CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

18.3 Overzicht wijzigingen geactualiseerde verordening jeugdhulp.pdf

Gemeenteraad 8 november 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 18: Verordeningen jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 20222.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 Overzicht wijzigingen geactualiseerde verordening jeugdhulp Algemeen opmerkingen verordening De nieuwe inkoop van jeugdhulp is primair de aanleiding om de Verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2019 (hierna: huidige verordening) aan te passen. De nieuwe inkoop heeft in ieder geval gevolgen voor:  de beschikbare maatwerkvoorzieningen (artikel 4 huidige verordening)  de werkwijze (artikel 8 huidige verordening)  de manier waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld (artikel 12 huidige verordening) Er is geen wijziging van beleid beoogd met uitzondering van de manier waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld. Dat is onlosmakelijk verbonden met de nieuwe inkoop. Hierna onder het kopje regels rondom persoonsgebonden budget gaan we nog nader in op die gewijzigde pgb-systematiek. Wettelijk opdrachten horen in verordening In artikel 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 van de Jeugdwet staan de opdrachten aan de gemeenteraad geformuleerd voor wat betreft de inhoud (regels) van de verordening. In dat kader hebben we bijvoorbeeld gezien dat in de huidige verordening zowel begripsbepalingen als ook onderwerpen zijn opgenomen die buiten de verordenende bevoegdheid vallen. Het gaat bijvoorbeeld om uitvoeringsregels of om zaken die al elders wettelijk geregeld zijn. Hierna noemen we de meeste en belangrijkste voorbeelden.

Indeling en inhoud De geactualiseerde verordening is ingedeeld op de wettelijke systematiek en werkwijze van Noordoostpolder; net als in de verordening Wmo. We hebben gekozen om bepalingen uit de huidige verordening onder te brengen in het hoofdstuk waar ze thuishoren om meer overzicht te krijgen. In een aantal gevallen hebben we (kleine) tekstuele aanpassingen gedaan gelet op uniform taalgebruik zonder de strekking van de inhoud te wijzigen. Ook hebben we gebruik gemaakt van het actualiseren van bepalingen. Zo hebben we de regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet in één hoofdstuk opgenomen. Bepalingen in dat kader zijn voorzover mogelijk in overeenstemming gebracht met de opzet en indeling die we al gebruikte in de verordening Wmo. Uitvoeringsregels Uitvoeren onderzoek In het huidige artikel 8 van de verordening is, kort gezegd, beschreven wat het college onderzoekt als de inwoner een hulpvraag heeft en hoe dat wordt gedaan. De inhoud van dit artikel komt niet terug in de huidige verordening omdat het niet in overeenstemming is met (de volgorde van) de zogeheten stappenplan-uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477).

In die richtinggevende uitspraak staat geformuleerd waar onderzoek van het college aan moet voldoen. Dit wordt geborgd in de nieuw op te stellen beleidsregels. Regels over overeenkomsten In artikel 8a en 8b van de Regeling Jeugdwet staan de regels over het aangaan van overeenkomsten en de taken van de Sociale verzekeringsbank bij de betaling van het persoonsgebonden budget. Regels in dat kader hoeven niet de verordening opgenomen te worden. Dat betekent dat de huidige artikelen: 10 lid 6, 7, 8 en 9 en 13 niet terugkomen in de geactualiseerde verordening. Privacy In hoofdstuk 7 van de Jeugdwet en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) staan de regels rondom, kortgezegd, de privacy die in acht genomen moeten worden. Daarom komt artikel 28 van de huidige verordening niet terug in de geactualiseerde verordening. We hebben het advies van de Participatieraad Sociaal domein om in de verordeningen expliciet aandacht te hebben voor de zorg voor privacy gevoelige gegevens overgenomen en verwoord in artikel 2.5 lid 4 van de geactualiseerde verordening. Daarin staat dat het college de ouder(s) en/of de jeugdige, als dat nodig is, toestemming vraagt voor het verwerken of het uitwisselen van zijn persoonsgegevens.

1

Afstemming andere voorzieningen In de huidige verordening staan veel uitvoeringsafspraken die het college op grond van de Jeugdwet moet maken met andere partijen. Bijvoorbeeld met een (kortgezegd) school, huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars; dit op grond van artikel 2.7 van de Jeugdwet. Daarom zijn de artikelen 17 en 20 van de huidige verordening in aangepaste vorm opgenomen in artikel 4.1 van de geactualiseerde verordening. In dat kader is de waarborg voor een integrale afstemming verwoord in lid 2 van dat artikel. Voor de waarborg en continuïteit van de jeugdhulp wordt verwezen naar artikel 1.2 lid 4 van de geactualiseerde verordening. Prijs-kwaliteitverhouding In artikel 24 van de huidige verordening staan de kostprijselementen waarmee rekening wordt gehouden bij het vaststellen van de tarieven. We hebben gekozen om voor de verordening jeugdhulp dezelfde kostprijselementen te hanteren als voor de Wmo (zie art. 6.1 van de geactualiseerde verordening). Deze zijn in overeenstemming met de nieuwe inkoop. Actualiseren algemeen Sinds 1 augustus 2019 is het Besluit Jeugdwet gewijzigd. Het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling zijn sindsdien niet meer verantwoordelijk voor het verschaffen van faciliteiten aan de vertrouwenspersoon die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Het gaat om een landelijke voorziening. Dat is reden dat artikel 27 van de huidige verordening in aangepaste vorm is opgenomen in hoofdstuk 2 van de geactualiseerde verordening (toegang tot jeugdhulp). Dat is overeenstemming met het bepaalde van artikel 2.5 van de Jeugdwet. Algemene uitgangspunten Ter verduidelijking voor de inwoner en de uitvoering is gekozen om bepalingen uit de huidige verordening die een algemeen uitgangspunt beschrijven onder te brengen in één artikel. Op verzoek van de uitvoering is de bepaling van artikel 9 lid 1 van de huidige verordening tekstueel verbeterd en duidelijker verwoord (zie art. 3.2 van de geactualiseerde verordening). In lid 1 is toegevoegd dat het college schriftelijk toestemming kan geven aan de inwoner om over te gaan tot realisatie. Dat wil zeggen: het mogen starten met de inzet van hulp in natura dan wel het inkopen van hulp met een persoonsgebonden budget. Daarmee is het voor de inwoner en de uitvoering duidelijk dat niet altijd sprake is van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouders en jeugdigen als vóór de melding van de hulpvraag of het indienen van een aanvraag gestart wordt met de inzet van hulp. Wel zal het college daar schriftelijk toestemming voor moeten verlenen. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat deze situatie onderscheiden moet worden van crisissituaties of spoedeisende situaties.

In die gevallen wordt, net als voorheen, zo spoedig als nodig hulp ingezet. Begrippen Wettelijke begrippen In de huidige verordening zijn een aantal wettelijke begrippen opgenomen. In een aantal gevallen zijn die begrippen nader ingevuld bedoeld ter verduidelijking. De meeste daarvan hebben we niet meer opgenomen in hoofdstuk 1 van de geactualiseerde verordening omdat het op de eerste plaats overbodig is maar ook omdat een nadere invulling van wettelijke begrippen ook een onbedoelde inperking kan inhouden. Dat laatste is vanzelfsprekend niet toegestaan. Een voorbeeld daarvan is het begrip jeugdige. Voorbeelden van begrippen die niet terugkomen zijn: familiegroepsplan, ouders en zorg in natura. Functionarissen Ook komen de begrippen sociaal team en specialisten niet terug in de geactualiseerde verordening omdat het onderhevig is aan wijzigingen in de uitvoering en artikel 2.1 van het Besluit Jeugdwet voor specialisten al voorschrijft aan welke kwaliteitseisen moet zijn voldaan. Onderzoek en onderzoeksverslag We gaan per 2022 resultaatgericht werken. De gemeente bepaalt samen met de inwoner het resultaat en de jeugdhulpaanbieder bepaalt samen met de inwoner de activiteiten en de doelen om het resultaat te behalen. Het vraagverhelderingsgesprek vervangen we door onderzoek. De term onderzoek wordt per 2022 ook gehanteerd in de geactualiseerde verordening Wmo.

De term onderzoek sluit beter aan bij de

2

opdracht van het college om onderzoek te doen naar de hulpvraag als een inwoner daar melding van doet of daar direct een aanvraag voor indient. De term maatwerkbijlage die in de huidige verordening wordt gebruikt vervangen we door onderzoeksverslag. De term onderzoeksverslag wordt per 2022 ook gehanteerd in de geactualiseerde verordening Wmo. De term onderzoeksverslag vloeit logischerwijs voort uit de hierboven beschreven term onderzoek. Begrippen voor hoogte persoonsgebonden budget Net als in de huidige verordening maken we gebruik van gedifferentieerde tarieven. Dat wil zeggen: de hoogte van het persoonsgebonden budget is afhankelijk van de vraag of de hulp beroepsmatig wordt geboden. In de geactualiseerde verordening maken we geen gebruik meer van de termen formele en informele hulp (art. 11 huidige verordening). In plaats daarvan zijn twee nieuw geformuleerde begrippen opgenomen: professionele organisatie en ZZP-er; waarmee we aansluiten op de verordening Wmo. Samen met het bestaande begrip sociaal netwerk is duidelijk hoe hoog het pgb zal moeten zijn. Artikel 5.3 van de geactualiseerde verordening hanteert de gedifferentieerde tarieven.

Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget (hoofdstuk 3 geactualiseerde verordening) In artikel 3.2 van de geactualiseerde verordening maken we, net als bij de Wmo, gebruik van één artikel waarin algemene uitgangspunten voor maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten zijn opgenomen. In dat artikel zijn de bepalingen artikel 9 lid 2 van de huidige verordening verduidelijkt voor de inwoner en de uitvoering (zie ook hiervoor onder algemene uitgangspunten). De inhoud is in overeenstemming met de uitvoeringspraktijk. Criteria maatwerkvoorziening In artikel 3.3 en 3.4 van de geactualiseerde verordening staan een aantal criteria die van toepassing van bij het beoordelen van de aanspraak op maatwerkvoorzieningen. We hebben gekozen om dit concreet te formuleren zonder daarbij het maatwerk dat het college moet betrachten uit het oog te verliezen. In artikel 3.3 gaat het om het bereiken van een resultaat waarin de jeugdige in staat wordt gesteld tot: a. gezond en veilig op te groeien; b. te groeien naar zelfstandigheid, en c. voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Artikel 3.4 gaat over het noodzakelijke vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. De inhoud is mede gebaseerd op de Jeugdwet en artikel 9 lid 1 van de huidige verordening.

Inhoud en geldigheidsduur besluit In artikel 7 van de huidige verordening is neergelegd wat in ieder geval in de beslissing op de aanvraag moet staan. Dergelijke bepalingen vallen buiten de verordenende bevoegdheid en volgen reeds uit de Jeugdwet zelf of uit de Algemene wet bestuursrecht. Om die reden komt dit artikel niet terug in de geactualiseerde verordening. We kiezen ervoor de strekking van het artikel te borgen in beleidsregels. Regels rondom persoonsgebonden budget (hoofdstuk 5 geactualiseerde verordening) Gemeenten moeten een aantal beleidskeuzes maken rondom de besteding van het persoonsgebonden budget. De bestaande keuzes zijn aangevuld en in overeenstemming met de uitvoeringspraktijk. De aanvulling zijn toegevoegd aan artikel 5.2 van de geactualiseerde verordening. In verband met de nieuwe inkoop wijzigt bij een indicatie maatwerkvoorziening de pgb-systematiek in artikel 5.3 van de geactualiseerde verordening. Toelichting besteding pgb (art. 5.2) Gemeenten moeten een aantal beleidskeuzes maken rondom de besteding van het persoonsgebonden budget. De bestaande keuzes zijn aangevuld en in overeenstemming met de uitvoeringspraktijk. Ons uitgangspunt is dat het pgb wordt besteed aan een goede kwaliteit van ondersteuning jeugdhulp en niet aan bijvoorbeeld een extraatje voor de hulpverlener tijdens de feestdagen.

3

In de aanhef van artikel 5.2 lid 2 is “in ieder geval” toegevoegd omdat geen limitatieve opsomming is beoogd. In dat kader is in lid 3 opgenomen dat declaraties op basis van een vast bedrag per maand niet zijn toegestaan en in lid 4 dat geen gebruik wordt gemaakt van een verantwoordingsvrij bedrag. Toelichting pgb systematiek (art. 5.3) Toelichting algemeen In verband met de nieuwe inkoop wijzigt bij de indicatie maatwerkvoorziening de pgb-systematiek in artikel 5.3. Aangezien het uitmaakt of mbo- of hbo-deskundigheid wordt ingezet en we voor een deel van de dagactiviteiten Wmo overgaan op een lumpsum financiering is een wijziging van de pgb-systematiek nodig. Daarom gaan we over naar pgb uur/dagdeel/etmaal tarieven (in plaats van maandtarieven). De pgb tarieven worden afgeleid van de tarieven ZIN op basis van het recente kostprijsonderzoek ZIN. Hiermee krijgt de pgb-budgethouder een toereikend pgb (hoog genoeg) waarmee hij de noodzakelijke ondersteuning kan inkopen om het resultaat te bereiken. Bij sociaal netwerk speelt dat niet omdat zij niet beroepshalve bezig zijn maar geldt de Wet minimumloon (Wml). De ondergrens voor het sociaal netwerk is betalen conform Wml. Opbouw tarieven De opbouw van de tarieven ZIN in de nieuwe inkoop is globaal als volgt: 70% loonkosten en 30% overhead. Het pgb uurtarief is hetzelfde als het reële uurtarief ZIN.

Vervolgens hebben we de percentages van het ZIN tarief bepaald voor achtereenvolgens professionele organisatie (90%, ZZP’er (80%) en voor personen uit het sociaal netwerk (35%). Bij het bepalen van de percentages is rekening gehouden met het volgende: Pgb-systematiek professionele organisatie Ten opzichte van een gecontracteerde partij (jeugdhulpaanbieder) heeft een professionele organisatie (niet-gecontracteerde partij) in ieder geval:  verminderde (accountants)controle,  hoeft geen ondersteuningsplan op te stellen,  geen (standaard) evaluatiegesprek met gemeente. NOP vergoedt de loonkosten en (slechts) 2/3 van de overhead omdat er sprake is van minder administratieve taken (zie hiervoor). Dat betekent het loonkosten deel 70% en 2/3 van 30% (= 20%) en leidt tot een percentage van 90%. Pgb-systematiek ZZP-er Voor een ZZP’er zijn er naast de verminderde administratieve lasten ook beperktere algemene overheadkosten. We vergoeden eenderde van de overheadkosten en de loonkosten volledig. Dat betekent eenderde van 30% is 10% en het loonkosten deel 70% totaal 80%. Pgb-systematiek sociaal netwerk Voor het sociaal netwerk zijn er naast de sterk verminderde administratieve lasten geen algemene overheadkosten. Voor het sociaal netwerk en anderen vergoeden we geen overheadkosten en de helft van de loonkosten component. Dat is 50% van 70% = 35%.

De uitkomst hiervan is ruim meer dan het Wet minimumloon (WML). Tarieven gepubliceerd In de huidige verordening is voor de inwoner niet kenbaar waar de tarieven zijn gepubliceerd; de verwijzing ontbreekt. Die is in de geactualiseerde verordening opgenomen in artikel 5.3 lid 3 (zie ook hierna). Verder komt artikel 12 lid 4 van de huidige verordening niet terug in de geactualiseerde verordening. Het gaat om de bevoegdheid van het college om nadere regels te stellen over de pgbsystematiek. Echter geldt hiervoor een delegatieverbod. Dat blijkt uit de rechtspraak. Thans zijn de tarieven opgenomen in artikel 9.4 van de beleidsregels jeugdhulp 2019. Voor 2022 maken we gebruik van één Besluit waarin de tarieven voor zowel de Wmo als de jeugdhulp zijn opgenomen. Klachtenafhandeling In artikel 25 van de huidige verordening is de verwijzing neergelegd naar de gemeentelijke klachtenregeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Dat valt buiten de verordenende bevoegdheid. We hebben wel gekozen om, net als in de geactualiseerde verordening Wmo, in artikel 9.2 van de geactualiseerde verordening een bepaling op te nemen dat het college er op toeziet dat

4

jeugdaanbieders een regeling vaststellen voor de registratie en afhandeling van klachten van jeugdigen of ouders ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Termijn evaluatie beleid We brengen de termijn waarbinnen het beleid wordt geëvalueerd in overeenstemming met de wet en het beleidsplan (art. 10.3 geactualiseerde verordening). De wet schrijft voor dat de gemeenteraad periodiek een plan vaststelt over het te voeren beleid (art. 2.2 lid 1 Jeugdwet). In het recent vastgestelde beleidsplan sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0' is neergelegd dat de evaluatie van het beleid een continu proces is. In het kader van leren en verbeteren wordt de uitvoering waar nodig bijgesteld. Wanneer beleid aangepast moet worden, worden deze aanpassingen ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Dit passen we ook aan in de geactualiseerde verordening Wmo.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1857/documents/28515