CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

20.1 Bijlage 1 Deelplan Wet maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid.pdf

Gemeenteraad 13 september 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 20: Deelplan Wet maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid16.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien mogelijk sluiten zij aan bij inwoners initiatieven en reguliere mogelijkheden om zo een passend en innovatief aanbod van (algemene) voorzieningen te ontwikkelen. Deze eisen en voorwaarden nemen we mee bij inkoop- en subsidietrajecten. Zorgen voor passend en overzichtelijk aanbod, resultaat centraal en passende bekostigingsvormen • Via de gecontracteerde en gesubsidieerde partners zorgen we voor voldoende en passend aanbod van algemene- en maatwerkvoorzieningen. De eisen en voorwaarden om de ondersteuning tijdig in te zetten, op maat en flexibel te bieden is meegenomen in de inkoop- en subsidietrajecten. Ditzelfde geldt voor alle genoemde zaken die we willen bereiken, zoals het centraal stellen van de inwoner en zijn hulpvraag. • De resultaatgerichte werkwijze en nieuwe bekostigingsvormen nemen we mee in de inkooptrajecten. Ditzelfde geldt voor de voorwaarden om goed te sturen op resultaten, samenwerking, innovatie en kwaliteit. De Belevingsgerichte dagactiviteiten (doelgroep ouderen en dementerenden) en de Dagactiviteiten NAH (doelgroep niet aangeboren hersenletsel) gaan we taakgericht bekostigen. De Begeleiding en Arbeidsmatige dagactiviteiten (doelgroep arbeidsmatige leeftijd) gaan we resultaatgericht bekostigen.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

23

• De langere contractduur en het maximale aantal te contracteren aanbieders nemen we mee bij de inkooptrajecten. • Wij verwijzen toetreders tot de markt naar de hoofdaannemer. Het aanbod moet van toegevoegde waarde zijn voor de inwoner en de hoofdaannemer. • Bij aanbestedingen bepalen we vooraf wat een vast marktconform tarief voor de te leveren dienstverlening is. Hierin verwerken we de normstelling voor overhead en winst. Daarnaast nemen we contractueel op dat de jaarcijfers / jaarrekening van een aanbieder (en haar samenwerkingspartners) opvraagbaar zijn. Zodat het mogelijk is financieel onderzoek te doen en het gesprek aan te gaan. • Via een lean traject concretiseren we resultaatgericht werken, de resultaat- en taakgerichte bekostigingsvormen en de integrale aanpak in de uitvoering van de Wmo met de Participatiewet voor de maatwerkvoorziening Arbeidsmatige dagactiviteiten. • Gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren en leveranciers maken afspraken met elkaar en werken samen in het naleven van deze (landelijke) afspraken. Dit draagt bij tot een betere service voor de inwoner.

3.6.4 Hoe gaan we dit monitoren? • Passendheid ondersteuning: percentage van de inwoners wat een Wmo-voorziening heeft ontvangen en het (helemaal) eens antwoord op de stelling; "De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag" (bron: Cliëntervaringsonderzoek / doelmatigheidsonderzoek Wmo) • Effectiviteit ondersteuning: percentage van de inwoners wat een Wmo-voorziening heeft ontvangen en het (helemaal) eens is met de stelling “Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil” (bron: Cliëntervaringsonderzoek / doelmatigheidsonderzoek Wmo) • We monitoren het doel ‘groei afremmen’ via de reguliere planning & control cyclus.

3.7 Inwoners met complexe problematiek krijgen passende ondersteuning (regionaal) 3.7.1 Wat willen we bereiken? Regionaal zorglandschap Het regionale zorglandschap Wmo Flevoland richt zich op de ondersteuning van inwoners met een kwetsbaarheid en/of een ondersteuningsvraag door psychische problemen, verslaving en/of een lichte verstandelijke beperking. Deze mensen helpen we om zo veel mogelijk naar een normale leefsituatie te komen. Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020-2026 is vastgesteld Het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020-2026 is in 2020 door alle gemeenteraden van Flevoland vastgesteld. Het is daarom niet nodig om dit beleid via het deelplan opnieuw vast te stellen. Hieronder staan de belangrijkste kaders opgenomen en voor meer achtergrond wordt verwezen naar het Regionaal kader. Inwoners blijven zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving Dit betekent dat inwoners waar mogelijk in hun wijk blijven wonen en zelf eigenaar zijn van hun plan. Hierbij zetten we de ondersteuningsbehoefte voorop in plaats van de diagnose. Eigen regie, inzet op kansen en het aansluiten bij wat iemand wil en kan zijn belangrijke voorwaarden voor herstel. Doorverwijzing naar het beschermd wonen of de maatschappelijke opvang is alleen mogelijk als thuis wonen niet (meer) verantwoord of veilig is. Opvang of 24-uurszorg duurt in dat geval zo lang als nodig, maar zo kort als mogelijk.

We zorgen voor continuïteit in de begeleiding en voor flexibiliteit in op- en afschalen. Zorg en ondersteuning zijn dicht bij huis, passend, persoonlijk en gericht op alle aspecten van het leven.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

24

We zorgen voor een warme, soepele overgang voor kwetsbare inwoners tussen wonen in een instelling en wonen in de wijk Die overgang is nu nog te groot. We willen een warme, soepele ontvangst in de wijk. We beseffen dat bepaalde wijken veel sociale woningbouw hebben. Hier komen naar verhouding veel mensen te wonen met een psychische kwetsbaarheid. Deze wijken verdienen onze bijzondere aandacht.

Doelen  

In 2026 is er een passend aanbod van regionale beschermd wonen voorzieningen, tussenvoorzieningen en lokaal basisaanbod voor de inwoners met complexe problematiek. In 2026 stromen mensen uit beschermd wonen terug naar de gemeente van herkomst met een plan waarin is geregeld wat ervoor nodig is om zelfstandig(er) te kunnen wonen en leven.

3.7.2 Wat gaan we hiervoor doen? • Wij versterken draagkracht en draagvlak in wijken, zodat inwoners zich er welkom voelen. • Wij zorgen voor passende huisvesting en beschikbaarheid van voldoende woningen. • Wij zorgen voor een gedifferentieerd en gespreid aanbod van ambulante en (hoog)specialistische zorg en ondersteuning. • Wij zorgen voor de inzet van cliëntondersteuning, ervaringsdeskundigheid en betrokkenheid van de omgeving. 3.7.3 Hoe gaan we dit bereiken? Draagkracht en draagvlak in wijken en dorpen • Er is voldoende en adequate lokale ambulante begeleiding in de eigen woonomgeving. Hierbij is ook het informele netwerk (familie, buren) betrokken. Verbinding en een soepele overgang tussen ambulante begeleiding en behandeling is van belang. • We gaan stigmatisering en uitsluiting tegen en laten niet te veel concentratie ontstaan van kwetsbare inwoners in een wijk. De woningcorporatie zorgt door directe bemiddeling en door betrokkenheid bij de uitstroomtafel voor het vinden van een juiste plek voor de inwoner en voor spreiding in wijken en dorpen. De welzijnsorganisatie ondersteunt bij een zachte landing in de nieuwe woonomgeving. • We hebben oog voor de inwoners in de wijken en zorgen dat zij hun signalen en zorgen kunnen melden bij de betrokken zorgaanbieder. Ook legt de nieuwe bewoner samen met zijn begeleider contact met inwoners in de wijk om kennis te maken.

• Elke gemeente brengt de lokale basis op orde. Wij zorgen bijvoorbeeld voor een goed welzijnsaanbod, preventie, vroegsignalering, integratie in de wijken en terugvalvoorzieningen dicht bij huis. • Via de Uitstroomtafel zorgen wij met de inwoner voor de randvoorwaarden die nodig zijn voor een zachte landing in dorp of wijk. • We spreiden 24-uursvoorzieningen op een meer evenwichtige manier passend bij de vraag. Dit zorgt dat mensen gemakkelijker binding houden met hun gemeente van herkomst en hun informele netwerk. Huisvesting en beschikbaarheid van woningen • We ontwikkelen tussenvoorzieningen en onderzoeken vormen van geclusterd wonen. • Flevoland doet mee aan het landelijke actieprogramma Weer Thuis. Er komen regionale bestuurlijke afspraken tussen gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties over het beschikbaar stellen van woningen, het versnellen van de uitstroom uit 24-uursvoorzieningen en op het beperken van de instroom. • We bouwen 24-uursvoorzieningen gefaseerd en gedeeltelijk af en om.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

25

Aanbod van ambulante begeleiding • Via de gecontracteerde aanbieders van begeleiding is voldoende en passende (hoog)specialistische ondersteuning beschikbaar ook voor niet planbare hulpvragen. • Voor inwoners die een terugval krijgen of die tijdelijk meer hulp of toezicht nodig hebben zijn terugvalvoorzieningen beschikbaar. • Er is 24 uur per dag begeleiding bereikbaar en beschikbaar. • Wij zetten in op het voorkomen van huisuitzettingen door het vastleggen van samenwerkingsafspraken met lokale ketenpartners. Als er toch sprake is van een woningontruiming, dan zijn wij verantwoordelijk voor de afvoer en opslag van inboedels als die nog in de woning aanwezig zijn. De uitvoerende taken die hierbij horen besteden wij in principe uit, maar een combinatie van zelf uitvoeren en uitbesteden kan ook aan de orde zijn. Dit wordt uitgewerkt in een werkproces. • Wij onderzoeken in Noordoostpolder of Housing First een oplossing is voor de aanpak van dak- en thuisloosheid. • Wij zorgen voor een inloopvoorziening waar mensen met complexe problematiek terecht kunnen voor advies en activiteiten. Ervaringsdeskundigheid • Er is een pool van ervaringsdeskundigen die wordt ingezet om mee te denken met beleidsontwikkeling en signalen te geven over mogelijke knelpunten in de lokale ondersteuningsstructuur.

3.7.4 Hoe gaan we dit monitoren? Er is een regionale monitor Uitvoeringsprogramma zorglandschap Wmo ontwikkeld. Het gaat hierin om monitoring van de hoofddoelen van het Regionaal kader Zorglandschap Wmo Flevoland. De hoofddoelen, zoals in de vorige paragrafen ook uitgewerkt, zijn: • Versterking draagkracht en draagvlak wijken, zodat inwoners zich welkom voelen • Huisvesting en beschikbaarheid van voldoende woningen • Een gedifferentieerd en passend aanbod dat regionaal goed gespreid is • Cliëntondersteuning, ervaringsdeskundigheid en betrokkenheid van de omgeving De monitor geeft sturingsinformatie op hoofdlijnen. De verzamelde gegevens vormen de basis voor (aanpassingen in) het beleid zorglandschap. Het biedt inzicht in de effecten van ingezet beleid, de ambulantisering en het streven naar herstel en wonen in de wijk. Het brengt de regionale en lokale situatie in beeld. Het laat zien in welke mate het aanbod aansluit op de vraag. Gemeenteraden ontvangen de monitor jaarlijks ter informatie.

3.8 Een effectieve beschermingsketen bij de aanpak van huiselijk geweld 3.8.1 Wat willen we bereiken? Samen met de centrumgemeente Almere faciliteren wij maatschappelijke organisaties om huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden. Veilig Thuis Flevoland (VTF) sturen wij aan via het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein6 (BOSD). Via een beschermingsketen werkt onze uitvoering samen met lokale partners als ook regionale partners zoals VTF, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), de Politie en Reclassering Nederland.

6

Het BOSD bestaat uit de wethouders van de Flevolandse gemeenten en ambtelijke ondersteuning.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

26

Doelen  In 2026 zijn minder inwoners het slachtoffer van huiselijk geweld (aantal zorgmeldingen gemiddeld per kwartaal 2019: 122 / 2020: 116 / 2021: 102).  In 2026 is er door vroegsignalering minder heftige en complexe casuïstiek.

3.8.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We hebben een duidelijke toegang. • We hebben een sluitende lokale keten. • We hebben een sterke perspectiefregie op complexe casuïstiek. • We zijn deel van een sterke regionale samenwerking. • We hebben een sterke verbinding met Openbare Orde en Veiligheid, IGW en het voorliggend veld. 3.8.3 Hoe gaan we dit bereiken? • We zetten in op preventie door het onder andere vroeg signaleren van huiselijk geweld en daarmee het voorkomen van escalatie. • We monitoren de gemaakte afspraken met de verschillende lokale en regionale maatschappelijke organisaties (waaronder Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming) en leggen dit vast in een lokaal addendum waarin taken en verantwoordelijkheden staan beschreven. 3.8.4 Hoe gaan we dit monitoren? • Dashboard Veilig Thuis Flevoland (Aantal meldingen en adviezen gemiddeld per kwartaal 2019: 122 / 2020: 116 / 2021: 102).

3.9 Wij houden toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid 3.9.1 Wat willen we bereiken? Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van voorzieningen die zij aan haar inwoners biedt in het kader van de Wmo. Deze verantwoordelijkheid maakt onderdeel uit van het toezichtstelsel sociaal domein. Het toezicht kan inzicht bieden in welke risico’s daarvoor een bedreiging vormen. Het signaleert risico’s en agendeert deze op de juiste tafel. De overheid moet ook handhavend optreden bij het niet naleven van regels. Op die manier staat toezicht ten dienste van de doorontwikkeling van de kwaliteit van zorg en het behoud van vertrouwen van inwoners en hun omgeving in de hulpverlening en de rol van de overheid. Er is aandacht voor de belangen van de inwoner Het is belangrijk om oog en oor te hebben voor inwoners en hun naasten die te maken hebben met een toezichtsonderzoek. Een dergelijk onderzoek kan impact hebben op de inwoner en zijn omgeving. Zo nodig wordt nazorg georganiseerd. Toezicht moet onafhankelijk en onpartijdig zijn Signalen worden snel onderzocht. Hierbij is het belangrijk of dit te herleiden is naar objectiveerbare feiten.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

27

De kwaliteit van ondersteuning die inwoners ontvangen is op niveau Kwaliteitseisen zijn het fundament van toezicht Wmo. Het moet duidelijk zijn welke algemene kwaliteitseisen en welke specifieke kwaliteitseisen voor een aantal Wmo-voorzieningen er minimaal worden toegepast. Het toezicht op kwaliteit is belegd bij GGD Flevoland. Deze heeft de kwaliteitseisen vanuit de wet uitgewerkt. Het moet niet gaan over wie er gelijk heeft en wie er een fout heeft gemaakt, maar over wat er precies is gebeurd zodat ervan geleerd kan worden. Het gaat om het op peil houden of verhogen van de kwaliteit van zorg. Informatie wordt gedeeld in het belang van kwaliteit en veiligheid In het belang van de kwaliteit van zorg en de veiligheid van cliënten wordt informatie gedeeld. Het gaat om de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de toezichthouder rechtmatigheid en de toezichthouder calamiteiten. Maar ook tussen de toezichthouder die onderzoek doet naar signalen over een regionaal ingekochte Wmo-voorziening en een lokale toezichthouder die onderzoek doet naar signalen over een lokaal ingekochte Wmo-voorziening. De gemeente is aangesloten bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ). Alle signalen over fraude en misbruik komen bij het IKZ terecht. Het IKZ zorgt voor verrijking van de signalen. Verrijking vindt plaats door naslag in openbare en gesloten bronnen.

Vervolgens gaat de meest geëigende partij ermee verder. Als gemeente krijgen wij meer informatie dan dat wij lokaal beschikbaar hebben. Hierdoor kunnen wij effectiever optreden. De middelen worden verantwoord besteed Dit noemen we het toezicht op de rechtmatigheid. Dit toezicht wordt uitgevoerd door de gemeente. De toezichthouder vormt zich aan de hand van jaarrekeningen en het gesprek met de aanbieder een oordeel over de rechtmatigheid. Uit dat onderzoek komt ook naar voren hoe de ingezette middelen in verhouding staan tot het winstpercentage. Bij afwijkende percentages kan dit een indicatie zijn voor afwijkende kwaliteit van zorg. Dit kan aanleiding zijn voor verder onderzoek. De rol van de toezichthouder en andere betrokken disciplines is duidelijk Toezicht bestaat uit meerdere onderdelen en er zijn diverse disciplines bij toezicht betrokken. Het moet duidelijk zijn welke onderdelen er zijn, wat de rol van de toezichthouder is en wat de rol van de overige disciplines is die betrokken zijn. De bestuurlijke rol is duidelijk Het bestuurlijk perspectief houdt in dat de bestuurder erop toeziet dat de toezichthouder het proces beheerst. Dat informatie boven tafel komt, dat verantwoordelijkheden helder worden, dat de juiste snelheid wordt gehanteerd in relatie tot de politieke verantwoordelijkheid waaronder het beheersbaar houden van eventuele maatschappelijke onrust.

Er moet rekening gehouden worden met verantwoordelijkheden van centrumgemeente, regiogemeenten en gemeenten onderling. Voor die situaties waarbij calamiteiten over de gemeentegrenzen heen spelen, is een scenario toegevoegd aan de bestaande Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedures van de veiligheidsregio Midden Nederland (GRIP). Het betreft de werkwijze waarmee bepaald wordt hoe de coördinatie tussen hulpverleningsdiensten verloopt waaronder ook de communicatie.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

28

Doelen  We bevorderen de kwaliteit van onze voorzieningen  Wij hebben zicht op een verantwoorde besteding van middelen  Gemelde calamiteiten en geweldsincidenten worden onderzocht door een onafhankelijke partij

3.9.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We borgen dat er aandacht is voor de belangen van de inwoner. • Wij waarborgen de onafhankelijkheid door de rollen en taken te beschrijven. • Het gemeentelijk toezicht op de rechtmatigheid gaan we doorontwikkelen. • De gemeente bespreekt samen met de GGD de doorontwikkeling van de toezicht op kwaliteit. • We delen informatie met het IKZ. • We verduidelijken de rol van de toezichthouder en andere betrokken disciplines. 3.9.3 Hoe gaan we dit bereiken? • Er wordt een lokaal uitvoeringsplan toezicht opgesteld waarin bovengenoemde onderdelen worden uitgewerkt. • Wanneer uit het uitgevoerde toezicht blijkt dat de onderzochte organisatie niet of niet volledig voldoet aan de eisen in de wet of de gestelde kaders, kunnen handhavende maatregelen genomen worden. 3.9.4 Hoe gaan we dit monitoren? • GGD Flevoland levert een keer per twee jaar een evaluatie op. Hiermee krijgen wij zicht op de uitvoering van het toezicht op de kwaliteit van voorzieningen en de aanpak van calamiteiten en geweldsincidenten. Op basis hiervan kan beleid en uitvoering aangepast worden. • De gemeente monitort op de rechtmatigheid en de toezichthouder levert een evaluatie op.

3.10 Het Wmo- en Volksgezondheidsbeleid past binnen de financiële kaders 3.10.1 Wat willen we bereiken? De groei is afgeremd en de uitgaven in het sociaal domein zijn gestabiliseerd We hebben te maken met oplopende financiële tekorten in het sociaal domein in combinatie met een toename van het aantal cliënten Wmo. Dat komt door het in werking treden van het abonnementstarief en een toenemende ondersteuningsvraag in de toekomst. Als gemeente hebben we beperkt invloed op het aantal inwoners dat een beroep doet op de Wmo en de daarbij behorende kosten. Die beperkte invloed oefenen we uit in een aantal maatregelen. De maatregelen dragen bij aan een financieel houdbaar stelsel. Deze maatregelen voorkomen onnodige instroom in de Wmo en realiseren tijdige uitstroom uit de Wmo. Dit gaat niet ten koste van passende ondersteuning of het toepassen van maatwerk voor de inwoner. Ook bekostigen we geen ondersteuning waar we niet verantwoordelijk voor zijn. We willen zo de groei afremmen en de uitgaven in het sociaal domein stabiliseren. Ook zijn er maatregelen nodig die leiden tot een efficiëntere en effectievere bedrijfsvoering voor onszelf, alsook van onze partners. We gaan met onze huidige partners in gesprek over verbetering van de dienstverlening, dan wel verlaging van de kosten. Alleen zo houden we onze lasten beheersbaar.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

29

Regionaal • We voeren de regionale transformatie en uitvoering van beschermd wonen budgetneutraal uit binnen de kaders van de decentralisatie uitkering en de regionale begroting Flevoland. Dat doen we op basis van gedeelde verantwoordelijkheid en solidariteit. • We voeren de lokale taken rond transformatie en invulling van beschermd wonen uit binnen de financiële kaders die de gemeenteraad hiervoor vaststelt. • We financieren de kosten voor Maatschappelijke opvang, Openbare geestelijke gezondheidszorg en Vrouwenopvang tot 1 januari 2026 uit het regiobudget.

Doelen   

In 2024 bereiken we voor de Wmo de financiële taakstelling, zoals opgenomen in het Uitvoeringsplan ‘Grip op het sociaal domein’. Het uitvoeren van de Wmo en Volksgezondheid blijft binnen de door de gemeenteraad vastgestelde financiële kaders. Wij geven uitvoering aan het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020-2026.

3.10.2 Wat gaan we hiervoor doen? • We nemen maatregelen op het gebied van de Wmo en Volksgezondheid die passen binnen de beschikbare financiële middelen. • Wij stimuleren aanbieders om doelmatigheid en innovaties toe te passen en samenwerking te zoeken met partijen. • We bekostigen geen ondersteuning Wmo waar we niet verantwoordelijk voor zijn. Regionaal • Centrumgemeente Almere maakt een meerjarenbegroting waarbij de consequenties van de afbouw van het budget BW duidelijk worden en waarbij inzicht ontstaat over het al dan niet in stand blijven van een regionaal overschot BW. • Er vindt regionaal een heroverweging plaats van incidentele uitgaven uit het overschot BW die een structureel karakter hebben gekregen. • Wij maken met het oog op het objectieve verdeelmodel vanaf 1 januari 2023 afspraken met de gemeenten in Flevoland over de bekostiging van regionale voorzieningen met financiële verdeling, solidariteit en het vormgeven van de landelijke toegankelijkheid. • Wij verwerken het lokaal beschikbare budget in een lokaal meerjarig financieel kader. • Tot in ieder geval 1 januari 2026 blijft Maatschappelijke opvang, Openbare geestelijke gezondheidszorg en Vrouwenopvang een verantwoordelijkheid van centrumgemeente Almere.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

30

3.10.3 Hoe gaan we dit bereiken? • De maatregelen op het gebied Huishoudelijke ondersteuning, Begeleiding en Dagactiviteiten Wmo pakken we op zoals opgenomen in het Uitvoeringsplan ‘Grip op het sociaal domein’. De maatregelen op de overige onderdelen Wmo, zoals de woonvoorzieningen, zijn en worden meegenomen in de memo (Financiële) effecten abonnementstarief. • We stimuleren aanbieders om doelmatigheid en innovaties toe te passen via inkooptrajecten die naast kwaliteit van ondersteuning ook bijdragen aan de financiële beheersbaarheid van de ondersteuning. • We gaan regres plegen bij cliënten die na 1 januari 2019 een ongeval hebben gehad en waarbij een derde aansprakelijk is voor het ongeval. Wanneer een derde aansprakelijk is voor een ongeval waardoor wij op grond van de Wmo-maatwerkvoorzieningen moeten verstrekken, dan kunnen wij deze kosten terug claimen bij de letselschadeverzekeraar van de veroorzaker van de schade (derde). • We gaan scherper indiceren met aandacht voor het perspectief van de inwoner en/of waar mogelijk afschalen van voorzieningen of opschonen van voorzieningen die onder de Wlz vallen. We zorgen voor voldoende kennis over de scheidslijn van de Wmo met andere wetten, zoals de Wlz en de Zvw, en voorzieningen.

We zoeken bij individuele casussen waarbij we de scheidslijn strikt(er) willen hanteren de samenwerking op met de medewerkers van andere wetten en organisaties en ondersteunen de inwoner waar mogelijk naar de passende ondersteuning buiten de Wmo. Regionaal • Per 1 januari 2023 vallen nieuwe cliënten die beschermd wonen nodig hebben onder de verantwoordelijkheid van de lokale gemeenten. De gemeenten ontvangen hiervoor ook lokaal de middelen. Bestaande cliënten blijven onder verantwoordelijkheid vallen van de centrumgemeente die hiervoor de middelen ontvangt. In het Regionaal kader Zorglandschap Wmo is echter vastgelegd dat het specialistisch intramuraal beschermd wonen een regionale verantwoordelijkheid blijft. Dat betekent dat de centrumgemeente verantwoordelijk blijft voor inkoop, financiering, contractmanagement en het toelaten van nieuwe aanbieders voor de regionale voorzieningen beschermd wonen. Ook voor de bijbehorende taken over de toegang (GGD), handhaving (gemeente Almere) en toezicht (GGD) blijft de centrumgemeente verantwoordelijk. Grote voordelen hiervan zijn bundeling van kennis en expertise en voldoende schaalgrootte voor specialistische voorzieningen. • Voordat gewerkt kan worden aan afbouw van voorzieningen en de meer evenredige spreiding ontstaat, moeten een aantal randvoorwaarden georganiseerd zijn.

Het gaat hierbij om het terugdringen van de wachtlijst beschermd wonen. De populatie die nu beschermd woont versneld laten uitstromen. De plaats van tussenvoorzieningen binnen het zorglandschap moet helder zijn en duidelijkheid over de bekostiging daarvan. De kwaliteit van de dienstverlening van de huidige zorgaanbieders moet in beeld komen. Dit wordt regionaal uitgewerkt. • Tot in ieder geval 1 januari 2026 blijft Maatschappelijke opvang, Openbare geestelijke gezondheidszorg en Vrouwenopvang een verantwoordelijkheid van centrumgemeente Almere. • De gemeenten in Flevoland stellen een om-, op- en afbouwplan voorzieningen op. • De gemeenten in Flevoland zetten in op het uitgangspunt 'uitstroom naar de gemeente van herkomst, tenzij'. 3.10.4 Hoe gaan we dit monitoren? • We monitoren de doelen via de reguliere planning & control cyclus • Regionale planning&controlcyclus met sturingsrapportage.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

31

4. LANDELIJK, REGIONAAL EN LOKAAL KADER In dit hoofdstuk wordt de samenhang van het betreffende beleidsterrein (Wmo/Gezondheid, Minima, Participatie) met het landelijk, regionaal en lokaal kader beschreven.

4.1 Landelijk kader De basis voor dit beleidsplan zijn onderstaande wet- en regelgeving. Deze maken gemeenten verantwoordelijk voor een aantal taken. De uitvoering van dit beleidsplan vindt plaats binnen de kaders van onder andere deze wetten. • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: de Wmo draagt bij aan de ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een beperking, chronische psychiatrische- of psychosociale problemen. • Wet publieke gezondheid (WPG): de Wpg draagt bij aan het bevorderen van de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming met de curatieve gezondheidszorg. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. • Doordecentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang: In lijn met het advies van de commissie Dannenberg wordt in Nederland volop gewerkt aan sociale inclusie door mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk te huisvesten in de wijk. • VN-verdrag Handicap: Inclusie vraagt een bepaalde betrokkenheid bij onze inwoners, met of zonder beperking. Ook is het belangrijk om te werken aan bewustwording over inclusie. Een verandering in het denken van gemeenten, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties over toegankelijkheid voor mensen met een beperking is nodig. Wij omarmen daarom het VN-verdrag handicap.

4.2 Regionaal kader • Gezamenlijke visie vanuit cliëntperspectief op de gezondheidszorg in Noordelijk Flevoland Onze visie op gezondheid is dat inwoners ondersteund worden in het vermogen om om te gaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen. Dit met zoveel mogelijk eigen regie. Zorg en het ontzorgen worden daarbij zo dichtbij, zo thuis mogelijk geboden. De gezondheidszorg in Noordelijke Flevoland is gericht op samenwerking, innovatie en behoud van basiskwaliteit, waarbij de inwoner centraal staat. • Instandhouding publieke gezondheidsdienst GGD Flevoland De belangrijkste taken die de GGD uitvoert (voor de gemeenten) zijn: - Algemene gezondheidszorg zoals infectieziekte bestrijding, de openbare GGZ (vervuilings- en verwaarlozingssituaties), medische milieukunde (preventie en acties m.b.t. gezondheidsrisico’s in binnen en buitenmilieu), centrum seksuele gezondheid, hygiënezorg, reizigersvaccinaties - Jeugdgezondheidszorg 4 tot 19 jaar; - Ambulancezorg - Monitoring gezondheidsgegevens bevolking - Adequate organisatie GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) - Adequate organisatie van epidemiebestrijding • Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020-2026 is in 2020 door alle gemeenteraden in Flevoland vastgesteld.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

4.3 Lokaal kader • Beleidsplan sociaal domein: Doen wat werkt! - Jeugdbeleid - Participatiebeleid - Minimabeleid • Woonvisie • Grip op het sociaal domein • Omgevingsvisie (in ontwikkeling) • Subsidiebeleidsplan • Beleid schulddienstverlening • Sportbeleid • Integraal veiligheidsbeleid Bewaking van het aanbod eerstelijnszorg • Waarborgen van de spoedpost huisartsen • Betrokkenheid huisartsen • Organisatie van de zorgketen • Adequate informatievoorziening

32

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

33

5. FINANCIËN In dit hoofdstuk worden de begrote bedragen en bijbehorende dekking 2021-2024 opgenomen. 2021

2022

2023

2024

(primitieve (primitieve begroting) begroting 2021)

2020

(primitieve begroting 2021)

(primitieve begroting 2021)

(primitieve begroting 2021)

Investeren in kanteling

300.000

-

-

-

-

Innovatiefonds zorg

25.000

25.000

-

-

-

Parkeervoorzieningen gehandicapten

-1.450

850

830

810

810

Wmo - rolstoelvoorzieningen

125.341

-

-

-

-

Wmo - vervoersvoorzieningen

425.273

379.708

385.592

391.477

391.477

Wmo - woonvoorzieningen

1.172.531

1.449.136

1.464.979

1.481.204

1.481.204

Volksgezondheid

1.793.202

1.894.124

1.843.014

1.793.014

1.793.014

Maatschappelijke zorg

731.926

884.048

890.926

876.009

851.009

Ouderenbeleid

16.874

-

-

-

-

Programma subsidie vrijwilligers

6.136

-

-

-

-

Sociaal culturele accommodaties

69.243

95.594

95.539

103.582

103.582

Wmo - huishoudelijke ondersteuning

3.146.864

2.953.167

2.945.949

2.964.493

2.939.493

Opvang en beschermd wonen Wmo

-244.350

-364.311

-189.549

60.451

210.451

Maatwerk Wmo natura immaterieel

2.510.543

3.324.602

3.377.782

3.433.650

3.433.650

Dagbesteding 18+

1.471.468

1.428.460

1.336.206

1.243.951

1.243.951

Netwerkondersteuning

640.730

653.316

653.316

578.316

503.316

Toezicht - en adviescommissies

136.766

56.659

56.659

56.659

56.659

Ondersteuningstructuur

2.076.243

1.301.017

1.073.977

993.977

993.977

Maatschappelijk welzijn en vitaliteit

535.794

559.554

559.554

509.554

459.554

Aanpak gezondheidsachterstanden

91.913

91.913

-

-

-

15.518.747

14.732.837

14.494.774

14.487.147

14.462.147

Eindtotaal

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

34

6. RISICOANALYSE De inhoudelijke en financiële risico’s, genoemd in het Beleidsplan Sociaal Domein worden hiervoor zover mogelijk nader gespecificeerd.

Mogelijke budgetoverschrijdingen door openeinderegeling Wmo We zien dat de vraag naar ondersteuning vanuit de gemeente oploopt. De groei van de vraag naar ondersteuning, ligt hoger dan de beschikbare middelen. Vanuit het Rijk hebben wij de opdracht om alle ondersteuning die binnen de gestelde wetten valt, te bekostigen. Hierbij is voor een deel sprake van openeinderegeling, bijvoorbeeld bij de inkoop van maatwerkvoorzieningen (zorg in natura) waar onder andere gewerkt wordt met inspanningsgerichte financiering van aanbieders, maatwerkvoorzieningen die middels PGB verstrekt worden. Door te werken met een financiële regeling waarbij geen budget plafond wordt toegekend, of waarbij de fluctuaties in cliëntenaantallen beperkt gestuurd kunnen worden, kunnen uitgaven blijven oplopen. Beheersing Iedere openeinderegeling vraagt om een eigen aanpak/beheersmaatregel. Deze beheersmaatregelen staan in dit deelplan. Het college is aan zet wanneer deze beheersmaatregelen uitgevoerd worden en wanneer er bijsturing nodig is. Wanneer deze maatregelen niet het beoogde effect bereiken, is de gemeenteraad aan zet om bij te sturen. Ook wanneer het beleid niet binnen de financiële kaders wordt uitgevoerd, is de gemeenteraad aan zet om bij te sturen. Echter is onze invloed wel beperkt, in verband met de financiële verplichtingen die voortkomen vanuit wetgeving. Aantal indicaties per jaar Wmo

2018

2019

2020

Medio 2021

Huishoudelijke hulp

643

697

846

945

Hulpmiddelen rolstoel

85

90

93

115

Hulpmiddelen vervoer

250

263

280

300

Hulpmiddelen wonen

373

402

361

341

Ambulant Wmo dagactiviteiten

202

184

178

154

Ambulant Wmo begeleiding

483

485

516

545

Tussentijdse aanpassingen wet- en regelgeving Door het tussentijds aanpassen van wet- en regelgeving door het Rijk kunnen voor gemeenten de beleidsvrijheid op bepaalde gebieden worden ingeperkt en de kosten stijgen voor de uitvoering van dit beleid. Wanneer je als gemeente niet volledige beleidsvrijheid hebt, kan je ook niet volledig sturen op kosten. Dit is voor de Wmo gebeurd met de invoering van het abonnementstarief Wmo. Meer kosten door invoering abonnementstarief Wmo Vanaf 1 januari 2020 geldt een uniform abonnementstarief van € 19,- per maand voor huishoudens die gebruik maken van hulp en ondersteuning vanuit de Wmo (exclusief opvang en beschermd wonen). Dit is ongeacht het inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning. Een tussenvariant van het abonnementstarief startte al in 2019. Er gold per 1 januari 2019 een uniform abonnementstarief van € 17,50 euro per vier weken. Door deze wetswijziging doen steeds meer inwoners een beroep op voorzieningen uit de Wmo, zoals met name huishoudelijke ondersteuning, en dalen de inkomsten uit de eigen bijdrage.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

35

Beheersing Via de VNG ondernemen wij actie en brengen in beeld wat de gevolgen zijn van dit abonnementstarief voor onze gemeente. Door deze actie hopen wij dat het Rijk de wetgeving hiervoor aanpast. De financiële gevolgen van het rijksbeleid zijn in beeld voor Noordoostpolder en verschillen per voorziening. Het effect van het abonnementstarief blijven we de komende jaren monitoren. De gemeenteraad wordt hierin meegenomen. Afhankelijk van de gevolgen is actie ondernomen of gaan we actie ondernemen conform maatregelen in het Uitvoeringsplan ‘Grip op het sociaal domein’ en dit deelplan. Als het Rijk het abonnementstarief in zijn huidige vorm niet afschaft kunnen extra beheersmaatregelen nodig zijn. Meer kosten Veilig Thuis Flevoland Veilig Thuis Flevoland is onder invloed van groeiende eisen (o.a. Meldcode) vanuit het Rijk gegroeid. Het risico bestaat dat deze extra taken niet kostendekkend vanuit het gemeentefonds gefinancierd kunnen worden. Beheersing Wij brengen de gevolgen van rijksbeleid in beeld voor Noordoostpolder en voor de andere Flevolandse gemeenten. Afhankelijk van deze gevolgen ondernemen we actie. De gemeenteraad wordt hierin meegenomen. Meer kosten gemeenschappelijke regeling GGD Het risico bij de gemeenschappelijke regelingen is in dit geval de groei van de GGD. Deze groei komt hoofdzakelijk voort uit extra taken.

Het besluit om extra taken te beleggen bij de GGD ligt landelijk. Deze extra taken kunnen niet altijd kostendekkend gefinancierd worden uit het gemeentefonds. Covid-19 Het is onzeker hoe de bestrijding en gevolgen van de pandemie(en) in de toekomst georganiseerd en gefinancierd wordt. Dit wordt landelijk besloten. Wanneer dit met het gemeentefonds gefinancierd wordt bestaat het risico dat dit niet kostendekkend zal zijn. Dit geldt mogelijk ook voor indirecte kosten. Beheersing Wij brengen de gevolgen van rijksbeleid in beeld voor Noordoostpolder. Afhankelijk van deze gevolgen ondernemen we actie. De gemeenteraad wordt hierin meegenomen. Polarisatie Gezonde leefstijl Een gezonde leefstijl valt altijd binnen de vrije keuze van het individu. Gezondheidsachterstanden komen vaker voor bij mensen met een sociaaleconomische achterstand. Dit zorgt voor polarisatie tussen mensen met een gezondheidsachterstand en mensen met een gezonde leefstijl in de meer welvarende groepen van de samenleving. Het stimuleren van een gezonde leefstijl kan daarom zorgen voor een verder polarisatie waar de welvarende klasse gezonder wordt en de minder welvarende klasse achter blijft. We zijn hierin ook afhankelijk van landelijke campagnes van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

36

Objectief verdeelmodel doordecentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar gemeenten Vanaf 1 januari 2023 vindt er een verandering plaats van de verdeling van de rijksmiddelen beschermd wonen via een landelijk verdeelmodel op basis van objectieve maatstaven. Dit objectieve verdeelmodel wordt vanaf 1 januari 2023 geleidelijk ingevoerd. Het is onderdeel is van de herijking van het gemeentefonds. De verdeling voor beschermd wonen (BW) kent twee ingroeipaden: een van de historische verdeling naar objectieve verdeling tussen regio’s, met een in groeipad van 10 jaar om met name de herinrichting van BW vorm te geven. Het tweede in groeipad, binnen de regio’s, hangt samen met de doordecentralisatie naar gemeenten: straks moeten alle gemeenten in staat zijn om BW voor ‘hun’ inwoners te bekostigen. Deze verschuiving groeit naarmate oude klanten uitstromen. Het uitstroomprofiel is per regio echter anders, denk aan het aandeel dat uitstroomt naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Op 1 januari 2032 wordt de laatste stap gezet en is sprake van een budget dat volledig wordt verdeeld op basis van een objectief verdeelmodel. Maatschappelijke opvang blijft in ieder geval tot 1 januari 2026 onder verantwoordelijkheid van de centrumgemeenten vallen.

Resultaat objectief verdeelmodel voor gemeenten in Flevoland Op basis van voorlopige berekeningen is het de verwachting dat de gemeenten in de regio Flevoland ongeveer 22% minder budget voor beschermd wonen ontvangen via het nieuwe objectieve verdeelmodel. Het huidige budget van de centrumgemeente Almere is € 41,4 miljoen en dit neemt af naar € 32,7 miljoen. Zowel voor de lokale gemeenten als voor de centrumgemeente is een korting op het budget voor beschermd wonen daarom een risico. Er is sprake van een in groeipad van 10 jaar, dus het volledige effect van de korting is niet direct aan de orde. Dit neemt niet weg dat de regionale begroting heroverwogen moet worden en dat de uitgaven aangepast moeten worden aan de toekomstige inkomsten. Overgang cliënten naar Wlz Met ingang van 2021 is het macrobudget beschermd wonen met structureel € 495 miljoen verlaagd in verband met de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis. De (financiële) verantwoordelijkheid voor deze cliënten verschuift als gevolg van deze wetswijziging van gemeenten naar het Rijk. De overgang naar de Wlz in Flevoland is rond de 45% en daarmee hoger dan de verwachte overgang van 30% van de cliënten. Scheve verdeling van voorzieningen De beschikbaarheid van intramurale voorzieningen voor beschermd wonen is nog niet evenredig gespreid over de regio.

We willen de voorzieningen meer spreiden over de regio. In een aantal gemeenten, waaronder Noordoostpolder, zijn in verhouding veel beschermde woonvoorzieningen. Afbouw zal dan ook voornamelijk moeten plaatsvinden in die gemeenten, terwijl mogelijk in de andere gemeenten opbouw moet plaatsvinden. Waar mogelijk worden ‘natuurlijke momenten’ gekozen voor het verplaatsen of afbouwen van reguliere plaatsen beschermd wonen. Beheersing Wij brengen de gevolgen van rijksbeleid in beeld voor Noordoostpolder en de andere gemeenten in Flevoland. Afhankelijk van deze gevolgen ondernemen we actie. Dat doen we door, in samenwerking met de VNG en andere gemeenten, moties in te dienen bij het Rijk. De gemeenteraad wordt hierin meegenomen.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

37

7. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN 7.1 Trends en ontwikkelingen Wmo Vergrijzing en ontgroening Er is sprake van een sterke vergrijzing en ontgroening van de bevolking. Jongeren trekken weg uit onze regio en van de ouderen stijgt de levensverwachting. Het aantal mensen met dementie zal naar verwachting stijgen. Dat komt door de toegenomen levensverwachting en de grote groep mensen (babyboomers) die door hun leeftijd de komende jaren een groot risico hebben op dementie.

Dubbele vergrijzing en de veranderingen in de maatschappij Trends als de dubbele vergrijzing (meer ouderen, met een langere levensverwachting), afbouw van de intramurale zorg, het scheiden van wonen en zorg, de ambulantisering van de GGZ, de transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis, arbeidsmigratie en de huisvesting van statushouders, zorgen voor een grotere druk op de woningmarkt. Bovendien zien ouderen vaak op tegen verhuizen naar een kleinere woning en kiezen ze er – soms erg laat – voor om hun woning aan te passen. We kunnen deze ontwikkelingen niet tegengaan, maar er wel zo goed als mogelijk op inspelen. De ontwikkelingen bieden namelijk ook kansen. De nieuwe generatie ouderen is bijvoorbeeld in het algemeen hoger opgeleid, welvarender, mobieler en actiever dan de eerdere generatie ouderen. Zij willen gezond en vitaal oud worden, het liefst zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving.

Beperkingen In 2016 had 3% van onze inwoners een gehoorbeperking, 3% een gezichtsbeperking, 7% een mobiliteitsbeperking en 10% had minimaal één beperking. In Flevoland was dit respectievelijk 3%, 5% en 9% en in vergelijking met Nederland respectievelijk 5%, 6% en 10%. De arbeidsmarkt verandert Vrouwen en oudere werknemers maken een steeds groter deel uit van een krapper wordende arbeidsmarkt. Bovendien verandert de vraag van inwoners: ouderen geven hun geld anders uit dan jongeren en moeten op een andere manier worden benaderd. We zien ook dat jongeren meer wegtrekken uit Noordoostpolder, terwijl zij hard nodig zijn om de leefbaarheid een impuls te geven. Dit heeft veel impact op wonen, werken en leven in onze gemeente. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe de komende jaren. Armoede Het aantal huishoudens dat in Nederland in armoede leeft neemt af, maar de groep in langdurige armoede (langer dan vier jaar) neemt toe. De kans op armoede is het hoogst bij eenoudergezinnen, alleenstaanden, lager opgeleide hoofdkostwinners, niet-westerse huishoudens en bijstandsontvangers. Stijging vraag naar ondersteuning Landelijk is er een stijgende vraag naar ondersteuning, dat geldt ook voor Noordoostpolder. Bij de Wmo kan een deel van de oorzaak gezocht worden in de invoering van het abonnementstarief.

Daarnaast heeft het langer thuis wonen van inwoners ook invloed op de ondersteuningsvragen. De uitvoering ziet door een combinatie van het langer thuis wonen van inwoners en de vergrijzing een toename van inwoners met een zwaardere ondersteuningsvraag en/of chronisch progressieve ziektebeelden. Dit leidt tot een toename van het verstrekken van voorzieningen Wmo, zoals een toilet/douchestoel, fietsvoorzieningen, scootmobielen en units.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

38

7.2 Trends en ontwikkelingen Volksgezondheid Leefstijl Psychische aandoeningen, hart- en vaatzieken en kanker zijn verantwoordelijk voor de grootste ziektelast. De ziektelast is hoog als de ziekte vaak voorkomt, lang duurt, relatief ernstig is en/of veel sterfte veroorzaakt. Hartziekten en diabetes zijn naar verwachting in 2030 de ziekten met de hoogste ziektelast. Landelijk zien we dat minder mensen roken en meer mensen bewegen. Daarentegen zien we dat meer mensen te zwaar zijn. De verwachting is dat in 2040 62% van de volwassen Nederlanders overgewicht heeft (VTV-2018). Ongezond gedrag is verantwoordelijk voor bijna 20% van de ziektelast (RIVM).

Samenvatting leefstijl 19 jaar en ouder (bron: volwassenen- en seniorenenquete 2016)7 Noordoostpolder

Flevoland

Nederland

Goede ervaren gezondheid

76%

74%

76%

Gezond gewicht

50%

46%

49%

Matig overgewicht

35%

38%

35%

Voldoen aan de beweegnorm (NNGB)

59%

55%

63%

Voldoen aan de fitnorm

25%

21%

26%

Alcoholgebruik

83%

78%

82%

Roken

18%

18%

21%

NNGB: Nederlandse Norm Gezond Bewegen – minimaal 5 dagen per week 30 minuten matig intensief bewegen. Fitnorm: minimaal 3 keer per week 20 minuten inspannende lichaamsbeweging.

Samenvatting leefstijl <19 jaar (bron: jij en je gezondheid 2018-2019)8 Noordoostpolder

Flevoland

Goede ervaren gezondheid

91%

90%

Normaal gewicht

76%

73%

Overgewicht

14%

16%

Roken (wekelijks of (bijna) dagelijks in de afgelopen drie maanden

4%

2%

Alcohol gedronken in de afgelopen drie maanden

33%

25%

Binge drinken in de afgelopen drie maanden

8%

4%

Eenzaamheid In 2016 was in Noordoostpolder 29% van de inwoners van 19 jaar en ouder emotioneel eenzaam9 te noemen en een 37% sociaal eenzaam.10 In vergelijking met Flevoland is dit respectievelijk 33% en 44% en in vergelijking met Nederland 31% en 43%.

URL: https://ggdflevoland.docufiller.nl/docupage/view/ZHBhZzozMjky/f592df0e7de8a95aa5edd3d74b1909a5#page/1) URL: https://ggdflevoland.docufiller.nl/docupage/view/ZHBhZzozMjkz/c44ecfcc79a22793e042f913d404111a#page/18) 9 Het ontbreken van een speciele intieme relatie/band, bijvoorbeeld het ontbreken van een partner of hartsvriend(in). 10 Het ontbreken van een ondersteunend netwerk/ondersteunende contacten 7 8

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

39

Omgeving Naast leefstijl zijn ook de sociale en fysieke omgeving van belang voor het tegengaan van ziektes. Zo dragen ongunstige arbeidsomstandigheden en milieufactoren elk voor ongeveer 5% tot 6% bij aan de ziektelast. Omgeving kan echter ook leiden tot betere gezondheid, bijvoorbeeld door het aantrekkelijk maken van openbare ruimten voor fietsen, sporten en buitenspelen. Risicogroepen De tweedeling tussen gezonde mensen en ongezonde mensen en tussen de rijkere en de armere mensen groeit (de zogenaamde sociaaleconomische gezondheidsverschillen). Voor de nabije toekomst verwachten we dat de verschillen mogelijk groter worden. Veel effecten van de recente economische recessie, zoals werkloosheid, zijn nu pas merkbaar en treffen vooral mensen met een lage opleiding en andere kwetsbare groepen. Een lager opgeleide leeft gemiddeld 6 jaar korter dan een hoger opgeleide. Het verschil in goed ervaren gezondheid is zelfs 19 jaar. Deze verschillen bleven de laatste 10 jaar ongeveer even groot. Voor 6 van de 10 uitkeringsgerechtigden zijn gezondheidsbelemmeringen een oorzaak voor het niet kunnen vinden van werk. Circa 40% van de cliënten van het UWV heeft te kampen met GGZ-problematiek. Laaggeletterden (15% van de bevolking) ervaren hun gezondheid als slechter, hebben minder kennis over ziekte, gezondheid en gezond leven, zijn vaker ziek en maken meer gebruik van zorg.

Zij hebben meer moeite met het volgen van therapie/hulp en zelfzorg en op oudere leeftijd hebben zij een 1,5 maal groter sterfterisico dan de gemiddelde Nederlander. Hun gezondheidsvaardigheden zijn kortom minder dan gemiddeld. Statushouders Gemeenten hebben ook te maken met statushouders die ze moeten huisvesten. Een goede gezondheid is een belangrijke voorwaarde voor de integratie en participatie van statushouders. De vraag daarbij is welke gezondheidsrisico’s statushouders specifiek lopen. De kans op psychische aandoeningen is vaak bekend. Er is meer. Generaliserend komt er meer dan bij de gemiddelde Nederlander het volgende voor: diabetes roken, hart- en vaatziekten, alcoholgebruik onder bepaalde doelgroepen, tandheelkundige problemen, gebrek aan kennis over seksualiteit en gebruikelijke omgangsvormen, opvoedings- en opgroeiproblemen en verdrinkingen. Onder deze groep is ook een gebrek aan inzicht hoe onze gezondheidszorg werkt (informatie afkomstig van de VNG). Verschillende studies tonen aan dat de gezondheid van mensen met een migratieachtergrond (waaronder statushouders) in het algemeen achterblijft bij die van de gemiddelde Nederlander. Tot slot Onze samenleving zal steeds meer ouderen, migranten en alleenstaanden kennen. We worden ouder en leven vaker met een chronische ziekte.

Er is lang niet altijd sprake van beperkingen; chronisch zieken doen vaak maatschappelijk mee. De meeste mensen met een chronische ziekte houden het liefst zelf de regie over hun ziekte en zorg. Een deel redt dit niet of minder goed. Dit legt een grotere druk op mantelzorgers dan voorheen.

Deelplan Wmo en Volksgezondheid 2.0

Gemeente Noordoostpolder Harmen Visserplein 1 8302 BW Emmeloord T: 0527 - 63 39 11 E: info@noordoostpolder.nl I: www.noordoostpolder.nl 2021

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1842/documents/27712