CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

23.1b Bestemmingsplan Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel.pdf

Gemeenteraad 30 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 23: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel23.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uw Project

Zwaagdijk 213 Zwaagdijk-Oost (BM5515)

Certificaat

2023108810

Toetsing

BoToVa T13 kwaliteit van grondwater volgens Wbb (water)

Versie

2.0.24

Toetsingsdatum

18 August 2023 09:59

Is Diep grondwater

Nee

Analyse

PB1, 01-1: 200-300

Eenheid

G.W.

RG

G.S.S.D

Oordeel

S

T

I

625

Metalen Barium (Ba)

Mg/l

^0

14

-

20

50

338

Cadmium (Cd)

Mg/l

^.20

0.14

-

0.2

0.4

3.2

6

Kobalt (Co)

Mg/l

^.0

1.4

-

2

20

60

100

Koper (Cu)

Mg/l

^.0

1.4

-

2

15

45

75

Kwik (Hg)

Mg/l

^.050

0.035

-

0.05

0.05

0.175

0.3

Molybdeen (Mo)

Mg/l

^.0

1.4

-

2

5

152

300

Nikkel (Ni)

Mg/l

0.0

2.1

-

3

15

45

75

Lood (Pb)

Mg/l

0.0

1.4

-

2

15

45

75

Zink (Zn)

Mg/l

13

13

-

10

65

432

800

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen

Mg/l

0.20

0.14

-

0.2

0.2

15.1

30

Tolueen

Mg/l

0.31

0.31

-

0.2

7

503

1000

Ethylbenzeen

Mg/l

0.20

0.14

-

0.2

4

77

150

Xylenen (som) factor 0,7

Mg/l

0.63

0.64

> SW

0.2

0.2

35.1

70

Naftaleen

Mg/l

0.020

0.014

-

0.02

0.01

35

70

Styreen

Mg/l

<0.20

0.14

-

0.2

6

153

300

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan

Mg/l

<0.20

0.14

-

0.2

0.01

500

1000

Trichloormethaan

Mg/l

<0.20

0.14

-

0.2

6

203

400

Tetrachloormethaan

Mg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

5

10

Trichlooretheen

Mg/l

0.20

0.14

-

0.2

24

262

500

Tetrachlooretheen

Mg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

20

40

1,1-Dichloorethaan

Mg/l

<0.20

0.14

-

0.2

7

454

900

1,2-Dichloorethaan

Mg/l

<0.20

0.14

-

0.2

7

204

400

1,1,1-Trichloorethaan

Mg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

150

300

1,1,2-Trichloorethaan

Mg/l

0.10

0.07

-

0.1

0.01

65

Tribroommethaan

Mg/l

<0.20

0.14

Vinylchloride

Mg/l

<0.10

0.07

-

0.2

0.01

2.5

5

1,1-Dichlooretheen

Mg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

5

10

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

Mg/l

0.14

0.14

-

0.2

0.01

10

20

Dichloorpropanen som factor 0.7

Mg/l

0.42

0.42

-

0.6

0.8

40.4

80

Mg/l

<50

35

-

50

50

325

600

130 630

Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40)

Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008)

Mg/l

1.37

Eurofins Nr.

Monsteromschriiving

Datum Monstername

Eindoordeel

M2M-202300179156

PB1, 01-1: 200-300

24-07-2023

Overschrijding Streefwaarde

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

RG

< streefwaardetew2000 of RG

S

Streefwaarde/aw2000

T

Tussenwaarde (T)

I

> Interventiewaarde (I) ^ Streefwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

> SW

> Streefwaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Page 1 of 1

EOS Westermeerdijk Omgevingsrapportage

Bodem ŪLocaties

Ondergrond

Z Kadastraal perceel topografie I I Selectie

Pagina 1 van 34

20-07-2023

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding HBB: WESTERMEERWEG 35 Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 34

20-07-2023

Leeswijzer In Flevoland worden regelmatig verontreinigingen in de bodem aangetroffen. In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) heeft de provincie Flevoland een aantal wettelijke taken. De provincieverkrijgt in het kader van deze wettelijke taken bodemgegevens. Deze administratieve gegevens worden opgeslagen in een bodeminformatiesysteem. Bij het plannen en uitoefenen van werkzaamheden is het van belang dat men al vroegtijdig rekening houdt met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. In dit document wordt een overzicht gegeven van locaties binnen het geselecteerde gebied, waarover bij de provincie Flevoland bodeminformatie bekend is. De informatie in dit document is verdeeld over twee delen: 1. Algemene informatie: Het geselecteerde gebied, Bodemverontreiniginglocaties en Potentieel bodemverontreinigende activiteiten 2. Detailinformatie (per locatie): Algemene gegevens, Afgegeven beschikking(en), Historische bedrijfsactiviteit(en), Uitgevoerde bodemonderzoek(en), Aangetroffen verontreinigingen, Uitgevoerde saneringen en Restverontreiniging 3. Overige informatìe: Topografie, Luchtfotos en Asbest Het kan voorkomen dat bepaalde informatìe niet beschikbaar is. In dat geval wordt daar melding van gemaakt. Als u vragen heeft over de geleverde bodeminformatìe, kunt u emailen naar info@ofgv.nl of bellen naar 088-6333000.

Pagina 3 van 34

20-07-2023

Locatie: HBB: WESTERMEERWEG 35

Locatie Adres

Westermeerweg 35 8311PE Espel

Locatiecode

AA017101961

Locatienaam

HBB: WESTERMEERWEG 35

Plaats

Noordoostpolder

Locatiecode bevoegd gezag WBB

FL017101956

Status Vervolg WBB

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Is van voor 1987

Eigenaar

Flevoland

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende activiteiten Activiteit

Start

Einde

Vervallen

Benoemd

Verontreinigd

Spoed

bestrijdingsmiddelenopslagplaats

1982

9999

Nee

Nee

Nee

dieseltank (bovengronds)

1982

9999

Nee

Nee

Nee

hbo-tank (ondergronds)

1972

9999

Nee

Nee

Nee

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 4 van 34

20-07-2023

Asbest locaties

Agrarische-gebouwen A

Hinderwetvergunningen

A

H i sto ri s c h ejũ e d rijfs a ctivite ite n A

Gemeentejūūuwperiūde Almere 1378-1 984

Lelystad 1970-1983

Urk 1945-1970

Biddinghuizen 1963-198 ū YS/A

Lelystad vanaf 1983

Urk 1970-1980

V.//-À

Biddinghuizen 1 980-1 990 ^^23

NOP 1945-1960

Urk 1980-1990

kíŵìS

Biddinghuizen vanaf 1 998

NOP 1961-1983

Urk vanaf 1990

IŬÅ6J

Drenten 1983-1988

NOP vanaf 1983

Urk voor 45

Drenten 1980-1998

Swifterbant 1 963-1980

Zeewelde 1979-1983

'õŵ’S

Drenten vanaf 1990

Swifterbant 1 980-1990 KŵSi Zeewolde vanaf 1983

Krťŵl

Lelystad 1945-1 969

S witte rb a nt vanaf 1990

Pagina 5 van 34

20-07-2023

Asbestdakeninventarisatie

niet zichtbaar

deels verdacht golfplaat

deels niet zichtbaar

verdacht golfplaat

niet verdacht

deels verdacht leisteen

verdacht leisteen

Pagina 6 van 34

20-07-2023

Luchtfoto 1947

Pagina 7 van 34

20-07-2023

Pagina 8 van 34

20-07-2023

Luchtfoto 1960

Pagina 9 van 34

20-07-2023

Luchtfoto 1971

Pagina 10 van 34

20-07-2023

Luchtfoto 1981

Pagina 11 van 34

20-07-2023

Pagina 12 van 34

20-07-2023

Pagina 13 van 34

20-07-2023

Luchtfoto 2000

Pagina 14 van 34

20-07-2023

PROVI NCI E

Pagina 15 van 34

20-07-2023

Flevolan D

PROVI NCI E

Pagina 16 van 34

20-07-2023

Flevolan D

Pagina 17 van 34

20-07-2023

PROVI NCI E

Pagina 18 van 34

20-07-2023

Flevolan D

PROVI NCI E

Pagina 19 van 34

20-07-2023

Flevolan D

Pagina 20 van 34

20-07-2023

PROVI NCI E

Pagina 21 van 34

20-07-2023

Flevolan D

PROVI NCI E

Pagina 22 van 34

20-07-2023

Flevolan D

PROVI NCI E

Luchtfoto 2014

Pagina 23 van 34

20-07-2023

Flevolan D

PROVI NCI E

Luchtfoto 2015

Pagina 24 van 34

20-07-2023

Flevolan D

PROVI NCI E

Pagina 25 van 34

20-07-2023

Flevolan D

PROVI NCI E

Luchtfoto 2017

Pagina 26 van 34

20-07-2023

Flevolan D

Luchtfoto 2018

Pagina 27 van 34

20-07-2023

PROVI NCI E

Pagina 28 van 34

20-07-2023

Flevolan D

Pagina 29 van 34

20-07-2023

PROVI NCI E

Luchtfoto 2021

Pagina 30 van 34

20-07-2023

Flevolan D

De bodeminformatie is met de grootste zorg ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat deze informatie verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Flevoland acht zich niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. U helpt de provincie door eventuele geconstateerde fouten of gebreken te melden. Per 1 januari 2013 wordt, in opdracht van de provincie Flevoland, de bodeminformati'e bijgehouden door de omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek.

Pagina 31 van 34

20-07-2023

Toelichting Toelichting op overzicht historisch bodembestand (HBB) Tussen 2005 en 2007 heeft de provincie Flevoland een inventarisatie laten uitvoeren van potentieel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen. Voor de inventarisatie is gebruik gemaakt van twee archieforonnen, te weten: 1. Het archief van de Kamers van Koophandel in de provincie. 2. De op grond van de Hinderwet aan bedrijven verleende vergunningen. Met beide bronnen wordt ruwweg de tijdsperiode 1950 tot 2000 gedekt. Uit de enorme hoeveelheid informatie die in de genoemde bronnen ligt opgeslagen, is een selectie gemaakt. Met deze inventarisatie kan worden bekeken of er in het verleden bodembedreigende bedrijfsactiviteiten op een perceel hebben plaatsgevonden. Naast informatie over potentieel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen is bij de Provincie Flevoland ook andere informatie bekend over het (historische) bodemgebruik. Het betreft de: » De historische luchtfoto's van Flevoland (http://historische-luchtfoto.flevoland.nl); » De asbestverdenkingenkaart (http://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/).

Toelichting op de Historische luchtfoto's In het verleden kan door bedrijfsactiviteiten de bodem verontreinigd zijn. Hoe de bodem in het verleden gebruikt is, is terug te zien op de historische luchtfoto's.

Toelichting op de Asbestverdenkingenkaart De provincie Flevoland heeft in verband met mogelijke bodemverontreiniging in 2004 archiefonderzoek laten verrichten naar het (mogelijk) voorkomen van asbest in gebouwen en/of in de bodem. De doelstellingen van dit onderzoek waren: » Inzichttekrijgen in de omvang van asbestverontreinigingin gebouwen en de bodem; » De ligging van asbestverdachte locaties te bepalen. De locaties staan weergegeven op de provinciale website en zijn direct opvraagbaar via de link http://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/. Het bijbehorende rapport "Asbestonderzoek Flevoland" is op deze pagina te raadplegen onder kopje "Achtergrondinformatie". De asbestverdenkingenkaart is te gebruiken om te bepalen of er een kans bestaat dat asbest aanwezig is in gebouwen en/of in de bodem. Vooral bij de uitvoering van Historisch onderzoek, bijvoorbeeld in het kader van bodemonderzoek of gebiedsontwikkeling is deze informatie van belang. Op de kaart zijn asbestverdachte locaties of gebieden weergegeven. In de kaart worden de volgende categorieën onderscheiden: » (Woning-)Bouwperiode » Agrarische gebouwen » Hinderwetvergunningen » Historische bedrijfsactiviteiten Vervolgonderzoek moet uitwijzen of daadwerkelijk asbest in gebouwen en/of in de bodem aanwezig is. Aanbevelingen voor verder onderzoek zijn: » raadpleeg bouwvergunningen.

Dit kan op individueel perceelsniveau, maar ook op wijkniveau als een breder onderzoek naar de toepassing van asbest als bouwmateriaal relevant wordt geacht. « voer gericht dossieronderzoek uit naar herstructureringsplannen, dossiers bouwrijp maken, eventueel in combinatie met interviews met betrokken ambtenaren. Hieruit kan blijken waar asbestafval (sloop gebouwen, verwijderde wegfunderingen en waterleidingbuizen) terecht is gekomen. » voer zonodig luchtfoto- en kaartonderzoek uit naar dempingen, erfverhardingen en afgebroken boerderijen (vooral interessant in combinatie met nabijgelegen gedempte watergangen).

Toelichting op detailinformatie WBB-locaties Algemene informatie

In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) heeft de provincie Flevoland een aantal wettelijke taken. De provincie verkrijgt in het kader van deze wettelijke taken bodemgegevens. Deze administratieve gegevens worden opgeslagen in een bodeminformatiesysteem. Deze informatie betreft: » Algemene locatiegegevens » Afgegeven beschikking(en) » Historische bodembedreigende bedrijfsactiviteiten « Uitgevoerde bodemonderzoeken » Aangetroffen verontreinigingen

Pagina 32 van 34

20-07-2023

» Uitgevoerde (deel-)saneringen « Restverontreinigingen » Historische bedrijfsactiviteiten (HBB)

Algemene locatiegegevens Basisgegevens

Alle bij de Provincie bekende locaties, waar (mogelijk) sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb- locaties), zijn ingevoerd in het Bodem Informatie Systeem. Ook locaties, waarbij in een ander wettelijk kader bodemverontreiniging is geconstateerd, worden door provincie geregistreerd. Van deze locaties worden de volgende gegevens geregistreerd: » Ligging (adresgegevens); » Kadervan aanpak (vrijwillige ofvan overheidswege onderzoek/saneringwordt uitgevoerd); » Land- of waterbodemverontreiniging; » Milieuhygiënische beoordeling (ernst, spoed, goedkeuring saneringsplan, instemming saneringsresultaat/nazorgplan); « Vervolgactie. Fasering van de aanpak

Bij de aanpak van een (vermoeden van) bodemverontreiniging, worden in het algemeen de volgende fasen doorlopen: 1. Het historisch onderzoek; daarin worden gegevens over het mogelijk ontstaan van bodemverontreiniging worden verzameld. 2. Het oriënterend onderzoek; daarin worden op de meest verdachte plaatsen monsters genomen, die in een laboratorium op de verdachte stoffen worden geanalyseerd. 3. Het nader onderzoek; daarin wordt de bodemverontreiniging afgebakend. 4. Het saneringsplan; daarin wordt de beschreven hoe de bodem gesaneerd gaat worden. 5. Het evaluatieverslag; daarin worden de bereikte saneringsresultaten vastgelegd

Afgegeven beschikking(en) Beschikking

In een beschikking geeft de overheid haar oordeel over onderwerpen als de ernst van een bodemverontreiniging, de urgentie en het tijdstip van de sanering, het saneringsplan en het evaluatieverslag van de sanering. De beschikking op het saneringsplan kan gezien worden als een vergunning. Ernstige bodemverontreiniging

De Wet bodembescherming geeft regels hoe om te gaan met een ernstige bodemverontreiniging. De provincies en de grote gemeenten zijn het bevoegde gezag; zij zijn door de wet aangewezen om toe te zien op een juiste aanpak. Spoedeisendheid sanering

De Wet bodembescherming onderscheidt al dan niet spoedeisende ernstige bodemverontreinigingen. Om over de spoed te kunnen beslissen is informatie nodig over de risico's van de bodemverontreiniging en de snelheid waarmee de verontreinigende stoffen zich met het grondwater verspreiden. De risico's zijn gebaseerd op het huidige of het voorgenomen gebruik van de bodem. Een voorbeeld: de bodem is ernstig verontreinigd met zware metalen. De zware metalen lossen niet op in het regenwater. De sanering is niet urgent als de bodem gebruikt wordt als parkeerterrein. De sanering is wel urgent als de bodem als kinderspeelplaats of groentetuin wordt gebruikt. Tijdelijke beveiligingsmaatregelen

Als een sanering spoedeisend is, maar nog niet direct kan plaats vinden, kan het bevoegde gezag tijdelijke beveiligingen voorschrijven. Een voorbeeld daarvan is het plaatsen van een hek rondom de verontreiniging. Saneringsplan

Bij de sanering kan het gaan om verschillende typen maatregelen om de bodem weer schoon of geschikt te maken. Soms wordt alle verontreiniging verwijderd, soms blijft alle verontreiniging zitten en wordt die op een andere manier onschadelijk gemaakt. De initiatiefnemer van de sanering is verplicht na het afronden van de sanering een evaluatierapport bij de overheid in te dienen. Als er verontreiniging in de bodem achterblijft, moet de initiatiefnemer van de sanering een zorgplan opstellen. Daarin staat op welke manier controle plaats vindt en zonodig wordt bijgestuurd. Dit noemt men ook wel monitoring. De bevoegde gezagen, bijvoorbeeld de Provincie Flevoland, kunnen saneringsbevelen geven voor het opruimen van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering spoedeisend is. In eerdere wetgeving werden spoedeisende saneringen urgente saneringen genoemd. In dit rapport bedoelen wij met spoedeisend en urgent hetzelfde.

Pagina 33 van 34

20-07-2023

Uitgevoerde bodemonderzoeken Alle bij de Provincie bekende bodemonderzoeksrapporten zijn ingevoerd in het Bodem Informatie Systeem. Het betreffen bodemonderzoeken op locaties waar (mogelijk) sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb-locaties). Bodemonderzoeken die in een ander wettelijk kader zijn uitgevoerd worden niet door provincie geregistreerd, tenzij er sprake is van een bodemverontreiniging; bijvoorbeeld bodemonderzoeken in het kader van de Woningwet of de Wet milieubeheer.

Aangetroffen verontreinigingen Bij de mate van verontreiniging wordt onderscheid in schone grond, licht verontreinigde grond en ernstig verontreinigde grond. Om de bodem schoon, licht verontreinigd of ernstig verontreinigd te noemen is voor ruim honderd stoffen vastgesteld hoeveel van die stof in een bodem mag zitten. Om de bodemkwaliteit te beoordelen, moet dus worden bekeken hoeveel van een verontreinigende stof er in de bodem zit. Dit gebeurt door monsters van de bodem te nemen en die in een laboratorium te laten onderzoeken.

Uitgevoerde (deel)saneringen De saneringsvariant wordt vastgelegd op basis van het evaluatierapport. Voor de beschrijving van de saneringsvarianten wordt gebruik gemaakt van de landelijk vastgelegde systematiek.

Restverontreinigingen Eventuele restverontreinigingen, die na sanering in de bodem achterblijven, worden geregistreerd.

Historische bedrijfsactiviteiten op deze locatie De bodembedreigende (bedrijfs-)acti'viteiten op de betreffende locatie, die zijn of moeten worden onderzocht.

Meer informatie Heeft u vragen over de geleverde bodeminformatie? Mail dan uw vraag naar info@ofgv.nl.

Pagina 34 van 34

20-07-2023

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies geen primaire waterkeringen 3. Advies geen regionale waterkeringen 4. Advies watersysteem 5. Advies voldoende water: thema wateroverlast (landelijk) 6. Advies alternatieve berging 7. Advies nieuw open water 8. Advies geen overige kering 9. Advies aanleggen duikers of bruggen (kunstwerken) 10. compensatie norm 5,50Zo 11. Advies kwelwaterkwaliteit

Op basis van onderstaande locatie Weatermeei*w*g

19-06-2024 10:17

1

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

nee

Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)?

nee

Primaire waterkering kernzone

nee

Primaire waterkering binnenbeschermingszone

nee

Primaire waterkering tussenbeschermingszone

nee

Primaire waterkering buitenbeschermingszone

nee

Buitendijksgebied kernzone

nee

Buitendijksgebied dubbelregime

nee

Buitendijksgebied beschermd

nee

Kernzone overige kering

nee

Beschermingszone overige kering

nee

Aandachtsgebieden wateroverlast en onvoldoende drooglegging 2050

nee

Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe?

nee

Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe?

ja

Betreft het een nieuw verhard oppervlak in landelijk ja gebied groter dan 2500 m2 of in stedelijk gebied groter dan 750m2? Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of een weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag?

nee

Wordt er nieuw open water aangelegd? (bijv. ter compensatie toename verharding)

ja

Kwelkwaliteit slecht

ja

Compensatie toename verharding (4,0^0

nee

Compensatie toename verharding (4,5^0

nee

Compensatie toename verharding (5,0^0

nee

Compensatie toename verharding (5,5^0

ja

Compensatie toename verharding (6,0^0

nee

Overweegt u infiltratiebermen of wadi's aan te leggen ter compensatie van de toename van verharding?

ja

Worden kunstwerken zoals bijvoorbeeld duikers of bruggen aangelegd?

ja

Is er binnen het plangebied sprake van de toelating, aanwezigheid of aanleg van drijvende woningen/ woonboten?

nee

Worden in het plan maatregelen getroffen waardoor het nee waterpeil verandert met 10 cm of meer? Wordt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd?

nee

Rijkswater

nee

19-06-2024 10:17

2

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets

Details 1. normale procedure Op basis van de uitgevoerde digitale watertoets volgt u de normale procedure.

Wat moet ik doen?

19-06-2024 10:17

3

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets "U dient een waterparagraaf op te nemen in uw ruimtelijke plan. Zo onderbouwt u een goede ruimtelijke ordening voor het omgevingsaspect water. Onderstaande concept-waterparagraaf kunt u gebruiken als basis. Deze vult u aan met de teksten van de relevante adviezen en concrete uitwerkingen voor de ontwikkeling. De relevante wateraspecten, zoals waterkeringen, rioolwaterzuiveringen en oppervlaktewater, neemt u ook op in de verbeelding en/ of in de regels van het ruimtelijk plan. In de loop van 2021 wordt de digitale watertoets nog geoptimaliseerd om u een beter resultaat te geven. Gebruik de knop..... DIRECT AANVRAGEN......om Waterschap Zuiderzeeland op de hoogte te stellen van uw plannen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. Als u een wateradvies wilt ontvangen stuurt u uw uitgewerkte conceptwaterparagraaf mee met de aanvraag of via waterbelang@zuiderzeeland.nl.

Concept waterparagraaf normale procedure

Het watertoetsproces dat sinds november 2003 wettelijk verplicht is door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening, komt onder de Omgevingswet terug als ‘Weging van het waterbelang’. De weging van het waterbelang is een proces dat ervoor zorgt dat bij alle ruimtelijke plannen de waterhuishouding voldoende toekomstbestendig is ingericht en alle waterbelangen gewogen worden. In de waterparagraaf van het ruimtelijk plan staat hoe er binnen het plan omgegaan wordt met de waterhuishouding. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. In deze afweging worden de gevolgen van het plan voor het beheer van het watersysteem aangegeven en de benodigde maatregelen bepaald voor een toekomstbestendige waterhuishouding, waarin onder andere aspecten als waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit geborgd zijn.

Ter kennisgeving: Er zijn drie mogelijke procedures voor de weging van het waterbelang. De effecten van het plan op de waterhuishouding bepalen welke procedure geldt. Bij de procedure geen waterschapsbelang kan de weging volledig digitaal doorlopen worden. De korte procedure is voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. Bij de korte en normale procedure is informeel vooroverleg met Waterschap Zuiderzeeland nodig.

Heeft u een DWT check uitgevoerd of een DWT advies aangevraagd? Neem dan in de waterparagraaf op: Voor deze ruimtelijke ontwikkeling is op [vul datum in] een digitale watertoets uitgevoerd. Deze is [kies: wel I niet] afgestemd met Waterschap Zuiderzeeland. Op basis hiervan is de [vul in wat van toepassing is: normale procedure I korte procedure I procedure geen waterschapsbelang] van toepassing.

Wet- en regelgeving en beleid

De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen.

KRW

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte­ en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater.

Waterbeleid voor de 21e eeuw

19-06-2024 10:17

4

https:IIhetwateradvies.nl

Digitale Watertoets De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de implementatie van de Omgevingswet verandert de wet- en regelgeving voor ruimtelijke projecten. De wet vervangt vele wetten en gaat uit van een integrale benadering van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke ordening, milieukwaliteit, natuur, bodem én water. Voor de Omgevingswet stellen provincies en gemeenten omgevingsvisies en omgevingsplannen op. Alle ambities en keuzes over het beheer, beschermen en benutten van de leefomgeving staan hierin. Belangrijk onderdeel van het ruimtelijk proces is de participatie van alle belanghebbenden. Omgevingsvisies en omgevingsplannen komen in de plaats van de bestaande structuurvisies en bestemmingsplannen. Uiterlijk in 2032 dienen alle bestaande plannen vervangen te zijn.

Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. De Omgevingswet beschrijft wat onder het beheer van een watersysteem valt. Het beheer is gericht op: het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met; het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en; de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies’. Het waterschap neemt regels over waterstaatswerken op in de waterschapsverordening. Hierin is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren, de zogenaamde waterstaatswerken, en staan regels over het beheer en onderhoud. Vanaf januari 2024 heeft deze de Keur en de Algemene regels bij de Keur vervangen.

Waterwet

De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De Waterwet is nagenoeg geheel opgegaan in de Omgevingswet. De bepalingen rondom het huidige deltaprogramma en de financiële bepalingen over de verontreinigingsheffing en de provinciale grondwaterheffing gaan later over naar de Omgevingswet.

Programma’s Water en Ruimte

In een programma leggen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten maatregelen vast om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het onderwerp ‘ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water’ is daarbij een belangrijk onderdeel. Centraal hierin staat het werken aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de natuur, de landbouw en de scheepvaart. Programma’s zijn, in tegenstelling tot omgevingsvisies, meer gericht op uitvoering op korte termijn. En waar in de omgevingsvisie vooral een integrale benadering van belang is, richten programma’s zich vaak op slechts één of een paar onderdelen van de fysieke leefomgeving. De vastgestelde maatregelen in programma’s zijn een uitwerking van het globale beleid dat in omgevingsvisies over water en ruimte is opgenomen.

Er zijn een aantal verplichte programma’s waarin maatregelen over ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water kunnen staan: Nationaal waterprogramma (Rijk) - gericht op het beheer van rijkswateren Regionaal

19-06-2024 10:17

5

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets waterprogramma (provincie) - gericht op regionale oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen en waterwinlocaties Waterbeheerprogramma (waterschap) - gericht op de watersystemen in beheer bij het waterschap

Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland

De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgen dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.

Waar moet ik op letten? Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waterschap kunt u nagaan op onze website of via een vergunningcheck: Vergunningen | Waterschap Zuiderzeeland https://www.zuiderzeeland.nl/vergunningen

Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https^/geozzl.opendata.arcgis.com/. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen.

Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale Watertoets? Laat het ons weten per e-mail: waterbelang@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl

19-06-2024 10:17

6

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 2. Advies geen primaire waterkeringen Geen primaire waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de waterparagraaf.

Thema Waterveiligheid

Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

7

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 3. Advies geen regionale waterkeringen Geen regionale waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Waterveiligheid: ^^Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

8

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 4. Advies watersysteem Aandachtspunten bij gevolgen voor het bestaande watersysteem.

Wat moet ik doen? Van onderstaande tekst neemt u de relevante delen op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. In de loop van 2021 wordt dit adviesonderdeel nader uitgewerkt. Over beoogde wijzigingen dient mogelijk eerst overeenstemming te zijn met het waterschap voordat een positief wateradvies gegeven kan worden. Wij vragen u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl

Thema Voldoende Water

Goed functionerend watersysteem ^^Streefbeeld ^^Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.

Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.

Vul aan: beschrijf de eventueel beoogde wijzigingen in en/of gevolgen voor het bestaande watersysteem, eventueel na afstemming met het waterschap.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

9

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 5. Advies voldoende water: thema wateroverlast (landelijk) U moet compenseren voor de toename in verharding in landelijk gebied.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Voldoende Water

Wateroverlast Streefbeeld: ^^Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.

Uitgangspunten wateroverlast: ^^Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden.

De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013.

Randvoorwaarde(n) wateroverlast ^^Het plangebied ligt in landelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met ^etto toename verharding> m2 toe. Deze toename is groter of gelijk aan 2.500 m2. Hiervoor is compensatie noodzakelijk. ^rWul aan met: ^ ^ ^ ^

een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de netto toename in verharding de locatie en wijze van compensatie een kwantificering van de compenserende waterberging

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

10

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 6. Advies alternatieve berging U moet compenseren voor de toename in verharding en wilt dat deels doen in de vorm van alternatieve berging.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf bij het onderdeel wateroverlast.

Bij de aanleg van oppervlakkige berging in de vorm van bijvoorbeeld infiltratiebermen of wadi's is de bergingsnorm niet toepasbaar. ^^Met behulp van een maatwerkberekening moet worden aangetoond dat de alternatieve berging bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie biedt. ^^De huidige afvoersituatie mag niet verslechteren.

U wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met het waterschap. ^r^Vul aan: Vermeld hier het resultaat van het vooroverleg met het waterschap en de maatwerkberekening.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

11

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 7. Advies nieuw open water Aandachtspunten bij aanleg van nieuw open water.

Wat moet ik doen? Van onderstaande tekst neemt u de relevante delen op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. In de loop van 2021 wordt dit adviesonderdeel nader uitgewerkt. Over beoogde wijzigingen dient mogelijk eerst overeenstemming te zijn met het waterschap voordat een positief wateradvies gegeven kan worden. Wij vragen u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl

Goede structuurdiversiteit ^^Streefbeeld: ^^Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

Uitgangspunt: ^^Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit.

Randvoorwaarde(n) nieuw oppervlaktewater: ^^Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/ of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel).

Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. -ib^Vu/ aan met een beschrijving van de wijzigingen.

Waar moet ik op letten?

19-06-2024 10:17

12

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets "Ontwerprichtlijnen van nieuw water en kunstwerken staan uitgebreid beschreven in het Waterkader van het waterschap. Het Waterkader kunt u vinden op www.zuiderzeeland.nl (zoek naar Waterkader).

Ontwerprichtlijnen nieuw oppervlaktewater: ^^Bij de inrichting van het watersysteem dient water met een hogere kwaliteit te stromen naar water met een lagere kwaliteit. Er moet gezorgd worden voor voldoende watercirculatie. Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren door ruimtelijk ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is.

Compensatie voor verslechtering van ecologische omstandigheden en/of van waterkwaliteit is maatwerk en vindt altijd plaats in overleg met het waterschap. Bij compensatie van delen van KRW-waterlichamen worden binnen hetzelfde waterlichaam die trajecten gekozen die qua abiotiek en biotiek vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke kenmerken van het te compenseren KRW-water. Voor niet-KRW-wateren kan compensatie, in sommige gevallen buiten hetzelfde watersysteem uitgevoerd worden.

Oevers: ^r^n het landelijk gebied worden oevers bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Hierbij wordt rekening gehouden met het Programma natuurvriendelijke en duurzame oevers 2012-2021. ^^De basisinrichting van duurzame oevers, het accoladeprofiel, bestaat uit een plasberm van 2 meter breed en circa 40 cm diep, en een oever met een helling van 1:2. Natuurvriendelijke oevers hebben een talud van 1:5 of flauwer; afhankelijk van de beschikbare ruimte en functie kan lokaal een steiler talud worden toegepast. ^^Het weghalen van natuurvriendelijke en/of duurzame oevers wordt binnen hetzelfde KRW-waterlichaam gecompenseerd. Oevers met vegetatie worden vanaf de oever met een kraan onderhouden. Dit is het minst verstorend voor de waterkwaliteit.

Het verdient de voorkeur om bomen niet direct langs de oever te planten om bladinval en schaduwwerking te voorkomen. Als dit toch gebeurt, worden bomen ten behoeve van de waterkwaliteit aan de noord- en oostzijde van het water geplant. Dit maakt voldoende licht inval mogelijk.

Bij realisatie van nieuw (stedelijk) water wordt de functie en het gewenste kwaliteitsniveau aan het watersysteem toegekend. Deze zijn bepalend voor de inrichting. Als inrichtingsvarianten voor stedelijk water worden stadswater, water voor beleving en water voor natuur onderscheiden. Kademuren worden over beperkte lengte toegepast. Ophoping van drijfvuil wordt voorkomen. ^^Watergangen smaller dan 20 meter bevatten geen doodlopende einden. Bekijk of een vuilrooster noodzakelijk is bij kunstwerken. Pas alleen roosters met verticale spijlen toe, zodat schoonmaken met een hark mogelijk is.

Permanent watervoerende watergangen in het stedelijk gebied dienen te voldoen aan een technisch profiel en hebben een minimale waterdiepte van 1,2 meter bij streefpeil, een minimale bodembreedte van 1 meter en een talud van 1:3 of flauwer. Grotere waterpartijen en plassen hebben een waterdiepte van minimaal 1,5 meter bij streefpeil. In het geval een Stedelijk Waterplan is vastgesteld, wordt uitgegaan van in het plan aangegeven profielen per gebruiksfunctie. Voor de dimensionering van sloten, vaarten en tochten in het landelijk gebied wordt de legger van Waterschap Zuiderzeeland gevolgd.

Optioneel: Waterplassen ^^Grotere waterpartijen en plassen worden onderscheiden in diepe en ondiepe waterplassen. Ondiepe plassen variëren in diepte tot 4 meter. Diepe plassen zijn meer dan 4 meter diep. Bij beide typen is een goede verhouding tussen ondiepe en dieper delen noodzakelijk voor een goed chemisch en ecologisch functioneren. Grotere waterpartijen hebben een waterdiepte van minimaal 1,5 meter bij streefpeil; plaatselijk zijn verdiepingen van de waterbodem tot een diepte van 2,5 meter gewenst. Afhankelijk van de grootte en de functie kan de voorkeur worden gegeven aan een geïsoleerde diepe (recreatie)plas of een (kleinere) met het watersysteem verbonden ondiepe plas (met meer ruimte voor vegetatie).

19-06-2024 10:17

13

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets ■b^Ondiepe plassen worden omzoomd door brede gordels van boven het water uitstekende planten, bevatten eilandjes en zijn 0 - 2,5 meter diep. 15 tot 30Zo van het areaal van grote waterpartijen en plassen is minimaal 1,5 meter diep. De rest (70 tot 85Zo) van het areaal is daarmee ondieper dan 1,5 meter. Afhankelijk van de functie kan een uitzondering worden gemaakt. Bijvoorbeeld bij een vaarfunctie, waarbij een diepte van meer dan 3 meter gewenst is, om overmatige waterplantengroei te voorkomen.

■br^n diepe plassen wordt 300Zo van het oeverareaal ingericht als rietzone met aansluitend een waterfase van 0,8 2,0 meter diep (afhankelijk van het doorzicht). De rest van de diepe plas mag maximaal 10 meter diep zijn.

Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

14

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 8. Advies geen overige kering Geen overige waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Waterveiligheid

Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

15

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 9. Advies aanleggen duikers of bruggen (kunstwerken) U gaat kunstwerk(en) aanleggen.

Wat moet ik doen? "Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Voldoende Water

Goed functionerend watersysteem

Streefbeeld: ^^Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. ^^Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem ^^Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.

Optioneel: jDvername stedelijk water ^^Met het oog op de uiteindelijke overname van het beheer en onderhoud van nieuw (stedelijk) water is het nodig dat het waterschap betrokken wordt bij de uitwerking van een plangebied naar een definitieve ontwerp van het watersysteem. Dit definitieve ontwerp behoeft de ambtelijke goedkeuring van het waterschap om overname uiteindelijk mogelijk te maken.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

16

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 10. compensatie norm 5,507o Ontwerprichtlijnen bij compensatie middels nieuw oppervlaktewater.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf bij het onderdeel wateroverlast.

Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding.

Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 5,50Zo van de netto toename aan verharding* als open water moet worden gecompenseerd. *Als in de tekst sprake is van meerdere opgegeven percentages voor compensatie van de toename van verharding dan betekent dit dat het plangebied zich over meerdere peilgebieden uitstrekt. Het percentage kan namelijk per peilgebied verschillen.

Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil.

Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen worden bij voorkeur in het eigen projectgebied gevonden. Als dit niet mogelijk is, wordt dichtbij het projectgebied compensatie gezocht. Dit moet binnen hetzelfde peilgebied zijn of eventueel benedenstrooms. De compensatie wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen.

Optioneel: natuurvriendelijke oevers: Bij aanleg van natuurvriendelijke oevers is een reductie op de compensatieverplichting mogelijk. Deze reductie is afhankelijk van de extra berging die wordt gecreëerd door de toepassing van flauwe taluds (1:4 of flauwer).

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

17

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 11. Advies kwelwaterkwaliteit Aandachtspunten ligging in gebied met slechte kwel.

Wat moet ik doen? Als u een nieuw watersysteem wilt aanleggen vragen wij u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl. Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf als deze van toepassing is, na afstemming met het waterschap. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.

Thema Schoon water

Slechte kwaliteit kwelwater: ^^Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. ^r^Vul aan: uitkomst van het overleg met het waterschap

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

19-06-2024 10:17

18

https://hetwateradvies.nl

Zonnepark Westermeerdijk (Gemeente Noordoostpolder) Een bureauonderzoek (BO)

M. Soldaat

Salisb

ARCHEOLOGIE

RAPPORT 305

Zonnepark Westermeerdijk (Gemeente Noordoostpolder) Een bureauonderzoek (BO)

Rapport 305

Colofon Zonnepark Westermeerdijk (Gemeente Noordoostpolder) Een bureauonderzoek (BO) Een onderzoek in opdracht van BRO Salisbury Archeologisch Rapport 305

Beheer en plaats van documentatie Salisbury Archeologie b.v. Versie 3.1, 18 augustus 2020 (concept)

Autorisatie bevoegd gezag

ISSN 2468-4538

(Gemeentelijk archeoloog)

Inhoud Locatie en administratieve gegevens Samenvatting resultaten 1 Aanleiding voor het onderzoek Onderzoekskader 1.1 Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie 1.2 1.3 Begrenzing onderzoeks- en plangebied 1.4 Doel van het onderzoek 1.5 Onderzoeksvragen 2 Bureauonderzoek 2.1 Gebruikte bronnen 2.2 Aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Bodemkaart 2.4 Bekende archeologische waarden 2.5 Archeologie 2.6 Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek 2.7 Bekende verstoringen 2.8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel 2.9 Advies 3 Conclusie 3.1 Beantwoording onderzoeksvragen 3.2 Aanbevelingen Literatuur Lijst van afbeeldingen Lijst van tabellen

6 7 9 9 10 10 11 11 12 12 12 18 19 25 29 29 29 30 32 32 32 34 35 35

Locatie en administratieve gegevens Projectnaam Projectcode Type onderzoek OM-nummer Projectleider

Zonnepark Westermeerdijk 20192615 Bureauonderzoek 4743200100

Contact

Opdrachtgever Contact

Bevoegde overheid

Plaats Gemeente Provincie Kaartblad Kadastrale gegevens

Hoekcoördinaten

Oppervlakte NAP-hoogte maaiveld Uitvoering onderzoek Beheer en locatie documentatie

Creil, Espel en Tollebeek Noordoostpolder Flevoland 15O en 20O Gemeente Noordoostpolder Sectie E. Perceelnummers: 1054, 1363,1371, 1373, 1384, 1409, 1522, 1524, 1736, 2091, 2158 t/m 2166, 2179 t/m 2181, 2331 t/m 2346, 2348, 2350, 2352, 2358 t/m 2360, 2362 t/m 2364, 2366, 2368, 2370, 2372 t/m 2374, 2409, 2422, 2451 Noordwest: X: 169118, Y: 530630 Noordoost: X: 169856 Y: 530643 Zuidwest: X: 169021 Y: 521782 Zuidoost: X:169752 Y: 521777 Circa 114 hectare Circa 4 - 4,5 m -NAP oktober 2019 Salisbury Archeologie b.v. en e-depot

6

Samenvatting resultaten Vraagstelling

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?

Geologie /Geomorfologie

Het plangebied bevindt zich landschappelijk gezien in een gebied dat onder grote invloed heeft gestaan van water. Dit heeft gezorgd voor een dynamisch landschap waarvan de overblijfselen nog in de ondergrond aanwezig zijn in de vorm van veen, gyttja en kleipakketten, gelegen op een Pleistocene ondergrond van dekzand. Op de geomorfologische kaart van Nederland staat binnen vrijwel het gehele plangebied de eenheid 'Vlakte van zee- of meerbodemafzettingen' aangegeven. Alleen de meest uiterlijke zuidoosthoek van het plangebied ligt in een zone met de geomorfologische eenheid 'Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden'.

Bekende archeologische

De niveaus van grondwater, zeewater, rivierwater en de invloed die ze hadden op het

waarden

landschap waren een bepalende factor voor de locatiekeuze van mensen vanaf het Paleolithicum. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten aangetroffen uit het Paleolithicum - Middeleeuwen. Ook zijn uit de Nieuwe tijd scheepswrakken in de omgeving van het plangebied gevonden. Binnen het plangebied ligt AMK-terrein 12153, een scheepswrak uit de 17e eeuw.

Historische waarden

De vroegste historische verwijzing naar de Noordoostpolder stamt uit 793 n. Chr.. In de 9e eeuw was een groot deel van de huidige polder een veengebied dat door de ontginningen en daaruit voortvloeiende inklinking van de bodem steeds verder zakte. Hoe en waar de ontginning van het gebied precies heeft plaatsgevonden is nog niet bekend. Wel blijkt uit diverse archeologische vondsten dat er sprake is van sterke concentraties van laatmiddeleeuws materiaal op verschillende locaties in de polder. Op basis van archeologisch onderzoek blijkt dat de polder in de middeleeuwen een dichtbevolkt terpengebied moet zijn geweest. Vanaf 1170 n. Chr. ontstond door stormvloeden en overstromingen de Zuiderzee. De polder werd ingedijkt in 1941 en er werd begonnen met het wegpompen van water. Uitgangspunt voor de inrichting van de polder was een efficiënte agrarische indeling, waarbij de kavels met elkaar in verbinding staan via wegen over land en waterwegen.

Verwachting

Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld.

Dekzandlandschap In het dekzandlandschap is bewoning mogelijk geweest vanaf het Laat-Paleolithicum tot aan de overvening van het landschap in de loop van het Laat-Neolithicum. Op de hoogste delen van het landschap, de dekzandruggen was bewoning nog mogelijk tot in de Vroege Bronstijd. Voor de hogere delen van het landschap geldt een hoge archeologische verwachting. Op deze delen kunnen resten worden aangetroffen die verband houden met (tijdelijke) nederzettingen. De top van het pleistocene oppervlak ligt grotendeels op grote diepte binnen het plangebied. Alleen in het meest zuidelijke deel van het plangebied kan het pleistocene zand vlak onder het maaiveld voorkomen.

Veenlandschap Hoewel bewoning mogelijk was in dit landschap, de betreffende veenniveaus zijn echter geërodeerd door latere invloed van de zee waardoor er geen nederzettingsresten worden verwacht. Daarom geldt voor het veenlandschap een lage archeologische verwachting.

Middeleeuwse (klei-op-)veeníandschap Resten van zogeheten terpen kunnen nog aanwezig zijn in het plangebied. Voor het aantreffen van resten uit deze periode geldt een middelhoge verwachting.

Klei en zandpakket van Zuiderzee Direct vanaf het maaiveld, in de afzettingen van de Zuiderzee kunnen resten van schepen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn.

7

Aanbeveling

Op basis van het bureauonderzoek zijn verschillende adviezen geformuleerd voor het noordelijke en zuidelijke deel van het plangebied (zie afb. 16). Voor het noordelijke deel van het plangebied is volgens het gemeentelijk beleid geen archeologisch onderzoek verplicht. Het bureauonderzoek bevestigt dat de kans op het aantreffen van archeologische resten hier, gezien de diepteligging van het archeologisch relevante niveau, zeer klein is. Derhalve wordt geadviseerd in dit deel geen vervolgonderzoek uit te voeren. Op het moment van schrijven van dit rapport is nog niet bekend wat de exacte omvang en diepte van de verstoring van de geplande ingrepen zal zijn. Het zuidelijke deel van het plangebied bevindt zich in twee zones op de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder: -

Zone WA-8, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen groter dan

10.000 m2 en dieper dan 100 cm - mv. -

Zone WA-6, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen groter dan

5000 m2 en dieper dan 50 cm -mv. Aangezien de kans aanwezig is dat de voorgenomen plannen deze vrijstellingsgrenzen niet zullen overschrijden wordt geadviseerd voor dit deel van het plangebied het advies voor vervolgonderzoek te specificeren op het moment dat de plannen definitief zijn. Indien dan blijkt dat de plannen de vrijstellingsgrenzen niet overschrijden kan dit deel worden vrijgegeven voor de werkzaamheden en hoeft er geen archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. Indien blijkt dat de plannen de vrijstellingsgrenzen overschrijden dient de archeologische verwachting te worden getoetst door middel van het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Hierbij worden 6 boringen per hectare gezet. Vindplaatsen uit de periode PaleolithicumBronstijd worden in de top van de pleistocene afzettingen verwacht. Met name de dekzandkoppen en ruggen en de rivierduinen en oeverwallen hebben een hoge archeologische verwachting. Het is niet exact bekend hoe reliëfrijk de top van de pleistocene afzettingen is, en of er koppen, ruggen en oeverwallen binnen het plangebied voorkomen. Dit dient door middel van booronderzoek te worden vastgesteld. Resten uit de Middeleeuwen kunnen in het (klei- op-) veenlandschap voorkomen in de vorm van ophogingslagen.

Of deze terplagen in het plangebied aanwezig zijn is niet bekend, en dient aan de hand van het verkennende booronderzoek te worden onderzocht. Vanwege de geplande verstoringsdiepte van ca. 1,5 - 2 m beneden maaiveld worden de boringen gezet tot een diepte van 2,5 m beneden maaiveld. Indien de top van het pleistocene zand intact is, kan worden overgegaan tot een karterend booronderzoek om eventuele vindplaatsen op te sporen. Voor het deel van het plangebied dat binnen de begrenzing van AMK-terrein 12153 valt, wordt geadviseerd geen bodemingrepen te laten plaatsvinden. Indien dit onvermijdelijk is, dienen de bodemingrepen archeologisch te worden begeleid. Ook voor het vrijgegeven deel van het plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Met betrekking tot de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Noordoostpolder..

8

1

Aanleiding voor het onderzoek

1.1 Onderzoekskader In opdracht van BRO heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Zonnepark Westermeerdijk (afb.1). Het plangebied ligt in de Noordoostpolder langs de Westermeerdijk (zie verder hieronder). Op de beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder valt het plangebied binnen verschillende zones (zie afb. 2). Het noordelijke deel van het plangebied ligt in een zone waarvoor geen archeologisch onderzoek verplicht is. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt grotendeels in zone WA-8. In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 10.000 m1 2 en dieper dan 100 cm - mv een archeologisch onderzoek plaats te vinden. Verder bevindt een klein deel van het plangebied zich in zone WA-6, waar archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen groter dan 5000 m2 en dieper dan 50 cm -mv. De paarse stip die op de beleidskaart te zien is binnen het plangebied geeft zone WA-2 weer, waarbinnen een archeologisch onderzoek dient plaats te vinden bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -mv.1 De gemeente heeft een structuurvisie opgesteld, waarbinnen ruimte is voor het aanleggen van een zonnepark. Ook de visie van de gemeente op het behoud van de cultuurhistorie en de archeologie van het gebied zijn hierin vastgesteld.

De gemeente Noordoostpolder streeft naar behoud van de archeologische waarden en het beleefbaar maken hiervan.2 Er rust geen dubbelbestemming Archeologie op het plangebied, voor het gemeentelijk beleid wordt verwezen naar de beleidskaart.3 Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Noordoostpolder in oktober 2019.

Afb. 1. Ligging plangebied en globale begrenzing onderzoeksgebied (ondergrond: topografische kaart van Nederland) 1 Ten Anscher e.a., 2018. 2 Structuurvisie Noordoostpolder 2015. NL.IMRO.0171.SVP00002-VS01 3 Ten Anscher e.a., 2018.

9

Afb. 2. 2018).

Uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder (bron: ten Anscher e.a.,

1.2

Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie

Op dit moment is het plangebied in gebruik als agrarisch grondgebied, gelegen tussen de windmolens van Windpark Noordoostpolder. De opdrachtgever is voornemens in het gebied een zonnepark te realiseren, waarbij de verwachting is dat het zonnepark kan worden aangesloten op het bestaande station Westermeerdijk. Een belangrijke voorwaarde van de gemeente voor het verlenen van een vergunning is dat het zonnepark in eén lange strook aangelegd zal worden. De panelen zullen op stellages geplaatst worden. De diepte waarop deze stellages worden ingegraven is afhankelijke van het type grond en kan niet vooraf exact worden vastgesteld. Er kan echter wel vanuit worden gegaan dat de stellages ca. 1 - 1,5 m diep de grond in gaan. Daarmee overschrijden de plannen de door de gemeente vastgestelde vrijstellingsgrens en is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Tussen de palen zal de afstand worden aangehouden van ca. 7 m noord-zuid en ca. 5 m oost-west. Er zal dus een raster ontstaan van vierkanten van 5x7 m, met palen op de hoekpunten. De oppervlakte van de bodemverstoring per paal zal ca. 5x10 cm beslaan.

1.3

Begrenzing onderzoeks- en plangebied

In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2159/documents/39428