20.3 Bijlage 3 Brief naar Participatieraad Sociaal Domein.pdf
Tekst van het document
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Participatieraad Sociaal Domein De heer M. Hanson, voorzitter Texelstroom 11 8303 MG EMMELOORD
Uw bericht van 4 juni 2021
Uw kenmerk
Zaaknummer 202107065571
Onderwerp Advies deelplan WMOA/olksgezondheid
Bijlagen geen
Inlichtingen dhr. R. Vulink, 0630109342
Datum 13 juli 2021
Geachte heer Hanson, Het advies van de Participatieraad Sociaal Domein (hierna Participatieraad) van 4 juni 2021 over het geactualiseerde Deelplan WMOA/olksgezondheid, hebben wij in goede orde ontvangen. Wij danken de Participatieraad hartelijk voor het gesprek hieraan voorafgaand en het schriftelijke advies. Graag geven wij hieronder onze reactie op de uw uitgebrachte adviezen. Proces Wij hebben ervoor gekozen om de Participatieraad vroeg te betrekken bij het te vormen deelplan WMO/Volksgezondheid. De zinvolle reactie op dit eerste concept van de Participatieraad gaf ons handvatten om het deelplan verder te concretiseren en toegankelijker te maken voor de inwoner. Want, zoals u zelf stelt, is het advies van de Participatieraad gesteld vanuit inwonersperspectief. Dit perspectief hoort centraal te staan in ons beleid. Zo hebben wij naar aanleiding van dit advies de doelen overal SMART geformuleerd en hebben wij teksten die niet tot de verbeelding spraken meer toegankelijk gemaakt. Algemene opmerkingen Opmerking nav ‘grip op het sociaal domein’ Wij snappen jullie zorgen, maar de voorgenomen bezuinigingen komen voort uit de keuze van de Raad om de groei af te remmen en de uitgaven te stabiliseren. De Raad heeft hiertoe besloten in de Perspectiefnota 2021-2024 en het overkoepelende beleidsplan Sociaal Domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’.
De keuzes gemaakt in dit deelplan zijn een verdere uitwerking van de koers in het overkoepelende beleidsplan. Het is verder niet de bedoeling om met het benadrukken van de eigen verantwoording tekort te doen aan het belang van het inzetten van een maatwerkvoorzieningen. Met het ingaan van de WMO 2015 brengen we achtereenvolgens de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk en algemene voorzieningen in kaart. We onderzoeken of en in welke mate dit aanwezig is. Dit is onderdeel van het wettelijk afwegingskader. Voor zover dit in het individuele geval noodzakelijk is, zetten we een maatwerkvoorziening in. In het deelplan belichten we alle voorgenoemde onderdelen en geven aan wat we willen bereiken op de verschillende onderdelen en wat we daarvoor gaan doen. Communicatie hierover is belangrijk. Wij nemen het advies van de participatieraad over en nemen bij het communicatieproces het afwegingskader mee.
GEMEENTEHUIS
Harmen Visserplein 1 | 8302 BW Emmeloord
| T+31 (0)527 63 39 11
| www.noordoostpolder.nl
♦ ♦
Inhoudelijk Hieronder per punt een reactie op de opmerkingen van de Participatiewad. Pagina 2, kopje 1.3 ‘Relatie met andere beleidsvelden’. Dit is een terechte opmerking. We hebben hiervoor aandacht in het overkoepelende beleidsplan sociaal domein.
• Pagina 2, kopje 1.4 ‘geldigheidsduur deelplan’. We sluiten aan bij de geldigheidsduur van het beleidsplan Sociaal Domein. Deze heeft geen geldigheidsduur. Dit biedt ons de mogelijkheid om te actualiseren op het moment dat ontwikkelingen hierom vragen. • Pagina 4, kopje 2.2.1. Dat is inderdaad de rol en functie van het sociaal loket. We zullen dit verder verduidelijken in het deelplan. • Pagina 4, kopje 2.2.2 Door de wildgroei aan aanbieders binnen het open house model beperken we ons in de toekomst juist tot de aanbieders die kunnen aantonen dat zij kwalitatief werk leveren. Zij die resultaten kunnen aantonen krijgen onze voorkeur. De keuzevrijheid wordt dus kleiner, maar de kwaliteit hoger. Er blijft voldoende keuzevrijheid / aanbod voor de inwoner. Het uitgangspunt is dat de inwoner centraal staat. • Pagina 5, kopje 2.2.4 ‘Resultaatgericht werken’. We nemen het advies over en voegen de termijn toe bij het resultaat ‘Inwoners die dat nodig hebben zijn passend ondersteund’. • Pagina 5, kopje ‘toekomstbestendig budget” We begrijpen de verwarring. Het is niet zo, dat we minder mensen met een ondersteuningsvraag willen helpen. De WMO is een openeinderegeling. De maatregelen in het deelplan voorkomen onnodige instroom in de WMO en realiseren tijdige uitstroom uit de WMO. Dit gaat niet ten koste van passende ondersteuning of het toepassen van maatwerk voor de inwoner.
Ook bekostigen we geen ondersteuning waar we niet verantwoordelijk voor zijn. We willen zo de groei afremmen en de uitgaven in het sociaal domein stabiliseren. • Pagina 5, kopje ‘toekomstbestendig budget” De aanname is juist. Het gaat inderdaad om beide. • Algemene opmerking bij hoofdstuk 3. Na de eerste conceptversie is dit concreter geworden. De opzet is dat we onze koers meer in het algemeen formuleren (wat willen we bereiken). Vervolgens worden we concreter bij wat en hoe. Daar staan de maatregelen om de koers en het resultaat te bereiken. Dit deelplan moet echter ook ruimte over laten voor snel opkomende initiatieven en uitdagingen op het gebied van WMO/Volksgezondheid. De beoogde resultaten moeten kaders blijven. Wij willen ons beleid niet dichtschrijven met het gevaar om creativiteit, efficiëntie en snelle samenwerking binnen verschillende netwerken en ketens in de kiem te smoren. • Pagina 7, kopje 3.1.1 ‘Doelen’. Wij zijn het eens met jullie constatering. We willen juist de energie die vaak gepaard gaat met bewonersinitiatieven versterken en niet in de weg lopen. Het welzijnsnetwerk moet samen werken met de inwoners en niet parallel aan de goede bedoelingen van onze inwoners hulp bieden. Zij kunnen elkaar versterken. Daar waar inwoners dit nodig hebben willen wij snel kunnen acteren en zullen wij ook onze verantwoordelijkheid pakken.
Ook als het gaat om passende ondersteuning in de vorm van maatwerk waar dit niet binnen het sociale netwerk kan worden opgelost. • Pagina 8, kopje 3.1.4 ‘hoe gaan we dit monitoren?’ Wij monitoren hoeveel mensen tevreden zijn over de welzijnsvoorzieningen bij hen in de buurt. • Pagina 9, kopje bij de aanpak ‘We sluiten aan bij de aanpak ‘een tegen eenzaamheid’ en ‘Samen dementievriendelijk’.
Klopt, deze campagnes kennen echter veel communicatie uitingen en netwerkbijeenkomsten. Het hoe willen we niet vastleggen in het beleid om ruimte te houden voor creatieve initiatieven. In de uitvoering geven we hier verder vorm aan.
• In hoofdstuk 3.5 gaat het over de ondersteuning van mantelzorgers binnen de (nieuwe) financiële middelen. De bezuiniging op het mantelzorgcompliment maakt onderdeel uit van de bezuiniging op netwerkondersteuning. In de uitvoer van het deeiplan moet de ondersteuning en waardering van mantelzorgers passen binnen de beschikbare middelen en aansluiten op de behoefte van de mantelzorgers. Dit wordt meegenomen in de subsidieafspraken met de partners. • Pagina 15, kopje ‘Regie en eigenaarschap van hulpvraag blijft bij inwoner’. Het regie en het eigenaarschap over de hulpvraag is inderdaad belangrijk. Bij de inwoner die zelf de regie niet kan voeren neemt de gemeente de besluiten gezamenlijk met de manteizorger / eigen netwerk. Is er geen manteizorger / eigen netwerk dan zorgen wij voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Het toeleiden naar onafhankelijke cliëntondersteuning door het sociaal loket en de functie en taak van onafhankelijke cliëntondersteuning staat in het overkoepelende beleidsplan. Door deze ondersteuning behoudt de cliënt eigenaarschap over de eigen hulpvraag en krijgt adequate hulp door een onafhankelijke partij. • Pagina 15, kopje ‘Het sociaal netwerk van inwoners wordt maximaal betrokken en benut’. Een terechte vraag. Daarom houden we in ons onderzoek rekening met de vrijwilligheid van inzet van het netwerk en de belasting van de manteizorger.
Onze werkwijze is als volgt: in het kader van de WMO 2015 moeten we een zorgvuldig onderzoek uitvoeren. Als onderdeel van het wettelijk afwegingskader vragen we aan het sociaal netwerk of deze ook wat kan betekenen in de oplossing van het probleem van de inwoner. Hierbij houdt het sociaal netwerk zelf de regie over wat zij kunnen betekenen voor de inwoner. Hun inzet is op vrijwillige basis. Deze vrijwilligheid hebben we toegevoegd aan het deeiplan, zodat dit duidelijk is. Tijdens het onderzoek van de inwoner vragen we ook naar de behoefte aan ondersteuning van de manteizorger, zodat we ook voor de manteizorger tijdig ondersteuning inzetten en overbelasting voorkomen. • In 3.7 gaat het over inwoners met complexe problematiek. De transformatie Beschermd Wonen is in volle gang. Er vinden diverse pilots plaats om te onderzoeken wat in de praktijk werkt en wat structureel een plaats krijgt in het zorglandschap. Dit geldt zowel voor de voorzieningen als voor de samenwerkingen tussen organisaties om mensen met complexe problematiek te signaleren en de juiste oplossing te vinden. De beschikbaarheid van ambulante ondersteuning is al geborgd in de lokale aanbesteding begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf. Hierin is meegenomen dat er flexibel op- en afgeschaald kan worden en dat er zowel geplande als ongeplande begeleiding beschikbaar is.
Daarnaast wordt regionaal de opzet van een 24 uurs bereik- en beschikbaarheidsdienst verkend en wordt gewerkt aan passende kortdurende crisis- en herstelplekken. • Pagina 19, kopje “We werken met een mensgerichte aanpak”. De mensgerichte aanpak hebben wij in een nieuwere versie van het deeiplan niet meer als zodanig staan. Wij gaan echter bij alles wat wij doen uit van de inwoner en zijn behoefte staat centraal. Het is juist dat goede afstemming met de medebewoners van belang is. De medebewoners moeten met zorgen of signalen terecht kunnen bij een zorgaanbieder. Daarnaast is een goede ondersteuningsstructuur van belang, zodat de professionals niet langs elkaar heen werken. Dit is grotendeels al op orde, maar wij hebben oog voor signalen waar verbetering mogelijk is en wij handelen daarnaar. • Pagina 23, kopje 3.10.1 ‘Wat willen we bereiken?’ We informeren de inwoners, cliënten, vrijwilligers, professionals ed. als onderdeel van ons communicatieplan sociaal domein. Op deze wijze kunnen wij ze concreter informeren over de impact van de maatregelen. De maatregelen zijn divers en staan in het Uitvoeringsplan op hoofdlijn beschreven. Ook is niet zeker dat iedere maatregel wordt doorgevoerd, want een aantal zijn mogelijke maatregelen. Die gaan we integraal bekijken. We willen de inwoner op het juiste moment correct en volledig informeren.
• Pagina 26, hoofdstuk 6 ‘Risico Analyse’. Deze stimulans is meegenomen in de diverse inkooptrajecten en bekostigingsvormen. We hebben dit toegevoegd aan het resultaat Het WMO- en Volksgezondheidsbeleid past binnen de financiële kaders. Wij vertrouwen erop dat wij u hiermee voldoende hebben geïnformeerd. Als u nog vragen heeft, kunt u terecht bij de contactpersoon die in het briefhoofd staat vermeld. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,