21.2 Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp-Omgevingsvisie No - 15092024.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp-Omgevingsvisie Noordoostpolder 15 september 2024 (versie 18 juli 2024 met paar redactionele verbeteringen) Inhoudsopgave A. Vooraf B. Ingekomen zienswijzen C. Beantwoording zienswijzen D. Voorgestelde wijzigingen voor definitieve Omgevingsvisie A. Vooraf Op 26 februari heeft de gemeenteraad van Noordoostpolder de ontwerp-Omgevingsvisie vrij gegeven voor zienswijzen. De ontwerp-Omgevingsvisie, inclusief de verwerkte tekstvoorstellen die bij amendement door de gemeenteraad zijn aangenomen, heeft ter inzage gelegen gedurende zes weken: van 4 maart tot en met 14 april 2024. Op de ontwerp-Omgevingsvisie Noordoostpolder zijn 24 zienswijzen gekomen. In deze Nota van Beantwoording is een overzicht opgenomen van alle 24 zienswijzen (paragraaf B). In paragraaf C wordt elke zienswijze samengevat, beantwoord en aangegeven of de zienswijze voor de gemeenteraad leidt tot het aanpassen van de ontwerp-Omgevingsvisie. In paragraaf D wordt tenslotte beschreven wat de zienswijzen tezamen voor wijzigingen opleveren. Deze wijzigingen zijn verwerkt in de Omgevingsvisie Noordoostpolder, die ter besluitvorming door het college aan de gemeenteraad van 30 september 2024 wordt voorgelegd. Aanvullend op deze wijzigingen ten gevolge van zienswijze zijn in dezelfde paragraaf de ambtshalve wijzigingen opgenomen. B.
Ingekomen zienswijzen Nummer Indiener zienswijze zienswijze 1. Inwoner zienswijze 1
Datum
Document-nummer
02-04-2024
99990000281646
2.
Gelijk Stroom
21-03-2024
99990000284064
3.
Cumela Nederland
04-04-2024
99990000283488
4.
Provincie Flevoland
99990000299294
5.
Maatschap Vercraeye
05-04-2024 24-04-2024 08-04-2024
6.
GGD Flevoland
08-04-2024
99990000285734
7.
Dorpsbelang Espel
09-04-2024
99990000287193
8.
Waterschap Zuiderzeeland
09-04-2024
99990000288728
9.
LTO Noord
11-04-2024
99990000288736
10.
Natuurmonumenten
08-04-2024
99990000288744
11.
Inwoner zienswijze 11
08-04-2024
99990000289199
12.
Gemeente Urk
12-04-2024
99990000289195
13.
Vereniging Zonnepark Schokland
12-04-2024
99990000288693
14.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
10-04-2024
99990000288699
15.
Lavendel B.V.
10-04-2024
99990000288703
16.
Het Flevo-landschap
12-04-2024
99990000288707
99990000285728
1
17.
Stichting NieuwLand Glastuinbouw
11-04-2024
99990000288715
18.
12-04-2024
99990000288723
19.
Ekwadraat bv namens een aantal ondernemers Veiligheidsregio Flevoland
14-04-2024
99990000289191
20.
Tennet TSO BV
10-04-2024
99990000288015
21.
Craeft namens meerdere cliënten
10-04-2024
99990000288142
22.
Craeft namens meerdere cliënten
11-04-2024
99990000288145
23.
Innovatiecluster Noordoostpolder
04-04-2024
99990000293298
24.
PSP’92
14-04-2024
99990000294140
C. Beantwoording zienswijzen Zoals in paragraaf A toegelicht, worden in deze paragraaf de zienswijzen kort samengevat en aangegeven of de zienswijze voor de gemeenteraad aanleiding geeft tot wijzigingen in de Omgevingsvisie die op 30 september ter besluitvorming voor ligt. 1. Inwoner zienswijze 1 1.1 Amendementen na afronding participatie Indiener bevreemdt het dat de Ontwerp-Omgevingsvisie wordt vrij gegeven met amendementen van de gemeenteraad, die pas genomen zijn na afronding van participatie. Reactie De gemeenteraad heeft de procedure doorlopen zoals de Omgevingswet voorschrijft. Dat wil zeggen: het opstellen van een ontwerp-Omgevingsvisie mede op basis van participatie, vervolgens dit via het college en de raad vrij gegeven voor zienswijzen, waarbij de gemeenteraad de mogelijkheid heeft te amenderen. De gemeenteraad is van opvatting dat de ontwerp-Omgevingsvisie tot stand gekomen is op basis van intensieve participatie; namelijk zowel rondom de Strategische Koersbepaling als bij het formuleren van kernopgaven en deelopgaven. Voor deze laatstgenoemde fase is de gemeente Noordoostpolder op het Pieperfestival aanwezig geweest (9 september 2023), op de weekmarkt en in alle dorpen (26, 27 en 28 september 2023).
Ook zijn keukentafelgesprekken met agrarische ondernemers gevoerd en is een online enquête uitgevoerd tussen 9 september en 7 oktober 2023, waar 560 deelnemers van gebruik gemaakt hebben. Met professionals is een bijeenkomst georganiseerd. Bij aanvang van de zienswijzeperiode is een informatiebijeenkomst georganiseerd. Tot slot is het, opnieuw, aan de gemeenteraad om mede op basis van de zienwijzen tot besluitvorming te komen. De gemeenteraad ziet in dit deel van de zienswijze dan ook geen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie. 1.2 Amendement 2024-02-12h Indiener is van mening dat het aangenomen amendement 2024-02-12h inhoudt dat het alleen om boerderijwindmolens gaat en dat deze alleen bij agrarische ondernemingen geplaatst kunnen worden. Reactie Amendement 2024-02-12h is ingediend en aangenomen naar aanleiding van deelopgave 7 van de ontwerp-Omgevingsvisie. Deze deelopgave richt zich op het bieden van perspectief voor agrarisch ondernemen. Dat betekent dat bedoeld wordt dat het gaat om windmolens voor duurzame energieopwek, nabij het vastgoed van agrarische ondernemingen, ten behoeve van agrarische ondernemingen, met een tiphoogte van maximaal 30 meter. De gemeenteraad zal in de Omgevingsvisie deze tekst verduidelijken.
De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog is strijd is met het provinciaal beleid. Daarom gaat gemeente Noordoostpolder met de provincie Flevoland verder in gesprek om te verkennen of en hoe hier tot nadere afspraken te komen is.
2
1.3 Negatief ruimtelijk effect op landschap Indiener geeft aan dat door het amendement ook boerderijwindmolens geplaatst kunnen worden die een negatief ruimtelijk effect hebben op het landschap, waaronder Werelderfgoed Schokland, Waterloopbos en andere natuurgebieden. Reactie De gemeenteraad wil zorgen voor een goede balans tussen de kwaliteit van het landschap, verduurzaming van energie en een op de toekomstgericht ondernemersklimaat. In een Omgevingsvisie wordt daarom beschreven wat en hoe het gemeentestuur hier, in samenhang en met een langetermijnperspectief, richting en uitwerking aan wil geven. Daarom stelt de gemeenteraad voor om in de uitvoeringsagenda toe te voegen de opdracht tot het opstellen van een afwegingskader op basis waarvan de plaatsing van boerderijwindmolens, met oog op een goede inpassing in het landschap en ruimtelijke ordening, mede afgewogen kan worden. Onderdeel van dit afwegingskader is mede een voorstel voor communicatie en participatie. De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog is strijd is met het provinciaal beleid. 1.4 Goed woon-leefklimaat Indiener vraagt hoe bij het borgen van een goed woon-leefklimaat naast genoemde aspecten als geur, gewasbeschermingsmiddelen, dierziekten en bereikbaarheid gewaarborgd wordt.
Reactie De gemeenteraad acht het van belang, zoals ook benoemd in de ontwerp-Omgevingsvisie, dat op een integrale wijze de ruimtelijke effecten van ontwikkelingen op een goed woon-leefklimaat afgewogen worden. De aspecten waar indiener naar verwijst, zijn voorbeelden, maar waar nodig zullen ook andere onderwerpen in het borgen van een goed woon-leefklimaat betrokken worden, zoals benoemd elders in de drie kernopgaven. In de motivering van wijzigingen op een omgevingsplan en bij buitenplanse omgevingsvergunningen moet op grond van de Omgevingswet een motivering van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties verbonden zijn. Borging van het goede woon- en leefklimaat en de andere genoemde aspecten vindt dus plaats in de planologische procedure. De gemeenteraad ziet in dit deel van de zienwijze dan ook geen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie. 1.5 Verdere inspraak bij vergunningverlening boerderijwindmolens Indiener stelt dat omdat pas na participatie het plaatsen van boerderijwindmolens mogelijk wordt gemaakt, er een uitgebreide inspraakprocedure moet plaatsvinden bij toekomstige vergunningverlening van boerderijwindmolens. Reactie De ontwerp-Omgevingsvisie is mede op basis van participatie en aangenomen amendementen door de gemeenteraad ter zienswijze gelegd.
De zienswijzen, waaronder die van indiener, zijn in onderhavige Nota van Beantwoording samengevat, beantwoord en voorzien van een reactie over wel of niet wijziging in de Omgevingsvisie die in september aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd. De gevolgde procedure hoort bij een Omgevingsvisie. Bij toekomstige vergunningverlening zal een separate planologische procedure doorlopen worden, waaronder participatie. De gemeenteraad ziet in dit deel van de zienwijze dan ook geen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie. 1.6 Schaden van belangen van niet in aanmerking komende groepen Indiener stelt de vraag in welke mate belangen van niet in aanmerking komende groepen worden geschaad door de mogelijkheid tot plaatsing van onder andere boerderijwindmolens onder voorwaarden. Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang om tot een zorgvuldige afweging te komen bij mogelijke vergunningverlening voor onder andere boerderijwindmolens bij agrarische ondernemingen, zeker gezien de ruimtelijke impact ervan op het kenmerkende en waardevolle landschap van Noordoostpolder. Daarom zal het in het onderzoek en de belangenafweging zorgvuldig oog hebben voor de verschillende belangengroepen en belangen. Dit zal onderdeel zijn van het voorgesteld afwegingskader, zoals benoemd in de reactie onder 1.3.
3
1.7 Lusten en lasten van opgewekte energie van een boerderijwindmolen Indiener deelt zijn visie op de lusten en lasten van het opwekken van energie door een boerderijwindmolen, zijnde enerzijds het benutten van energie door de eigenaar en anderzijds het terug leveren van teveel geproduceerde energie met effecten op het belasten/verzwaren van het energienetwerk, horizonvervuiling en geluidsoverlast. Indiener stelt dat de voordelen ten goede komen van private eigenaren en de nadelen ten laste komen van de samenleving/publieke sector. Reactie De gemeenteraad is van mening dat indiener wijst op het belang van een zorgvuldige afweging tussen uiteenlopende belangen, waaronder de positieve en negatieve effecten van ruimtelijke initiatieven. Dit is de kern van de ruimtelijke ordeningstaak van de overheid en daarom is een Omgevingsvisie, als ook andere planologische en juridische instrumenten en procedures, een verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie een richting gekozen, in de verwachting dat bij vervolgprocedures in specifieke situaties de, zoals de indiener dit noemt, lusten en lasten in balans blijven. Het gemeentestuur tekent hierbij aan dat niet alleen de gemeente, maar ook de provincie Flevoland beleidskaders stelt. De gemeenteraad ziet in dit deel van de zienwijze dan ook geen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie. 2.
Gelijk Stroom 2.1 Integrale aanpak energie-opwek door agrarische ondernemers en aanpassing amendement Indiener onderkent het belang van een duurzame energie-opwek, ook door agrarische ondernemers. Maar indiener benadrukt tegelijkertijd dat de herinrichting van het buitengebied en het bijzondere landschap met solitaire windmolens moet plaats vinden vanuit duidelijke kaders en afwegingen. Het aangenomen amendement 2024-02-12h ontbeert een afwegingskader, bijvoorbeeld om antwoord te krijgen op vragen als: hoe profiteert de (directe) omgeving van de veranderingen in het landschap wetende dat er lusten en lasten zijn, hoe wordt het participatietraject hierop ingericht, hoe gekeken wordt er gekeken naar andere oplossingen zoals energiehubs, etc. Indiener stelt mede voor om de tekst in de Omgevingsvisie, naar aanleiding van voornoemd amendement, aan te passen tot: ‘ruimte bieden voor verbreding, verlenging, vrijgekomen erven, nevenfuncties, mestopslag en -verwerking en duurzame energie-opwek. Reactie De gemeenteraad wil, evenals indiener van de zienswijze, zorgen voor een goede balans tussen de kwaliteit van het landschap, verduurzaming van energie en een op de toekomstgericht ondernemersklimaat. In een Omgevingsvisie wordt daarom beschreven wat en hoe het gemeentebestuur hier, in samenhang en met een langetermijnperspectief, richting en uitwerking aan wil geven.
Daarom stelt de gemeenteraad voor om in de uitvoeringsagenda toe te voegen de opdracht tot het opstellen van een afwegingskader op basis waarvan de plaatsing van boerderijwindmolens, met oog op een goede inpassing in het landschap en ruimtelijke ordening, mede afgewogen kan worden. Onderdeel van dit afwegingskader is mede een voorstel voor communicatie en participatie. De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog niet aansluit op provinciaal en rijksbeleid. 3. Cumela Nederland 3.1 Bestaande bedrijfslocaties ontwikkelen en uitbreiden als ook nieuwvestiging in buitengebied Indiener is een landelijke branchevereniging voor bedrijven die werkzaam zijn in de groen-, grond- en infrasector, veelal gevestigd in het buitengebied. In de zienwijze vraagt indiener om mogelijkheden waarmee bestaande bedrijfslocaties zich kunnen ontwikkelen en uitbreiden als ook nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen. Reactie Zowel op verschillende bedrijventerreinen in Emmeloord en de dorpen als in het buitengebied zijn Cumelabedrijven gevestigd. Het omgevingsplan biedt hiervoor diverse mogelijkheden. Voor agrarisch aanverwante activiteiten gelden dezelfde uitbreidingsmogelijkheden als bij grondgebonden agrarische
4
activiteiten. Dit willen we graag zo houden. Voor nieuwe activiteiten op vrijkomende agrarische erven zijn deze mogelijkheden ook aanwezig. Ook voor overige agrarische aanverwante activiteiten en overige bedrijfsmatige activiteiten willen we onder voorwaarden ruimte bieden aan bedrijven t/m cat. 2 en bedrijven t/m cat. 3.1 en 3.2 (of naar aarde en invloed op de omgeving daaraan gelijk te stellen bedrijven). De gemeenteraad is van mening dat hiermee voldoende mogelijkheden worden geboden voor bestaande en eventueel nieuwe Cumelabedrijven. 3.2 Bestaansrecht Cumelabedrijven erkennen en expliciet benoemen in Omgevingsvisie Indiener vraagt om het bestaansrecht van Cumelabedrijven in het buitengebied te erkennen en dit expliciet te benoemen in de Omgevingsvisie. Reactie De gemeenteraad erkent het belang van de Cumelabedrijven. Naast het vele werk wat deze bedrijven doen in de openbare ruimte, zijn de Cumelabedrijven ook een onmisbare schakel in de hoogwaardige land- en tuinbouw binnen Noordoostpolder. De gemeenteraad is echter van mening dat de erkenning al voldoende terugkomt in de Omgevingsvisie en ziet geen aanleiding om dit voor deze specifieke branche nader te specificeren. 3.3 Rekening houden met materieel van Cumelabedrijven Indiener vraagt bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van Cumelabedrijven.
Reactie De gemeenteraad houdt bij de aanleg, verandering en onderhoud van de wegen in haar gemeente rekening met de gebruikers van deze wegen, waaronder de agrarische ondernemers en de Cumulabedrijven. De gemeenteraad is echter van mening dat bij het abstractieniveau van een Omgevingsvisie het niet passend is om dit expliciet te benoemen. 3.4 (Buiten)opslagmogelijkheden Indiener vraagt om toestaan van voldoende (buiten)opslagmogelijkheden voor waardevolle groene afval- en reststromen, om daarmee uitvoering te kunnen geven aan een meer circulaire economie. Reactie De gemeenteraad onderkent het belang van circulariteit, waaronder ook het hergebruik van waardevolle groene reststromen. Het bieden van voldoende (buiten) opslagmogelijkheden is steeds afhankelijk van de locatie, het materiaal en de hoeveelheden en vraagt per geval een maatoplossing. Dit past niet bij het abstractieniveau van (meer) generieke uitspraken van een Omgevingsvisie. 3.5 Voldoende mogelijkheden om bij een bedrijfslocatie energie op te wekken Indiener vraagt om voldoende mogelijkheden om bij de Cumelabedrijfslocaties energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. Reactie Energieopwek in de vorm van zonne-energie is nu al mogelijk. In de nadere uitwerking van de Omgevingsvisie in omgevingsplannen is energieopwek, -opslag en gebruik een aandachtsveld.
De gemeenteraad is van mening dat het niet past om, vooruitlopend op deze uitwerking, Cumelabedrijven in de Omgevingsvisie een bijzondere positie te geven. 4. Provincie Flevoland 4.1 Groei Tollebeek en Urk Indiener signaleert het risico dat door de groei van Tollebeek en de groei van Urk beiden op termijn aan elkaar groeien. Indiener stelt voor om randvoorwaarden door provincie, gemeente Urk en gemeente Noordoostpolder op te stellen die enerzijds de groeiambities waarborgen, anderzijds recht doen aan de landschappelijke kwaliteiten en aaneengroei voorkomen. Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang om enerzijds recht te doen aan de groeiambities van Tollebeek en Urk, anderzijds recht te doen aan de landschappelijke kwaliteiten en het voorkomen van aaneengroei. De gemeenteraad stelt voor om deze opgave over te nemen in de Omgevingsvisie als
5
ook om hiervoor in gezamenlijkheid (provincie, gemeente Urk en gemeente Noordoostpolder) de juiste voorwaarden te gaan formuleren. 4.2 Woningen op vrijkomende erven Indiener mist richtlijnen bij het voorstel in de ontwerp-Omgevingsvisie om op vrijkomende ervaren woningen een beperkt aantal woningen mogelijk te maken. Door richtlijnen op te nemen, wordt duidelijk om hoeveel woningen het zou kunnen gaan en wat dit doet met de leefbaarheid van dorpen en wijken als ook met de automobiliteit op de wegen. Reactie De gemeenteraad realiseert zich dat aanvullende woningbouw op vrijkomende erven grote zorgvuldigheid en maatwerk behoeft. De richtlijnen zijn vooralsnog vastgelegd in het Experimentenkader ‘extra woningen op erven’. Door gemeente Noordoostpolder is deze regeling geëvalueerd en geconcludeerd is dat deze regeling erg goed heeft gewerkt maar dat het daarbij horende quotum verdere ontwikkelingen belemmert. Verzocht is om het experimentenkader, inclusief daarin opgenomen richtlijnen, permanent te maken. Tevens heeft gemeente aangeboden om bij de totstandkoming van nieuw (provinciaal) ervenbeleid mee te denken De gemeenteraad neemt hiervoor de volgende formulering op in de Omgevingsvisie: de gemeente en de provincie verkennen gezamenlijk onder welke voorwaarden transformatie van vrijkomende erven van een agrarische functie naar een andere functie mogelijk is.
Uit deze verkenning komen nadere voorwaarden, waarbij onder meer gedacht moet worden aan: (a) een bijdrage aan de doelstellingen voor het landelijk gebied ten aanzien van klimaat, natuur en landschap en biodiversiteit, (b) geen onevenredige beperkende effecten voor de agrarische sector en (c) passend binnen de kenmerkende landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van Noordoostpolder. 4.3 Kleine woonmilieus in bodemdalingsgebieden Indiener mist richtlijnen bij het voorstel in de ontwerp-Omgevingsvisie om te verkennen wat de (on)mogelijkheden zijn van kleine nieuwe woonmilieus in de bodemdalingsgebieden. Door nader te verkennen wat de (on)mogelijkheden zijn en mogelijk nadere richtlijnen op te nemen, wordt duidelijk om hoeveel woningen het zou kunnen gaan en wat dit doet met de leefbaarheid van dorpen en wijken als ook met de automobiliteit op de wegen. Reactie De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie expliciete aandacht gevraagd voor de bodemdalingsgebieden, met bijzondere aandacht voor bestaande en mogelijk ook nieuwe functies. Onderkend wordt dat de verkenning naar de ontwikkelingsmogelijkheden nu nog in de kinderschoenen staat. Juist daarom is in de Omgevingsvisie, gezien de langere tijdshorizon, geagendeerd dat alle mogelijkheden onderwerp van verder onderzoek in het kader van de gebiedsprocessen waard zijn.
De gemeenteraad gaat ervan uit dat de uitkomsten van gebiedsprocessen bepalend zijn voor de toekomstige inrichting en bestemming van de bodemdalingsgebieden. Daarom zal in de Omgevingsvisie hier niet op vooruit gelopen worden en wordt de suggestie van kleine nieuwe woonmilieus geschrapt. 4.4 Mobiliteit en bereikbaarheid Indiener stelt dat de voorziene groei in aantal inwoners een groei in mobiliteitsbewegingen tot gevolg heeft, waardoor de druk op provinciale wegen zal toenemen. Dit in combinatie met geluidstoename, de relatie met de vast te stellen geluidsproductieplafonds en het beperken van geluidgehinderden langs provinciale wegen zal, naar verwachting van de indiener, leiden tot investeringen waar een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor gemeente en provincie ligt. Reactie De gemeenteraad onderschrijft de gezamenlijke verantwoordelijkheid en heeft dit terug laten komen in de uitvoeringsagenda (deelopgave 13). 4.4 Energie(zekerheid) Indiener vraagt om, in aanvulling op de toegang tot energie zoals opgenomen onder deelopgave 3, hieraan toe te voegen het rekening houden met netcongestie/schaarste op het elektriciteitsnet. Reactie De gemeenteraad onderschrijft de aandacht voor netcongestie/schaarste. Dit wordt dan ook in de Omgevingsvisie specifieker verwoord.
6
4.5 Drinkwatervoorziening Indiener vraagt aandacht voor de drinkwatervoorziening in relatie tot de grote opgaven voor bijvoorbeeld woningbouw. Noordelijk Flevoland wordt momenteel voorzien van drinkwater vanuit Overijssel en daar is een grens aan de hoeveelheid duurzaam te winnen grondwater. Mede daarom acht indiener het van belang om in te zetten op waterbesparing, waterbewustzijn en het voorkomen van laagwaardig gebruik van drinkwater als ook drinkwater mee te koppelen aan bijvoorbeeld renovatie en vervanging van riolering. Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang van en de aandacht voor drinkwatervoorziening en het in gang zetten van systeemverandering, zoals voorgesteld door indiener. Tegelijkertijd acht de gemeenteraad eerst nog nader onderzoek nodig, alvorens tot oplossingen te komen. Lopend zijn momenteel onderzoeken met mogelijke impact op het Besluit bouwwerking leefomgeving, andere regelgeving en nadere samenwerking. De gemeenteraad werkt actief mee aan meer inzicht en duidelijkheid en ziet, bijvoorbeeld in het kader van toekomstige omgevingsprogramma’s of ander beleid- of regelgeving, mogelijkheden om alsdan nadere kaders op te nemen.
4.6 Landelijk gebied Indiener ziet dat de gemeente in de ontwerp-Omgevingsvisie een grote toekomst ziet voor de landbouw en voedselproductie, maar dat het tegelijkertijd vast wil houden aan een open, landelijke en groene karakteristieke uitstraling en kwaliteit van het landelijk gebied. En ook ruimte wil bieden voor groei van dorpen, extra bedrijvigheid en beperkt wonen op vrijkomende erven en mogelijk in bodemdalingsgebieden. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente tot nadere afwegingen komt. Reactie De gemeenteraad onderschrijft de opgave zoals hiervoor is samengevat. Dit is nader uitgewerkt in kernopgaven 1 (groei en bloei van dorpen en wijk), 2 (vitaal landelijk gebied) en 3 (aantrekkelijke regio). Nadere afwegingen worden gemaakt bij concrete initiatieven en gebiedsontwikkelingen, waarbij de Omgevingsvisie richtinggevend is. Waar nodig wordt dit nader uitgewerkt in omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen conform de Omgevingswet. 4.7 Flevolands Programma Landelijk Gebied Indiener verwijst naar het Flevolands Programma Landelijk Gebied, waar de provincie, gemeenten en andere gebiedspartners samen werken aan de opgaven voor het landelijk gebied. De ontwerpOmgevingsvisie biedt, volgens indiener, aanknopingspunten voor nadere invulling en uitwerking.
Tegelijkertijd ziet indiener ook opgaven die nog meer aangezet kunnen worden, zoals bijvoorbeeld bredere erfsingels dan het minimum, bijdragen aan groenblauwe dooradering, bijdragen aan de toekomstbestendigheid van de landbouw in de regio, nadere beleidsontwikkeling ten behoeve van agroforestry en versterking van natuur, bij voorkeur gekoppeld aan gebiedsontwikkelingen. Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang van samenwerking met de provincie, zoals in algemeenheid benoemd in de zienswijze, en in het kader van het Flevolands Programma Landelijk Gebied in het bijzonder. Deze samenwerking is terug te vinden in het uitvoeringsprogramma van de Omgevingsvisie. 4.8 Uitbreiding agrarische bouwpercelen Indiener signaleert dat in de ontwerp-Omgevingsvisie een maximale oppervlakte is opgenomen voor agrarische bouwpercelen van 3 hectare bij een maatvoering van 150 bij 200 meter, met de mogelijkheid tot verdubbeling over de kavelsloot, terwijl in het Omgevingseffectrapport (verder: OER) uitgegaan wordt van een maximale maat van 5.000m². Reactie De uitbreidingsmogelijkheid tot maximaal 3 hectare (of tot maximaal 6 hectare bij ‘verdubbelen’) is voorbehouden aan agrarische bedrijven en agrarische be- en verwerkers. Voor andere functies (zowel agrarisch aanverwante activiteiten als overige bedrijfsmatige activiteiten) is er geen erfuitbreiding mogelijk.
Agrarische be- en verwerkers hebben dezelfde uitbreidings- en bouwmogelijkheden als grondgebonden agrarische bedrijven. De in de OER genoemde oppervlakte van 5.000m 2 zet in op het beperken van de bouwmogelijkheid voor reguliere niet-agrarische bedrijven. De OER geeft op dit punt
7
een overschatting van de feitelijke mogelijkheden. Dit is verder door de gemeente uitgewerkt. Vestiging van ‘overige agrarisch aanverwante activiteiten’ en ‘overige bedrijfsmatige activiteiten’ gebeurt op een bestaand erf, maximaal tot milieucategorie 3.2 en de oppervlakte van de bedrijfsbebouwing bedraagt niet meer dan 20% van de erfoppervlakte, tot een maximum van 2.000 m 2 of, indien de bestaande oppervlakte van de bedrijfsbebouwing meer bedraagt dan 2.000 m 2, niet meer dan de bestaande oppervlakte. Dit is een voortzetting van het bestaand beleid. Hiermee is volgens de gemeenteraad de kleinschaligheid voldoende geborgd en is er geen aanleiding tot wijziging in de Omgevingsvisie. 4.9 Boerenwindmolens met een tiphoogte van 20 – 30 meter Indiener geeft aan dat wat wordt voorgesteld in de ontwerp-Omgevingsvisie strijdig is met de provinciale omgevingsverordening. Deze verordening gaat uit van een maximale tiphoogte van 15 meter. Reactie De gemeenteraad onderkent een strijdigheid tussen de Omgevingsvisie en de vigerende provinciale omgevingsverordening, zoals ook omschreven in haar reactie onder 1.3. Daarom gaat het met de provincie Flevoland verder in gesprek om te verkennen of en hoe hier tot nadere afspraken te komen is.
4.10 Opwek windenergie in bodemdalingsgebieden Indiener stelt dat mogelijkheden voor opwek van windenergie in bodemdalingsgebieden in strijd is met de provinciale omgevingsverordening. Reactie De gemeenteraad schrapt in de Omgevingsvisie de verkenning naar mogelijkheden van windenergie in bodemdalingsgebieden. 4.11 MITC Indiener onderschrijft het belang van MTIC als bedrijfslocatie alsmede het behoud en borgen van toekomstige (door)ontwikkelingsmogelijkheden. Voor dit laatste is onder meer het testen van drones van belang. En dit vraagt om een zonering, opdat er niet getest wordt boven ‘groepen’ mensen. Reactie De gemeenteraad voegt aan de Omgevingsvisie toe dat het met betrokken en verantwoordelijke partijen zal werken aan een zonering/luchtruimtetoedeling die zowel de (toekomst van) het MITC borgt als overige (recreatieve) voorzieningen. 4.12 Benutten van vaarten en tochten voor transport Indiener vraagt om betrokken te worden bij het onderzoeken om vaarten en tochten in de zetten voor de verbetering van bereikbaarheid en transport, mogelijk ook gekoppeld aan energie/waterstof. Reactie De gemeenteraad zal de samenwerking in het onderzoek als onderdeel van deelopgave 13 expliciteren.
4.13 Uitbreidingsruimte voor maakindustrie, agrofood en innovatieve bedrijvigheid Indiener onderschrijft de in de Omgevingsvisie omschreven economische sectoren waarmee Noordoostpolder zich identificeert en profileert, zijnde: maakindustrie, agrofood en innovatieve bedrijvigheid. In het verlengde hiervan vraagt indiener, met oog op het aantrekken en faciliteren van deze sectoren, dat in de Omgevingsvisie benoemd wordt hier voor ruimte te hebben of te creëren. Reactie De gemeenteraad expliciteert in deelopgave 11 van de uitvoeringsagenda het belang van voornoemde economische sectoren en het borgen en bieden van ruimte hiervoor. 4.14 Voldoende aanbod van bedrijfslocaties Indiener vraagt wat bedoeld wordt met de omschrijving ‘voldoende aanbod van bedrijfslocaties’ op pagina 41. Betekent dit dat het huidige aanbod afdoende is? Of betekent dit dat het aanbod in de loop der tijd voldoende blijft?
8
Reactie De gemeenteraad bedoelt: het zal inzetten op, door de jaren heen, voldoende aanbod van bedrijfslocaties, passend bij de in de Omgevingsvisie omschreven sectoren. Deze redactionele aanscherping wordt gemaakt in de Omgevingsvisie. 4.15 Match deelopgave 13 en Mobiliteitsvisie 2050 Indiener signaleert dat de hoofdopgave zoals omschreven onder deelopgave 13 anders is dat die in de Mobiliteitsvisie 2050. Reactie De gemeenteraad heeft de Mobiliteitsvisie 2050 vertaald naar de Omgevingsvisie, zowel in kernopgave 3 als in deelopgave 13 van de uitvoeringsagenda. 4.16 Omgevingseffectrapport bij de Omgevingsvisie Noordoostpolder Indiener signaleert dat niet alle mogelijkheden van het instrument Omgevingseffectrapport zijn ingezet om verschillende alternatieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen. Reactie De gemeenteraad heeft gekozen om met de Omgevingsvisie een integraal langetermijnperspectief te bieden voor Noordoostpolder en hiervoor, waar nodig en mogelijk, focus aan te brengen. Tegelijkertijd is gekozen voor continuïteit (waarmee een doorgaande lijn voortgezet wordt van toen, nu en later) en ruimte voor initiatief (zeker ook gezien het langetermijnperspectief van de Omgevingsvisie). Dit gaf focus in plaats van het onderzoeken van alle mogelijke alternatieven.
4.17 Impact van Omgevingseffectrapport op Omgevingsvisie Indiener geeft aan dat niet duidelijk is in hoeverre resultaten uit het Omgevingseffectrapport doorwerking hebben gekregen in de Omgevingsvisie. Reactie Alle aanbevelingen die zijn gedaan in het Omgevingseffectrapport zijn één voor één voorzien van een antwoord. Dit antwoord was: ofwel aanpassen cq aanscherpen Omgevingsvisie, ofwel de aanbeveling meenemen in een ander beleidskader (zoals omgevingsprogramma), ofwel (bijvoorbeeld gezien het gekozen abstractieniveau van de Omgevingsvisie, niet overnemen van de aanbevelingen. Als een van de vele bouwstenen, in aanloop van het ontwerp-Omgevingsvisie, is dit beschreven in een separate notitie. De mogelijkheid om de aanbevelingen al dan niet direct al te verwerken in de ontwerpOmgevingsvisie was er, omdat er in de procesgang voor gekozen is om afronden van de ontwerpOmgevingsvisie parallel te laten lopen met het afronden van het Omgevingseffectrapport. 4.18 Aanvullende kennis In het Omgevingseffectrapport wordt leemten in kennis geconstateerd en beveelt aan om deze kennis te ontwikkelen bij verdere beleidsontwikkeling of uitwerking. Indiener vraagt om hierbij betrokken te worden. Tevens vraagt indiener aandacht voorde feitelijke omschrijving van de huidige situatie aan de hand van gegevens van het CBS.
Reactie De gemeenteraad neemt dit aanbod graag aan, in ieder geval voor de onderwerpen die door indiener zijn benoemd in de zienswijze. Tevens zullen de feitelijke CBS-gegevens over de huidige situatie gecheckt worden. 5. Maatschap Vercraeye 5.1 Ruimte voor (intensieve) veehouderij in bodemdalingsgebied Indiener heeft een agrarisch bedrijf in een bodemdalingsgebied, ervaart de negatieve effecten van het peilbeheer en signaleert dat onderzoek en overleg geen oplossingen bieden. Mede daarom vraagt indiener om ruimte voor het vestigen van (intensieve) veehouderij. Reactie Gemeente Noordoostpolder is partij in het gebiedsproces ‘bodemdaling Flevoland’. Dit gebiedsproces heeft als doel om haalbare en kansrijke strategieën te ontwikkelen voor het grondgebruik in gebieden die door bodemindaling in de toekomst vernatten. Hiervoor wordt, zoals gesteld in de ontwerpOmgevingsvisie, onder meer onderzocht wat passende en toekomstbestendige functies zijn (zie
9
pagina 20). De gemeenteraad wil in dit onderzoek juist ook vanwege de verschillen in urgentie en mogelijkheden breed voeren. Voor wat betreft nieuwe vormen van veehouderij wordt in de ontwerpOmgevingsvisie gesteld dat er ruimte is onder voorwaarden (zie pagina 20). Voor wat betreft intensieve veehouderij spreekt de ontwerp-Omgevingsvisie zich uit dat er geen nieuwe ruimte geboden wordt, conform het afwegingskader intensieve veehouderij (zie pagina 30). De gemeenteraad ziet in deze omschrijvingen voldoende kader en ruimte voor (onderzoek naar) toekomstige functies in en van het bodemdalingsgebied. 5.2 Ruimte voor zonnepanelen in bodemdalingsgebied Indiener geeft aan dat in de ontwerp-Omgevingsvisie beschreven staat dat er geen ruimte geboden wordt voor zonnepanelen op landbouwgrond in een bodemdalingsgebied, maar vraagt hierop een uitzondering te maken. Reactie De gemeenteraad onderzoekt, zoals omschreven in de ontwerp-Omgevingsvisie en al toegepast in het gebiedsproces, wat passende en toekomstbestendige functies zijn in bodemdalingsgebieden. Hierbij spelen diverse belangen, waaronder de economische vitaliteit van bedrijven, een water en bodem sturende ontwikkeling, maar ook het open, groen en agrarisch houden van het landschap.
De gemeenteraad wil dit onderzoek eerst verrichten, samen met betrokken en verantwoordelijke partijen, alvorens tot specifieke keuzes ten aanzien van functies te komen. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie hierop aan te passen. 6. GGD Flevoland 6.1 Gezond gedrag Indiener stelt dat de fysieke leefomgeving medebepalend is voor hoe mensen hun gezondheid ervaren en dat de ervaren gezondheid sinds 2020 daalt. Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang van de fysieke leefomgeving op het gedrag en de ervaren gezondheid. Dit is een van de redenen waarom in de Omgevingsvisie de aandacht uitgaat naar het belang van een gezonde leefomgeving en positieve gezondheid. Dit wordt verder betrokken in de uitwerking van de Omgevingsvisie (onder meer in omgevingsprogramma’s) en is onderdeel van de monitor brede welvaart. 6.2 Kangoeroewoningen en andere mantelzorg-woonconcepten Indiener vraagt aandacht voor kangoeroewoningen en andere mantelzorg gerelateerde woonconcepten. Reactie De gemeenteraad zet in de uitvoeringsagenda in op het bieden van gelijke kansen om (naar eigen vermogen) mee te nemen (deelopgave 1), de zorg dat inwoners zich vitaal en gezond voelen (deelopgave 2) en een passend en toekomstbestendig woningaanbod, waaronder levensloopbestendige woningen (deelopgave 3).
6.3 Standaard aandacht voor groen, bewegen en ontmoeten Indiener vraagt om dat de aandacht voor groen, bewegen en ontmoeten standaard wordt meegenomen bij nieuwbouwplannen, aanvullend op extra aandacht voor kwetsbare wijken. Reactie De gemeenteraad ontwikkelt, mede met oog op nadere uitwerking van de Omgevingsvisie, een methodiek om brede en integrale aandacht uit te laten gaan bij herinrichting en ontwikkeling van woongebieden. In deze methodiek, vooralsnog de NOP Barcode genoemd (zie pagina 12), wordt een breed palet van onderwerpen betrokken mede gericht op groen, bewegen en ontmoeten. 6.4 Versterken van natuur Indiener geeft in de zienswijze aandachtspunten mee om een natuurlijke omgeving bij te laten dragen aan gezondheid van inwoners en bezoekers. Reactie De gemeenteraad neemt de aandachtspunten van harte mee in nadere uitwerking.
10
6.5 Levensloopbestendig bouwen, met aandacht voor bereikbaarheid en toegang Indiener vraagt aandacht voor tijdig betrekken van aandachtspunten die van belang zijn voor ouderen bij nieuwbouw. Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang van levensloopbestendig bouwen en ziet in de Omgevingsvisie hiervoor voldoende richting. 6.6 Scheiden van wonen met (overlastgevende) bedrijven en gevoelige functies Indiener vraagt aandacht voor het scheiden van zoveel mogelijk bedrijventerreinen en overlastgevende bedrijven van woonwijken en gevoelige functies zoals scholen, als ook voor minimale afstand tussen emitterende of anderszins (potentieel) overlast gevende industrie en woonwijken/gevoelige functies. In dit verband geeft indiener aan wat de ambitie is ten aanzien van normering, bijvoorbeeld in relatie tot de deelopgave die zich uitspreekt over voldoende bescherming tegen emissies. Reactie De gemeenteraad ziet in de Omgevingsvisie een van de belangrijke instrumenten om te zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. Onderdeel van deze goede ruimtelijke ordening is het richting geven aan al dan niet het combineren van functies. Voor wat betreft het scheiden van functies en normering sluit de gemeenteraad aan bij vigerende wet- en regelgeving, zoals lokaal, regionaal, nationaal als Europees.
Mede hierdoor ziet de gemeenteraad geen aanleiding tot wijzigen en aanscherpen van de Omgevingsvisie. 6.7 A6/N50 en Lelylijn vs. woningbouw Indiener vraagt aandacht voor de ontwikkeling van de A6/N50-corridor in combinatie met de Lelylijn enerzijds en de bouw van nieuwe woningen en woonwijken anderzijds. Afstand en andere maatregelen zijn nodig met oog op gezondheid. Reactie De gemeenteraad ziet in de Omgevingsvisie een van de belangrijke instrumenten om te zorgen voor een goede ruimtelijke samenhang en afweging. Onderdeel hierbij is het borgen van afstand, veiligheid en woonconform ten opzichte van niet-woonfuncties, waaronder infrastructuur, maar ook – positief geformuleerd – de nabijheid van groen. De gemeenteraad ziet in de Omgevingsvisie, verdere uitwerking en wet- en regelgeving voldoende waarborgen voor een gezonde en veilige gebiedsontwikkeling. 6.8 Voldoende, nabije en toegankelijke zorg Indiener stelt dat de zorg onder druk staat, bijvoorbeeld door tekorten in de huisartsenzorg, volle huisartsenpraktijken, vergrijzing en de komst van arbeidsmigranten. Reactie De gemeenteraad deelt de zorg om voldoende, nabije en toegankelijke zorg, in het bijzonder huisartsenzorg.
Mede daarom wordt nu al ingezet op het werven van voldoende huisartsen met de campagne Polderdokter, maar zal ook in de uitwerking van de Omgevingsvisie voldoende aandacht moeten uitgaan naar maatschappelijk vastgoed en spreiding cq. mobiliteit van zorg waar mogelijk. De gemeenteraad ziet in de Omgevingsvisie deze aandacht voldoende belegd, maar stelt evenals indiener vast dat hier zo actief mogelijk op georganiseerd moet worden. 6.9 Verdubbeling N50 met oog op spoedzorg Indiener maakt zich zorgen over de spoedzorg. De beoogde verdubbeling van de N50 is voor de ambulancedienst zeer gunstig. Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang van doorstroming en paraatheid van spoedzorg. Naast de verdubbeling van de A50 is ook een goede verbinding met een nieuw ziekenhuis in de omgeving van Joure van belang. In de Omgevingsvisie wordt ingezet op de verdubbeling van de A50.
11
6.10 Hitteplan Indiener wijst erop dat niet alleen hittestress als gevolg van klimaatverandering, maar ook veranderingen in infectieziekterisico’s, allergieën, extra druk op mentale gezondheid en blootstelling aan uv-straling een risico vormen voor de volksgezondheid. Daarom mist indiener een lokaal hitteplan als instrument om de gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk te voorkomen. Reactie De gemeenteraad anticipeert bij ruimtelijke plannen voor zowel herinrichting als uitbreiding op klimaatadaptatie, onder meer in het kader van de Klimaat in de straat-samenwerking. Zo heeft de gemeenteraad onder meer de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld en is inmiddels ook ingestemd met de Regionale Adaptie Strategie. Dit sluit aan bij de onderkenning van de gemeenteraad dat klimaatadaptie een brede impact heeft. De gemeenteraad zal dit laatste opnemen in de Omgevingsvisie. 7. Dorpsbelang Espel 7.1 Ambitie extra woningvoorraad Indiener wil in de Omgevingsvisie meer ambitie lezen over aanvullende woningbouw in Espel, met duidelijkheid over waar deze in haar ‘vierkant dorp’ voorzien wordt. Indiener wil dit met de gemeente bespreken, om zo voorkeuren te delen.
Reactie De gemeenteraad heeft als uitgangspunt gekozen om de Ontwikkelperspectieven die door de gemeenteraad in 2021 zijn vastgesteld op te nemen in de Omgevingsvisie en – op basis van woonbehoefteonderzoek – samen met betrokken en verantwoordelijke partijen (waaronder Dorpsbelang Espel) de Ontwikkelperspectieven te actualiseren. 7.2 Ambitie werkgelegenheid Indiener wil in de Omgevingsvisie meer ambitie lezen over ruimte voor werkgelegenheid, omdat dit wenselijk is. Reactie De gemeenteraad verwijst in de Omgevingsvisie naar verschillende uitwerkweringskaders, waaronder het Ontwikkelperspectief bedrijventerreinen gemeente Noordoostpolder. Hierin wordt, mede op basis van afstemming met Dorpsbelang Espel, een perspectief geboden op ruimte voor werkgelegenheid. 7.3 Recreatie Indiener geeft aan dat recreatie ook in het westen van Noordoostpolder kan plaats vinden, maar leest dit niet terug in de ontwerp-Omgevingsvisie. Reactie De gemeenteraad kiest voor de grotere initiatieven op het gebied van recreatie het oosten van Noordoostpolder. Hiervoor zijn vier zones geïndiceerd. Voor kleinschalige recreatieve agrarische nevenactiviteiten en plattelandstoerisme wordt ruimte geboden in heel Noordoostpolder, dus ook in het westen.
7.4 Participeren in duurzame energie Indiener constateer dat er twee grote windmolenparken, het batterijenpark en zonweides gesitueerd worden in het westen van Noordoostpolder, rechtstreeks verbonden met Espel en vraagt hoe Espel kan participeren in deze energietransitie. Reactie De gemeenteraad biedt de mogelijkheden aan inwoners om te participeren in windmolenparken. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om dit te wijzigen. 7.5 Korte termijn Indiener ziet in de Omgevingsvisie een ambitie voor de lange termijn, terwijl er ook opgaven en problemen zijn die op de korte termijn spelen. Genoemd wordt in het bijzonder in de zienswijze het behoud van basisvoorzieningen, eventueel uitbreiding ervan en het meegroeien bij uitbreiding van Espel.
12
Reactie De gemeenteraad ontwikkelt, mede met oog op nadere uitwerking van de Omgevingsvisie, een methodiek om brede en integrale aandacht uit te laten gaan bij herinrichting en ontwikkeling van dorpen. In deze methodiek, vooralsnog de NOP Barcode genoemd (zie pagina 12), wordt een breed palet van onderwerpen betrokken mede gericht op een balans tussen wonen, werken en voorzieningen. De kaders hiervoor zijn aangegeven in de Omgevingsvisie. Precisering per dorp vindt later plaats binnen het Programma Voorzieningen en Vastgoed, in overleg met betrokken en verantwoordelijke partijen. 7.6 Lange termijn Indiener geeft aan dat Espel vooral mede door de inzet van veel vrijwilligers en actieve bestuurders ene sociaal dorp is met een aantal goede voorzieningen. In de toekomst wil Espel graag voorsorteren op het in stand houden van en het ontwikkelen van nieuwe en goede moderne voorzieningen, zoals een binnensportvoorziening/sporthal. Daarnaast geeft indiener aan dat de vitaliteit van Espel vraagt om nieuwe woonconcepten, voor jongeren, starters en ouderen. Reactie De gemeenteraad ontwikkelt, mede met oog op nadere uitwerking van de Omgevingsvisie, een methodiek om brede en integrale aandacht uit te laten gaan bij herinrichting en ontwikkeling van dorpen.
In deze methodiek, vooralsnog de NOP Barcode genoemd (zie pagina 12), wordt een breed palet van onderwerpen betrokken mede gericht op een balans tussen wonen, werken en voorzieningen. De kaders hiervoor zijn aangegeven in de Omgevingsvisie. Precisering per dorp vindt voor wat betreft de maatschappelijke voorzieningen later plaats binnen het Programma Voorzieningen en Vastgoed, in overleg met betrokken en verantwoordelijke partijen. Precisering per dorp vindt voor wat betreft aanvullende woningbouw later plaats mede op basis van woonbehoefteonderzoek en meer duidelijkheid over in de Omgevingsvisie gestelde randvoorwaarden, waaronder perspectief op de Lelylijn. 8. Waterschap Zuiderzeeland 8.1 Water en bodemsturend Indiener adviseert om het ruimtelijke ordeningsprincipe ‘water en bodemsturend’ in de Omgevingsvisie sterker te verankeren, bijvoorbeeld op basis van de kamerbrief Water en bodem sturend en de vijf redeneerlijnen die benoemd staan in de zienswijze. Reactie De gemeenteraad onderschrijft water en bodem sturen als een ruimtelijk ordeningsprincipe en ziet in dat dit vraagt om een transitie naar een robuust water- en bodemsysteem. In de Omgevingsvisie is het ordeningsprincipe benoemd. In uitwerkingen, waaronder omgevingsprogramma’s, omgevingsplannen, ruimtelijke afwegingen en (locatie)keuzes wordt dit verder geëxpliciteerd.
Mogelijk bieden deze uitwerkingen en concrete keuzes weer aanleiding tot aanscherping van beleidskaders, bijvoorbeeld in een eerste update van de uitvoeringsagenda over enkele jaren. 8.2 Grotere adviesrol in uitvoeringsagenda Indiener ziet, naast de al in de Omgevingsvisie benoemde bijdrage aan de deelopgaven 6. 9 en 10 ook een adviserende rol bij de deelopgaven 4, 7, 8, 11 en 12, mede om meer invulling te geven aan ‘water en bodem sturend’ en aanbevelingen uit het Omgevingseffectrapport. Voor deze rol verwijst indiener onder meer naar kennis die het Waterschap al ontwikkeld heeft. Reactie De gemeenteraad waardeert het aanbod om een bredere adviesrol te vervullen in de uitvoeringsagenda en specificeert de rol van het Waterschap verwerkt in de uitvoeringsagenda onder deelopgaven 4, 7, 8, 11 en 12. In de uitoefening van deze rol zal, naar verwachting, het Waterschap de redeneerlijnen uit de zienswijze betrekken. 8.3 Meer watergebonden recreatie Indiener geeft aan dat in de ontwerp-Omgevingsvisie gesproken wordt over het ontwikkelen van meer watergebonden recreatie (onder andere door de kuststrook te ontwikkelen en door vaarten en tochten te verbinden), maar mist aandacht voor geldend Waterschapsbeleid en waterveiligheid.
13
Reactie De gemeenteraad geeft in de ontwerp-Omgevingsvisie aan meer watergebonden recreatie te willen stimuleren, op basis van nader onderzoek. Onderdeel van dit onderzoek is, uiteraard, de waterveiligheid. Verwijzingen naar vigerend beleid, zoals het Waterschapsbeleid, zijn niet in de ontwerp-Omgevingsvisie opgenomen, juist ook vanwege het langere termijnperspectief van dit kader. 8.4 Bodemdaling Indiener wijst, op basis van onderzoek, op het dalen van de bodem in Flevoland en met name in Noordoostpolder in de komende decennia. In de zienswijze wordt stilgestaan bij de (mogelijke) effecten en het belang om rekening te houden met verschillende aspecten en afwegingen. In het bijzonder wijst indiener op continue aandacht voor de lange termijn effecten van de verschillende ontwikkelingen op het bodemsysteem en vice versa als ook op het effect ervan op vitale functies in de omgeving. Reactie De gemeenteraad ziet de lopende en nieuwe gebiedsprocessen als belangrijkste manieren op tot integrale afweging voor de korte, middellange en langere termijn te komen. 8.5 Wateroverlast, watertekort en verzilting Indiener mist bij kernopgave 2 (pagina 18 en 19) opgaven als wateroverlast, watertekort en verzilting, die erop wijzen dat de grenzen van het watersysteem bereikt worden.
Reactie De gemeenteraad neemt benoemde onderwerpen (wateroverlast, watertekort en verzilting, wijzend op het bereiken van de grenzen van het watersysteem) op bij kernopgave 2, pagina 18 en 19. 8.3 Afvalwater Indiener vraagt aandacht voor een vroegtijdige aandacht bij ruimtelijke planvorming inzake afvalwater. Reactie Er loopt, met het Waterschap, een onderzoek om de bestaande afvalwaterketen te optimaliseren. Met de uitkomsten van dit onderzoek kunnen nadere afspraken tussen de gemeente Noordoostpolder en Waterschap Zuiderzeeland gemaakt worden over mogelijk aanvullende maatregelen in bijvoorbeeld een Afvalwaterakkoord of een nieuw Watertakeplan. De gemeenteraad acht hiervoor de Omgevingsvisie niet het meest passende instrument. 9. LTO Noord 9.1 Agrarische productie Indiener stelt dat in de Omgevingsvisie het begrip ‘voedselproductie’ wordt gehanteerd, terwijl dit geen recht doet aan de teelt van pootaardappelen, bloembollen en andere siergewassen. Deze teelten zijn van groot belang en zijn kenmerkend voor de Noordoostpolder. Indiener LTO vraagt daarom het begrip ‘agrarische productie; te hanteren zo een bredere en meer nauwkeuriger scope te bieden. Reactie De gemeenteraad is het met indiener eens dat ‘agrarische productie’ een juistere omschrijving is, maar bedoelt eigenlijk: de agrarische sector. In de Omgevingsvisie is dit laatste doorgevoerd.
9.2 Verdere ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw Indiener verwijst naar pagina 40, waar gesproken wordt over de ‘overstap’ naar een toekomstbestendige landbouw. Indiener stelt voor hiervoor in de plaats te spreken over een ‘verdere ontwikkeling’ naar een toekomstige landbouw. Het huidige begrip suggereert een eenvoudige overstap, terwijl er nog geen concrete richtlijnen zijn die voldoen aan alle toekomstige eisen en tegelijkertijd het verdienmodel van de ondernemer in stand houden. Reactie De gemeenteraad kan zich vinden in de voorgestelde wijziging en zal het begrip ‘overstap’ wijzigen in ‘verdere ontwikkeling’ in de Omgevingsvisie.
14
9.3 Koploper Indiener verwijst naar pagina 19, waar gesteld wordt dat de sector in 2050 koploper is op de combinatie landbouw – natuurbehoud. Indiener twijfelt of dit een haalbare ambitie is, geeft in de zienswijze hiervoor verschillende onderbouwing en stelt voor om het begrip ‘koploper’ te laten vervallen. Reactie De gemeenteraad is trots op het feit dat Noordoostpolder koploper is in de landbouw en wil deze positie, zoals reeds omschreven in de Omgevingsvisie, behouden. Dat dit misschien te ambitieus is als het gaat om koploper in de combinatie landbouw – natuurbehoud, deelt de gemeenteraad. Dit laatste zal worden aangepast in de Omgevingsvisie. 9.4 Natuur Indiener maakt zich zorgen over de omvang van het voorgestelde zoekgebied waar het de natuur betreft, omdat dit ten koste gaat van landbouwgroep en het grote impact heeft op de ontwikkelruimte van omliggende agrarische bedrijven. Indiener stelt daarom een alternatief voor, namelijk agrarische natuur. Reactie De gemeenteraad stelt, zoals al benoemd is in de Omgevingsvisie, dat het gaat om een zorgvuldige afstemming tussen natuur en landbouw. Daarom wordt in de Omgevingsvisie het begrip ‘zoekgebied’ gehanteerd en dit zoekgebied is ook beperkt. De gemeenteraad stelt daarom voor dit niet aan te passen in de Omgevingsvisie.
9.5 Openbaar groen Indiener verwijst naar pagina 23, waar het gaat over het herinrichten van het openbaar groen om natuur te versterken. Openbaar groen in het buitengebied speelt volgens indiener ook een rol bij het bestrijden of juist in stand houden van plagen die van invloed zijn op de landbouw. Een onjuiste plantenkeuze kan hierdoor leiden tot extra ziektedruk in akkerbouwgewassen. Indiener vraagt daarom om in de Omgevingsvisie op te nemen dat bij de inrichting van het openbaar groen in het buitengebied rekening gehouden wordt met de beschikbare kennis op dit gebied als ook dat rekening gehouden wordt met het beheren van invasieve exoten en overlastgevende en/of giftige planten. Reactie De gemeenteraad onderkent de relatie tussen openbaar groen en de mogelijke impact daarvan op akker- en grasland. Tegelijkertijd wordt in een Omgevingsvisie een langetermijnperspectief, op hoofdlijnen geboden, terwijl de aandacht die door indiener wordt gevraagd beter past bij het beheer en de nadere programmering van openbaar groen. De gemeenteraad ziet in dit aspect van de zienwijze dan ook geen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie. 9.6 Andere landbouwvormen Indiener verwijst naar pagina 31, waar bij andere landbouwvormen gesproken wordt over agroforestry en regeneratieve landbouw.
Biologische landbouw en geïntegreerde landbouw worden echter hier niet genoemd, terwijl deze al op grote schaal worden toegepast en op korte termijn positieve effecten kunnen hebben op het milieu en de omgeving. Waar het agroforestry betreft, stelt indiener voor dat de agrarische bestemming van de grond behouden blijft. Reactie Voor de gemeenteraad gaat het in de beschrijving van de Omgevingsvisie om andere landbouwvormen en niet om vormen die nu al breder worden toegepast. Agroforestry is een bijzondere vorm van grondgebonden agrarisch gebruik. Bij het toekennen van functies aan locaties wordt ingezet op een regeling die voldoende flexibiliteit geeft om de teelt aan te kunnen passen indien gewenst. De gemeenteraad ziet in de zienwijze geen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie. 9.7 Flexibel legesbeleid Indiener constateert dat de Omgevingsvisie ruimte biedt voor maatwerk en flexibiliteit. Met minder vastomlijnde kaders is het voor ondernemers lastiger om te bepalen waar ze aan toe zijn bij het indienen van een initiatief. Daarom roept indiener de gemeente op om initiatiefnemers tegemoet te komen met een flexibel legesbeleid.
15
Reactie De gemeenteraad is van mening dat voor een eerste oriënterend gesprek of onderzoek (omgevingsoverleg) al geen of slechts een beperkt legesbedrag verschuldigd is. Dit bedrag wordt later afgetrokken van het legesbedrag bij de uiteindelijke procedure omgevingsvergunning. Dit punt geeft dan ook geen reden tot aanpassing. 9.8 Landelijke kaders Indiener bepleit vast te houden aan landelijke, uniforme en duidelijke kaders, bijvoorbeeld op het gebied van geur- en geluidbeleid en gewasbeschermingsmiddelen. Strengere eisen dan de landelijk geldende eisen aan normen als geur, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in landbouwgebieden vanwege initiatieven die losstaan van de landbouw, acht indiener niet acceptabel. Reactie De gemeenteraad is gehouden aan provinciale, landelijke en Europese richtlijnen en zal deze dan ook hanteren, maar ziet ook ruimte om specifieke lokale situaties in een integrale afweging mee te nemen (waaronder de door indiener benoemde aspecten). Voor de Omgevingsvisie ziet de gemeenteraad geen aanleiding aanvullende voorwaarden op te nemen. 9.9 Uitbreiding erven Indiener ziet het als een positieve ontwikkeling dat agrarische erven tot 3 hectare kunnen uitbreiden en in bepaalde gevallen kunnen verdubbelen naar 6 hectare.
Voor indiener geldt als belangrijke voorwaarde dat de agrarische bestemming behouden blijft en dat er geen ongewenste neveneffecten optreden voor het landschap, de omgeving en de verkeersveiligheid. Indiener roept de gemeenteraad van Noordoostpolder op bij het verlenen van vergunningen hierop scherp toe te zien. Reactie Erfuitbreiding is voorbehouden aan grondgebonden agrarische bedrijven en agrarische be- en verwerkers. Vanwege de schaalvergroting komen er ook erven vrij, waarop niet meer geboerd wordt. Leegstand of illegaal gebruik is ongewenst. Op deze erven ziet de gemeenteraad, onder voorwaarden, mogelijkheden om ook andere agrarisch aanverwante bedrijven en overige bedrijven (maximaal milieucategorie 3.2) toe te staan. In het Ontwikkelperspectief bedrijventerreinen gemeente Noordoostpolder zijn deze mogelijkheden en voorwaarden verder uitgewerkt. In de ruimtelijke procedures voor nieuwe plannen is er in de belangenafweging altijd oog voor de belangen van nabijgelegen agrariërs. 9.10 Ervenconsultenten Indiener bepleit om de ervenconsulenten een bredere opdracht te geven, waardoor zij meedenken met boeren en erfbezitters over het toekomstbestendig maken van hun erf en bedrijf. Reactie De gemeenteraad ziet dit deel van de zienswijze als een onderdeel van de implementatie van de Omgevingsvisie, zijnde de rolneming en het takenpakket van ervenconsulenten.
Omdat dit niet om de Omgevingsvisie zelf gaat, ziet de gemeenteraad geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 9.11 Energie Indiener constateert dat in de Omgevingsvisie geen aandacht is voor de potentie van de agrarische sector als energieleverancier. Boerenerven hebben met zonnepanelen op daken en kleinschalige windenergie de mogelijkheid om in hun eigen energiebehoefte te voorzien. Vergistingsbedrijven bieden de agrarische bedrijven de mogelijkheid om energie te leveren. In het verlengde hiervan pleit indiener voor het creëren van ruimte voor energievoorziening door agrarische bedrijven. Reactie De gemeenteraad beschrijft in deelopgave 3 (aantrekkelijke regio) en in de deelopgaven 7 (perspectief voor agrarisch ondernemen), 8 (borgen van een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven), 11 (versterken van innovatief ondernemerschap) en 14 (toegang tot duurzame energie) voldoende de wisselwerking tussen agrarische sector, innovatie, inpassing en verduurzaming van energie. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen.
16
9.12 Bodemdaling Indiener verwacht, op basis van recente bodemdalingsprognose, dat in Noordoostpolder zo’n 25% van het totale landbouwareaal te maken krijgt met een maaivelddaling van minimaal 20 cm. In de ontwerpOmgevingsvisie wordt aangegeven dat de gemeente alternatieve functies voor deze gebieden onderzoekt. Indiener is van mening dat er op de korte termijn nog voldoende technische mogelijkheden zijn om de landbouw in stand te houden in bodemdalingsgebieden en roept de gemeente op om ook aandacht te hebben voor technische oplossingen. Reactie Gemeente Noordoostpolder is partij in het gebiedsproces ‘bodemdaling Flevoland’. Dit gebiedsproces heeft als doel om haalbare en kansrijke strategieën te ontwikkelen voor het grondgebruik in gebieden die door bodemindaling in de toekomst vernatten. De inzet van technische mogelijkheden vormt één van meerdere onderdelen van deze haalbare en kansrijke strategieën. Daarom ziet het gemeentebestuur geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 9.13 Goede leefomgeving Indiener wil graag als gesprekspartner betrokken worden bij deelopgave 6 (We zorgen voor een goede leefomgeving), omdat de agrarische grond een significant onderdeel is van de leefomgeving. Reactie De gemeenteraad waardeert verdere samenwerking met de agrarische sector, mede met het oog op verdere innovatie en belangenafweging in het landelijk gebied.
De gemeenteraad ziet de betrokkenheid van de agrarische sector in de breedte. Door dit alleen onder te brengen bij deelopgave 6 wordt tekort gedaan aan de bredere betrokkenheid en relevantie van de agrarische sector. 10. Natuurmonumenten 10.1 Waterloopbos benoemen als erfgoed Indiener geeft aan dat het Waterloopbos in de Omgevingsvisie genoemd wordt op de kaarten en in beschrijvingen van bossen en recreatieplekken, maar niet als erfgoed en cultuur benoemd. Want Want het Waterloopbos is een rijksmonument en belangrijk regionaal en landelijk erfgoed. Reactie De gemeenteraad onderschrijft, zoals indiener stelt, het belang van het Waterloopbos en zal dit in de eerste alinea van pagina 21 als volgt toevoegen: “We hebben hierbij aandacht voor het oorspronkelijke ontwerp van de Noordoostpolder, archeologie en monumenten, waaronder Schokland als Werelderfgoed, bijzonder dorp Nagele, het Waterloopbos en het wederopbouwgebied Noordoostpolder” 10.2 Principe ‘water- en bodemsturend’ sterker aanzetten Indiener verwijst naar het principe water- en bodemsturen, door te zoeken naar passende en toekomstbestendige functies. Indiener vindt deze omschrijving te voorzichtig en zou graag het principe minder vrijblijvend in de Omgevingsvisie opnemen.
Reactie De gemeenteraad vindt dat het principe van bodem- en watersturen een van de factoren is die speelt bij locatiekeuzes, maar in de Omgevingsvisie worden ook andere factoren genoemd (zoals ruimte aan initiatieven en maatwerk). Onderzoeken en samenwerking sluiten, zoals reeds benoemd in de Omgevingsvisie, daarom beter op elkaar aan. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 10.3 Sterker inzetten op het beperken van gewasbeschermingsmiddelen Indiener ziet graag dat er minder van gewasbeschermingsmiddelen gebruikt gaat worden. In de uitvoeringsagenda van de Omgevingsvisie staat dat de negatieve effecten van gewasbeschermingsmiddelen op gezondheid van mens en natuur zoveel mogelijk worden beperkt (pag. 32, deelopgave 8). Indiener zou dit beginsel graag een belangrijkere plek in de Omgevingsvisie geven. Reactie De gemeenteraad stelt geen regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, maar deze zijn landelijk en Europees bepaald. Wel kan de gemeente afstanden tussen landbouwpercelen en