CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

18.1 Beleidsplan Openbare Ruimte 2025-2035.pdf

Commissie Woonomgeving 1 september 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Beleidsplan Openbare Ruimte 2025 - 20356.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan Openbare Ruimte 2025-2035 Een fijne leefomgeving voor iedereen Versie 1.0 / 15 september 2025

02

03 / Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 | Beleidsplan voor de openbare ruimte 1.1

Waarom een beleidsplan voor de openbare ruimte? .......................................................................................................................5

1.2

Wat leest u in dit plan? .................................................................................................................................................................................6

1.3

Waar gaat het BOR over? ............................................................................................................................................................................6

Hoofdstuk 2 | Prettige groene woonomgeving in wijken en dorpen 2.1

Nieuwe wijken sluiten aan op bestaande kern ................................................................................................................................... 7

2.2

Openbare ruimte: groen en multifunctioneel .....................................................................................................................................8

2.3

Wensen van inwoners bepalen de woonomgeving ...........................................................................................................................9

Hoofdstuk 3 | Bruisend Stadshart Emmeloord 3.1

Een samenhangend groen winkelgebied, toegankelijk voor iedereen ................................................................................... 13

3.2

Ruimte voor ondernemers ........................................................................................................................................................................ 13

Hoofdstuk 4 | Ruimte voor ondernemen op bedrijventerreinen 4.1

Welkom voor ondernemers en klanten .................................................................................................................................................17

4.2

Duurzaam en groen.......................................................................................................................................................................................17

4.3

Gemeente bepaalt inrichting en beheer .............................................................................................................................................17

Hoofdstuk 5 | Variatie en samenhang aan de buitenwegen 5.1

Nieuwe visie op het ontwerp.....................................................................................................................................................................21

5.2

Vitale beplanting langs buitenwegen ...................................................................................................................................................21

5.3

Verkeersveiligheid buitenwegen .............................................................................................................................................................21

5.4

Inwoners van de weg bepalen mee ........................................................................................................................................................21

Hoofdstuk 6 | Beheer & onderhoud 6.1

Beheermethodiek ........................................................................................................................................................................................ 24

6.2

Verzorgend onderhoud ............................................................................................................................................................................. 25

Hoofdstuk 7 | Financiën 7.1

Financiële effecten voor de grondexploitatie ................................................................................................................................. 26

7.2

Financiële effecten op het budget voor regulier beheer ........................................................................................................... 26

Hoofdstuk 8 | Werk in uitvoering 8.1

Uitvoering ........................................................................................................................................................................................................27

8.2

Monitoring & evaluatie .............................................................................................................................................................................. 28

04 / Hoofdstuk 1

05 / Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

1.1

Beleidsplan voor de openbare ruimte De openbare ruimte is van ons allemaal. Iedereen mag er komen en mag er wensen voor hebben. Dit betekent veel verschillende ideeën over de inrichting, het beheer en het gebruik ervan. Zowel voor nu als voor de toekomst. Dat vraagt om een heldere koers. In dit Beleidsplan Openbare Ruimte (BOR) 2025-2035 leest u wat die in de komende tien jaar is.

Waarom een beleidsplan voor de openbare ruimte?

Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor een groot deel van de openbare ruimte. Want wij zijn eigenaar en beheerder van die ruimte. Daarom zorgen wij dat de ruimte veilig is, goed wordt onderhouden en dat iedereen er prettig gebruik van kan maken. Dit vraagt om investeringen, onderhoudsmaatregelen en soms ook regels. Daar zijn besluiten en budgetten voor nodig. Want niet iedereen wil hetzelfde en we kunnen ruimte en geld maar één keer besteden. Nieuwe opgaven, nieuw beleid Gezondheid, klimaatverandering en toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Dit zijn opgaven die aanpassingen van de openbare ruimte vragen. Denk aan voorzieningen zoals wandel- en fietspaden en speel- en sportvoorzieningen om mensen uit te nodigen tot meer bewegen. En aan voldoende schaduw & koelte en ruimte voor waterberging om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Deze wensen komen naast de bestaande wensen zoals een goede bereikbaarheid, veiligheid en een net straatbeeld. Het afstemmen van al die verschillende wensen en opgaven is een puzzel en vraagt om nieuwe keuzes. Die keuzes maken wij met dit beleidsplan. Verantwoord begroten en investeren Inrichting en onderhoud van de openbare ruimte kost geld. Bijvoorbeeld het aanleggen van straten en groenvoorzieningen, maar ook aan: grasmaaien, bestrating repareren en het energieverbruik van de openbare verlichting.

Daarom is het een wettelijke verplichting1 voor onze gemeente om te zorgen dat de wensen passen bij de Wat is de openbare ruimte? begroting. Die verplichting betekent De openbare ruimte is het terrein dat de gemeenteraad regelmatig waar iedereen mag komen. Denk opnieuw zijn ambities kiest voor de aan straten, parken, speeltuintjes openbare ruimte. Dat doet hij door dit en waterpartijen. beleidsplan vast te stellen. Een kader voor afwegingen Wensen voor de toekomst vragen om beslissingen in het heden. Wensen over behoud of juist verandering van de openbare ruimte. Die beslissingen nemen we niet in één keer, maar per situatie. Bijvoorbeeld bij de aanleg van een nieuwe wijk of bij het vaststellen van nieuwe regels. Dit beleidsplan biedt een kader voor die beslissingen, zodat de doelen in het grotere geheel worden meegewogen. Duidelijkheid over verwachtingen Dit plan laat zien wat inwoners, ondernemers en recreanten van de gemeente mogen verwachten. En ook waar de gemeente hen ruimte biedt of uitdaagt om zelf aan het roer te gaan staan. Daarmee sluit het BOR aan op onze participatievisie. Het BOR Is een uitwerking van de participatievisie voor projecten en activiteiten in de openbare ruimte.

1

Artikel 22, tweede lid, van de Financiële beheersverordening gemeente Noordoostpolder

06 / Hoofdstuk 1

1.2

Wat leest u in dit plan?

In dit plan staat de koers die wij als gemeente Noordoostpolder kiezen voor onze openbare ruimte in de komende tien jaar. Dat doen we per gebied, omdat een woonwijk bijvoorbeeld anders is dan een bedrijventerrein. Per gebied een hoofdstuk Het BOR is ingedeeld naar gebiedstypen. Want ieder type gebied wordt anders gebruikt. In woonwijken willen mensen rustig en veilig kunnen verblijven met voorzieningen op (loop)afstand. En op bedrijventerreinen willen ondernemers goed bereikbaar zijn voor hun leveranciers en klanten. De eisen die dat gebruik aan de openbare ruimte stelt, zijn daarom per gebied vaak verschillend. - Hoofdstuk 2 gaat over de woonwijken en dorpskernen - Hoofdstuk 3 gaat over het centrum van Emmeloord - Hoofdstuk 4 gaat over de bedrijventerreinen en - Hoofdstuk 5 gaat over de buitenwegen. De indeling per gebiedstype is bewust gekozen, omdat verschillende gebieden op verschillende wijzen worden beleefd en ervaren. Het geeft daarmee een logische kapstok voor onze ambities voor de openbare ruimte. Maar deze hoofdstukindeling is geen volledige afbakening. Sommige standpunten gelden voor alle gebieden. Bijvoorbeeld het standpunt om voldoende ruimte te houden voor bomen. Voor de leesbaarheid van het stuk, zijn deze standpunten niet in elk hoofdstuk herhaald, maar ze mogen wel zo worden opgevat. Hoofdstuk 6 en 8 gaan over de uitvoering.

Daarin leest u hoe we de ambities uit dit BOR in de komende tien jaar realiseren, welke budgetten daarvoor nodig zijn en welke instrumenten we daarvoor inzetten.

07 / Hoofdstuk 2

1.3

Waar gaat het BOR over?

De fysieke leefomgeving is groter dan de openbare ruimte. En niet alle openbare ruimte wordt door de gemeente beheerd. In deze alinea leest u waar het BOR wel en niet over gaat. En wat de samenhang met de andere plannen en terreinen is. Samenhang met de Omgevingsvisie In onze Omgevingsvisie kozen wij onze algemene uitgangspunten voor de hele fysieke leefomgeving. De openbare ruimte is onderdeel van die fysieke leefomgeving, maar beperkt zich tot de ruimte die iedereen gebruikt. Het BOR gaat dus niet over woningen, tuinen, bedrijfspanden, grote bossen en agrarische percelen. Daardoor is het BOR smaller dan de Omgevingsvisie. Ook ligt het accent in het BOR anders. Het BOR kijkt meer naar de uitvoering, omdat wij als gemeente vaak de verantwoordelijkheid en de kosten dragen voor de openbare ruimte. De Omgevingsvisie spreekt zich uit over de vraag hoe de héle gemeente zich mag ontwikkelen. Het BOR gaat specifieker over de rol van de gemeente zelf. Het BOR geeft daarmee handvatten voor de uitwerking van ambities tot concrete projecten, budgetten, regels en afspraken. Bijvoorbeeld door de onderhoudsniveaus te kiezen en door normen voor de inrichting van nieuwe openbare ruimte te stellen. Openbare ruimte van de gemeente Dit beleidsplan gaat vooral over de openbare ruimte die wij als gemeente zelf inrichten en beheren.

Daar vallen bijna alle straten en het groen binnen de bebouwde kom onder en ook een groot deel van de buitenwegen. Voor deze openbare ruimte dragen wij de kosten en dat is één van de redenen voor dit BOR. Er is ook openbare ruimte die door andere organisaties wordt beheerd. Bijvoorbeeld de wegen van Rijkswaterstaat (A6 en N50) en de provincie (o.a. de dorpenringwegen) en de gebieden van Natuurmonumenten (Voorsterbos), Staatsbosbeheer (Kuinderbos) en Flevolandschap (Casteleynsplas). Het BOR gaat daar niet specifiek over, maar heeft er uiteraard wel samenhang mee. Afzonderlijk beleid voor specifieke onderdelen Sportvelden, begraafplaatsen en openbare gebouwen zijn onderdelen van de openbare ruimte waar apart beleid voor bestaat of gemaakt wordt. Ze zijn vaak voor een specifieke doelgroep of gebruik. En ze zijn ook duidelijk afgebakend, zowel fysiek als in budgetten. Daarom is voor deze onderdelen geen beleid gemaakt in dit BOR. Ook beleid dat al concreet is uitgewerkt in andere vastgestelde documenten, is (nog) niet opgenomen in dit BOR. Bijvoorbeeld de vervangingsopgave voor infrastructurele werken en de Nota parkeerbeleid.

Hoofdstuk 2

Prettige groene woonomgeving Noordoostpolder groeit in de komende jaren. Zowel in Emmeloord als in de dorpen komen nieuwe woningen bij. Dit vraagt om een openbare ruimte die past bij de woonwensen én die aansluit op het bestaande gebied.

2.1

Nieuwe wijken sluiten aan op bestaande kern

Een nieuwe wijk of buurt staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van de bestaande woonkern. Want de inwoners zullen gebruik gaan maken van de bestaande voorzieningen. Denk aan de basisschool, het wijkpark en de buurtsuper, maar ook de verkeersontsluiting. Daarnaast is het stedenbouwkundig ontwerp een aandachtspunt voor de aansluiting van de nieuwbouw bij de bestaande kern. Voorzieningen bereikbaar voor iedereen Voorzieningen zoals een dorps- of wijkcentrum, buurthuis, speelplek en dorpsbos/wijkpark moeten goed bereikbaar zijn voor alle inwoners van de wijk of het dorp. Dat wil zeg-

gen: centraal gelegen of via een handige en veilige route te bereiken. Want deze voorzieningen zijn belangrijk voor het welzijn van de inwoners. Het stimuleert hen om mee te doen en zich verbonden te voelen met hun wijk of dorp. Daarom kiezen we voor: ✔ Minimaal één speelplaats in iedere buurt, die veilig bereikbaar is voor kinderen en die ook (groot)ouders uitnodigt om elkaar te ontmoeten. ✔ Routes die uitnodigen om prettig en veilig van de woningen naar het wijk-/dorpscentrum, buurt-/dorpshuis en wijkpark/dorpsbos te komen. Denk aan: fiets- en wandelpaden met voldoende schaduw en rustpunten, veilige oversteekplaatsen, trottoirs langs belangrijke doorgaande straten en logische herkenbare routes.

08 / Hoofdstuk 2

09 / Hoofdstuk 2 “Het belangrijkste doel van de openbare ruimte in een woonwijk is om het ‘wonen’ te faciliteren. Dit betekent: voorzieningen bieden die passen bij de woonwensen van de inwoners uit díe wijk.”

Ontsluiting voor het hele gebied Nieuwe buurten en wijken betekenen meer voertuigen en meer verkeer, ook voor de bestaande buurten die aan de nieuwe wijk grenzen. Ontsluiting via de woonkern kan hinder opleveren of invloed hebben op de verkeersveiligheid. Daarom wegen we dit goed mee bij het ontwerpen van de nieuwe wijk. Bij voorkeur zorgen we voor twee toegangen: a) een nieuwe ontsluiting, buiten de bestaande kern om, voor het autoverkeer van de inwoners van de nieuwe wijk. En b) een verbinding voor (langzaam) verkeer tussen de nieuwe wijk en de bestaande kern, voor een prettige en veilige bereikbaarheid van de dorpskern en sociale verbinding. Bij grote nieuwe wijken kijken we vanaf de eerste ontwerpen of een rondweg (in de toekomst) mogelijk is. Zeker wanneer de verwachting is dat de nieuwe wijk op termijn nog verder wordt uitgebreid. Aansluiting bij het stedenbouwkundig ontwerp van de kern Alle dorpen en wijken in de Noordoostpolder zijn bewust ontworpen. En de belangrijkste ontwerpprincipes zijn vaak nog steeds herkenbaar. Denk aan de groene dorpsbrink, de ligging aan het water en de groene ‘dorpsrand/dorpsbos’ rondom het dorp. Deze elementen vormen het ‘DNA van de polderdorpen en Emmeloord’ en zijn als zodanig in een analyse beschreven. Deze kenmerken willen we herkenbaar houden.

Daarom wegen we ze mee bij het ontwerpen van nieuwe wijken of buurten en ook bij besluiten over veranderingen in de bestaande gebieden. We streven naar behoud van de DNA-kenmerken per dorp, zoals beschreven in het ‘DNA van de polderdorpen’ en het ‘DNA van Emmeloord’, waaronder in ieder geval: - Doortrekken van de groene bosrand rondom nieuwe wijken, bij voorkeur met een doorlopend wandelpad als onderdeel van het ‘rondommetje’; - Behoud van de groene bosrand rondom bestaande wijken die aan de rand van de woonplaats liggen, en - Behoud (en eventueel herstel) van de groene brink als een centrale ontmoetingsplek. Meedenken over een nieuwe wijk Een nieuwe wijk of uitbreiding is belangrijk voor de toekomstige inwoners ervan, maar ook voor de inwoners van de bestaande wijken die eraan grenzen of die van dezelfde voorzieningen gebruik maken. Daarom betrekken wij al deze groepen bij het ontwerp van het nieuwe woongebied.

2.2

Openbare ruimte: groen en multifunctioneel

(Openbaar) groen draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van onze inwoners. Mensen voelen zich prettiger bij voldoende groen en het daagt uit tot meer bewegen (wandelen, spelen, sporten). Ook is groen belangrijk voor waterberging, schaduw & koelte en natuur.

Integraal en beheergericht ontwerp De (openbare) ruimte is beperkt. Daarom zoeken we slimme combinaties. Bijvoorbeeld door groen zo in te richten dat het water vasthoudt, de natuur versterkt én dat de ruimte uitdaagt tot bewegen. Dit vraagt om een gevarieerde inrichting met goede afstemming tussen de verschillende elementen. Zowel bovengronds als ondergronds. Ook houden we in het ontwerp rekening met het beheer en onderhoud. Bijvoorbeeld door liever grote groenvakken op centrale plekken aan te leggen dan vele kleine plantsoenen in iedere woonstraat. Minimaal 130 m2 openbaar groen/woning in iedere woonkern Om genoeg openbaar groen te hebben voor alle functies, kiezen wij ervoor om in iedere woonkern minimaal 130 m2 openbaar groen per woning als norm aan te houden. Deze hoeveelheid groen willen wij minimaal behouden in de bestaande wijken. En we hanteren het als inrichtingsnorm bij het ontwerpen van nieuwe uitbreidingen. Variatie en verbindingen in groen voor natuurwaarde Het openbaar groen biedt kansen voor natuurbehoud en -versterking. Doordat in veel (woon)straten plantvakken liggen, vormt het een netwerk dat dieren helpt om zich te verspreiden en verplaatsen. Daarom benutten we deze kansen door in te zetten op meer variatie (bomen, struiken, kruiden) en verbindingen (beperkte onderlinge afstand). Op die manier maken we het netwerk waardevol voor meerdere kleine diersoorten.

Vanzelfsprekend is dit vooral een kans bij plantvakken die nieuw worden ingericht of aangelegd. We gebruiken de Handreiking Groen in en om de stad2 om de kwaliteit van ons groen beter in beeld te brengen en om maatregelen te formuleren, bijvoorbeeld in een groenstructuurplan. Groen voor waterberging en schaduw Er is meer waterberging en schaduw nodig om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit vraagt ruimte en/ of een andere inrichting van de openbare ruimte. Bij het ontwikkelen van nieuwe wijken en terreinen houden we de nieuwe waterbergingsnorm aan en passen we de ‘verkoelingsladder’ toe. In de komende jaren werken we dat verder uit, samen met het waterschap. We gaan daarbij uit van eigen verantwoordelijkheid voor iedere grondeigenaar of terreinbeheerder. Meer bewegen in bossen en parken Bewegen helpt mensen om gezond te blijven. Vooral in een groene omgeving. De bossen en parken zijn een goede omgeving voor wandelen, fietsen, sporten en spelen. Die kwaliteit willen we houden en voortzetten. Bijvoorbeeld door nieuwe (inwoners)initiatieven voor speel- en beweegtoestellen te verwelkomen. En door nieuwe bossingels en parken rond/in nieuwe woonwijken te ontwerpen met wandelpaden, voor een aansluitend ‘rondommetje’.

Ruimte voor duurzame energie & -mobiliteit Er is steeds meer vraag naar systemen voor duurzame energie, zowel voor het gebruik als voor de opslag en het verdelen ervan. Nieuwe installaties, zoals batterijen of leidingstelsels vragen dan een plek in de openbare ruimte van een woonwijk. Bij het ontwerpen van een nieuwe wijk houden we daar rekening mee. Ruimte voor bomen Bomen zijn belangrijk voor de mensen, de omgeving en de natuur. Ze verdienen daarom een goede plek, waar ze groot en oud kunnen worden. We bieden die plek graag. Daarom kiezen we bij het ontwerpen van een nieuwe wijk voor een plek en inrichting waar de boom gezond uit kan groeien tot zijn volwassen grootte, inclusief de boomwortels. We houden hiervoor de richtlijnen aan uit het ‘Handboek Bomen van Norminstituut Bomen’. Bestaande bomen beschermen en behouden we zoveel mogelijk. Dit betekent dat we ze ontzien of beschermen bij werkzaamheden in de omgeving. En dat we terughoudend omgaan met het kappen ervan.

2.3

Wensen van inwoners bepalen de woonomgeving

De woonomgeving wordt vooral gebruikt en beleefd door de mensen die er wonen, en vooral op de momenten dat zij thuis zijn. Het belangrijkste doel van de openbare ruimte in een woonwijk is daarom om het ‘wonen’ te faciliteren. Dit betekent: voorzieningen bieden die passen bij de woonwensen van de inwoners uit díe wijk. Dat kan per wijk, buurt of doelgroep verschillen. Bijvoorbeeld door de soort woningen die er staan (hoogbouw of laagbouw, grote of kleine tuinen etc) of door de inwoners (kinderen, ouderen etc). Meepraten, meedenken, meedoen Inwoners van een wijk, dorp of straat zijn de belangrijkste gebruikers van dat gebied. Daarom vragen wij hen naar hun wensen als er veranderingen nodig zijn in de openbare ruimte. Maar niet iedere straat is hetzelfde en de gebruikers ervan ook niet. Daarom kiezen wij als lijn dat we daar rekening mee houden. Bij veranderingen aan voorzieningen die het hele dorp of de hele wijk gebruikt, mag de hele wijk of het hele dorp meepraten. Denk aan veranderingen aan dorps-/wijkcentra, wijkparken en ontsluitingswegen. Bij veranderingen in een woonstraat vragen we de bewoners van die straat om mee te praten. Want daar ligt het belang vooral bij hen. Waardering voor inwonersinitiatieven Inwoners hebben soms wensen voor inrichting en beheer van de openbare ruimte die verder gaan dan wat wij als gemeente kunnen bieden.

Denk aan het realiseren van een Multifunctionele Accommodatie, de aanleg van een extra speelplek of een hoger onderhoudsniveau voor het openbaar groen. Regelmatig nemen die inwoners zelf het initiatief om die wen-

2

sen uit te laten komen. Zeker in de dorpen zijn groengroepen actief. Zij leveren een duidelijke bijdrage aan de leefbaarheid door zich enthousiast in te zetten voor de openbare ruimte. Die initiatieven ondersteunen wij als gemeente graag. We gaan door met de bestaande inzet hiervoor (denk aan advies, materieel en leadersubsidies). En we werken het concept ‘Right to Challenge’ verder uit. De ‘Right tot Challenge’ houdt in dat inwoners beheertaken van de gemeente kunnen overnemen tegen een vergoeding of tegenprestatie voor het dorp. Vanzelfsprekend is continuïteit daarbij een aandachtspunt. Ruimte & kaders voor initiatief van inwoners Vrijwilligers kunnen veel, maar als gemeente blijven wij verantwoordelijk voor de veiligheid en bruikbaarheid van de openbare ruimte. Daarom zijn we duidelijk over het soort taken en activiteiten dat als inwonersinitiatief opgepakt kunnen worden. Zowel bij het plaatsen van nieuwe voorzieningen (bankjes, kunstwerken, speelplekken etc), als bij het onderhouden van openbare ruimte (groenbeheer, zwerfafval verwijderen etc). Ook maken we aan de start duidelijke afspraken over het eigendom en beheer van objecten in de openbare ruimte die als inwonersinitiatief worden geplaatst. En we besteden aandacht aan de continuïteit door afspraken te maken en door contact te houden.

Aan niet-openbaar gebruik van de openbare ruimte (bijvoorbeeld voor het gebruik als vaste sta- of ligplaats) werken we alleen mee als dit past bij de plek en geen belemmering is voor de overige functies in die ruimte. Denk bijvoorbeeld aan: voldoende vrije ruimte eromheen voor publiek en hulpverlening, geen overlast en geen belemmering van belangrijke zichtlijnen of toegangen. We rekenen voor niet-openbaar gebruik in alle gevallen een marktconforme huurprijs.

Aanpak in de komende jaren ✔ Toepassen Handreiking GIOS om de waarde van ons openbaar groen in beeld te brengen en mee te wegen in plannen en besluiten ✔ Toepassen nieuwe waterbergingsnorm & verkoelingsladder ✔ Uitwerken nieuwe uitgangspunten (voor groen, waterberging, beheer etc) in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte ✔ Initiatieven voor bewegen in de openbare ruimte blijven stimuleren, vooral in bossen en parken ✔ Nieuwe bossingels en parken voorzien van wandelpaden ✔ Uitwerken ‘Right tot Challenge’ voor beheeractiviteiten in de openbare ruimte ✔ Voortzetten ondersteuning inwonersinitiatieven

De Handreiking Groen in en om de stad (GIOS) is een handreiking van het Rijk (ministeries van BZK en LNV). De Handreiking GIOS biedt gemeenten en provincies zowel inhoudelijke als procesmatige handvatten om groen gelijkwaardig aan andere thema’s binnen het ruimtelijk domein mee te nemen in planvorming.

12

13

12 / Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3

Bruisend Stadshart Emmeloord Het centrum van Emmeloord3 is ons visitekaartje. Het is de centrale ontmoetingsplek in de polder met een passend aanbod aan winkels en horeca. Daar hoort een nette openbare ruimte bij, die veilig en toegankelijk is voor iedereen. Zo willen we het centrum graag houden.

3.1

Een samenhangend groen winkelgebied, toegankelijk voor iedereen

Aanpak in de komende jaren ✔ Eenmalige aanpassingen in Emmeloord Centrum (groen, fietsparkeerplekken, bestrating herstellen etc) ✔ Verhogen van de veiligheid ✔ Aanpak bedrijfscontainers Korte Achterzijde ✔ Extra inzet straatreiniging ✔ Verbeteren openbare toiletvoorziening ✔ Opstellen en uitvoeren fietsplan Emmeloord en parkeerverwijssysteem(= uitvoering parkeerbeleid)

Het centrum van Emmeloord heeft een regionale functie als recreatief winkelgebied. De openbare ruimte ondersteunt die functie. Want een groene en nette openbare ruimte met bankjes, schaduw en voldoende ruimte, nodigt bezoekers uit tot winkel- en horecabezoek. Dit vraagt om inzet op netheid, veiligheid en bereikbaarheid. Netheid hoger dan in andere gebieden De netheid van Emmeloord centrum vinden wij belangrijk. Want dit ondersteunt de centrale en representatieve functie van het gebied. Daarom besteden we in het centrum meer aandacht aan de netheid dan in de andere gebieden. We onderhouden het gebied op een hoger niveau4 en zetten meer capaciteit in voor de straatreiniging na evenementen of markten. Daarnaast zetten we ons extra in voor het regelen van een nette opstelling van objecten zoals terrassen, uitstallingen, bankjes, groen, fietsen en reclameborden. Veilig, bereikbaar en toegankelijk voor iedereen Iedereen moet het centrum goed kunnen bereiken en er prettig kunnen verblijven. Dit vraagt om goede voorzieningen in de openbare ruimte. Denk aan voorzieningen voor (fiets)parkeren, voldoende bankjes en een goede toiletvoorziening, maar ook: een veilige omgeving en

Uitgangspunten voor het centrum De ambities voor het centrum vragen om enkele eenmalige ingrepen die op korte termijn gedaan kunnen worden. Hiervoor kiezen we de volgende uitgangspunten: - We behouden de samenhang in elementen met terugkerende principes - We behouden bestaande groene elementen en vergroenen in aanvulling daarop

Behoud van samenhang in de elementen met terugkerende principes.

genoeg ruimte om veilig te manoeuvreren (ook met rolstoelen, kinderwagens etc. en door hulpdiensten). Daar zetten we ons de komende jaren voor in. Samen met de ondernemers van het centrum en met tips van het toegankelijkheidspanel, zorgen we dat deze voorzieningen en ruimte er komt en blijft.

3.2

Ruimte voor ondernemers

Het centrum is voor iedereen. De ondernemers van het centrum (winkeliers, horecaondernemers, dienstverleners en marktondernemers) werken samen aan een centrum waarin hun klanten zich welkom voelen. Daarom maken wij graag gebruik van hun kennis en inzet en bieden wij hen de gelegenheid om me te praten over de ontwikkeling van Stadshart Emmeloord.

- Fietsparkeren in het winkelgebied, met een duidelijke zonering - We verbeteren de routing door aansluiting van voetgangerszones - We clusteren verschillende voorzieningen, zoals bankjes, groen en fietsparkeerplaatsen - Aanpassingen passen bij het bestaan gebruik en de (ondergrondse) infrastructuur.

Clustering van verschillende voorzieningen: zitten, groen, fietsen.

Winkelgebied is binnengekeerd aangelegd. Routing verbeteren door aansluiting van de voetgangerszones.

3 Onder ‘centrum Emmeloord’ verstaan we in dit BOR het winkelgebied rond de Lange Nering, ofwel het gebied van: de Deel, Noordzijde, Paardenmarkt, Lange Nering Oost, Korte Achterzijde. 4 Zie ook paragraaf 6.1 van dit plan.

12

13

16 / Hoofdstuk 4

17 / Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

4.1

Ruimte voor ondernemen op bedrijventerreinen Onze bedrijventerreinen bieden volop ruimte voor vestiging van (nieuwe) bedrijven. We zijn een MKB-vriendelijke gemeente en dat willen we blijven5. Dit vraagt om een openbare ruimte die zorgt voor goede bereikbaarheid van de bedrijven, zodat ondernemers en klanten zich er prettig en welkom voelen. Daarnaast liggen er kansen en opgaven om de bedrijventerreinen groener en duurzamer te maken.

Welkom voor ondernemers en klanten

De ondernemers en hun bedrijvigheid faciliteren, is de belangrijkste functie van de openbare ruimte op de bedrijventerreinen. Daarom bieden we graag voldoende ruimte voor verkeer en een veilige en nette inrichting. Voldoende ruimte voor verkeer Een goede bereikbaarheid staat voorop bij de inrichting van bedrijventerreinen. Daarom volgen we de inrichtingsnormen van de CROW bij het ontwerpen van de straten op het bedrijventerrein. Tegelijk gaan we zuinig om met onze openbare ruimte, om ook plek te houden voor de andere wensen, zoals groen en waterberging. We gaan daarom uit van: - parkeren op eigen terrein; - beperkte inritten, en - straten die gebruikt kunnen worden door meerdere soorten weggebruikers. Nette openbare ruimte Voor de representatieve functie van de bedrijventerreinen, houden we de terreinen netjes. Met name de straatreiniging en het onderhoud van straatmeubilair doen we op een hoger niveau6. Zichtbaar & beleefbaar voor de veiligheid Veiligheid is belangrijk op bedrijventerreinen. Zichtbaarheid van bezoekers helpt daarbij. Daarom richten we bedrijventerreinen zoveel mogelijk in met duidelijke straten aan de voorzijdes van de bedrijfspanden en zo min mogelijk achterpaden. Door deze straten te combineren met groen en water(berging) ontstaan ook fijne, schaduwrijke routes voor een wandeling in de pauze.

4.2

Duurzaam en groen

We werken graag aan duurzame groene bedrijventerreinen. Dat doen we om de ondernemers te faciliteren bij het gebruik van duurzame energie en duurzame mobiliteit. En om hen een groene werkomgeving en voldoende waterberging te bieden. Dit vraagt om meer groen, zowel in de openbare ruimte als op eigen terrein. Minimaal 15% openbaar groen We streven naar minimaal 15% groen in de openbare ruimte. Dit betekent dat minimaal 15% van de openbare ruimte op het bedrijventerrein (in m2) bestaat uit gras, struiken, kruiden, bomen etc. Deze norm hanteren we bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen en bij grote renovaties van bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast stimuleren we vergroening van bestaande bedrijventerreinen, als de gelegenheid zich voordoet. Bijvoorbeeld wanneer de ondernemers daarvoor zelf met een voorstel komen en er ruimte en (provinciale) subsidie beschikbaar is. Ruimte voor duurzame energie & mobiliteit Duurzame energie is in ontwikkeling. Zowel de opwekking ervan, als het gebruik en de opslag ervan. Naast zonnepanelen en traditionele windmolens, ontstaan er steeds nieuwe technieken en mogelijkheden. Niet alleen voor de energieopwekking zelf, maar ook voor het opslaan en verdelen ervan. Dit vraagt om ruimte voor nieuwe installaties, zoals batterijen of leidingstelsels.

Bij het ontwerpen van nieuwe bedrijventerreinen houden we daar rekening mee door deze ruimtevraag zo goed mogelijk in beeld te brengen en mee te wegen.

4.3

Gemeente bepaalt inrichting en beheer

De openbare ruimte op een bedrijventerrein heeft veel samenhang, het functioneert als één geheel. Dat geldt voor de bereikbaarheid (bijv. een vaste routing), maar ook voor bijvoorbeeld waterberging. Daarom houden we als gemeente regie op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte op de bedrijventerreinen.

Aanpak in de komende jaren ✔ Uitgangspunten voor inrichting openbare ruimte opnemen in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR), waaronder: - Normen voor parkeren, inritten en straten; - Zichtbaarheid; - > 15% openbaar groen; - Ruimte voor duurzame energie & - mobiliteit ✔ Hoger onderhoudsniveau voor straatreiniging en straatmeubilair toepassen (zie ook par 6.2) 5

Dit is onze ambitie uit de Omgevingsvisie. Zie paragraaf 6.1 van dit plan.

6

12

13

20 / Hoofdstuk 5

21 / Hoofdstuk 5

5.1

Nieuwe visie op het ontwerp

We willen wegen die veilig zijn voor het verkeer en die kansen bieden voor natuurontwikkeling en recreatie. En die een toekomstbestendige interpretatie geven van het ‘wederopbouw gedachtegoed‘ van de Noordoostpolder. Daar kiezen we voor en daar gaan we aan werken. Daarbij houden we rekening met de (financiële) beheerbaarheid en kwetsbaarheid door boomziektes. Ons landschap herkenbaar houden Het landschappelijk ontwerp van de Noordoostpolder is waardevol. Het heeft cultuurhistorische waarde. Dat willen we beschermen. Dit ligt besloten in de aanwijzing tot Nationaal Wederopbouwgebied Noordoostpolder en is vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Daarom kiezen wij behoud van ons herkenbare landschap als uitgangspunt. Dit betekent dat we opnieuw zoeken naar een gebruiksgerichte indeling in gebieden en naar een categorisering in wegtypen. Binnen die categorieën maken we onderscheid in wegprofiel en in beplantingsvorm (hoge/lage beplanting, kroonvorm, boomgroottes, onderlinge afstand tussen bomen etc). We kiezen daarbij voor beplanting die past bij de grondsoort, want ook dat was een inrichtingsprincipe van het oorspronkelijk ontwerp van de polder.

Hoofdstuk 5

Variatie en samenhang aan de buitenwegen In het landelijk gebied bestaat de openbare ruimte voornamelijk uit de buitenwegen. Dat wil zeggen: de wegen, inclusief bermen met bomen en sloten. Deze wegen zijn aangelegd vanuit een visie op het gebruik ervan. Dat was – en is – landbouwverkeer en fietsverkeer van en naar de dorpen. Maar ondertussen zijn er wensen, functies en uitdagingen bijgekomen, zoals recreatieverkeer, natuurontwikkeling en kwetsbaarheid bij boomziektes. Die uitdagingen vragen om een nieuwe visie.

Kansen voor natuurontwikkeling benutten De buitenwegen bieden kansen voor natuurontwikkeling. Want de wegbeplanting zorgt voor een patroon van verbindingen en de kwetsbaarheid voor boomziektes geeft aanleiding voor meer verschillende soorten. Waar de kansen zich voordoen (in financiële zin en in draagvlak bij aanwonenden), benutten we die. Bijvoorbeeld als er subsidie beschikbaar is. We zetten dan in op maatregelen zoals: - Struweel aanplanten langs wegen die bossen of andere natuurgebieden met elkaar verbinden; - De combinatie van groen met water versterken bij wegen die langs een vaart liggen; - Bermen ecologisch beheren langs de wegen waar dat kan en waar medewerking is van de aanwonenden; - Kiezen voor boom- en struiksoorten die de biodiversiteit vergroten.

Aanpak in de komende jaren ✔ Een nieuwe visie op de buitenwegen ✔ Wegbeplanting aanpassen voor betere biodiversiteit, als daar subsidie voor beschikbaar is. Bijv. - struweel aanplanten; - combinatie groen & water benutten; - ecologisch bermbeheer, en - diversiteit in soorten bomen en struiken ✔ Wegbeplanting behouden en herstellen ✔ Superblocksconcept uitwerken

5.2

Vitale beplanting langs buitenwegen

De beplanting langs de buitenwegen is belangrijk voor de herkenbaarheid en beleving van het gebied, maar ook voor de natuurwaarde. Daarom willen we die vitaal houden. Dit betekent: wat goed is, goed houden en wat verdwijnt, herstellen. Behoud en herstel van beplanting De beplanting langs de wegen is een belangrijk onderdeel van het oorspronkelijk ontwerp. Daarom willen we dit herstellen en behouden. Dat doen we door de bestaande beplanting goed te monitoren en door (financiële) kansen te benutten voor herstel of vervanging. Meer variatie voor minder kwetsbaarheid Boomziektes zoals essentaksterfte zorgen ervoor dat veel bomen tegelijk gekapt moeten worden. De hele bomenrij langs één weg verdwijnt dan in één keer, doordat alle bomen langs de weg vaak van dezelfde soort zijn. Variatie in boomsoorten is een logische manier om deze kwetsbaarheid te verminderen. En ook het kiezen voor soorten die beter geschikt zijn voor lange periodes van droogte of juist hevige regen. Zo creëren we een win-win-situatie: de beplanting is sterker én heeft een hogere waar voor de biodiversiteit.

5.3

Verkeersveiligheid buitenwegen

Verschillende soorten weggebruikers vragen om verschillende manieren van een weginrichting. Fietsers en groot (landbouw)verkeer op dezelfde weg kan gevaarlijke situaties opleveren. Doorgaand verkeer wil snel en gemakkelijk op zijn bestemming komen. En recreatief verkeer heeft behoefte aan beschutting, uitzicht en rustpunten. Superblocks-concept uitwerken We willen dat onze buitenwegen zo veilig en bruikbaar mogelijk zijn voor alle verkeersdeelnemers. Daarom werken we het concept ‘superblocks’7 in de komende jaren verder uit, zoals beschreven in het Mobiliteitsplan 2030. Werken met ‘superblocks’ betekent dat de wegen als samenhangend geheel worden gezien. De grotere wegen (gebiedsontsluitingswegen) krijgen daarin vooral de functie voor doorgaand gemotoriseerd verkeer en andere wegen worden juist ingericht als erftoegangswegen (60 km/uur), vooral bedoeld voor bestemmingsverkeer en langzamer (fiets)verkeer.

5.4

Inwoners van de weg bepalen mee

Aanwonenden en ondernemers zijn belangrijke gebruikers van de buitenwegen. Zij – en hun leveranciers/afnemers - maken er gebruik van en zij beleven het langsrijdende verkeer. Daarom laten wij hen graag meepraten en meedenken bij aanpassingen aan de betreffende weg.

7

Het ‘superblocks-concept’ is nader beschreven in onze Mobiliteitsvisie 2050.

12

13

24 / Hoofdstuk 6

25 / Hoofdstuk 6

6.2

Voor het beheer van onze openbare ruimte kiezen we onderhoudsniveaus volgens de CROW-richtlijn ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2023’. Het gaat hierbij om het onderhoud van groen, verlichting, straatmeubilair etc. Voor de bestrating is dit alleen het zogenaamde ‘netheids-

Hoofdstuk 6

Beheer & onderhoud

Beheermethodiek

Noordoostpolder is een uniek gebied met een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Eén van de kenmerken is dat veel onderdelen van de openbare ruimte tegelijk zijn aangelegd en met dezelfde bedoelingen en inzichten. Hierdoor zijn ze theoretisch ook op hetzelfde moment aan vervanging toe. Dat geldt voor infrastructuur, maar ook voor plantsoenen, verlichting, wegbeplantingen etc. Cyclisch beheer op orde (Asset management) We willen het beheer van onze openbare ruimte goed op orde houden, zowel technisch als financieel. Daarom zetten we in de komende jaren (nog meer) in op inspecties en gegevensbeheer. En ook op meerjarenonderhouds- en vervangingsplannen die aansluiten op de doelen en functies uit dit BOR. Dit betekent: - een goed vervangingsmoment kiezen (achterstallig onderhoud voorkomen en slimme afstemming op de overige geplande werkzaamheden in het gebied); - rekening houden met de functies in het gebied (een woonwijk stelt bijvoorbeeld andere eisen aan de openbare ruimte dan het buitengebied), de belangen van de omwonenden, en - een passende planning in raming en besteding van de budgetten.

onderhoud’. Dit betekent: het onderhoud dat nodig is om te zorgen dat het er goed uitziet (straatreiniging, scheuren in asfalt herstellen e.d.), niet de grootschalige renovaties zoals aanpassing van de fundering.

Onderhoudsniveau

Beheer van de openbare ruimte bestaat uit verschillende onderdelen. Er is jaarlijks, cyclisch onderhoud (snoeien, maaien, zwerfafval verwijderen etc). Maar er is ook groot (technisch) onderhoud en een vervangingsopgave. In dit hoofdstuk leest u hoe wij hiermee omgaan en wat de onderhoudsniveaus zijn.

6.1

Verzorgend onderhoud

Meerjarenonderhoudsplannen & vervangingsstrategie We werken steeds meer datagedreven, ook voor het beheer van onze openbare ruimte. In de komende jaren brengen we onze openbare ruimte verder in beeld, met cijfers en analyses. Dat geeft de juiste informatie voor goede onderhoudsplanningen met geschikte vervangingsmomenten. De vervangingsopgave voor de infrastructuur (wegen, bruggen en overige civiele kunstwerken) pakken we op in het programma ‘Voorzien in Infra’. Voor de vervangingsopgave van groen (bomen, plantsoenen, bossen etc) starten we in 2026 met het maken van een meerjarenonderhoudsplan.

Prioriteiten

Centrum Emmeloord

De openbare ruimte in het centrum van Emmeloord onderhouden wij op B-niveau

Prioriteiten stellen we in overleg met de ondernemers die hun bedrijf in het centrum hebben.

Woonwijken

Het openbaar groen in de woonwijken onderhouden wij op B-niveau. Ook de straatreiniging doen wij op B-niveau, omdat deze inspanning duidelijk zichtbaar is. De rest van de openbare ruimte onderhouden wij op C-niveau.

Prioriteiten stellen we aan de hand van risico-analyses voor de veiligheid. En door het benutten van slimme combinaties van meerdere werkzaamheden (bijv. integrale projecten, subsidies of andere initiatieven).

Bedrijventerreinen

Op de bedrijventerreinen onderhouden wij het groen en het staatmeubilair op B-niveau. De overige onderdelen van de openbare ruimte (verhardingen en verlichting) onderhouden wij op onderhoudsniveau C.

Prioriteiten stellen we in overleg met de ondernemers van het betreffende bedrijventerrein. Daarnaast benutten we ook hier slimme combinatiemogelijkheden.

Bossen en parken

Voor de bossen en parken houden we D-niveau aan. We besteden wel extra inzet aan de bosranden en langs de paden i.v.m. de veiligheid. En we streven naar C-niveau.

We leggen prioriteit bij het onderhoud van de toegankelijke en zichtbare delen van de bossen en parken.

Hoofdinfrastructuur

Het openbaar groen langs de hoofdinfrastructuur onderhouden wij op B-niveau. Dat geldt ook voor de straatreiniging. De rest van de hoofdinfrastructuur (verharding, verlichting, bushokjes, afvalbakken, waterkanten etc) onderhouden wij op C-niveau.

Prioriteiten stellen we aan de hand van risico-analyses voor de veiligheid.

Buitenwegen

De openbare ruimte buiten de bebouw- Prioriteiten stellen we aan de hand van de kom (vooral buitenwegen) onderhou- risicoanalyses voor de veiligheid. den wij op C/D-niveau. De verhardingen onderhouden we op C-niveau. Het straatmeubilair onderhouden wij op B-niveau. Het gras van de bermen en slootkanten maaien doen we alleen op de plekken waar dat anders (te grote) risico’s oplevert voor de verkeersveiligheid. Dit betekent dat wij het gras van de buitenwegen beheren op D-niveau.

26 / Hoofdstuk 7

27 / Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 7

Financiën Inrichting en beheer van de openbare ruimte kost geld. Niet alleen de aanleg van straten en groen bij de ontwikkeling van een nieuw wijk of gebied, maar ook het onderhoud daarvan in bestaande gebieden (grasmaaien, onkruid verwijderen etc). En op termijn natuurlijk ook vervanging en renovatiewerkzaamheden. In dit hoofdstuk leest u wat de financiële effecten zijn van onze beleidskeuzes.

7.1

Financiële effecten voor de grondexploitatie

Kosten voor de aanleg van openbare ruimte in nieuw gebied zijn onderdeel van de grondexploitatie. Onze ambities voor (meer) groen, voorzieningen voor bewegen, ontmoeten en waterberging, passen we zo goed mogelijk toe bij het ontwerpen van een nieuw gebied. Maar we doen gemotiveerde compromissen waar dat nodig is voor de haalbaarheid van het plan.

7.2

Financiële effecten op het budget voor regulier beheer

Alle onderdelen van de openbare ruimte vragen om beheer en onderhoud. Gras wordt gemaaid, struiken gesnoeid, zwerfafval verwijderd, kapotte verlichting gerepareerd en bij gladheid wordt de straat gestrooid. Dit soort werkzaamheden gaan door zolang de openbare ruimte er is, maar kunnen wel veranderen. Bijvoorbeeld als er meer openbare ruimte per woning wordt aangelegd. Of als we meer voorzieningen voor bewegen aanleggen (paden, toestellen etc).

In de komende jaren zullen de volgende beleidskeuzes uit dit BOR waarschijnlijk om een verandering in het (budget voor het) beheer vragen: Rekening houden met bewonersinitiatieven Voorzieningen die door – of met – inwoners(organisaties) worden aangelegd, verdienen aandacht in het beheer. Zo blijven ze veilig en netjes, ook wanneer de initiatiefnemers het beheer zelf niet meer kunnen doen. De extra aandacht bestaat bijvoorbeeld uit: begeleiding vanuit de gemeente, afspraken maken over realisatie & beheer, aanpassen van het beheer en het verwijderen of vervangen aan het einde van de levensduur. Dit geldt bijvoorbeeld voor speeltoestellen, paden, bankjes en beplanting die inwoners zelf realiseren en/of onderhouden. Denk aan: (leader)projecten, initiatieven vanuit de ‘Right tot challenge’ en ideeën vanuit de motiemarkt of op uitnodiging van ‘bewegen in de openbare ruimte’. Meer groen en ecologisch beheer Meer m2 openbaar groen/woning aanleggen, betekent ook meer m2 openbaar groen onderhouden. Hetzelfde geldt voor de voorzieningen voor bewegen en ontmoeten. Meer voorzieningen betekent meer kosten voor het onderhoud ervan. Ook een andere manier van beheer, zoals ecologisch beheer, vraagt meer onderhoudsbudget. In de planperiode houden we deze kostenontwikkelingen goed in beeld en we nemen het meer in de tussentijdse evaluaties.

Slim combineren en subsidies benutten Waar mogelijk combineren we werkzaamheden. Zo benutten we kansen om ‘werk met werk te maken’. Ook maken we gebruik van subsidiemogelijkheden als die er zijn.

Hoofdstuk 8

Werk in uitvoering Dit beleidsplan laat zien wat onze ambities zijn voor de openbare ruimte. Maar die wensen uitspreken is niet voldoende. In dit hoofdstuk leest u hoe wij onze instrumenten inzetten. En ook hoe – en wanneer – we meten en evalueren of we onze doelen halen.

8.1

Uitvoering

Als gemeente hebben we meerdere instrumenten om onze doelen te halen. Samengevat zijn dat: 1. Zelf voorzieningen realiseren & beheren; 2. Regels stellen en naleving daarvan afdwingen (handhaving); 3. Financiële instrumenten inzetten (subsidies verlenen of heffingen opleggen) en 4. Communicatie & lobby. Voor de uitvoering van het BOR gebruiken we vooral het eerste instrument (zelf realiseren en beheren), want het BOR gaat vooral over ruimte waarvan wij zelf de beheerder zijn. De drie andere soorten instrumenten (regels, subsidies en communicatie/lobby) gebruiken we meer als aanvulling en ondersteuning. Bijvoorbeeld om het gebruik van de openbare ruimte te sturen. Of om ons met de andere beheerders sámen in te zetten voor één samenhangende openbare ruimte (bijv. voor verkeer en landschap).

Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) In dit BOR kiezen we een aantal (nieuwe) normen en wensen voor de inrichting van de openbare ruimte. Om die normen en wensen toe te passen bij werkzaamheden en ontwerpen van bijv. een nieuw gebied, verwerken we ze in onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) en overeenkomsten Ambities zoals een nette en veilige openbare ruimte, vragen soms om hulp en duidelijkheid in de vorm van regels. Die regels stellen wij in onze Verordening fysieke leefomgeving (Vfl), met daarbij behorende uitvoeringsbesluiten, nadere regels, vergunningen etc. Niet-openbaar gebruik van de openbare ruimte regelen we daarnaast met overeenkomsten of toestemmingen, zoals huurovereenkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor terrassen en woonschepen.

28 / Hoofdstuk 8

Right to challenge Het concept ‘Right to challenge’ past bij onze inzet, maar kan verder worden ingevoerd. Daar gaan we in de komende periode aan werken. Het gaat dan om het concreet maken van taken en budgetten, maar ook om het bekend maken van de mogelijkheden. Uitleg & overleg (communicatie en lobby) Ambities en functies beperken zich niet tot de gemeentelijke openbare ruimte. Om bijvoorbeeld een samenhangend landschap en een goede verkeersstructuur te houden, moeten onze wensen en besluiten aansluiten op de activiteiten van de provincie aan de provinciale wegen. Daarom gaan wij met de andere terreinbeheerders in overleg, over projecten waarbij dit soort belangen spelen.

8.2

Monitoring & evaluatie

Het BOR loopt voor 10 jaar, maar vraagt om een (tussentijdse) evaluatie na 4 jaar. Dit is de verplichting vanuit onze financiële beheersverordening. Voor een goede evaluatie, en eventuele bijstelling, hebben we goede gegevens nodig. In deze paragraaf kiezen wij de punten voor de evaluatie.

Actielijst uitgevoerd? Een aantal acties uit dit plan vragen om een eenmalige aanpassing. Bijvoorbeeld het toepassen van nieuwe inrichtingsnormen in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) of het maken van een regeling voor de Right to challenge. Van deze acties rapporteren we in de evaluatie of ze zijn uitgevoerd. Effect bereikt? In dit BOR kiezen we de onderhoudsniveaus, stellen we normen voor de inrichting en bieden we ruimte voor bewonersinitiatieven. In de evaluatie laten we zien wat onze acties op deze punten hebben opgeleverd. Budgetten passend? Eén belangrijke reden van dit beleidplan is om te zorgen dat onze ambities voor de openbare ruimte passen bij de budgetten. Daarom is ook dat een punt dat we inzichtelijk maken in de evaluatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2221/documents/42402