15.2 Bestemmingsplan ‘Emmeloord, Rietstraat (noord)’.pdf
Tekst van het document
4.2 Impact uitvoering Op basis van de voorgenomen werkzaamheden wordt er tijdens de uitvoering gewerkt binnen de kwetsbare boomzone, dit betreft de kroonprojectie plus 1,5 meter. Bij het werken binnen de kroonprojectie zijn de risico’s beschreven in paragraaf 1.3. Hieronder worden adviezen gegeven om de risico’s door de impact van de uitvoering te voorkomen. In paragraaf 4.4 worden algemene randvoorwaarden voor boombescherming opgenomen om risico’s op schade te beperken. Bronbemaling Bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden kan het noodzakelijk zijn om de grondwaterstand te verlagen door middel van bronbemaling. Hierdoor kan de waterhuishouding van de bomen ernstig worden verstoord en kan door een langere periode zonder vocht onherstelbare schade ontstaat door het verdrogen van de boomwortels en de bladmassa. Bomen lopen dit risico in de periode maart - oktober bij een uitvoeringsduur van meer dan 1 week aaneengesloten. Ter voorkoming van schade door de bronbemaling is het noodzakelijk om watergiften toe te dienen. Hiervoor dient door een boomdeskundige een boombeschermingsplan te worden opgesteld op basis van het bemalingsadvies. Transportbewegingen materieel en opslag materiaal onder de kroon Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt er mogelijk met materieel onder de boomkronen gereden en worden er mogelijk materialen of bouwketen onder de kroon opgeslagen.
Dit heeft door het gewicht impact op de groeiplaats van de boom door druk op de ondergrond, dit kan ertoe leiden dat de ondergrond wordt verdicht. Door de verdichting is wortelgroei niet meer mogelijk en sterven haarwortels af. Deze processen zijn niet altijd direct zichtbaar en kunnen tot wel 5 jaar later leiden tot het afsterven van de boom. Ter bescherming van de boom dient de kroonprojectie fysiek te worden afgeschermd door middel van onderling verbonden bouwhekken. Wanneer dit niet mogelijk is dient een boombeschermingsplan te worden opgesteld door een boomdeskundige. Draaibereik van materieel en hijsen van materialen Wanneer onder de boomkroon gewerkt kan de boom beschadigd raken door het draaien van de machine of bewegingen met de arm van een kraan. Tijdens het hijsen van materialen kan schade ontstaan aan de kroon van de boom. Door bast- en kroonschade kunnen invalspoorten ontstaan voor parasitaire houtaantasters en kan de sapstroom onderbroken worden, dit kan de dood van de boom tot gevolg hebben of het langzaam afsterven van de boom inleiden. Ter bescherming van de boom dient de kroonprojectie fysiek te worden afgeschermd door middel van onderling verbonden bouwhekken. Wanneer dit niet mogelijk is dient een boombeschermingsplan te worden opgesteld door een boomdeskundige.
16
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
4.3 Randvoorwaarden boombescherming Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de volgende randvoorwaarden. Ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel.
17
Aanstellen onafhankelijk boomtoezichthouder die ETT (European Tree Technician) is gecertificeerd, met de volmacht tot nader order van de directie om de werkzaamheden stil te leggen. Wortels dikker dan 5 cm alleen haaks op de groeirichting afzagen, waarbij rafelige wonden dienen te worden voorkomen en onder toezicht van een ETW (European Tree Worker) gecertificeerde boomverzorger. Aan de uitvoerende partijen wordt de poster “Werken rond Bomen” van Stadswerk (zie Bijlage 1) verstrekt en van toepassing verklaard in het bestek. De kwetsbare boomzone mag niet gebruikt worden voor opslag van materialen (ook geen depositie van vrijkomend grond). Binnen de kwetsbare boomzone mag niet gereden worden met zwaar materieel zoals rupskranen en minigravers. Is betreding van de kwetsbare boomzone met zwaar materiaal onvermijdelijk, dan alleen met gebruik van druk verdelende platen voor de duur van max. 2 weken. De bomen staan binnen het draaibereik van graafmachines, hiervoor adviseren wij ter voorkoming van schade om de stam te ommantelen met planken met daartussen een drainbuis. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een toolbox te worden georganiseerd voor alle leidinggevende en operationele medewerkers inclusief inhuur op het project, waarbij het werken binnen de kroonprojectie wordt behandeld door een ETT-er.
Snoeien aan bomen mag alleen na schriftelijke goedkeuring van de boomeigenaar/-beheerder worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW (European Tree Worker) boomverzorger. Dit geldt ook wanneer er sprake is van een minimale snoei-ingreep zoals een gebroken of beschadigde tak. Bodembewerkingen binnen de kwetsbare zone mogen niet onder (te) natte (verzadigde) of bevroren bodemomstandigheden worden uitgevoerd.
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
4.4 Advies tot behoud van de boom In de voorgaande paragrafen is geconcludeerd dat de boom op basis van het ontwerp behouden kan blijven. Hierbij dient men met een aantal zaken rekening te houden. Het verdient aanbeveling om dit bij de toekomstige eigenaars en huurders contractueel vast te leggen dat deze boom aanwezig is en niet zal worden gekapt onder verwachtte overlast. Schaduwwerking Aangezien de boom op moment van het onderzoek 28 meter hoog is zal er een behoorlijke schaduwwerking aanwezig zijn (zie Tabel 4.1). Dit kan in de zomer een groot voordeel zijn door de koelende werking de hier vanuit gaat. Echter kan het ook als overlast worden ervaren. Aangezien de nieuw te bouwen woningen aan de noord- tot noordoostzijde gerealiseerd gaan worden, komt de boom aan de zuid- tot zuidwestzijde van de boom te staan. Er zal hierdoor op een groot deel van de dag schaduwwerking aanwezig zijn van deze boom in de tuin en de woning. Schaduwwerking kan worden beperkt door de boom in te nemen. Wanner de boom sterk wordt ingenomen wordt er gesproken over kandelaberen, hierbij wordt vrijwel alle blad verwijderd en loopt de boom op zijn gesteltakken uit. Dit leidt echter tot een zwakke aanhechting van de takken, daarom is het noodzakelijk deze snoeimaatregel elke 4 tot 5 jaar te herhalen, dit leidt tot extra kosten.
Door de sterke hergroei neemt de ervaren overlast vaak juist toe vanaf het derde jaar omdat de kroon een zeer dichte structuur krijgt en minder licht doorlaat. Het kandelaberen van een boom wordt gezien als ernstige ontsiering van de boom. Wanneer besloten wordt de kroon enkele meters in te nemen is er geen sprake van kandelaberen, maar zal het effect van de snoeimaatregel gering zijn en na enkele jaren herhaald moeten worden. De investering draagt hierdoor niet bij aan het duurzaam terugdringen van overlast. Overhangende takken De takken van de boom reiken tot over de erfgrens met de nieuwe woningen. Dit kan niet verholpen worden door de boom te snoeien of in te nemen. Hierbij zou de boom te veel van zijn beeld verliezen en er zouden grote wonden aan de boom ontstaan waardoor invalspoorten zullen ontstaan voor houtparasitaire schimmels. Wel kunnen wat dunnere takken (tot een maximale diameter van 15 centimeter) verwijderd worden. Hierdoor ontstaat voldoende ruimte om onder de boom een opslagruimte te bouwen zoals nu is voorzien in het schetsontwerp. Vallende vruchten De boom laat vruchten vallen, die als pluis uit elkaar vallen en hierbij (bij sommige mensen) kunnen leiden tot tranende ogen en keelklachten door de haartjes die hierbij vrij komen. Dit komt echter bij een klein aantal mensen voor en wordt in de gemeente Noordoostpolder niet gezien als ernstige hinder.
Vallende bladeren Een plataan is niet inheems en gevallen blad wordt door het bodemleven slecht afgebroken, dit betekent dat gevallen blad uit de tuin verwijderd moet worden. Bladeren van de plataan houden door de harige onderzijde veel stof vast dat vrij kan komen bij verdroging van het blad. In de gemeente Noordoostpolder wordt bladval gerekend tot normale vormen van hinder die geaccepteerd dient te worden omdat deze overlast eenvoudig kan worden weggenomen door gevallen blad te verwijderen. Opdruk van de verharding en fundering Aangezien de verharding en de opslagruimte binnen de kroonprojectie van de boom zijn getekend, bestaat er een kans dat hier op de langere termijn opdruk gaat ontstaan doordat wortels hier onderdoor zullen gaan groeien. Dit zal gaan leiden tot scheuren in de fundering van de opslagruimte en het gevaar op struikelen over opgedrukte bestrating. Het advies is om een wortelscherm (tot op het grondwater) te plaatsen op de erfgrens om opdruk te voorkomen. De opslag dient te worden gefundeerd op een puinfundering van minimaal 30 centimeter om schade te voorkomen. Als alternatief kan gekozen worden voor een zwevende constructie, waarbij er onder de opslagruimte 10 centimeter vrije ruimte aanwezig is.
Hinder In de Bomenverordening van gemeente Noordoostpolder (geldend sinds 1-1-2011 t/m heden) is in paragraaf 2: Artikel 3 lid 4, Artikel 4 lid 4 en Artikel 5 lid 3, opgenomen dat normale vormen van hinder die verbonden zijn aan de aanwezigheid van bomen, zoals afvallende bladeren, vruchten of zaden, honingdauw, vogelpoep en schaduw, niet onder 'ernstige hinder' wordt verstaan. Indien sprake is van ernstige hinder kan een kapvergunning worden verleend. In deze situatie is de boom echter reeds aanwezig en dient er uit te worden gegaan van aanwezigheid van de boom bij aankoop/betrekken van de woning. (bron: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR83734#paragraaf_2.)
18
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
Bijlagen Bijlage 1
19
Bomenposter werken rond bomen
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
Bijlage 2
Bodemprofielen
Bodemprofiel 1 Locatie Reden Opbouw
Opmerkingen Grondwater
In beplanting – 250 centimeter vanuit de stamvoet van de boom Bepaling beworteling 0 - 95 centimeter Matig humeus lichte klei, grijs, vochtig. Extensief zeer dikke wortels tot 10 centimeter ø 95 - 100 centimeter Humusarm matig fijn zand, wit, vochtig. Geen beworteling aangetroffen Dikste wortel met een diameter van 10 centimeter is 10 centimeter > maaiveld aangetroffen In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen
Bodemprofiel 1
Foto 1 Locatie bodemprofiel 1
Foto 2 Aangetroffen beworteling
Foto 3 Detail beworteling
Foto 4 Detail beworteling
20
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
Bodemprofiel 2 Locatie Reden Opbouw
Opmerkingen Grondwater
In beplanting – 500 centimeter vanuit de stamvoet van de boom Bepaling beworteling 0 - 50 centimeter Matig humeus lichte klei, grijs, vochtig. Extensief fijne beworteling tot 1 centimeter ø 50 - 90 centimeter Humusarm matig grof zand, wit, vochtig. Geen beworteling aangetroffen Beworteling zou van beplanting (Prunus laurocerasus) afkomstig kunnen zijn In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen
Bodemprofiel 2
Foto 5 Locatie bodemprofiel 1
Foto 7 Detail beworteling
21
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
Foto 6 Aangetroffen beworteling
Profielboring 1 Locatie Reden Opbouw
Opmerkingen Grondwater
In gazon – 650 centimeter vanuit de stamvoet van de boom Bepaling bodemprofiel 0 - 100 centimeter Matig humeus lichte klei, grijs, vochtig. Geen beworteling aangetroffen 100 - 160 centimeter Humusarm matig fijn zand, wit, vochtig. Geen beworteling aangetroffen 160 – 170 centimeter Humusarm, zeer fijn zand, wit, nat. Geen beworteling aangetroffen Op 1,6 meter diepte is grondwater aangetroffen
Profielboring 1
Foto 8 Locatie bodemprofiel 1
22
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
Foto 9 Aangetroffen profiel
Bestemmingsplan “Emmeloord, Rietstraat (noord)” Vastgesteld
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Rietstraat en Zeebiesstraat, Emmeloord
28-11-2023
Status: Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI RIETSTRAAT EN ZEEBIESSTRAAT, EMMELOORD
Status: Datum: Projectnummer: Versie:
Definitief 28-11-2023 2023-420 1
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 3.2
Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 7 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 8
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4
Berekeningen ....................................................................................................................................... 10 Geluidsbelasting .................................................................................................................................. 10 Hogere waarde .................................................................................................................................... 11 Maatregelen reductie geluidbelasting ................................................................................................. 11
4.4.1
Bronmaatregelen ............................................................................................................................ 12
4.4.2
Overdrachtsmaatregelen ................................................................................................................ 12
4.4.3
Gevelmaatregelen ........................................................................................................................... 12
4.4.4
Conclusie maatregelen .................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 13 Bijlagen
.................................................................................................................. 14
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Verkeersgegevens ....................................................................................................................... 14 Rekenmodel ................................................................................................................................ 15 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 17 Uitsnede resultaten Moerasandijviestraat ................................................................................. 18 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 19
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rietstraat en Zeebiesstraat, Emmeloord Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op twee straten in het centrum van Emmeloord. Aan de Rietstraat en de Zeebiesstraat is het voornemen om de bestaande woningen deels te slopen en nieuwbouw te realiseren. Het projectgebied valt onder de gemeente Noordoostpolder. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied door middel van een rode ster en een rode omkadering ten opzichte van de omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied ten opzichte de directe omgeving (Bron: OpenStreetMap)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rietstraat en Zeebiesstraat, Emmeloord Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5