CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Conceptstatuten Stichting Aves Bestuur.pdf

Commissie Samenlevingszaken 16 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Stichting Aves statutenwijziging8.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT Versie: 1 juli 2024

Boslaan 19 Emmeloord Tel: 0527 - 617447 info@psnotarissen.nl www.psnotarissen.nl

Indien er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst wordt u verzocht tijdig voor het ondertekenen van de akte contact op te nemen

36535/JS AKTE VAN INTEGRALE STATUTENWIJZIGING Heden, *, verschenen voor mij, mr. Joke Schippers-Schrijvers, notaris, gevestigd in de gemeente Noordoostpolder, kantoorhoudende te Emmeloord: 1. de heer Josephus Wilhelmus Timmermans, geboren te Zwolle op vijftien januari negentienhonderddrieënzestig, wonende te 8312 PE Creil, Noordermiddenweg 23, gehuwd; 2. de heer Dirk Peter van 't Sant, geboren te Amstelveen op zesentwintig september negentienhonderdvierenzeventig, wonende te *3883 SV Willemsoord, Paasloregel 53, gehuwd; ten deze handelende als gezamenlijk bevoegd bestuurders, met als titel respectievelijk Voorzitter college van bestuur en lid college van bestuur, van de stichting: Stichting Aves, statutair gevestigd in de gemeente Noordoostpolder, kantoorhoudende aan de Jasmijnstraat 9 te 8302 CL Emmeloord, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41246816 en als zodanig bevoegd de stichting op grond van het bepaalde in haar statuten rechtsgeldig te vertegenwoordigen; de comparanten, in gemelde hoedanigheid, te dezen handelend met: - de statutair voorgeschreven vooraf verkregen schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht, blijkende uit aan deze akte gehechte notulen van de vergadering van de raad van toezicht van Stichting Aves voornoemd, de dato *; alsmede - met de statutair voorgeschreven vooraf verkregen schriftelijke goedkeuring

van de Nederlandse Katholieke Schoolraad, gevestigd te Utrecht, verder ook aan te duiden als: “NKSR”, blijkende uit *; op grond waarvan rechtsgeldig tot onderhavige statutenwijziging is besloten., De comparanten verklaarden ter uitvoering van een besluit genomen op * door het college van bestuur van voornoemde Stichting Aves - bij welk besluit de comparanten tevens tot het doen verlijden van deze akte zijn gemachtigd - hierbij de statuten van voornoemde Stichting Aves zodanig integraal te wijzigen dat zij in hun geheel komen te luiden als volgt: STATUTEN Artikel 1 - Naam en zetel 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Aves Bestuur, hierna te noemen: “Stichting”. 2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Noordoostpolder. Artikel 2 - Doel 1. De Stichting heeft ten doel het bevorderen van de ontwikkeling en educatie van kinderen in de periode tot hun veertiende levensjaar, zo mogelijk volgens doorlopende ontwikkelingslijnen, zulks alles voor zover het de daarin begrepen kinderopvang betreft op neutrale grondslag en voor zover het daarin begrepen onderwijs betreft op basis van de

openbare, rooms-katholieke, protestants-christelijke identiteit en met een brede maatschappelijke oriëntatie, respectievelijk op algemeen bijzondere grondslag, alsmede al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. Het uitgaan van een neutrale, respectievelijk algemeen bijzondere grondslag als hiervoor bedoeld impliceert dat voor de Stichting alle levensbeschouwelijke overtuigingen en maatschappelijke stromingen gelijkwaardig zijn en dat zij zich bij haar activiteiten niet tot een of meer daarvan in het bijzonder bepaalt, noch zich tot een of meer daarvan in het bijzonder richt. 2. De Stichting tracht haar doel in het bijzonder te verwezenlijken door het binnen het— in lid 1 omschreven kader doen bieden van kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang, verder ook aan te duiden als: “WKO”, alsmede doen geven van primair onderwijs als bedoeld in de wet op het primair onderwijs, verder ook aan te duiden als: “WPO”, en het daartoe voeren van bestuur over- en het bevorderen van de bestuurlijke samenwerking tussen de navolgende stichtingen, te weten: a. de Stichting Aves Kinderopvang, statutair gevestigd in de gemeente Noordoostpolder, opgericht bij akte heden voor mij, notaris, verleden, welke stichting zal worden ingeschreven in het handelsregister, hierna in deze statuten ook aan te duiden als: “Aves Kinderopvang”; b.

Stichting Aves Onderwijs, statutair gevestigd in de gemeente Noordoostpolder, opgericht bij akte heden voor mij, notaris, verleden, welke stichting zal worden ingeschreven in het handelsregister, hierna in deze statuten ook aan te duiden als: “Aves Onderwijs”; alsmede al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. 3. Bij de verwezenlijking van haar doelstelling neemt de Stichting in acht de regels als volgens toepasselijke wet- en regelgeving, daaronder in het bijzonder mede begrepen de WKO, de WPO en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sectoren, verder ook aan te duiden als: “WNT”, de Wet op de ondernemingsraden, verder ook aan te duiden als: “WOR” en wel op een wijze als ware zij zelve houder van een of meer kindercentra, respectievelijk bevoegd gezag van een of meer scholen in de zin van die wetgeving. Tevens neemt de Stichting daarbij in acht de regels als volgens haar eigen statuten en de statuten van de door haar bestuurde rechtspersonen, en voorts de regels volgens de breed gedragen, algemene opvattingen over goed bestuur in de sectoren kinderopvang en onderwijs, zoals deze van tijd tot tijd zullen luiden. 4.

De Stichting waarborgt op de door haar te bepalen wijze dat allen die in haar statutaire organisatie een functie vervullen, in het bijzonder daaronder begrepen de leden van het college van bestuur en van de raad van toezicht, zich ook persoonlijk gedragen naar de in het vorige lid bedoelde wet- en regelgeving op een wijze als past bij hun onderscheidenlijke functies in de Stichting, zulks mede in het licht van haar in de voorgaande leden geformuleerde doelstelling en wijze van verwezenlijking daarvan, en is bevoegd zulks van deze functionarissen te verlangen. 5. Het in lid 3 en 4 bepaalde geldt mede voor wat betreft voorzieningen, respectievelijk aanwijzingen welke op grond van de WKO, respectievelijk de WPO worden getroffen, respectievelijk gegeven, alsmede overige, daaraan soortgelijke op dergelijke wetgeving gebaseerde verplichtingen. 6. De Stichting heeft geen winstoogmerk. Artikel 3 - Geldmiddelen en vermogen 1. Het vermogen en de inkomsten van de Stichting worden gevormd door:

a. vergoedingen, subsidies en overige bijdragen; b. de inkomsten en opbrengsten uit de activiteiten van de Stichting; c. het eigen vermogen van de Stichting en de daaruit voortvloeiende inkomsten; d. schenkingen, erfstellingen en legaten; e. al hetgeen verder op wettige wijze wordt verkregen. 2. De Stichting is gehouden in acht te nemen dat krachtens de WPO verkregen bekostiging, respectievelijk voorziening in de huisvesting, slechts met inachtneming van de daaraan volgens de WPO gestelde voorschriften kunnen worden besteed, respectievelijk gebruikt, zulks zowel voor zich als in het kader van haar op grond van artikel 2 lid 2 gevoerde bestuur. De Stichting is voorts gehouden wegens het in de vorige volzin bepaalde de nodige waarborgen te treffen en aan te houden. 3. Erfstellingen kunnen door de Stichting slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard. Artikel 4 - Organen en gemeenschappelijk medezeggenschapsoverleg 1. De Stichting kent als organen: a. het college van bestuur; b. de raad van toezicht. 2.

De Stichting kent een gemeenschappelijk medezeggenschapsoverleg, verder ook aan te duiden als: “GMO”, hetwelk op de door het college van bestuur, gehoord de medezeggenschapsorganen als met inachtneming van de Wet medezeggenschap op scholen, verder ook aan te duiden als: “WMS”, de WKO en de WOR verbonden aan de door haar bestuurde rechtspersonen en met goedkeuring van de raad van toezicht vast te stellen wijze, wordt gevormd door gemelde medezeggenschapsorganen, dan wel vertegenwoordigers daaruit, en welk GMO de taken en bevoegdheden heeft als volgens deze statuten en overigens zoals op voormelde wijze vast te stellen. Artikel 5 - College van bestuur 1. Het college van bestuur van de Stichting bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal natuurlijke personen, elk ook aangeduid als “lid van het college van bestuur”. 2. De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. Benoeming heeft plaats op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen en voor de duur als bij de benoeming bepaald. Ieder lid van het college van bestuur moet bij de aanvaarding van zijn functie schriftelijk verklaren de doelstellingen en de grondslagen zoals omschreven in deze statuten, alsmede in de statuten van de door de Stichting bestuurde Stichtingen, in het bijzonder Aves Onderwijs en Aves Kinderopvang, volledig te onderschrijven en er naar te zullen handelen.

Een voormalig lid van de raad van toezicht is gedurende een periode van vier (4) jaar na het einde van zijn lidmaatschap van de raad van toezicht niet benoembaar tot lid van het college van bestuur. Het GMO wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over voormelde profielen en over de voorgenomen benoeming van een lid van het college van bestuur. De benoeming van een lid van het college van bestuur wordt voorbereid door een sollicitatiecommissie. In deze sollicitatiecommissie hebben in elk geval zitting twee (2) leden van het GMO en twee (2) leden van de raad van toezicht. De werkwijze van de sollicitatiecommissie wordt nader vastgesteld in een door de raad van toezicht, gehoord het GMO, vastgesteld reglement. 3. De raad van toezicht benoemt uit de leden van het college van bestuur de voorzitter van het College van Bestuur en voorziet in zijn plaatsvervanging.

Rekening houdend met het in de vorige volzin bepaalde, stelt het college van bestuur een taakverdeling vast, welke taakverdeling de goedkeuring van raad van toezicht behoeft. Een dergelijke taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leden van het college van bestuur onverlet. 4. De raad van toezicht is tevens bevoegd een lid van het college van bestuur te schorsen of te ontslaan. Een schorsing die niet binnen zes (6) maanden wordt gevolgd door een besluit tot opheffing of verlenging door de raad van toezicht, dan wel door een besluit tot ontslag, vervalt. Verlenging van een schorsing kan ten hoogste plaatsvinden voor een periode van drie (3) maanden. Het GMO wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het voorgenomen ontslag van een lid van het college van bestuur. 5. Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van het college van bestuur vormen de andere leden van het college van bestuur, respectievelijk vormt het andere lid van het college van bestuur een bevoegd college van bestuur.

Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur voorziet de raad van toezicht onverwijld ten minste voorlopig in het bestuur door de benoeming van een of meer waarnemende leden van het college van bestuur; als zodanige waarnemer kunnen niet worden benoemd personen die deel uitmaken van de raad van toezicht dan wel daarvan deel hebben uitgemaakt. Van belet is in elk geval sprake bij schorsing als lid van het college van bestuur, dan wel indien het lid van het college van bestuur wegens ziekte of andere omstandigheden niet in staat is zijn taak te vervullen, een en ander ter beoordeling van de raad van toezicht. 6. De raad van toezicht stelt de bezoldiging en de overige arbeidsvoorwaarden van ieder lid van het college van bestuur vast. Artikel 6 Vergadering en besluitvorming college van bestuur 1. Bestuursvergaderingen worden gehouden, indien de voorzitter zulks nodig acht, ofwel indien het andere lid van het college van bestuur zulks nodig acht en daartoe aan de voorzitter het verzoek richt. Ook de raad van toezicht kan de voorzitter verzoeken een bestuursvergadering te doen houden, indien de raad van toezicht zulks in de alsdan bestaande omstandigheden nodig acht. De voorzitter is tot oproeping bevoegd.

Indien de voorzitter aan een verzoek als bedoeld in de eerste en tweede volzin van dit lid geen gevolg geeft op zodanige wijze, dat de vergadering kan worden gehouden binnen een week na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering op te roepen. 2. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het college van bestuur en bij diens afwezigheid door degene die daartoe door de vergadering wordt aangewezen. 3. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. leder lid van het college van bestuur heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Staken de stemmen omtrent een voorstel, dan geldt het als verworpen maar wordt het, indien een van de leden van het college van bestuur zulks gemotiveerd nodig acht, geagendeerd voor een binnen twee (2) weken daarna te houden volgende vergadering van het college van bestuur. Staken de stemmen alsdan opnieuw, dan wordt de raad van toezicht daarvan door de voorzitter in kennis gesteld. 4. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang heeft.

Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen omdat het bepaalde in de vorige volzin op alle leden van het college van bestuur van toepassing is, wordt ter zake besloten door de raad van toezicht.

5.

In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten of een reglement voorzien en niet zijnde het uitbrengen van stem zelve, beslist de voorzitter der vergadering, 6. Het verhandelde in de vergaderingen wordt deugdelijk schriftelijk vastgelegd. 7. Het college van bestuur kan zijn wijze van vergaderen en besluitvorming nader regelen bij reglement, welk reglement de goedkeuring van de raad van toezicht behoeft. 8. Het college van bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits met schriftelijk uitgebrachte stemmen van alle leden van het college van bestuur. Voor de toepassing van het in de vorige volzin bepaalde wordt onder een schriftelijk uitgebrachte stem verstaan een stem welke is uitgebracht door middel van een in geschrift weergegeven elektronisch bericht. 9. Indien en voor zolang het college van bestuur wordt gevormd door één lid geldt in afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, doch onverminderd het bepaalde in de leden 4 en 8 daarvan, dat besluitvorming van het college van bestuur deugdelijk schriftelijk wordt vastgelegd. Artikel 7 - Bestuursvoering en goedkeuring besluiten door raad van toezicht 1. De Stichting wordt bestuurd door het college van bestuur, zulks onder toezicht van de raad van toezicht. 2.

Elk lid van het college van bestuur is tegenover de Stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak en zich daarbij te richten naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. 3. Het college van bestuur belast de Stichting niet met tegenstrijdige belangen, in die zin dat de Stichting geen rechtshandelingen verricht met leden van het college van bestuur en de raad van toezicht, alsmede hun echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel, alsmede hun pleegkind en bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad, behoudens voor zover het in relatie tot de leden van het college van bestuur en de raad van toezicht betreft rechtshandelingen die betrekking hebben op hun taak en taakvervulling in de Stichting. 4. Het college van bestuur neemt bij de uitoefening van zijn taak in acht: a. het strategisch meerjarenplan; en b. de begroting, welk strategisch meerjarenplan en welke begroting met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht door het college van bestuur worden vastgesteld. 5.

Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken en andere registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks alles met inachtneming van het bepaalde in lid 6 sub j. 6. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, behoeft het college van bestuur de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor besluiten omtrent: a. het vaststellen en wijzigen van het door de Stichting gehanteerde sociaal statuut; b. het vaststellen en wijzigen van het door de Stichting gehanteerde treasury statuut, c. het aangaan of beëindigen van duurzame samenwerking van de Stichting met een andere rechtspersoon of organisatie, daaronder mede begrepen het nemen van een deelneming of het optreden als volledig aansprakelijk vennote in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of beëindiging van ingrijpende betekenis is; d. uitgifte van schuldbewijzen ten laste van de Stichting of ten laste van een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, waarvan de Stichting volledig aansprakelijk vennote is;

e.

het aangaan of beëindigen van verplichtingen (waaronder subsidie- of investeringsverplichtingen) en het doen van bestedingen en investeringen die een bij bestuursreglement te bepalen bedrag te boven gaan en niet zijn voorzien in de begroting; f. aangifte tot faillissement en aanvraag van surséance van betaling; g. gelijktijdige beëindiging, of beëindiging binnen een kort tijdsbestek van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van de Stichting of van een dochtermaatschappij van de Stichting; h. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers van de Stichting of van een dochtermaatschappij van de Stichting; i. het wijzigen, verplaatsen of opheffen van een of meer plaatsen van vestiging van de Stichting; j. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken en andere registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt; k. het verrichten van een rechtshandeling waarbij een of meer leden van het college van bestuur een tegenstrijdig belang hebben met de Stichting. 7.

Op het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht voor de in de leden 4, 5 en 6 genoemde besluiten van het college van bestuur kan door de Stichting jegens derden geen beroep worden gedaan. 8. Ten minste een keer per boekjaar stelt het college van bestuur schriftelijk de raad van toezicht op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico's en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. 9. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig, gevraagd en ongevraagd, de voor de uitoefening van diens taak redelijkerwijs benodigde gegevens. 10. Hetgeen in de vorige leden is bepaald ten aanzien van bestuursvoering en de betrokkenheid van de raad van toezicht bij besluiten van het college van bestuur, is van overeenkomstige toepassing op het bestuur en op de besluitvorming, hetwelk, respectievelijk welke door de Stichting als bestuurder van andere rechtspersonen wordt gevoerd, respectievelijk genomen, waarbij voor de toepassing daarvan voor het begrip "Stichting" in de voorgaande leden dient te worden gelezen de door de Stichting bestuurde rechtspersoon. 11. Goedkeuring van de raad van toezicht behoeft tevens: a. een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag van een bestuurder van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling van zijn vergoeding, respectievelijk bezoldiging; b.

een besluit tot aanvaarding van het bestuur over-, respectievelijk de functie van bestuurder van een andere rechtspersoon; c. het uitoefenen van bevoegdheden ten aanzien van benoeming, schorsing of ontslag van leden van een bestuur of intern toezichthoudend orgaan in een andere rechtspersoon, welke bevoegdheden de Stichting volgens de statuten van die andere Stichting toekomen, alsmede vaststelling van de bezoldiging welke door voormelde leden van een bestuur of intern toezichthoudend orgaan als zodanig worden genoten; d. een besluit tot keuze van de door een andere, door de Stichting bestuurde rechtspersoon gehanteerde governance code alsmede enig besluit tot gehele of gedeeltelijke afwijking van die code door de andere, door de Stichting bestuurde rechtspersoon;

e.

een besluit tot het vaststellen van nadere regels ter zake van de bestuursvoering, in een andere, door de Stichting bestuurde rechtspersoon; f. een besluit tot het verplaatsen, samenvoegen, opheffen of overdragen van een school, dan wel van een locatie voor kinderopvang door een andere, door de Stichting bestuurde rechtspersoon; g. een besluit tot gehele of gedeeltelijke statutenwijziging, juridische fusie of splitsing, dan wel ontbinding en vereffening met betrekking tot een andere, door de Stichting bestuurde rechtspersoon; h. een besluit tot vaststelling van een meerjarenbegroting en een jaarbegroting met betrekking tot een andere door de Stichting bestuurde rechtspersoon; i. een besluit tot benoeming van de accountant, tot vaststelling van de jaarrekening, respectievelijk het bestuursverslag van een andere, door de Stichting bestuurde rechtspersoon; en j. een besluit waarbij sprake is van een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang tussen een door de Stichting bestuurde, andere rechtspersoon en haar bestuur terzake waarvan de Stichting niettemin vergader- en stemrecht toekomt. 12. Goedkeuring van de NKSR, behoeft voorts een besluit tot oprichting, opheffing, overdracht, samenvoeging of verandering van richting van een door een andere, door de Stichting bestuurde rechtspersoon in stand gehouden katholieke school; 13.

Ter zake van de bestuursvoering kan het college van bestuur bij reglement nadere regels vaststellen. Deze vaststelling behoeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 14. Geschillen tussen het college van bestuur en de raad van toezicht, niet zijnde een arbeidsgeschil met een of meer leden van het college van bestuur, kunnen van een regeling worden voorzien in een door de raad van toezicht, gehoord het college van bestuur, vast te stellen reglement, Artikel 8 - Vertegenwoordiging 1. Het college van bestuur vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet of uit deze statuten niet anders voortvloeit. 2. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het college van bestuur of aan een lid van het college van bestuur toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de Stichting worden ingeroepen. 3. In alle gevallen waarin de Stichting een tegenstrijdig belang heeft met één of meer leden van het college van bestuur wordt de Stichting niettemin vertegenwoordigd op de in de vorige leden bepaalde wijze, zulks onverminderd het elders in deze statuten bepaalde. Artikel 9 - Raad van toezicht 1. De raad van toezicht van de Stichting bestaat uit zes (6) leden.

Slechts natuurlijke personen kunnen benoemd worden als lid. Bij de samenstelling van de raad van toezicht is het volgende van belang: a. ten minste één (1) lid van de raad van toezicht is katholiek en verbonden met de katholieke gemeenschap. In afwijking van het bepaalde in artikel 13 worden goedkeuringsbesluiten van de raad van toezicht over aangelegenheden die de katholieke identiteit betreffen waaronder wordt begrepen: het oprichten, het opheffen, overdragen, of fuseren van katholieke scholen en het veranderen van de grondslag van een katholieke school alleen in aanwezigheid en met instemming van het katholieke lid genomen; b. één (1) lid van de raad van toezicht heeft in het bijzonder affiniteit met het openbaar onderwijs.

2.

3.

4. 5.

6. 7.

In afwijking van het bepaalde in artikel 13 worden goedkeuringsbesluiten van de raad van toezicht over aangelegenheden die het openbaar onderwijs betreffen waaronder worden begrepen: voorstellen aan de gemeenteraad over het overdragen, of fuseren van openbare scholen en het omzetten van de openbare school alleen genomen in aanwezigheid en met instemming van het in dit artikel bedoelde openbaar lid en met instemming van de gemeenteraad ter zake; c. ten minste één (1) lid van de raad van toezicht is protestants-christelijk en verbonden met de protestants-christelijke gemeenschap. In afwijking van het bepaalde in artikel 13 worden goedkeuringsbesluiten van de raad van toezicht over aangelegenheden die de protestants-christelijke identiteit betreffen waaronder wordt begrepen: het oprichten, het opheffen, overdragen, of fuseren van protestants-christelijke scholen en het veranderen van de grondslag vaneen protestants-christelijke school alleen in aanwezigheid en met instemming van het protestants-christelijke lid genomen. De raad van toezicht streeft ernaar de voorzitter van de raad van toezicht en de voorzitter/leden van het college van bestuur uit verschillende denominaties te laten voortkomen.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de raad van toezicht op basis van een voordracht van een benoemingsadviescommissie, bestaande uit twee (2) leden van de GMO, twee (2) leden uit de raad van toezicht en een lid van het college van bestuur, met uitzondering van de voordracht conform lid 5. De procedure voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt geregeld in een reglement, waarin ook de nadere werkwijze en besluitvorming wordt vastgelegd. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht. Indien de medezeggenschapsraad het voordrachtsrecht niet heeft uitgeoefend binnen drie (3) maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht conform lid 3, doch slechts voor één zittingsperiode.

Een ingevolge lid 3 gedane voordracht, al dan niet bindend, wordt gemotiveerd en voorts worden daarbij van de kandidaat meegedeeld zijn beroep, de betrekking die hij bekleedt of heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van lid van de Raad van Toezicht; tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als lid van een raad van commissarissen of raad van toezicht is verbonden; indien zich daaronder rechtspersonen bevinden die tot eenzelfde groep behoren, kan met de aanduiding van de groep worden volstaan. Het rooms-katholiek lid van de raad van toezicht wordt benoemd na overleg met het plaatselijk kerkelijk gezag. Tot lid van de raad van toezicht zijn niet benoembaar werknemers van de Stichting en/of Aves Onderwijs en/of Aves Kinderopvang en hun naaste familieleden of degenen die zitting hebben in een geleding binnen de Stichting en/of Aves Onderwijs en/of Aves Kinderopvang, noch degenen die direct of indirect bedrijfs- of beroepsmatig leveranties, werkzaamheden of dienstverlening ten behoeve van de Stichting en/of Aves Onderwijs en/of Aves Kinderopvang verrichten.

Eveneens kunnen niet worden benoemd personen die de functie van bestuurder of schoolleider vervullen bij een andere school of stichting voor primair onderwijs in de regio waar de Stichting en/of Aves Onderwijs actief is of personen die een zodanige andere functie bekleden dat het lidmaatschap van de raad van toezicht kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de Stichting en/of Aves Onderwijs en/of Aves Kinderopvang dan wel tot ongewenste vermenging van belangen.

8.

Benoeming van leden van de raad van toezicht vindt plaats aan de hand van een openbare selectieprocedure met bijhorende profielschetsen. De profielschetsen bevatten de kwaliteiten en deskundigheden waaraan een lid van de raad van toezicht dient te voldoen. De profielschetsen worden vastgesteld en regelmatig herijkt door de raad van toezicht na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en kunnen deel uitmaken van een reglement. In de profielschets komen de aard van het doel en de activiteiten van de Stichting in die zin tot uitdrukking, dat kinderopvang en onderwijs zich daarin op een gelijkwaardige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen. De leden worden geselecteerd en benoemd op basis van expertise, bijvoorbeeld onderwijs, juridisch, financieel, identiteit, op basis van diversiteit, onder andere denominatie, leeftijd, man-vrouw, en op basis van affiniteit met onderwijs conform het opgestelde profiel. 9. Ieder lid van de Raad van Toezicht moet bij de aanvaarding van zijn functie schriftelijk verklaren de doelstellingen en de grondslagen zoals omschreven in deze statuten, alsmede in de statuten van de door de Stichting bestuurde Stichtingen, in het bijzonder Aves Onderwijs en Aves Kinderopvang, volledig te onderschrijven en ernaar te zullen handelen. 10.

De samenstelling van de raad van toezicht is zodanig dat de leden ten opzichte van elkaar, het college van bestuur en welk deel- of zakelijk belang ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de Stichting en school/scholen betrokken deelbelangen. 11. Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een zittingsperiode van ten hoogste vier (4) jaren en zijn na afloop van een zittingsperiode herbenoembaar, met dien verstande dat de maximale zittingsduur van een lid van de raad van toezicht acht (8) jaar bedraagt. Bij herbenoeming wordt rekening gehouden met de wijze waarop de kandidaat zijn taak als lid van de raad van toezicht heeft vervuld. De leden van de raad van toezicht treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden. 12. De raad van toezicht is bevoegd een lid van de raad van toezicht te schorsen of te ontslaan, het laatste met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, aanhef en sub f. Op een schorsing is het bepaalde in artikel 11, aanhef en sub f.

van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een schorsing een gewone meerderheid van stemmen van de aldaar bedoelde leden van de raad van toezicht behoeft en dat tot schorsing mede kan worden besloten op de grond dat een redelijk vermoeden bestaat van de in artikel 11, aanhef en sub f. bedoelde gronden. Een schorsing die niet binnen zes (6) maanden wordt gevolgd door een besluit tot opheffing of verlenging door de raad van toezicht, dan wel door een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 11, vervalt. Verlenging van een schorsing kan ten hoogste plaatsvinden voor een periode van drie (3) maanden. 13. Met inachtneming van de profielschets kiest de raad van toezicht uit zijn midden een voorzitter, kan de raad van toezicht uit zijn midden een vicevoorzitter en een secretaris kiezen en kan de raad van toezicht voorts besluiten tot een onderlinge verdeling van taken en bevoegdheden. Een dergelijke verdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leden van de raad van toezicht onverlet. 14. De raad van toezicht kan uit zijn midden een of meer commissies instellen welke door hem worden belast met deelgebieden van zijn taak, zulks alles onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht. Een commissie kan door de raad van

toezicht steeds worden opgeheven. De raad van toezicht kan voorts ten aanzien van een commissie bij reglement nadere regels stellen. 15. Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de raad van toezicht vormen de andere leden van de raad van toezicht, respectievelijk vormt het andere lid van de raad van toezicht een bevoegde raad van toezicht. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht is het meest gerede voormalige lid van de raad van toezicht bevoegd tenminste voorlopig in het toezicht te voorzien door de benoeming van een of meer waarnemende leden van de raad van toezicht, zulks na overleg met het college van bestuur en de GMR. Van belet is in elk geval sprake bij schorsing als lid van het raad van toezicht, dan wel indien het lid van het raad van toezicht wegens ziekte of andere omstandigheden niet in staat is zijn taak te vervullen, een en ander ter beoordeling van de raad van toezicht. 16. De leden van de raad van toezicht genieten voor hun werkzaamheden een niet bovenmatige, door de raad van toezicht vast te stellen honorering, waarmee ook de door hen in het kader van hun werkzaamheden verrichte onkosten worden vergoed. De honorering is niet afhankelijk van de resultaten van de Stichting en is passend bij de maatschappelijke positie van de Stichting. 17.

Leden van de raad van toezicht vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de Stichting. In het jaarverslag worden alle nevenfuncties van de leden van de raad van toezicht vermeld. 18. Indien er in de raad van toezicht een vacature is ontstaan, dient daarin ten spoedigste te worden voorzien. Tijdens het bestaan van een of meer vacatures blijft de raad van toezicht bevoegd tot het nemen van besluiten, met dien verstande dat er tenminste twee (2) leden in functie dienen te zijn. 19. Voor zover daarin niet is voorzien in deze statuten, kunnen de verdere werkwijze en besluitvorming van de raad van toezicht in een reglement worden geregeld. Artikel 10 - Taken en taakuitoefening raad van toezicht 1. Onverminderd de elders in deze statuten toegekende taken en bevoegdheden, heeft de raad van toezicht tot taak het houden van toezicht op het (functioneren van het) college van bestuur en op zijn beleid en voorts op de algemene gang van zaken in de Stichting en de met haar verbonden organisatie en op de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de Stichting. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De raad van toezicht is daarnaast bevoegd gevraagd of ongevraagd advies te verlenen aan het college van bestuur. 2. Tot de taak van de raad van toezicht behoort meer in het bijzonder: a.

het toezicht op de naleving van de door de raad van toezicht daartoe gekozen code voor goed bestuur in de kinderopvang, zowel in verband met het in artikel 2 bepaalde, door de Stichting, als in relatie tot de kinderopvang als aangeboden door de Stichting bestuurde-, dan wel met de Stichting verbonden instellingen en rechtspersonen; b. het toezicht op de naleving van de code voor goed bestuur voor primair onderwijs, bedoeld in artikel 171 van de WPO, zowel, in verband met het in artikel 2 bepaalde, door de Stichting, als in relatie tot de scholen van de door de Stichting bestuurde-, dan wel met de Stichting verbonden instellingen en rechtspersonen; c. het toezicht op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de Stichting en van de scholen van de door de Stichting bestuurde-, dan wel met de Stichting verbonden instellingen en rechtspersonen, zoals op grond van de WPO verkregen; en

d.

het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van zijn taken en de uitoefening van zijn hiervoor in dit lid bedoelde bevoegdheden, alsmede over zijn in artikel 7 lid 4, aanhef en sub a. en b. bedoelde bevoegdheden en omtrent zijn bevoegdheid tot benoeming van de in artikel 14 bedoelde accountant; e. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van de financiële middelen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de school/scholen/locaties voor kinderopvang die door de Stichting (of een door de Stichting bestuurde stichting) in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 3. De leden van de raad van toezicht hebben de bevoegdheid de administratie en alle gegevensdragers van de Stichting te controleren of op kosten van de Stichting te doen controleren, zich alle waarden van de Stichting te doen vertonen en alle gebouwen, ruimten en terreinen van de Stichting te betreden. 4. De raad van toezicht heeft op een door hem nader te bepalen wijze twee (2) maal per boekjaar overleg met het GMO. 5.

Elk lid van de raad van toezicht is tegenover de Stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak en de uitoefening van zijn bevoegdheden en zich daarbij te richten naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Leden van de raad van toezicht hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 6. De raad van toezicht kan zijn taakuitoefening en functioneren nader regelen bij een door hem vast te stellen reglement. Artikel 11 - Einde lidmaatschap raad van toezicht Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt: a. door overlijden; b. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen, waaronder begrepen faillissement, surseance van betaling, toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, ondercuratelestelling, of door gehele of gedeeltelijke onder bewindstelling van het eigen vermogen; c. bij schriftelijk ontslag nemen (bedanken); d. door het verstrijken van de zittingsperiode waarvoor het betreffende lid, met inachtneming van het ingevolge artikel 9 lid 7 vastgestelde rooster van aftreden, is benoemd; e. door het op het betreffende lid van toepassing worden van een hoedanigheid of omstandigheid als bedoeld in artikel 9 lid 6, aanhef en sub a. tot en met f.; f.

door zijn ontslag hem verleend door de gezamenlijke overige leden van de raad van toezicht, bijvoorbeeld indien de betrokkene in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de Stichting heeft gehandeld, zijn taak duurzaam niet naar behoren vervult, de Stichting op onredelijke wijze heeft benadeeld en/of een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd dan wel indien hij zijn functie duurzaam niet naar behoren vervult of verwaarloost, of indien sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden waardoor het voortduren van zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht in redelijkheid niet kan worden geduld, dan wel wegens andere gewichtige redenen. Artikel 12 - Vergaderingen raad van toezicht 1. De vergaderingen van de raad van toezicht worden gehouden op de door de voorzitter te bepalen plaats. 2. De raad van toezicht vergadert ten minste vijf (5) maal per jaar. 3. Vergaderingen zullen verder steeds worden gehouden, wanneer de voorzitter dit nodig acht of indien twee (2) van de andere leden van de raad van toezicht daartoe schriftelijk

en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richten. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft op zodanige wijze, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering op te roepen op overeenkomstige wijze als in lid 5 bepaald. 4. Eén of meer leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij en hebben een adviserende stem. Zij verstrekken daarin alle verlangde inlichtingen. Naast deze vergaderingen vergadert de raad van toezicht ten minste minimaal één keer per jaar in de afwezigheid van het college van bestuur. Deze vergadering heeft tot doel het onderling functioneren van de raad van toezicht te evalueren alsmede de relatie tot en beoordeling van het college van bestuur en de individuele leden van het college van bestuur. De voorzitter doet verslag van de uitkomst van het onderling functioneren van de raad van toezicht en het college van bestuur aan het college van bestuur. Tevens doet de voorzitter schriftelijk verslag aan de individuele leden van het college van bestuur over het individuele functioneren. 5.

De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in lid 3 bepaalde – door de voorzitter, ten minste zeven (7) dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een oproepingsbrief. Voor de toepassing van het in de vorige volzin bepaalde geldt als oproepingsbrief tevens de oproeping door middel van een in schrift weergegeven elektronisch bericht. In spoedeisende situaties kan voormelde oproepingstermijn worden bekort tot ten minste een dag voor de vergadering, een en ander ter beoordeling en bepaling door voorzitter. 6. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. 7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de raad van toezicht en bij diens afwezigheid door de vice-voorzitter. Indien ook de vice-voorzitter afwezig is, wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. 8. Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een ander lid van de raad van toezicht laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een lid van de raad van toezicht kan daarbij slechts voor één ander lid van de raad van toezicht als gevolmachtigde optreden. 9. Het verhandelde in de vergaderingen wordt deugdelijk schriftelijk vastgelegd.

Artikel 13 - Besluitvorming raad van toezicht 1. De raad van toezicht kan, onverminderd het bepaalde in lid 2, lid 5 en lid 9 en onverminderd het elders in deze statuten omtrent het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden bepaalde, ter vergadering alleen dan rechtsgeldige besluiten nemen indien: a. de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is; en b. alle voorschriften omtrent oproeping zijn nageleefd; en c. het een onderwerp betreft dat in de oproepingsbrief is vermeld. Voor de toepassing van het in dit lid en de leden 2 en 10 bepaalde worden leden van de raad van toezicht ten aanzien waarvan sprake is van belet beschouwd als zijnde niet in functie. 2. Zolang in een vergadering van de raad van toezicht alle in functie zijnde leden van de raad van toezicht in persoon aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de

door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 3. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van de raad van toezicht genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 4. leder lid van de raad van toezicht heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. 5. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang heeft. Voor de werking van het in lid 1 aanhef en sub a bepaalde, gelden de andere leden, respectievelijk het enige andere lid als in functie zijnde leden. Wanneer wegens het hiervoor in dit lid bepaalde géén besluit kan worden genomen is de raad van toezicht niettemin bevoegd te besluiten, met dien verstande dat het besluit algemene stemmen vereist en de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen schriftelijk worden vastgelegd. 6. Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk bij ongetekende briefjes, tenzij geen van de leden een schriftelijke stemming verlangt. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 7. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten of een reglement voorzien, beslist de voorzitter van de vergadering. 8.

De raad van toezicht kan zijn wijze van besluitvorming nader regelen bij een door hem zelf vast te stellen reglement. 9. De raad van toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits met schriftelijk uitgebrachte stemmen van alle in functie zijnde leden van de raad van toezicht. Voor de toepassing van het in de vorige volzin bepaalde wordt onder een schriftelijk uitgebrachte stem verstaan een stem welke is uitgebracht door middel van een in schrift weergegeven elektronisch bericht. Een aldus genomen besluit wordt toegevoegd aan de van de besluitvorming van de raad van toezicht aangehouden administratie. Artikel 14 - Boekjaar, administratie, jaarstukken en décharge 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de Stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend. 3. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de Stichting afgesloten.

Daaruit wordt door het college van bestuur een jaarrekening over het geëindigde boekjaar opgemaakt, verder ook aan te duiden als: “jaarrekening”, bevattende een balans en een staat van baten en lasten, welke, vergezeld van een rapport van een door de raad van toezicht te benoemen accountant, binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar aan de raad van toezicht ter goedkeuring worden aangeboden. Aan de jaarrekening wordt toegevoegd een door het college van bestuur op te maken bestuursverslag, indien en voor zover de Stichting daartoe op grond van de op haar van toepassing zijnde wet- en regelgeving verplicht is. De raad van toezicht stelt het college van bestuur in de gelegenheid advies uit te brengen omtrent de benoeming van de accountant. 4. De jaarstukken worden binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar vastgesteld door het college van bestuur na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 5. In verband met het vaststellen van de jaarrekening wordt door de raad van toezicht mede besloten omtrent kwijting van de leden van het college van bestuur en van de raad van

toezicht met betrekking tot het door hen in het betreffende boekjaar gevoerde bestuur, respectievelijk uitgeoefende toezicht. Kwijting strekt zich, behoudens voor zover de raad van toezicht uitdrukkelijk anders besluit, uit over datgene dat in de jaarrekening is opgenomen, dan wel de raad van toezicht anderszins bekend is of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. 6. Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaren te bewaren, behoudens afwijkende wettelijke vereisten. Artikel 15- Statutenwijziging 1. Het college van bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en mits met inachtneming van het in lid 2 en de daaropvolgende leden bepaalde, bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot goedkeuring van een besluit tot statutenwijziging kan door de raad van toezicht slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde (2/3e) der uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht.

Wanneer in een vergadering waarin een voorstel als hiervoor bedoeld aan de orde is, niet meer dan de helft van de leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is, zal, in een ten hoogste vier (4) weken daarna bijeen te roepen en te houden tweede vergadering een meerderheid van ten minste twee/derde (2/3e) der uitgebrachte stemmen voldoende zijn, ongeacht het alsdan aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden van de raad van toezicht. Bij de oproeping tot de nieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen, onafhankelijk van het aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden van de raad van toezicht. 2. Voorafgaande goedkeuring van de NKSR behoeft de wijziging van: a. artikel 1 lid 1; b. artikel 2 lid 1; c. artikel 5 lid 2, voor zover het betreft de derde volzin; d. artikel 7 lid 12; e. artikel 9 lid 1; f. artikel 9 lid 1a; g. artikel 9 lid 2; h. artikel 9 lid 6; i. artikel 9 lid 9; j. artikel 15 lid 1, voor zover het betreft de eerste volzin; k. dit lid, zijnde artikel 15 lid 2; l. artikel 16 lid 1; en m. artikel 17 lid 1, 3. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. 4.

leder lid van het college van bestuur alsmede zij die eventueel in het besluit tot statutenwijziging door het college van bestuur als zodanig zijn aangewezen, zijn gemachtigd om ter uitvoering van het besluit tot statutenwijziging de akte van statutenwijziging te doen passeren en te ondertekenen, alles met de macht tot substitutie. 5. De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de — wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen bij het handelsregister. Artikel 16 - Juridische fusie en splitsing 1. Het college van bestuur is, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en van de Nederlandse Katholieke Schoolraad, voormeld, bevoegd te besluiten tot juridische fusie en splitsing.

2.

Op de in lid 1 bedoelde besluitvorming is het in de tweede, derde en vierde volzin van het eerste lid van artikel 15 bepaalde van overeenkomstige toepassing. Artikel 17 - Ontbinding en vereffening 1. Het college van bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en van de Nederlandse Katholieke Schoolraad, voormeld, bevoegd de Stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit tot goedkeuring door de raad van toezicht is het in de tweede, derde en vierde volzin van het eerste lid van artikel 15 bepaalde van overeenkomstige toepassing. 2. Indien de Stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij alsdan op te bestaan. Het college van bestuur doet hiervan opgaaf bij het handelsregister. In alle andere gevallen vindt er een vereffening van het vermogen van de Stichting plaats met inachtneming van de wettelijke regels dienaangaande. 3. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van de Stichting uitgaan moet aan de naam worden toegevoegd: “in liquidatie”. 4. De vereffening geschiedt door het college van bestuur onder toezicht van de raad van toezicht, tenzij de raad van toezicht anders besluit. 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheden als een lid van het college van bestuur, voor zover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar. 6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden Stichting wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling als bedoeld in artikel 5b Algemene Wet inzake Rijksbelastingen met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende zeven (7) jaren berusten onder de jongste vereffenaar, tenzij door het college van bestuur of de vereffenaars een andere bewaarder is aangewezen. Artikel 18 - Slotbepalingen 1. Bepalingen in een reglement kunnen niet strijden met de wet of met deze statuten. 2. In alle gevallen, waarin zowel de wet, deze statuten of een reglement niet voorzien, besluit de Bestuurder met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. OVERGANGSBEPALINGEN Tenslotte verklaren de comparanten, handelend als gemeld: 1. dat de raad van toezicht van de Stichting thans bestaat uit de volgende personen: a. mevrouw Dieke Talsma, geboren op twaalf februari negentienhonderd negen en zeventig; b.

mevrouw Willy Feikens, geboren op vijf en twintig oktober negentienhonderd acht en zestig; c. mevrouw Margo Zuidberg, geboren op een en dertig juli negentienhonderdvier en tachtig; d. de heer Henricus Petrus Vergeer, geboren op vijftien juli negentienhonderdvijf en zeventig; e. de heer Haaije Feenstra-Paas, geboren op dertig september negentienhonderd eenenzestig; f. de heer Jornt Sietze Willem Ozenga, geboren op zevenentwintig februari negentienhonderd achtenzeventig; 2. dat het college van bestuur van de Stichting thans bestaat uit twee (2) leden, te weten:

a. de heer Josephus Wilhelmus Timmermans, voornoemd; b. de heer Dirk Peter van 't Sant, voornoemd. SLOT AKTE WOONPLAATSKEUZE Voor de tenuitvoerlegging van deze akte verklaarden de comparanten woonplaats te kiezen ten kantore van de bewaarder van deze akte. BEKENDHEID COMPARANTEN De comparanten zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten/partijen is door mij, notaris, aan de hand van documenten zoals bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht vastgesteld. SLOTBEPALINGEN Alvorens tot het verlijden van deze akte over te gaan, heb ik, notaris, van de zakelijke inhoud aan de comparanten mededeling gedaan en heb daarop toelichting gegeven. De comparanten hebben verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met beperkte voorlezing in te stemmen. WAARVAN AKTE is verleden te Emmeloord op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is de akte ondertekend door de comparanten en mij, notaris, om *.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2166/documents/39163