17.1 Regionale Energiestrategie 1.0 Flevoland.def.pdf
Tekst van het document
Adviesraad RES
PFO RES Bestuurlijk
Netwerk FEA
Kerngroep Ambtelijk
Werkgroep RES Ambtelijk
Bouwsteen
44
|
Bouwsteen
Bouwsteen
Bouwsteen
Bouwsteen
|
45
5.3 Organisatie RES Flevoland De doelstellingen van het RES-proces om te komen tot de RES-biedingen zijn ambitieus en vragen een strakke planning en organisatie. Naar analogie van de organisatie van het Nationaal Programma RES is door de Flevolandse overheden een samenwerkingsovereenkomst aangegaan en op basis daarvan is een programmabureau opgericht. In eerste instantie is dit bureau voor drie jaar opgericht. Na deze periode wordt de organisatie geëvalueerd.
In een aparte bouwsteen wordt aandacht besteed aan participatie. Deze adviseert over de maatschappelijke betrokkenheid bij de RES Flevoland. De werkgroep beziet op welke manier participatie kan worden ingezet en welke vorm het effectiefst is (zie ook hoofdstuk 2.3.3 Wat doen we: maatschappelijke draagvlak en participatie).
5.2 Democratische borging In de RES Flevoland werken betrokken maatschappelijke partners zo goed mogelijk samen, waarbij besluiten democratisch gelegitimeerd moeten zijn. Deze democratische legitimatie is in de RES op verschillende manieren geborgd. Er is een governancecode opgesteld, waarin is vastgelegd dat de wet houders, gedeputeerde en de heemraad duurzaamheid deel uitmaken van het Portefeuillehoudersoverleg RES en de Adviesraad RES. Deze worden allebei voorgezeten door de gedeputeerde duurzaamheid. Gezamenlijk dragen zij de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de RES Flevoland. Daarbij zorgen zij ervoor dat hun eigen volksvertegenwoordigers (in gemeenteraden, Algemene Vergadering en Provinciale Staten) aangesloten blijven op het RES-proces. De verschillende gemeenteraden, Algemene Vergadering en Provinciale Staten moeten het RES-bod 1.0 vaststellen en de daaropvolgende RESbiedingen.
46
|
Rol- en taakbeschrijving
Hieronder worden de organisatie en de diverse rollen nader toegelicht:
Bestuurlijke opdrachtgevers
De leden van het Portefeuillehoudersoverleg RES dragen de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de RES Flevoland. Daarmee zijn ze ook de bestuurlijke opdrachtgevers van het Programmateam RES Flevoland, dat bestaat uit een Kerngroep RES en een RES-staf.
Kerngroep RES
De Kerngroep vormt het hart van het programma bureau van de RES Flevoland. De Kerngroep bestaat uit de programmamanager RES, de programmasecretaris RES, de ambtelijk trekker Energietransitie van de provincie en, namens alle gemeenten, de ambtelijk trekker Energietransitie van één van de gemeenten. Deze kerngroep komt wekelijks bijeen. De rollen en taken van de kerngroepleden zijn als volgt: • Programmamanagement RES: procesbewaking van het gehele RES-proces in Flevoland. Bewaking van deadlines en coördinatie binnen de regio. Nadrukkelijk oog voor het bestuurlijke proces in de RES Flevoland. Contactpersoon voor het Nationaal Programma RES. • Energietransitie Provincie ambtelijk trekker: opdrachtgeverschap van de projectleiding RES (in samenwerking met de gemeenten). Verbinding met ambtelijke provinciale organisatie. • Energietransitie Gemeenten ambtelijk trekker: opdrachtgeverschap van de projectleiding RES (in samenwerking met de provincie). Verbinding met gemeenten en het waterschap. Onderhoudt de contacten met de ambtenaren duurzaamheid van de gemeenten en het waterschap in Flevoland.
Werkgroep RES
Ieder lid van de Adviesraad RES wordt ambtelijk ondersteund vanuit de eigen organisatie. De ambtelijke ondersteuning vormt gezamenlijk de Werkgroep RES. Lidmaatschap van de ambtelijke werkgroep vraagt een behoorlijk tijdsbeslag. De inzet heeft met name betrekking op het advies- en besluitvormingsproces en bestaat uit: • Deelname aan het maandelijks overleg • Voorbereiding van en vervolgacties naar aanleiding van het overleg • Annoteren richting bestuurder • Informatievoorziening richting eigen organisatie • Coördinatie RES-acties in eigen organisatie
Bouwsteengroepen
De RES Flevoland wordt van onderop gedragen door bouwsteengroepen. Deze RES 1.0 is tot stand gekomen op basis van de inbreng uit deze groepen. De inzet was en blijft verschillend. Over sommige onderwerpen bestonden al ver uitgewerkte beleidsplannen, die nu een plek hebben gekregen in deze RES 1.0. Andere onderwerpen vragen nog nadere uitwerking, waarbij vaak pas potentie wordt gezien op de langere termijn.
Als regio willen we, vooruitlopend op de genoemde landelijke ontwikkelingen, zelf al onze voortgang gaan monitoren. Voor de komende periode maken we daarom minimaal de volgende landelijk beschikbare informatie inzichtelijk voor Flevoland: • Emissie van broeikasgassen volgens het Klimaatakkoord • Geproduceerde hernieuwbare energie • Verbruik Hiermee geven we inzicht in de onderwerpen elektriciteit, gebouwde omgeving en uitstoot van broeikasgassen. In Bijlage 5 is een monitoringsraamwerk opgenomen waarin de genoemde indicatoren rond deze onderwerpen nader zijn gespecificeerd en uitgewerkt. Ook is een beknopte nulmeting opgenomen. Als toevoeging op landelijk beschikbare informatie willen we als regio zelf ook informatie gaan verzamelen over een aantal onderwerpen. Het gaat daarbij in ieder geval om het monitoren van participatie, energiearmoede en de voortgang van de warmte transitie in de gebouwde omgeving. Voor deze onderwerpen worden indicatoren ontwikkeld en wordt door de samenwerkingspartners informatie verzameld. Deze worden opgenomen in een volgende RES en worden toegevoegd aan het monitoringsraamwerk.
RES 1.0 | Provincie Flevoland
Het Netwerk FEA is betrokken bij het RES-proces. In het Netwerk FEA doen alle relevante maatschappelijke partners en marktpartijen mee die zich bezig houden met de energietransitie. Voor het klankborden van de RES komt het netwerk twee keer per jaar bij elkaar. Daarnaast organiseert het Netwerk FEA bij eenkomsten voor kennisdeling en inspiratie. Daardoor worden goedlopende Flevolandse initiatieven binnen de provincie breder bekend.
Bij het opstellen van de Startnotitie en de RES Flevoland is geleund op de inzet van de verschillende deelnemende partijen. Benodigde coördinatie is door de provincie gefinancierd. Met het programmabureau is die manier van werken verankerd. Uitgangspunt blijft een zo efficiënt mogelijke organisatie die de verschillende partners verbindt.
Het kernteam wordt secretarieel ondersteund door een RES-staf. Verder is de staf belast met het uitzetten van de benodigde monitoring en communicatie over de RES. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan een pers bericht na besluitvorming over de RES.
5.4 Monitoring Monitoring is een noodzakelijk middel om de voortgang van de afspraken die we binnen de RES Flevoland maken in kaart te brengen. Het is daarbij van belang dat regio’s zoveel mogelijk dezelfde indicatoren en data gebruiken, zodat de cijfers binnen de RES’en goed optelbaar en vergelijkbaar blijven. Om dat voor elkaar te krijgen, sluiten we aan bij landelijke monitoringsafspraken en -producten wanneer deze gemaakt worden of beschikbaar komen, bijvoorbeeld vanuit het NPRES of het Planbureau voor de Leefomgeving. We komen daarbij tot de volgende uitgangspunten voor monitoring: • Waar mogelijk sluiten we als regio aan op landelijke indicatoren en afspraken, met het oog op vergelijkbaarheid en optelbaarheid. • De uitvoering van de monitoring (dat wil zeggen het verzamelen van data en het rapporteren) van de RES Flevoland ligt bij het RES Flevoland programma bureau i.o.
|
47
B
BIJLAGE 1 Toelichting Regioplan Wind AANTAL BIJ AANVANG REGIOPLAN
OPGESTELD VERMOGEN BIJ AANVANG REGIOPLAN (IN MW)
NAAM PARK/ GEBIED
AANTAL NA VOLTOOIING REGIOPLAN*
OPGESTELD VERMOGEN NA VOLTOOIING REGIOPLAN (IN MW)
Jaap Rodenburg
10
17
Jaap Rodenburg II
10
35
Eemmeerdijk
17
18
-
-
-
Alexia
36
122
Alexia
36
122
Noordoostpolder
86
429
Noordoostpolder
86
429
Solitairen NOP
+/- 30
+/- 10
Solitairen NOP
+/- 30
+/- 15
Sternweg
9
27
Sternweg
9
27
Projectgebied Zeewolde
223
210
Projectgebied Zeewolde
91
350
Projectgebied Blauw
74
100
Projectgebied Blauw
61
244
Projectgebied Groen
98
140
Projectgebied Groen
90
350
Projectgebied West 67
120
Projectgebied West PM
150*
Totalen
1193 MW
650
413**
RES 1.0 | Provincie Flevoland
NAAM PARK/ GEBIED
circa 1700 MW
* Schatting van toekomstige situatie na uitvoeren Regioplan ** Aantal exclusief Projectgebied West en eventueel extra gebied.
48
|
|
49
BIJLAGE 2 Toelichting eenheden energie Bij het beschrijven van energieproductie worden verschillende termen gebruikt. Er wordt gesproken over opgesteld vermogen in megawatt (MW). Dit is het maximale productievermogen. Neem bijvoorbeeld een windmolen met een opgesteld vermogen van 1 MW (nieuwe windmolens beschikken over een veelvoud hiervan). Deze voorbeeldmolen kan in één uur, afhankelijk van hoe hard het waait, maximaal 1 megawatt uur (MWh) aan elektriciteit opwekken. Megawattuur is een eenheid van geproduceerde energie over een bepaalde tijdspanne. Om zeer grote hoeveelheden opgewekte elektriciteit of energie uit te drukken wordt ook wel terawattuur gebruikt. 1 megawattuur staat gelijk aan 0,000001 terawattuur.
BIJLAGE 3 Resultaten nulmeting burgerpanels
De formele eenheid voor energie is echter joule (J). Joule heeft niet het tijdselement in zich. Wattuur heeft dat wel. Joule is dus een totaalberekening, een eindsom. Wattuur en joule kunnen naar elkaar worden omgerekend. Kort gezegd staat 1 watt gelijk aan 1 joule per seconde. Omdat er in wattuur wordt uitgedrukt gaat het niet om 1 seconde, maar om 3600 seconden. In het voorbeeld bij de windmolen wordt opgewekte energie in megawattuur uitgedrukt, oftewel 1 miljoen wattuur. 1 miljoen wattuur keer 3600 staat gelijk aan 3,6 miljard joule energieopwek van de voorbeeldmolen. Omdat er ook hier al snel grote getallen in het spel zijn, wordt omwille van de leesbaarheid ook wel peta joule gebruikt. Het omrekenen werkt echter hetzelfde. Zo staat 1 TWh gelijk aan 3,6 PJ (of 3600 terajoule).
Van vermogen naar opwek. Voorbeeld met 1 MW windmolen.
Hoe kijken inwoners van Flevoland aan tegen de energietransitie? Wat vinden zij van de stappen die zijn gezet en de plannen die er liggen? Hebben inwoners het gevoel dat ze ook zelf een bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie? En willen ze dat? Deze en andere vragen kwam aan bod in een enquête onder inwoners van Flevoland, afgenomen in maart 2021. 1.469 inwoners namen aan deze bewonersconsultatie deel (iedereen in de provincie Flevoland kon aan deze online enquête meedoen; dubbelingen zijn eruit gehaald).
Het onderzoek laat zien dat veel Flevolanders (59 procent) zich – naar eigen zeggen – meer dan gemiddeld betrokken voelen bij de energietransitie. Ruim tweederde geeft aan het belangrijk te vinden om in het dagelijks leven duurzame keuzes te maken. Deze groep maakt zich zorgen over de gevolgen van klimaatverandering. In de leeftijdsgroep 18 tot 44 jaar leven die zorgen het sterkst.
Ik vind het belangrijk om duurzame keuzes te maken in mijn dagelijks leven // Ik maak mij zorgen over de verandering van het klimaat // Ik vind het belangrijk dat er in de provincie Flevoland duurzame elektriciteit wordt opgewekt (N = 1469).
RES 1.0 | Provincie Flevoland
Wekt in één uur maximaal op
Veel Flevolanders voelen zich betrokken bij de energietransitie
74%
Van TWh naar PJ
68%
20% 14%
17% 11%
14%
65%
11% 2%
oneens
neutraal
eens
1%
3%
weet ik niet
Ik vind het belangrijk om duurzame keuzes te maken in mijn dagelijks leven
1 MW
50
|
1 MWh of 0,000001 TWh
1 TWh = 3,6 PJ
Ik maak mij zorgen over de verandering van het klimaat Ik vind het belangrijk dat er in de provincie Flevoland duurzame elektriciteit wordt opgewekt
|
51
Inwoners die zelf iets doen op het gebied van duurzaamheid nemen bijvoorbeeld maatregelen om hun woning te verduurzamen. Voor huiseigenaren ligt het percentage dat in actie komt hoger (60 procent) dan bij huurders (37 procent). Driekwart van de respondenten vindt het belangrijk dat Flevoland duurzame elektriciteit opwekt. Veel inwoners voelen zich weliswaar betrokken bij de energietransitie, maar van de RES hebben ze nog niet eerder gehoord (71 procent). Vreemd is dat ook weer niet: bij het opstellen van de RES zijn voornamelijk professionele partijen betrokken: gemeenten, de provincie, het waterschap, corporaties en het bedrijfsleven. Aan ‘de gewone burger’ gaat de RES grotendeels voorbij. Dat komt doordat de Flevolandse RES is gebaseerd op bestaand beleid. Daarom hebben er
bijvoorbeeld geen lokale ateliers of raadplegingen plaatsgevonden. De inwoners zijn daarentegen wel betrokken geweest bij de totstandkoming van de belangrijkste bouwstenen van de RES, zoals het Regioplan Wind en de Structuurvisie Zon. Het jasje van de RES is echter nieuw. Na een korte introductie over de inhoud van de RES 1.0 werd de respondenten gevraagd een mening te geven over de plannen van de RES. Dat leverde nauwelijks uitschieters op, wel voorzichtige instemming; 67 procent tendeert van ‘neutraal’ tot en met ‘zeer goed’, 22 procent bevindt zich in het spectrum van ‘zeer slecht’ tot ‘neutraal’ (13 procent heeft geen mening).
Wat vindt u van de plannen zoals ze hierboven beschreven staan? (N = 1469).*
De brede spreiding van de antwoorden zegt waarschijnlijk iets over de onbekendheid met de RES. 70 procent wil echter wel graag op de hoogte blijven over vervolgstappen in de provincie om meer duurzame energie op te wekken. Voor ruwweg de helft van de respondenten geldt dit alleen als het initiatieven betreft in de eigen gemeente. Ruim één op de vijf respondenten wil meepraten over nieuwe plannen voor meer duurzame energie. Ook hier geldt: de motivatie is hoger wanneer deze plannen betrekking hebben op de eigen gemeente.
De komende jaren gaat de provincie Flevoland vervolgstappen zetten om te komen tot de volgende RES richting 2023 en om meer duurzame energie op te wekken. Zou u hierover geïnformeerd willen worden? (N = 1469). Enkele keuze
30%
36%
Ja 15%
13%
34%
Ja, maar alleen als het over mijn gemeente gaat
10% 7%
Weet ik niet zeer slecht
neutraal
zeer goed
21%
Nee
7%
5%
RES 1.0 | Provincie Flevoland
15%
9%
weet ik niet
*Zoals hierboven beschreven’, slaat terug op een beknopte beschrijving van de plannen van de RES 1.0 van Flevoland.
52
|
|
53
BIJLAGE 4 Hoe is de RES 1.0 tot stand gekomen? Tot 2019
Tweede kwartaal 2020
• Energieakkoord (2013) – windopgave Flevoland • Regioplan Wind (2016) – opschalen en saneren • Flevolandse Energieagenda (2018) – partners sluiten aan bij kabinetsdoelstellingen als regio met ambtelijke en bestuurlijke werkoverleggen • Structuurvisie Zon (2018) • Netwerk FEA Inspiratiereis Flevoland (2018) • Omgevingsvisie Flevoland Straks (2018) – regionale opgave duurzame energie • Opstart RES-proces en kerngroep door provincie en gemeenten
• Beeldvormende en besluitvormende rondes volksvertegenwoordigers (april en mei) • Inleveren concept-RES bij NP RES ten behoeve van doorrekening • Start uitwerken concept-RES naar RES 1.0
Eerste kwartaal 2019
Vierde kwartaal 2020
• Diner Pensant met Flevolandse bestuurders uit FEA-netwerk • Regionale ronde RES introductie voor volksvertegenwoordigers • Governance RES opstellen • Start opstellen Startnotitie RES • Opstellen en organiseren van bouwstenen (bottom-up) • Netwerk FEA Inspiratiereis Flevoland (2)
• Ambtelijke afstemming RES 1.0 • FEA inspiratiecafé verduurzaming sportverenigingen
• Bestuurlijk besluit voorleggen Startnotitie RES aan volksvertegenwoordigers • FEA Werkconferentie RES: inhoudelijke toetsing lijn bouwstenen • Instructie bouwstenen ten behoeve van concept-RES op basis van werkconferentie en voorlopige inhoudsopgave • Inwerkingtreding RES-governance inclusief Adviesraad (mei)
Derde kwartaal 2019 • Diner Pensant met Flevolandse bestuurders uit FEA-netwerk
• Resultaat doorrekening concept-RES ten behoeve van RES 1.0 • Verder schrijven in bouwstenen aan RES 1.0
Eerste kwartaal 2021 • FEA digitale bustour • Concepten bespreken in werkgroep, adviesraad en PFO
RES 1.0 | Provincie Flevoland
Tweede kwartaal 2019
Derde kwartaal 2020
Tweede kwartaal 2021 • Besluitvorming RES 1.0 • Gezamenlijke beeldvormende ronde ten behoeve van besluitvorming RES 1.0
Derde kwartaal 2021 en verder • Resultaat doorrekening concept-RES ten behoeve van RES 1.0 • Organiseren en uitvoeren besluitvorming ten behoeve van RES 1.0
Vierde kwartaal 2019 • Startnotitie RES behandeld door volksvertegenwoordiging • FEA Werkconferentie RES: 80% versie concept-RES • Maandelijkse Adviesraden over inzet bouwstenen in concept-RES en 90% versie concept-RES • Bouwstenenmarkt voor volksvertegenwoordigers
Eerste kwartaal 2020 • Extra lange Adviesraad ten behoeve van concept-RES en reguliere maandelijkse Adviesraden • Bestuurlijk besluit voorleggen concept-RES aan volksvertegenwoordigers • Evaluatie proces concept-RES (bouwstenen, trekkers, etc.) • Doorstart naar proces RES 1.0 • FEA Inspiratiereis Goeree-Overflakkee • FEA Café (thema) • Gezamenlijke beeldvormende ronde ten behoeve van besluitvorming concept-RES (maart)
54
|
|
55
BIJLAGE 5 Eerste versie monitoringsraamwerk en nulmeting RES 1.0 Peilmoment gebruikte data: januari 2021
Onderdeel 2: Gebouwde omgeving EENHEID JAAR
WAARDE GEMIDDELDE BRON JAARLIJKSE ONTWIKKELING VANAF 2010
TOELICHTING
Gasgebruik woningen (temperatuurgecorrigeerd)
TWh
2019
1,22
-0,3%
Klimaatmonitor
Woningen zijn in Flevoland goed voor zo’n 21% van het totale verbruik. Gemiddeld genomen is er in de periode sinds 2010-2018 sprake van een gestage daling van het totale energieverbruik door woningen. Dalend gasgebruik is hier een onderdeel van.
Elektriciteitsgebruik woningen
TWh
2019
0,48
-1,1%
Klimaatmonitor
Het totale elektriciteitsgebruik van Flevolandse woningen daalde in 2018, net als de jaren ervoor, gestaag.
Stadswarmte woningen (temperatuurgecorrigeerd)
TWh
2019
0,56
+0,1%
Klimaatmonitor
Gebruik van stadswarmte steeg licht sinds 2010. Het percentage woningen dat aangesloten is op stadsverwarming is in diezelfde periode relatief constant in Flevoland.
Woningvoorraad per 1/1
Aantal
2020
172.227
+1,3%
CBS
Het dalende totale energieverbruik in de gebouwde omgeving valt samen met een flinke groei van de woningvoorraad in de afgelopen periode. Van 2010 tot 2020 zijn er 20.000 woningen bijgekomen in de provincie, een totale groei van zo’n 14%.
Benadering warmtegebruik bedrijven en instellingen
TWh
2018
2,23
+1,5%
Klimaatmonitor
Ongeveer 35% van het totale energieverbruik in Flevoland komt voort uit energieverbruik van bedrijven en instellingen. Sinds 2014 neemt het energieverbruik toe. Dit werd vooral veroorzaakt door toenemend gebruik van gas.
Elektriciteitsgebruik bedrijven en instellingen
TWh
2018
1,40
+0,2%
Klimaatmonitor
Het elektriciteitsgebruik door bedrijven en instellingen is sinds 2010 relatief stabiel: jaarlijks schommelt het gebruik licht.
Bekende hernieuwbare warmte
TWh
2018
0,32
+28,3%
Klimaatmonitor
Hernieuwbare warmte omvat zo’n 10% van de totale hernieuwbare energieproductie in Flevoland. De belangrijkste bronnen van hernieuwbare warmte zijn bodemenergie (aardwarmte en WKOsystemen) en biomassa.
Onderdeel 1: Elektriciteit
56
|
INDICATOR
EENHEID JAAR
WAARDE GEMIDDELDE BRON JAARLIJKSE ONTWIKKELING VANAF 2010
TOELICHTING
Bekende hernieuwbare elektriciteit wind op land
TWh
2,42
Windenergie heeft met ruim 91% verreweg het grootste aandeel in de totale elektriciteitsproductie, en de totale elektriciteitsproductie uit wind is sinds 2010 hard gegroeid (+157%). De laatste jaren zijn verscheidene nieuwe windparken geopend, zoals Windpark Alexia in Zeewolde (2013) en Windpark Noordoostpolder (2017).
Bekende hernieuwbare elektriciteit zonnestroom
TWh
Bekende hernieuwbare elektriciteit zonnestroom > 15 kWp
TWh
Voortgang realisatie RES-bod elektriciteit (4,76 TWh)
%
2019
2019
2019
2019
0,22
0,14
44%
+11%
+65%
n.b.
n.b.
Klimaatmonitor
Klimaatmonitor
CBS
Klimaatmonitor
Het aandeel zonnestroom – zon op dak en zonneparken – neemt vooral de laatste jaren een hoge vlucht. Alleen al in 2018 groeide de hernieuwbare elektriciteit uit zonnestroom met 39% naar 0,22 TWh. Dit cijfer geeft de hernieuwbare elektriciteitsproductie van zonne-installaties boven de 15 kWp weer. 0,14 TWh van de bovengenoemde 0,22 TWh komt dus voort uit installaties met een vermogen boven 15 kWp. Met de genoemde productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie en zon > 15 kWp, wordt in Flevoland in 2019 44% van het bod van 5,81 TWh geproduceerd.
RES 1.0 | Provincie Flevoland
INDICATOR
|
57
Onderdeel 3: Uitstoot van broeikasgassen naar lucht, volgens methodiek Klimaatakkoord (bronbenadering) INDICATOR
EENHEID
JAAR
Bekende uitstoot van broeikasgassen per Klimaattafel in Flevoland
Mton CO22018 equivalenten volgens IPCC-AR5
WAARDE TREND SINDS 1990
TOELICHTING
Totaal Klimaattafels
3,86
+34%
Betreft alle broeikasgassen die toegerekend worden aan Klimaattafels (97% van de Flevolandse uitstoot).
Elektriciteit
1,30
+9%
In deze categorie worden emissies veroorzaakt door elektriciteitscentrales meegenomen. De uitstoot is toegenomen sinds 1990. De emissies van de voormalige Flevocentrale en de huidige Maximacentrale spelen hier de belangrijkste rol.
Gebouwde omgeving
0,42
+15%
De belangrijkste oorzaken van broeikasgas emissies in de gebouwde omgeving zijn energieverbruik (met name gas) van huis houdens en van bedrijven. Eerstgenoemde is redelijk stabiel en licht gedaald sinds 1990, laatstgenoemde is gestegen. Elektriciteitsgebruik door huishoudens en bedrijven levert lokaal geen emissies op. Dit wordt in de bronbenadering dus niet toegerekend aan de gebouwde omgeving.
Industrie
0,28
-47%
Industrie heeft een relatief klein aandeel in de totale uitstoot van Flevoland. De grote daling is grotendeels te verklaren door het sluiten van of het plaatsen van bovenafdichtingen bij stortplaatsen, waardoor methaan emissies sterk zijn gereduceerd sinds 1990.
Landbouw en landgebruik
0,74
+6%
Doordat geen cijfers bekend zijn voor sommige emissies in 1990, is op basis van landelijke ontwikkelingen een bijschatting gedaan bij deze categorie. Energieverbruik in de landbouw (CO2) en methaanemissies door rundvee zijn de belangrijkste bronnen van broeikasgassen. Eerstgenoemde is sterk toegenomen sinds 1990.
Mobiliteit
1,12
+55%
De uitstoot in verkeer en vervoer neemt sinds 1990 gestaag toe. Dit is bijna volledig te verklaren door toegenomen CO2-uitstoot door uitlaatgassen van wegverkeer.
RES 1.0 | Provincie Flevoland
KLIMAAT TAFEL
Bron: Emissieregistratie (bewerking RES Flevoland) Dit raamwerk wordt periodiek aangevuld en aangepast naar aanleiding van: • Actualisering van gebruikte data • Oplevering van landelijke producten en afspraken voor monitoring van de RES’en • Aanvullende informatieverzameling door de RES-regio zelf
58
|
|
59