CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

13.1 Bijlage 1 Perspectiefnota 2025-2028.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 13: Perspectiefnota 2025-202816.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Datagedreven werken / datawarehouse Het is een onvermijdelijke ontwikkeling dat we steeds meer met data (gegevens) werken vanuit een "Saas-omgeving". Dit betekent dat de data bij verschillende leveranciers is ondergebracht. Om gericht te kunnen sturen en strategische beslissingen te kunnen nemen, moet data beschikbaar zijn en ook aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Dit los van (afhankelijkheden) van verschillende leveranciers. In een datawarehouse wordt data uit verschillende gegevensbronnen op een eenduidige wijze verzameld, geïntegreerd en aangeboden. Dit is het fundament voor een organisatie om te kunnen voldoen aan de verschillende informatiebehoeften. Iedereen binnen de organisatie beschikt over dezelfde basis als het gaat om data, inzichten en rapportages. Dit vraagt een incidenteel bedrag van € 35.000 en de structurele kosten bedragen €15.600. Strategische Personeelsplanning Er komen steeds nieuwe taken bij of we dat nu willen of niet. Door de al geschetste vele langdurige maatschappelijke opgaven, door nieuwe wet- en regelgeving èn door ambities en vragen vanuit de raad, het college, de samenleving en de organisatie. Voorbeelden zijn de taken op het gebied van ondermijning, steeds meer samenwerking en samenwerkingsverbanden met andere overheden, duurzaamheid, participatie.

Grote externe projecten als de VO-campus of een zwembad vragen blijvend aandacht omdat het proces langer duurt dan verwacht. Grote interne projecten zoals datamigratie, zaakgericht werken en archivering en de implementatie van nieuwe wetgeving zoals de WOO of WMEB vragen eveneens aanzienlijke inzet. We ervaren dat er niet altijd extra middelen beschikbaar gesteld worden voor de hiervoor benodigde personele inzet. Op dit moment is er meer werk dan de organisatie kan wegzetten. Er is afgerond 8 fte structureel nodig, in geld betekent dit structureel € 730.000. Wanneer geen extra capaciteit beschikbaar is, zullen werkzaamheden geprioriteerd moeten worden of ambitieniveaus bijgesteld. Hierbij kan gedacht worden aan keuzes om minder inzet te plegen op bepaalde beleidsvelden. Werkzaamheden zullen later dan gewenst of gepland uitgevoerd worden. De organisatie zet in op continu verbeteren waarbij processen zo efficiënt mogelijk worden ingericht. High tech instrumentaria als robotisering en AI moeten geïmplementeerd worden om slimmer en sneller te kunnen werken. Dit ontwikkeltraject heeft een aantal jaar nodig, waardoor in ieder geval ook tijdelijk nog extra formatie nodig is.

23

Ambitie Viering 80 jaar vrijheid In 2025 is Nederland 80 jaar vrij. Het comité 4 & 5 mei wil hier extra aandacht aan schenken. Ze hanteren een vergelijkbare werkwijze als bij de viering van 80 jaar droog. Diverse partijen in de gemeente die activiteiten organiseren kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage. Daarnaast zal het comité zelf activiteiten organiseren samen met de dorpen. We stellen voor eenmalig € 20.000 beschikbaar te stellen. Financiële vertaling Structureel Dringende noodzaak: ICT: vernieuwen MER-ruimte Datagedreven werken/ datawarehouse Strategische personeelsplanning

€ € €

Incidenteel Dringende noodzaak: Datagedreven werken/ datawarehouse Strategische personeelsplanning Ambitie Viering 80 jaar vrijheid Strategische personeelsplanning

2025

2026

2027

2028

- € - € 730.000 €

5.500 € 15.600 € 730.000 €

5.500 € 15.600 € 730.000 €

5.500 15.600 730.000

2025

2026

2027

2028

€ €

35.000 € 1.178.000 €

- € - €

- € - €

-

€ €

20.000 € 655.000 €

- € 425.000 €

- € 425.000 €

425.000

24

4.5.

Programma 5 Financiën

Programmadoelstelling Een uiteenzetting geven van het financiële (meerjaren)beleid en van de (verwachte) financiële ontwikkelingen. Het uitgangspunt is een gezond en evenwichtig financieel beleid dat gericht is op het kunnen betalen van het (gewenste) voorzieningenniveau met aandacht voor de lokale lastendruk. Een programmabegroting, waarin de beleidsmatige en financiële aspecten zo éénvoudig en transparant mogelijk gepresenteerd zijn. Ambitie: Een realistische begroting, waar wij grip op hebben. We houden de ontwikkelingen goed in de gaten, maar tonen ook lef. Waar mogelijk, investeren wij om het voorzieningenniveau in de Noordoostpolder mee te laten groeien met het aantal inwoners. Algemene Uitkering Het gehanteerde begrotingsbeleid geeft voor gemeente Noordoostpolder op basis van de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk in de nieuwe opzet van de Algemene Uitkering door het Rijk een structureel effect vanaf 2026 van € 701.000. Opvallend en tevens uniek is het jaar begrotingsjaar 2025, waarin het Rijk volumegroei van een herstructureringscorrectiemanoeuvre doorvoert om te voorkomen dat gemeenten in haar optiek ‘teveel’ middelen krijgen en het Rijk en teveel middelen bij ‘inschiet’. Dat geeft een eenmalig negatief effect van € 2.571.000.De omvang van de incidentele component in de Algemene Uitkering voor de jaren 2026 tot en met 2028 is niet substantieel.

Conform het beleid worden deze componenten toegevoegd aan de reserve beleidsplan. Per saldo betekent dit dat een onttrekking aan de reserve beleidsplan van € 1.499.000. Oploop opschalingskorting geschrapt Het Rijk heeft besloten dat vanaf 2026 de oploop van de opschalingskorting definitief wordt geschrapt. Hierdoor krijgen gemeenten € 675 miljoen euro extra. Ook heeft het Rijk besloten om de nieuwe financieringssystematiek (bbp-systematiek) al vanaf 2024 in te voeren, ten behoeve van een meer stabiele financiering. Deze overgang heeft, met uitzondering van het jaar 2025, geen financiële gevolgen voor de gemeente. Het volumeaccres is door het Rijk tot en met 2025 bevroren. Voor de Wmo-uitgaven is een – nog uit te werken – aparte, geobjectiveerde indexering aangekondigd. Ook wordt het verminderen van het aantal specifieke uitkeringen door het kabinet, samen met de VNG aangepakt. Het gesprek over de gewenste omvang van het gemeentefonds vanaf 2026 zal met een nieuw kabinet moeten worden gevoerd. Voor nu staat vast dat ook met de in de Rijksvoorjaarsnota 2024 aangekondigde aanpak vanaf 2026 nog steeds een ‘gat’ overblijft wat hetzij door meer rijksmiddelen, hetzij door minder door gemeenten uit te voeren taken gedicht moet worden. De Voorjaarsnota 2024 van het kabinet levert voor de jaren vanaf 2026 een positiever beeld op ten opzichte van de septembercirculaire 2023.

Voor 2025 betekent het besluit van het kabinet dat de gemeente minder middelen als Algemene Uitkering zal ontvangen dan op grond van de septembercirculaire 2023 gepresenteerd was, als gevolg van de incidentele cumulatieve correctiemanoeuvre van het Rijk die geëffectueerd wordt in 2025, met de volgende onderbouwing van voordelen voor gemeenten:  de oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen wordt structureel geschrapt; de gemeenten moeten in 2025 eenmalig € 675 miljoen opschalingskorting dragen, omdat daardoor “het Rijk een gat in zijn begroting van 2025 kan overbruggen.”  een rechtvaardige risicoverdeling van de Wmo door heldere afspraken over objectieve indexering en aparte fondsvorming;  indexering van de zorgkosten. € 75 miljoen in 2026 oplopend tot 300 miljoen in 2029, en;  een ‘opschoonactie’ voor specifieke uitkeringen. In de visie van het Rijk stijgt de algemene uitkering voor gemeenten vanaf 2026 structureel, met € 750 miljoen oplopend tot ongeveer € 1 miljard in 2029.

25

Factoren die rol spelen bij hoogte Algemene Uitkering De hoeveelheid factoren die een rol spelen bij de hoogte van de Algemene Uitkering zijn voor de gemeente terug te brengen tot twee basisfactoren: - de compensatie voor loon- en prijs (inflatie) en; - accres (een cumulatie van aangroei, volumegroei en het opheffen van de opschalingskorting). Het Centraal Planbureau verwacht in haar Centraal Economisch Plan 2024 (CEP) dat de inflatie voor 2025 uitkomt op 2,8% en de loonstijging in 2025 3,9%. Daarbij geeft het Centraal Planbureau wel aan dat in 2024 een inhaalslag plaats zal vinden voor inflatiecorrectie en loonkostenstijgingen om de inflatie van de afgelopen periode te compenseren. Deze inhaalslag zal doorwerking kunnen krijgen in de prijzen die de gemeente betaalt voor haar goederen en diensten in 2025 en verder. Dit is dan ook zichtbaar bij de uitvraag van de budgetten voor 2025. Voor zover nu al geschat is dat de inflatiecorrectie ontoereikend is om de bestaande producten en diensten op te leveren in 2025 (en verder) wordt deze geacht in de prioriteiten begrepen te zijn van de aanleveringen voor de perspectiefnota 2025 – 2028. In de begrotingsrichtlijnen worden percentages voor loon- en prijscorrectie aangehouden waarmee het Rijk rekent in de Algemene Uitkering: 1.

In het algemeen geldt het prijspeil van 2024, +2,3% correctie voor inflatie voor subsidies, gemeenschappelijke regelingen en dergelijke tenzij deze rechtstreeks zijn gekoppeld aan (bepaalde) personeelskosten of onder budgetfinanciering vallen, exclusief zogenoemde waarderingssubsidies. In het geval op een specifieke subsidie wordt bezuinigd, vindt deze bezuiniging plaats voordat de inflatiecorrectie voor 2025 wordt toegepast. 2. Salariskosten en afgeleiden hiervan worden voor de vastgestelde begrotingsuitvoering geraamd op het niveau van 2024 +4,4% correctie voor salarisniveau en premies op basis van de toegestane formatieomvang. 3. Voor het berekenen van de hoogte van de subsidies aan grote gesubsidieerde instellingen wordt uitgegaan van een gewogen gemiddelde van de inflatiecorrectie voor materiële budgetten en correctie voor salarisontwikkelingen, namelijk +3,88%. Nota bene: de gemeente ontvangt hiervoor +2,3% inflatiecorrectie in de Algemene Uitkering 2025. 4. De tarieven voor OZB stijgen maximaal met de inflatiecorrectie die het Rijk hanteert voor het bepalen van het rekentarief (inkomstenmaatstaf onroerendezaakbelasting niet-woningen eigenaren en gebruikers en woningen eigenaren), voor nu bedraagt deze correctie +2,3%.

Na afloop van 2024 en 2025 worden de werkelijke inflatiecorrectie door het Rijk in de Algemene Uitkering verwerkt en die kunnen gelijk/hoger/lager zijn aan de percentages die voor de begroting gehanteerd worden. In reactie op de toezegging van het college aan de raad over inflatiecorrectiepercentages, heeft de koerswijziging van het Rijk voor de toepassing van loon- en prijscompensatie per 2024 een ander licht op de zaak geworpen. Het Rijk hanteert een eigen inflatiepercentage voor de algemene uitkering voor het eerstvolgende begrotingsjaar (t+1), los van de verwachte loon- en prijsinflatiepercentages voor dat jaar. Gemeenten zijn vrij om hun eigen loon- en prijsinflatiepercentages te gebruiken voor hun begrotingen. Dit betekent dat als een gemeente afwijkt van de percentages van het Rijk, er een verschil (‘plus’ of ‘min’) ontstaat ten opzichte van de mutatie op de algemene uitkering. Voor de begrotingsrichtlijnen van 2025 stellen wij voor om de loon- en prijscompensatie volgens de nieuwe lijn van het Rijk aan te houden. Dit betekent dat de toegepaste inflatiecorrectie voor loon en prijs voor de begroting van 2025 anders zal zijn dan de door het CPB verwachte percentages. In het Rekenkameronderzoek naar inflatiecorrectiepercentages werden onder andere de volgende twee overzichten gepresenteerd:

26

Tabel 1: Overzicht van gehanteerde inflatiecorrecties voor de gemeente Noordoostpolder Begroting 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Gemiddelde

Algemeen 2,4% 1,4% 1,8% 1,6% 3,0% 3,9% 2,4%

Salarisniveau 3,5% 2,3% 3,1% 1,5% 3,6% 5,2% 3,2%

Grote instellingen 3,225% 2,075% 2,775% 1,525% 3,450% 4,880% 3,0%

Tabel 2: Overzicht van alternatieve inflatiecorrecties voor de gemeente Noordoostpolder: hoe verhouden de gehanteerde prijsindexatiecijfers zich tot de cpi en Pnb? Begroting 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Gemiddelde

cpi 2,4% 1,5% 1,7% 1,5% 2,4% 3,1% 2,1%

afgeleide cpi 1,9% 1,4% 1,7% 1,4% 1,6% 3,6% 1,9%

Pnb 2,4% 1,5% 1,9% 1,7% 3,1% 2,8% 2,2%

De Rekenkamer concludeerde dat gemeente Noordoostpolder bij de inflatiecorrecties ongeveer de CPI-percentages volgt. Het overzicht laat zien dat voor 2024 een hoger percentage is gebruikt dan het CPI-percentage. Het Rijk koppelt haar inflatiepercentages niet langer direct aan de inflatieverwachtingen van het CPB, maar gebruikt nu een langjarige reeks om het inflatiepercentage voor het komende jaar te bepalen. Daarom wordt het als passend beoordeeld om deze methodiek van het Rijk over te nemen. De voordelen hiervan zijn dat de percentages zijn gekoppeld aan de inflatiecorrectie voor de algemene uitkering en dat discussies over de subjectiviteit bij het bepalen van de inflatiecorrectiepercentages worden vermeden. Dit betekent echter niet dat er geen discussie kan zijn over de te hanteren inflatiecorrectiepercentages. Een vergelijking met andere gemeenten is op dit moment niet mogelijk, omdat nog niet bekend is hoe zij omgaan met de nieuwe Rijkssystematiek voor hun (meerjaren)programmabegroting 2025 – 2028. Consequenties herijking gemeentefonds. Gemeente Noordoostpolder hanteert voor haar begrotingsbeleid de formele Rijkslijn, de BBVvoorschriften en haar eigen beleidsdocumenten, zoals verordening 212 (financiële beheersverordening).

Door het soms ingewikkelde en voor anderen onverkwikkelijke rijksbeleid ten aanzien van de hoogte, samenstelling en systematiek van de Algemene Uitkering c.a. (denk aan SPUK’s), over de afgelopen jaren in combinatie met de verder decentralisatie van taken richting de gemeenten, hebben niet alle gemeente zich aan deze systematiek gehouden. De vaker voorkomende overeenkomst bij deze gemeenten is dat zij incidentele componenten van de Algemene Uitkering als structureel geboekt hebben in hun meerjarenbegrotingen en dat zij gewerkt hebben met stelposten. Gaandeweg ontstond door deze handelswijze van die gemeenten het ‘ravijnjaar’. Noordoostpolder kent geen ravijnjaar omdat conform het Rijksbeleid en het BBV begroot is. In de opvattingslijn van de VNG en diverse gemeenten ontvangt gemeente Noordoostpolder daardoor nu structureel grosso modo € 5,5 miljoen ‘te weinig’. Kan gemeente Noordoostpolder zonder consequenties haar taken invullen en ambities waar maken met € 5,5 structureel ‘te weinig’? Het antwoord daarop is nee. Door het inzetten van incidentele middelen en door terughoudendheid in ambities lukt het tot op heden om een duurzaam sluitende begroting aan te bieden en om die taken uit te voeren en ambities te realiseren die de gemeenteraad vaststelt. Naar de toekomst toe kan dit wel gaan knellen en zijn fundamentele keuzen aan de orde.

Dat eerste moment kan elke perspectiefnota, en vervolgens meerjarenprogrammabegroting actueel worden. Liquiditeit, solvabiliteit, eigen vermogen en vreemd vermogen Gemeente Noordoostpolder heeft investeringsambities en ambities met een incidentele middelenvraag uit reserves die per 2025 grosso modo € 170 miljoen bedragen. Afhankelijk van de termijn waarin deze ambities gerealiseerd worden, kan gemeente Noordoostpolder deze ambities 27

financieren met eigen middelen of zal vreemd vermogen aangetrokken moeten worden. Diverse ambities met een relatief substantiële middelenvraag blijken lastig te schatten voor de planningen als gevolg van interne capaciteit, betrokken externe belanghebbenden, prijsontwikkelingen, marktbeschikbaarheid voor uitvoering, procedures en interne politieke dynamiek op eerder vastgestelde ambities. Op basis van toentertijd geldende aannames bij het aanbieden van de betreffende raadsvoorstellen, en met de stand van de raadsbesluiten per medio 2024, wordt voor voorzien dat gemeente Noordoostpolder ergens in of om 2028 vreemd vermogen moet aantrekken. Nieuw beleid en wijzigende omstandigheden kunnen van invloed zijn op het wel of niet moeten aantrekken van vreemd vermogen en op kosten die daarmee samenhangen. De huidige rente voor vreemd vermogen is circa 4%. Impliciet betekent dit, dat nieuwe raadsbesluiten aanleiding kunnen geven om bij de benodigde middelenvraag een rentecomponent mee te nemen, in elk geval dient met de mogelijkheid ervan, rekening gehouden te worden.

Belastingen De mogelijkheden om te komen tot een structureel duurzaam sluitende begroting wanneer er sprake is van een tekortsituatie zijn: - terugdringen van de nieuwe ambities - terugbrengen van lasten, ofwel ombuigen - de ambitie/het doel omzetten als incidenteel, waardoor de lasten uit de reserve komen in plaats van op de exploitatie drukken - het vergroten van de baten door aanpassen van tariefstellingen - een combinatie van een van de vorenstaande mogelijkheden. Voor het onderdeel ‘vergroten van de baten door aanpassen van tariefstellingen’, hebben we als college gesproken over het in kaart brengen van de mogelijkheden van het aanpassen van de tarieven OZB, die per saldo leiden tot een grotere totaalopbrengst OZB. Het huidige beleid is dat gemeenten de OZB-tarieven jaarlijks naar eigen inzicht kunnen vaststellen. Het tarief voor eigenaren mag echter niet hoger vastgesteld worden dan op 125% van het tarief voor gebruikers. Sinds 1997 mag voor woningen een ander tarief worden geheven dan voor niet-woningen. Deze mogelijkheid is ingevoerd om gemeenten een instrument in handen te geven waarmee kan worden voorkomen dat een sterke stijging van huizenprijzen tot een lastenverschuiving van niet-woningen naar woningen leidt. Tot 2001 mocht het tarief voor niet-woningen ten hoogste 120% bedragen van het tarief voor woningen.

Door de verschillen in de waardeontwikkeling van woningen en nietwoningen is die norm in 2001 verruimd en later helemaal afgeschaft. Het effect van het vrijlaten van die verhoudingen heeft er voor gezorgd dat elke gemeente zijn eigen beleid is gaan voeren voor de OZB-tariefstellingen en dat dit beleid om los is komen te staan van Rijksbeleid. Weliswaar zijn er in de afgelopen decennia enkele momenten geweest dat het Rijk paal en perk stelde aan de mogelijkheden om de tarieven voor de OZB-te verhogen, maar de meeste jaren hebben gemeenten hier autonomie gekregen. Het effect van die autonomie is dat gemeente Noordoostpolder door de factoren waardeontwikkelingsverschillen tussen woningen en niet-woningen en politieke keuzen, OZB-tarieven vastgesteld heeft die afwijken van andere gemeenten en van landelijk gemiddeld gehanteerde OZBtarieven enerzijds en OZB-tarieven die afwijken van door het Rijk gehanteerde OZB-rekentarieven voor de berekening van de korting op de Algemene Uitkering anderzijds. De effecten van de gemeentelijke autonomie voor het bepalen van de OZB-tarieven zijn te splitsen naar effecten als gevolg van autonomie en effecten gelieerd aan de intentie van de Rekentarieven voor de OZB van het Rijk voor de berekening van de korting op de algemene uitkering van een gemeente.

Die intentie van het Rijk is dat zij berekent wat een gemeente nodig heeft aan algemene uitkering om daar vervolgens een correctie op toe te passen in de veronderstelling dat de gemeente dat deel van de inkomsten zelf kan genereren door het heffen van OZB. De gemeente Noordoostpolder genereert € 742.000 minder aan OZB dan het bedrag dat het Rijk hiervoor kort op de algemene uitkering. Anders gesteld: gemeente Noordoostpolder heeft naar de idee van de systeemberekeningen door het Rijk hierdoor structurele omissie van € 742.000 in de 28

exploitatiebegroting. Landelijk is de situatie dat gemeenten gemiddeld genomen boven de OZBrekentarieven van het Rijk zitten en wel voor een bedrag van € 1.583.512 structureel, omgerekend naar de exploitatie voor gemeente Noordoostpolder. Op basis van de huidige inzichten en doorrekening van deze perspectiefnota stellen we voor om de OZB niet anders te laten stijgen dan met een inflatiecorrectie. De legesinkomsten van de afgelopen jaren zijn telkens hoger dan begroot. We verwachten op basis van het bouwvolume jaarlijks € 1.7 mln. inkomsten, dat is structureel € 300.000 meer dan wat tot op heden begroot is. We stellen voor de verwachte inkomsten in de begroting op te nemen.

Financiële vertaling Structureel Inkomsten leges

€

2025

2026

2027

2028

-300.000 €

-300.000 €

-300.000 €

-300.000

29

4.6.

Programma 6 Sociaal Domein

Programmadoelstelling Inwoners doen mee naar vermogen. Indien nodig met passende (preventieve) oplossingen, die aanvullend zijn op dat wat mensen wel kunnen. Onontkoombaar Implementatie Eigen Bijdrage Wmo In 2026 gaat de Eigen bijdrage Wmo in. Het abonnementstarief voor de Wmo wordt dan (weer) inkomensafhankelijk. We moeten werkprocessen aanpassen en invoeren om deze nieuwe werkzaamheden uit te kunnen voeren. We stellen voor om hiervoor eenmalig een bedrag van € 61.500 beschikbaar te stellen. Het beoogde effect is een afname van de kosten voor ondersteuning WMO. Logischerwijs dient de besparing op uitgaven Wmo minimaal deze extra uitgaven voor de eigen bijdrage op te kunnen vangen. Het is nog onzeker of dit daadwerkelijk budgetneutraal uitgevoerd kan worden. Op basis van de ervaring in 2026 zal indien nodig dan aanvullend budget gevraagd worden. Extra budget i.v.m. toenemende vergrijzing Er zijn relatief steeds meer senioren en deze senioren worden ouder. Ook blijven ze vaak langer thuis wonen en hebben daar huishoudelijke ondersteuning, zorg of extra woonvoorzieningen nodig. Op termijn verwachten we dat er minder inwoners zijn die deze ondersteuning kunnen bieden. Dit leidt tot een stijging in aanvragen en uitgaven Wmo. Dit is een landelijk probleem en is ook onderdeel geweest van de onderhandeling tussen VNG en Rijk.

Dit heeft geleid tot de afspraak om te komen tot objectieve indexering en aparte fondsvorming. We kunnen er redelijkerwijs vanuit gaan dat de kosten gecompenseerd worden door het Rijk. Effect resultaten jeugdzorgaanbieders en AmvB reële prijs Het is algemeen bekend dat de resultaten in de jeugdzorg onder druk staan. Het tarief is medebepalend is voor de winstgevendheid van de organisatie. Dit geldt zeker in geval van gespecialiseerde hulpvormen waarbij er sprake is van een kleiner aantal aanbieders. Ook in Flevoland zien we deze druk terugkaatsen richting ons als gemeente(n). Naar verwachting worden de reguliere loon- en prijsstijgingen vanuit het Rijk gecompenseerd. De extra kosten als gevolg van schaarste van personeel en de extra stijging van tarieven als gevolg van compensatie voor niet dekkende historische tariefstelling komen, wanneer deze “afgedwongen” worden door aanbieders, voor rekening van de gemeenten. Met de AmvB reële prijs hebben jeugdzorgaanbieders een sterk instrument in handen. Afgelopen jaren zijn de tarieven op onderdelen al gestegen en het is onzeker in welke mate verdere tariefstijging nog gaat plaatsvinden. We stellen voor om € 1.5 mln. de reserve Compensatie Tekorten Jeugdzorg in te zetten als gedeeltelijke dekking voor de extra lasten voor jeugd in de komende jaren.

Op basis van de nu bekende informatie, is de verwachting dat daarnaast minimaal € 500.000 structureel extra nodig zal zijn. Dringende noodzaak OZO verbindzorg (licentiekosten) Het doel van OZO-verbindzorg is werkdrukverlaging in het zorgdomein en verbetering van communicatie tussen zorg aanbieder, inwoner en het netwerk van de inwoner. OZO-verbindzorg biedt de mogelijkheid tot digitale samenwerking. Nu de verbinding tussen het medische en het sociaal domein steeds meer vorm krijgt is facilitering van samenwerking tussen partijen in het sociaal domein (bv thuiszorg) en het medisch domein (bv huisarts) van belang. Het platform is al enkele jaren als pilot in gebruik en wordt gefinancierd door gemeenten en zorgverzekeraar Zilveren Kruis (beide 50%). Het gebruik neemt weliswaar toe, maar er is ook nog potentieel. Dit dient verder gestimuleerd te worden. De benodigde structurele middelen van € 20.000 per jaar zijn voor licentiekosten. Ontwikkeling Lokale Inclusie Agenda Gemeenten zijn verplicht om periodiek een plan (Lokale Inclusie Agenda) vast te stellen. Dit om uitvoering te geven aan het VN-verdrag handicap. In het verleden is een toezegging gedaan onderzoek te doen naar de verschillende mogelijkheden voor een inclusiepanel als onderdeel van de

30

Lokale Inclusie Agenda (LIA). We stellen voor om voor de ontwikkeling van een lokale inclusie agenda eenmalig € 10.000 beschikbaar te stellen. Ambitie Verlengen project aanpak huisartsentekort De gemeente Noordoostpolder heeft te maken met een huisartsentekort. Dit is een landelijk probleem, in Noordoostpolder is de situatie zo urgent dat 5 huisartsen in Emmeloord per direct kunnen starten. Op de langere termijn zijn er 20 nieuwe praktijkhouders nodig voor Noordelijk Flevoland. Op dit moment heeft niet iedere inwoner een huisarts. Dit is een onwenselijke ontwikkeling. De eerste ervaringen met de communicatiecampagne Polderdokter.nl zijn positief. Het is belangrijk dit nu door te zetten. We willen potentiële huisartsen aantrekken om hun stages voor de huisartsenopleiding in onze regio (Noordoostpolder en Urk) te doen. Daarnaast wordt het platform gebruikt om huisartsen aan te trekken voor de te vestigen 0-praktijk. We stellen daarom voor om in 2025 hiervoor € 25.000 beschikbaar te stellen en in 2026 en 2027 nog eens € 5.000. Los van deze campagne is het mogelijk dat er geïnvesteerd moet worden in het vestigingsklimaat voor bestaande en toekomstige huisartsen. Meer sporten en bewegen in openbare ruimte Vorig jaar vroeg de raad aan dorpsbelangen en wijkplatforms om met ideeën te komen om sporten en bewegen in de openbare ruimte te stimuleren.

Aan een aantal initiatieven kende uw raad budget toe voor uitvoering. Tijdens de behandeling van de Programmabegroting 2024-2028 heeft u uitgesproken dit structureel te willen maken. We hebben een pilot lopen voor 2024 en 2025 voor elk ± vier initiatieven. We stellen voor om voor 2025 eenmalig nog € 50.000 beschikbaar te stellen. Op basis van de evaluatie van deze pilot, wordt vervolgens een voorstel opgesteld voor een eventueel vervolg. Opvolging onderwerpen GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) Momenteel ontvangen wij middelen vanuit het GALA. Dit stopt deels met ingang van 2026. Daar waar gekozen is voor eenmalige projecten of projecten die ‘eenvoudig’ te beëindigen zijn, zal dat met ingang van 2026 gerealiseerd worden. We zetten deze middelen echter ook in op ontwikkelingen, waarbij een keuze gemaakt moeten worden over een eventuele opvolging, zoals: -

-

-

Welzijn op Recept. Een project waarbij inwoners worden geholpen via welzijn in plaats van huisartsenbezoek. Het ontlast naar verwachting huisartsen. Momenteel leggen we de basis en rollen we dit kleinschalig uit. Wanneer de huidige middelen stoppen is het de vraag wat te doen wanneer de projectperiode succesvol is gebleken. Als de zorgstroom succesvol is omgeleid naar het welzijn, kan dit niet stoppen per 2026. Eenzaamheid. De middelen vanuit GALA zijn momenteel beperkt. Eenzaamheid is toenemend fenomeen en beperkt zich niet alleen tot ouderen. Welke rol zien we hierin voor onszelf weggelegd en wat is ervoor nodig om andere maatschappelijke partners te activeren. In 2024 vindt een onderzoek plaats uit de GALA middelen. Opvolging van de uitkomsten vraagt vrijwel zeker om middelen. Sociale basis. Dit betreft o.a. de buurthuizen, de komende jaren zetten we in op versterking van hun positie. De programmering, vrijwilligers etc. (draagt ook bij aan eenzaamheidsvermindering) Alleen de vraag blijft, hoe gaan we om met de buurthuizen, welke enerzijds het cement van de maatschappij worden genoemd, maar anderzijds hun eigen exploitatie moeten rondzetten.

Financiële vertaling Structureel Onontkoombaar: Extra budget i.v.m. toenemende vergrijzing. Effect resultaten jeugdzorgaanbieders en AmvB reële prijs Dringende noodzaak: OZO verbindzorg (licentiekosten) Ambitie: Opvolging onderwerpen GALA

2025

2026

2027

2028

€ €

- € 500.000 €

- € 500.000 €

- € 500.000 €

500.000

€

20.000 €

20.000 €

20.000 €

20.000

€

- €

p.m €

p.m €

p.m

31

Incidenteel Onontkoombaar Implementatie Eigen Bijdrage WMO Dringende noodzaak: Ontwikkeling Lokale Inclusie Agenda. Ambitie: Verlengen project aanpak huisartsen tekort. Meer sporten en bewegen in openbare ruimte

2025

2026

2027

2028

€

61.500 €

- €

- €

-

€

10.000 €

- €

- €

-

€ €

25.000 € 50.000 €

5.000 € - €

5.000 € - €

-

32

5. Financiële samenvatting Onderstaand een totaaloverzicht van de onontkoombare en noodzakelijke ontwikkelingen en ambities. Structureel Onontkoombaar: Uitvoeren Loketfunctie klimaat en energie Financiële effecten Kadernota OFGV Wetswijziging van school naar werk Extra budget i.v.m. toenemende vergrijzing Effect resultaten jeugdzorgaanbieders en AmvB reële prijs Dringende Noodzaak: Voorzien in Infra Aanvullend budget onderhoud bruggen Renovaties buitensportaccommodaties 2025 Voorzien in Vastgoed (ViV) Aanleg kunstgrasveld Ervenbos ICT: vernieuwen MER-ruimte Datagedreven werken/ datawarehouse Strategische personeelsplanning OZO verbindzorg (licentiekosten) Ambitie: Vervangen verouderd materiaal openbare verlichting Opvolging onderwerpen GALA Inkomsten leges Totaal

2025

2027

2028

€ € € € €

50.000 123.000 42.500 500.000

€ € € € €

50.000 246.000 42.500 500.000

€ € € € €

50.000 246.000 42.500 500.000

€ € € € €

50.000 246.000 42.500 500.000

€ € € € € € € € € €

€ - € 155.000 € € - € € € € 730.000 € 20.000 €

155.000 57.500 56.250 5.500 15.600 730.000 20.000

€ € € € € € € € € €

p.m. 155.000 57.500 56.250 5.500 15.600 730.000 20.000

€ € € € € € € € € €

p.m 155.000 57.500 56.250 5.500 15.600 730.000 20.000

€

€

5.100

€

10.200 €

15.300

€ € €

- € -300.000 € 1.320.500 €

-300.000 1.583.450

€ € €

- € -300.000 € 1.588.550 €

-300.000 1.593.650

2025

2026

2027

2028

Incidenteel Onontkoombaar: Inleg ontsluitingsweg Urk (Spuiweg) Implementatie Eigen Bijdrage WMO Dringende noodzaak: Voorzien in Vastgoed (ViV) Ontwikkeling Lokale Inclusie Agenda. Datagedreven werken/ datawarehouse Strategische personeelsplanning Ambitie: Uitvoeringsplan DMJOP Een bruisend Noordoostpolder Een icoon voor Nagele VAKTOR /cultuuragenda MITC vermarkten Asielzoekers aan het werk Sociaal-economisch beleid Deelnemen aan Open Teelt Innovatiehub Verlengen project aanpak huisartsen tekort. Meer sporten en bewegen in openbare ruimte Aantrekkelijke (recreatieve) fietspaden Toekomstbestendige bedrijventerreinen. Viering 80 jaar vrijheid Young Solar Challenge in Noordoostpolder Strategische personeelsplanning Totaal

2026

€ €

p.m. € 61.500 €

-

€ €

-

€ €

-

€ € € €

10.000 35.000 1.178.000

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € € € € € € € €

400.000 50.000 p.m. 15.000 70.000 50.000 42.000 25.000 50.000

€ € € € € € € € € €

50.000 p.m. 15.000 70.000 42.000 5.000 -

€ € € € € € € € € €

p.m. 15.000 70.000 41.500 42.000 5.000 -

€ € € € € € € € € €

p.m. 15.000 70.000 41.500 -

€ € € € € €

p.m. p.m. 20.000 20.000 655.000 2.681.500

€ € € € € €

p.m. p.m. 425.000 607.000

€ € € € € €

p.m. p.m. 425.000 598.500

€ € € € € €

p.m. p.m. 425.000 551.500

33

6. Duurzaam sluitende meerjarenbegroting 6.1.

Financiële vertaling

Structureel

2025

2026

Voorlopig verwachte uitgangspositie 2025 – 2028 o.b.v. Voorjaarsnota

€

1.012.518

€

Ontwikkelingen en ambities

€

- 1.320.500 €

Voorlopige meerjarenraming € 2025 -2028

-307.982 €

1.125.277

2027 €

1.136.177

2028 €

1.211.177

- 1.583.450 €

- 1.588.550 €

- 1.593.650

-458.173 €

-452.373 €

-382.473

Hiermee presenteren we een voorlopig meerjarenperspectief met een voor nu acceptabel tekort. Dit tekort zal voor het opstellen van de begroting 2025 – 2028 binnen de totale begroting gevonden moeten worden. We wachten daarbij de effecten van de meicirculaire en het regeringsakkoord af. We zullen uw raad via een separaat memo (addendum) na ontvangst en doorrekening van de meicirculaire informeren over de dan verwachte financiële startpositie voor de programmabegroting 2025 – 2028. Incidenteel

2025

Maximaal beschikbare ruimte reservebeleidsplan perspectiefnota 2025-2028

€

17.646.684

Onontkoombaar

€

- 61.500

Dringende noodzaak

€

- 1.223.000

Ambitie

€

- 3.116.000

Resterende ruimte reserve € beleidsplan 2025

13.388.890

34

7. Subsidieplafonds (voorlopige bedragen) De vermelde subsidieplafonds zijn indicatief en nog exclusief de in de begrotingsrichtlijnen opgenomen (en in de programmabegroting 2025-2028 op te nemen) inflatiecorrectie. De definitieve subsidieplafonds worden opgenomen in de primitieve programmabegroting 2025-2028.

Programma 1 – Fysieke leefomgeving Taakveld 7.4 – Milieubeheer Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Uitvoerende Pioniers van de Toekomst

Wat Stimuleren duurzaamheid

Code P295

€

Bedrag 16.050

Wat Beheer kerktorens

Code P454

€

Bedrag 15.000

Wat Bijdrage dorpsbelang Oud en nieuw viering Lustrumviering wijk & dorp Bewonersinitiatieven Leefbaarheid oostelijke dorpen

Code P567 P567 P567 P567 P567

€ € € € €

Bedrag 28.000 5.000 7.500 12.000 50.000

Exploitatie kinderboerderij

P589

€

41.913

Taakveld 8.3 – Bouwen en wonen Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Uitvoerende Regeling: Subsidieregeling voor het groot onderhoud van kerktorens in de gemeente Noordoostpolder -->. (https://lokaleregelgeving. overheid.nl/CVDR39754/1)

Taakveld 5.7 – Openbaar groen en (open lucht recreatie) Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Uitvoerende Subsidieregeling

Subsidieregeling leefbaarheidsgelden oostelijke dorpen Noordoostpolder--> https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR717555/1 Kinderboerderij

Programma 2 – Sociale leefbaarheid Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Het aanbieden van het basisaanbod peuteropvang als goede voorbereiding op het basisonderwijs. En een aanbod voor- en vroegschoolse educatie voor peuters met een (taal)achterstand, om hen goed voor te bereiden op het basisonderwijs. Daarnaast het bieden van ondersteuning in verschillende vormen ter versterking van de opvoedvaardigheden van ouders. Het stimuleren van lees- en taalontwikkeling voor zowel kinderen, jongeren als volwassenen. En het voorkomen van schooluitval door de inzet van schoolmaatschappelijk werk en jeugdartsen in het voortgezet onderwijs. Uitvoerende Flevomeer bibliotheek Stichting Humanitas Stichting Carrefour Stichting Kinderopvang Startpunt Regeling**

Wat Boekenpret Homestart Opstapje & Opstap Ouderconsulent Peuterspeelzaal op AZC Peuteropvang en VVE

Code P562 P562 P562 P562 P562 P562

€ € € € € €

Bedrag 27.500 74.900 289.400 97.700 111.000 950.000

35

€ € €

50.000 75.000 120.000

Schakelklas P562 € Taalarrangementen (VSV) P598 € School Maatschappelijk Werk P598 € Intercultureel SMW P598 € Speciaal en voortgezet christelijk onderwijs Volwasseneneducatie P553 € Huis voor Taal Taalonderwijs P553 € **Betreft open einde regeling voor ouders – bijdrage wordt verwerkt door en verstrekt aan aanbieders

82.800 18.000 20.000 25.000 6.900 118.100

Subsidieregeling peuteropvang gemeente Noordoostpolder --> (https://lokaleregelgeving. overheid.nl/CVDR636552)

Instandhouding VVE Deskundigheidsbevordering VVE HBO Coach

P562 P562 P603

Passend Onderwijs Noordoostpolder-Urk Stichting Aandacht plus

Taakveld 5.1 - Sportbeleid Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Het bevorderen van sport en bewegen in relatie tot het voorkomen van gezondheidsrisico’s van jongeren. Waarbij aandacht wordt besteed aan het ontwikkelen/ verbeteren van structureel gezond-, beweeg- en pedagogisch beleid. Hierbij is er extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Daarnaast het bevorderen en instandhouden van paard- en ponyrijden voor mensen met verstandelijke en/of lichamelijke handicap, gericht op revalidatie & recreatie. En het instandhouden van een overdekte en openlucht zwemvoorziening in de gemeente Noordoostpolder. Uitvoerende Stichting Carrefour***

Wat Brede regeling Combinatiefuncties Sportactiviteiten

Code P594

€

Bedrag 195.200

P594

€

30.000

Regeling Grotere sportevenementen Subsidieregeling sportevenementen gemeente Noordoostpolder | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) *** De combinatiefuncties maken onderdeel uit van het GALA-akkoord.

P594

€

15.000

Code P600

€

Bedrag 501.846

Regeling Subsidieregeling sportstimulering gemeente Noordoostpolder | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)

Taakveld 5.2 - Sportaccommodaties Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Uitvoerende Bosbad BV

Wat Exploitatiebijdrage zwembad

Taakveld 5.3 - Cultuurpresentatie Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Het faciliteren van professionele podia, een erfgoedcentrum, actieve receptieve kunsteducatie, exposities en een kunstuitleen. Voorts stimuleren van de amateurkunstbeoefening door repetitieruimten beschikbaar te stellen tegen gereduceerde tarieven en het bieden van cultuureducatie voor het basis- en voortgezet onderwijs. En amateurkunstbevordering door verenigingen en activiteiten in het kader van amateurkunst incidenteel subsidie te verstrekken. Daarnaast het stimuleren van het vertellen van het verhaal van de polder en het stimuleren van het onderhoud van monumenten. Uitvoerende Wat Code Bedrag Stichting Cultuurbedrijf Talentontwikkeling P653 € 1.637.380 Museum P654 € 212.640 Theater P656 € 574.580 Cultuurcoach*** H2319 € 42.900 Jongerencentrum De Klos Poppodium P800 € 4.500

36

Regeling Cultuuractiviteiten/ Subsidieregeling culturele activiteiten Talentontwikkeling/ gemeente Noordoostpolder --> Cultuurparticipatie ouderen (https://lokaleregelgeving. Culturele visitekaartjes overheid.nl/CVDR469479) *** De combinatiefuncties maken onderdeel uit van het GALA-akkoord.

P653

€

45.935

V220

€

19.500

Taakveld 5.5 – Cultureel erfgoed Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Behoud van cultureel erfgoed zowel materieel als immaterieel. Uitvoerende Regeling Subsidieregeling Vertellen verhaal van de polder -> https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR689373/1 Cultuurhistorisch Centrum Noordoostpolder Regelingen Monumenten: Subsidieverordening instandhouding van gemeentelijke monumenten --> (https://lokaleregelgeving. overheid.nl/CVDR368847)

Wat Verhaal van de polder

Code H2304

€

Bedrag 20.000

Historisch archief Monumenten

P645 P298

n.n.t.b. € 15.000

Nadere regels voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten --> https://lokaleregelgeving. overheid.nl/CVDR369259/1

Taakveld 5.6 - Media Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Het in stand houden van een basisbibliotheek in Noordoostpolder. En een lokale omroep met een toegekende zendmachtiging (Commissariaat v/d Media) en voldoen aan de Mediawet 2008. Uitvoerende Stichting Flevomeer Bibliotheek (incl. taakstelling van € 28.000) Stichting Lokale Omroep

Wat Bibliotheekwerk

Code P584

Bedrag € 1.257.035

Lokale Omroep

P657

€

27.824

Programma 3 – Economische ontwikkeling Taakveld 3.4 – Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Uitvoerende Stichting Centrummanagement -> Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2024 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) Stichting Centrummanagement

Wat Reclamebelasting

Code P158

Versterken aantrekkelijkheid van P158 het centrum Emmeloord Reclamecommissie weekmarkt Emmeloord Reclamegeldregeling P412 *Het plafond is afhankelijk van de werkelijk geïnde inkomsten, conform de verordening / afspraken

Bedrag € p.m. *

€

40.000 € p.m. *

37

Taakveld 3.4 - Economische promotie Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Het stimuleren van toeristische en recreatieve mogelijkheden in Noordoostpolder door de bekendheid en aantrekkelijkheid van het gebied voor toeristisch en recreatief gebruik te vergroten. En het gericht bijdragen aan de landelijke bekendheid en het vergroten van de aantrekkelijkheid van Noordoostpolder als woon-, werk- en recreatiegebied door het organiseren van publieksevenementen voor nieuwe en bestaande inwoners, nieuwe en bestaande toeristen/recreanten en nieuw en bestaand bedrijfsleven. Uitvoerende STEP Noordoostpolder Visit Flevoland B.V. Stichting Gebiedsmarketing ‘Gemaakt in dé Noordoostpolder’ *Plafond inclusief BTW

Wat Polder activiteiten Polder promotie Gebiedspromotie

Code P059 P381 P381

Bedrag 105.115 97.319* 80.000

€ € €

Programma 4 – Dienstverlening en besturen Taakveld 0.1 - Bestuur Uitvoerende STEP Noordoostpolder

Wat Bijdrage activiteiten koningsdag en Bevrijdingsdag

Code P065

€

Bedrag 10.000

Programma 6 – Sociaal Domein Voor de subsidieplafonds binnen programma 6 geldt nadrukkelijk dat het hervormingsproces van het “voorliggend veld” van invloed kan zijn op de hoogte van de definitieve plafonds. Bijvoorbeeld als gevolg van verschuivingen tussen aanbieders of het wegvallen van middelen. Eventuele wijzigingen worden geleidelijk en naar redelijkheid en billijkheid geëffectueerd. En worden met betrokken partijen besproken, voordat definitieve publicatie van de subsidieplafonds volgt.

Taakveld 6.1 – Samenkracht en burgerparticipatie Wat is het doel van de subsidieverstrekking? Er is sprake van een breed scala van subsidies, deze zijn opgedeeld in verschillende thematische onderdelen. Preventief jongerenwerk Wat verstaan we onder dit subsidiethema? Preventief jongerenwerk richt zich op kwetsbare jongeren. Het jongerenwerk werkt aan het vroegtijdig opsporen van problemen bij jongeren en stimuleren jongeren iets aan deze problemen te doen. Het jongerenwerk sluit aan bij de leefomgeving van de jongere. Dit betekent ook dat het jongerenwerk wordt aangeboden op de plekken waar jongeren zijn, zoals op straat of op school. Jongeren kunnen middels een groepsaanpak worden geholpen, maar ook waar nodig middels een individuele – één-op-één – aanpak. Voor welke doelgroep is dit aanbod bedoeld? Het jongerenwerk richt zich op jongeren en jongvolwassenen in een kwetsbare positie met een leeftijd van 10 tot en met 23 jaar. Dit is een richtlijn en geen harde leeftijdsgrens. Voor de inzet van het jongerenwerk staat niet in de eerste plaats de leeftijd, maar de vraag of behoefte van de jongere centraal. Uitvoerende Stichting Carrefour Sichting Youth for Christ, Heelal Tactus verslavingszorg Stichting Vakantieactiviteiten

Wat Preventief jongerenwerk

Code P800 P800 P800 P800

€ € € €

Bedrag 182.400 68.200 50.300 8.621

Opvoed- en opgroeiondersteuning & ondersteuning school en gezin Wat verstaan we onder dit subsidiethema?

38

Opgroei- en opvoedondersteuning is gericht op kortdurende, individuele ondersteuning om ouders en/of opvoeders te ondersteunen bij vragen over ontwikkelen, opgroeien en opvoeden. Ouders en/of opvoeders kunnen na deze kortdurende interventie zelfstandig verder. De hulpverlening sluit aan en vindt plaats in de leefomgeving van het gezinssysteem. Voor welke doelgroep is dit aanbod bedoeld? Opgroei- en opvoedondersteuning richt zich op kwetsbare gezinssystemen waarbij sprake is van een ondersteuningsvraag rondom de ontwikkeling of opvoeding van kinderen. Het gaat om een gezinssysteem dat leerbaar is en na een kortdurende interventie zelfstandig verder kan. Dit zijn veelal gezinnen die geen of te beperkt ondersteuning uit het eigen sociale netwerk kunnen ontvangen. Uitvoerende Stichting Aandacht+ Stichting Carrefour

Wat Opvoed- en opgroeiondersteuning

Code P800 P800

€ €

Bedrag 15.600 147.200

Integratie en participatie minderheden Wat verstaan we onder dit subsidiethema? Integratie en participatie minderheden richt zich op inwoners die zonder hulp niet integreren in hun kracht te zetten en te werken aan emancipatie, integratie en participatie in de samenleving. Er is extra aandacht voor statushouders die zich vanuit een AZC vestigen in de gemeente. Voor welke doelgroep is dit aanbod bedoeld? Integratie en participatie minderheden richt zich op een brede doelgroep. Het zijn veelal inwoners met een allochtone achtergrond. Vluchtelingen, gezinsmigranten en arbeidsmigranten. Maar het gaat ook om inwoners met een Nederlandse achtergrond die moeite hebben met participeren. Uitvoerende Bureau Gelijke Behandeling Flevoland Stichting Vrouwencentrum NOP

Wat Bevorderen welzijn minderheden

Code P828 P571

€ €

Bedrag 40.700 44.600

Maatschappelijk welzijn Wat verstaan we onder dit subsidiethema? Maatschappelijk welzijn richt zich op het aanjagen, ondersteunen en faciliteren van activiteiten en initiatieven die een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en/of participatie van inwoners of de samenredzaamheid van een groep inwoners. Door de zelfredzaamheid en samenredzaamheid te vergroten voorkomen we dat inwoners in zwaardere hulp en/of ondersteuning terecht komen. De ondersteuning vindt zowel plaats op individueel niveau als op groepsniveau. Voor welke doelgroep is dit aanbod bedoeld? Maatschappelijk welzijn richt zich op de zelfredzaamheid en vitaliteit van inwoners en de samenredzaamheid van een groep inwoners. Enerzijds richt het welzijn zich op de kwetsbaren in de samenleving. De samenredzaamheid draagt er toe bij dat ‘de zwakkere’ beter weet te participeren in de samenleving. Anderzijds is de inzet van het welzijnswerk gericht op de doelgroep die bijdraagt aan de samenredzaamheid. Je ondersteunt deze groep mensen en stelt hen in staat een effectieve ondersteuningsstructuur op te bouwen en/of te onderhouden.

Uitvoerende Wat Code Bedrag Stichting Carrefour * Informele hulp P565 € 50.200 Stichting Carrefour * Mantelzorg P565 € 278.100 Stichting Carrefour * Vrijwilligerswerk P565 € 245.400 Stichting Present Noordoostpolder Vrijwilligerswerk P565 € 5.000 Stichting Carrefour * Cliëntondersteuning P829 € 188.000 Stichting Carrefour * Sociaal Netwerk P565 € 50.200 Stichting Carrefour * Beweegcoaches P565 € 167.300 Stichting Carrefour * Buurtwerk P830 € 446.100 Stichting Carrefour * Buurtbemiddeling P565 € 39.000 Stichting DMW Voedselbank Voedselbank P565 € 7.400 Theehuis Emmeloord Dagactiviteiten P565 € 2.000 Zonnebloem regio Noordoostpolder Dagactiviteiten P830 € 2.300 * Dit plafond is onderdeel van de herinrichting van het voorliggend veld, dat is mogelijk van invloed op de uitvoerende partij en hoogte van subsidieplafond.

39

Maatschappelijke zorg Wat verstaan we onder dit subsidiethema? Maatschappelijke zorg is individuele hulpverlening ter voorkoming van zwaardere inzet van zorg. Het gaat om vaak acute problemen die zijn ontstaan door een tijdelijke disbalans in draagkracht en draaglast. Deze disbalans is ontstaan door het samenkomen van problemen op meerdere vlakken. Het samenkomen van deze problemen is vaak door een life-event geïnitieerd. Het gaat om een kortdurende inzet van maatschappelijke zorg. Het doel van de kortdurende interventie is het stabiliseren van de situatie, waardoor men zelf verder kan en maatschappelijke zorg niet langer nodig is. Voor welke doelgroep is dit aanbod bedoeld? Maatschappelijk zorg is gericht op (psychisch) kwetsbare mensen die op één of meerdere vlakken tijdelijk niet zelfredzaam zijn. Uitvoerende Zorggroep ONL*

Wat Code Bedrag Algemeen Maatschappelijk Werk 0 – P560 € 509.500 100 (incl. financiën en jongeren) Zorggroep ONL* Bemoeizorg GGZ P560 Zorggroep ONL* Preventie huisuitzetting P560 Zorggroep ONL* Steunpunt huiselijk geweld P560 Zorggroep ONL* Calamiteitendienst P560 Zorggroep ONL* KIES training P560 Stichting Slachtofferhulp Slachtofferhulp P565 € 12.100 * Dit plafond is onderdeel van de herinrichting van het voorliggend veld, dat is mogelijk van invloed op de uitvoerende partij en hoogte van subsidieplafond.

Preventieve schulddienstverlening Wat verstaan we onder dit subsidiethema? Preventieve schulddienstverlening richt zich op het voorkomen van schuldenproblematiek. Dit wordt gedaan door voorlichting en trainingen op het gebied van financiën. Ook wordt ingezet op vroegsignalering, zodat schuldhulpverlening wordt voorkomen. Tijdelijke lichte ondersteuning bij het op orde krijgen en leren houden van de financiële administratie, zodat inwoners (weer) zelfredzaam zijn op dat gebied, is een preventieve maatregel. Richtlijn bij deze trajecten is dat ze gemiddeld zes maanden tot maximaal één jaar duren. Voor welke doelgroep is dit aanbod bedoeld? Preventieve schulddienstverlening richt zich specifiek op laaggeletterden, statushouders en mensen met een laag inkomen die daardoor rond de armoedegrens leven. Verder richt het zich op huishoudens bij wie sprake is van een verhoogd risico op problematische schulden. Dit verhoogde risico wordt vaak geïnitieerd door een life-event. Uitvoerende Stichting Humanitas

Wat Preventieve schulddienstverlening

Code P564

€

Bedrag 134.500

Code P826

€

Bedrag 260.800

Taakveld 6.71C – Dagbesteding (WMO) Wat is het doel van de subsidieverlening? Het in stand houden van een GGZ inloopvoorziening in Noordoostpolder. Uitvoerende Stichting Kwintes

Wat Inloop GGZ

Taakveld 7.1 - Jeugdgezondheidszorg Wat verstaan we onder dit subsidiethema? Het doel van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) is bijdragen aan een gezonde en veilige opgroeisituatie van jeugdigen. Dit doet de JGZ door de uitvoering van de wettelijke basistaken dat onder andere bestaat uit voorlichting geven, vroegtijdig signaleren, waar nodig aanvullende hulp bieden en het coördineren van zorg. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van het gewone leven. De JGZ hanteert een risicogerichte aanpak. Dit betekent dat de focus van de werkzaamheden ligt op de risicokinderen/kwetsbare gezinnen. Bij de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar is een doorgaande lijn van belang. Voor wie is dit aanbod bedoeld?

40

In het kader van deze subsidie gaat het om de jeugdgezondheidszorg gericht op 0 tot 4 jarigen waarbij de focus ligt op kwetsbare gezinnen. Uitvoerende Zorggroep ONL

Wat Jeugdgezondheidszorg 0 – 4 jaar, inclusief vaccinatieprogramma, Integrale vroeghulp en stevig ouderschap

Code P556

Bedrag € 872.096

41

8. Begrotingsrichtlijnen Voor het opstellen van de programmabegroting 2025-2028 worden voor het komende begrotingsjaar de volgende richtlijnen voorgesteld. Beleid  De huidige meerjarenraming 2025-2027 van de vigerende meerjarenprogrammabegroting 2024-2027 vormt de basis voor het opstellen van de meerjarenprogrammabegroting 20252028 waarbij het jaar 2027 wordt geëxtrapoleerd naar het jaar 2028.  Het coalitieakkoord 2022-2026 alsmede eerder vastgestelde perspectiefnota’s en de uitkomsten van de perspectiefnota 2025-2028 worden verwerkt in de meerjarenprogrammabegroting 2025-2028.  Raadsbesluiten genomen tot en met de raadsvergadering van 8 juli 2024 worden verwerkt in de meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 (hierna: programmabegroting 2025-2028).  Raadsbesluiten genomen van augustus 2024 tot en met december 2024 met meerjarige (structurele) gevolgen worden verwerkt in wijzigingen op de primitieve programmabegroting 2025-2028.  De meicirculaire 2024 wordt gebruikt voor het opstellen van de programmabegroting 2025 2028, tenzij substantiële verlagingen of verhogingen in de septembercirculaire 2024 worden gepresenteerd die het geheel aan gemeentelijke beleidsdoelen in een ander daglicht stelt.

Kostenontwikkeling  Het uitgangspunt van gemeente Noordoostpolder is dat de correctie voor inflatie en salariskosten inclusief premies worden opgevangen door een bijstelling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat de precieze hoogte en totale omvang van het gemeentefonds op dit moment nog niet zeker is.  In de programmabegroting 2025-2028 wordt het prijspeil in de materiële sector gelijkgesteld aan het prijspeil 2024, +2,3% zijnde de prijsontwikkeling Bruto Binnenlands Product (bron: CEP-februari 2024).  In het algemeen geldt het prijspeil van 2024, +2,3% correctie voor inflatie voor subsidies, gemeenschappelijke regelingen en dergelijke tenzij deze rechtstreeks zijn gekoppeld aan (bepaalde) personeelskosten of onder budgetfinanciering vallen, exclusief zogenoemde waarderingssubsidies. In het geval op een specifieke subsidie wordt bezuinigd, vindt deze bezuiniging plaats voordat de inflatiecorrectie voor 2025 wordt toegepast.  Salariskosten en afgeleiden hiervan worden voor de vastgestelde begrotingsuitvoering geraamd op het niveau van 2024 +4,4% correctie voor salarisniveau en premies op basis van de toegestane formatieomvang (bron: CEP-februari 2024).

 Voor het berekenen van de hoogte van de subsidies aan grote gesubsidieerde instellingen wordt uitgegaan van een gewogen gemiddelde van de inflatiecorrectie voor materiële budgetten en correctie voor salarisontwikkelingen, namelijk +3,88%.  Voor de budgetten van het sociaal domein geldt daar waar dit landelijk van toepassing is, de OVA index / NEA-norm.  Er wordt reëel geraamd en afwijkingen op onder andere prijsontwikkelingen worden toegelicht en gemotiveerd.  Per 1 januari 2025 wordt een inwonertal gehanteerd van 50.100.  De gevolgen van areaalvergroting alsmede de overige ontwikkelingen worden reëel geraamd en geacht begrepen te zijn in de areaaluitbreidingseffecten van de algemene uitkering.  De tarieven voor OZB stijgen maximaal met de inflatiecorrectie die het Rijk hanteert voor het bepalen van het rekentarief (inkomstenmaatstaf onroerendezaakbelasting niet-woningen eigenaren en gebruikers en woningen eigenaren), voor nu bedraagt deze correctie +2,3%.  De tarieven voor gemeentelijke belastingen, retributies, rechten en gebruiksvergoedingen worden bij het aanbieden van de begroting ter besluitvorming aangeboden waarbij het uitgangspunt kostendekkende tarieven en/of huidige tarieven 2023 gecorrigeerd met inflatie van +2,3%

42

       

De overhead wordt extracomptabel toegerekend aan producten die tariefgerelateerd zijn over het totaal van de lasten per tariefgerelateerd product. Voor de grondexploitatie geldt dat de overhead intra comptabel per grondexploitatiecomplex wordt verwerkt over het totaal van de lasten. Voor reisdocumenten/rijbewijzen geldt dat de tarieven aan een wettelijk maximum gebonden zijn, die prevaleren boven het uitgangspunt van kostendekkendheid. (Vervangings)investeringen worden geraamd in de primitieve programmabegroting 20252028. Bij het aangaan van nieuwe investeringen in de begrotingsperiode 2025-2028 wordt vanaf 2030 een rentepercentage van 4% gehanteerd. Investeringen met een maatschappelijk nut worden in basis gefinancierd met gegenereerde en te genereren middelen uit vrije kasstromen en voor zover de te vormen afschrijvingsreserve kan worden gedekt uit de reserves. Voor de gebruikelijke reserves wordt een inflatiepercentage van +2,3% gehanteerd. De grondprijzen voor woningbouw en bedrijventerreinen worden door het college vastgesteld middels de grondprijzenbrief en ter informatie gestuurd aan uw raad. De uitgangspunten voor grondprijzen zijn: a. aantrekkelijkheid van de kavels; b. verhouding/aandeel grondwaarde in totale waarde gerealiseerde woning; c. verwachtingen markt versus beschikbaarheid grond.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2153/documents/38794