CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

14.2 Notitie Brandweer ‘Brandweerkazernes gemeente Noordoostpolder’ (15 maart 2023) (1).pdf

Gemeenteraad 29 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 14: Vernieuwen van de vijf brandweerkazernes3.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

BRANDWEER*^ Flevoland

Aan Van Stellers Onderwerp Datum

: College van B&W van de gemeente Noordoostpolder : Veiligheidsregio Flevoland, brandweer : Directeur brandweerzorg J. Rozendal, Plv. directeur bedrijfsvoering O. Hensen : Brandweerkazernes gemeente Noordoostpolder - notitie voor gemeenteraad : 15 maart 2023, DEFINITIEF

1. Inleiding In de vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder van 12 december 2022 is een motie aangenomen. In deze motie wordt het college verzocht om de Veiligheidsregio te vragen een notitie op te stellen met betrekking tot de nieuw te bouwen kazernes in de gemeente Noordoostpolder. De vraag van de gemeenteraad is om onderbouwd weer te geven of de huidige ontwerpen van de brandweerkazernes "robuust en toekomstbestendig zijn (voor de levensduur)”. Het verzoek is verder om in te gaan op de geuite zorgen en hoe hieraan tegemoet gekomen kan worden. Deze notitie is opgesteld als antwoord op de motie van de gemeenteraad. Voor het opstellen van de notitie is overleg geweest met onder andere de stuurgroep en de gebruikersgroep van het project. In de gebruikersgroep hebben vrijwilligers van de vijf nieuw te bouwen brandweerposten zitting. In deze notitie wordt achtereenvolgens ingegaan op de vraagstelling, de beantwoording aan de hand van drie thema’s en wordt uiteindelijk afgesloten met de deelconclusies en een eindconclusie.

2. Vraagstelling Zoals aangegeven heeft de gemeenteraad gevraagd om deze notitie en om daarin te geven of de huidige ontwerpen van de brandweerkazernes1 "robuust en toekomstbestendig zijn (voor de levensduur)”. Tevens is gevraagd om in te gaan op de geuite zorgen. Om de vragen van de gemeenteraad te kunnen beantwoorden is deze uitgesplitst in de volgende drie deelvragen, te weten: 1. zijn de geplande kazernes voldoende toekomstbestendig (dat wil zeggen: voldoende toegerust op voorzienbare ontwikkelingen)? 2. zijn de geplande kazernes robuust en bruikbaar (dat wil zeggen: voldoende de ontwerpen aan de functionele eisen van het PvE?) 3. zijn de geplande kazernes van het gewenste afwerkingsniveau (dat wil zeggen: voldoet het afwerkingsniveau aan de wensen van de raad)? In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op deze drie deelvragen.

1 Definitief ontwerp van Jous Architecten van 28-7-2022

1

3. Toekomstbestendigheid Zijn de geplande kazernes voldoende toegerust op voorzienbare ontwikkelingen? Om de toekomstbestendigheid van de plannen te kunnen beoordelen is het van belang de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente en de ontwikkelingen van de brandweer te kennen, en deze ontwikkelingen te leggen naast het ontwerp van de kazernes. Tevens is het belangrijk om te verkennen of er nog andere relevante ontwikkelingen zijn, die van invloed zouden kunnen zijn op de ontwerpen.

a. Ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Noordoostpolder Woningbouw: De ontwikkelperspectieven voor woningbouw zijn op 31 januari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Verder is op 10 oktober 2022 de verkenning van de groeiambitie van bureau “Ruimtevolk” vastgesteld. In deze verkenning is voor de gemeente een verwachte autonome groei van 3280 woningen opgenomen, met aanvullend daarop een ambitie van extra 5.000 woningen. In totaal bedraagt de indicatieve uitbreiding (onder een aantal randvoorwaarden) van het aantal woningen in de gemeente Noordoostpolder tot 2050 circa 8500 woningen.

Economische ontwikkeling: Als het gaat om de economische ontwikkeling geldt de ‘Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland 2018’ als het geldende beleid (in 2023 wordt de Visie Werklocaties herzien). Qua economische ontwikkelingen bestaat de verwachting voor de komende tien jaren op dit moment uit: - Mogelijke uitbreiding bedrijventerreinen vooral in/bij de dorpen Ens en Marknesse. Ca. 10 ha per dorp. Voornamelijk MKB bedrijven - Mogelijke uitbreiding bedrijventerrein in Emmeloord ca. 40 ha. Deels verplaatsing van bestaande (grotere) bedrijven. - Bij de overige dorpen eventueel een beperkte uitbreiding voor een zittende ondernemer.

Locatie Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC) locatie: In Marknesse wordt door diverse kennispartners een kennis- en testcentrum op het gebied van slimme mobiliteit ontwikkeld. De bestemmingsplanprocedure voor deze ontwikkeling loopt (het betreft de uitbreiding van een bestaand terrein). De Veiligheidsregio is hierbij betrokken.

Spoorlijn: Op langere termijn is het de verwachting dat er een spoorlijn door de gemeente Noordoostpolder gaat lopen. De termijn waarop dit gerealiseerd gaat worden en het tracé van de spoorlijn staan nog niet vast. Er wordt onder meer gedacht over een station in Emmeloord. De realisatie wordt verwacht vanaf 2038. De eventuele komst van een spoorlijn kan consequenties hebben voor de opkomsttijden (omrijden en spoorwegovergangen), en de inzet van de brandweer op spoorongevallen (overwegend hulpverlening). Het is niet de verwachting dat dit consequenties heeft voor het aantal of de locatie van de brandweerposten. De ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Noordoostpolder vormen geen aanleiding om de ontwerpen van de kazernes aan te passen._____________________________________________

2

b. Ontwikkelingen brandweer Flevoland Basis voor de inzet van eenheden van de brandweer en de locatie van brandweerposten is het Dekkingsplan. Voor Flevoland is de laatste versie daarvan vastgesteld in december 2019 door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio. In dit plan worden de (regionale en lokale brand-) risico’s beschreven, en de maatregelen die daar tegenover staan. In het plan is ondermeer de onderbouwing aangegeven van de zes kazernes in de gemeente Noordoostpolder (Creil, Emmeloord, Ens, Marknesse, Nagele en Rutten). Ook de samenwerking met buurtgemeenten in andere regio’s komt aan bod. Met de huidige kazernes kent de gemeente Noordoostpolder een fijnmazig netwerk om de burger tijdig van de juiste hulp te kunnen voorzien. Zowel de opkomsttijd (snel ter plaatse bij een incident) als de slagkracht (voldoende extra capaciteit bij grote incidenten) is hiermee geborgd. Emmeloord is als centraal punt in de gemeente een geschikte locatie om de extra faciliteiten voor bijvoorbeeld onderwijs en specialistische voertuigen in belangrijke mate te faciliteren. Ten aanzien van de repressieve brandweerzorg zien wij als brandweer de volgende ontwikkelingen. 1. 2. 3. 4. 5.

De groei van het aantal inwoners en bedrijvigheid leidt tot een beperkte toename van risico’s Door een grotere inzet op risicobeheersing worden branden voorkomen Door verminderde zelfredzaamheid neemt behoefte aan hulpverlening toe Klimaatverandering en energietransitie leiden tot nieuwe risico’s Behoud van vrijwilligheid gaat niet vanzelf

Graag lichten we deze ontwikkelingen kort toe.

De groei van het aantal inwoners en bedrijvigheid leidt tot een beperkte toename van risico’s. Risico’s nemen logischerwijs toe, als de aanwezigheid van mensen toeneemt. De meeste (brand-) risico’s worden immers veroorzaakt door mensen. Op basis van aangegeven ontwikkelingen binnen de gemeente is de toename van deze risico’s beperkt te noemen. Door een grotere inzet op risicobeheersing worden branden voorkomen. De brandweer zet de afgelopen (in samenwerking met gemeenten en bedrijven) steeds meer in op het beheersen van risico’s. Voorkomen is immers beter dan genezen. Inmiddels zien we dat dit beleid zijn vruchten afwerpt. In de Flevoland is de trend op het aantal inzetten voor brand dalende. Door verminderde zelfredzaamheid neemt de behoefte aan hulpverlening toe. Met de vergrijzing van de bevolking en het langer zelfstandig wonen, nemen de risico’s voor deze doelgroep toe. Het lukt op dit moment nog niet om deze risico’s door bijvoorbeeld regelgeving of andere maatregelen te reduceren. Naast deze inzetten, wordt de brandweer ook vaker ingezet voor hulpverleningstaken, in het bijzonder reanimaties. Hierdoor worden kostbare levens gered. De trend voor de inzet van de brandweer op reanimaties in Flevoland is stijgende. Klimaatverandering en energietransitie leiden tot nieuwe risico’s.

Met het stijgen van de gemiddelde temperatuur neemt de kans op extreem weer toe (droogte, extreme regenval etc.). Als brandweer in Nederland hebben wij extra aandacht gevraagd voor natuurbrandbestrijding (NBB). Ook in Flevoland zullen we hier meer aandacht aan gaan besteden. Op dit moment is het niet de verwachting dat dit op korte termijn gaat leiden tot extra middelen. Op lange termijn is het wel mogelijk dat het consequenties heeft voor de middelen en het type voertuig dat de brandweer gaat 3

gebruiken (uiteraard kijken we zowel binnen de regio als daar buiten naar de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik van specialistische voertuigen). Ook de energietransitie is in volle gang. De komst van zonnepanelen en elektrische auto’s zijn daar goede voorbeelden van. Het gebruik van extra elektriciteit leidt zowel tot een extra vraag, als ook tot de behoefte van opslag in accu’s etc. Dat betekent: nieuwe risico’s. Het blussen van branden met deze nieuwe technologie is anders dan voorheen. Daar komt gelukkig steeds meer kennis over beschikbaar, die wordt verwerkt in les- en leerstof. Ook deze ontwikkeling kan op termijn leiden tot andere gereedschappen op de tankautospuit (TAS), en mogelijk de inzet van een specialistisch voertuig. Als er een specialistisch voertuig wordt ingezet, is het gezien de kennisintensiteit en extra opleidings- en oefendruk te verwachten dat deze wordt gekoppeld aan een grote kazerne of een beroepspost. Met de ontwikkelingen en risico’s zal de brandweer ook voortdurend moeten blijven kijken naar de wijze waarop de bluswatervoorziening is georganiseerd met de gemeenten.

Op dit moment wordt deze gemeentelijke verantwoordelijkheid ingevuld door de inzet van brandweerauto’s (met een basishoeveelheid water), brandkranen (middels een contract tussen waterleidingbedrijf en gemeente) en de inzet van middelen voor zogenaamd "groot water transport’ (grote pompen en dikke slangen vanaf de posten Dronten en Urk). Door de hoeveelheid open water in Flevoland is dit een goed werkend systeem. Met de ontwikkelingen verwachten we wel dat waterleidingbedrijven op termijn minder willen investeren in het waterleidingnet, en dat bovendien de inzet van drinkwater om branden te blussen ter discussie komt. In dat geval zou de verwerving en inzet van een extra waterwagen tot de mogelijkheden behoren.

Behoud van vrijwilligheid gaat niet vanzelf. De vrijwilligheid binnen de brandweer in Nederland is een groot goed waar we trots op zijn en waar we zorgvuldig mee om willen gaan. Vrijwilligers spelen niet alleen een cruciale rol in de veiligheid van de gemeenschap, maar hebben ook een rol in de sociale samenhang en de verbinding van burgers en andere partners met de overheid. In veel dorpen zijn brandweerposten 1 van de weinige overheidsgebouwen. Een plek ook waar andere overheidsdienaren incidenteel hun werk kunnen doen, en een plek waar burgers welkom zijn in tijd van nood. De brandweer is er altijd, en dat willen we graag zo houden. Als brandweer ondersteunen we dan ook gericht de vrijwillige posten in hun rol. Maar dat kunnen we niet alleen. Graag trekken we hierin samen op met de gemeenten.

De ontwikkelingen als gevolg van klimaatveranderingen en energietransitie zullen op (middellange) termijn leiden tot de behoefte aan andere capaciteiten/middelen. In de basis is het daarom belangrijk om voldoende stallingsruimte te hebben op de post, omdat de afmetingen van de tankautospuit naar toekomst toe zouden kunnen veranderen.

4

In tegenstelling tot een normaal planproces is nu gevraagd vooruit te kijken naar de levensduur van de post, circa 40 jaar. Het is de verwachting dat er in de komende 40 jaar extra taken en andere typen voertuigen beschikbaar zullen komen voor de brandweer. Wanneer deze andere typen voertuigen noodzakelijk worden, dan bestaan er twee mogelijkheden. De eerste is om al deze voertuigen te centraliseren op de post Emmeloord. In dat geval bestaat de mogelijkheid dat er behoefte komt aan beroepscapaciteit op Emmeloord om de paraatheid te borgen. De tweede mogelijkheid is om deze extra voertuigen te verdelen over de posten. In dit geval dient er ruimte te worden gecreëerd op de desbetreffende posten om deze middelen adequaat te stallen.

Om voorbereid te zijn op de lange termijn ontwikkelingen is het een overweging om twee posten zo te bouwen dat deze op termijn uitgebreid kunnen worden zodat daar ook nog een andere voertuig geplaatst kan worden2 (in dat geval dient ook rekening gehouden te worden met de omvang van de verblijfsruimten).

c. Andere ontwikkelingen Als brandweer staan we midden in de samenleving en dat willen we graag zo houden. We begrijpen dat het investeren in een brandweerkazerne een forse investering is. Deze investering ten behoeve van de gemeenschap kan wellicht nog meer meerwaarde opleveren als deze ook een ander doel dient, bijvoorbeeld door de les/instructieruimte te delen met 1 of meer verenigingen. Om deze optie te verkennen zijn er gesprekken gevoerd met de gemeente en is deze optie ook besproken in de stuurgroep. De gemeente geeft aan dat er op dit moment geen ontwikkelingen of vraagstukken zijn die in dit kader van belang zijn om mee te nemen. Ook de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) geeft aan dat er geen behoefte is aan een gezamenlijke locatie voor ambulance en brandweer (dhr. G.Roest, 18 jan 2023). Incidenteel gebruik door bijvoorbeeld politie of gemeente is in overleg natuurlijk altijd mogelijk.

De andere ontwikkelingen in de dorpskernen en van andere organisaties zijn geen aanleiding om het ontwerp van de nieuwe brandweerkazernes aan te passen.

4. Robuust en bruikbaar Voldoende de ontwerpen aan de functionele eisen van het PvE? Het proces van de vervanging van de kazernes loopt al een vijftal jaren. In die periode zijn er verschillende momenten van overleg en afstemming geweest, met wisselende betrokkenen vanuit gemeente en brandweer.

2 N.B. Het huidige voorstel voor Ens voldoet hier nog niet aan. Daar wordt uitgegaan van een busje als tweede voertuig, dat is de actuele situatie. Om op termijn een tweede specialistisch voertuig te kunnen plaatsen, zal rekening gehouden moeten worden met grotere afmetingen voor het voertuig.

5

Om de bruikbaarheid van de ontwerpen te beoordelen zijn deze (definitief ontwerp van Jous Architecten van 28-7-2022) vergeleken met de uitgangspunten van het programma van Eisen (versie 3.3 van 24-1-2019). Bij deze vergelijking zijn de volgende afwijkingen geconstateerd. Daarbij is tevens aangegeven wat de impact van de afwijking is (hoog/middel/laag). 1.

Eis: het PvE eist minimaal 60m2 voor de remise (voertuigstalling). Constatering:, op tekening is de remise 49m2. Het gevolg is dat er te weinig ruimte is om het voertuig heen te lopen, en dit te bevoorraden. Gevolg daarvan zal zijn dat er schade aan voertuigen en pand ontstaat. Wat bovendien opvalt bij de indeling van de remise is dat de toegangsdeur naar de opslag een reguliere loopdeur is. Hier passen de reguliere rolcontainers en ademlucht containers niet doorheen. Impact: hoog

2.

Eis: het PvE vereist minimaal 15m2 voor een douche- en wasruimte. Constatering: op tekening is deze ruimte 7,84m2. Het gevolg is dat er minder douches aanwezig zijn, namelijk 1 dames douche en 1 heren douche. Impact: middel

3.

Eis: het PvE vereist minimaal 5m2 toiletruimte. Constatering: op tekening is deze ruimte 3m2. Het gevolg is dat het krappe toiletten zijn. Om de doorloopsnelheid te bevorderen is een separaat urinoir aan te bevelen. Impact: middel

4.

Eis: het PvE eist een buitenterrein van minimaal 100m2, met onder andere een overdekte fietsenstalling. De aanwezigheid van 6 parkeerplekken is wenselijk. Constatering: op geen van de locaties is er op dit moment in dit buitenterrein voorzien. Het gevolg is dat kleine oefeningen niet bij de kazerne gedaan kunnen worden, maar in Emmeloord of op een andere locatie. Dit heeft gevolgen voor de opkomsttijden. Verder betekent het dat auto’s en fietsen geplaatst moeten worden op openbaar terrein. Er zal per locatie gekeken moeten worden naar de wijze waarop dit veilig kan. Impact: laag

5.

Eis: PvE eist een bovengrondse brandkraan op het terrein van de kazerne. Constatering: op een aantal locaties is het niet of nauwelijks mogelijk deze te realiseren. Gevolg: vullen van de TS gebeurt bij een ondergrondse brandkraan in het dorp. Impact: laag

6.

Eis: PvE geeft aan dat binnen kunnen zetten van meetploeg voertuig in Ens en personenauto’s op alle kazernes een wens is, geen eis. Constatering: wens is overgenomen voor de post Ens ivm de daar geplaatste verkenningseenheid. Bij de andere posten is voorzien in de mogelijkheid om 1 voertuig op eigen terrein te parkeren. Daar zijn we content mee. Het gevolg is dat op de andere locaties het dienstvoertuig buiten staan Impact: laag

6

Als positieve afwijking op het PVE geldt de kantine. In combinatie met de werkplek (en de trap) is deze wat groter uitgevoerd dan in het PVE opgenomen,

De ontwerpen van de brandweerkazernes voldoen niet op alle punten aan het programma van eisen. Dit leidt tot een set van knelpunten met wisselende impact. De krappe plek voor de TS knelt des te meer, omdat er op langere termijn rekening moet worden gehouden met aanpassing en vervanging van de voertuigen (inclusief formaat).

5. Afwerkingsniveau Voldoet het afwerkingsniveau aan de wensen van de raad? Uit de documentatie zijn geen specifieke eisen ten aanzien van het afwerkingsniveau naar voren gekomen. Daarom sluiten we aan bij een normaal afwerkingsniveau van een nieuwbouw pand, en nemen in dat licht de zorgen van de brandweervrijwilligers mee. De afwerking van de wanden van de posten is op dit moment bedacht met sandwichpanelen en spanten. Dit geeft een sobere uitstraling. Het is de wens van de vrijwilligers om de wanden van in ieder geval de verblijfsruimten en doorgaande ruimten “sausklaar” op te leveren (net als een nieuwbouw huis). Hierdoor is het mogelijk de wanden te schilderen of van een net behang te voorzien, De afwerking van de stallingsplaats van het voertuig kan zo blijven.

Het afwerkingsniveau van de ontwerpen van de brandweerposten is sober. Het is de wens van de brandweer om de wanden “sausklaar” op te leveren.

6. Conclusie Om de vraag van de gemeenteraad te beantwoorden is in bovenstaande notitie ingegaan op een drietal deelvragen. Bij wijze van conclusie vatten we de belangrijkste deelconclusies op de subvragen in deze alinea nog eens samen. 1.

Zijn de geplande kazernes voldoende toekomstbestendig (voldoende toegerust op voorzienbare ontwikkelingen)?

a.

De ontwikkelingen in de gemeente Noordoostpolder vormen geen aanleiding op de ontwerpen van de kazernes aan te passen. b. De ontwikkelingen als gevolg van klimaatveranderingen en energietransitie zullen op middellange termijn leiden tot de behoefte aan andere capaciteiten/middelen. In de basis is het daarom belangrijk om voldoende stallingsruimte te hebben op de post, omdat de afmetingen van de tankautospuit naar toekomst toe zouden kunnen veranderen. c. Om voorbereid te zijn op de lange termijn ontwikkelingen is het een overweging om twee posten zo te bouwen dat deze op termijn uitgebreid kunnen worden zodat daar ook nog een andere voertuig geplaatst kan worden (in dat geval dient ook rekening gehouden te worden met de omvang van de verblijfsruimten).___________________________________

7

d. De andere ontwikkelingen in de dorpskernen en van andere organisaties zijn geen aanleiding om het ontwerp van de nieuwe brandweerkazernes aan te passen.

2. Zijn de geplande kazernes robuust en bruikbaar (voldoende de ontwerpen aan de functionele eisen van het PvE?)

e. De ontwerpen van de brandweerkazernes voldoen niet op alle punten aan het programma van eisen. Dit leidt tot een set van knelpunten met wisselende impact. De krappe plek voor de TS knelt des te meer omdat er op langere termijn rekening moet worden gehouden met aanpassingen aan de voertuigen (inclusief formaat).

3. Zijn de geplande kazernes van het gewenste afwerkingsniveau (voldoet het afwerkingsniveau aan de wensen van de raad)?________________________ f.

Het afwerkingsniveau van de ontwerpen van de brandweerposten is sober. Het is de wens van de brandweer om de wanden “sausklaar” op te leveren

Eindconclusie

Op basis van deze deelconclusies komen wij als brandweer tot de conclusie dat de ontwerpen van de brandweerposten op dit moment niet voldoende robuust en toekomstbestendig zijn. Er is wat de brandweer betreft geen aanleiding om het volledige concept van de bouw van brandweerposten te herzien. Wel is er aanleiding om de ontwerpen nog eens goed tegen het licht te houden, omdat deze niet op alle punten aan het PVE voldoen. Het advies is om in ieder geval de punten met hoge en middel impact aan te passen in een nieuw op te stellen ontwerp. Om voorbereid te zijn op de lange termijn ontwikkelingen is het een overweging om twee posten zo te bouwen dat deze op termijn uitgebreid kunnen worden.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2116/documents/37144