3.1 Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Redeweg 4 te Ens’.pdf
Tekst van het document
Dit document zal beide aspecten beschouwen en dus voorzien in de verlangde onderbouwing vanuit de gemeente. ERVEN EN LOODSEN De Noordoostpolder komt voort uit de plannen van Ir. Lely en viel officieel droog in 1942. De Rijksdienst IJsselmeerpolders tekende voor de drooglegging al plannen die na de oorlog vervolmaakt werden door de landschapsarchitecten van Eesteren en Bijhouwer. Zij tekenden een strakke en logische indeling waarbij erven gekoppeld aan rechte wegen lagen. Schikland bleef een relict in de polder. Rond de hoofdplaats in de polder lagen dorpen op fietsafstand en vaarten en wegen verbonden deze. De boerderijkavels werden bepaald op 300x800 meter. Er werd bewust gekozen voor een afwisseling van bedrijfsgroottes. De woonerven werden in principe gegroepeerd. Elk erf werd aan drie zijden omgeven door een brede singel. Alleen de kant van de weg bleef gedeeltelijk open. De singels aan de west- en noordzijde werden 7 of 5 meter breed, de andere 5 of 3 meter. Lag er een moestuin aan de zuidkant, dan werd daar slechts een heg ingeplant. Moestuinen en boomgaarden werden aangelegd met het oog op zelfvoorziening. Het assortiment moest zorgen dat de singels snel uitgroeiden tot forse windkeringen, met boom- en een struiklaag. Daarom werden populieren gebruikt opgevolgd door onder andere essen en eiken. De struiklaag bestond uit hazelaar, lijsterbes en meidoorn.
Ook de loodsen werden zuiver planmatig bedacht. Gekozen werd voor een vrij nieuwe bouwmethode: betonnen montagedelen. Deze werden seriematig gemaakt waarbij beton werd verdicht door het te schokken: het zogenaamde Schokbeton. Hierdoor kon snel en redelijk goedkoop gebouwd worden. Afhankelijk van de grootte van het bedrijf werd een specifieke maat loods gebruikt. De eerste serie werd opgeleverd tussen 1949 en 1951. De loods op het erf aan de Redeweg is één van deze eerste serie loodsen. De grootte en plattegrond van de, vanuit een rechthoekig grondplan opgetrokken schuren variëren van bedrijfsomvang en bedrijfstype. De deeldeuren zijn traditioneel in groen uitgevoerd. De pachter kon niet kiezen wat voor schuur hij wenste. Dat bepaalde de overheid. De montageschuren die bij de bedrijven van 24 en 30 ha gebouwd zijn hebben een lengte van vijf spantvlakken, bedrijven van 36 en 42 ha hadden zes spantvlakken en de bedrijven groter dan 48 ha zeven spantvakken. Het bedrijf op de Redeweg was destijds een bedoeld als een 24hA bedrijf en had dus het kleinere formaat met vijf spantvakken.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN BEELDKWALITEITSPLAN REDEWEG 4, ENS - 190823 210623
eerste verkavelingskaart van de rijksdienst
plan van uitgifte; diverse kavelgroottes
SINGELS Bij opname midden juni 2023 werd het achterliggende land beregend. Het was een droge periode. Dat is ook duidelijk zichtbaar aan de waterstand in de tussenliggende gracht in de noordelijke singel; deze stond volledig droog. Deze singel bestaat uit eik, es, esdoorn en een enkele linde en beuk. Opvallend is het ontbreken van de struiklaag. In de singel is de afgelopen tijd geprobeerd laurierkers in te brengen. Opvallend is de spontane opslag van kastanje. En natuurlijk (sic!) is er opslag van braam.
droge gracht
eerste serie Schokbeton loodsen
constructie jaartal op Redeweg 4
gesloten kroondek
onderontwikkelde struiklaag
De westelijke singel is in een veel mindere staat. Het is een redelijk smalle singel waarin veel es staat. De essentaksterfte heeft behoorlijk huisgehouden. Wat resteert zijn eik en een enkele esdoorn. De beregening op de naastgelegen akker was zeer dichtbij geplaatst en de kracht van de waterstraal spoot letterlijk de bladeren van de bomen. Opvallend was ook hier de onderontwikkelde struiklaag. Hierdoor ontstaan wel mooie doorzichten op het westelijker gelegen Schokland
Groene eilanden, strakke lijn, behalve Schokland
Essen uitval en spuitschade
Voorzijde erf, woonhuis uit 1950
achterzijde erf, gesloten singels
Zicht op Schokland
onderontwikkelde struiklaag
De zuidelijke singel is nog het meest intact en het best ontwikkeld. Maar ook hier geldt de afwezigheid van een goed ontwikkelde struiklaag hoewel deze aan buitenzijde wel aanwezig is. Deze singel kent een grotere verscheidenheid aan soorten, Es, eik, beuk, esdoorn. De zuidelijke singel verdikt naar de oostkant en loopt haaks door in een oostelijke haak die de zuidzijde van de voorkant scheidt van de openbare weg. Dit oostelijke deel is de breedste singel en kent een uitgebreide struiklaag met meidoorn, lijsterbes vlier en meelbes
Gevarieerde singel
Redelijke struiklaag buitenom
Singel gaat over in voorkant
BEPLANTING BINNENZIJDE De beplanting aan de binnenzijde van de singels kent duidelijk een zeer laag onderhoudsniveau. De voorzijde van het erf wordt bepaald door een woning uit 1950 met daar om heen enkele taxus en andere sierbeplanting. Langs de ingang van het erf staan enkele laagstam fruitbomen. Ingangspartij kent verder geen opvallende beplanting, Achter de woning staat een fraaie kastanje die op het oog gezond is. Ten zuiden van de woning staan enkele wilgen. Tussen woning en loods staan enkele bouwwerkjes en is er verharding aangebracht. Direct ten zuiden van de loods ligt een stukje moestuin met een pad en daar ten zuiden van een kippenren. De rest van het kavel is duidelijk verwilderd en laagwaardig
Noordsingel: redelijk gaaf. Dunning noodzakelijk, ondergroei ontbreekt
Schokbeton loods: vroege serie 1949. raampartijen afgedekt staat topgevel onbekend dakbedekking niet origineel
Kastanje achter woonhuis
moestuin achter loods
verwilderde binnezijde
BOUWWERKEN De bouwwerken bestaan uit een woning aan de oostzijde tegen de weg aan, een schokbeton loods, een houten garage met kap en een aanbouw aan de garage met plat dak. BAG-geregistreerd zijn het huis (1950), de loods (1950) en de garage (1981). Het woonhuis is het standaardtype woonhuis. De erven werden in koppels altijd voorzien van een woningen die afwisselend langs en haaks op de weg staan. Deze woning staat met de nokrichting parallel aan de weg, de langste gevel dus naar de weg gericht. De loodsen op het eerste deel van de Redeweg staan met de nokrichting noord-zuid gericht en dus parallelle aan de weg. De gevels van deze beide bouwwerken zijn op elkaar uitgelijnd. De voorgevel van de loods ligt gelijk aan de zijgevels van de woonhuizen. Een constellatie die veelvuldig voorkomt in de Noordoostpolder en de erven een heldere en logische indeling geeft. De houten garage staat tussen loods en woonhuis en met een nokrichting haaks op beide bouwwerken. De zijgevel is daarbij in lijn met de achtergevel van de loods. De loods zelf kent verschillende aanpassingen en toevoegingen. Zo zijn er luiken rondom en is de top van de gevels voorzien van een raster, In hoeverre de zo typerende roedever-
Schokbeton loods
woonhuis met dampaal
Woning redelijk gaaf dakbedekking niet origineel
houten garage
deling in de geveltop nog aanwezig is, is moeilijk vast te stellen. De baanderdeur aan de noordzijde is met kalkzandsteen dichtgemetseld, aan de oostzijde zijn twee doorgangen en het dak is belegd met een asbest golfplaat in plaats van de gebruikelijke rode dakpan. Het woonhuis is nog redelijk gaaf. Aan de achterzijde is een uitbouw en een houten aanbouw die afbreuk doet aan het beeld. Het dak kent een bedekking die niet origineel is.
Westsingel: ondergroei deels verwilderd en ontbrekend, uitval bomen
Tuin en erf inrichtng en gebruik niet origineel gebrekkig onderhoudsniveau geen onderscheid tussen de verschillende delen.
Oostsingel: forse ondergroei deels, dunning noodzakelijk
Zuidsingel: redelijk gaaf. Dunning noodzakelijk
Het erf in haar geheel De Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken wenste een doelmatig ingedeeld erf, waardoor een moderne, rationele bedrijfsvoering kon worden bevorderd. Maar bij de exacte indeling van het erf werd uiteindelijk ook de pachter betrokken. De boomgaard, moestuin en siertuin waren onlosmakelijk met het erf verbonden, de aanleg hiervan moesten de pachters zelf verzorgen. Z kregen van de Directie wel het advies geen siertuinen aan te leggen met kronkelige paden, rotspartijen en andere uitspattingen, omdat de tuin een duidelijk polderkarakter moest hebben met rechte lijnen, een strak gazon, enkele heestergroepen, bomen en vaste planten. De Directie stelde tuinarchitect J. Meijers aan voor advies aan de pachters, later gebeurde dit door een commissie door tuinarchitecte Mien Ruys. De moestuin en boomgaard vormden een geleidelijke overgang tussen de voortuin van de boerderij en het agrarische erf. Opvallend was het verschil in inrichting v het erf van de bouwboer en de veeboer. Veeboeren wilden hun koeien zien, de achterzijde bleef bij hen daarom vaak open en er werd geen boomgaard aangelegd. De inrit naar het erf werd oorspronkelijk door witte dam- en hekpalen gemarkeerd. Het huidige erf kent een bijzonder laag onderhoudsniveau. De inrichting en het uiterlijk sluiten niet aan bij de desteijds gestelde beeldkwaliteit.
Tegelijkertijd kent het erf daardoor wel mogelijkheden om weer in originele staat terug te keren, juist omdat er weinig toevoegingen en veranderingen zijn gepleegd.
Initiatiefnemer heeft aangegeven woonfuncties op de plek van de loods te willen en het voorhuis als recreatieve woning te willen gebruiken. In hoeverre de huidige loods geschikt is voor bewoni laat zich raden. Hergebruik van deze loodsen als woning komt voor (bijv. Oude Emmeloorderweg 18, Nagele) maar ook nieuwe vervangende schuurwoningen. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN BEELDKWALITEITSPLAN REDEWEG 4, ENS - 190823 210623
Gesloten erfsingel; 6m breed Ondergroei bijplanten, Onderhoudssnoei bomen
BEELDKWALITEIT REDEWEG 4 Het erf aan de Redeweg 4 is een redelijk gaaf erf wat mogelijkheden heeft om in oude luister hersteld te worden. Zoals eerder gesteld is de staat van onderhoud zeer laag maar met gericht maatregelen kan dit erf passend gemaakt worden in het landschap en de cultuurhistorische setting van de Noordoostpolder. Achtereenvolgens worden hier behandeld de singels, de erfinrichting en vervolgens de bouwwerken als woonhuis en loods als woning.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN BEELDKWALITEITSPLAN REDEWEG 4, ENS - 190823 210623
parkeren
Gesloten erfsingel; 6m breed Ondergroei bijplanten, essen vervangen
gazon
parkeren terras heesters
gazon
solitair (bijv. berk)
Transparante erfsingel; 6m breed essen vervangen met lindes, eik en esdoorn
heesters
heesters
terras Bebouwingsvrije zone 4m
De meest zuidwestelijke kwadrant is verder vrij in te vullen
heester
moestuin
heesters heg
De nieuwe woning in de loods wordt gericht naar het westen. Indeling van deze woning is nu onbekend maar voor het erf betekent dit dat de loods het privédeel afscheid van de rest van het erf. De bijbehorende tuin wordt uiterst terughouden vormgegeven. Siergewassen dienen vanaf de buitenkant niet waarneembaar te zijn. Dat betekent dat de singel dus weer in oude luister hersteld dient te worden.
kastanje
heg
heg
Dat betekent dus voor dit erf een uiterst logische en heldere indeling. Voor de recreatiewoning een gazon wat rond de woning doorloopt. Aan de zuidzijde van de woning een terras in verbinding met het gazon. De achterzijde van de woning bestaat uit een oprit met parkeerplaatsen. De kastanje blijft bestaan en de woning wordt middels heggen en heesters afgescheiden van het overige deel van het erf. Ten zuiden van de recreatiewoning ligt een boomgaard en eventueel een moestuin met gras als bodembedekking.
parkeren
heg
“Daar de tuinen in een polderlandschap liggen, een landschap met over het algemeen sprekende kleuren, rechte lijnen en een strakke, eenvoudige beplanting, behoren ook de tuinen zich hierbij aan te passen. Rotspartijen, slingerpaden en andere 'ornamenten' zijn hier niet op hun plaats. De opzet dient eenvoudig te zijn, zo eenvoudig zelfs dat de tuin gedurende de drukke oogstperiode nog in een verloren uurtje kan worden onderhouden. De hoofdmotieven in de tuin moeten worden gevormd door een groot gazon, wat heestergroepen, enkele bomen en een rand van vaste planten, rozen en/of zaaibloemen. De keuze van de te gebruiken soorten kan eenvoudig zijn; exoten en vooral een overmaat van coniferen dient te worden vermeden”
heg
heg
ERFINRICHTING Het erf zelf zal een scheiding tussen wonen en recreatie kunnen bewerkstelligen gelijk vroeger de scheiding tussen wonen en werken plaatsvond. Maar nu zal de scheiding meer prudent dienen te zijn. De woning dient in ieder geval goed gepresenteerd te worden als blikvanger van het erf. De inrichting zal dus in overeenstemming moeten zijn met de toenmalige principes die door de Directie werden aangehangen:
Bebouwingsvrije zone 4m
heg
SINGELS De erfsingels zijn allen tot wasdom gekomen. De noordelijke en zuidelijke singels zijn beiden redelijk gaaf maar ontbreken deels de ondergroei. Over het geheel dienen falende essen te vervangen te worden door winterlindes, gewone esdoorn en eik.. De westsingel is mede door het aanpalende agrarisch gebruik en essentaksterfte deels in slechte staat. Het middendeel kan transparant worden, bijplant van opgaande bomen is noodzakelijk. Het noordelijke deel van deze singel behoeft extra aanplant van ondergroei. De zuidelijke singel vereist onderhoudssnoei en enige aanvulling van de ondergroei. Een deel van de singel mag transparant worden. De noordelijke singel dient met ondergroei aangevuld te worden en dunning van deze singel is noodzakelijk om concurrentie van opgaande bomen te voorkomen.
Gesloten erfsingel; 6m breed Onderhoudssnoei bomen
Gesloten erfsingel; 6m breed essen vervangen met lindes, eventueel dunnen
boomgaarde Transparante erfsingel; 6m breed
Gesloten erfsingel; 6m breed Onderhoudssnoei en dunning bomen
DE BOUWWERKEN De woning is redelijk gaaf en kan feitelijk ongewijzigd dienst doen als recreatiewoning. Bij voorkeur wordt het dak opnieuw belegd met oranje dakpannen, gelijk de erven op de nummers 2 en 6. De houten aangebouwde veranda aan de achterzijde dient bij voorkeur te worden verwijderd. Hetzelfde geldt voor de aanbouw van de garage. De garage kan blijven staan. Wat betreft de loods zou behoud van het huidige bouwwerk als basis voor het woonhuis de voorkeur genieten. In principe biedt het framewerk en het volume genoeg mogelijkheden voor een woning met voldoende volume. Als deze loods blijft bestaan zal een nieuwe dakbedekking met oranje pannen in belangrijke mate bijdragen aan het traditionele beeld. Een en ander is hiernaast weergegeven in een abstracte weergave van het erf zoals het idealiter zou moeten zijn. Maar de staat van de loods is op moment van schrijven onbekend. Hergebruik als woongebouw is mogelijk en wordt voorgestaan. Bij voorkeur wordt het dak weer bedekt met pannen en dan het liefst de matte, oranje pan. PV-panelen op het westelijke vlak.
parkeren
Linde
kastanje
heg heester
gazon terras
Linde
heesters
gazon heg heesters
Esdoorn terras
moestuin
heesters
Linde Fruitbomen; appel, pruim, kers, peer Linde Esdoorn Linde
Esdoorn Linde
Singel met ondergroei
Boomlaag
Singel met doorzicht
Hortensia
Krent
Amerikaanse sering
Hamamelis
Vlinderstruik
Rode kornoelje
Chinees klokje
Sering
Boomlaag
Heesters Kruidlaag
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN BEELDKWALITEITSPLAN REDEWEG 4, ENS - 190823 210623
heesters
Bebouwingsvrije zone 4m
Esdoorn
Berk
heg
BOOMGAARD Het zuidoostelijke kwadrant wordt ingericht als boomgaard. De bomen staan op een grasveld die ook ingezaaid is met een kruiden- en bloemmengsel. Hierbij moet gedacht worden aan meerjarige duurzame zaadmengsels geschikt voor zwaardere gronden (bijv. Cruijdthoek G2 of GS). Beheer van het veld is gericht op verschraling; dus extensief. Maximaal tweemaal jaarlijks maaien (mei en oktober) en het maaisel afvoeren. De fruitbomen bij voorkeur hoogstam en zo mogelijk traditionele rassen.
heg
Linde
heg
ERFBEPLANTING De beplanting op het erf zelf is gebonden aan de aanbevelingen zoals die destijds golden voor de erven; eenvoud en geen coniferen. De heggen kunnen worden uitgevoerd met de volgende soorten: veldesdoorn, liguster, beuk of meidoorn. Als heesters kan gekozen worden voor vlinderstruik, hortensia, krent, chinees klokje, sering, amerikaanse sering, rode kornoelje of hamamelis. Borders met sierbeplanting kan direct rond het huis maar gewaakt dient te worden dat het al te uitbundig en frivool wordt. Dat is anders rond de nieuwe schuurwoning; door de afscherming van de openbare ruimte bestaat rond de nieuwe woning mogelijkheid om meer uitbundige beplanting toe te staan.
Bebouwingsvrije zone 4m
heg
AANVULLEN SINGELS De singel aan de noordzijde is vanaf de buitenzijde niet waarneembaar en vormt de afscheiding met het noordelijk gelegen dubbelerf. Aanvulling hier is voor de kwaliteit en het cultuurhistorische aspect niet bijzonder belangrijk. De ondergroei is laagwaardig en aanvulling is raadzaam maar niet van eerste belang De singel aan de westzijde behoeft daarentegen wel aanvulling. De binnenste rij is de afgelopen jaren teloor gegaan. Aanplant van nieuwe exemplaren aan de binnenzijde maakt de singel weer robuust. Daarbij zal ook op de gearceerde gedeeltes ondergroei moeten worden aangebracht. Er is echter ook ruimte voor een “venster” voor de schuurwoning. Ondergroei is hier niet noodzakelijk en initiatiefnemer kan de heesterlaag naar eigen wensen vormgeven en doorzicht creëren. Wat betreft de soorten wordt gekozen voor robuuste soorten als boomvormers; Lindes en Esdoorns. (Tilia cordata en Acer platanoides, geen ondersoort of hybriden). De ondergroei kan aangeplant worden maar bheer gericht op spontane opslag is ook mogelijk. Bij aanplant wordt gekozen voor typisch bosplantsoen; vlier, krent, hulst, hazelnoot, sleedoorn, kardinaalsmuts, sporkehout. Gestreefd moet worden naar een redelijk dichte heesterlaag met 1 exemplaar per 3 m in driehoeksverband.
Linde
heg
HERSTEL KWALITEIT EN AANVULLINGEN Initiatiefnemer heeft aangegeven de huidige loods te handhaven en te gebruiken als woonbebouwing en het woonhuis aan de buitenzijde niet te veranderen.. Daarmee wordt recht gedaan aan één van de belangrijkste cultuurhistorische aspecten van het gehele erf. De singel is daarbij wellicht het meest opvallende en waardevolle element die dit erf haar kwaliteit geeft. Om het erf ook in de toekomst zo goed als mogelijk in het landschap als cultuurhistorische entiteit te behouden is herstel en aanvulling van de singels van bijzonder belang.
Kruidlaag
Kruidenrijk grasland
Gebruikte bronnen
Colofon
Gemeente Noordoostpolder Structuurvisie Noordoostpolder 2025 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN BEELDKWALITEITSPLAN projectnummer OLA0062023
Flevoland Erfgoed - Schokbeton- of montageschuren
status: DEFINITIEF opdrachtgever: fam. Miedema /
Landschapsvisie Noordoostpolder
Erfgoednota gemeente Noordoostpolder Omgevingshuis
©
auteur: Ir. M.J. Oosterhagen. Landschapsarchitect BNT 3.021101.001
Dit rapport is vervaardigd op verzoek en in eigendom van opdrachtgever. Op dit product geldt Nederlands rechts en is vervaardigd conform de reglementen uit De Nieuwe Regeling 2011 met inachtneming van de wijzigingen 2013 Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van adviseurs, opdrachtgever en auteur. Auteur is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede schade welke voortvloeit uit de toepassing van deze productie. Opdrachtgever vrijwaart auteur voor aanspraken van derden in verband met toepassing van deze productie.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN BEELDKWALITEITSPLAN REDEWEG 4, ENS - 190823
Flevoland Erfgoed Topotijdreis Provincie Flevoland Programma Landschap van de Toekomst Gemeente Noordoostpolder Initiatieven Schokland Gemeente Noordoostpolder Beheersverordening Landelijke gebied Canon Noordoostpolder NGA architecten Groningen Nederlands Architectuur Instituut/ Het Nieuwe Instituut: van Eesteren Wikipedia: Schokbeton
Acer platanoides Noorse esdoorn
SEIZOENSKLEUREN
jan
feb
mar
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
BEPLANTINGSTYPES
Boomtypen: hoogstam bomen, meerstammige bomen, klimaatbomen, klimbomen, schaduwbomen, karakteristieke bomen, bosplantsoen TOEPASSING
Locatie: laan, park, groenstrook, bakken/containers, daktuin, grote tuin, begraafplaats, verkeer, industrie, landschap, ecologische zone, windsingel | Verharding: geen, open | Beplantingsconcepten: klimaatbeplanting, ecobeplanting, landschappelijke beplanting, schaduwtolerant, prairiebeplanting
EIGENSCHAPPEN
Kroonvorm: rond | Kroonstructuur: gesloten | Hoogte: 20 - 30 m | Breedte: 15 - 20 m | Winterhardheidszone: 4A - 9B STANDPLAATS
Wind: verdraagt wind, verdraagt matige zeewind | Grondsoort: löss, zavel, zware klei, lichte klei, zand, lemige grond | Voedselrijkdom: matig voedselrijk, voedselrijk | Bodemvochtigheid: droog, vochtig, nat | Lichtbehoefte: zon, halfschaduw, schaduw | pH-waarde: zuur, neutraal, basisch | Biodiversiteit: bijen, vlinders, vogels, kleine zoogdieren, nectarwaarde 5, pollenwaarde 5 | Extreme condities: verdraagt droogte, verdraagt luchtverontreiniging, verdraagt hitte
PLANTKENMERKEN
Bloem: tuilen, opvallend | Bloemkleur: geelgroen | Bloeitijd: april - april | Bladkleur: groen | Blad: bladverliezend, handvormig, tegenoverstaand, getand | Herfstkleur: goudgeel | Vrucht: opvallend, gevleugeld | Vruchtkleur: bruin | Bastkleur: grijszwart | Bast: gegroefd | Twijgenkleur: lichtbruin | Twijgen: kaal | Wortelstelsel: diepgaand, oppervlakkig, fijne wortels, hartwortel
Tilia cordata Winterlinde, Kleinbladige linde
SEIZOENSKLEUREN
jan
feb
mar
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
BEPLANTINGSTYPES
Boomtypen: hoogstam bomen, meerstammige bomen, klimaatbomen, klimbomen, schaduwbomen, karakteristieke bomen, bosplantsoen | Vormbomen met stam: blok, dak, etage, knot, kandelaber, lei, leischerm | Vormbomen zonder stam: cilinder, blok, zuil, haag, haagelement, lei
TOEPASSING
Locatie: straat, laan, plein, parkeerplaats, park, groenstrook, daktuin, grote tuin, begraafplaats, verkeer, industrie, landschap, ecologische zone, windsingel, kustgebied | Verharding: geen, open, dicht | Beplantingsconcepten: klimaatbeplanting, voedselbos, ecobeplanting, landschappelijke beplanting, schaduwtolerant, prairiebeplanting
EIGENSCHAPPEN
Kroonvorm: eirond | Kroonstructuur: gesloten | Hoogte: 20 - 25 m | Breedte: 10 - 15 m | Winterhardheidszone: 4A - 8B STANDPLAATS
Wind: verdraagt wind, verdraagt matige zeewind | Grondsoort: löss, zavel, lichte klei, zand, lemige grond | Voedselrijkdom: matig voedselrijk, voedselrijk | Bodemvochtigheid: droog, vochtig | Lichtbehoefte: zon, halfschaduw, schaduw | pH-waarde: zuur, neutraal, basisch | Biodiversiteit: bijen, vogels, nectarwaarde 5, pollenwaarde 5 | Extreme condities: verdraagt droogte, verdraagt luchtverontreiniging, verdraagt hitte, weinig tot zelden luisaantasting PLANTKENMERKEN
Bloem: tuilen, opvallend, opstaand, geurend | Bloemkleur: crèmegeel | Bloeitijd: juni - juli | Bladkleur: blauwgroen, onderzijde lichtgroen | Blad: bladverliezend, hartvormig, klein | Herfstkleur: geel | Vrucht: onopvallend, steenvrucht | Vruchtkleur: grijsgroen | Bastkleur: grijsbruin | Bast: licht gegroefd | Twijgenkleur: roodbruin | Twijgen: kaal | Wortelstelsel: diepgaand, compact, fijne wortels, hartwortel, wortelopslag
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens
projectnummer
230689
Pagina 2 van 29
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens 230689 De heer M. Vos Mevrouw M.W. ter Steege Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 31 juli 2023 Vigerende versie
Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres
R. Bijlsma Advies, onderzoek en planvorming De heer R. Bijlsma Wylde Tulpstrjitte 8, 9056 PW CORNJUM
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Hoogeveen Elbe 2 7908 HB Hoogeveen
Kantoor Almere Landdrostdreef 124 1314 SK Almere
Kantoor Groningen Friesestraatweg 213 A-D 9743 AD Groningen
0528 373 982
036 82 00 397
0596 633 355
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Redeweg 4 te Ens, in opdracht van R. Bijlsma Advies, onderzoek en planvorming. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2023 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2023 Ens_230689_Redeweg 4_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 3 van 29
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen ........................................................................... 5
2.
INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................. 10
2.1 2.2 2.3
Bronnenonderzoek ...................................................................................................................... 10 Veldinspectie ............................................................................................................................... 10 Toetsing ...................................................................................................................................... 10
3.
EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING ............................................................ 11
3.1 3.2 3.3
Natura 2000 ................................................................................................................................ 11 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 12 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 13
4.
EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Flora ............................................................................................................................................ 15 Broedvogels ................................................................................................................................ 15 Vleermuizen ................................................................................................................................ 18 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 19 Overige soorten ........................................................................................................................... 19 Rode Lijst soorten........................................................................................................................ 20
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 21
5.1 5.2 5.3 5.4
Gebiedsbescherming ................................................................................................................... 21 Soortenbescherming ................................................................................................................... 21 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 22 Verantwoording .......................................................................................................................... 23
GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 24 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Flevoland 2 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten 3 Uittreksel NDFF 4 Uittreksel NDFF Rode Lijst
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 4 van 29
1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het projectgebied en de beoogde ontwikkeling.
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om inpandige delen van de schuur te slopen ter plaatse van Redeweg 4 te Ens. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.
1.2
Wettelijk kader
Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Aangezien voor voorliggend project geen bomen worden gekapt, is het aspect beschermde houtopstanden niet relevant. De quickscan gaat uitsluitend in op de onderdelen gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN) en soortenbescherming. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig.
Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen. Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 5 van 29
Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Flevoland is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Rode lijst soorten Met de ingang van de te verwachten Omgevingswet (verwachte ingangsdatum 1 juli 2023) dient aandacht besteed te worden aan activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Deze regels gaan gelden in artikel 11.27 (specifieke zorgplicht soorten).
Hierbij dient voorafgaand van de activiteit nagegaan te worden of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van rode lijst soorten, genoemd in bijlage IX of in rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19
1.3
Projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen
Huidige situatie projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de Redeweg 4 te Ens en bestaat uit een schuur achter een woonhuis (zie figuur 1.1). Het betreft een bestaande schuur met opslag. Het betreft een gebouw met een golfplaten dak en gevels die zijn opgebouwd met betonklinkers en betonplaat. Binnen de schuur zijn de gevels volledig geïsoleerd met isolatieschuim. Rond de schuur zijn borders, verhardingen en kruidachtige plantensoorten aanwezig. Oppervlaktewater is afwezig binnen het projectgebied. Figuren 1.2, 1.3, 1.4 en 1.5 geven een impressie van het projectgebied.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 6 van 29
Figuur 1.1 Projectgebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).
Figuur 1.2 Noordoostzijde van de schuur.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 7 van 29
Figuur 1.3 Westzijde van de schuur.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 8 van 29
Figuur 1.4 Zuidzijde van de schuur.
Figuur 1.5 Zuidoostzijde van de schuur.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 9 van 29
Figuur 1.6 Binnenzijde van de geïsoleerde schuur.
Voorgenomen ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om inpandige delen van de schuur te slopen. Wanneer de werkzaamheden staan gepland is nog niet bekend.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 10 van 29
2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaan uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het projectgebied.
2.1
Bronnenonderzoek
Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het projectgebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 23 juni 2023 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2022) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van één kilometer rond het projectgebied. Zie voor het volledige overzicht bijlage 3: Uittreksel NDFF. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens en verspreidingsatlassen (Broekhuizen et al., 2016; Dietz et al., 2011; ravon.nl en verspreidingsatlas NDFF). Uit het bronnenonderzoek komen de volgende beschermde zoogdiersoorten naar voren: otter. Daarnaast zijn waarnemingen van diverse vogelsoorten met een jaarrond beschermde nest/rustplaats bekend, waaronder buizerd en ooievaar (zie bijlage 3). Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het projectgebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.
2.2
Veldinspectie
Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het projectgebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. Het projectgebied en de directe omgeving zijn onderzocht door een ecoloog van Eco Reest. Het veldbezoek vond overdag plaats op 23 juni 2023. Tijdens de inventarisatie waren de omstandigheden als volgt: (droog, onbewolkt, windkracht 1 Bft, temperatuur 21°C).
2.3
Toetsing
Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 11 van 29
3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING 3.1
Natura 2000
Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Ketelmeer & Vossemeer en Zwarte Meer, op respectievelijk 2,2 en 4,1 kilometer afstand (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode ster) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (groen en blauw) (Bron: RIVM, 2022 - AERIUS Calculator).
Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie woningbouw in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is er geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking. Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa zes kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000gebieden. Ook ontbreken ecologische relaties tussen het projectgebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gebonden aan specifieke biotopen (Min LNV, 2022). De doelsoorten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Ketelmeer & Vossemeer) zijn voornamelijk gebonden aan open water en (riet)moerassen.
Dergelijke biotopen zijn niet binnen en in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig. Gezien de habitateisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het projectgebied (afwezigheid van open water en Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 12 van 29
moerassen) worden de doelsoorten niet binnen en in de directe omgeving van het projectgebied verwacht. Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) verstoring op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Eventuele trillingen hebben gezien het geringe trillingseffect van circa 50 meter (Gemeente Utrecht, 2003) geen effect op de verder gelegen Natura 2000-gebieden. De tijdelijke realisatiefase en het toekomstig gebruik kunnen zorgen voor extra stikstofdepositie. De overige effecten verontreiniging en verdroging zijn gezien de uitvoeringswijze (wo. milieueisen machinerie) niet aan de orde. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de realisatiefase stikstofdepositie ontstaan. Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cvinstallaties, in het verkeer of door inzet van mobiele machines. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Toetsingskader Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor de te beschermen soorten en habitats. Natura 2000-gebieden zijn onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en de bescherming ervan is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb (art.
2.7) verplicht vooraf te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden (significant) negatieve effecten kunnen hebben. Voor het stikstofaspect wordt het rekenmiddel AERIUS Calculator gebruikt om de te verwachten stikstofdepositie (NOx) te berekenen. Voor het betreffende project wordt geadviseerd om een berekening van de realisatiefase te maken om inzichtelijk te maken of sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Afhankelijk van de uitkomsten van de berekening zijn vervolgstappen aan de orde. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr), is geen vergunning nodig. In dat geval kan project worden uitgevoerd zonder verdere vervolgstappen met betrekking tot de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen zoals een nadere ecologische beoordeling (voortoets stikstof), saldering en/of een vergunning aan de orde.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Ligging projectgebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het projectgebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 800 meter afstand. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (> 800 meter), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 13 van 29
Figuur 3.2 Ligging projectgebied (zwarte stip) ten opzichte van het NNN (groen) (Bron: Provincie Flevoland, 2023).
3.3
Natuur buiten het NNN
In de provincie Flevoland zijn enkele gebieden aangewezen als kiekendieffoerageergebied. Het dichtstbijzijnde aangewezen foerageergebied ligt circa 31 kilometer ten zuidwesten van het projectgebied. Dit foerageergebied is gelegen aan de noordzijde van de A6, ter hoogte van de zuidoostzijde van de Oostvaardersplassen (figuur 3.3). Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>30 kilometer) en het tussenliggende gebied dat een afschermende werking heeft, is geen sprake van aantasting van het kiekendieffoerageergebied (zie figuur 3.3). Vervolgstappen ten aanzien van het kiekendieffoerageergebied zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 14 van 29
Figuur 3.3 Ligging projectgebied (zwarte stip) ten opzichte van het kiekendieffoerageergebied (paars gestreept) (Bron: Provincie Flevoland, 2019).
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 15 van 29
4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1
Flora
De veldinspectie is uitgevoerd binnen het bloeiseizoen van vele soorten planten. Daarom is er op basis van de terreinkenmerken en aangetroffen soorten een goed beeld verkregen van de potentie voor beschermde soorten. Gedurende de veldinspectie zijn geen beschermde soorten waargenomen. De schuur is gelegen in de tuin en er zijn rondom de schuur diverse soorten van voedselrijke omstandigheden aangetroffen, waaronder speerdistel, Engels raaigras grote brandnetel en paardenbloem. Ook staan er veel tuinplanten in de plantvakken naast de schuur. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (voedselrijk en aanplanting) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.
4.2
Broedvogels
De veldinspectie is uitgevoerd binnen het broedseizoen van vogels. Broedende vogels zijn daardoor goed waar te nemen. Er kan op basis van de veldinspectie een goed beeld verkregen worden van geschiktheid voor vogelsoorten. Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1-4) Binnen het projectgebied zijn geen bomen aanwezig. In directe omgeving van het projectgebied zijn wel bomenrijen aanwezig. Nesten van boom broedende vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de in de omgeving bekende torenvalk, zijn in de directe omgeving niet aangetroffen. Torenvalk is niet zelf in staat om een nest te maken, maar maakt gebruik van oude kraai- en eksternesten of torenvalkkasten. Omdat er ook geen nesten van kraaien/ekster zijn aangetroffen en de afwezigheid van torenvalkkasten, kan ook torenvalk worden uitgesloten. In de aanwezige schuur zijn sporen van uilen in de vorm van braakballen aangetroffen (zie figuur 4.1). De schuur heeft een open toegang aan de zuidgevel (zie figuur 4.2). Deze toegang is geschikt voor uilen om binnenin de schuur te komen. In de schuur hangen diverse stalen buizen waar een uil op kan rusten (zie figuur 4.3). Hiermee is de schuur geschikt als roestplaats voor uilen. Vaak bevinden roestplaatsen zich op beschutte plaatsen, bijvoorbeeld in gebouwen of bomen. Een roestplaats is een plaats waar vogels slapen (roesten).
De schuur biedt vanwege het ontbreken van schuilmogelijkheden geen geschikte ruimte voor een nestplaats. Tijdens het veldbezoek is dan ook geen nestplaats aangetroffen. Het is op basis van deze quickscan niet mogelijk om te bepalen welke uilensoort gebruik maakt van de schuur. Er zijn verschillende mogelijkheden, namelijk: Kerkuil De kerkuil is een bewoner van (half)open landschappen, veelal boerenland. Hij vestigt zich graag in gebouwen zoals schuren of kerktorens. Daar zoekt hij rustige, donkere schuilhoekjes als roestplaats voor overdag en als nestplaats (Vogelbescherming, Z.D.). Steenuil Steenuilen zijn sterk verbonden aan het kleinschalige agrarische cultuurlandschap. Steenuilen verblijven het hele jaar in hun territorium. Het jachtgebied van de steenuil bestaat uit open terrein waarbij er het gehele jaar door lage vegetatie aanwezig is. Tevens moeten er voldoende zit- en schuilplaatsen aanwezig zijn. Zoals paaltjes, oude bomen en schuren (Vogelbescherming, 2021). Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 16 van 29
Steenuilen eten bijna uitsluitend veldmuizen, soms een vogeltje en kevers. Kerkuilen eten heel divers, waaronder alle soorten muizen, amfibieën en vogels. Voor de voorgenomen werkzaamheden in de schuur zijn vervolgstappen aan de orde met betrekking tot de roestplaats van uilen.
Figuur 4.1. Braakballen binnen de schuur.
Figuur 4.2. Opening in zuidgevel.
Figuur 4.3. Potentiële roestplaats binnen de schuur.
Overige gebouw gebonden vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Aan de binnen- en buitenzijde van de schuur zijn geen nesten van boerenzwaluw aangetroffen. De schuur is van binnenuit volledig geïsoleerd, waardoor balken eveneens in isolatieschuim gepakt zijn. Hierdoor is de binnenzijde van de schuur ongeschikt voor boerenzwaluw om nestplaatsen te bouwen. De buitenzijde is echter wel geschikt als potentiële nestlocatie voor boerenzwaluw. Bovenop de rails van de schuifdeur aan de noordzijde kunnen nesten van boerenzwaluw gebouwd worden. Hoewel er tijdens het veldbezoek geen nesten van boerenzwaluw hier zijn aangetroffen, kan het mogelijk zijn dat in een volgende broedseizoen nieuwe nesten gebouwd worden op deze locatie. Indien werkzaamheden worden uitgesteld tot het broedseizoen van het jaar 2024 (globaal vanaf maart tot september), dient voorafgaand aan de werkzaamheden nogmaals een nestencheck uitgevoerd te worden ten behoeve van boerenzwaluw. De huismus en gierzwaluw zijn uitgesproken standvogels die meestal dichtbij de broedlocatie aanwezig blijft. Jaren achtereen gebruiken ze dezelfde nestplaats. In de regel is de nestplaats gebonden aan bebouwing. Zij broeden voornamelijk in steden en dorpen waar ze zich nestelen in Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 17 van 29
ventilatieschachten, spleten in de muur, tussen houten balken of onder dakpannen. De voorkeur gaat uit naar wat oudere woonwijken. (BIJ12, 2023). Het dak van deze schuur bestaat uit een balkenstructuur met golfplaten dakbedekking. De binnenzijde van het dak is volledig geïsoleerd met isolatieschuim. De ruimte tussen de golfplaten dakbedekking en dakplaten zijn bij de onderzijde van de platen ontoegankelijk voor huismus om tot broeden te komen (zie figuur 4.4). Voor gierzwaluw ontbreekt het eveneens aan geschikt nestgelegenheid door het ontbreken van toegangsmogelijkheden. Deze soorten worden derhalve uitgesloten binnen het projectgebied. Vervolgstappen ten aanzien van huismus en gierzwaluw is bij de voorgenomen werkzaamheden niet nodig.
Figuur 4.4 Onderzijde golfplaten gedicht met voegwerk.
Overige soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Soorten van categorie 5a en b zijn honkvaste broeders, maar doorgaans voldoende flexibel om elders een nest te bouwen. Indien sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen zijn nesten van categorie 5a en b ook jaarrond beschermd. De schuur is potentieel geschikt voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 5a en b), zoals huiszwaluw. Onder de overstek is geschikt nestmogelijkheid aanwezig voor huiszwaluw om een nest te bouwen. In de directe omgeving is weinig bebouwing aanwezig. Voldoende nestmogelijkheid voor huiszwaluw is niet voorhanden. Hoewel er tijdens het veldbezoek geen nesten van huiszwaluw zijn aangetroffen, kan het mogelijk zijn dat in een volgende broedseizoen nieuwe nesten gebouwd worden op deze locatie. Indien werkzaamheden worden uitgesteld tot het broedseizoen van het jaar 2024 (globaal vanaf maart tot september), dient voorafgaand aan de werkzaamheden nogmaals een nestencheck uitgevoerd te worden ten behoeve van huiszwaluw. Soorten zonder jaarrond beschermd nest Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied kunnen vogels in het aanwezige opgaand groen en bij de schuur tot broeden komen. Tijdens het veldwerk is een nestlocatie van witte kwikstaart aangetroffen bovenop de rails van de schuifdeur aan de noordgevel (zie figuur 4.5).
Op dit nest is een jonge witte kwikstaart waargenomen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Indien werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal is het broedseizoen vanaf maart tot september) worden uitgevoerd, kunnen negatieve effecten op broedvogels worden uitgesloten. Indien werkzaamheden binnen het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd, kan dit wel leiden tot verstoring / vernieling van in gebruik zijnde nesten van broedvogels. Indien werkzaamheden worden uitgesteld tot het broedseizoen van het jaar 2024 (globaal vanaf maart tot september), dient voorafgaand aan de werkzaamheden nogmaals een nestencheck uitgevoerd te worden ten behoeve van in gebruik zijnde niet jaarrond beschermde nesten. Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 18 van 29
Figuur 4.5 Nestlocatie van witte kwikstaart binnen projectgebied (links) en jong in nest met ouder op het dak (rechts).
4.3
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek bleek dat de opening in de gevel aan de zuidzijde van de schuur toegang biedt voor vleermuizen tot potentiële verblijfplaatsen binnen de schuur, zoals gewone grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis. Gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis De gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis leven zowel binnen als buiten stedelijk gebied, in gebouwen en in boomholtes. Voor bebouwing geldt dat de gewone grootoorvleermuis vaak op zolders en achter daklijsten wordt aangetroffen. De gewone dwergvleermuis voornamelijk in spouwmuren, gevelbetimmering en onder daken. Foerageergebieden bevinden zich voornamelijk in bos en langs bosranden (Dietz et al., 2011). Hoewel de binnenzijde van de schuur volledig geïsoleerd is met isolatieschuim, zijn er sporadisch nog kieren aanwezig die geschikt van voor vleermuizen om tussen te kruipen (zie figuur 4.6).
Figuur 4.6 Aanwezige kier tussen isolatieschuim en balkstructuren.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 19 van 29
Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen deze mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast en/of verstoord worden. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk om eventuele verblijfplaatsen vast te stellen dan wel te kunnen uitsluiten. Vliegroute De bomenrijen in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving betreft het geen essentiële vliegroutes. Bovendien worden bij de werkzaamheden deze mogelijke vliegroutes niet aangetast. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde. Foerageergebied Het projectgebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen (NDFF, 2022). Aangezien de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.
4.4
Grondgebonden zoogdieren
Grondgebonden zoogdieren zonder een provinciale vrijstelling Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren (zonder provinciale vrijstelling), zoals bever, das, veldspitsmuis, waterspitsmuis en eekhoorn worden op basis van de habitateisen, de terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Binnen het projectgebied ontbreekt het aan geschikt biotoop voor deze soorten. Er is geen dichte begroeiing aanwezig, holtes van burchten, nesten of holtes in bomen zijn niet aangetroffen. Ook zijn tijdens het veldbezoek geen sporen (bv. uitwerpselen, prooiresten, wissels, knaagsporen) aangetroffen die duiden op aanwezigheid van dergelijke soorten. Vaste verblijfplaatsen van steenmarter worden niet verwacht vanwege afwezigheid van geschikte schuilmogelijkheden in de vorm van onder meer takken- en steenhopen, holtes in oevers en -toegankelijke- schuilplekken in bebouwing. Ook zijn tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen die duiden op (frequente) aanwezigheid zoals prooiresten, uitwerpselen en spraints. Gezien de levenswijze met vooral nachtelijke activiteiten en aanwezigheid van voldoende foerageergebied in de nabije omgeving, is geen sprake van aantasting en verstoring van essentieel leefgebied. Negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op grondgebonden zoogdieren zonder provinciale vrijstelling zijn zodoende uitgesloten.
Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van beschermde grondgebonden zoogdieren is zodoende niet aan de orde. Overige grondgebonden zoogdieren met een provinciale vrijstelling In het projectgebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals huismuizen te verwachten. De verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten of soorten die alleen onder de zorgplicht vallen waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen. Wel blijft te allen tijde de zorgplicht gelden.
4.5
Overige soorten
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater (in de ruime omgeving) worden vissen en (voortplantingsbiotoop van) amfibieën en libellen uitgesloten (zie ook paragraaf 4.1). Gelet op de Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 20 van 29
terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde reptielen, vlinders en overige ongewervelden ter plaatse van het projectgebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde.
4.6
Rode Lijst soorten
Bij ingang van de omgevingswet op 1 januari 2024, geldt ook voor Rode Lijst soorten een specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal). Het projectgebied bestaat uit een schuur buiten de bebouwde kom, waarbij oppervlaktewater ontbreekt. In de tuinen rondom de schuur is sprake van ruderale vegetatie. De vegetatie bestaat voornamelijk uit voedselrijke plantensoorten op vochtige open bodem, zoals speerdistel. Rode lijst soorten flora en schimmels worden zodoende niet in tuinen van de schuur verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van rode lijst soorten zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Redeweg 4 te Ens (kenmerk: 230689 v1.0)
Pagina 21 van 29
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 2,2 kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten. Geadviseerd wordt een AERIUS-berekening voor de realisatiefase te maken om inzichtelijk te maken of sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland en Kiekendieffoerageergebieden Het projectgebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). In de provincie Flevoland zijn enkele gebieden aangewezen als kiekendieffoerageergebied. Het dichtstbijzijnde aangewezen foerageergebied ligt circa 31 kilometer ten zuidwesten van het projectgebied. Dit foerageergebied is gelegen aan de noordzijde van de A6, ter hoogte van de zuidoostzijde van de Oostvaardersplassen. Het voorgenomen plan heeft gezien de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd:
Het projectgebied is geschikt als roestplaats voor uilen, zoals kerkuil en steenuil. Bij de voorgenomen werkzaamheden kunnen roestplaatsen verloren gaan. Dit kan leiden tot een overtreding op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Om te bepalen of vervolgstappen nodig zijn ten aanzien van roestplaatsen van uilen, is nader onderzoek noodzakelijk. Overige jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels kunnen binnen het projectgebied worden uitgesloten. Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied kunnen niet jaarrond beschermde nesten voorkomen in aanwezig opgaand groen en bij de schuur. Alle in gebruik zijnde nesten van vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd. Indien werkzaamheden binnen het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd, kan dit leiden tot verstoring / vernieling van in gebruik zijnde nesten van broedvogels. Indien werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd, vinden er geen negatieve effecten plaats. Verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en grootoorvleermuizen zijn op voorhand niet uit te sluiten binnen het projectgebied. Nader onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen werkzaamheden vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en grootoorvleermuizen verloren gaan. Mogelijk vormt het projectgebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied.