CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

16.1 Perspectiefnota 2022-2025.pdf

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 16: Perspectiefnota 2022-202512.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Perspectiefnota 2022-2025

Aanbiedingsbrief Geachte leden van de raad, Voor u ligt de Perspectiefnota 2022-2025. In deze aanbiedingsbrief schetsen we de context waarin deze perspectiefnota geplaatst moet worden. Bestuur Dit is de laatste perspectiefnota van deze bestuursperiode. De afgelopen jaren stond voor ons het coalitieakkoord 2018-2022 'Noordoostpolder daagt uit!' op de voorgrond. In het coalitieakkoord is aan de hand van zeven uitdagingen de koers voor 2018-2022 vastgesteld. Terugkijkend op het coalitieakkoord hebben we de afgelopen jaren veel bereikt. Deze perspectiefnota staat in het teken van het afronden van het coalitieakkoord. Daarnaast zien we een aantal grote opgaven op ons afkomen in de komende vier jaar. Daarom kiezen we voor een perspectiefnota waarin we de laatste hand leggen aan de gemaakte afspraken uit het coalitieakkoord, maar ook een richting kiezen voor deze opgaven. Corona Vorig jaar begonnen we de aanbiedingsbrief met de zin: De meesten van ons zijn niet bekend met zoveel onzekerheden over de toekomst als nu. We zijn nu een jaar verder: een bijzonder jaar, voor onze inwoners en voor onze bedrijven. Voor de meeste mensen is in het afgelopen jaar duidelijk geworden wat corona voor ons betekent en welke invloed corona heeft gehad en nog immer heeft op zowel economisch als sociaal gebied.

Het einde van de pandemie is in zicht, maar we zijn er nog niet: de druk op de zorg blijft groot. En hoewel er uitgebreide steunmaatregelen zijn vanuit het Rijk, maar ook ondersteuning vanuit de gemeente, blijft het voor veel ondernemers en inwoners in de gemeente Noordoostpolder een moeilijke tijd. Corona is nog niet voorbij en de effecten zullen nog langer merkbaar zijn. Alleen weten we nog niet precies wat die effecten zijn en in welke mate ze zullen voorkomen. Gaat de werkloosheid bijvoorbeeld sterker toenemen en vallen bedrijven alsnog om als de coronasteun wegvalt? Of is er voldoende veerkracht in onze samenleving? We weten het niet en waarschijnlijk zullen we zowel negatieve en positieve effecten zien. De vraag is hoe we als gemeente, inwoners en bedrijven op een sterke en solide manier uit de coronaperiode kunnen komen. Om hier zicht op te krijgen, en om te leren van deze periode – want het brengt ons ook nieuwe inzichten – houdt het college via ‘tafels’ en overleggen contact met onze inwoners en organisaties. Dit om nader zicht te krijgen op de effecten en eventueel te helpen zoeken naar oplossingen voor de samenleving van Noordoostpolder na corona. Onzekerheden Naast de onzekerheid die corona met zich meebrengt, hebben wij als gemeente ook te maken met andere factoren waarvan de afloop niet zeker is.

Op 15, 16 en 17 maart 2021 zijn we naar de stembus gegaan voor het kiezen van een nieuwe Tweede Kamer. Een nieuw kabinet leidt doorgaans tot nieuwe keuzes die effecten hebben voor gemeenten. De grootste effecten die we op dit moment verwachten van een nieuw kabinet zijn de keuzes die gemaakt worden rondom de herijking van het gemeentefonds (de Raad voor het Openbaar Bestuur verwacht in september zijn advies uit te brengen over de herverdeling van het gemeentefonds) en de (mogelijke) compensatie voor de kosten die worden gemaakt in de Jeugdzorg. De financiële effecten daarvan kunnen voor gemeenten fors zijn. Zeven grote thema’s Voor de komende jaren zien we zeven grote thema’s (bovengenoemde opgaven) waar we als gemeente mee te maken krijgen, waaronder duurzaamheid, Voorzien in Vastgoed, de Omgevingswet en het sociaal domein. Deze thema’s vloeien voort uit enerzijds ontwikkelingen op rijksniveau en anderzijds ontwikkelingen binnen onze eigen gemeente. Deze thema’s komen in de perspectiefnota aan de orde, en er zal worden aangegeven wat onze invloed is en welke keuzes wij voorstellen.

Perspectiefnota 2022-2025

2

Financiën De financiën van de gemeente blijven onder druk staan. Om met deze perspectiefnota als richtsnoer zicht te hebben op een duurzaam sluitende (meerjaren)programmabegroting 2022 – 2025, moeten keuzes worden gemaakt. We zetten in op het uitnutten van het potentieel van onze reservepositie om daarmee de verwachte tekorten op de exploitatie terug te dringen. Recente ontwikkelingen Een aantal onderdelen die effect hebben op de begrotingsresultaten hebben we nog niet kunnen verwerken omdat daarover nog besluitvorming moet plaatsvinden in Den Haag. Het belangrijkste onderdeel dat direct invloed zal hebben op de begroting vormt de hoogte van de budgetten voor jeugdzorg. De ingestelde arbitragecommissie Jeugdzorg stelt dat het Rijk álle kosten van jeugdzorg moet vergoeden aan de gemeenten. Immers, het is een medebewindstaak waarbij de gemeenten slechts in beperkte mate invloed hebben op de instroom naar en kosten van de jeugdzorg. De uitspraken van de arbitragecommissie zijn niet bindend maar een zwaarwegend advies aan het Rijk. Of het Rijk alle adviezen van de arbitragecommissie over gaat nemen, is onbekend. Het ligt in de rede te veronderstellen dat dit voor het structurele deel vanaf 2023 wordt overgelaten aan het volgende kabinet. Het kabinet heeft voor het jaar 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar gesteld aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg.

Dit komt bovenop de eerder toegezegde € 300 mln. voor dat jaar. Tot op heden heeft de gemeenteraad gekozen voor de lijn van behoudend begroten. Dit houdt onder andere in dat alleen inkomsten op de begroting worden gezet waarover volledige zekerheid is. Onze provinciale toezichthouder staat toe om -naar rato van het aandeel voor onze gemeente- deze middelen als structureel te beschouwen en als zodanig in de begroting te verwerken. Deze lijn wordt thans ook ingezet om de verwachte tekorten op de exploitatie terug te dringen om te komen tot een duurzaam sluitende begroting en meerjarenraming. Het risico dat het demissionaire kabinet en/of het nieuwe kabinet de gemaakte afspraken niet nakomt, wordt als zeer klein geacht. Onbekend is nog op welke manier de incidentele middelen voor het jaar 2022 worden verdeeld. Dit is nog onderwerp van gesprek in Den Haag en is ook ten tijde van het opstellen van deze gewijzigde perspectiefnota nog niet bekend. De incidentele middelen kunnen zonder verplichte bestedingsrichting worden overgedragen aan gemeenten via de algemene uitkering of decentralisatie uitkering omdat geacht wordt dat de in de begrotingen van gemeenten opgenomen middelen voor onder andere jeugdhulp reëel geraamd zijn en dat hiervoor op andere onderdelen binnen gemeentelijke begroting reeds is ingeleverd.

Echter, ook bestaat de mogelijkheid dat de middelen deels via een specifieke uitkering naar de gemeenten toekomen met een verplichte bestedingsrichting waarover verantwoording moet worden afgelegd. Het bedrag van € 1,314 miljard wordt opgenomen in de Miljoenennota 2022 en verwerkt in de septembercirculaire 2021. Middels een voorgestelde wijziging op de primitieve programmabegroting 2022-2025 wordt u vervolgens geïnformeerd over de uitkomsten van de septembercirculaire 2021.

Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder.

Perspectiefnota 2022-2025

3

Perspectiefnota 2022-2025

4

Inhoudsopgave

Aanbiedingsbrief..................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave....................................................................................................................................... 5 1.

Inleiding........................................................................................................................................... 7

2.

Financiële startpositie...................................................................................................................... 8

3.

Autonome ontwikkelingen............................................................................................................... 8

4.

De zeven grote thema's................................................................................................................... 9 4.1.

Duurzaamheid........................................................................................................................ 9

De opgave....................................................................................................................................... 9 Onvermijdbare ontwikkelingen...................................................................................................... 10 Eigen ambitie................................................................................................................................. 10 Financiële vertaling....................................................................................................................... 11 4.2.

Voorzien in vastgoed............................................................................................................ 12

De opgave..................................................................................................................................... 12 Onvermijdbare ontwikkelingen...................................................................................................... 12 Eigen ambitie................................................................................................................................. 13 Financiële vertaling....................................................................................................................... 14 4.3.

Omgevingswet...................................................................................................................... 15

De opgave..................................................................................................................................... 15 Onvermijdbare ontwikkelingen...................................................................................................... 15 Eigen ambitie................................................................................................................................. 15 Financiële vertaling....................................................................................................................... 16 4.4.

Mobiliteitsplan....................................................................................................................... 17

De opgave..................................................................................................................................... 17 Onvermijdbare ontwikkelingen...................................................................................................... 17 Eigen ambitie................................................................................................................................. 17 De planning................................................................................................................................... 18 Financiële vertaling....................................................................................................................... 19 4.5.

Sociaal domein..................................................................................................................... 20

De opgave..................................................................................................................................... 20 Onvermijdbare ontwikkelingen...................................................................................................... 20 De planning................................................................................................................................... 20 Financiële vertaling....................................................................................................................... 22 4.6.

Open en transparante overheid............................................................................................23

De opgave..................................................................................................................................... 23 Onvermijdbare ontwikkelingen...................................................................................................... 23 Perspectiefnota 2022-2025

5

Eigen ambitie................................................................................................................................. 23 Financiële vertaling....................................................................................................................... 23 4.7.

Digitalisering......................................................................................................................... 24

De opgave..................................................................................................................................... 24 Onvermijdbare ontwikkelingen...................................................................................................... 24 Eigen ambitie................................................................................................................................. 25 Financiële vertaling....................................................................................................................... 25 4.8. 5.

Financiële samenvatting hoofdthema’s.................................................................................26

Duurzaam sluitende meerjarenbegroting......................................................................................27 5.1.

Inzet reserves....................................................................................................................... 27

5.2.

Inkomstenverhoging............................................................................................................. 28

Financiële vertaling....................................................................................................................... 29 6.

Subsidieplafonds (voorlopige bedragen).......................................................................................30

7.

Begrotingsrichtlijnen...................................................................................................................... 36

Perspectiefnota 2022-2025

6

1. Inleiding In deze perspectiefnota stellen wij voor hoe we, in grote lijnen, tot de programmabegroting 2022-2025 willen komen. We gaan in op de zeven belangrijke thema's waarmee de gemeente te maken heeft in de komende vier jaar. Dit zijn grote ontwikkelingen waar we zelf, in meer of mindere mate, invloed op hebben. Deze thema's zijn: a. b. c. d. e. f. g.

Duurzaamheid Voorzien in Vastgoed Omgevingswet Mobiliteitsplan Sociaal domein Open en transparante overheid Digitalisering

In hoofdstuk twee beschrijven we de financiële startpositie van de perspectiefnota. Vervolgens geven we in hoofdstuk drie de autonome ontwikkelingen weer. In het vierde hoofdstuk benoemen we de zeven thema's. We geven bij deze thema’s aan wat de onvermijdbare ontwikkelingen zijn. Daarnaast geven we per onderwerp aan wat onze eigen ambities zijn. Aan het einde van hoofdstuk vier geven we een financiële samenvatting van de hoofdthema’s. In hoofdstuk vijf staan de voorstellen voor het duurzaam sluitend maken van de (meerjaren)begroting opgenomen. Het gaat om voorstellen om te komen tot een duurzaam sluitende programmabegroting door het uitnutten van onze bestemmingsreserves en door de verwerking van de toegezegde rijksmiddelen tot het niveau dat voor nu nodig is om te komen tot een duurzaam sluitende programmabegroting en meerjarenraming.

Perspectiefnota 2022-2025

7

2. Financiële startpositie Het financiële vertrekpunt voor deze perspectiefnota is de programmabegroting 2021 inclusief wijzigingen en de meerjarenraming 2022-2024. Voor het jaar 2025 geldt dat het jaar 2024 cijfermatig is doorgetrokken met inachtneming van de wijzigingen in het accres van het gemeentefonds, de vervangingsinvesteringen en de hogere financiële bijdrage aan de Veiligheidsregio.

Uitgangspositie 2022-2025

Structureel 2022 2023 2024 € -253.928 € -412.934 € -328.819 € (negatief) (negatief) (negatief)

2025 115.301 (positief)

Incidenteel 2022-2025 € 969.639 (positief)

3. Autonome ontwikkelingen Herijking gemeentefonds (voorlopig beeld) Vanaf 2023 vindt er een herijking plaats van het gemeentefonds. Door deze nieuwe verdeling zou de gemeente Noordoostpolder er financieel op achteruit gaan. Voor dit moment is het nadelig effect becijferd op € 522.500. Dit is exclusief het effect van de middelen voor Beschermd Wonen. De Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft in een tussenbericht vragen gesteld aan het ministerie van Binnenlandse Zaken over het voorstel voor de herverdeling van het gemeentefonds. Volgens de ROB zijn antwoorden op deze vragen nodig om tot een afgewogen oordeel en advies te komen. Inmiddels heeft demissionair minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) aan de Tweede Kamer geschreven dat zij de herverdeling van het gemeentefonds nog eens tegen het licht gaat houden. Nu is het de verwachting dat in juli 2021 een nieuw voorstel gereed is en dat het ROB hier in september 2021 een advies over uit gaat brengen. De verwachting is dat in de meicirculaire 2022 duidelijkheid komt over de nieuwe verdeelsleutel. Perspectiefnota 2022-2025

8

Uitgangspositie 2022-2025

Structureel 2022 2023 2024 € -253.928 € -412.934 € -328.819 € (negatief) (negatief) (negatief)

Herijking gemeentefonds Herijking gemeentefonds (voorlopig beeld) - herijking Sociaal Domein € - herijking Klassiek Domein (1) € - herijking AEM (2) € - herijkingseffect woonplaatsbeginsel (lasten) € - herijkingseffect woonplaatsbeginsel (baten) € € Meerjarenraming na autonome ontwikkelingen €

- € -3.467.500 - € 8.027.500 - € -5.082.500 - € 237.500 - € -237.500 - € -522.500

€ -3.467.500 € 8.027.500 € -5.082.500 € 237.500 € -237.500 € -522.500

2025 115.301 (positief)

Incidenteel 2022-2025 € 969.639 (positief)

€ -3.467.500 € 8.027.500 € -5.082.500 € 237.500 € -237.500 € -522.500

€ € € € € €

-

-253.928 € -935.434 € -851.319 € -407.199 (negatief) (negatief) (negatief) (negatief)

€

969.639 (positief)

(1) Onder het Klassiek Domein vallen de uitgaven met betrekking tot Bestuur en Ondersteuning, Infrastructuur, Ruimte en Milieu, Sport, Cultuur en Recreatie, Onderwijs en Openbare Orde en Veiligheid. (2) AEM staat voor Algemene Eigen Middelen. De Algemene Eigen Middelen bestaan uit de inkomsten van gemeenten uit de onroerendezaakbelasting (OZB) en de Overige Eigen Middelen (OEM). Deze Overige Eigen Middelen kunnen bestaan uit inkomsten uit grondexploitaties, overige belastingen (toeristen-, forensen-, precariobelasting, etc.) en inkomsten uit “overige” Overige Eigen Middelen (treasury, deelnemingen, etc.).

4. De zeven grote thema's In dit hoofdstuk gaan we in op de zeven grote thema’s waar we als gemeente de komende jaren mee te maken hebben. Soms bestaan er voor de gemeente meerdere manieren om met een thema om te gaan. Voor enkele thema’s hebben wij keuzes gemaakt, voor andere thema's geldt dat wij de invulling ervan overlaten aan het nieuwe gemeentebestuur van 2022. Wij verwachten dat er tegen die tijd ook meer duidelijkheid is over de financiële effecten van bijvoorbeeld de herijking van het gemeentefonds.

4.1.

Duurzaamheid

De opgave Nederland heeft zich internationaal gecommitteerd aan de doelstelling om in 2030 de uitstoot van CO 2 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om te komen tot een haalbare, betaalbare en uitvoerbare transitie voor gemeenten, inwoners en bedrijven. Gemeenten leveren een belangrijke bijdrage aan de CO 2-reductie en hebben daarvoor een opdracht gekregen van het Rijk. Het gaat om de energietransitie en, in het bijzonder, de warmtetransitie. De gemeenteraad heeft eerder het doel vastgesteld in de Visienota Noordoostpolder Energieneutraal om in 2030 energieneutraal te zijn. Omdat zowel inwoners als het bedrijfsleven een belangrijke rol vervullen in de CO 2-reductie, is samenwerking met deze partijen van groot belang. Gemeenten hebben hierin een regisserende en ondersteunende rol. Wij doen dat onder andere via het Energieloket en het Netwerk Energieneutraal. Energietransitie betekent dat we onze energie steeds meer willen halen uit hernieuwbare bronnen. We verminderen het gebruik van fossiele brandstoffen om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. De instrumenten van de Omgevingswet bieden handvatten om deze opgave aan te pakken. Verder hebben we ambities op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulaire economie: Perspectiefnota 2022-2025

9

  

Klimaatadaptatie komt voort uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Gemeenten, ook Noordoostpolder, hebben daar een stresstest voor moeten uitvoeren en een zogenaamde risicodialoog gehouden. Op het gebied van biodiversiteit is door de gemeenteraad een motie aangenomen en later een keuzenotitie vastgesteld. De circulaire economie komt met name voort uit het economisch beleid van de gemeente, waar dit onderwerp wordt meegenomen bij de sectortafels. Daarnaast zijn de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek ‘Energiek vooruit’ overgenomen door de gemeenteraad.

Al deze onderwerpen op het gebied van duurzaamheid hangen samen en hebben raakvlakken met diverse beleidsvelden.

Perspectiefnota 2022-2025

10

Onvermijdbare ontwikkelingen

De volgende onvermijdbare ontwikkelingen spelen op het vlak van duurzaamheid een rol:  

Warmtevisie en Regionale Energie Strategie (RES) – We voeren de warmtevisie uit zoals deze voortkomt uit het Klimaatakkoord. We zetten daartoe de Transitievisie warmte om naar één of twee wijkuitvoeringsplannen per jaar. Ook werken we mee aan de verplichte RES 2.0. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie – We geven uitvoering aan het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Daarin staan de afspraken tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten op het gebied van klimaatadaptatie.

Eigen ambitie We geven gevolg aan de gemeentelijke ambitie op het gebied van de energietransitie en we volgen de aanbevelingen in het rekenkamerrapport ‘Energiek vooruit’ op. We gaan de ambities herijken met een helder transitiepad.

Netwerk Energieneutraal

We blijven investeren in het ondersteunen en aanjagen van het Netwerk Energieneutraal. Daarvoor gebruiken we nu incidentele financiële middelen. Deze worden omgezet naar structurele middelen en ondersteuning. (Energie)fonds en klimaatadaptatie Voor grootschalige zonneparken hebben we een beleidsregel opgesteld waarin staat dat zij een participatiebijdrage doen per MWp opgesteld vermogen per jaar. Deze bijdragen komen in een door de gemeente beheerd fonds terecht. Daarmee helpen we lokale initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast nemen we deel in de cofinanciering voor de impulsregeling klimaatadaptatie van het Rijk, IPO, VNG en de Unie van Waterschappen (UvW). Circulair inkopen Binnen de organisatie gaan we waar mogelijk strakker sturen op circulair inkopen. Het gaat dan niet alleen om het inkopen van hergebruikte of herbruikbare producten: we zullen ook bij onze leveranciers letten op de manier waarop zij omgaan met circulariteit. Biodiversiteit We geven uitvoering aan de keuzenotitie ‘biodiversiteit’, zoals deze in de raadscommissie is behandeld. De uitvoering daarvan, inclusief de benodigde middelen, komt terug in het Beleidsplan Openbare Ruimte (BOR) dat in de tweede helft van 2021 aan de raad wordt aangeboden.

Programmatische aanpak Er zijn, rekening houdend met de onvermijdbare ontwikkelingen en de gemeentelijke ambitie, meerdere manieren om met duurzaamheid om te gaan. Omdat er vanuit het Rijk nog geen toezegging is gedaan voor extra middelen, kiezen we ervoor om in 2022, incidenteel, de huidige, programmatische aanpak van de energietransitie voort te zetten. Een programmamanager wordt ingezet om gericht projecten te ondersteunen en de organisatie te helpen bij de omslag in het denken over duurzaamheid, circulaire economie, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Als er in 2022 geen helderheid komt over structurele compensatie vanuit het Rijk, wordt voor 2023 en de jaren daarna gekozen voor een meer afgeslankte aanpak waarin de gemeente tegemoetkomt aan haar verplichtingen en ook aandacht heeft voor de invulling van haar eigen ambitie, maar zonder de inzet van een programmamanager.

Perspectiefnota 2022-2025

11

Financiële vertaling 4.1 - Thema Duurzaamheid Duurzaamheid

€

2022 -140.000 €

Structureel 2023 2024 -140.000 € -140.000 €

2025 -140.000

Incidenteel 2022-2025 € -105.000

De lasten voor het eerste jaar (2022) bedragen in totaal € 245.000. Hiervan wordt € 105.000 incidenteel uit de bestemmingsreserve gedekt en € 140.000 wordt als structurele last verwerkt. Het incidentele deel bevat onder meer de tijdelijke inzet van een programmamanager.

Perspectiefnota 2022-2025

12

4.2.

Voorzien in vastgoed

De opgave Gemeente Noordoostpolder blijft investeren in haar voorzieningen. Dit doen we volgens het Uitvoeringsprogramma Voorzien in Vastgoed 2018-2029 (ViV) waarin rekening is gehouden met de renovatie/nieuwbouw van het bestaande vastgoed. De onvermijdbare ontwikkelingen en keuzemogelijkheden binnen ViV worden in deze paragraaf behandeld. Onvermijdbare ontwikkelingen Brandweerkazernes De vijf brandweerkazernes in de dorpen Marknesse, Nagele, Rutten, Creil en Ens zijn aan vernieuwing toe. In 2018 is hiervoor in het Uitvoeringsprogramma ViV € 1,4 mln. beschikbaar gesteld. De uitvoering heeft op zich laten wachten door onduidelijkheid over het dekkingsplan voor de opkomsttijden vanuit de Veiligheidsregio enerzijds, en mogelijke toekomstige ontwikkelingen in brandbestrijding anderzijds. Daarover is nu met de Veiligheidsregio overeenstemming bereikt. Uit de laatste berekeningen blijkt dat aanvullend € 700.000 nodig is voor nieuwbouw van de kazernes. Dit bedrag leidt tot een structurele last van € 24.500. De redenen voor de extra benodigde middelen zijn als volgt:  In de eerste plaats wordt in de kazerne van Ens een tweede voertuig gestald. Dit betreft het regionale voertuig voor de verkenningseenheid, dat ook door de vrijwilligers van Ens wordt bemenst. Deze uitbreiding voor het stallen van een extra voertuig kost € 150.000.

Dit is, in tegenstelling tot de andere kazernes, niet mogelijk op de huidige locatie. Samen met de brandweer en het dorp zal een nieuwe locatie moeten worden gevonden. Hier zouden mogelijk nog kosten bijkomen wanneer hiervoor grond moet worden aangekocht.  In de tweede plaats geldt dat in het oorspronkelijk beschikbaar gestelde budget geen rekening is gehouden met prijsontwikkelingen en de wettelijke verplichtingen voor BENG. We hebben de prijzen op de bouwmarkt de afgelopen jaren flink zien stijgen. De prijsstijging en het voldoen aan de BENG-normen betekenen voor de vijf kazernes gezamenlijk een extra kostenpost van € 200.000.  In de laatste plaats is het voor het in standhouden van het vrijwilligerskorps belangrijk dat de kazernes een fijne en huiselijke uitstraling hebben, waar de brandweermensen bijgeschoold kunnen worden en ook na een actie kunnen napraten. Dit hogere afwerkingsniveau geeft een meerwerkpost van naar schatting € 50.000 voor de vijf kazernes. Daarnaast zijn er middelen nodig om te voldoen aan de Arbowetgeving en kosten voor de sloop van de huidige kazernes. Deze werkzaamheden kosten in totaal € 300.000. Met deze investering zullen de kazernes in de dorpen weer toekomstbestendig zijn. De komende tijd wordt gewerkt aan de (verdere) concrete invulling.

Nieuwe school Emmelhage Gemeente en schoolbesturen zijn voornemens een nieuwe basisschool in Emmelhage (fase 3B) te stichten. Deze zou in schooljaar 2024/2025 in gebruik moeten worden genomen. Uitgaande van een school met acht klassen betekent dit een investering van ruim € 3 mln. waarvoor in de nabije toekomst dekking moet worden gezocht en gevonden. Deze investering inclusief benodigde financiële dekking is nog niet opgenomen in deze perspectiefnota. Perspectiefnota 2022-2025

13

VO-Campus Wanneer alles volgens planning verloopt, wordt de nieuwbouw in 2026 in gebruik genomen. De hogere bouwkosten kunnen worden opgevangen in ViV. Om de ambitievariant ‘Alle VO op één locatie’ waar te maken, is een aanvullende investering door de gemeente nodig van € 5,7 mln. De kapitaallasten worden uit de reserves gedekt en hebben daarmee een neutraal effect op de exploitatie. Dit voorstel is in de raadsvergadering van juni behandeld. Kunstgrasveld voetbalcomplex Bij keuringen van onze sportaccommodaties in het kader van het opstellen van een Meerjarenonderhoudsplan Sportaccommodaties, werd duidelijk dat een van de kunstgrasvelden op het voetbalcomplex – hoofdveld ‘Flevo Boys’ – er slechter aan toe is dan verwacht. De vervanging van de bovenlaag is gepland in 2025. Nu wordt onderzocht of de kans reëel is dat het veld afgekeurd gaat worden vóór 2025 (een afgekeurd veld mag niet bespeeld worden). Zolang het veld een voldoende scoort, is er geen reden om het vervroegd te vervangen. De kans dat het kunstgrasveld eerder vervangen moet worden is aanwezig, al is hier vooralsnog nog geen jaar aan te koppelen. Daarnaast is geconstateerd dat, na discussies over de veiligheid van de gebruikte materialen in kunstgrasvelden, de kosten voor het vervangen van de toplaag van een kunstgrasveld naar verwachting hoger uitvallen.

Rekening moet worden gehouden met een extra investering van € 75.000, wat resulteert in een structurele last van € 5.400 per jaar. Atletiekbaan De geplande renovatie van de atletiekbaan in Emmeloord staat voor het jaar 2021 gepland. Hiervoor heeft de raad een bedrag beschikbaar gesteld van € 425.000. Eind 2020, tijdens het opstellen van een plan van aanpak, bleek de staat van de atletiekbaan beter dan verwacht en is een renovatie uitgesteld. Hierover is in eerste instantie overleg gevoerd met de atletiekvereniging die heeft ingestemd met het verplaatsen van de renovatie naar 2024. Wij verwachten dat we door de prijsontwikkelingen tot 2024 een bedrag nodig hebben van € 475.000. Dat is € 50.000 meer dan het huidige budget. Eigen ambitie Cultuurhuisvesting Voor cultuurhuisvesting kijken we breder dan het huidige Cultuurbedrijf. Zo kijken we ook naar andere culturele instellingen die een bijdrage kunnen leveren aan cultuurhuisvesting. De keuzemogelijkheden zijn:   

renovatie van alle locaties; samenvoeging van functies in (en verbouw van) één bestaande locatie; samenvoeging van functies in nieuwbouw.

Voor elk van de varianten is een investering noodzakelijk. De exploitatiebudgetten voor de huidige gebouwen (bijvoorbeeld voor kapitaallasten en onderhoudslasten) zijn hiervoor het vertrekpunt. Verwachting is dat daar in elk geval een substantieel deel van de aanpak van huisvesting uit bekostigd kan worden. Wanneer ervoor wordt gekozen om nieuwe cultuurhuisvesting te realiseren is de verwachting dat niet voor 2023 begonnen wordt aan de realisatie. Het is nog te vroeg om aan te geven welke investeringssom hiermee gemoeid is. Hiervoor zal eerst de ambitie van de raad duidelijk moeten worden, die in de tweede helft van dit jaar door de raad wordt bepaald. In de beleidsplanning 2014-2017 is een structureel bedrag beschikbaar gesteld van € 189.000 voor een verzelfstandigd Cultuurbedrijf. Dit bedrag is structureel beschikbaar maar wordt tijdelijk ingezet voor onder andere extra huisvestingskosten om de bestaande gebouwen bouwtechnisch in stand te houden. Het bedrag van € 189.000 vertegenwoordigt een geschatte investering van € 5,7 mln.

Perspectiefnota 2022-2025

14

Werelderfgoedcentrum De ‘pre-businesscase’ van een nieuw Werelderfgoedcentrum laat zien dat met de huidige beschikbare exploitatiebudgetten voor museum Schokland (onderhoud en exploitatie), en een andere insteek voor het exploiteren van een dergelijk centrum, er vooralsnog geen extra aanvraag voor structurele middelen nodig is. De investering in het Werelderfgoedcentrum wordt geschat op € 6 mln. De dekking daarvoor moet komen uit de exploitatie ervan door een externe partij. Een definitief besluit door de raad over de realisatie van een Werelderfgoedcentrum is afhankelijk van de voortgang van de realisatie van ‘Nieuwe Natuur Schokland’ en wordt niet voor medio 2023 verwacht. Financiële vertaling 4.2 - Thema Voorzien in Vastgoed Kunstgrasveld voetbalcomplex Atletiekbaan VO - campus Brandweergarages

Perspectiefnota 2022-2025

€ € € €

2022

- € - € - € -24.500 €

Structureel 2023 2024 - € - € - € - € - € - € -24.500 € -24.500 €

2025 -5.400 -24.500

Incidenteel 2022-2025 € € -50.000 € -5.700.000 € -

15

Perspectiefnota 2022-2025

16

4.3.

Omgevingswet

De opgave De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is met een half jaar verplaatst naar 1 juli 2022. De Omgevingswet vervangt alle oude wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving (zoals wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water). Vanaf 1 juli 2022 geldt: één wet, één loket, één procedure. Die procedure gaat bovendien van 26 naar 8 weken (met uitzondering van de uitgebreide procedure, die blijft 26 weken duren). De invoering van de wet is een behoorlijke omslag. Niet alleen voor overheden maar ook voor bewoners, ondernemers en organisaties. Noordoostpolder bereidt zich voor op de effecten van de nieuwe wet. Gemeenten worden niet volledig gecompenseerd voor de extra lasten en het verlies aan baten (er kunnen minder leges worden geïnd) die de Omgevingswet met zich meebrengt. De gemeenten willen dat duidelijk wordt dat dit nadeel niet structureel door gemeenten gedragen kan worden. De over deze zorgen door gemeente Noordoostpolder ingediende motie in de algemene ledenvergadering van de VNG in 2020, is nagenoeg unaniem aangenomen. Daarop is echter nog geen toezegging vanuit het Rijk gedaan voor extra middelen. Daarom wordt voorgesteld om 2022 als een overgangsjaar te zien waarbij de extra lasten en de vermindering aan baten incidenteel worden opgevangen.

Onvermijdbare ontwikkelingen Nieuwe wetten Voor de Omgevingswet geldt dus dat deze niet uitgevoerd kan worden binnen de middelen die beschikbaar zijn. Bovendien komt er een nieuwe wet voor de kwaliteitsborging voor het bouwen (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, de Wkb). Ook deze wet kent een beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022. De Wkb zal stapsgewijs ingevoerd worden en zal ook invloed hebben op de uitvoering van de Omgevingswet. Minder leges Door de invoering van de omgevingswet is het onvermijdelijk dat we minder leges gaan innen. Dat komt omdat er minder activiteiten worden uitgevoerd waar we leges voor kunnen heffen. Wanneer we de omgevingswet op een minimale manier zouden uitvoeren dan zouden we een negatief financieel resultaat hebben van € 400.000. Eigen ambitie Als gemeente hebben we met elkaar een aantal leidende principes vastgesteld. We leveren maatwerk, we bewegen mee met ontwikkelingen en zijn flexibel. Vertrouwen is het vertrekpunt in de onderlinge samenwerking tussen betrokken partijen en we communiceren volledig, tijdig en open met betrokkenen. Tot slot kijken we met een brede blik naar initiatieven en wie er allemaal betrokken (moeten) zijn; we houden rekening met alle belangen en wegen deze af. Om kosten te besparen moeten we vanaf 2023 onze ambities bijstellen.

Dat komt omdat we onvoldoende worden gecompenseerd door het Rijk voor de daling van de opbrengsten en de stijging van de kosten die de Omgevingswet met zich meebrengt. Dat betekent dat we vanaf 2023 als gemeente een minder stimulerende rol zullen spelen bij het participeren bij initiatieven. Dit laten we dan meer aan de samenleving zelf over. Verder zullen we beperkter in staat zijn om maatwerk te leveren.

Perspectiefnota 2022-2025

17

Financiële vertaling Om vast te houden aan de leidende principes is € 900.000 nodig. Daarvan zit op dit moment € 300.000 opgenomen in de begroting. Dat betekent dat er in deze perspectiefnota voor 2022 een incidenteel bedrag wordt gevraagd van € 600.000. Voor 2023 en verder is er nog geen budget opgenomen in de begroting. Voor die jaren hebben we € 600.000 per jaar nodig om uitvoering te kunnen geven aan de afgeslankte variant van de omgevingswet. Indien het Rijk met voldoende structurele financiële compensatie komt, kunnen we ervoor kiezen om de variant van leidende principes vanaf 2023 te handhaven.

4.3 - Thema Omgevingswet Omgevingswet

Perspectiefnota 2022-2025

€

2022

Structureel 2023 2024 2025 - € -600.000 € -600.000 € -600.000

Incidenteel 2022-2025 € -600.000

18

4.4.

Mobiliteitsplan

De opgave Met het mobiliteitsplan willen we als gemeente toekomstbestendige mobiliteit in Noordoostpolder realiseren. Halverwege het jaar 2020 zijn we als gemeente gestart met de mobiliteitsvisie inclusief mobiliteitsplan, vanwege een aflopend gemeentelijk verkeers- en vervoersplan en de toekomstige uitdagingen ten aanzien van de mobiliteitsopgaven. Onvermijdbare ontwikkelingen Cofinanciering rijkssubsidie verkeersveiligheidsmaatregelen 2022-2025 In 2020 besloot het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) om landelijk € 500 mln. beschikbaar te stellen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid in het kader van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. Dit bedrag wordt in gedeeltes van € 100 mln. beschikbaar gesteld, op basis van een eigen bijdrage (cofinanciering) van 50%. In totaal is aan Noordoostpolder onder voorwaarden een subsidie toegekend van € 1.289.030. Hiervan is € 66.375 voor het uitvoeringsjaar 2021 en € 1.222.655 voor de uitvoeringsperiode 2021-2025. Op 7 juni 2021 wordt besloten over het ter beschikking stellen van een budget van € 66.375. Dit betreft de subsidie vanuit het Ministerie van I en W. Het gemeentelijk aandeel in de kosten van € 116.375 voor 2021 wordt gedekt uit bestaande budgetten bestemd voor (groot) onderhoud wegen (€ 66.375) en het bestaande budget bestemd voor Verkeer(smaatregelen) van € 50.000.

Om te voldoen aan de voorwaarden van cofinanciering moet er voor de periode 2022-2025 € 600.000 incidentele dekking worden gevonden. Door te investeren in verkeersveiligheid kunnen we een antwoord bieden op de zorgen die worden geuit door de samenleving. Door de koppeling van de subsidie aan onze eigen middelen is het mogelijk om meer veiligheidsmaatregelen te nemen. Vaste en beweegbare bruggen Er komt een nieuw beleidsplan voor bruggen. Tot op heden is er sprake van verschillend beleid voor vaste en beweegbare bruggen. In het nieuwe beleid komt dat samen in één beleidsplan. Voor de komende twintig jaar is het nog niet zeker of het benodigde budget voor vaste bruggen toereikend is. In het nieuwe beleidsplan zal ook aandacht zijn voor de beweegbare bruggen en de hiervoor benodigde investeringssom. Een van de grootste opgaven die daarin een plek moet krijgen is de vervanging van de Kadoelerbrug. We gaan met de gemeente Steenwijkerland het gesprek aan over het vervangen van deze brug. Hiermee is een investering van ongeveer € 4 mln. gemoeid. Vervangen en rehabiliteren van wegen Er is een voorziening voor het groot onderhoud van wegen. Daarin worden middelen gereserveerd voor toekomstig onderhoud. Voor vervangingen en rehabilitatie van wegen zijn geen middelen in de programmabegroting opgenomen.

De jaarlijkse storting in de voorziening is ongeveer gelijk aan de jaarlijkse uitgave voor onderhoud. Eigen ambitie Aansluiting op de A6 Als gemeente is een goede verbinding met de A6 van groot belang voor de bereikbaarheid van onze gemeente. Daarom willen we de aansluitingen op de A6 verbeteren ten behoeve van de doorstroming. Op dit moment staan er op drukke momenten auto’s op rijksweg A6 te wachten om van de snelweg af te kunnen. Dit is een onveilige situatie omdat de rest van het verkeer erlangs gaat met maximale snelheid. Rijkswaterstaat en de provincie zijn bereid het grootste deel van de investering te betalen. Aan de gemeente Noordoostpolder wordt gevraagd om cofinanciering. Dat gaat om € 125.000 per afslag. In totaal dus een bijdrage vanuit de gemeente van € 250.000 voor de twee aan te pakken aansluitingen. Perspectiefnota 2022-2025

19

Fietspad Zwartemeerdijk Er zijn concrete plannen om een fietspad op de Zwartemeerdijk te realiseren. De kosten hiervan worden op dit moment doorgerekend. Waterschap, provincie en gemeente zullen gezamenlijk deze kosten dragen. Vooruitlopend op de definitieve doorrekening van de benodigde investering wordt het gemeentelijk aandeel geschat op aanvullend € 150.000 in deze perspectiefnota. De planning De bovenstaande onderwerpen zijn nog niet vastgesteld in een mobiliteitsvisie en een mobiliteitsplan. Om te komen tot een nieuw mobiliteitsplan hebben we een proces en procedure uitgewerkt. Dat ziet er als volgt uit: Fase I Fase II Fase III

Het komen tot een nieuwe koers voor de mobiliteit in de gemeente (visie). Het concretiseren van de koers (uitwerking mobiliteitsplan). Uitvoering geven aan de koers (uitvoeringsplan).

Fase I Het komen tot een nieuwe koers voor de mobiliteit (mobiliteitsvisie) Vanuit de samenleving zijn er zorgen over onder andere de fietsveiligheid, het landbouwverkeer, de toekomst van het OV en de ‘oversteekbaarheid’ in de kernen. Dit is een verantwoordelijkheid van de gemeente én de provincie. Hier moeten oplossingen voor komen, die ook passen in de langetermijntoekomst van de Noordoostpolder. Bij het vinden van oplossingen kijkt de gemeente hoe mobiliteits- en infrastructuuringrepen als instrument dienen om de hogere doelen te bereiken: - De mens centraal: zorgen voor een sociale gemeente waarin iedereen mee kan doen qua mobiliteit. Een gezonde gemeente, waarin mobiliteitsgedrag als wandelen en fietsen wordt ondersteund. - Herwinnen van openbare ruimte: zorgen dat er een goede balans is tussen verkeersruimte, verblijfsruimte, wandelen, fietsen, OV en autoverkeer, en ruimte voor groen. - Bijdragen aan energietransitie en klimaatverandering: zorgen dat de gemeente wandelen, fietsen, OV-gebruik en elektrische mobiliteit ondersteunt. - Economische bereikbaarheid: zorgen dat de Noordoostpolder goed bereikbaar is met alle vervoerwijzen (A6, N50, buslijnen, Lelylijn). - Financieel gezond en toekomstbestendig: zorgen dat mobiliteitsoplossingen toekomstvast en betaalbaar zijn. De besluitvorming in de raad is gepland in het vierde kwartaal van 2021.

Fase II Het concretiseren van de koers (uitwerking mobiliteitsplan) Wanneer voorgaande hogere doelen zijn uitgewerkt in een visie worden de strategische mobiliteitsopgaven bepaald. Dit zouden de volgende opgaven kunnen zijn: - Slimmer beheer van de weginfrastructuur, door gemotoriseerd verkeer sterker te bundelen op hoofdroutes, en de buitenwegen meer autoluw of autovrij te maken (uitgezonderd bestemmingsverkeer). - Verbeteren en fijnmaziger maken van fietsnetwerken in het buitengebied en in de kernen. - Ondersteunende fietsmaatregelen, zoals gedrag, markering, slimme mobiliteitsmaatregelen en educatie. - Voorbereiden op de lange termijn OV-structuur in de hele gemeente, met een goede balans tussen aanbodgericht OV (klassiek OV met dienstregeling) en innovatieve vraaggestuurde mobiliteitsvormen voor het eerste en laatste deel van de reis (zoals autonoom OV, buurtbus, nieuwe vormen van deelmobiliteit en private lease-oplossingen). - Inzetten op hoogwaardige OV-haltes, ‘dorps-hubs’ met combinaties van OV, elektrische deelmobiliteit en maatschappelijke dorpsvoorzieningen, en toeristische overstappunten. - Voorbereiden van de gemeente op de mogelijke komst van de Lelylijn, die naar verwachting bijdraagt aan een sterk en gezond voorzieningenniveau en een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven.

Perspectiefnota 2022-2025

20

-

-

Overnemen van het besluit van de Tweede Kamer om een maximumsnelheid van 30 km per uur als standaard binnen de bebouwde kom in te voeren met uitzondering van wegen waar 50 km per uur onvermijdelijk is. Dat geldt bijvoorbeeld voor het gebied rond het centrum en de scholencampus in Emmeloord en in de dorpen. Toewerken naar een betere balans tussen verkeersdoorstroming, verblijfskwaliteit en oversteekbaarheid in de verschillende dorpen (nieuwe maximumsnelheid, uniforme weginrichting, beter kunnen oversteken).

De besluitvorming in de raad is gepland in het eerste kwartaal van 2022. Fase III Uitvoering geven aan de koers (uitvoeringsplan) Wanneer de mobiliteitsvisie en uitwerking van het mobiliteitsplan zijn vastgesteld, komt de focus te liggen op het uitvoeren van dit plan. Maatregelen worden verder uitgewerkt en combinaties worden gezocht met het onderhoudsprogramma.

Financiële vertaling Onvermijdbare ontwikkelingen 4.4 - Thema Mobiliteitsplan Cofinanciering subsidie Verkeersveiligheid

€

2022

- €

Structureel 2023 2024 - €

- € - €

Structureel 2023 2024 - € - €

Eigen ambities 4.4 - Thema Mobiliteitsplan Cofinanciering aansluitingen op A6 Fietspad Zwartemeerdijk

Perspectiefnota 2022-2025

€ €

2022

- €

- € - €

2025

2025

-

Incidenteel 2022-2025 € -600.000

-

Incidenteel 2022-2025 € -250.000 € -150.000

21

4.5.

Sociaal domein

De opgave Als gemeente staan we voor een toekomstbestendig sociaal domein. Daarom zijn we in oktober 2019 gestart met de evaluatie ‘budgetneutraal sociaal domein’, later bekend onder de titel: ‘Grip op sociaal domein’. We hebben hierop ingezet vanwege de oplopende financiële tekorten in het sociaal domein, in combinatie met een toenemende zorgvraag in de toekomst.

Onvermijdbare ontwikkelingen De bezuinigingen moeten de komende jaren verder worden uitgevoerd. Daarbij is de koers gekozen om in te zetten op het afremmen van de groei en het stabiliseren van de uitgaven. Voor het overzicht is hieronder het proces rondom ‘Grip op sociaal domein’ uitgezet. Voor de perspectiefnota is vooral fase III van belang omdat die de grootste impact heeft op de periode 2022-2025. De planning Fase I Fase II Fase III

Het komen tot een nieuwe koers sociaal domein (visie) Het concretiseren van de koers (uitvoeringsplan) Uitvoering geven aan de koers (daadwerkelijk uitvoeren en monitoren van het effect)

Fase I: Het komen tot een nieuwe koers sociaal domein Fase I is inmiddels afgerond en heeft geresulteerd in de keuze voor het scenario ‘Afremmen van de groei en het stabiliseren van de uitgaven’. Deze koers is inhoudelijk uitgewerkt in het beleidsplan ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ en vastgesteld op 27 januari 2021. Het nieuwe beleid laat een scherpere koers zien om ervoor te zorgen dat de zorg ook in de toekomst voor de gemeente betaalbaar blijft. Het uitgangspunt blijft dat inwoners mee moeten kunnen doen aan de samenleving, zoveel mogelijk op eigen kracht en met hulp van eigen netwerken. Lukt dat niet, dan zorgt de gemeente voor passende ondersteuning. Dit betekent bijvoorbeeld dat de gemeente samen met organisaties en instellingen de ondersteuning anders gaat organiseren. En ondersteuning die wettelijk niet verstrekt hoeft te worden, wordt straks niet meer vergoed. Daarnaast zet de gemeente zich in voor een overzichtelijker zorglandschap. En om te voorkomen dat inwoners te lang met hun vraag blijven rondlopen, heeft de gemeente al een sociaal loket ingericht. Hiermee wil de gemeente voorkomen dat een relatief eenvoudige zorgvraag een complexe zorgvraag wordt. Voorkomen staat voorop. Fase II: Concretiseren van de koers (uitvoeringsplan) Inmiddels is fase II van het project gestart. Het college komt in de eerste helft van 2021 met het uitvoeringsplan.

Hierin is een set met concrete maatregelen opgenomen voor de wijze waarop de gemeente uitvoering wil geven aan de nieuwe koers in het sociaal domein en hoe zij de bijbehorende financiële taakstelling wil bereiken. Waar nodig worden maatregelen geconcretiseerd in de nog op te stellen deelplannen Participatie, Wmo/Volksgezondheid en Minima. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfsvoering binnen het uitvoerende cluster sociaal domein (hierna USD). De uitkomst hiervan is dat de structurele bezetting USD onvoldoende is en er meer capaciteit nodig is om enerzijds de reguliere dienstverlening te kunnen uitvoeren en anderzijds om zich extra te kunnen inzetten ten behoeve van de uitvoering van de maatregelen ‘Grip op het sociaal domein’.

Perspectiefnota 2022-2025

22

Fase III: Uitvoering geven aan de koers De komende jaren ligt de focus op het uitvoeren van de koers. Maatregelen worden verder uitgewerkt, uitgevoerd en gemonitord. Hierbij moet voortdurend gekeken worden hoe de groei in het sociaal domein zich ontwikkelt en/of er minder of meer maatregelen nodig zijn om de taakstelling binnen het sociaal domein te bereiken. Voor de implementatie van deze maatregelen is incidenteel budget nodig, naast, zoals gezegd, de structurele uitbreiding voor de reguliere uitvoering. Dit ziet er als volgt uit: Formatie Incidentele formatie project Incidentele formatie USD

2021 2,8 6,2

2022 1,1 5,1

Structurele formatie USD Structurele formatie B&FPC Totaal

4,4

4,4 0,8 11,4

Budget

13,4

2023 0,6 2,6 4,4 0,8 0,8 8,4

2024 4,4

2025

5,2

4,4 0,8 5,2

2021

2022

2023

2024

2025

Projectkosten Frictiekostenbudget Incidentele formatie USD

222.733 32.360 492.800

139.200 28.553 404.800

100.000 144.289 208.000

94.797 -

-

Incidentele kosten Structurele formatie USD (4,4 fte) Structurele formatie B&FPC (0,8 fte) Besparing Structurele kosten Structurele besparingen Saldo structureel

747.894 353.600 70.000 423.600 -423.000

572.553 353.600 70.000 - 53.600 423.600 353.600 -70.000

452.289 353.600 70.000 -423.600 423.600 423.600 0

94.797 353.600 70.000 -423.600 423.600 423.600 0

353.600 70.000 - 423.600 423.600 423.600 0

De gepresenteerde formatie is het surplus ten opzichte van de huidige begrote formatie. Naarmate het project vordert, neemt de incidentele formatiebehoefte af. Uiteindelijk resteert alleen de structurele behoefte van 4,4 fte voor USD en 0,8 fte voor B&FPC. De extra benodigde incidentele middelen voor de periode 2021–2024 bedragen € 1,9 mln. Daarvan valt het jaar 2021 (€ 0,748 mln.) buiten de scope van deze perspectiefnota. Voor de integrale afweging en het effect op de reservepositie wordt het bedrag toch genoemd in deze perspectiefnota. Dat betekent dat voor de periode 2022-2025 € 1,1 mln. wordt onttrokken aan de reserve. Naast de incidentele middelen is er vanaf 2022 structureel € 0,423 mln. per jaar extra nodig voor USD en de financiële ondersteuning. Tegenover de structurele middelen staan op termijn structurele besparingen. De benodigde structurele middelen in 2021 (€ 0,423 mln.) vallen buiten de scope van de perspectiefnota. Met ingang van 2025 wordt, bovenop de eerder geraamde ombuiging van € 2,1 mln., € 0,423 mln. bespaard. Deze besparingen worden met name bereikt door in de uitvoering de beoordeling van nieuwe (en te verlengen) aanvragen te intensiveren. Waar mogelijk wordt naar goedkopere alternatieven gezocht. Ook letten we (nog) scherper op de vraag of de gemeente aan zet is om bepaalde problematiek op te lossen.

In het goedgekeurde beleidsplan Sociaal Domein is de koers naar scherper indiceren al opgenomen. Via verschillende efficiencymaatregelen ontstaat hier ook in de bedrijfsvoering ruimte voor. Vanzelfsprekend houden wij de wet- en regelgeving, de jurisprudentie en ook de menselijke maat goed in de gaten. Perspectiefnota 2022-2025

23

De besparing is verdeeld over de drie domeinen Participatiewet, Wmo en Jeugdwet. Het realiseren van de totale besparing is een gestaag proces: maatregelen hebben tijd nodig om ontwikkeld te worden en effect te krijgen. En een voorziening die tegen het einde van het jaar wordt afgeschaald levert pas het volgend jaar een duidelijk waarneembare besparing op.

Financiële vertaling 4.5 - Thema Sociaal Domein Uitvoeringsplan grip op het sociaal domein Structurele besparing

€ €

2022 -423.600 € 423.600 €

Structureel 2023 2024 -423.600 € -423.600 € 423.600 € 423.600 €

2025 -423.600 423.600

Incidenteel 2022-2025 € -1.119.639 € -70.000

(*) In 2022 is de besparing € 353.600. Het verschil (€ 70.000) wordt met incidentele middelen opgevangen.

Perspectiefnota 2022-2025

24

4.6.

Open en transparante overheid

De opgave Inwoners en bedrijven vragen steeds meer om open en transparant contact met de overheid. Dat vraagt om een gemeente die goed bereikbaar is, met een solide bedrijfsvoering. We willen onze dienstverlening transparant uitvoeren en de beschikbare kennis en data slimmer gebruiken. Onvermijdbare ontwikkelingen Diverse wetten De gemeente moet voldoen aan diverse nieuwe wetten en regels die van invloed zijn op de open en transparante overheid. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), Archiefwet, Wet openbaarheid van bestuur (WOB) en het inkoopbeleid. In plaats van de WOB komt vanaf 2022 de Wet open overheid (Woo). Daardoor worden gemeenten verplicht om bepaalde informatie zelf actief openbaar te maken. In de huidige WOB was dat alleen het geval wanneer erom gevraagd werd. Daarnaast zijn er verplichtingen op het gebied van de informatiehuishouding opgenomen in de diverse wetten. Op basis van de Woo zijn we verplicht om een informatiemedewerker aan te stellen (geraamd op 0,3 fte). Het actief publiceren van een groot aantal documenten zal een forse éénmalige inspanning met zich meebrengen. De omvang daarvan kan momenteel nog niet goed geschat worden. Daarnaast moeten er kosten gemaakt worden voor aanpassingen van bestaande informatiesystemen en voor aanvullende abonnementskosten.

Omdat het een wettelijke taak is, wordt een gedeelte van deze kosten gecompenseerd in het gemeentefonds. De financiële compensatie bestaat uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen bedragen voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 mln. per jaar. De structurele middelen bedragen € 21,03 mln. in 2022 en oplopend naar structureel € 42,06 mln. vanaf 2026. Eigen ambitie Inkoopbeleid en rechtmatigheid Bij een open en transparante overheid hoort ook dat de gemeente kan voldoen aan de eisen die worden gesteld aan inkoop en rechtmatigheid. Partijen die zaken doen met de gemeente moeten erop kunnen rekenen dat de gemeente kan voldoen aan de strenger wordende eisen op dat gebied. Daarom is eenmalig extra personele ondersteuning nodig van 0,4 fte in 2022. Voor 2022 en 2023 wordt een inkoopadviseur (1,0 fte) tijdelijk ingehuurd. Doorontwikkeling financieel beleid Voor het verder inzichtelijk maken en het verstevigen van het financiële beleid is extra personele capaciteit nodig. Daarvoor is structurele personele inzet nodig (0,4 fte). Dienstverlening Het eerste contact voor de meeste inwoners met de gemeente verloopt via het Klantcontactcentrum (KCC). Om de bezetting bij het KCC op orde te houden en om onze informatieveiligheid te waarborgen wordt al een aantal jaren gebruik gemaakt van flexibele inhuur.

Om deze dienstverlening te kunnen waarborgen is ons voorstel om het personeel dat de afgelopen jaren ‘incidenteel’ werd ingehuurd permanent op te nemen in de formatie voor het KCC (4,1 fte).

Perspectiefnota 2022-2025

25

Financiële vertaling 4.6 - Thema Open en transparante overheid 2022 Inkoopbeleid / rechtmatigheid € Inkoopadviseur € Doorontwikkeling financieel beleid € -30.000 Klantcontactcentrum € -260.000

4.7.

Structureel 2023 2024 € - € € - € € -30.000 € -30.000 € -260.000 € -260.000

2025

€ € € -30.000 € -260.000

Incidenteel 2022-2025 € -28.000 € -140.000 € € -

Digitalisering

De opgave Een van de meest elementaire basisonderdelen voor een gemeentelijke organisatie is informatie. Informatie vormt de “backbone” voor onze dienstverlening aan inwoners, ondernemers en instellingen. De informatiebehoefte maar ook de daarbij behorende toepassingen en verplichtingen zijn de afgelopen jaren steeds meer toegenomen en meer digitaal geworden. Als gemeente zullen en willen we daar verder in blijven investeren. Regelmatig omdat wetgeving ons dat verplicht of door ons eigen beleid en de wens om dienstverlenend te zijn. Onze werkzaamheden op dat vlak nemen steeds meer toe met gevolgen voor onze ICT-infrastructuur, software, onze werkwijzen en ons beheer. Als gemeente hebben we veel persoonsgegevens van onze inwoners en objectgegevens. We zijn wettelijk verplicht om (steeds meer) basisregistraties met gegevens van inwoners en objecten te beheren of gegevens te delen. Digitaal is steeds meer de standaard. Inwoners en ondernemers zijn steeds meer digitaal en adopteren nieuwe ontwikkelingen. Ze verwachten digitaal zaken te kunnen met de overheid. Daar moet de overheid op blijven inspelen. De digitale wereld verandert steeds sneller en er ontstaan steeds nieuwe mogelijkheden. Dat wat vijf jaar geleden de standaard was, is nu al verouderd. Digitalisering is vandaag de dag een absolute vereiste om als organisatie te kunnen functioneren.

Maar tegelijkertijd ontstaan er ook nieuwe uitdagingen. De ICT-functionaliteiten moeten goed beschikbaar zijn en blijven en we moeten structureel aandacht hebben voor de digitale dreigingen. Veel systemen zijn aan elkaar verbonden en structuren in de gegevens architectuur zijn uitgebreid en complex geworden. Wijzigingen daarbinnen vergen een nauwgezette uitvoering en begeleiding. Onvermijdbare ontwikkelingen Beheren, informatieveiligheid en privacy We hebben dus steeds meer digitale data onder onze hoede. We moeten blijvend investeren in de veiligheid van die data en capaciteit daarvoor beschikbaar hebben. Onze inwoners en ondernemers verwachten dat wij als goed huisvader waken over hun gegevens en dat hun privacy gewaarborgd is. En onze medewerkers moeten kunnen beschikken over deze gegevens en ervan uit kunnen gaan dat deze gegevens correct zijn. Wetgeving zoals de AVG en Archiefwet zijn hierin leidend. Maar ook de strengere eisen van de Baseline informatieveiligheid Overheid (BIO). Jaarlijks moeten we aantonen via interne en externe audits, accountantstoetsen, collegeverklaringen en bestuursrapportages dat wij aan deze eisen voldoen. Dit is ook belangrijk voor onze samenwerkingspartners en contractpartijen. Over en weer moeten we weten dat de informatie veilig is en de privacy gewaarborgd blijft.

Digitaal samenwerken Het digitaal samenwerken en delen van documenten is essentieel om ons werk goed te kunnen doen. Het plaatsonafhankelijk werken heeft een vlucht genomen en is een belangrijke randvoorwaarde gebleken bij het continueren van onze dienstverlening het afgelopen jaar. Voor zo’n digitale werkplek kunnen we niet om Microsoft heen. Simpelweg omdat er in de markt geen alternatieven zijn. Door hun overgang naar abonnementsvormen en werken in de Cloud, nemen de structurele kosten fors toe.

Perspectiefnota 2022-2025

26

In 2021 zijn we als organisatie overgegaan op Office 365, dat onderdeel uitmaakt van een bredere suite (Microsoft 365) die we willen gaan gebruiken. Het biedt ons kansen om efficiënter samen te werken, maar om deze suite verantwoord in gebruik te kunnen nemen is beheercapaciteit nodig. Dat is nodig omdat we zelf verantwoordelijk zijn voor een goede en veilige inrichting van deze omgeving. We moeten zorgen voor juiste autorisaties, zodat alleen medewerkers die iets met bepaalde gegevens of autorisaties moeten doen erbij kunnen. En monitoren wat er gebeurt, trends herkennen en afwijkingen signaleren. Microsoft 365 vraagt als platform meer beheer dan dat tot op heden nodig was binnen onze organisatie. Steeds meer software te beheren en specifiek expertise nodig De gemeente heeft inmiddels ongeveer 350 applicaties (software) die beheerd moeten worden. Steeds meer ICT-contracten om te monitoren en beheren. We hebben te maken met ontwikkelingen als ‘Cloud computing’ en ‘Software as a Service’ (SaaS). Hierbij worden kosten in rekening gebracht op basis van werkelijk gebruik. In de praktijk betekent dit dat we minder investeringen doen, maar wel meer kosten voor een abonnement of licenties moeten betalen. Er blijft altijd intern beheer nodig.

Leveranciers bieden meer software als een service aan en daardoor worden we als gemeente soms deels ontzorgd, maar ook hiervoor moet wel worden betaald. De toegenomen kosten door deze nieuwe vorm van werken zijn hoger dan de besparing die we er intern mee kunnen realiseren (€ 75.000). In de afgelopen jaren zijn we met de beschikbare middelen in staat geweest de benodigde kennis en vaardigheden in de organisatie te borgen, maar we hebben onze grenzen daarin bereikt. We zien voor de komende jaren een aantal ontwikkelingen op ons afkomen waarvoor extra middelen benodigd zijn, willen we deze met ICT en digitaal verantwoord kunnen implementeren en beheren. Voor de steeds complexer wordende softwarepakketten is soms tijdelijk specifieke expertise nodig. Expertise die wij als gemeente niet hebben en waarvan het niet efficiënt is om deze kennis intern te borgen. Er is budget nodig om deze expertise in te kunnen huren (€ 100.000). Eigen ambitie De verdere digitalisering en het (verplicht) invoeren als standaard van Microsoft 365 vraagt om een financiële impuls voor de noodzakelijke implementatie. In eerste instantie is gekozen om incidenteel voor 2022 benodigde middelen op te nemen voor functioneel beheer en veiligheid (€ 150.000).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1831/documents/33576