CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Handreiking.pdf

Commissie Woonomgeving 26 juni 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Aankoop Professor Ter Veenstraat 25 te Emmeloord6.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Handreiking doorstroomlocaties ‘Nieuwe stijl’ n.a.v. besluit MR 14 februari 2025

Eventuele verdere vragen kunnen gesteld worden via de Postbus Doorstroomlocaties Postbusdoorstroomlocaties@minjenv.nl of zie bijlage D Contactpersonen. Antwoorden op veelgestelde vragen zullen verzameld worden op Rijksoverheid.nl/[link]. Ten slotte is de (bekostigings-)regeling te vinden in de Staatscourant.

11 april 2025

Inhoudsopgave Overzicht van kernpunten .................................................................................................... 3 1.

Aanleiding ............................................................................................................... 4

2.

Kaders voor een doorstroomlocatie ............................................................................. 5 2.1

Doel.................................................................................................................... 5

2.2

Ontwerpkaders ..................................................................................................... 5

2.2.1

Doelgroep ......................................................................................................... 5

2.2.2

Geografische dekking ........................................................................................ 5

2.2.3 Omvang .............................................................................................................. 5 2.2.4 Verblijfsduur ........................................................................................................ 6 2.2.5 Kwaliteit huisvesting en faciliteiten ......................................................................... 6 3.

De realisatie van een doorstroomlocatie ...................................................................... 7 3.1

De voorbereidingen voor een doorstroomlocatie ....................................................... 7

3.2 Formele aanvraag via Subsidieportaal ........................................................................... 7 3.3

Taakstelling per gemeente ........................................................................................ 8

3.3.1 Statushouders plaatsen ......................................................................................... 8 3.3.2. (Huur)overeenkomsten met statushouders ............................................................. 8 3.3.3. Nareizigers ......................................................................................................... 8 3.4 Uitstroom van statushouders ....................................................................................... 9 4.

Financiering van een doorstroomlocatie ..................................................................... 10 4.1

Eenmalige transitiekostenvergoeding ........................................................................ 10

4.2

Normbedrag per dag ............................................................................................... 10

4.3 Verantwoording van voorschotten................................................................................ 11 4.3.1 Verantwoording transitiekosten ............................................................................. 11 4.3.2 Verantwoording normbedrag................................................................................. 11 A: Regelingen .................................................................................................................... 12 Bijlage B: Kwaliteit van een doorstroomlocatie ....................................................................... 13 Bijlage C: Sociale voorzieningen voor statushouders ............................................................... 14 Wet inburgering 2021 ...................................................................................................... 14 Ondersteuning in de doorstroomlocaties en maatschappelijke begeleiding .......................... 14 Financiën voor taken in de Wet inburgering .................................................................... 15 Participatiewet ................................................................................................................ 15 Uitkeren van bijstand, financiële ontzorging en begeleiding naar werk ................................

15 Financiën voor taken in de Participatiewet ...................................................................... 16 Gezondheidszorg ............................................................................................................ 16 Financiën voor taken in de gezondheidzorg ..................................................................... 16 Onderwijs ...................................................................................................................... 17 Financiën voor taken in het onderwijs ............................................................................ 17 Bijlage D: Contactgegevens programma doorstroomlocaties .................................................... 18

2

11 april 2025

Overzicht van kernpunten Doorstroomlocatie Beschikbaarheid doorstroomlocatie

Een gemeente heeft een gebouw beschikbaar voor een tot drie jaar om tijdelijke huisvesting te bieden aan de doelgroep statushouders

Doelgroep

Gekoppelde statushouders

Geografisch bereik van lokale doorstroomlocatie

Een locatie gerealiseerd door één gemeente alleen bestemd voor de aan deze gemeente gekoppelde statushouders

Geografisch bereik van regionale doorstroomlocatie

Een locatie gerealiseerd in de ‘doorstroomgemeente’ door een aantal regiogemeenten, bestemd voor aan deze gemeenten gekoppelde statushouders

Type verblijf

Huisvesting: zelfstandige en/of niet-zelfstandige woonruimte

Omvang

Geen minimum of maximum

Verblijfsduur

Financiering vanuit het Rijk is beschikbaar voor maximaal 12 maanden per geplaatste statushouder. Statushouders mogen langer verblijven in een doorstroomlocatie op kosten van de gemeente

Financiële ondersteuning vanuit Rijk

Eenmalige vergoeding voor transitiekosten en normbedrag van €60,per geplaatste statushouder per dag gedurende maximaal 12 maanden voor de exploitatie

Aanvullende financiële ondersteuning vanuit Rijk

Voor regionale doorstroomlocaties geldt een aanvullende vergoeding van € 8,- per dag per in de doorstroomlocatie geplaatste statushouder, die is gekoppeld aan een andere deelnemende gemeente in de regio

Eindverantwoordelijk

Gemeente

Taakstelling

Statushouders geplaatst in een doorstroomlocatie tellen mee voor de wettelijke taakstelling van de koppelgemeente m.b.t. het huisvesten van statushouders

Inburgeren

Gemeenten zorgen ervoor dat statushouders binnen tien weken na huisvesting in de doorstroomlocatie starten met inburgeren

Levensonderhoud

Statushouders ontvangen bijstand vanuit de Participatiewet als zij onvoldoende inkomen hebben

Zorgkosten

De doorstroomgemeente begeleidt de statushouder met het afsluiten van een passende zorgverzekering (dit kan zijn de gemeentepolis) en de eventuele aanvraag van zorgtoeslag

Opstartwoning

Woonplekken voor lokale spoedzoekers worden ook wel opstartwoningen genoemd

3

11 april 2025

1.

Aanleiding

De Rijksoverheid stelt elke zes maanden vast hoeveel statushouders elke gemeente moet huisvesten. Voor veel gemeenten is deze huisvestingstaakstelling een uitdaging: het lukt niet altijd om binnen de taakstellingsperiode iedere statushouder een definitieve woning toe te wijzen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de (toenemende) krapte op de woningmarkt en de ‘mismatch’ tussen de gezinssamenstelling van statushouders (vaak alleengaanden of juist grote gezinnen) en de beschikbare woningvoorraad. De vertraging in huisvesting heeft tot gevolg dat statushouders langer verblijven in opvanglocaties van het COA. Hierdoor krijgen statushouders nog geen kans om te beginnen met integreren in hun toekomstige woonplaats, en blijven bedden, die bedoeld zijn voor asielzoekers, bezet. Om gemeenten te ondersteunen bij deze uitdaging, hebben de ministeries van Asiel en Migratie (AenM) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) het concept ‘doorstroomlocaties’ uitgewerkt. Naar aanleiding van de brief van de minister-president aan de Tweede Kamer van 25 oktober 2024 over het asielnoodmaatregelenpakket, is het concept doorontwikkeld. Doorstroomlocaties fungeren als tijdelijke verblijfsplaats voor statushouders met als doel het integratieproces in de toekomstige woonplaats te versnellen.

Daarnaast worden statushouders die verblijven in een doorstroomlocatie direct meegerekend in de huisvestigingstaakstelling van de koppelgemeente. Met de verhuizing van statushouders naar een doorstroomlocatie verschuiven de verantwoordelijkheden voor deze statushouders dan ook van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) naar de gemeenten, en is wet- en regelgeving voor het sociaal domein van toepassing. Deze handreiking is opgesteld ter ondersteuning van gemeenten en beschrijft de kaders voor het verkrijgen van financiering van het Rijk voor het inrichten van een doorstroomlocatie. In deze handreiking staan ook de stappen voor het realiseren van een locatie en een overzicht van de financiële ondersteuning die vanuit het Rijk geboden wordt1. Bij de totstandkoming van dit document is er samengewerkt met experts binnen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het COA en diverse gemeenten. Ook wordt er aandacht besteed aan de samenhang tussen bestaande (opvang)concepten, zoals de Hotel en Accommodatie Regeling (HAR), Regionale Tussen Voorzieningen (RTuVo) en Oekraïense Ontheemden (OEK), zie bijlage A Regelingen voor een vergelijkingen tussen de verschillende (opvang)concepten.

1 Daar het programma beïnvloedt wordt door externe factoren, wordt de handreiking beschouwd als een levend document dat onderhevig is aan veranderingen.

4

11 april 2025

2.

Kaders voor een doorstroomlocatie

2.1 Doel Doorstroomlocaties dienen als verblijfplaats voor statushouders met als doel hen eerder de kans te bieden om te beginnen met integreren en deelnemen aan de samenleving in of nabij hun toekomstige woonplaats. Daarnaast verminderen doorstroomlocaties de druk op COA-opvanglocaties door de doorstroom te bevorderen.

2.2 Ontwerpkaders Onderstaande ontwerpkaders dienen als uitgangspunten voor het inrichten van een doorstroomlocatie waarvoor financiering vanuit de Rijksoverheid beschikbaar is. Binnen deze vastgestelde kaders hebben gemeenten de flexibiliteit om de doorstroomlocatie aan te passen aan lokale mogelijkheden. 2.2.1 Doelgroep De doelgroep voor doorstroomlocaties zijn alle statushouders met een geldig verblijfsdocument en inschrijving in de BRP-straat die door het COA gekoppeld zijn aan de een gemeente. Naast statushouders is het mogelijk om een deel van de doorstroomlocatie te gebruiken voor de tijdelijke huisvesting van andere doelgroepen. Deze huisvesting van andere doelgroepen kan op twee manieren plaatsvinden: 1. Naast het realiseren van een specifiek aantal plekken voor statushouders worden in hetzelfde gebouw ook plekken gerealiseerd voor andere doelgroepen, zoals bijvoorbeeld Oekraïners of lokale spoedzoekers. De gemeente dient voor de opvang van Oekraïners gebruik te maken van de financiële regeling van het Rijk die daarvoor beschikbaar is. Gemeenten moeten het huisvesten van lokale spoedzoekers zelf bekostigen. Locaties met woonplekken voor lokale spoedzoekers worden ook wel opstartwoningen genoemd. 2. Plekken gerealiseerd voor statushouders worden tijdelijk verhuurd aan andere doelgroepen.

Dit is mogelijk wanneer gemeenten een doorstroomlocatie exploiteren met een lage bezetting (bijvoorbeeld minstens twee maanden minder dan 80%) en op deze manier de bezetting kunnen ophogen. Voor deze personen (niet-statushouders) ontvangt de gemeente geen normbedrag vanuit de regeling doorstroomlocaties. 2.2.2 Geografische dekking Er zijn twee varianten van doorstroomlocaties: 1. Een lokale doorstroomlocatie; gerealiseerd door één gemeente voor alleen de aan deze gemeente gekoppelde statushouders. 2. Een regionale doorstroomlocatie; gerealiseerd in de ‘doorstroomgemeente’ door een aantal regiogemeenten die samenwerken voor aan deze gemeenten gekoppelde statushouders. Regionale doorstroomlocatie Het realiseren van een regionale doorstroomlocatie biedt de mogelijkheid om op grotere schaal verblijf te bieden aan statushouders. Het is hierbij van belang dat de afstand tussen de doorstroomlocatie en de andere koppelgemeenten overbrugbaar is, zodat statushouders vroegtijdig kunnen integreren in hun uiteindelijke woonplaats. Statushouders geplaatst in een regionale doorstroomlocatie tellen mee voor de huisvestingstaakstelling van alle deelnemende gemeenten. 2.2.3 Omvang Om het aanbod van geschikte locaties niet te beperken, is er geen minimum- of maximumcapaciteit voor het aantal beschikbare bedden per doorstroomlocatie.

In geval van een kleine omvang (bijvoorbeeld individuele plaatsingen van statushouders of bij een beperkte achterstand in de huisvestingstaakstelling) kan een gemeente ook kiezen voor een eenmalige uitkering die gebaseerd is op de regeling voor tijdelijk onderdak in hotels en andere

5

11 april 2025

accommodaties 2023 (de HAR) 2. Deze regeling zal met terugwerkende kracht gelden van 1 januari 2025 tot 1 januari 2026. Dit wil zeggen dat de regeling ook met terugwerkende kracht geldt voor statushouders die na 1 januari 2025 geplaatst zijn in een tijdelijk verblijf onder de voorwaarden van de HAR uit 2024.3 2.2.4 Verblijfsduur Gemeenten kunnen voor maximaal drie jaar financiering ontvangen voor het realiseren van een doorstroomlocatie. Zij ontvangen daarnaast een normbedrag per geplaatste statushouder per dag gedurende maximaal één jaar. De verblijfsduur van een statushouder is niet begrensd. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld drie keer een statushouder plaatsen voor één jaar, met drie keer een jaar financiering vanuit het Rijk. Ook kunnen statushouders langer dan een jaar gehuisvest worden; na een jaar is dit op kosten van de gemeente. Regionale doorstroomlocatie Bij een regionale doorstroomlocatie is de koppelgemeente verantwoordelijk voor de uitstroom naar passende huisvesting. De financiële ondersteuning van het Rijk aan de doorstroomgemeente voor de betreffende statushouder stopt op het moment van uitstroom naar definitieve huisvesting of wanneer een statushouder één jaar op een doorstroomlocatie verblijft, zie hoofdstuk 4 (Financiering) voor meer details.

2.2.5 Kwaliteit huisvesting en faciliteiten Gemeenten hebben de vrijheid om te bepalen welk type gebouw zij willen inzetten als doorstroomlocatie, rekening houdend met lokale mogelijkheden. De gekozen locatie moet voldoen aan de eisen die gelden voor gebouwen met een woonfunctie opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bij transformatie van bestaande gebouwen verandert de gebruiksfunctie naar wonen en geldt het kwaliteitsniveau voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit 2012. Daarnaast dient een doorstroomlocatie te beschikken over de benodigde inventaris om het verblijf van de statushouders te ondersteunen, zie Bijlage B ‘Kwaliteit van doorstroomlocatie’ voor meer details. Circa 80% van de statushouderhuishoudens bestaat uit alleengaanden. Aangezien doorstroomlocaties gelden als huisvesting, is het uitgangspunt dat alleengaanden beschikken over een eigen afsluitbare slaapkamer. Om ervoor te zorgen dat een doorstroomlocatie beschikt over voldoende slaapkamers, is het advies er bij het bepalen van een locatie rekening gehouden te worden met de 75%-regel, dat wil zeggen dat 75% van de slaapkamers van de beoogde locatie geschikt is voor alleengaanden.

Een doorstroomlocatie kan bestaan uit: • zelfstandige wooneenheden waarin een statushouder alleen woont of samenwoont met gezins- of familieleden en beschikt over een eigen kookgelegenheid, sanitaire voorzieningen en slaapkamer; • niet-zelfstandige wooneenheden waarin een statushouder eventueel met een gezins- of een familielid een eigen afsluitbare kamer heeft in een gedeelde woning, en beschikt over een eventueel gedeelde, kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen; • een combinatie van zelfstandige en niet-zelfstandige wooneenheden. Bij het huisvesten van gezinnen in onzelfstandige huisvesting is van belang dat de privacy van gezinnen met minderjarige kinderen voldoende wordt gewaarborgd.

Zie bijlage A ‘Regelingen’ voor meer informatie over de HAR (ook in vergelijking met een andere regelingen zoals doorstroomlocaties). De omschreven HAR regeling geldt tot 31 december 2024. 3 Eind 2024 werd besloten tot het (grotendeels) ongewijzigd opnieuw vaststellen van de HAR voor 2025. Gemeenten konden vooruitlopend op definitieve publicatie van deze regeling statushouders blijven uitplaatsen op basis van de bestaande voorwaarden.

2

6

11 april 2025

3.

De realisatie van een doorstroomlocatie

Gemeenten kunnen onderstaande stappen volgen om financiering te krijgen voor het realiseren van een doorstroomlocatie. Een centraal uitvoeringsteam bestaande uit medewerkers van AenM, VRO en COA zal gemeenten ondersteunen bij de processtappen. Hierbij is een accounthouder doorstroomlocaties de primaire contactpersoon voor de gemeente. Zie bijlage D ‘contactgegevens programma doorstroomlocatie’.

3.1 De voorbereidingen voor een doorstroomlocatie Gemeenten die geïnteresseerd zijn in het realiseren van een doorstroomlocatie kunnen contact opnemen met de betreffende regio accounthouder NOO of via de Postbus doorstroomlocaties [Postbusdoorstroomlocaties@minjenv.nl]. De gemeente krijgt een accounthouder doorstroomlocaties toegewezen. Deze contactpersoon initieert een kennismakingsgesprek om verdere vragen te beantwoorden van betrokken gemeente(n) en hen te informeren over de vervolgstappen. Indien de accounthouder NOO de benodigde templates (zie hieronder) nog niet heeft gedeeld, zal de accounthouder deze na het gesprek delen met de gemeente(n). De gemeente vult de volgende templates in: • Het realisatieplan: inhoudelijke informatie over de doorstroomlocatie zoals aantal plekken, type verblijfplaatsen en contactpersoon; • De begroting. De gemeente(n) kunnen tijdens het invullen van de templates de accounthouder doorstroomlocaties contacten voor ondersteuning. Vervolgens kan deze, afhankelijk van de vraag, de volgende stappen ondernemen: • Indien er nog geen zicht is op een geschikt gebouw voor een doorstroomlocatie, kunnen lijsten met beschikbaar leeg vastgoed van derden per provincie geraadpleegd worden; • Meedenken over (combinaties met) andere financiële regelingen; • Voor vragen over bijvoorbeeld het sociaal domein doorverwijzen naar relevante ministeries.

Nadat gemeenten het realisatieplan en de begroting met de eventuele transitiekostenvergoeding hebben ingediend bij de accounthouder, worden deze beoordeeld door het team doorstroomlocaties. Hierna wordt de aanvraag integraal voorgelegd voor besluitvorming door de accounthouder. Bij een positief besluit kan een gemeente een formele subsidieaanvraag doen in het Subsidieportaal conform de eerder ingevulde templates. Bij een negatief besluit informeert de accounthouder de gemeente hierover. Indien mogelijk kan de gemeente de aangepaste aanvraag op een later moment opnieuw voorleggen ter besluitvorming.

3.2 Formele aanvraag via Subsidieportaal Nadat gemeenten bericht hebben gekregen van de accounthouder dat er positief is besloten op de aanvraag, kunnen zij digitaal een formele aanvraag doen via het Subsidieportaal PM link. Deze aanvraag moet overeenkomen met de eerder geaccordeerde aanvraag. In dat geval krijgen gemeenten binnen een termijn van zes weken een beschikking. De beschikking die gemeenten ontvangen, geldt voor de volledige looptijd van de doorstroomlocatie. De uitbetaling vindt daarna plaats in jaarlijkse termijnen als voorschot. In het eerste jaar ontvangt de gemeenten dus bijvoorbeeld de aangevraagde transitiekosten plus het

7

11 april 2025

voorschot van het normbedrag van het eerste exploitatiejaar. Gemeenten verantwoorden dit bedrag achteraf via de SiSa-systematiek. Zie hiervoor paragraaf 4.3.

3.3

Taakstelling per gemeente

Het COA koppelt statushouders na vergunningverlening aan een gemeente op basis van zachte en harde criteria. Nadat het realisatietemplate en de begroting zijn ondertekend, kan de gemeente de locatie voorbereiden op de komst van statushouders. 3.3.1 Statushouders plaatsen Het plaatsen van statushouders in een doorstroomlocatie werkt op dezelfde manier als het reguliere uitstroomproces naar huisvesting. Wanneer er een plek beschikbaar komt in een doorstroomlocatie, neemt de gemeente het initiatief voor de plaatsing van een statushouder. Dit doet een gemeente door in het Taakstelling Volgsysteem (TVS), te kijken welke statushouders gekoppeld zijn aan de deelnemende gemeente(n). Vervolgens nodigt de gemeente de statushouder(s) uit met een gezinssamenstelling die past bij de woonvorm van de beschikbare plek(ken). Bij plaatsing van een statushouder in een doorstroomlocatie volgt een uitstroommelding vanuit het COA. Voor de overdracht van statushouders naar de gemeente deelt het COA informatie aan de gemeente over statushouders via TVS. Om ervoor te zorgen dat statushouders snel instromen in een doorstroomlocatie, wordt gemeenten geadviseerd om de statushouders tijdig uit te nodigen via TVS. Dit kan bijvoorbeeld door de voorbereidingen daarvoor parallel te laten lopen aan de besluitvorming over de toekenning van subsidie.

Door statushouders op tijd uit te nodigen, wordt de uitstroom bij het COA bevorderd en waarborgen gemeenten dat zij het normbedrag conform business case zullen ontvangen. Regionale doorstroomlocatie Voor een regionale doorstroomlocatie moeten deelnemende gemeenten voorafgaand aan de realisatie afspraken maken en vastleggen over de beoogde verdeling van de plekken in de doorstroomlocatie tussen de gemeenten. Deelnemende gemeenten nemen zelf het initiatief voor het plaatsen van gekoppelde statushouders op vrije plekken volgens deze verdeling. Ter ondersteuning voor het maken van deze afspraken, kunnen accounthouders hiervoor een modelovereenkomst verstrekken. 3.3.2. (Huur)overeenkomsten met statushouders Het uitgangspunt is dat statushouders betalen voor de huisvesting in een doorstroomlocatie. De gemeente dient daarom een huurcontract af te sluiten met statushouders voor het verblijf in de doorstroomlocatie. Sinds 1 juli 2024 is de Wet vaste huurcontracten van kracht, die voorschrijft dat nieuwe huurders meteen een contract voor onbepaalde tijd krijgen. Statushouders die rechtstreeks uit een COA-opvanglocatie komen, zijn binnen deze regeling uitgezonderd; zij kunnen een tijdelijk huurcontract krijgen. Daarbij geldt dat het gevraagde bedrag binnen de maximale huur voor een sociale huurwoning (liberalisatiegrens) dient te vallen.

Voor niet-zelfstandige wooneenheden kunnen statushouders geen huurtoeslag te ontvangen. In plaats van het afsluiten van een huurovereenkomst kan er een gebruiksovereenkomst worden aangeboden als alternatief voor een huurcontract. In dat geval kan een gemeente een gereduceerd bedrag (een gebruiksvergoeding) vragen voor huisvesting zonder dat er een toeslag nodig is. 3.3.3. Nareizigers Een deel van de statushouders wacht op nareizigers. Het advies aan gemeenten is om hier rekening mee te houden in de opzet van een doorstroomlocatie, bijvoorbeeld door: • In een doorstroomlocatie woonplekken te creëren voor gezinnen in een doorstroomlocatie; • Voorrang te geven op een sociale huurwoning aan nareizigers van referenten die in de doorstroomlocatie verblijven zolang er nog geen verbod op voorrang is op een sociale huurwoning is;

8

11 april 2025

•

Voorrang te geven aan nareizigers van referenten die buiten de doorstroomlocatie in de gemeente wonen, maar nog niet beschikken over een passende is gezinswoning zo lang er nog geen verbod op voorrang is.

Idealiter kunnen referenten (zoveel mogelijk) in de doorstroomlocatie wachten op gezinshereniging, waarna nareizigers zo snel mogelijk na aankomst in Nederland naar de koppelgemeente kunnen verhuizen zonder verblijf in een COA-locatie.

3.4 Uitstroom van statushouders De gemeente legt gedurende de exploitatie van de doorstroomlocatie achteraf verantwoording af over het aantal statushouders dat in de doorstroomlocatie verblijft of is verbleven. Deze verantwoording vindt jaarlijks plaats volgens de SiSa-systematiek zoals geregeld in de Regeling informatieverstrekking SiSa op grond van artikel 17, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet.

9

11 april 2025

4.

Financiering van een doorstroomlocatie

Het Rijk heeft een financiële regeling voor gemeenten die (gezamenlijk) een doorstroomlocatie realiseren, bestaande uit een eenmalige transitiekostenvergoeding en een periodieke vergoeding. Deze (bekostigings-)regeling is te vinden in de Staatscourant.

4.1

Eenmalige transitiekostenvergoeding

Het uitgangspunt van deze vergoeding is dat het Rijk de werkelijke transitiekosten vergoedt zolang deze redelijk en marktconform zijn. Dit wordt per aanvraag door het uitvoeringsteam beoordeeld. Onderdeel van de beoordeling is de duur van de exploitatieperiode van de doorstroomlocatie en het aantal beschikbare plekken voor statushouders. Gemeenten kunnen een begroting voor de transitiekosten van een gebouw indienen voor het deel van de huisvesting dat bedoeld is voor statushouders (niet voor andere doelgroepen).

4.2

Normbedrag per dag

Naast de transitiekostenvergoeding biedt het Rijk een vast normbedrag per geplaatste statushouder per dag. Een gemeente met een doorstroomlocatie ontvangt een vast bedrag van €60,- per dag per geplaatste statushouder. Dit bedrag dient als dekking voor de doorlopende kosten die horen bij de exploitatie van een doorstroomlocatie. Als voorwaarde voor deze financiering dienen deelnemende gemeente(n) binnen 10 weken na plaatsing van de aan hen gekoppelde statushouders te starten met de inburgering. Het normbedrag is een aanvulling op reguliere financieringsstromen van en voor gemeenten ten behoeve van voorzieningen voor het sociale domein (zoals de inburgering, de Wet Participatie, onderwijs en zorg). Bovendien hebben gemeenten de mogelijkheid om huur of een gebruiksvergoeding te vragen aan statushouders die zijn geplaatst in de doorstroomlocatie, aangezien zij in aanmerking komen voor bijstand of werkzaamheden verrichten. Gemeenten kunnen geen aanvullende kosten declareren boven op de vaste vergoeding die zij ontvangen. Het vaste bedrag biedt dekking voor in ieder geval de volgende kosten (niet uitputtend): • • • •

Huur (die de gemeente eventueel aan de vastgoedeigenaar betaalt) Afschrijving (in het geval de gemeente de locatie aankoopt) Gas, water, licht Wi-Fi

• • • • •

Schoonmaak Beveiliging Locatiebegeleiders Projectorganisatie Inventaris

Een gemeente ontvangt de vaste periodieke vergoeding maximaal 12 maanden voor iedere geplaatste statushouder. Als de statushouder eerder dan 12 maanden uitstroomt, wordt de betaling van de periodieke vergoeding op dat moment gestopt. Als de statushouder later dan 12 maanden uitstroomt, wordt de betaling van de periodieke vergoeding na 12 maanden gestopt. Regionale doorstroomlocatie De periodieke vergoeding voor de gemeente waar de regionale doorstroomlocatie zich bevindt, bevat een aanvullende component van €8,- per geplaatste statushouder per dag, voor die statushouders die gekoppeld zijn aan een andere deelnemende gemeente. Dit geldt als tegemoetkoming voor aanvullende uitvoeringslast voor regionale doorstroomlocaties (bijvoorbeeld voor reiskosten), bovenop het normbedrag per geplaatste statushouder.

10

11 april 2025

4.3 Verantwoording van voorschotten De verantwoording van de voorschotten vindt jaarlijks plaats volgens de SiSa-systematiek. Gemeenten verantwoorden hiermee achteraf dat het beschikte en uitgekeerde bedrag rechtmatig is besteed, dus aan de kosten die de regeling beschrijft. De verantwoording van een bestedingsjaar gebeurt uiterlijk 15 juli van het daaropvolgende jaar.4 4.3.1 Verantwoording transitiekosten Transitiekosten worden op aanvraag verstrekt (zie regeling, artikel 2) en dienen te zijn voorgelegd aan het Ministerie van AenM. Gemeenten onderbouwen de besteding daarom in de eerste plaats met een beschikking of andere correspondentie met het ministerie (bijvoorbeeld e-mail) waarin de goedgekeurde voorstellen zijn vastgelegd. Het voorschot transitiekosten moet worden verantwoord aan de hand van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Dit kan bijvoorbeeld via bewijs van betalingen van de offertes van de aannemer. Gemeenten verantwoorden vervolgens de transitiekosten op basis van gedane investering in een betreffend boekjaar, en dus niet op basis van afschrijvingslasten. Dit voorkomt hoge administratieve lasten voor zowel de uitvoeringsorganisatie als gemeenten om de afschrijvingskosten te verantwoorden. 4.3.2 Verantwoording normbedrag De normvergoeding voor de exploitatiekosten is gebaseerd op de daadwerkelijke bezetting gedurende de exploitatieperiode.

Gemeenten geven in de subsidieaanvraag een inschatting van de bezetting gedurende de exploitatieperiode van de doorstroomlocatie. Op basis hiervan keert het Rijk een voorschot op het normbedrag uit. In de verantwoording van dit normbedrag moeten gemeenten voor de accountantscontrole de daadwerkelijke bezetting aantoonbaar kunnen maken. Het gaat hierbij om het cumulatieve aantal geplaatste vergunninghouders in een doorstroomlocatie per dag, waarvan de gemeente kan aantonen dat deze gehuisvest zijn (geweest). Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een overzicht van de BRP van de vergunninghouders die verbleven hebben in de doorstroomgemeente waar de doorstroomlocatie is gevestigd. Voor de vergunninghouders die gehuisvest zijn in de doorstroomlocatie, maar gekoppeld zijn aan een van de deelnemende regiogemeenten, kan gebruik worden gemaakt van een opgave door iedere deelnemende regiogemeente met het aantal statushouders en de periode dat zij verbleven hebben op de doorstroomlocatie. Een dergelijke opgave kan gebaseerd zijn op de BRP van de deelnemende regiogemeente of een andere registratie.

Met uitzondering van 2024. Verantwoording van de vergoeding voor gemaakte kosten in 2024 wordt meegenomen in SiSaverantwoording van 2025.

4

11

11 april 2025

A: Regelingen Doorstroomlocatie

HAR 2025 (A)

Geschikt indien een gemeente

Een pand beschikbaar heeft voor één tot drie jaar, om tijdelijke huisvesting te bieden van max. 12 maanden per statushouder

Op korte termijn een pand Op korte termijn een pand beschikbaar heeft, om beschikbaar heeft, om voor voor 12 maanden 12 maanden onderdak te onderdak te bieden aan bieden aan individuele of individuele of kleine kleine groepen statushouders groepen statushouders

Doelgroep

Gekoppelde statushouders

Gekoppelde statushouders, exclusief AMV's en kwetsbare statushouders

Gekoppelde statushouders, exclusief AMV's en kwetsbare statushouders

Geografisch bereik

Eigen gemeente of samenwerking tussen deelnemende gemeenten

Eigen gemeente

Eigen gemeente

Type verblijf

Huisvesting, dat wil zeggen zelfstandige en/of niet-zelfstandige woonruimte

Onzelfstandige huisvesting

Tijdelijk onderdak dat niet bestemd/geschikt is voor permanente bewoning

Minimum-maximum Geen minimum of omvang maximum

Geen minimum of maximum

Geen minimum of maximum

Financiële ondersteuning vanuit Rijk

Eenmalig €30.000 pp. gezien eigenlijk kookgelegenheid

Eenmalig €30.000 pp. indien eigen kookgelegenheid of eenmalig €38.000 pp. zonder eigen kookgelegenheid

Gemeente

Verstrekkingen van COA lopen voor maximaal 12 maanden, daarna is de gemeentelijk verantwoordelijk

(1) Eenmalige vergoeding voor transitiekosten en (2) normbedrag per dag

Eindverantwoordelij Gemeente k

HAR 2025 (B)

Taakstelling

Telt mee voor Telt mee voor huisvestingstaak-stelling huisvestingstaakstelling

Levensonderhoud

Statushouders ontvangen bijstand vanuit de Participatiewet, als zij onvoldoende inkomen hebben

Wekelijks leef- en Wekelijks leef- en eetgeld, eetgeld, een een wooncomponent en een wooncomponent en een mogelijke vergoeding voor mogelijke vergoeding buitengewone kosten voor buitengewone kosten gefinancierd door COA gefinancierd door COA

Zorgkosten

Statushouders sluiten zorgverzekering af

Gedragen door RMA, vergoed vanuit COA

Telt mee voor huisvestingstaakstelling

Gedragen door RMA, vergoed vanuit COA

12

11 april 2025

Bijlage B: Kwaliteit van een doorstroomlocatie Een doorstroomlocatie dient geschikt te zijn voor bewoning in een woonruimte zoals bedoeld in de Huisvestingswet 2014. Dit betekent dat in ieder geval moet worden voldaan aan de eisen die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor de wooneenheden geldt dat deze moeten voldoen aan de eisen die gelden voor de woonfunctie. Bij transformatie van bestaande gebouwen verandert de gebruiksfunctie naar wonen en geldt het kwaliteitsniveau voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit 2012. Er is onderscheid gemaakt tussen harde eisen en richtlijnen. Van de harde eisen kan niet worden afgeweken. De overige punten zijn richtlijnen (cursief weergegeven), waarvan kan worden afgeweken als het gebouw niet goed passend te maken is. Indien wordt afgeweken van de richtlijn om voorzieningen (sanitair, keuken) te delen met méér personen dan hieronder aangegeven, dan wordt dit ter beoordeling voorgelegd bij de aanvraag. Aanvullende kwaliteitsdoelstellingen DSL Privacy en minimale afmetingen

• • •

Sanitaire voorzieningen (douche, toilet, wastafel) Keuken

• •

• • •

•

Gemeenschappelijke ruimte

•

Overig

• • •

Iedere alleengaande of stel heeft een eigen slaapkamer. Er worden geen slaapkamers gedeeld met andere alleengaanden/stellen. Een slaapkamer is minimaal 5.5 m2. Voor gezinnen is een gehele zelfstandige woonruimte beschikbaar. Indien het gebouw dit niet toelaat, kan voor een gezin ook gedeelde voorzieningen worden aangeboden, mits er voldoende ruimte is voor de privacy van het gezin. Sanitaire voorzieningen aanwezig. Indien sprake is van onzelfstandige woonruimte wordt voorzien in minimaal één sanitaire voorziening (douche, toilet en wastafel) per 6 kamers/8 personen. Bij voorkeur: aparte voorzieningen voor verschillende genders Er is een keuken aanwezig, met minimaal een aanrecht, kookplaat, spoelbak, koelkast/vriezer, bij voorkeur: magnetron en/of oven. Indien sprake is van onzelfstandige woonruimte wordt voorzien in minimaal één afsluitbare keuken per 12 kamers/16 personen. Er zijn minimaal 4 kookpitten, bij meer dan >8p minimaal 1 pit per 2p. Indien een afgesloten keuken niet mogelijk is, dan wordt per maximaal 12 kamers/16 personen voorzien in een eigen deel van een keuken met verplichte voorzieningen zoals hierboven genoemd. Indien er sprake is van onzelfstandige woonruimte, wordt minimaal één ruimte ingericht als gemeenschappelijke woonkamer/ontmoetingsruimte. De keuken kan zich daarin bevinden.

Er is een wasmachine aanwezig of er is een mogelijkheid om (betaalbaar) de was te laten doen. Aanwezigheid van wasdroger of ruimte om de was te laten drogen buiten de slaapkamer. Voor elke bewoner is minimaal 1 wandcontactdoos beschikbaar.

13

11 april 2025

Bijlage C: Sociale voorzieningen voor statushouders De Wet inburgering 2021 (Wi2021) en Participatiewet (Pw) beschrijven diverse taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de inburgering en integratie van statushouders. In het geval van een lokale doorstroomlocatie gelden verantwoordelijkheden en financiële stromen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, vergelijkbaar met de situatie bij reguliere huisvesting. Tabel 1 biedt een overzicht van taken voor zowel een lokale doorstroomlocatie als de verdeling van taken voor een regionale doorstroomlocatie.

Tabel 1

Wet inburgering 2021 Op basis van de Wi2021 is de gemeente waaraan de statushouder is gekoppeld (‘koppelgemeente’) verantwoordelijk voor het inburgeringstraject. Het verblijf in de doorstroomlocatie telt mee voor de huisvestingstaakstelling van de gemeente waaraan de statushouder is gekoppeld. Het is daarom de taak van de koppelgemeente om binnen tien weken na huisvesting in de doorstroomlocatie een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op te stellen samen met de statushouder. Na het vaststellen van de PIP begint de inburgeringstermijn van drie jaar, waarin de statushouder zijn of haar inburgering moet voltooien. Omdat bij het opstellen van de Wi2021 doorstroomlocaties in de voorgestelde vorm niet zijn voorzien, wordt in de wet verduidelijkt 5 dat de koppelgemeente verantwoordelijk is voor de ‘start’ van de inburgering, zoals hiervoor is aangestipt. Regionale doorstroomlocatie Om consistentie in de aangeboden inburgeringstrajecten voor statushouders binnen een doorstroomlocatie te waarborgen en reiskosten te beperken is het aan te raden om een regionale doorstroomlocatie te realiseren binnen bestaande inburgeringsregio's (d.w.z. gemeenten die gezamenlijk inburgeringstrajecten hebben ingekocht). Afstemming tussen koppelgemeente en doorstroomgemeente hierin is wenselijk.

Ondersteuning in de doorstroomlocaties en maatschappelijke begeleiding Vooruitlopend op de maatschappelijke begeleiding in het kader van de Wi2021 is er in geval van huisvesting in een doorstroomlocatie additionele, locatie-gebonden begeleiding nodig, bijvoorbeeld in de vorm van ondersteuning bij dagelijkse taken, toezicht en hulp bij het aanvragen van toeslagen. Hierbij is het wenselijk om rekening te houden met de ondersteuning die in sommige gevallen al vanuit maatschappelijke begeleiding wordt geboden. Deze ondersteuning aan statushouders gedurende verblijf in een doorstroomlocatie moet niet ten koste gaan van eventueel benodigde activiteiten bij definitieve huisvesting. Daarom is hiervoor een extra financiële component opgenomen in de periodieke vergoeding vanuit het Rijk in het kader van de doorstroomlocatie. Het betreft een verduidelijking van het begrip ‘college’ in artikel 1, eerste lid, van de Wet inburgering 2021. Deze verduidelijking wordt gerealiseerd via de Verzamelwet SZW 2025.

5

14

11 april 2025

Hierdoor heeft de gemeente de optie om een huismeester of projectmanager in te zetten voor deze ondersteuning ter plaatse. Financiën voor taken in de Wet inburgering In de Wi2021 zijn voor de doelgroep statushouders twee financiële stromen richting gemeenten opgenomen: 1. De SPUK Inburgeringsvoorzieningen; deze middelen mogen worden ingezet voor bekostiging van voorzieningen die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht, niet zijnde uitvoeringskosten. Het gaat hierbij in ieder geval om de kosten van de invulling van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het PVT, de MAP en de inzet van tolken. 2. Uitkering voor de uitvoeringskosten voor de inkoop en beleidsondersteuningen, gesprekken in het kader van de brede intake, voortgangsgesprekken en ontzorgen. Deze uitkering wordt verstrekt via de algemene uitkering van het gemeentefonds, waarbij de verdeling is gebaseerd op het aantal inwoners en het aantal personen met een migratieachtergrond woonachtig in de gemeente per 1 januari van het uitkeringsjaar. Regionale doorstroomlocatie Zoals beschreven zijn de deelnemende koppelgemeente(n) verantwoordelijk voor de verplichtingen voor de aan hen gekoppelde statushouders die in de doorstroomlocatie verblijven.

Aangezien het verblijf in de doorstroomlocatie meetelt voor de huisvestingstaakstelling van de aan de betreffende statushouder gekoppelde gemeente, komt de SPUK Inburgeringsvoorzieningen ten goede aan de koppelgemeente. Daartoe past SZW het Besluit inburgering 2021 aan. De uitkering voor uitvoeringskosten die verstrekt worden via de algemene uitkering van het gemeentefonds zijn niet direct te linken aan het aantal inburgeraars. Hiermee worden voornamelijk constante kosten bekostigd. De doorstroomlocatie zal een beperkte impact hebben op de hoogte van de uitkering.

Participatiewet Uitkeren van bijstand, financiële ontzorging en begeleiding naar werk Van statushouders wordt verwacht dat zij actief deelnemen aan de maatschappij en zo snel mogelijk aan het werk gaan. Aangezien statushouders bij plaatsing in de doorstroomlocatie uitstromen uit de COA-administratie, vallen zij niet meer onder de Rva2005. Dit betekent dat zij recht hebben op de Participatiewet, inclusief bijstand. De gemeente waar de statushouder staat ingeschreven is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Dit houdt in dat de gemeente de statushouders ondersteunt door het uitkeren van bijstand en begeleiding naar werk, inclusief participatieactiviteiten die zoveel mogelijk aansluiten bij de beroepskansen en beroepsmensen van de statushouder. Als onderdeel van de ondersteuning naar financiële zelfredzaamheid dient de gemeente die de bijstandsuitkering verstrekt de statushouder de eerste zes maanden dat bijstand wordt verstrekt financieel te ontzorgen volgens artikel 56a van de Participatiewet, voor zover de statushouder verplicht is tot inburgering. Indien deze vorm van ondersteuning niet passend is, kunnen gemeenten in individuele gevallen afwijken en de statushouder op een andere manier financieel ondersteunen. Naast het ontzorgen hebben gemeenten een taak om statushouders te begeleiden richting financiële zelfredzaamheid.

Aan deze begeleiding zijn geen nadere eisen gesteld. Naast het ontzorgen hebben gemeenten een taak om statushouders te begeleiden richting financiële zelfredzaamheid. Aan deze begeleiding zijn geen nadere eisen gesteld. Het is wenselijk dat de doorstroomgemeenten en de koppelgemeente afspraken maken over de invulling van deze begeleiding.

15

11 april 2025

Regionale doorstroomlocatie Bij regionale doorstroomlocaties bestaat er een discrepantie tussen de uitvoerende partijen van de Inburgeringswet (de koppelgemeente) en de Participatiewet (de doorstroomgemeente). Aangezien inburgeringstrajecten steeds meer duale aspecten bevatten, waarin zowel inburgerings- als participatieactiviteiten zijn opgenomen, is het van belang dat beide gemeenten samenwerken en afstemmen, zodat statushouders aan de verplichtingen van beide wetten kunnen voldoen, zonder overbelast te worden. Financiën voor taken in de Participatiewet Het bijstandsbudget wordt uitgekeerd aan gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel; voor ieder (nieuw) huishouden wordt (met een vertraging van twee jaar) een kans op bijstand bepaald. Op basis van deze kans en een schatting van het uitgekeerde deel van het wettelijke normbedrag per huishouden wordt het totale budget berekend. Dit betekent dat de doorstroomgemeente op termijn de middelen ontvangt voor alle statushouders in de doorstroomlocatie, in lijn met een reguliere huisvestingssituatie. De financiële middelen voor begeleiding naar werk worden verstrekt via het gemeentefonds, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal woonachtige bijstandsgerechtigden in de gemeente.

Dit zorgt ervoor dat de doorstroomgemeente financiële middelen ontvangt voor alle statushouders in de doorstroomlocatie voor deze doeleinden, ook wanneer zij gekoppeld zijn aan een gemeente in de regio.

Gezondheidszorg Statushouders worden 3 maanden na ontvangst van een verblijfsvergunning verzekeringsplichtig, tenzij zij nog in COA-locaties opgevangen worden. Gedurende de opvang in COA-locaties vallen zij onder de Regeling Medische Zorg Asielzoekers (RMA) via de Rva2005. Aangezien statushouders bij plaatsing in de doorstroomlocatie uitstromen uit de COA-administratie, vervalt de RMA-dekking. Dit betekent dat statushouders bij plaatsing in een doorstroomlocatie een zorgverzekering moeten afsluiten bij een reguliere zorgverzekeraar in Nederland. Dit proces kan voor statushouders een uitdaging vormen vanwege een gebrek aan taalkennis, onbekendheid met het gezondheidszorgsysteem en de vele keuzemogelijkheden op het gebied van zorgverzekeringen. Om deze reden, begeleidt de koppelgemeente de statushouder met het afsluiten van een passende zorgverzekering (dit kan zijn de gemeentepolis) en de eventuele aanvraag van zorgtoeslag. Hierbij wordt ook gekeken naar de financiële situatie van de statushouder om de zorgpremie, eigen risico en eigen betalingen te kunnen betalen (eventueel beroep op sociale voorzieningen). Waar nodig wordt de statushouder wegwijs gemaakt in de zorg met hulp van beschikbare informatie. De komst van een doorstroomlocatie kan de reeds bestaande druk op de eerstelijnszorg verhogen.

In dit geval kan overwogen worden om een lokale huisartsenpraktijk uit te breiden met een praktijkondersteuner 'vluchtelingen', of om een huisarts ter plaatse beschikbaar te stellen. Verder is het van belang dat huisartsen toegang hebben tot tolkenfaciliteiten, zodat statushouders kwalitatieve zorg kunnen ontvangen. Financiën voor taken in de gezondheidzorg Voor (onder andere) de noodzakelijke begeleiding bij het wegwijs maken in het zorgsysteem en het vinden van een huisarts en tandarts, is een extra component opgenomen in de periodieke vergoeding die de doorstroomgemeente ontvangt voor elke geplaatste statushouder per dag. De financiële middelen voor de WMO en jeugdzorg ontvangt de doorstroomgemeente via het gemeentefonds en is daardoor verantwoordelijk voor alle statushouders in de doorstroomlocatie. Gemeenten kunnen geen aanvullende kosten declareren bij het Rijk boven op de vaste periodieke vergoeding die zij ontvangen.

16

11 april 2025

Onderwijs Elke gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het bieden van voldoende onderwijsmogelijkheden aan hun eigen inwoners die zijn ingeschreven in de BRP. Als gemeenten en schoolbesturen met vraagstukken omtrent de (regionale) organisatie van het onderwijs te maken krijgen adviseren we om contact op te nemen met de regiocoördinatoren van OCW (nieuwkomers@minocw.nl). Indien het gaat om de inhoud van het onderwijs aan nieuwkomers dan adviseren wij contact op te nemen met de adviseurs van LOWAN (zie lowan.nl) om hun expertise te gebruiken. Financiën voor taken in het onderwijs Voor het onderwijs aan minderjarige statushouders uit de doorstroomlocaties krijgen scholen, net als voor andere kinderen, bekostiging vanuit het ministerie van OCW. Deze minderjarige statushouders tellen mee voor de reguliere bekostiging en daarnaast (als ze pas kort in Nederland zijn) voor de nieuwkomersbekostiging. Ook worden deze kinderen meegerekend voor extra middelen die scholen krijgen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). Deze financiële middelen worden toegekend aan gemeenten op basis van het aantal leerlingen dat scholen binnen dezelfde gemeente bedienen. Hierdoor worden de financiële middelen op de juiste plek toegewezen, ongeacht of minderjarige statushouders die in doorstroomlocaties verblijven naar school gaan in de doorstroomgemeente of koppelgemeente.

17

11 april 2025

Bijlage D: Contactgegevens programma doorstroomlocaties Algemene postbus: postbusdoorstroomlocaties@minjenv.nl

Contactgegevens van accounthouders binnen het programma doorstroomlocaties: Jonas Créton Anne Wermers 06 113 292 48 06 253 066 61 j.l.creton@minjenv.nl Koos Verhulst 06 155 061 48 k.verhulst@minjenv.nl

a.c.m.@wermers@minjenv.nl

Merel Olde Engberink 06 275 825 80 m.m.olde.engberink@minjenv.nl

Contactgegevens van accounthouder binnen het programma NOO: Kaspar van den Ham 06 481 381 76 k.j.van.den.ham@minjenv.nl

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2276/documents/41727