: Concretiseer wat “vergroenen” betekent. Wil de gemeente inzetten op het toevoegen van meer openbaar groen (in de vorm van plantsoenen, parkjes, etc.) of op bijvoorbeeld het vergroenen van gebouwen (groen op daken, bomen, groene tuinen, etc.) of een combinatie van beiden? Benoem daarnaast de vastgestelde groennorm in de Omgevingsvisie als uitwerking van de vergroeningsopgave of specificeer nader hoeveel groen de gemeenste wenst toe te voegen. Externe veiligheid: Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen dient externe veiligheid te worden meegenomen. Dit is nu nog niet in de Omgevingsvisie benoemd.
Leemten in kennis Voor een aantal beleidsvelden en indicatoren is in de door de gemeente opgestelde Foto van de leefomgeving te weinig informatie beschikbaar om de referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkeling) en/of het doelbereik te beoordelen. Het advies aan de gemeente is om nader onderzoek te doen naar de volgende beleidsvelden. Zodra meer bekend is over de staat van de leefomgeving met betrekking tot deze aspecten zal de gemeente hier ook beleid op moeten gaan formuleren. • • • • • • • •
12
Circulaire economie – Aantal bedrijven dat volgens een circulair principe werkt – Ruimte binnen de gemeente voor circulaire bedrijfsvoering Ruimte in de ondergrond – Knelpunten beschikbaarheid ruimte voor ondergrondse infrastructuur Stadscentra – Vitaliteit en aantrekkelijkheid centrum (Emmeloord) – Percentage leegstand Land- en tuinbouw – Mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuurinclusieve vorm van landbouw wordt gefaciliteerd en gestimuleerd Openbaar groen – Gegevens over oppervlakte openbaar groen per inwoner – In beeld brengen locaties waar openbaar groen onder druk staat Grond- en oppervlaktewater – Gegevens over kwaliteit en kwantiteit van grond en oppervlaktewater – Rol van de gemeente in de KRW opgave Wonen – Demografische ontwikkeling tot 2050 – Kwalitatieve woningbehoefte van zorgbehoevenden, ouderen, jongeren en sociale huur Hittestress – Informatie (op kaart) van woningen en kwetsbare locaties in gebieden waar sprake is van hittestress
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Effecten op Natura 2000-gebieden In de (ontwerp) Omgevingsvisie zijn een aantal maatregelen opgenomen die mogelijk een negatief effect kunnen hebben op de Natura 2000-gebieden rondom de gemeente. Deze negatieve effecten kunnen met name optreden als gevolg van stikstofdepositie bij de (aanleg van) voorziene ontwikkelingen en mogelijk ook door ruimtebeslag. Het betreft hier de ontwikkeling van watergebonden recreatie in de kuststrook, de woningbouwontwikkeling en de ontwikkeling van mogelijke nieuwe bedrijfskavels. De maatregelen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie zijn echter onvoldoende concreet in type ontwikkeling, locatie, fasering en uitvoeringsmethoden. Het is daarom nog niet mogelijk om te beoordelen of risico's op significante effecten op deze Natura 2000 gebieden kunnen worden uitgesloten en /of welk type maatregelen eventuele significante effecten kunnen voorkomen. Wel dient bij de nadere uitwerking van de betreffende visies en programma’s (visie toerisme en recreatie, programma leefbaarheid en wonen en visie werklocaties) een passende beoordeling te worden opgesteld indien significante effecten niet op voorhand uit te sluiten zijn.
Monitoring De Omgevingsvisie is ingebed in het ruimtelijke beleid van de gemeente en is onderdeel van de beleidscyclus. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt verder gewerkt aan de sectorale invulling van de in de Omgevingsvisie beschreven ontwikkelingen in omgevingsplannen, dat onder meer vastlegt welke ontwikkelingen vergunningsplichtig worden. De Omgevingsvisie kan tevens verder worden uitgewerkt in programma’s. Na uitvoering van de programma’s wordt geëvalueerd en gemonitord in hoeverre de ambities van de gemeente behaald zijn en of er reden is om het lange-termijn beleid dat in de Omgevingsvisie vastgelegd is, bij te sturen. Dit kan een reden zijn om de Omgevingsvisie te herijken, waarmee de beleidscyclus opnieuw doorlopen wordt. Monitoring van omgevingsaspecten die van belang zijn voor de doelen uit de Omgevingsvisie is daarmee van groot belang. Hiervoor is een monitoringskader nodig dat de gemeente in staat stelt om aan de hand van eenduidige en reproduceerbare indicatoren periodiek een meting uit te voeren van de staat van de leefomgeving. Daarbij kan aangesloten worden op het beoordelingskader dat in dit OER gebruikt is. In de loop der tijd kunnen indicatoren aangescherpt worden als meer informatie beschikbaar komt of als ambities veranderen.
Binnen de sectorale beleidsvelden van de gemeente vindt monitoring plaats, die kan leiden tot het aanpassen of herijken van het vigerende beleid. De resultaten van de monitoring in de beleidsvelden die in de Omgevingsvisie beschreven worden en een ruimtelijke component hebben, zouden periodiek gebruikt kunnen worden om een strategische, integrale herijking van de Omgevingsvisie uit te voeren.
13
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Noordoostpolder is een gemeente in de provincie Flevoland en telt ongeveer 50.000 inwoners. Met een totale oppervlakte van 59.347 hectare is het één van de grootste gemeenten van Nederland. 1 Emmeloord vormt het centrum, maar de kernen Bant, Creil, Ens, Espel, Kraggenburg, Luttelgeest, Marknesse, Nagele, Rutten, Tollebeek en Schokland, en een groot buitengebied, vallen ook onder de gemeente. 2 Het grondgebied van de gemeente Noordoostpolder is weergegeven in Figuur 1-1.
Figuur 1-1. Gemeente Noordoostpolder (bron: overheid.nl).
De gemeente Noordoostpolder stelt, om haar ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn vast te leggen, een Omgevingsvisie op. Iedere gemeente is onder de nieuwe Omgevingswet, die op 1 januari 2024 is ingegaan, verplicht een Omgevingsvisie op te stellen, waarin de gemeente een integrale doorkijk geeft naar toekomstige, lange-termijn opgaven in haar beleid.3 De Omgevingsvisie vervangt de huidige structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen en (delen van) de natuurvisie en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. Er wordt dus één Omgevingsvisie voor het hele grondgebied van de gemeente Noordoostpolder opgesteld. In de Omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden, en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. De Omgevingsvisie van de gemeente Noordoostpolder heeft als zichtjaar 2050. Daarmee is de Omgevingsvisie globaal van aard. Bij een Omgevingsvisie waarin beleid vastgelegd wordt waarvan op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ze vanwege negatieve effecten op het milieu mer- of mer-beoordelingsplichtig is, is het verplicht een plan-mer-procedure te doorlopen.
De gemeente Noordoostpolder heeft er vanwege de aard van de beleidsvoornemens, die naar verwachting in de omgevingsvisie vastgelegd zouden gaan worden, voor gekozen om een plan-mer-procedure te doorlopen en een planMER op te laten stellen voor de Omgevingsvisie. Zij heeft Arcadis gevraagd de gemeente te ondersteunen met het mer-traject en het opstellen van het planMER. Een planMER voor een Omgevingsvisie wordt een Omgevingseffectrapport (OER) genoemd.
1 https://kadastralekaart.com/gemeenten/noordoostpolder-GM0171 2
https://organisaties.overheid.nl/26440/Gemeente_Noordoostpolder
3 https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsvisie-gemeente/
14
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
mer = Milieueffectrapportage (procedure) MER = Milieueffectrapport (rapport) planMER = Milieueffectrapport voor een plan OER = Omgevingseffectrapport
1.2
Het OER
1.2.1
Doel van het OER
Het milieueffectrapport (mer) is een wettelijk instrument dat al decennialang gebruikt wordt bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. Een milieueffectrapport (mer) brengt in beeld welke milieugevolgen een plan of project gaat hebben voordat er een besluit over genomen is om op die wijze het milieubelang volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming. Voorliggend omgevingseffectrappport (OER) voor de Omgevingsvisie heeft een bredere insteek en beschrijft naast de gevolgen voor de leefomgeving ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de mer-procedure zoals energie, de woonopgave en omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Het OER geeft tijdens het besluitvormingstraject van de Omgevingsvisie inzicht in de mate waarin ambities in verschillende beleidsvelden strijdig met elkaar zijn of elkaar juist versterken. Ook beoordeelt het OER of de beleidsvoornemens in voldoende mate bijdragen aan het vervullen van de ambities. Het doel van de beoordelingen in dit OER is om de Omgevingsvisie, indien nodig, bij te kunnen sturen. Daarom is in voorliggend OER de concept Omgevingsvisie van 17 november 2023 beoordeeld. Uitkomsten en aanbevelingen van deze beoordeling zijn vervolgens door de gemeente betrokken bij de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie.
De beoordeling in voorliggend OER is daarna aangevuld en/of aangepast na eventuele wijzigingen in de ontwerp Omgevingsvisie ten opzichte van de concept Omgevingsvisie.
1.2.2
Toelichting mer-procedure
Dit OER bouwt ten eerste voort op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD).4 De NRD is op 22 augustus 2022 vastgesteld door de gemeenteraad en heeft vanaf 8 september 2022 zes weken ter inzage gelegen. De NRD beschrijft het voornemen om een OER uit te voeren en de aanpak van de effectbeoordeling. Ook zijn de ambities, waaraan in voorliggend OER getoetst is, samengevat en beschrijft de NRD de beoordelingsmethodiek en de vervolgprocedure. De gemeente Noordoostpolder heeft in 2022 in eigen beheer een Foto van de Leefomgeving opgesteld. Tegelijkertijd heeft de gemeente gewerkt aan haar Omgevingsvisie. In het voorliggend OER is de concept Omgevingsvisie van 17 november 2023 beoordeeld. De Foto van de Leefomgeving geeft voor een achttiental ruimtelijke beleidsvelden een feitelijke beschrijving van de referentiesituatie. Deze bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen. Het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie is tegen de referentiesituatie afgezet. Na oplevering van het concept OER door Arcadis aan de gemeente heeft de gemeente (een deel van) de uitkomsten en aanbevelingen van het OER verwerkt in de concept Omgevingsvisie om te komen tot een Ontwerp Omgevingsvisie. Voorliggend OER is daarna aangevuld en/of aangepast na eventuele wijzigingen in de ontwerp Omgevingsvisie ten opzichte van de concept Omgevingsvisie.
Het OER wordt samen met de Ontwerp Omgevingsvisie ter visie gelegd en voor een toetsingsadvies aangeboden aan de Commissie voor het milieueffectrapport (Commissie mer). De Commissie mer is onafhankelijk en bestaat uit deskundigen op het gebied van milieu, duurzaamheid, natuur en leefomgeving en beoordeelt de volledigheid, objectiviteit en accuraatheid van voorliggend OER. Na de inspraakperiode op het OER en de Ontwerp Omgevingsvisie brengt zij haar toetsingsadvies uit. Na ontvangen en verwerken van zienswijzen en het toetsingsadvies wordt de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad van Noordoostpolder. Met de bekendmaking van het besluit is de Omgevingsvisie definitief.
4 https://raad.noordoostpolder.nl/Documenten/D18-01-Bijlage-bij-Nota-Reactienota-NRD.pdf
15
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
1.2.3
Mer-plicht en Commissie mer
De Omgevingsvisie is planmer-plichtig omdat op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ruimtelijke ontwikkelingen die voortkomen uit de omgevingsvisie niet mer-(beoordelings)plichtig zijn. Met deze planmer-plicht hangt een verplichting samen om de Commissie mer een toetsingsadvies over het OER uit te laten brengen. De gemeente is hierin als bevoegd gezag opdrachtgever van en primair contactpersoon voor de Commissie. De Commissie brengt een advies uit dat ofwel positief is (het OER bevat voldoende informatie voor de bestuurlijke afwegingen), ofwel waarin geconstateerd wordt dat er essentiële tekortkomingen zijn waardoor de belangen vanuit milieu en leefomgeving niet volwaardig meegewogen konden worden in de besluitvorming. De Commissie mer plaatst het toetsingsadvies op haar website en brengt daarnaast een persbericht naar buiten. De gemeente kan besluiten om naar aanleiding van het toetsingsadvies een aanvulling op het OER uit te laten voeren; deze aanvulling kan desgewenst nogmaals door de Commissie mer van een aanvullend advies voorzien worden. Zowel het OER als het toetsingsadvies van de Commissie mer leiden niet tot verdere verplichtingen voor de gemeente. Een OER kan tekortkomingen in het beleid constateren en kan aanbevelingen voor aanvulling, aanscherping of wijziging doen voor de doelen van een gemeente en het voorgenomen beleid.
Deze aanbevelingen hoeven door een gemeente echter niet verplicht opgevolgd te worden; het OER kan er dus niet toe leiden dat ontwikkelingen ‘op slot’ gezet worden. Dit blijft altijd een politieke keuze, die uiteraard wel geagendeerd en van feitelijke beslisinformatie voorzien kan worden vanuit de mer-procedure. Hetzelfde geldt voor het toetsingsadvies van de Commissie mer Gemeenten hebben wel een verantwoordingsplicht. Dat betekent dat het verplicht is om in de Ontwerp Omgevingsvisie aan te geven wat de gemeente heeft gedaan of van plan is te gaan doen met de adviezen vanuit het OER. Voor veel gemeentelijke Omgevingsvisies geldt dat niet alle aanbevelingen uit het OER verwerkt kunnen worden. Sommige adviezen kan of wil een gemeente überhaupt niet opvolgen, voor andere adviezen geldt dat de benodigde beleidsmaatregelen niet tijdig voor vaststelling van de Ontwerp Omgevingsvisie vastgesteld kunnen worden. Hier kan in de uitwerking van de Omgevingsvisie een vervolg aan worden gegeven.
1.3
Opbouw van dit OER
Dit OER bestaat uit een beknopte, zelfstandig leesbare samenvatting en een uitgebreid hoofdrapport. Het hoofdrapport bestaat uit een aantal hoofdstukken: Hoofdstuk 1 – Inleiding In de inleiding wordt de context van het Omgevingseffectrapport en de Omgevingsvisie geschetst. Hoofdstuk 2 – Proces en werkwijze Dit hoofdstuk beschrijft het gevolgde proces in de totstandkoming van dit Omgevingseffectrapport. Het beoordelingskader dat gebruikt is voor de beoordeling en het gebruik van het Rad van de Leefomgeving wordt toegelicht. Ook wordt beschreven hoe de beoordeling van dit Omgevingseffectrapport is opgebouwd. Hoofdstuk 3 – Beoordeling concept Omgevingsvisie In dit hoofdstuk wordt de concept Omgevingsvisie van de gemeente Noordoostpolder beoordeeld. In het hoofdstuk is een korte samenvatting van de concept Omgevingsvisie opgenomen. Vervolgens zijn de botsproeven uitgevoerd. De botsproeven hebben als doel om voor de belangrijkste ontwikkelingen te beschrijven waar mogelijke knelpunten en meekoppelkansen ontstaan, hetzij vanuit conflicterende ruimtevragen, hetzij vanuit positieve of negatieve neveneffecten. In dit hoofdstuk wordt beschreven waar belangrijke afhankelijkheden en resterende vraagstukken zijn geconstateerd, die in de Omgevingsvisie beantwoord moeten worden. Het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie is vervolgens getoetst op doelbereik.
Dit betekent dat per ambitie/ doel beoordeeld is of - en zo mogelijk in welke mate - de voorgenomen maatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde ambities/ doelen. Tot slot zijn in dit hoofdstuk de aanbevelingen na aanleiding van de beoordeling van de concept Omgevingsvisie opgenomen. Hoofdstuk 4 – Beoordeling ontwerp Omgevingsvisie In dit hoofdstuk is het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie getoetst op doelbereik. Hiervoor is gekeken naar de wijzigingen in de doelen van de ontwerp Omgevingsvisie ten opzichte van de concept Omgevingsvisie en de gewijzigde maatregelen. Dit heeft geleid tot de herziening van de beoordeling van een aantal indicatoren. Daarnaast wordt ook ingegaan op de noodzaak tot het opstellen van een passende beoordeling. 16
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Hoofdstuk 5 – Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk worden de conclusies en aanbevelingen uit het Omgevingseffectrapport beschreven. Hoofdstuk 6 – Monitoring Hoofdstuk 6 gaat in op de monitoring van de Omgevingsvisie na vaststelling. Dit rapport bevat daarnaast enkele bijlagen: • • •
17
In Bijlage A is de Foto van de Leefomgeving opgenomen die de gemeente heeft opgesteld. In Bijlage B is de botsproeventabel opgenomen. Hierin zijn de beleidsvelden tegenover de belangrijkste keuzes uit de concept Omgevingsvisie gezet. In Bijlage C zijn de maatregelen uit de uitvoeringsagenda van de ontwerp Omgevingsvisie opgenomen, die zijn gebruikt om de ontwerp Omgevingsvisie te beoordelen.
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
2
Proces en werkwijze
2.1
Procesbeschrijving
Dit OER heeft gefaseerd plaatsgevonden van mei 2022 tot en met januari 2024. De mer-procedure is in de volgende fasen opgedeeld: 5. Opstellen NRD – Arcadis heeft in de zomer van 2022 voor de gemeente Noordoostpolder een NRD opgesteld, waarin het proces, de voorgenomen planning en de aanpak van de beoordeling in het OER beschreven zijn. 6. Foto van de Leefomgeving – de gemeente heeft in eigen beheer een Foto van de Leefomgeving opgesteld, waarin de huidige situatie en relevante autonome ontwikkelingen (samen de referentiesituatie) per beleidsveld beschreven zijn. De Foto van de Leefomgeving sluit niet volledig aan op het beoordelingskader uit de NRD. Arcadis heeft op basis van de Foto van de Leefomgeving de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen voor iedere indicator uit het beoordelingskader beoordeeld. 7. Beoordeling concept Omgevingsvisie – Arcadis heeft van november 2023 t/m januari 2024 de concept Omgevingsvisie (17 november 2023) beoordeeld. De beoordeling is gestart met een beoordeling van de referentiesituatie op basis van de Foto van de Leefomgeving en het aantonen van dwarsverbanden en mogelijke botsingen (botsproeven) wat betreft milieueffecten en ruimtegebruik middels een kruistabel. Daarna is het voorgenomen beleid van de gemeente beoordeeld op doelbereik. 8.
Beoordeling ontwerp Omgevingsvisie – de gemeente heeft onder andere op basis van de beoordeling op doelbereik van de concept Omgevingsvisie en de aanbevelingen uit het OER haar voorgenomen beleid herzien. Dit heeft geleid tot de ontwerp Omgevingsvisie van 3 januari 2024. Arcadis heeft, waar van toepassing, haar beoordeling op doelbereik herzien op basis van het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie.
2.2
Aanpak beoordeling
De beoordeling van de Omgevingsvisie is uitgevoerd op basis van een aantal stappen. Deze worden hieronder toegelicht. Stap 1: beoordeling huidige situatie en autonome ontwikkeling De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn op basis van informatie uit de Foto van de Leefomgeving beoordeeld aan de hand van een vijfpuntsschaal (-- tot ++), die aangeeft in hoeverre de staat van de leefomgeving voor ieder beleidsveld overeenkomt met wettelijke of adviesnormen, streefwaarden en/of ambities van de gemeente. Dit is verder toegelicht in Tabel 2-1. Onder autonome ontwikkeling worden autonome trends (waaronder klimaatverandering, demografische groei, etc.) en ontwikkelingen die zijn vastgelegd in ruimtelijke plannen verstaan. Ontwikkelingen als de Lelylijn, de 380kV-verbinding Vierverlaten - Ens en de verbreding van de N50 liggen nog niet vast en zijn daarmee niet te beschouwen als autonome ontwikkeling. Stap 2: botsproeven Sectorale ontwikkelingen die in de Omgevingsvisie beschreven zijn, staan niet op zichzelf. Voor veel ruimtelijke ontwikkelingen bestaan er dwarsverbanden met andere beleidsvelden, bijvoorbeeld omdat er sprake is van ruimteclaims. In een kruistabel is met een verkeerslichtbeoordeling beoordeeld of de belangrijkste keuzes uit de Omgevingsvisie mogelijke risico’s of kansen hebben op andere beleidsvelden uit het beoordelingskader.
De meest logische en voor de hand liggende raakvlakken tussen beleidsvelden worden in de paragraaf 3.2.2 kort beschreven. Stap 3: Beoordeling op doelbereik Het voorgenomen beleid in de concept Omgevingsvisie is in dit OER getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per doel beoordeeld is of -en zo mogelijk in welke mate- de voorgenomen maatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre doelstellingen haalbaar zijn en welke beleidsmaatregelen een bijdrage hieraan leveren. De beoordeling is uitgevoerd ten opzichte van de referentiesituatie (huidige situatie + autonome ontwikkelingen) die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvindt. Daarbij is dezelfde methodiek gehanteerd als bij de beoordeling van huidige situatie en autonome ontwikkelingen in stap 1: op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie en de verandering die optreedt in de periode tot 2050 (de autonome ontwikkeling) is door middel van expert judgement per beleidsveld beoordeeld in hoeverre de 18
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
beleidsmaatregelen leiden tot een sifnificante verandering en zo ja of dat een verbetering of verslechtering betreft. De maatlatten die voor deze beoordeling gebruikt zijn, worden getoond in Tabel 2-1. Stap 4: Beoordeling ontwerp Omgevingsvisie De gemeente heeft onder andere op basis van deze beoordeling en de aanbevelingen uit hoofdstuk 3.4 haar voorgenomen beleid aangevuld en aangescherpt. Dit heeft geleid tot een ontwerp Omgevingsvisie van 3 januari 2024. De beoordeling op doelbereik is in hoofdstuk 4 opnieuw uitgevoerd, waarbij is gekeken of de beoordeling op doelbereik van de concept Omgevingsvisie aangepast diende te worden. Tabel 2-1. De maatlatten die voor de Foto van de Leefomgeving en het doelbereik van de omgevingsvisie gebruikt zijn
Huidige situatie & autonome ontwikkeling
Doelbereik concept Omgevingsvisie
Symbool
Symbool
Toelichting
++
De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+
De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+/-
De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
-
De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
--
De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
2.3
Toelichting De staat van de leefomgeving verbetert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling.
De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling
De staat van de leefomgeving verslechtert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling
Beoordelingskader
De huidige kwaliteiten van de leefomgeving in de gemeente Noordoostpolder en de effecten van de keuzes worden beoordeeld aan de hand van een beoordelingskader waarin aansluitend op de reikwijdte van de omgevingsvisie een groot aantal beleidsvelden in weergegeven zijn. Hiermee is het OER breder dan een gangbaar MER. Dit brede beoordelingskader is nodig om alle effecten van de Omgevingsvisie in beeld te kunnen brengen. In de NRD is een indicatief beoordelingskader opgesteld. In overleg met de gemeente Noordoostpolder is besloten om dit beoordelingskader aan te houden voor het OER. In de linker kolom staan alle beleidsvelden die beoordeeld gaan worden en die een plek krijgen op het Rad van de Leefomgeving en in de Foto van de Leefomgeving. In de rechter kolom staat beschreven welke indicatoren van het betreffende beleidsveld beoordeeld gaan worden.
19
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Tabel 2-2. beoordelingskader van het OER.
Beleidsveld
Indicator
Openbaar groen
Oppervlakte openbaar groen per woning
Biodiversiteit
Aantal soorten per km2 integriteit van ecosystemen
Landschap & ruimtelijke kwaliteit
Instandhouding en herstel van karakteristieke landschappen en ruimtelijke kwaliteit
Cultureel erfgoed & archeologie
Instandhouding van cultuurhistorische en bodemarchieven
Grond & Oppervlaktewater
Kwaliteit en kwantiteit grond- en oppervlaktewater
Bodem & Ondergrond
Aantal humane en ecologische spoedlocaties Ruimte in de ondergrond voor maatschappelijke opgaven
Droogte
Gevoeligheid voor verdroging van landbouwgronden en natuurgebieden
Wateroverlast
Gevoeligheid van het stedelijke en landelijke gebied voor water op straat en in woningen na piekbuien
Hittestress
Gevoeligheid van woningen Bedrijfslocaties en buitenruimtes voor hittestress (drempelwaarde gevoelstemperatuur van 41ºC)
Circulaire economie
Aantal bedrijven dat volgens een circulair principe werkt Ruimte binnen de gemeente voor circulaire bedrijfsvoering
Energietransitie
Aandeel duurzame elektriciteit ten opzichte van stroomverbruik Aandeel duurzame warmte in gebouwde omgeving
Modal shift & duurzame mobiliteit
Aandeel auto/fiets/ov-vervoersbewegingen ten opzichte van totaal Aantrekkelijkheid van infrastructuur en voorzieningen voor fiets en openbaar vervoer
Bereikbaarheid
Congestie (indien beschikbaar op basis van verkeersmodel met verhouding Intensiteit/Capaciteit)
Recreatie & Toerisme
Aantrekkelijkheid van de gemeente voor toeristen en recreanten
Economie
Kwantitatieve en kwalitatieve aansluiting van vraag en aanbod voor bedrijventerreinen en kantoren
Stadscentrum
Vitaliteit en aantrekkelijkheid centrum Leegstand (%)
Land- en tuinbouw
Ruimte voor landbouw Mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuur inclusieve vorm van landbouw wordt gefaciliteerd en gestimuleerd
Lichthinder
Ligging van lichtbronnen en gevoeligheid van natuur en woonomgeving voor licht
Geluidsoverlast
Aantal woningen dat binnen geluidaandachtsgebieden ligt en/of waar de geluidnorm overschreden wordt.
Luchtkwaliteit
Omvang gebied waarin concentraties van NO2, PM2,5 en PM10 boven wettelijke norm en WHO adviesnorm liggen
20
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Hoogwaterveiligheid
Gevoeligheid van stedelijk en landelijk gebied voor overstromingen
Externe Veiligheid
Aantal woningen binnen 10-6 PR-contour en externe veiligheid aandachtsgebieden
Wonen
Aansluiting van woningaanbod op de vraag, zowel kwantitatief als kwalitatief
Gezondheid
Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan een betere gezondheid van inwoners
Sociale Cohesie en leefbaarheid
Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie
Sport en bewegen
Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan mogelijkheden tot sport en beweging voor inwoners
2.4
Rad van de Leefomgeving
De beoordelingen van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het beleid in de ontwerp Omgevingsvisie zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving dat voor de gemeente Noordoostpolder opgesteld is. Het Rad is onderverdeeld in de verschillende beleidsvelden, en geeft de score op elk beoordeelde aspect (indicator) binnen deze beleidsvelden weer. Op de spaken van het Rad staan de opgaven voor de Omgevingsvisie die in het Omgevingseffectrapport beoordeeld zijn. De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntsschaal (Figuur 2-1). De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het beleid in de ontwerp Omgevingsvisie, zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de ontwerp Omgevingsvisie in één oogopslag inzichtelijk. Symbool Toelichting ++
De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen en/of streefwaarden
+
De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen en/of streefwaarden
+/-
De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen en/of streefwaarden
-
De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen en/of streefwaarden
--
De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen en/of streefwaarden
?
Er is onvoldoende informatie beschikbaar om te kunnen beoordelen.
Figuur 2-1 kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling (links) en een uitleg van de visualisatie van deze beoordeling op het Rad van de Leefomgeving (rechts)
21
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
3
Beoordeling concept Omgevingsvisie
3.1
Samenvatting concept Omgevingsvisie
Dit OER is opgesteld ten behoeve van de concept Omgevingsvisie van de gemeente Noordoostpolder van 17 november 2023. Dit heeft de gemeente het afgelopen jaar met een uitgebreid participatieproces opgesteld. Dit hoofdstuk beschrijft de opbouw van de Omgevingsvisie. Er wordt hier niet specifiek ingegaan op de inhoud. Hiervoor verwijzen we naar de Omgevingsvisie zelf; bovendien zijn (deel)opgaven en keuzes die in de Omgevingsvisie beschreven worden in hoofdstuk 6 voor ieder beleidsveld samengevat ter onderbouwing van de beoordeling. Er zijn drie kernopgaven die leidend zijn voor het beleid in de Omgevingsvisie: 1. Groei en bloei van dorpen en wijken door meer inwoners én behoud van sociale binding; 2. Een vitaal landelijk gebied met landbouw, landschap en andere functies; 3. Een aantrekkelijke regio waar iedereen profijt van heeft. Onder deze kernopgaven hangen hoofdopgaven, die bestaan uit deelopgaven die specifieker ingaan op de verschillende beleidsvelden waarop de Omgevingsvisie betrekking heeft. In de onderstaande tabellen zijn de hoofdopgaven en deelopgaven per kernopgave uiteengezet. Deze hoofd- en deelopgaven zijn op kaart uitgewerkt door stedenbouwkundig bureau Nieuw Bruut in de onderstaande figuren.
Deze kaarten zijn gemaakt bij de ontwerp Omgevingsvisie van 3 januari 2024 en komen daarom mogelijk niet volledig overeen met de hoofd- en deelopgaven uit de concept Omgevingsvisie van 17 november 2023.
Kernopgave 1: Groei en bloei van dorpen en wijken door meer inwoners én behoud van sociale binding Tabel 3-1. hoofd- en deelopgaven bij kernopgave 1 (behorend bij concept Omgevingsvisie Noordoostpolder 17 november 2023).
#
Hoofd- en deelopgaven
1
We bieden iedereen gelijke kansen om (naar eigen vermogen) mee te doen
A
Beschikbaarheid van bestaanszekerheid (voldoende werk en inkomen)
B
Toegang tot kindcentra (onderwijs en kinderopvang)
C
Duurzame energie-investeringen toegankelijk voor iedereen
2
We zorgen dat inwoners zich vitaal en gezond voelen (en zijn)
A
Voldoende aanbod voor sport en bewegen (sportvoorzieningen, recreatieve uitloopgebieden, etc.)
B
Voldoende zorgvoorzieningen/-aanbod bieden
C
We maken mensen bewust van hun gezondheid (bijv. rookvrije gemeente)
D
Voldoende bescherming tegen emissies (o.a. van landbouw)
3
We nodigen uit tot omzien naar elkaar, samenwerken en pionieren
A
Eigen verantwoordelijkheid van bewoners
B
Ruimte bieden voor eigen initiatieven
C
Gemeenschapszin en poldermentaliteit bevorderen
4
We werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod
A
Bouwen voor doelgroepen (eigen inwoners, extra groei, beschermd wonen)
B
Bouwen in passende typen woningen (woningen op erven, huisvesting arbeidsmigranten etc.)
C
Verduurzamen woningen (energieneutraal)
D
Groeimogelijkheden per dorp
5
We willen dat voorzieningen toegankelijk, nabij en bereikbaar zijn
A
Herinvulling maatschappelijk vastgoed (breder dan kerkenvisie)
B
Centrale/gezamenlijke voorzieningen van meerdere dorpen
6
We zorgen voor een goede functionele leefomgeving
22
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
A
Een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen (klimaatadaptief, bereikbaar, passend bij de functie van de omgeving)
B
Ruimte geven aan nieuwe bouwbehoefte (minder welstand/minder regels)
Figuur 3-1. kernopgave 1 op kaart (behorend bij ontwerp Omgevingsvisie Noordoostpolder 3 januari 2024).
Kernopgave 2: Een vitaal landelijk gebied met landbouw, landschap en andere functies Tabel 3-2. hoofd- en deelopgaven bij kernopgave 2 (behorend bij concept Omgevingsvisie Noordoostpolder 17 november 2023).
23
#
Hoofd- en deelopgaven
7
We bieden perspectief voor ondernemen
A
Perspectief voor agrarische sector: nieuwe vormen van landbouw, schaalvergroting tuinbouw, toekomst veehouderij
B
Ruimte bieden voor verbreding, verlenging, vrijkomende erven, nevenfuncties, mestopslag en verwerking
8
We borgen een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven
A
Een inpassing die rekenschap geeft van de kernkwaliteit van de Noordoostpolder
B
Een goed woon- en leefklimaat (geur, gewasbescherming, dierziekten, bereikbaarheid)
9
Het versterken van de natuur
A
We gaan uit van bodem- en watersturend (werken aan een gezonde bodem en een natuurlijk en robuust watersysteem door passende landbouw en zorgvuldig omgaan met ons grond- en oppervlaktewater)
B
We behouden en versterken biodiversiteit, de verbindingen tussen natuurgebieden, het agrarisch natuurbeheer en de bossen Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Figuur 3-2. kernopgave 2 op kaart (bijbehorend bij ontwerp Omgevingsvisie Noordoostpolder 3 januari 2024).
Kernopgave 3: Een aantrekkelijke regio waar iedereen profijt van heeft Tabel 3-3. hoofd- en deelopgaven bij kernopgave 3 (bijbehorend bij concept Omgevingsvisie Noordoostpolder 17 november 2023).
24
#
Hoofd- en deelopgaven
10
We beschermen en benutten ons erfgoed en maken het beleefbaar
A
Behouden en bekend maken van: het oorspronkelijke ontwerp Noordoostpolder en van archeologie & monumenten (Schokland als werelderfgoed, Wederopbouwgebied Nagele & heel NOP, Monumenten, Archeologie, DNA, Landschap)
B
Toekomstig erfgoed creëren
11
We versterken (innovatief) ondernemerschap
A
Ruimte bieden aan vestiging van bedrijven (fysiek, in regels, etc.)
B
Verder ontwikkelen van onze sterke sectoren zoals agrofood, maakindustrie en hoogwaardige innovatie (MTC)
C
MKB-vriendelijk blijven
12
We bieden vrije tijdseconomie (recreatie en toerisme) actief uit
A
Ruimte bieden voor dag-attractieparken en verblijfsrecreatie/recreatieparken
B
Ruimte bieden aan mogelijkheden voor kleinschalige recreatie, agrarische nevenactiviteiten en plattelandstoerisme
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
C
Beter ontsluiten van het landschap door recreatieve fysieke voorzieningen (fiets-, wandelroutes, vaarroutes, etc.)
D
Meer watergebonden recreatie ontwikkelen (o.a. door de kuststrook te ontwikkelen en door vaarten en tochten te verbinden) Centrumvoorzieningen voor bewoners en bezoekers goed houden/ontwikkelen (cultuur, detailhandel, horeca, evenementen, parkeren)