13.5 Concept beslissing op bezwaar - geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
AANTEKENEN Omroep Flevoland T.a.v.
en
Postbus 567 8200 AN LELYSTAD
Uw bericht van
Uw kenmerk
Zaaknummer
Onderwerp
Bijlagen
Inlichtingen
Beste
en
12 januari 2024
Beslissing op bezwaar
2023062992360
1
Datum
12 november 2024
, 0527-633911
,
Bij brief van 12 januari 2024, door ons per e-mail ontvangen op 16 januari 2024, heeft u bezwaar gemaakt tegen ons besluit van 5 december 2023, met zaaknummer: 2023062992360 (hierna: het bestreden besluit). Met dat besluit hebben wij een beslissing genomen op uw verzoek om opheffing van de door het college opgelegde geheimhouding op documenten betreffende Triade Vitree. Wij hebben uw bezwaarschrift in handen gesteld van de Commissie voor de bezwaarschriften Noordoostpolder, Algemene kamer (hierna: de commissie). Op 4 april 2024 heeft de commissie een hoorzitting gehouden. Tijdens de hoorzitting heeft u uw bezwaar mondeling toegelicht. Op 5 juni 2024 heeft de commissie een advies aan ons uitgebracht. In deze brief leest u onze beslissing op uw bezwaren en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen. Beslissing op bezwaar Wij hebben besloten het bestreden besluit te herroepen. Dat doen wij, omdat wij uw bezwaren gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond achten. Voor zover wij de bezwaren gegrond achten, wordt de geheimhouding op onderdelen van documenten opgeheven, dan wel blijft geheimhouding daarop rusten op een andere grond en/of met een aangepaste motivering. Voor het overige handhaven wij het besluit van 5 december 2023, onder aanvulling van de motivering.
Advies van de commissie De commissie heeft ons geadviseerd het bestreden besluit te herroepen en een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de commissie. De commissie is tot dat advies gekomen, nadat zij zelf een (steekproefsgewijs) onderzoek heeft gedaan naar informatie waarop de geheimhouding in het bestreden besluit is gehandhaafd. De commissie is van oordeel dat (zie paragraaf 8.1) geheimhouding ten onrechte is gehandhaafd, omdat: 1. die informatie, aldus de commissie, niet valt onder de weigeringsgronden uit de Wet open overheid (hierna: de Woo) die zien op vertrouwelijke verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Woo), en als vertrouwelijk aan te merken bedrijfsen fabricagegegevens ( artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f van de Woo);
2. het in sommige gevallen volgens de commissie niet duidelijk is op welke grondslag uit de Woo ons oordeel gestoeld is (bij tekstgedeelten stonden in voorkomende gevallen meerdere gronden in de kantlijn); 3. in sommige gevallen onvoldoende blijk is gegeven van de noodzakelijke belangenafweging (aldus de commissie); en 4. de commissie inconsequenties heeft geconstateerd. Daarnaast heeft de commissie ons geadviseerd over uw overige bezwaren (zie paragraaf 9). De commissie is van oordeel dat uw eerste bezwaar, dat niet alle gevraagde documenten zijn geleverd, ongegrond is. Verder stelt de commissie ten aanzien van uw tweede bezwaar dat de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) geen norm bevat die samenwerking tussen overheden verbiedt. Ook deze bezwaargrond moet derhalve volgens de commissie ongegrond worden verklaard. Wij hebben het advies van de commissie uitgebreid bestudeerd en getoetst. Wij zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en ons inziens adequaat is. Wij hebben daarom besloten het advies van de commissie te volgen en integraal over te nemen. Het advies maakt daarmee onderdeel uit van deze beslissing op bezwaar. Concreet betekent dit dat wij de bezwaren, ten aanzien van de (on)volledigheid van de geïnventariseerde informatie en samenwerking tussen de gemeenten, ongegrond verklaren.
De geïnventariseerde documenten hebben wij opnieuw per onderdeel beoordeeld en bezien in hoeverre geheimhouding opgeheven kan of moet worden. Bij die beoordeling hebben wij de bovenstaande conclusies (1 tot en met 4) van de commissie betrokken. Dat heeft geleid tot enkele aanpassingen ten aanzien van de geheimhouding. Motivering In het navolgende zullen wij in eerste instantie ingaan op het algemeen juridisch kader dat geldt voor de afhandeling van verzoeken om opheffing van geheimhouding, in aanvulling op hetgeen de commissie daaromtrent heeft overwogen. Daarna bespreken wij de individuele documenten. Daarbij gaan wij in op de verschillende uitzonderingsgronden uit de Woo die ten grondslag liggen aan de gehandhaafde geheimhouding. Algemeen juridische kader Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling of ABRvS) volgt dat bij een verzoek om opheffing van de geheimhouding ter beoordeling staat of ten tijde van dat verzoek nog voldoende grond bestond voor de geheimhouding.
Daarbij toetst de rechter of het bestuursorgaan zich, gelet op de inhoud van het stuk ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, terecht op het standpunt heeft gesteld dat zich een belang als bedoeld in artikel 10 Wob (tegenwoordig artikel 5.1 Woo) voordoet en of het bestuursorgaan in het betrokken geval in redelijkheid op grond van de Gemeentewet geheimhouding kan opleggen. 1 Dit betreft een uitzondering op de hoofdregel dat in bezwaar ‘ex nunc 2’ getoetst dient te worden. De commissie heeft naar ons oordeel terecht overwogen dat het bezwaar zich enkel richt tegen het besluit om gedeeltelijke opheffing van de geheimhouding. Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat het vervallen van geheimhouding niet betekent dat de documenten daarmee openbaar worden. 3 Voor stukken van de raad, zoals agenda’s, vergaderstukken en besluitenlijsten, geldt in beginsel dat zij openbaar zijn. Een uitzondering daarop geldt voor stukken waarop geheimhouding is toegepast. 4 Het gevolg daarvan is dat wij nu een besluit nemen over gedeeltelijke opheffing van de geheimhouding, maar dat wij u de onderliggende informatie niet toesturen. Voor zover u alsnog wil dat de onderliggende informatie openbaar wordt, dient u daartoe een nieuw verzoek op grond van de Woo in te dienen.
1 ABRvS 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1479 m.nt. P.J. Stolk, AB 2019/310.
2 Ex nunc toetsing: beoordeling vanuit de huidige situatie, niet naar de situatie ten tijde van het
primaire besluit (dit laatste is toetsing ex tunc); 3 ABRvS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1183, m.nt. E.J. Daalder, AB 2014/147. 4 ABRvS 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3991.
2
Document 1: Collegevoorstel no. 23 .0000520 (april 2023) Triade Vitree Wij hebben besloten de geheimhouding van dit collegevoorstel gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten. Als grondslag voor instandhouding van de geheimhouding gelden de volgende uitzonderingsgronden uit de Woo: 1. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo; 2. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo; 3. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo; 4. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. Ad 1. Wij houden de geheimhouding in stand voor zover de onderliggende informatie ziet op bedrijfsen fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld. Het gaat hierbij veelal om financiële informatie die Triade Vitree door middel van de Business Case aan de gemeente heeft verstrekt. De Business Case heeft Triade Vitree vertrouwelijk met ons gedeeld en daarin staan allerlei gegevens die kwalificeren als bedrijfs- en fabricagegegevens. In bezwaar hebben wij in lijn met het advies van de commissie de als zodanig gekwalificeerde gegevens opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot enkele wijzigingen. Ad 2. Het collegevoorstel bevat informatie en argumenten vanuit de ambtelijke organisaties (van betrokken gemeenten) en het bestuurlijk overleg, die het voorgestelde besluit onderbouwen.
Het voorgesteld besluit ziet op de reactie van de regiogemeenten op de informatie en verzoeken van Triade Vitree, zoals geformuleerd in de Business Case. Openbaarmaking van de reactie en de onderliggende overwegingen zou de financiële en economische positie van de gemeente kunnen schaden. Dit omdat de gemeente jeugdhulp inkoopt bij Triade Vitree en dat ook in de toekomst wil blijven doen. De gemeente heeft immers een wettelijke taak voortvloeiende uit de Jeugdwet. Openbaarmaking zou een inkijkje geven in het gemeentelijke afwegingskader hoe met aanbieders omgegaan wordt, mogelijk ook in de toekomst. Ad 3. In het collegevoorstel zijn namen van medewerkers van de gemeente Noordoostpolder en namen van medewerkers van andere betrokken Flevolandse gemeenten geheimgehouden. Hiertegen heeft u overigens geen bezwaar gemaakt. Ten overvloede merken wij op dat wij de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze medewerkers zwaarder vinden wegen, dan het algemeen belang van transparantie. Wij merken daarbij op dat het algemeen belang van transparantie met geheimhouding van de betreffende namen maar zeer beperkt wordt ingeperkt. Ad 4. In het collegevoorstel is informatie geheimgehouden, omdat het goed functioneren van het college respectievelijk de gemeente Noordoostpolder, samen met de andere betrokken Flevolandse colleges respectievelijk gemeenten, anders in gevaar komt.
Zorg van Triade Vitree wordt ingekocht via de gemeenschappelijke aankoopcentrale van Flevolandse gemeenten. Deze aankoopcentrale en de achterliggende gemeentelijke organisaties dienen in staat gesteld te worden goed overleg te kunnen voeren en gezamenlijk op te kunnen trekken bij hun taakuitoefening. Daartoe is een zekere mate van vertrouwelijkheid noodzakelijk. Bovendien zou opheffing van de geheimhouding de nodige consequenties hebben voor de andere gemeenten en colleges. Ook dat moet worden voorkomen, zodat de onderlinge samenwerking goed functioneert en blijft functioneren. In sommige gevallen is tenslotte sprake van informatie die geheimgehouden dient te worden, zowel op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo als op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. Document 2: Collegevoorstel no. 23 .0000780 (april 2023) Triade Vitree Wij hebben besloten de geheimhouding van dit collegevoorstel gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten. Als grondslag voor instandhouding van de geheimhouding gelden de volgende uitzonderingsgronden uit de Woo: 1. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo; 2. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Ad 1. In het collegevoorstel staat informatie over een aanbesteding in de jeugdzorg die op dat moment nog niet tot onherroepelijke gunning had geleid.
Bovendien is in het voorstel informatie opgenomen uit een besloten raadsvergadering. Informatie die de raad achter gesloten deuren heeft gedeeld, is sowieso geheim. Het opheffen van geheimhouding van deze informatie zou bovendien de financiële en economische belangen van de gemeente kunnen schaden, omdat daaruit wetenswaardigheden 3
zijn af te leiden die marktpartijen bij toekomstige aanbestedingen zouden kunnen gebruiken om hun biedingen daarop aan te passen. Dat zou tot mogelijke nadeligere tarieven en/of dienstverlening voor de gemeente kunnen leiden. Dat belang weegt naar ons oordeel niet op tegen het algemeen belang van transparantie. Ad 2. In het collegevoorstel is een naam van een medewerker van de gemeente Noordoostpolder geheimgehouden. Hiertegen heeft u overigens geen bezwaar gemaakt. Ten overvloede merken wij op dat wij de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze medewerker zwaarder vinden wegen, dan het algemeen belang van transparantie. Wij merken daarbij op dat het algemeen belang van transparantie met geheimhouding van de betreffende naam maar zeer beperkt wordt ingeperkt. Document 3: Oplegger DOSD 13 april 2023 Wij hebben besloten de geheimhouding op de oplegger DOSD gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten. Als grondslag voor instandhouding van de geheimhouding gelden de volgende uitzonderingsgronden uit de Woo: 1. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo; 2. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo; 3. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. Ad 1. Wij houden de geheimhouding in stand voor zover de onderliggende informatie ziet op bedrijfsen fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld.
Het gaat hierbij veelal om financiële informatie die Triade Vitree door middel van de Business Case aan de gemeente heeft voorgelegd en Deloitte vervolgens heeft beoordeeld. Voor zover die gegevens in de oplegger DOSD zijn herhaald, dienen die ook hier geheim te worden gehouden. Ad 2. De oplegger DOSD is opgesteld door een ambtelijke werkgroep die een adviserende taak heeft voor de verschillende betrokken regiogemeenten. De ambtelijke werkgroep heeft in kaart gebracht wat eventuele financiële en economische consequenties zijn voor de betrokken gemeenten ten gevolge van de situatie van Triade Vitree. Daarnaast heeft de werkgroep alternatieve scenario’s uitgewerkt voor het geval er noodoplossingen nodig zijn. Mogelijk zijn die scenario’s in de toekomst alsnog nodig ter bescherming van de financiële en economische belangen van de gemeente. Bescherming van dat potentiële belang achter wij zwaarder wegen dan het algemeen belang van transparantie. Ad 3. De betrokken regiogemeenten hebben samengewerkt om tot een gezamenlijk advies te komen aan de colleges van de Flevolandse gemeenten. Dat is een ingewikkeld proces geweest dat heeft plaatsgevonden in het belang van het gezamenlijk goed functioneren van de overheid op het gebied van jeugdzorg. De colleges zijn en blijven verantwoordelijk voor het goed uitoefenen van deze taak en de verplichtingen die daarbij horen.
Het opheffen van de geheimhouding zou die taak en zorg voor de inwoners mogelijk in gevaar kunnen brengen. Voorkoming van het in gevaar komen van het goed functioneren van de overheid achten wij zwaarder wegen dan het algemeen belang van de transparantie. In sommige gevallen is tenslotte sprake van informatie die geheimgehouden dient te worden, zowel op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo of artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo, als op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. De combinatie van uitzonderingsgronden maakt dat de belangenafweging eerder zal nopen tot geheimhouding, dan tot de opheffing daarvan. Document 4: Oplegger BOSD 20 april 2023 Wij hebben besloten de geheimhouding op de oplegger BOSD gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten. Als grondslag voor instandhouding van de geheimhouding gelden de volgende uitzonderingsgronden uit de Woo: 1. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo; 2. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo; 3. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo; 4. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. Ad 1. Wij houden de geheimhouding in stand voor zover de onderliggende informatie ziet op bedrijfsen fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld.
Het gaat hierbij veelal om financiële informatie die Triade Vitree door middel van de Business Case aan de gemeente heeft 4
voorgehouden en Deloitte vervolgens heeft beoordeeld. Voor zover die gegevens in de oplegger BOSD zijn herhaald, dienen die ook hier geheim te worden gehouden. Ad 2. De oplegger BOSD is geschreven in samenwerking met de ambtelijke werkgroep DOSD. De ambtelijke werkgroep heeft daarbij in kaart gebracht wat eventuele financiële en economische consequenties zijn voor de betrokken gemeenten ten gevolge van de situatie van Triade Vitree. Daarnaast heeft de werkgroep alternatieve scenario’s uitgewerkt voor het geval noodoplossingen nodig zijn. Mogelijk zijn die scenario’s in de toekomst alsnog nodig ter bescherming van de financiële en economische belangen van de gemeente. Bescherming van dat potentiële belang achter wij zwaarder wegen dan het algemeen belang van transparantie. Ad 3. In de oplegger BOSD zijn namen van medewerkers van de gemeente Noordoostpolder en namen van medewerkers van andere betrokken Flevolandse gemeenten geheimgehouden. Hiertegen heeft u overigens geen bezwaar gemaakt. Ten overvloede merken wij op dat wij de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze medewerkers zwaarder vinden wegen, dan het algemeen belang van transparantie. Wij merken daarbij op dat het algemeen belang van transparantie met geheimhouding van de betreffende namen maar zeer beperkt wordt ingeperkt. Ad 4.
De betrokken regiogemeenten hebben samengewerkt om tot een gezamenlijk advies te komen aan het bestuurlijk overleg van de Flevolandse gemeenten. Dat is een ingewikkeld proces geweest dat heeft plaatsgevonden in het belang van het gezamenlijk goed functioneren van de betrokken Flevolandse overheden op het gebied van jeugdzorg. De colleges zijn en blijven verantwoordelijk voor het goed uitoefenen van deze taak en de verplichtingen die daarbij horen. Het opheffen van de geheimhouding zou die taak en zorg voor de inwoners mogelijk in gevaar kunnen brengen. Voorkoming van dat gevaar achten wij zwaarder wegen dan het algemeen belang van de transparantie. In een aantal gevallen is tenslotte sprake van informatie die geheimgehouden dient te worden, zowel op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo als op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. Document 5: Businesscase Triade Vitree Wij hebben besloten de geheimhouding op de Business Case gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten. Als grondslag voor instandhouding van de geheimhouding geldt artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo. Van groot belang is dat de gemeente de Business Case van Triade Vitree vertrouwelijk heeft ontvangen. Bovendien staan er in de Business Case een grote hoeveelheid bedrijfs- en fabricagegegevens van Triade Vitree.
Het gaat dan bijvoorbeeld om omzetcijfers, resultaten, verliezen, besparingsmogelijkheden, strategische keuzes, technische bedrijfsprocessen en risico’s. Al dit soort gegevens dienen wij geheim te houden. Een belangenafweging is daarbij niet aan de orde. Document 6: Notitie Deloitte 2023 Wij hebben besloten de geheimhouding op de notitie van Deloitte gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten. Als grondslag voor instandhouding van de geheimhouding gelden de volgende uitzonderingsgronden uit de Woo: 1. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo; 2. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, juncto onder i, van de Woo. Ad 1. Deloitte geeft in haar notitie een beschouwing over de Business Case. Logischerwijs vloeit daaruit voort dat de daarin opgenomen feitelijke informatie dezelfde informatie is als die door middel van de Business Case aan de gemeente is verstrekt. Voor zover het om dezelfde bedrijf- en fabricagegegevens gaat, volgt dat de notitie van Deloitte voor die delen ook geheim dient te worden gehouden. Een belangenafweging is daarbij niet aan de orde. Ad 2. In bijlage 2 van de notitie schetst Deloitte de achtergrond en aanleiding. Daarin staat een zin opgenomen die bij openbaarmaking de financiële en economische belangen van de gemeente dan wel haar goed functioneren zou kunnen schaden.
In de zin staan eventuele toekomstige consequenties van het gemeentelijke optreden vermeld, die nadelig voor haar zouden kunnen werken en de gemeentelijke taak voor de uitvoering van de jeugdzorg zouden kunnen bemoeilijken. Wij 5
achten beide belangen zwaarder wegen dat het belang van transparantie, reden waarom wij de geheimhouding in stand laten. Document 7: Memo (RIB raad ontwikkelingen regionale Jeugdhulp Triade Vitree 11 mei 2023) Wij hebben besloten de geheimhouding op het memo gedeeltelijk op te heffen en gedeeltelijk in stand te laten. Als grondslag voor instandhouding van de geheimhouding gelden de volgende uitzonderingsgronden uit de Woo: 1. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo; 2. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo; 3. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. Ad 1. Wij houden de geheimhouding in stand voor zover de onderliggende informatie ziet op bedrijfsen fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld. Het gaat hierbij veelal om financiële informatie die Triade Vitree door middel van de Business Case aan de gemeente heeft voorgehouden. De Business Case heeft Triade Vitree vertrouwelijk met ons gedeeld en daarin staan allerlei gegevens die kwalificeren als bedrijfs- en fabricagegegevens. Al dit soort gegevens dienen wij geheim te houden. Een belangenafweging is daarbij niet aan de orde. Ad 2.
Wij houden de geheimhouding eveneens in stand voor zover de onderliggende informatie ziet op de analyse van de werkgroep van gemeentelijke medewerkers die de Business Case, in samenwerking met Deloitte, hebben geanalyseerd en beoordeeld. Openbaarmaking van de reactie en de onderliggende overwegingen zou de financiële en economische positie van de gemeente kunnen schaden. Dit omdat de gemeente jeugdhulp inkoopt bij Triade Vitree en dat ook in de toekomst wil blijven doen. De gemeente heeft immers een wettelijke taak voortvloeiende uit de Jeugdwet. Openbaarmaking zou een inkijkje geven in het gemeentelijke afwegingskader hoe met aanbieders omgegaan wordt, mogelijk ook in de toekomst. Ad 3. Tot slot houden wij ook de geheimhouding in stand ten aanzien van noodoplossingen, die gedurende het proces zijn bedacht om de zorgcontinuïteit te garanderen voor onze inwoners die daarvan afhankelijk zijn. Wij zien dat als onze taak en in het belang van het goed functioneren van de gemeente Noordoostpolder. Wij menen dat dat belang zwaarder weegt dan het algemeen belang van transparantie. In een enkel geval is tenslotte sprake van informatie die geheimgehouden dient te worden, zowel op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo als op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo.
Dwangsommen Op 25 juli 2024 heeft u ons in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op uw bezwaarschrift. Als gevolg daarvan verbeuren er vanaf 9 augustus 2024 dwangsommen. Inmiddels is de maximale dwangsom van € 1.442,- verbeurd. Wij kennen u dit bedrag toe. U kunt ons laten weten naar welk bankrekeningnummer ten name van de Omroep wij dit bedrag kunnen overmaken. Rechtsmiddelen Tegen dit besluit kunt u en andere belanghebbenden beroep instellen bij de rechtbank MiddenNederland. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes (6) weken na verzenddatum van deze brief. In het beroepschrift vermeldt u (tenminste) uw naam en adres, het besluit waartegen het beroep zich richt, waarom u het niet eens bent met de beslissing en wat volgens u de gevolgen moeten zijn. Daarnaast dient u het beroepschrift te dateren en te ondertekenen. Tot slot stuurt u het beroepschrift via Veilig Mailen of per post aan de rechtbank (Vrouwe Julianaplein 1 te (3511 EX) Utrecht), of u geeft het af bij de centrale balie. Afschrift aan belanghebbenden Een afschrift van dit besluit wordt verstrekt aan alle betrokken belanghebbenden.
6
Tot slot Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, dan kunt u daarover contact opnemen met . Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de raad van de gemeente Noordoostpolder,
de griffier,
de voorzitter.
Bijlagen: -
Advies van de commissie voor de bezwaarschriften Noordoostpolder Verslag hoorzitting van de commissie voor de bezwaarschriften
7