20.2 Bijlage 2 Reactie van Participatieraad Sociaal Domein op het concept deelplan WMO en volksgezondheid.pdf
Tekst van het document
Emmeloord, 3 juni 2021 Betreft: Reactie van Participatieraad Sociaal Domein op het concept deelplan WMO en volksgezondheid Geachte heer, mevrouw, De Participatieraad Sociaal Domein van de gemeente Noordoostpolder geeft door middel van deze brief haar reactie op het concept deelplan concept deelplan ‘WMO en volksgezondheid’. Hieronder volgen onze opmerkingen/ vragen. Proces Hartelijk dank voor het delen van het concept deelplan. De hoofdlijnen zijn eerder in een vergadering gedeeld en recent in een adviesgesprek besproken. Inhoudelijk De deelplannen waarop wij bij dezen reageren zijn op strategisch niveau opgesteld. Dit maakt ze tamelijk theoretisch en algemeen. Een Participatieraad die vanuit inwonersperspectief mag adviseren over dit deelplan, heeft weinig houvast; je kunt hier lastig tegen zijn. De woorden die worden gebruikt spreken voor een deel van de burgers niet tot de verbeelding. In ons adviesgesprek haalden we het voorbeeld aan van ‘inclusieve samenredzame leefomgeving’, de vraag is voor welk deel van je inwoners dergelijke terminologie tot de verbeelding spreekt. De doelen worden zoveel mogelijk SMART geformuleerd, echter niet overal. Sommige doelen zijn naar onze mening algemeen (voor-de-hand-liggend) geformuleerd, soms ontbreekt de tijd waarbinnen het doel gehaald moet worden. Ook is niet helder wat er gebeurt wanneer het doel niet wordt gehaald.
Hoe dit deelplan uitwerkt voor de inwoners van onze gemeente wordt pas duidelijk in de uitvoering. En ook de communicatie is van groot belang. Als adviesraad zouden we graag ook bij deze stappen aan de voorkant betrokken zijn om mee te denken en te adviseren. Algemene opmerkingen n.a.v. het document Alhoewel dit advies niet gaat over ‘grip op het sociaal domein’ hangt het er natuurlijk wel mee samen. Daarom willen wij hier toch ook kort bij stil staan. Uit de stukken die we hebben ontvangen krijgen wij het idee dat de ‘kaasschaafmethode’ is toegepast. De onderbouwing van een heel aantal bezuinigingen is beperkt. Dit roept bij ons de vraag op: Wat heeft geleid tot deze keuzes/ prioritering? Wanneer we inzoomen op de Jeugdzorg zie je landelijk grote tekorten, achterstanden en zwaardere problematieken. Onlangs werd bekend dat het rijk het advies heeft gekregen meer geld aan de gemeentes over te maken zodat het tekort binnen de jeugdhulpverlening kan worden
teruggedrongen. Ook heeft de gemeente dit jaar extra (WMO)geld ontvangen. Toch wordt ook hierop bezuinigd. In dit deelplan wordt opnieuw duidelijk dat onze gemeente “eigen verantwoording en ondersteuning vanuit de omgeving” benadrukt en minder nadruk legt op “maatwerkvoorzieningen”. Wij willen de gemeente adviseren om dit helder en duidelijk te communiceert richting de inwoners. De informatie via de gemeente pagina in de Polderkrant is ons inziens onvoldoende. Onze gemeente zet in op ‘gebiedsgericht werken’ en het sociaal loket. Als participatieraad worden wij graag geïnformeerd over de evaluatiegegevens van de gebiedsteams en het sociaal loket. Opmerkingen per hoofdstuk Hieronder verwijzen we naar een aantal passages om te illustreren waar het stuk voor ons als participatieraad vragen oproept. •
•
•
•
• •
•
•
Pagina 2, koopje 1.3 ‘Relatie met andere beleidsvelden’. Hier is vooral gekeken naar de eigen gelederen van het gemeentelijk domein. Echter is er ook een nieuwe wetgeving ten aanzien van de gezondheid die het bevorderen van de samenwerking over de domeinen heen stimuleert. Suggestie om te laten zien dat de gemeente samenwerking met zorgaanbieders buiten de WMO en sociaal domein belangrijk vindt. Het zijn immers communicerende vaten. De klantreis stopt niet in het WMO of sociaal domein. Pagina 2, kopje 1.4 ‘geldigheidsduur deelplan’. Dit deelplan komt in de plaats van de deelplannen die golden van 2015-2018. Ons is onduidelijk wie de actualiteit en geldigheid van deelplannen bewaakt. Ons advies is om hier ook de beoogde looptijd van dit deelplan op te nemen. Pagina 4, kopje 2.2.1. Hier wordt alleen gerefereerd aan de doelgroep die niet meer over de gewenste eigen regie etc. beschikt. Er is ook een groep die nog wel over de eigen regie beschikt maar niet de vindkracht heeft om alles zelf te regelen en te vinden. Hoe gaan we met deze doelgroep om. Wij zouden graag zien dat de gemeente het loket (en de daarbij behorende gidsfunctie) opneemt in deze passage. Pagina 4, kopje 2.2.2 We verwachten dat de gemeente intensiever wil gaan samenwerken met die partners die voldoen aan de aspecten van kwaliteit en rechtmatigheid zoals de gemeente beoogt.
Wat inhoudt dat er met minder partners wordt samengewerkt. In de huidige tekst lijkt het of kwaliteit niet uitmaakt, dat aantal sturend is. Daarnaast zien we graag toegevoegd dat dit de keuzevrijheid niet beperkt. Dit vanuit de verwachting dat er gekeken wordt naar voldoende aanbod en vraag zodat de keuzevrijheid van de cliënt gewaarborgd wordt. Pagina 5, kopje 2.2.4 ‘Resultaatgericht werken’. Ons advies is om hier informatie toe te voegen over welke termijn als aannemelijk en redelijk wordt gezien. Pagina 5, kopje ‘toekomstbestendig budget” “Door middel van de hierboven genoemde kaders en maatregelen willen we de groei in ondersteuningsvragen afremmen.” De tekst is wat verwarrend. Het kan gelezen worden alsof de gemeente in de toekomst minder mensen met een ondersteuningsvraag wil helpen. We verwachten dat bedoeld wordt dat het doel is om de groei te stabiliseren en het aanbod te maken binnen de kaders. Wat inhoudt dat de gemiddelde kosten per cliënt met WMO moet gaan dalen. Of staat hier nu minder cliënten waarbij de gemiddelde kosten stijgen per cliënt? Pagina 5, kopje ‘toekomstbestendig budget” “Daarnaast zien we substantiële overschrijdingen tijdig.” We nemen aan dat het hier gaat over budget en tijd; de volgende maatregelen hebben te maken met de wachttijd. Dit is wat onduidelijk. Algemene opmerking bij hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk wordt het ‘wat en hoe’ beschreven.
Naar ons idee worden er te vaak algemene formuleringen gebruikt, het ligt vaak erg voor de hand, je kunt het er niet mee oneens zijn.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Pagina 7, kopje 3.1.1 ‘Doelen’. Er wordt gestreefd naar meer initiatieven van inwoners die zorgen voor meer samenredzaamheid te faciliteren. Wij vragen ons af: is er wel voldoende capaciteit om meer te vragen van inwoners? Naar de toekomst ontstaan krapte aan mantelzorgers en of vrijwilligers. Wij vragen ons daarom af hoe houdbaar dit uitganspunt voor de langere termijn is. Wellicht kan er ook gekeken worden naar het goed georganiseerde welzijnsnetwerk, waardoor je gedifferentieerd taken bij goedkopere krachten neer kunt leggen. Daarbij; dit deelplan (en beleidsplan) legt veel nadruk op de “eigen kracht” van de inwoners. De inwoner is ‘eigenaar…’ Er moet wel voldoende ruimte overblijven voor hulpvragen die niet volgens de “Nieuwe Route” kunnen worden opgelost. Pagina 8, kopje 3.1.4 ‘hoe gaan we dit monitoren?’ Gezien het eerder genoemde doel om de vragen te verleggen naar het voorveld adviseren we dat aanvullend op wat hier staat ook het aantal aanvragen etc worden gemonitord. Pagina 9, kopje bij de aanpak ‘We sluiten aan bij de aanpak ‘een tegen eenzaamheid’ en ‘samen dementievriendelijk’. Wanneer de gemeente stuurt op meer inclusieve woonwijken en samenleving is het ook van belang dat de inwoners geinformeerd en betrokken zijn. Ons advies is om hier ook in dit deelplan aandacht voor te hebben.
In hoofdstuk 3.5 gaat het over de ondersteuning van mantelzorgers binnen de (nieuwe) financiële middelen. In “grip op het financieel domein” lezen we dat er mogelijk bezuinigd gaat worden op netwerkondersteuning. Dit lijkt strijdig met elkaar? Pagina 15, kopje ‘Regie en eigenaarschap van hulpvraag blijft bij inwoner’. Hoe anticipeert de gemeente op de groeiende groep mensen (zoals ouderen en mensen met een perking) die met een modulair pakket thuis blijft wonen, zelf geen regie kan voeren en aanspraak houdt op gemeentelijke voorzieningen. Pagina 15, kopje ‘Het sociaal netwerk van inwoners wordt maximaal betrokken en benut’. Het lijkt wel de gouden formule aan het worden voor handjes te kort en verlagen van kosten. Vrijwilligers en mantelzorgers. Gebeurt in de WLZ, ZVW en nu ook in de WMO. Maar daarmee drukken we allemaal op de belasting en is maar de vraag of dit toekomstbestendig en duurzaam is. Zie onze eerdere opmerking hierover. In 3.7 gaat het over inwoners met complexe problematiek… Er wordt in zeer algemene bewoordingen gesproken over het vergroten van draagkracht en draagvlak in wijken en dorpen. De beschikbaarheid van ambulante hulpverlening zien we graag steviger en meer concreet beschreven. Pagina 19, kopje “We werken met een mensgerichte aanpak”.
Dit vraagt een goede integratie, afstemming en communicatie met de wijk voor de bewoners die er wonen en de professionals die er werken over de domeinen heen Pagina 23, kopje 3.10.1 ‘Wat willen we bereiken?’ Er wordt regelmatig verwezen naar het stuk ‘grip op het sociaal domein’. Onze suggestie is om dit document als bijlage toe te voegen en hierna te verwijzen zodat inwoners, cliënten, vrijwilligers en professionals de impact kunnen inschatten. Pagina 26, hoofdstuk 6 ‘Risico Analyse’. Hierin missen we de stimulans voor aanbieders om doelmatigheid en innovaties toe te passen om de gemiddelde kosten per klant te verlagen.
Namens de Participatieraad Sociaal Domein, M. Hanson Voorzitter
Betrokken deskundigen Participatieraad Sociaal Domein: Wiebe van Wijk, Janet Faber, Meriam Rolfes, Marien Hanson en Carina Peek