CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

23.1a Bestemmingsplan Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel.pdf

Gemeenteraad 30 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 23: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel33.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dit experimentenkader wordt na de drie initiatieven geëvalueerd en kan de basis bieden voor nieuw beleid voor grootschalige batterijopslag in Flevoland, waarna Provinciale Staten kunnen besluiten hoe zij om wensen te gaan met batterijopslag in heel Flevoland in regulier beleid. Voorliggende notitie is een invulling van dit experimentenkader. De drie voorgenomen initiatieven zijn volgens de betrokken gemeenten dermate concreet dat er inmiddels ook zicht is op goede ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor heeft de Gedeputeerde Staten van Flevoland een positieve grondhouding ingenomen vanwege de substantiële bijdrage die deze projecten leveren aan de netinfrastructuur. Bovendien is gebleken dat de projecten landschappelijk kunnen worden ingepast bij de omgeving. Binnen voorliggende notitie worden deze drie initiatieven aan de hand van het experimentenkader uitgelicht.

3.2.2. Programma Landschap van de Toekomst Het programma Landschap van de toekomst, vastgesteld op 31 oktober 2021, geeft handvatten aan de provincie Flevoland voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit bij de komst van nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. Door de visie van de provincie vast te leggen in dit programma is het mogelijk om dit soort ontwikkelingen op korte termijn mogelijk te maken, mits wordt voldaan het waarborgen van genoemde kwaliteit van het landschap. In het programma wordt ingegaan op de drie polders die in Flevoland zijn gerealiseerd: de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland. Elk van deze polders heeft zijn eigen ruimtelijke ordeningsconcept en karakter. De Noordoostpolder wordt gekenmerkt door modulaire verkaveling met een systematische en duidelijke logica. In Oostelijk Flevoland is eenzelfde soort systematiek van modulaire verkaveling te vinden, maar zijn er ook beplantingsstructuren toegevoegd om het polderlandschap te breken waardoor de polder is opgedeeld in kleinere ruimtes. In Zuidelijk Flevoland vormt het poldercarré en de Vogelweg de hoofdstructuur van de polder, welke door beplanting wordt afgescheiden van de andere functies binnen de polder. De drie beoogde initiatieven liggen elk in verschillende polders.

Door de kernkwaliteiten zoals opgenomen voor elk van deze polders mee te nemen in het landschappelijk inpassingsplan kunnen deze nieuwe energielandschappen via gebiedsgerichte inrichtingsprincipes efficiënt en zorgvuldig worden ontworpen, waarbij de kwaliteit van het (toekomstige) landschap wordt gewaarborgd. Pagina 15 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

3.2.3. Programma Energie in Balans Bij de strategie van energieneutraliteit in 2030 horen een aantal onderliggende maar samenhangende elementen. Eén van de programma’s waarin de visie van de provincie verder wordt toegelicht is het Programma Energie in Balans van de provincie Flevoland. In het Programma Energie in Balans Flevoland zijn naast grootschalige opwek van duurzame energie, de balans in vraag/aanbod, netversterking en batterijopslag de belangrijkste elementen voor een vitaal en flexibel energiesysteem. Deze elementen hebben samen een substantieel maatschappelijk belang: ze zijn nodig om transportbeperkingen te mitigeren. Dit geldt niet alleen voor huidige partijen die willen elektrificeren, maar ook voor nieuwe partijen die willen aansluiten op het net. Inmiddels is er binnen de provincie de afgelopen jaren een enorme groei aan duurzame energieopwekking en zetten gemeenten in op energiebesparing. Een van de onderdelen waar nog aan ontbroken wordt is batterijopslag. Dit is een van de redenen waarom de provincie Flevoland de proeftuin van Nederland wil worden bij de ontwikkeling van batterijopslag. De drie beschreven initiatieven passen uitstekend bij deze ambitie, maar ook bij de doelstelling om de ontwikkeling aan te jagen en om als verbinder te fungeren.

3.2.4. Regionale Energie Strategie Flevoland Nederland kent verschillende Regionale Energie Strategie (RES) gebieden. Flevoland is één van deze RES gebieden. Door alle gemeenteraden in Flevoland is de RES 1.0 vastgesteld en staat het beleid beschreven omtrent opwekking van duurzame energie. Ook wordt er in de RES 1.0 aandacht besteed aan energieopslag in de vorm van bijvoorbeeld waterstof of batterijen om zo de schommelingen op het net wat betreft verschil in aanbod en afname van duurzame energie af te vlakken. De drie voorgenomen initiatieven passen daarmee ook binnen de doelstellingen van de RES 1.0 van Flevoland.

3.2.5. Conclusie provinciaal beleid De Provincie Flevoland heeft hoge ambities op het gebied van duurzame opwek en opslag van energie en heeft deze in meerdere beleidsstukken en programma’s vormgegeven, zoals in onder andere het Omgevingsprogramma en het Programma Energie in Balans. Naast dat de Provincie Flevoland in 2030 energieneutraal wil zijn, wordt er in het Programma Energie in Balans ook gesproken over de ambitie om de proeftuin te worden van energieopslag. Grootschalige opslag in batterijen is een van deze opties en kan substantieel bijdragen aan de duurzame ambities. Het huidige beleidskader is momenteel echter te beperkend voor grootschalige ontwikkeling van batterijopslagsystemen. In het Omgevingsprogramma wordt wel de mogelijkheid gegeven tot afwijking van dit beleidskader door het gebruik van een experimentenkader. Eén van de belangrijke onderdelen uit dit experimentenkader is de motivatie voor duurzaam gebruik van het beschikbare land volgens de Ladder van duurzame verstedelijking. Een goede landschappelijke inpassing, bijvoorbeeld door clustering is ook een belangrijk onderdeel vanuit het experimentenkader. Doordat de initiatieven direct aansluiten op bestaande energie infrastructuur en op een passende manier in het landschap worden ingepast wordt aan deze onderdelen voldaan.

Hiermee wordt ook aangesloten bij de kernwaarden van de verschillende poldertypen uit het programma Landschap van de Toekomst. In hoofdstuk 4.5 wordt nader toegelicht hoe de genoemde initiatieven voldoen aan het bestaande provinciale beleid en binnen de ambities van de Provincie vallen en daarmee binnen het experimentenkader ontwikkeld kunnen worden.

Pagina 16 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. RES 1.0 De gemeenten Dronten, Noordoostpolder en Zeewolde hebben, samen met de Provincie Flevoland, de Waterschappen en de andere gemeenteraden van Flevoland, de RES 1.0 vastgesteld. Hierin wordt, zoals besproken in paragraaf 3.2.4, onder andere ingegaan op de opslag van energie. Met het vaststellen van de RES 1.0 hebben de betrokken gemeenten ingestemd met onderzoek naar en ontwikkeling van energieopslag als een van de verkenningsroutes van de Provincie Flevoland.

3.3.2. Gemeente Noordoostpolder Uit het “Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019” en de “Informatienota Energietransitie Noordoostpolder” (2019) blijkt dat de gemeente de ambitie heeft om in 2030 energieneutraal te zijn. Een van de thema’s die hierbij werd onderzocht was grootschalige opwek en opslag van energie. Hier wordt verder op ingegaan in het Coalitieakkoord van 2022-2026. In dit coalitieakkoord wordt bij ‘Ambitie 3: Duurzamer, groener en schoner’ gesproken over ruimte voor pilots en experimenten op het gebied van opwekking, opslag en conversie van energie. Het initiatief EnergieOpslag Westermeerdijk zal helpen om deze ambities vanuit de gemeente Noordoostpolder te vervullen.

3.3.3. Gemeente Dronten In 2018 heeft de gemeente Dronten het klimaatbeleidsplan ‘Dronten, meer dan klimaatneutraal’ vastgesteld. Hierin wordt de stand van zaken op het gebied van duurzaamheid besproken. Het klimaatbeleidsplan bespreekt de rol van de gemeente om ontwikkelingen te faciliteren en te informeren naar manieren om duurzaamheid te vergroten. Hiervoor zijn drie sporen opgenomen: duurzaam gedrag, duurzame technologie en duurzame organisatie. Op het gebied van duurzame technologie wordt in het beleidsplan gesproken over wind- en zonneparken, maar ook over het belang van energieopslag om piekenergie uitgesteld te kunnen leveren en gebruiken.

3.3.4. Gemeente Zeewolde De gemeente Zeewolde is een ambitieuze gemeente en loopt voorop als het gaat om duurzame energieopwekking. De hernieuwbare energie die wordt opgewekt zorgt voor piekbelasting op het elektriciteitsnetwerk. Het Liander netwerk in Flevoland is congestiegebied qua invoeding en binnenkort ook qua afname. In het Energie Uitvoeringsprogramma 2019-2022, unaniem door de Raad aangenomen eind december 2018, wordt benoemd dat opslag van energie kansen biedt voor een transitie naar een duurzaam en onderscheidend Zeewolde; kansen om voorop te lopen en dat uit te dragen. De beleidsmatige aanbevelingen van het Energie Uitvoeringsprogramma wat betreft energieopslag zijn om in beginsel ontvankelijk te staan tegenover initiatieven uit de markt en/of samenleving. Er ligt een kans voor de gemeente Zeewolde om op lokaal niveau deze uitdaging aan te gaan door als faciliterende en verbindende partij op te treden. Voor een transitie naar een duurzaam Zeewolde zijn verschillende duurzame technologieën belangrijk. Naast windmolens en zonnepanelen is ook de opslag van energie erg belangrijk. Op die manier kan piekenergie worden opgeslagen en worden gebruikt op een ander moment.

3.3.5. Conclusie gemeentelijk beleid In het RES 1.0 wordt, onder andere, ingezet op de opslag van energie. Zowel het klimaatbeleidsplan van de gemeente Dronten, het energie uitvoeringsprogramma van gemeente Zeewolde, als het uitvoeringsprogramma duurzaamheid en het coalitieakkoord van de gemeente Noordoostpolder geven aan dat naast windturbines en zonnepanelen ook de opslag van energie Pagina 17 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

erg belangrijk is om balans te creëren op het energienet en daarmee uiteindelijk een klimaatneutraal Dronten, Noordoostpolder, en Zeewolde te realiseren. Onderhavige initiatieven passen binnen het beleid van de RES 1.0 en binnen de ambities van genoemde gemeenten. Daarmee sluiten de initiatieven aan op het gemeentelijk beleid.

4. Toets Experimentenkader Het plan om het planologische regime te verruimen moet conform paragraaf 1.3.1 van het Omgevingsprogramma Flevoland inzicht bieden in de volgende voorwaarden: 1. 2.

De ambities voor versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied; Het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van het landelijk gebied (natuur, landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, extensieve vormen van recreatie), bijvoorbeeld door eisen van verevening en randvoorwaarden voor nieuwe functies te stellen; 3. De wijze waarop met de bestaande situatie en functies in het gebied wordt omgegaan; 4. De wijze waarop hierbij omgegaan wordt met natuurwaarden; 5. De wijze waarop het experiment past binnen de Omgevingsvisie en bijdraagt aan de provinciale opgaven. In de volgende paragrafen zullen de bovenstaande voorwaarden worden uitgewerkt en zal worden toegelicht hoe de drie initiatieven hier mee omgaan. Op grond hiervan zal daarna worden beoordeeld of de initiatieven binnen het experimentenkader doorgang kunnen vinden.

4.1.

De ambities voor versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied

Bij nieuwe grootschalige projecten spelen het maatschappelijke belang en de ruimtelijke kwaliteit mee in de versterking en veerkrachtigheid van het landelijk gebied. Beide onderwerpen worden hieronder uitgelicht om aan te geven op welke wijze de initiatieven deze vitaliteit waarborgen en versterken.

4.1.1. Maatschappelijk belang Om de klimaatverandering tegen te gaan en de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen is duurzame energie noodzakelijk. Echter heeft de sterke groei van het aantal duurzame energieprojecten invloed op het elektriciteitssysteem. Energiebronnen zoals zon en wind zijn afhankelijk van weersinvloeden waardoor de energieproductie per moment kan verschillen. Dat leidt tot een onbalans waarbij de vraag naar elektriciteit niet altijd past bij het aanbod. Hierdoor ontstaan pieken en dalen in stroomprijzen en worden wind- en zonneparken tijdelijk stilgezet. Bovendien raakt het Nederlandse elektriciteitsnet vol, ook in Flevoland (zie hiervoor de Capaciteitskaart elektriciteitsnet (netbeheernederland.nl)). Grootschalige batterijopslag speelt een belangrijke rol in de oplossing van bovenstaande maatschappelijke problemen en levert dus een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Batterijopslag kan op verschillende markten ingezet worden. Zo kan het netbeheerders ondersteunen met balanceringsdiensten om de netfrequentie van 50 Hz te handhaven en balans op het net te waarborgen. Daarnaast zal de batterijopslag opgewekte duurzame energie opslaan op momenten dat er meer productie dan verbruik is.

Deze energie kan vervolgens ingezet worden op het moment dat de vraag naar elektriciteit weer stijgt door te handelen op de openbare Dayahead en/of Intra-day markten. Op deze wijze kunnen onderschreven initiatieven helpen Pagina 18 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

voorkomen dat opgewekte duurzame energie verloren gaat en dat er balancerings- en capaciteitsproblemen ontstaan op het elektriciteitsnet. Daarmee dragen de initiatieven bij aan de toekomstbestendigheid en veerkrachtigheid van het elektriciteitsnet in Flevoland. Dagelijks wordt in de Provincie Flevoland veel duurzame energie opgewekt en door het net getransporteerd. Door tijdens productiepieken op te laden kan een batterijopslagsysteem zorgen voor een vermindering van de piekbelasting van het net. Dit vermindert ook de behoefte aan eventuele netverzwaringen. Doordat grootschalige batterijopslagsystemen netbeheerders kunnen ondersteunen bij het voorkomen van congestie op het elektriciteitsnet kunnen batterijopslagsystemen (indirect) een uitkomst bieden voor de (lange) wachtlijsten van aansluitingsaanvragen van nieuwe afnemers én opwekkers van energie in Flevoland. Financiële participatie Vanuit de omgeving is er mogelijk interesse in financiële participatie in de initiatieven. De mogelijkheden van financiële participatie zullen nader worden verkend in overleg met de gemeenten en de omgeving. Batterijopslagsystemen zijn geen vorm van duurzame energie opwek, ze wekken geen duurzame energie op zoals windparken en zonneparken wel doen.

Het systeem buffert slechts verschillen tussen vraag en aanbod en houdt het elektriciteitsnet stabiel, het betreft een ondersteuning aan het elektriciteitsnet en is daarmee vergelijkbaar met een onderstation (transformatorstation, hoogspanningsstation). Batterijopslagsystemen ontvangen geen subsidie (SDE) vanuit de overheid, en hebben daarmee geen garantie op inkomsten. De meeste verdienmodellen zijn gebaseerd op fluctuaties in prijzen op de elektriciteitsmarkten en het balanceren van het elektriciteitsnet voor netbeheerders. De verdiensten die hiermee gegenereerd kunnen worden zijn sterk afhankelijk van marktprijzen en zijn slecht te voorspellen. Het karakter van de investering is daarmee wezenlijk anders dan van een investering in zon en/of wind. De investering in een batterijopslagsysteem kent derhalve een zeer hoog risicoprofiel. De initiatiefnemers zijn zelf in de positie om deze risico's te nemen, omdat zij zich goed voorbereid hebben op de consequenties bij het eventueel fout lopen van deze investering. Desondanks is een vorm van financiële participatie wel het uitgangspunt. De vorm is afhankelijk van de behoefte vanuit het gebied en de wensen van de gemeente. De verdere uitwerking van de financiële participatie zal derhalve in afstemming met de gemeente en omgeving plaatsvinden.

De uitwerking hiervan zal worden vastgelegd in afspraken tussen de gemeente en initiatiefnemers, bijvoorbeeld in de anterieure overeenkomst.

4.1.2. Ruimtelijke kwaliteit Bij nieuwe ontwikkelingen in de Provincie Flevoland staat de versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied en de ruimtelijke kwaliteit centraal. Daarom is het van belang om functies in het buitengebied te combineren om zo versnippering tegen te gaan. De Ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk ziet erop toe dat verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd wordt boven het gebruik van ruimte in het stedelijk gebied. Om versnippering in het landelijk gebied te voorkomen worden de onderschreven initiatieven onderdeel van een groter energielandschap en wordt daarmee aan deze eis voldaan. In de volgende sectie (4.2) zal hier verder op in worden gegaan.

Pagina 19 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

Bij het uitkiezen van de beoogde locaties wordt zorgvuldig rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit van de locaties. Zo worden de landschappelijke kernkwaliteiten van het gebied, zoals openheid, maatvoering, opgaande beplanting en hoofdrichtlijnen onderzocht en worden de initiatieven hier gebiedsgericht op ingericht. De uiteindelijke invulling van deze onderdelen verschilt per plangebied om de ruimtelijke kwaliteit op de betreffende locatie te waarborgen.

4.2.

Het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van het landelijk gebied

Een batterijopslagsysteem is gewenst, zowel landschappelijk als technisch, dichtbij een onderstation of zelfs een geheel energielandschap. Zo kan het batterijopslagsysteem lokaal geproduceerde duurzame elektriciteit van wind- en/of zonneparken opslaan. Tevens kan een batterijopslagsysteem elektriciteit afnemen die op piekmomenten niet aan het net geleverd zou kunnen worden. Op deze wijze kan een batterijopslagsysteem ook bijdragen aan het optimaal benutten van een beschikbare netaansluiting en het voorkomen dat duurzame energie verloren gaat als gevolg van afschakelen van duurzame energie installaties. Inpassing van het batterijopslagsysteem in een bestaand energielandschap, in aansluiting op een windpark en Z of zonnepark en nabij een onderstation, leidt zowel technisch als landschappelijk tot efficiënt ruimtegebruik. De locatie bij de Westermeerdijk biedt vanuit landschappelijk oogpunt meerdere aanknopingspunten voor grootschalige batterijopslag. Aan de Westermeerdijk is met de aanwezige windturbines, de toekomstige zonneparken, een hoogspanningsstation en meerdere transformatorstations een grootschalig energielandschap ontstaan. Dit landschap bestaat met de windturbines en zonneparken reeds uit herhalende modulaire opstellingen.

Energieopslag met repeterende modules van batterijsystemen sluit zowel thematisch als conceptueel goed aan bij het ontwikkelende landschap, waarbij de open en functionele uitstraling van de polder in OostFlevoland kan worden gewaarborgd. Voor de locatie aan de vogelweg bij Zeewolde geldt hetzelfde. De locatie kenmerkt zich met het bestaande onderstation, windturbines, en grootschalige agrarische percelen in een open polder landschap. Bij Dronten biedt de locatie ook veel aanknopingspunten voor landschappelijke inpassing van grootschalige batterijopslag. Ook op deze locatie komen verschillende initiatieven op het gebied van energie samen. De windturbines en de twee onderstations vormen samen de omgeving waarin het batterijopslagsysteem is beoogd. In het gebied is veel opgaande beplanting waardoor boerenerven en de onderstations aan het zicht onttrokken worden. Door het initiatief in te passen door het gebruik van opgaande beplanting wordt de huidige kwaliteit van het landelijk gebied gewaarborgd. Alle drie de initiatieven laten zien dat gebiedsgerichte landschappelijke inpassing gewaarborgd kan worden, zowel door gebruik te maken van het functionele en repetitieve karakter om het initiatief in het open zicht te laten, als door het gebruik van opgaande beplanting om het initiatief aan het zicht te onttrekken.

De wijze waarop de initiatieven landschappelijk worden ingepast is afhankelijk van de kernkwaliteiten van de polder waarin het initiatief is gelegen. Zo komt er rond het plangebied van Dronten een robuuste groene buitenrand aan drie zijden van het batterijopslagsysteem om het batterijopslagsysteem aan het zicht te onttrekken, waar ook rekening is gehouden met waterberging en waterinfiltratie, in lijn met de huidige karakteristieken van de Oostelijke polder. Bij de plangebieden in de Noordoostpolder en Zeewolde wordt er juist aangesloten bij het functionele en open karakter van de polders en zal het batterijopslagsysteem net als het hoogspanningsstation, de windparken en het beoogde zonnepark in open zicht blijven Pagina 20 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

en blijft het open karakter van het landschap behouden. Daarbij geldt dat de energieopslag Vogelweg Zeewolde met 0,45 hectaren aanzienlijk kleiner is dan het beoogde plangebied van Dronter Energie Opslag (6 hectaren). Plaatsing van hagen rondom het opslagsysteem zou de relatief kleine locatie juist landschappelijk accenturen wat ongewenst is en niet in lijn is met het bestaande landschappelijke karakter van het gebied. Het respecteren van de huidige kernkwaliteiten van de polders draagt bij aan de toekomstbestendigheid van het gebied. Door de energielandschappen op een zorgvuldig en efficiënte manier in te richten kan een ruimtelijke kwaliteitsimpuls behaald worden.

4.3.

De wijze waarop met de bestaande situatie en functies in het gebied wordt omgegaan

Zoals in voorgaande paragrafen aangegeven zijn de drie initiatieven onderdeel van een geclusterd energielandschap. Dit is onder andere om versnippering in het landelijk gebied te voorkomen, maar heeft ook andere positieve eigenschappen. Zo sluiten de functies van de verschillende initiatieven bij elkaar aan: grootschalige opwek van duurzame energie wordt gekoppeld aan zowel grootschalige opslag, als aan het transport van deze opgewekte energie over het hoogspanningsnet. Deze clustering en complementariteit van energie initiatieven maakt dat er optimaal gebruik wordt gemaakt van de locatie en de beschikbare, schaarse, grond in het landelijk gebied. De beoogde initiatieven liggen alle drie direct nabij een onderstation van TenneT en zullen dus optimaal profiteren van de directe mogelijkheid om van het landelijke net energie te ontvangen of terug te leveren. Deze positionering is minder ingrijpend voor de omgeving, waarbij er de mogelijkheid is om een energielandschap te creëren doordat activiteiten omtrent energie geclusterd worden. Zo wordt er rekening gehouden met een uniforme uitstraling van de functies in de omgeving en wordt de beschikbare ruimte op een efficiënte en zorgvuldige manier ingericht. Alle drie de initiatieven zullen tijdelijk zijn en voor een termijn van maximaal 25 jaar worden geëxploiteerd.

Hierna wordt het mogelijk om de locatie weer voor agrarisch gebruik in te zetten. Daarmee blijven de bestaande situatie en functies in het gebied gehandhaafd.

4.4.

De wijze waarop hierbij omgegaan wordt met natuurwaarden;

De provincie Flevoland kent verscheidene Natura 2000 gebieden. Deze grenzen niet aan de plangebieden van de drie initiatieven maar bevinden zich op enkele kilometers afstand. Uit ecologisch onderzoek is gebleken dat de beoogde werkzaamheden en plannen geen negatieve effecten zullen hebben op de in de omgeving aanwezige beschermde natuurwaarden. Ook blijkt uit ecologisch onderzoek dat er geen beschermde dier- en plantensoorten in de plangebieden voorkomen en dat daarom geen significante (negatieve) effecten worden verwacht op de instandhouding van beschermde diersoorten. Om het plangebied aan het Olsterpad in Dronten wordt een significante groensingel gecreëerd, waarmee ruimte wordt gecreëerd voor biodiversiteit binnen het plangebied, onder andere door in hoogte verschillende vegetatie te planten.

4.5.

De wijze waarop het experiment past binnen de omgevingsvisie en bijdraagt aan de provinciale opgaven

De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie op de toekomst van het gebied. Het vertelt het verhaal van Flevoland met het ontstaan van de drie polders met hun verschillende Pagina 21 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

landschappelijke kenmerken. In de visie is de opgave “Ruimte voor duurzame energie” opgenomen, zowel voor kleinschalige als grootschalige initiatieven. De provincie heeft daarbij de duidelijke ambitie uitgesproken om in 2030 energieneutraal te zijn. Ook wordt er gesproken over “Ruimte voor initiatief”, Flevoland biedt ruimte voor ondernemingen en mensen die hun droom willen realiseren. Iedereen die wil bijdragen aan een duurzame toekomst van Flevoland is van harte uitgenodigd. Ook wil de provincie de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en koppelen aan de maatschappelijke behoeften. De opwek van duurzame energie in de provincie is op grote schaal aanwezig, maar om een flexibel en duurzaam energiesysteem voor de provincie te creëren is er ook aandacht nodig voor de netcongestie problematiek. Inzetten op grootschalige batterijopslag zal bijdragen aan ruimte op het net waardoor een robuust energiesysteem wordt gecreëerd voor de provincie Flevoland De Provincie Flevoland biedt de ruimte voor initiatieven om opgavegericht problemen aan te pakken. In de Omgevingsvisie spreekt de Provincie uit dat er wordt gewerkt aan maatschappelijke oplossingen voor de lange termijn. Grootschalige batterijopslag is één van de oplossingen om het elektriciteitsnet te verlichten en een verruimende rol te bieden bij netaansluitingsaanvragen.

Voor een dergelijk nieuw initiatief als grootschalige batterijopslag is echter nog geen beleidskader aanwezig. Het experimentenkader in het Omgevingsprogramma Flevoland biedt hier ruimte voor om dit soort initiatieven ruimtelijk mogelijk te maken. Met grootschalige batterijopslag komt de provincie haar principe ‘durf te vernieuwen’ na door het creëren van de proeftuin voor batterijopslag. Tevens wordt hiermee invulling gegeven aan de opgave “Ruimte voor initiatief”. In het programma Landschap van de Toekomst wordt aangegeven hoe dit soort nieuwe ontwikkelingen kunnen worden ingepast door rekening te houden met de kernkwaliteit van de drie poldertypes. Door aandacht te besteden aan de landschappelijke inpassing en deze aan te laten sluiten bij de bestaande inrichtingsprincipes van de polder en energieoplossingen te clusteren wordt een efficiënt en zorgvuldig ingericht energielandschap gecreëerd.

5. Conclusie De drie initiatieven hebben bij de gemeenten Dronten, Noordoostpolder en Zeewolde een verzoek voor planologische medewerking ingediend voor (grootschalige) batterijopslag . In het kader van vooroverleg hebben de gemeenten de provincie Fleovland hierbij betrokken. Momenteel kennen de gemeenten en de provincie echter geen beleid voor batterijopslagsystemen. Het Omgevingsprogramma Flevoland biedt ruimte om het planologisch regime te verruimen middels het doorlopen van het experimentenkader. Om die reden hebben de gemeenten Dronten, Noordoostpolder en Zeewolde voorliggend document opgesteld waarin voor de aanwezige initiatieven Dronter Energie Opslag, EnergieOpslag Westermeerdijk en Energieopslag Vogelweg Zeewolde het experimentenkader wordt doorlopen. Hieruit is gebleken dat er voldoende aanleiding is voor de Provincie Flevoland om af te wijken van het huidige omgevingsbeleid. De provincie kan daarmee verruiming bieden van de planologische en beleidsmatige ruimte voor de drie initiatieven van batterijopslag in Flevoland. Het maatschappelijk belang van de initiatieven is groot en de toenemende mate van zowel duurzame energie opwek als netcongestie in de provincie Flevoland onderstreept de noodzaak van grootschalige batterijopslag.

Door een passende landschappelijke inpassing en clustering van de initiatieven rondom bestaande energiehubs wordt de kwaliteit van het landelijk gebied Pagina 22 van 23

Notitie experimentenkader grootschalige batterijopslag Flevoland

gewaarborgd. Verder zijn er geen beschermde dier- en plantensoorten aangetroffen in de beoogde plangebieden en worden er door de grote afstand van de plangebieden tot stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden geen significante (negatieve) effecten verwacht op de natuurwaarden van deze gebieden. Ten slotte is gebleken dat de initiatieven bijdragen aan het invullen van de provinciale opgaven op het gebied van duurzaamheid en de ambitie om in 2023 energieneutraal te zijn Geconcludeerd wordt dat de initiatieven hiermee voldoen aan de voorwaarden van het experimentenkader van de Provincie Flevoland.

Pagina 23 van 23

pEUTZ Batterij Energieopslag Systeem van Energieopslag Westermeerdijk

Geluidonderzoek

Rapportnummer F 22852-5-RA-005 d.d. 4 december 2023

pEUTZ Batterij Energieopslag Systeem van Energieopslag Westermeerdijk

Geluidonderzoek

Opdrachtgever: Ventolines Rapportnummer: F 22852-5-RA-005 Datum: 4 december 2023 Referentie: GL/GL/AvdS/F 22852-5-RA-005 Verantwoordelijke: ir. G.W. Lassche Opsteller: ir. G.W. Lassche +31 85 8228502 g.lassche@peutz.nl

Peutz bv, postbus 7, 9700 aa groningen, +31 85 822 85 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid Nlingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook - zoetermeer - groningen - eindhoven - haps - düsseldorf - dortmund - berlijn - nürnberg - leuven - parijs - lyon

F 22852-5-RA-005 2

pEUTZ i Inleiding

In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar de geluidniveaus in de omgeving ten gevolge van een mogelijke batterij energieopslag systeem (BEOS) nabij Espel (gemeente Noordoostpolder). Het project wordt verder ook aangeduid als Energieopslag Westermeerdijk.

2Uitgangspunten

2.1 Situatie

Onderzocht wordt de mogelijkheid van een batterijopslag met een piekvermogen van in totaal circa 300 MW voor een maximale duur van 4 uur (opslagcapaciteit circa 1200 MWh) op een terrein van 4 ha. Het terrein is gelegen ten oosten naast bestaande transformatorstations waarbij op het terrein van de transformatorstations nog ruimte is voor uitbreiding aan de zuidzijde. Het terrein van de transformatorstations is voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. In de afbeelding is dit aangeduid als "IT Wgh". Het betreft een strook van circa 1,9 ha (circa 65 m oost-west en circa 290 m noord-zuid). Ter plaatse van de zonegrens (weergegeven in de afbeelding als "zonegrens Wgh"). In onderstaande afbeelding f2.1 wordt de situatie gegeven.

f 2.1 Locatie beoogde batterij, ligging woningen en aanduiding zonegrens

F 22852-5-RA-005 3

pEUTZ Opgemerkt wordt dat Energieopslag Westermeerdijk geen onderdeel uitmaakt van het geluidgezoneerde industrieterrein en daarmee ook niet getoetst wordt aan de vigerende geluidzone. In de directe omgeving zijn alleen ten oosten van de batterijopslag woningen gelegen. De afstand van deze woningen aan de Westermeerweg bedraagt tenminste 350 m. In de afbeelding zijn deze woningen aangeduid met de posities 4 t/m 8. Ten noorden en ten zuiden van deze woningen zijn ook nog enkele woningen gelegen.

2.2 Globale beschrijving batterij

Voorzien is een batterij waarmee elektrische energie tijdelijk kan worden opgeslagen. Als relevante bronnen kunnen de batterijen, de invertors en transformatoren worden aangemerkt. In principe wordt continu bedrijf gevoerd gedurende het gehele etmaal. Dit betreft met name de invertors en transformatoren waarbij de belasting gedurende het etmaal kan variëren en daarmee in principe ook de geluidproductie. In een 'worst case'benadering zal evenwel worden uitgegaan van een maximale geluidemissie gedurende het gehele etmaal. Betreffende de transformatoren wordt opgemerkt dat sprake is van een transformatorstation waarmee de koppeling wordt gemaakt tussen Energieopslag Westermeerdijk en het landelijke of regionale elektriciteitsnetwerk. Het buiten opgestelde vermogen van de transformatoren op dit station bedraagt minder dan 200 MVA. Dit station is geprojecteerd op het westelijke terreindeel (nabij de huidige transformatorstations). Bij de batterijsystemen (batterijen en bijbehorende transformatoren en invertors) is met name sprake van een relevante geluidproductie tijdens het laden en ontladen. Hierbij is de koeling middels ventilatoren relevant. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat het gehele systeem gedurende het gehele etmaal continu kan worden geladen en ontladen.

Het aantal te plaatsen batterijsystemen is afhankelijk van keuzes die nog in het verdere ontwerpstadium gemaakt moeten worden. Hierbij zijn de volgende aspecten van belang: - keuze leverancier. Er zijn systemen waarbij de invertors zijn geïntegreerd in het batterijsysteem en systemen waarbij sprake is van separate invertors. Dit heeft invloed op de geluidemissie van de batterijpacks; - opzet van het opslagsysteem (layout, opstellingswijze, clustering van invertors/transformatoren). Daarnaast moet rekening worden gehouden met vermogensschakelaars of een schakelgebouw. Deze produceren geen continu geluid maar zullen mogelijk wel aanleiding kunnen geven tot piekgeluiden (maximale geluidniveaus). Gelet op de afstand tot de woning kan worden gesteld dat de piekgeluiden geen belemmering of knelpunt zullen F 22852-5-RA-005 4

pEUTZ vormen. In deze notitie zal daarom geen verdere beschouwing van de maximale geluidniveaus plaatsvinden.

2.3 Toetsingscriteria

Door de gemeente is een geluidnota vastgesteld1. Uit de bijbehorende referentieniveaukaart blijkt dat de omgeving van de beoogde Energieopslag Westermeerdijk is aangemerkt als 'landelijk gebied met veel agrarische activiteiten'. Hiervoor gelden op grond van de geluidnota richtwaarden van 50 dB(A), 45 dB(A) en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, de avond- en de nachtperiode (overeenkomend met een etmaalwaarde van 50 dB(A)). Gelet op bovenstaande en mede vanwege de aanwezigheid van het geluidgezoneerde industrieterrein (het transformatorstation), de agrarische activiteiten in de omgeving en de grote hoeveelheid windturbines ligt het voor de hand een streefwaarde van maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde te hanteren. Een streefwaarde van bijvoorbeeld 40 dB(A) etmaalwaarde voor een landelijk gebied ligt in dit geval niet voor de hand. Opgemerkt dat voor het naastliggende transformatorstation een grenswaarde geldt van 50 dB(A) etmaalwaarde op de zonegrens. Voor de dichtstbij gelegen woningen ten oosten betekent dit dat een etmaalwaarde van circa 41 dB(A) is toegestaan. Deze waarde geldt in dit geval exclusief toepassing van een toeslag van 5 dB voor het tonale karakter van het geluid afkomstig van de transformatoren. Inclusief een toeslag van 5 dB geldt voor deze woningen dat voor het transformatorstation een etmaalwaarde van circa 46 dB(A) wordt verwacht.

Op basis van informatie uit de Atlas Leefomgeving kan worden opgemaakt dat de huidige cumulatieve geluidbelasting (Lcum) bij de woningen 51 à 55 dB bedraagt. Dit onderstreept dat de omgeving niet kan worden gekarakteriseerd als landelijk gebied. Gelet op bovenstaande wordt in dit onderzoek uitgegaan van een richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Deze waarde komt overeen met de standaardgeluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Hierbij wordt opgemerkt dat het BEOS van Energieopslag Westermeerdijk geen onderdeel uitmaakt van het geluidgezoneerde industrieterrein. De geluidniveaus ten gevolge van het BEOS worden derhalve NIET getoetst op de zonegrens. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het BEOS niet wordt aangemerkt als zogenaamde 'grote lawaaimaker' in de zin van de Wet geluidhinder en dat daarmee sprake is van een inrichting type B volgens het Activiteitenbesluit.

Nota Geluid, onderdeel Industrielawaai (gemeente Noordoostpolder), vastgestelde versie 2011

F 22852-5-RA-005 5

pEUTZ 2.4 Laagfrequent geluid

De laatste jaren is er meer aandacht voor laagfrequent geluid. Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie beneden de 125 Hz. Geluid met frequenties onder 20 Hz wordt infrageluid genoemd; de waarneming is dan niet als geluid te herkennen maar meer als 'druk op de oren' of als trilling. In deze situatie kunnen met name de transformatoren als mogelijke bronnen voor laagfrequent geluid worden aangewezen. De laagfrequente geluidemissie van de overige installaties is naar verwachting gering. Transformatoren bezitten relatief veel geluidenergie bij 100 Hz en hogere harmonischen daarvan (200 Hz en volgende veelvouden van 100 Hz). Dit houdt direct verband met de netfrequentie van 50 Hz. De bijdrage van 50 Hz aan het totale geluidniveau in dB(A) is over het algemeen niet relevant. Dit geldt ook voor de frequenties buiten de 100 Hz en hogere harmonischen. In het kader van laagfrequent geluid zijn in dit geval derhalve de geluidniveaus bij 100 Hz het meest relevant. Deze frequentie vormt het overgangsgebied tussen laagfrequent geluid en 'normaal geluid'. Daardoor worden de laagfrequente geluidniveaus in dit geval al beperkt door de normstelling in dB(A) (hoge geluidniveaus bij 100 Hz zullen al snel leiden tot een overschrijding van de norm in dB(A)). Voor de beoordeling van laagfrequent geluid bestaat nog geen wettelijke grondslag.

In bijzondere gevallen kan bij klachten en bezorgdheid over laagfrequent geluid aansluiting worden gezocht bij de Vercammencurve. De Vercammencurve is een richtlijn voor laagfrequent geluid op basis van (geobjectiveerde) hinder. Dit is echter geen wettelijke norm. De Vercammencurve sluit aan bij de binnen woningen op grond van de Wet geluidhinder toelaatbare geluidniveaus. In nagenoeg alle situaties waarin de Vercammencurve wordt gehanteerd, wordt uitgegaan van de curve behorend bij een toelaatbaar binnenniveau van 25 dB(A). Uit jurisprudentie (zie onder andere uitspraak 201904583/1/R d.d. 13 mei 2020 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) volgt dat dit een geaccepteerde methode is om de hinder vanwege laagfrequent geluid te beoordelen. In onderstaande tabel worden de waarden van de Vercammencurve voor 25 dB(A) gegeven. Het betreft hier de waarden voor de binnen geluidgevoelige ruimten optredende geluidniveaus. 12.1 Overzicht referentiewaarden laagfrequent geluid Waarde toetscurve (in dB) per tertsband met middenfrequentie (in Hz) 25 31,5 40 50 63 80 100 125 Hz Vercammencurve 25 dB(A) 65 60 55 50 46 42 39 36 dB

In deze situatie is dan de met name de toetswaarde bij 100 Hz relevant, dat wil zeggen 39 dB op basis van de Vercammencurve. Zoals eerder genoemd kunnen met name de transformatoren aanleiding geven tot het optreden van laagfrequent geluid. De laagfrequente geluidemissie van de overige installaties is naar verwachting laag. F 22852-5-RA-005 6

pEUTZ In deze situatie zullen de transformatoren evenwel een ondergeschikte rol spelen ten opzichte van de geluidniveaus van de overige installaties. In de omgeving zullen geluidniveaus derhalve niet laagfrequent van karakter zijn. Bovendien is sprake van relatief grote afstanden tot de woningen. Verwacht mag worden dat voldaan wordt aan de Vercammencurve. Een verdere beschouwing zal gelet hierop vooralsnog achterwege blijven. 3 Berekeningen

3.1 Rekenmodel

Ten behoeve van het onderzoek is een rekenmodel opgesteld waarmee de geluidimmissie op de in de omgeving relevante beoordelingspunten wordt berekend. Alle berekeningen zijn uitgevoerd conform de methoden II van de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" , uitgave 1999 (HMRI 1999). De berekeningen zijn uitgevoerd voor de octaafbanden met middenfrequentie 63 t/m 8000 Hz. Gezien de relatief grote A-weging voor de 31 Hz-octaafband en de geluidproductie van de geluidbronnen van de batterij in deze octaafband zijn de geluidbijdragen in de omgeving in deze octaafband niet relevant. De 31 Hz-octaafband is daarom bij de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Bij de berekeningen is rekening gehouden met de bodemgesteldheid ter plaatse. Voor het water (IJsselmeer) is uitgegaan van een geheel harde bodem (B = 0). Voor de terreinverhardingen op het terrein van de batterijopslag wordt en het naastliggende transformatorstation wordt rekening gehouden met een grotendeels reflecterende bodem (B = 0,2). Voor de omliggende gebieden is uitgegaan van een grotendeels absorberende bodem (B = 0,8). In de huidige projectfase is de huidige invulling van het BEOS nog niet volledig uitgekristalliseerd. Gelet daarop is het nog niet mogelijk om een concrete gedetailleerde invulling te geven aan het geluid.

In dit onderzoek zal daarom worden nagegaan welke geluidemissie maximaal mogelijk is binnen de gestelde randvoorwaarden (zie paragraaf 2.3). Dit resulteert in de maximaal toelaatbare geluidbronsterkte (geluidemissie) voor het BEOS. Op basis hiervan zal een inschatting worden gemaakt van de haalbaarheid. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de beperkt beschikbare informatie van mogelijke leveranciers/fabrikanten en ervaringsgegevens verkregen uit eerdere studies aan kleinere batterijopslagen. Op basis van deze informatie is de spectrale verdeling van het geluid afkomstig van een representatieve batterij-opslag bepaald. Dit is verwerkt in het rekenmodel waarbij gebruik is gemaakt van een oppervlaktebron. Nadere informatie van het rekenmodel is opgenomen in bijlage 1. F 22852-5-RA-005 7

pEurz 3.2 Rekenresultaten

Met behulp van het rekenmodel zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus berekend. Hierbij is uitgegaan van een gelijke verdeling van alle geluidbronnen over het gehele terrein van de batterij. De geluidbronsterkte is zodanig bepaald dat sprake blijft van een realistisch uitvoerbaar project. In onderstaande afbeeldingen worden de resultaten gegeven in de vorm van geluidcontouren voor een rekenhoogte van 5 m (afbeelding f3.1, een rekenhoogte van 5 m is relevant voor de beoordeling in de avond- en de nachtperiode).

f 3.1 Globale geluidcontouren op 5 m hoogte

Bij bepaling van de 50 dB(A) etmaalwaardecontour zijn de volgende waarden voor de totale geluidbronsterkten per m2 aangehouden (uitgaande van een oppervlakte van 4 ha): - dagperiode (7 - 19 uur): circa 74 dB(Aym2 - avondperiode (19 - 23 uur): circa 69 dB(Aym2 - nachtperiode (23 - 7 uur): circa 64 dB(AVm2 Hierbij de volgende opmerkingen: - het is niet geheel uitgesloten dat het geluid afkomstig van de batterijopslag tonaal van karakter is. Mocht dat het geval zijn dan zullen de geluidniveaus 5 dB strenger beoordeeld wordt en dus de toelaatbare geluidvermogens 5 dB lager; - uitgaande van een beperking in de bedrijfsduur zullen de geluidvermogens enigszins hoger kunnen zijn. Uitgaande van bijvoorbeeld 6 uur in de nachtperiode (anderhalf F 22852-5-RA-005 8

pEUTZ keer geheel ontladen of laden) zullen de geluidvermogens 1,2 à 1,3 dB hoger mogen zijn. Gelet op de opmerkingen is sprake van een bandbreedte voor de mogelijke geluidvermogens. Voor de nachtperiode varieert dit van 59 tot 66 dB(Aym2. Uit de beperkt beschikbare informatie van mogelijke leveranciers en fabrikant kan worden afgeleid dat hier aan voldaan kan worden mits gekozen wordt voor relatief geluidarme installaties. Daarnaast zal bij de verdere invulling en engineering rekening gehouden moeten worden met het aspect geluid. Uitgaande van de maximale invullling kunnen de in onderstaande tabel t3.1 weergegeven langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus optreden bij de dichtstbij gelegen woningen. 13.1 Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (uitgaande van de maximale invulling) Omschrijving (zie ook afbeelding 2.1)

Dag 7-19u

LAr,LT in dB(A) op 1,5 m en 5 m hoogte Avond 19-23u Nacht 23-7u

Etmaalwaarde

1. Westerm eerweg 43

38 Z 41

34 Z 36

28 Z 31

38 Z 41

2. Westermeerweg 41

39 Z 42

34 Z 37

29 Z 32

39 Z 42

3. Westermeerweg 396/b/c

44 / 46

39 Z 41

34 Z 36

44 Z 46

4. Westermeerweg 39

45 / 47

40 Z 42

35 Z 37

45 Z 47

5. Westermeerweg 37

46 / 48

41 Z 43

36 Z 38

46 Z 48

6. Westermeerweg 35a

50 Z 52

44 Z 47

40 Z 42

50 Z 52

7. Westermeerweg 35

49 / 52

44 Z 47

39 Z 42

49 Z 52

8. Westermeerweg 31

45 / 48

40 Z 43

35 Z 38

45 Z 48

9. Westermeerweg 29

42 Z 45

37 Z 40

32 Z 35

42 Z 45

Uit de rekenresultaten blijkt dat op 1,5 m in alle gevallen tenminste 2 dB lagere geluidniveaus optreden dan op 5 m hoogte. Uit de resultaten volgt verder dat op de gevel op 5 meter hoogte ter plaatse van de woningen aan de Westermeerweg 35 en 35a een 2 dB hogere waarde dan de streefwaarde wordt berekend. Nadere informatie betreffende de rekenresultaten is opgenomen in bijlage 2.

3.3 Laagfrequent geluid

Ten aanzien van laagfrequent geluid wordt opgemerkt dat uitgaande van een realistisch spectrum (zie paragraaf 3.1) in de dichtstbijgelegen woningen door de batterijopslag zeker voldaan zal worden aan de Vercammencurve (zie ook paragraaf 2.4). Hierbij is rekening gehouden met de inzet van één of meerdere transformatoren. Deze zullen evenwel niet bepalend zijn voor de geluidniveaus in de omgeving en daarmee ook ondergeschikt zijn voor het optreden van laagfrequent geluid.

F 22852-5-RA-005 9

pEUTZ Verondersteld mag worden dat in de huidige situatie door het transformatorstation (en de eventuele uitbreidingen op het industrieterrein) de vigerende geluidzone wordt gerespecteerd. Daarmee mag ervan worden uitgegaan dat bij de woningen sprake is van etmaalwaarden van ten hoogste 41 dB(A) (zie ook paragraaf 2.3). In de nachtperiode kan dit leiden tot een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van maximaal 31 dB(A). Indien 'worst case' deze 31 dB(A) geheel wordt bepaald door de geluidniveaus bij 100 Hz zou dit leiden tot een op de gevels van de woningen invallend lineair geluidniveau van ten hoogste 50 dB. Op basis van literatuur (onder andere Deense onderzoek aan een groot aantal woningen2) wordt voor het verschil tussen het invallende geluidniveau en het binnen optredende geluidniveau een verschil aangehouden van 18,4 dB bij 100 Hz. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijke opslingering in de ruimte. Hiervan uitgaande mag worden verwacht dat binnen de woningen bij 100 Hz de geluidniveaus niet meer dan circa 32 dB zullen bedragen. Deze waarde is ruimschoots lager dan Vercammencurve (te weten 39 dB, zie tabel 2.1 bij 100 Hz). In praktijk zullen de geluidniveaus nog significant lager zijn. Zoals eerder gesteld zullen door de komst van de batterijopslag de laagfrequente geluidniveaus niet of nauwelijks toenemen.

Hierbij wordt, zoals eerder opgemerkt, rekening gehouden met de aanwezigheid van transformatoren ten behoeve van de batterijopslag. Op grond hiervan mag worden verwacht dat voldaan zal worden aan de Vercammencurve en daarmee geen sprake zal zijn onaanvaardbare hinder als gevolg van laagfrequent geluid. 4 Beoordeling en conclusie

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat uitgaande van een invulling met een geluidvermogen van circa 64 dB(Aym2 in de nachtperiode ter plaatse van de woningen van derden over het algemeen voldaan kan worden aan de richtwaarde van 40 dB(A) (overeenkomend met een etmaalwaarde van 50 dB(A)). Ter plaatse van de woningen Westermeerweg 35 en 35a worden op 5 meter hoogte 2 dB hogere waarden berekend. Voor de avond- en de dagperiode kunnen de totale geluidvermogens 3 à 5 dB respectievelijk 8 à 10 dB hoger zijn. In de huidige fase van de projectontwikkeling is nog geen leverancier/fabrikant geselecteerd en is ook nog geen gedetailleerde invulling van het BEOS beschikbaar daar dit sterk afhankelijk is van de toe te passen systemen. Uit een vergelijking met via mogelijke

2 Dan Hoffmeyer and J0rgen Jakobsen, "Sound insulation of dwellings at low frequencies" (Journal of low frequency noise, vibration and active control, Vol. 29 No.1 2020)

F 22852-5-RA-005 10

leveranciers beschikbaar gestelde produktinformatie kan evenwel het volgende worden gesteld: - middels toepassing van normaal gangbare technieken wordt het mogelijk geacht om te voldoen aan de criteria; - om uiteindelijk bij de woningen te voldoen aan de richtwaarden zullen daarnaast mogelijk aanvullende geluidreducerende maatregelen getroffen moeten worden. De omvang van de maatregelen is sterk afhankelijk van de uiteindelijke invulling en het fabricaat/type van de batterij-opstellingen (inclusief invertors, transformatoren); - bij de uiteindelijk invulling zal aandacht besteed moeten worden aan het mogelijk tonale karakter van het geluid afkomstig van het BEOS bij de woningen. Een en nader zal mogelijk leiden tot aanvullende voorzieningen. Daarbij wordt nog opgemerkt dat in dit onderzoek een 'worst case'-benadering wordt toegepast. Er wordt uitgegaan van maximaal bedrijf van alle installaties gedurende het gehele etmaal. Normaal gesproken zal niet gedurende het gehele etmaal worden geladen of ontladen. Bovendien is de inzet van de ventilatoren afhankelijk van zowel het vermogen (laden of ontladen) en de omgevingsfactoren (met name temperatuur). Met name in de nachtperiode zal naar verwachting de inzet van de ventilatoren beperkt zijn. Naar verwachting zullen derhalve in praktijk de geluidniveaus bij de woningen lager zijn.

Overwogen wordt om middels maatwerkvoorschriften selectief en minimaal af te wijken door toepassing van een hogere waarde van 42 dB(A) in de nachtperiode op de gevel van de woningen aan de Westermeerweg 35 en 35a. Indien middels het maatwerkvoorschrift een hogere waarde wordt vastgesteld, hoeft ter plaatse van deze woningen niet voldaan te worden aan de cumulatieve geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde. Binnen de woningen zal worden voldaan aan de toelaatbaar geachte binnenwaarde van 35 dB(A) etmaalwaarde daar immers verwacht mag worden dat de geluidwering tenminste 20 dB(A) bedraagt. Onder bovengenoemde voorwaarden lijkt een batterij-opstelling op de beoogde locatie uitvoerbaar en kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening bij woningen. Dit rapport bevat 11 pagina's, Bijlage 1, bestaande uit 9 pagina's en 1 figuur, Bijlage 2, bestaande uit 2 pagina's.

8

å

F 22852-5-RA-005 11

pEUTZ

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Invoergegevens rekenmodel: - bodemgebieden, - toetspunten, - gebouwen, - schermen, - oppervlaktebronnen,

pagina 1.2 pagina 1.3 pagina 1.4 pagina 1.5 t/m 1.6 pagina 1.7 t/m 1.9 figuur 1.1

F 22852-5-RA-006 1.1

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam

Omschr.

Vorm

001 002 003 004

IJsselmeer Bestaande trafostations Nieuw terrein (globaal) Batterijopslag

Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon

X-1

Y-1

Omtrek

Oppervlak

Bf

Groep

169001,95 169206,13 169216,93 169271,55

528080,81 526572,23 526382,68 526402,25

11866,12 732,68 177,29 948,17

7752960,93 25717,31 1192,58 40629,42

0,00 0,20 0,20 0,20

-— — BEOS

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

21-11-2023 15:35:40

F 22852-5-RA-006 1.2

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam

Omschr.

001 002 003 004 005

Westermeerweg Westermeerweg Westermeerweg Westermeerweg Westermeerweg

X

Y

Maaiveld

Hoogte A

Hoogte B

Gevel

169848,35 169847,27 169850,52 169862,40 169861,86

527506,54 527425,50 526992,24 526892,84 526810,72

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

Ja Ja Ja Ja Ja

-— — —

006 007 008 009 Z001

Westermeerweg 35a,, Espel Westermeerweg 35, Espel Westermeerweg 31, Espel Westermeerweg 29, Espel Zonegrens west

169825,12 169831,61 169826,75 169819,56 168682,55

526367,20 526299,67 525917,19 525620,34 526362,77

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

1,50 1,50 1,50 1,50 5,00

5,00 5,00 5,00 5,00 --

Ja Ja Ja Ja Ja

—

Z0 02 Z0 03 Z0 04

Zonegrens noord Zonegrens oost Zonegrens zuid

169205,67 169493,08 169220,10

527002,53 526354,35 525850,47

0,00 0,00 0,00

5,00 5,00 5,00

—

Ja Ja Ja

Gezoneerd IT Gezoneerd IT Gezoneerd IT

43, Espel 41, Espel 39a^/^ Espel 39, Espel 37, Espel

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

— —

Groep

--

— — — Gezoneerd IT

21-11-2023 15:35:21

F 22852-5-RA-006 1.3

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam

Omschr.

001 002 003 004 005

Grondvlak windturbine Gebouwen trafostations Gebouwen trafostations Gebouwen trafostations Gebouwen trafostations

X-1

Y-1

Hoogte

Maaiveld

169134,25 169342,85 169236,64 169256,99 169243,92

526433,23 526469,69 526474,37 526444,27 526532,24

0,00 3,50 5,00 5,00 3,60

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

0 0 0 0 0

Cp dB dB dB dB dB

Refl.

63

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Vorm Polygoon Rechthoek Rechthoek Rechthoek Rechthoek

Vormpunten

Omtrek

Oppervlak

30 4 4 4 4

52,46 84,34 42,70 28,56 39,58

218,17 415,26 76,19 41,06 82,27

Groep -— — —

—

21-11-2023 15:35:58

F 22852-5-RA-006 1.4

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam

Omschr.

Vorm

001

Trafocel

Polylijn

X-1

Y-1

H-1

M-1

X-n

Y-n

H-n

M-n

Vormpunten

Lengte

Lengte3D

Cp

169233,84

526362,60

5,50

0,00

169233,84

526349,60

5,50

0,00

4

39,00

39,00

0 dB

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

21-11-2023 15:36:09

F 22852-5-RA-006 1.5

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Naam 001

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL Refl.L 63

Refl.R 63

0,80

0,80

Groep --

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

21-11-2023 15:36:09

F 22852-5-RA-006 1.6

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 BEOS Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam

Omschr.

004

Batterijopslag (realistisch spectrum)

X-1

Y-1

Hoogte

Maaiveld

Vormpunten

Omtrek

Oppervlak

Cb(D)

Cb(A)

Cb(N)

X-aantal

169274,55

526399,25

4,00

0,00

6

948,17

40629,42

0,00

5,00

10,00

6

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

21-11-2023 15:34:24

F 22852-5-RA-006 1.7

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 BEOS Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam

Y-aantal

Negeer obj.

LwrM2 63

LwrM2 125

LwrM2 250

LwrM2 500

LwrM2 1k

LwrM2 2k

LwrM2 4k

LwrM2 8k

LwrM2 Totaal

7

Ja

50,30

59,30

68,30

69,30

67,30

64,30

63,30

54,30

74,27

004

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

Lwr 63 96,39

Lwr 125

Lwr 250

Lwr 500

Lwr 1k

Lwr 2k

105,39

114,39

115,39

113,39

110,39

21-11-2023 15:34:24

F 22852-5-RA-006 1.8

Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel

Model: Groep:

Batterijopslag GPB-NOP 09-10-23 BEOS Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam

Lwr 4k

Lwr 8k

Lwr Totaal

Groep

004

109,39

100,39

120,36

BEOS

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Peutz bv

21-11-2023 15:34:24

F 22852-5-RA-006 1.9

Figuur 1.1 Invoerplot rekenmodel

Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Aandachtsgebieden

a a 527500

0m schaal a 1 : 8000 .1429

527000 riľ^

zL—

Ľŵ

526000

a .2210

169000

169500

170000

F 22852-5-RA-006

Bijlage 2 Rekenresultaten

Rekenresultaten: - langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus

pagina 2.2

F 22852-5-RA-006 2.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2159/documents/39427