12.5 Ontwerpprogrammabegroting 2024 VRF.pdf
Tekst van het document
198.330
848.373
1.525.369
2.572.072
Lelystad
453.515
1.096.448
3.732.395
5.282.357
Noordoostpolder
236.934
1.252.658
1.967.129
3.456.722
Urk
92.909
412.081
581.090
1.086.081
Zeewolde
409.864
565.939
1.022.260
1.998.063
1.872.664
6.689.821
18.168.590
26.731.075
Totaal
Bijdrage van het Rijk De hoogte van de rijksbijdrage (BDuR) is gebaseerd op de decembercirculaire 2022 en bedraagt voor de jaarschijf 2024 € 7.072.356. Dit is inclusief de extra middelen voor het project versterking veiligheidsregio en crisisbeheersing.
Bijlagen
27
estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom
4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen
De financiële begroting
4. Paragrafen
4. Paragrafen 4.1 Weerstandsvermogen Inleiding Het besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vereist dat in de begroting en in de jaarrekening diverse paragrafen worden opgenomen die een dwarsdoorsnede bieden van de jaarstukken. In dit hoofdstuk treft u de paragrafen aan die relevant zijn voor VRF. Algemeen Het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten schrijft voor dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen jaarlijks de weerstandscapaciteit en de risico’s inventariseren en hierover beleid formuleren. Artikel 11 van dat Besluit definieert het weerstandsvermogen als de verhouding tussen: a. D e weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover VRF beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. b. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. c. O ngedekte risico’s.
Bijlagen
Gewenste weerstandscapaciteit Op grond van artikel 11 (zie hierboven) wordt een uitspraak over het weerstandsvermogen onderbouwd door een vergelijking van de resterende (i.c. niet-gedekte) risico’s met de beschikbare weerstandscapaciteit. Een dergelijke uitspraak wordt uitgedrukt in termen van gewenste weerstandscapaciteit, gelet op de aard en omvang van de resterende risico’s. De gewenste weerstandscapaciteit is het bedrag waarover de organisatie zou moeten beschikken op grond van de resterende risico’s (risicoprofiel). Voor de financiële positie van de organisatie is het van belang in hoeverre daadwerkelijk weerstandscapaciteit beschikbaar is om het gewenste weerstandsvermogen te vormen. Beleid weerstandsvermogen Het beleid van VRF over het weerstandsvermogen is dat de niet-gedekte risico’s (met inachtneming van de beheersmaatregelen en de reeds opgenomen voorzieningen) worden gedekt door de algemene reserve. Het verstandig omgaan met risico’s betekent dat om vastgestelde doelstellingen te kunnen realiseren de organisatie risico’s mag lopen, zolang dit een bewuste (bestuurlijke) keuze is en de weerstandscapaciteit voldoende is om eventuele risico’s op te vangen.
28
estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom
4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen
De financiële begroting
4. Paragrafen
Daarnaast moet er een gefundeerde grondslag bepaald worden voor het berekenen van de gewenste weerstandscapaciteit. De organisatie is in beweging, wat resulteert in een dynamisch risicoprofiel. Continue aandacht en herijking van het risicoprofiel is daarom van wezenlijk belang voor een goed inzicht in de toereikendheid van de financiële positie van VRF. In deze begroting is een risicoprofiel voor 2023-2024 gemaakt, zie hiervoor bijlage 2. Afspraken gemeenten: spelregels weerstandsvermogen verbonden partijen Met de gemeenten zijn afspraken gemaakt over hoe om te gaan met risico’s, (bestemmings)reserves en voorzieningen. Kort samengevat komen de afspraken erop neer dat VRF haar risico’s naar alle redelijkheid in kaart brengt bij de jaarrekening, de kadernota en de begroting en dat bestemmingsreserves en voorzieningen onderbouwd zijn. Beschikbare weerstandscapaciteit 2024 In de inleiding is aangegeven wat onder weerstandscapaciteit wordt verstaan. Onderdeel van die capaciteit vormen de vrij aanwendbare reserves, die een bufferfunctie hebben voor onvoorziene risico’s. Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt hieronder een overzicht gegeven van de stand van de verschillende vrij aanwendbare reserves per 31-12-2022: Weerstandsvermogen
PGB 2023
PGB 2024
2.358
858
858
Bedrag voor onvoorzien
0
0
0
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves
0
0
0
Stille reserves
0
0
0
2.358
858
858
Algemene Reserve
Totaal
Bijlagen
Reserves (JR2022)
JR 2022
2.357.723
Weerstandsratio Risicoprofiel Een risico wordt gedefinieerd als ‘de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief financieel gevolg voor VRF’. Het risicoprofiel komt uit op € 1.386.300. Dit is tevens de minimaal gewenste omvang van het weerstandsvermogen. De tabel is in bijlage 2 opgenomen.
1,70
29
estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom
4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen
De financiële begroting
4. Paragrafen
Ratio weerstandsvermogen Het ratio weerstandsvermogen 2022 is 1,7. Deze score valt in de categorie 1,4 tot 2,0 en scoort daarmee “Ruim Voldoende” volgens het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). Voor het inhoudelijke overzicht van het risicoprofiel verwijzen wij naar bijlage 2. Conclusie We concluderen dat de weerstandscapaciteit de risico’s kan opvangen zonder extra bijstorting van de deelnemende gemeenten of allocatie van interne middelen. De ratio weerstandsvermogen is met 1,7 hoger dan het bestuurlijk beoogde maximum van 1,4 zoals vastgelegd in de Nota Weerstandsvermogen 2021. Bij de Jaarstukken 2022 wordt het algemeen bestuur voorgesteld de algemene reserve af te romen tot het niveau van weerstandsratio 1,4 en het verschil ad € 416.903 uit te keren aan de gemeenten. Doordat de besluitvorming hierover bij het opstellen van deze ontwerpbegroting nog niet heeft plaatsgevonden, zijn de bedragen van de algemene reserve hierop nog niet aangepast. We blijven in afwachting van landelijke besluitvorming op het onderwerp verplichtend karakter. Het uitgangspunt is onveranderd dat alle kosten die verband houden met de afschaffing van het verplichtend karakter door het Rijk worden vergoed. Financiële kengetallen Om inzicht in de financiële positie te verschaffen, nemen we een aantal relevante kengetallen op.
Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en de balans en bieden inzicht bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie.
Bijlagen
Financiele kengetallen
JR2022
PGB2023
PGB2024
PGB2025
PGB2026
PGB2027
1A. Netto schuldquote
63%
56%
59%
50%
45%
40%
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
63%
56%
59%
50%
45%
40%
2. Solvabiliteitsratio
46%
45%
35%
32%
31%
30%
3. Structurele exploitatieruimte
-2,8%
0%
0%
0%
0%
0%
Conclusie De schuldquote neemt eerst af als gevolg van de aflossing van de geldleningen. In 2024 stijgt deze door een extra lening van € 5 mln. Daarna neemt hij weer af door verdere aflossingen. De solvabiliteitsratio neemt geleidelijk af.
30
estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom
4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen
De financiële begroting
4. Paragrafen
4.2 Bedrijfsvoering Het BBV beschrijft een aantal op te nemen prestatieindicatoren. Deze zijn voor VRF als volgt: Indicator
Eenheid
JR2022
PGB2023 PGB2024
Formatie
Fte per 1.000 inwoners (beroeps)
0,45
0,45
0,45
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners (beroeps)
0,44
0,45
0,45
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
€ 20,87
€ 19,13
€ 21,42
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
9,6%
5,6%
5,0%
Overhead
% van de totale lasten
21,3%
20,6%
20,7%
4.3 Financiering Wettelijk kader De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijk kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In de wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening. Het geactualiseerde treasurystatuut van VRF is 6 juli 2022 vastgesteld. Ontwikkeling liquiditeitspositie In 2011 en 2012 heeft VRF twee lineaire leningen afgesloten voor de overname en inrichting van de brandweerkazerne in Zeewolde. De ene lening heeft een looptijd van 20 jaar tegen 4,43% rente, jaarlijks wordt er € 37.500 afgelost. De andere lening heeft een looptijd van 18 jaar tegen 2,75% rente, jaarlijks wordt er € 65.789 afgelost.
Bijlagen
In 2019 is een nieuwe lening van € 6.500.000 afgesloten ten behoeve van het doen van investeringen en ter versterking van het werkkapitaal. De lening heeft een looptijd van 15 jaar tegen 0,855% rente, jaarlijks wordt er € 433.333 afgelost. Naar verwachting wordt in 2024 een nieuwe lening afgesloten voor 5 miljoen euro ten behoeve van de geplande investeringen. Kasgeldlimiet Voor 2024 is het begrotingstotaal € 34.6 mln., dus is het toegestane kasgeldlimiet ruim € 2.8 mln.
31
estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom
4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen
De financiële begroting
4. Paragrafen
Berekening kasgeldlimiet in mln.
2023
2024
2025
2026
2027
1. Toegestane kasgeldlimiet in procenten van de grondslag
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
in bedrag
2,6
2,8
2,9
2,9
2,9
2. Omvang vlottende schuld
2,1
2,1
2,1
2,1
2,1
3. Vlottende middelen
6,6
4,1
2,3
1,4
0,9
4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)
-4,4
-2,0
-0,2
0,7
1,2
Toegestane kasgeldlimiet
2,6
2,8
2,9
2,9
2,9
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
7,0
4,8
3,0
2,2
1,7
Toets kasgeldlimiet
Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld Voor het beheersen van de renterisico’s op de lange termijn dient VRF de renterisico’s van de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm in beeld te brengen. Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen die tot de vaste schuld (herfinanciering) behoren, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente op basis van de leningsvoorwaarden niet kan beïnvloeden (renteherziening). De renterisiconorm wordt berekend door een, bij ministeriële regeling, vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld. Hierbij geldt een drempelbedrag van € 2.5 mln. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden.
Bijlagen
Berekening renterisiconorm (x € 1.000)
2023
2024
Begrotingstotaal
31.290
34.582
Renterisiconorm
20%
20%
Toets renterisiconorm
6.258
6.916
0
0
Betaalde aflossingen
537
870
Renterisico
537
870
5.721
6.046
Renteherziening op leningen o/g
Ruimte onder renterisiconorm
Conclusie: Er wordt in 2023 en 2024 voldaan aan de renterisiconorm.
32
estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
Rentetoerekening Bij de herziening van het BBV is het advies opgenomen om de rentekosten op één post in de begroting op te nemen. Om ervoor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in artikel 13 van het BBV voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend.
Renteschema (x € 1.000)
2. Uitwerking beleidsthema’s 2024
a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering
3. Reguliere taken per kolom
b. Externe rentebaten
4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen
De financiële begroting
4. Paragrafen
PGB 2024
PGB 2025
PGB 2026
PGB 2027
243
224
205
186
0
0
0
0
243
224
205
186
c1. Rente over eigen vermogen (toevoegd aan exploitatie)
0
0
0
0
c2. Rente over voorzieningen
0
0
0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
0
0
0
0
243
224
205
186
0
0
0
0
Saldo rentelasten en rentebaten
d. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) e. Renteresultaat op het taakveld Treasury
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Meerjareninvesteringsplan materieel/materiaal Met de overdracht van de lokale brandweertaken van de zes gemeenten naar VRF zijn ook de voertuigen, materiaal, inrichting e.d. overgegaan naar de veiligheidsregio. De overname hiervan is per gemeente geregeld in het overdrachtsdossier. In de bijdragen van de gemeenten zijn ook budgetten voor kapitaallasten en onderhoud opgenomen.
Bijlagen
Afgelopen jaren is de onderhoudstoestand van het materieel en voertuigen geïnventariseerd. Inmiddels zijn nieuwe contracten afgesloten waarbij de tijdigheid en kwaliteit van het onderhoud, de actualisering van de certificeringen alsook de planning van de keuringen gewaarborgd worden. Voor 2024 staat in de planning om voor circa € 7.7 miljoen aan voertuigen te vervangen, € 0.3 miljoen aan een COPI container, daarnaast ook voor € 0.6 miljoen aan oefenmiddelen en ICT.
33
estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4.5 Verbonden partijen
2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom
4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen
De financiële begroting
4. Paragrafen
Gebouwen Medio 2012 heeft VRF de brandweerkazerne in Zeewolde in eigendom en in gebruik genomen. In 2022 is het meerjarenonderhoudsplan voor deze kazerne geactualiseerd en is de voorziening voor het groot onderhoud hierop aangepast. In 2016 is in Zeewolde het boothuis in gebruik genomen. De overige gebouwen zijn om niet in gebruik door de veiligheidsregio, conform het besluit van het bestuur uit december 2013. In 2015 en 2016 zijn overeenkomsten tussen de gemeenten en VRF afgesloten met nadere afspraken over beheer en onderhoud van de brandweerkazernes.
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke- of publiekrechtelijke organisatie waarin VRF een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht. Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking is gesteld dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. In 2024 heeft VRF twee verbonden partjen, te weten het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en stichting Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Naam: Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) te Arnhem. De geschatte financiële bijdrage aan het NIPV van VRF over het jaar 2024 is € 350.000. Naam: Stichting Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s, die namens VRF ondersteuning biedt bij onder meer risicobeheer en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. De geschatte financiële bijdrage van VRF over het jaar 2024 is € 100.000
Bijlagen
34
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten Hieronder is de exploitatie van de Programmabegroting 2023, 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027 opgenomen. Programma-onderdeel
De financiële begroting
Saldo 2023
Saldo 2024
Saldo 2025
Saldo 2026
Saldo 2027
Brandweer
21.051.952
23.486.066
23.820.667
24.029.792
24.029.792
GHOR
2.022.317
2.091.784
2.091.784
2.091.784
2.091.784
Bevolkingszorg
524.987
543.020
543.020
543.020
543.020
Veiligheidsbureau
1.223.491
1.265.518
1.265.518
1.265.518
1.265.518
Totaal
24.822.747
27.386.388
27.720.988
27.930.114
27.930.114
Bijdragen gemeenten
-25.030.340
-26.731.075
-26.862.693
-27.173.345
-27.480.362
Rijksbijdrage (BDuR)
-5.359.928
-7.072.356
-7.505.776
-7.776.664
-7.776.664
-30.390.268
-33.803.431
-34.368.469
-34.950.009
-35.257.026
Overhead
6.439.807
7.166.330
7.265.150
7.326.912
7.326.912
Totaal
6.439.807
7.166.330
7.265.150
7.326.912
7.326.912
Mutaties reserves
-872.286
-749.287
-617.669
-307.017
0
0
0
0
0
0
Totaal
Totaal
Bijlagen
Besluit Begroting en Verantwoording De begroting is opgesteld overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage bestaat uit drie componenten: 1. Bijdrage gemeenten oude verdeelsleutel. 2. Bijdrage gemeenten maatwerk. 3. Bijdrage gemeenten nieuwe verdeelsleutel.
35
5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
Voor de gemeentelijke bijdragen is besloten om per 1 januari 2021 een nieuwe verdeelsleutel te hanteren op basis van de verhouding van het fictief budget Gemeentefonds met betrekking tot subcluster brandweer en rampenbestrijding van de deelnemende gemeenten. Deze verdeelsleutel wordt voor de voordeelgemeenten (Almere en Lelystad) in vijf jaar en voor de nadeelgemeenten in zeven jaar ingevoerd. De ’oude’ verdeelsleutel bestaat uit de historische inbreng per gemeente voor de lokale brandweer en voor de overige regionale taken de verhouding per gemeente o.b.v. 70% aantal inwoners en o.b.v. 30% hectaren. Daarnaast gelden maatwerkafspraken met gemeenten inzake o.a. FLO, risicobeheersing en huisvesting. Deze maatwerkafspraken worden 100% doorbelast naar de betreffende gemeenten. De afbouw van de oude verdeelsleutel en de opbouw van de nieuwe verdeelsleutel zal in 2027 afgerond zijn.
De financiële begroting
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
Looncompensatie Voor de ontwikkeling van de lonen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2024 in de septembercirculaire gemeentefonds 2022. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 3,9% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 853.354 per jaar. Vlak voor het behandelen van de ontwerpbegroting is een principeakkoord bereikt over de nieuwe cao voor veiligheidsregio’s. Deze gaat met terugwerkende kracht in per 1 januari 2023 en heeft een duur van 16 maanden. De overeengekomen loonstijging bedraagt 5,5% en een bedrag van 100 euro bruto per maand per medewerker. Daarnaast gaat de eindejaarsuitkering met 1,58% omhoog. De vrijwilligersvergoedingen gaan met 9,3% omhoog. Het principeakkoord wordt voorgelegd aan het bestuur van de 25 veiligheidsregio’s. De ledenraadpleging start op 7 maart 2023 en het duurt 8 weken voordat het akkoord definitief is. Wanneer het principeakkoord in de begroting verwerkt wordt, betekent dit voor 2023 incidentele additionele loonkosten tussen € 1.000.000 en 1.200.000 voor VRF. De extra loonkosten zullen meegenomen worden bij de Bestuursrapportage 2023 en verwerkt worden in een begrotingswijziging.
Het financiële effect voor 2024 zal naar verwachting tussen € 900.000 en € 1.100.000 structureel kostenverhogend zijn en zal in de definitieve programmabegroting 2024 verwerkt worden. Het financiële gevolg van deze cao-aanpassing is dan ook niet opgenomen in de tabel ‘Financiële effecten voor gemeenten per begrotingsjaar’.
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
Bijlagen
Ontwikkelingen consumentenprijsindex (CPI) Om de prijsontwikkeling voor 2024 te bepalen is de septembercirculaire gemeentefonds 2022 als uitgangspunt genomen. In het meerjarenperspectief voor 2024 is hierin een percentage opgenomen voor prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) van 2,4%. De financiële stijging van deze inflatie is berekend op structureel € 235.933 per jaar. Aanpassing Prijscompensatie 2023 Conform de afspraken is er in de programmabegroting van 2023 een prijscompensatie opgenomen van 1,5% (inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Echter, gezien de aanzienlijke inflatie als gevolg van economische en maatschappelijke ontwikkelingen in 2022 is het in de septembercirculaire gemeentefonds 2022 genoemde inflatiecijfer voor 2023 bijgesteld naar 5,9%, een toename van 4,4%. De prijsstijging wordt
36
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
in alle geledingen van de organisatie gevoeld. We beseffen dat het een uitzonderlijke vraag is om de eerdere prijscompensatie naar boven bij te stellen, maar het is ook een uitzonderlijk tijdsgewricht. Deze tijd met alle crises legitimeert ons inziens deze vraag. Een dergelijke stijging is binnen de huidige begroting niet op te vangen. Het financiële effect hiervan is structureel € 420.847 per jaar. Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) In 2022 is er een structurele aanpassing voor loon- en prijscompensatie geweest van de Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 168.369. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen.
De financiële begroting
Uitvoering van taken risicobeheersing voor Noordoostpolder Afgelopen jaar zijn tussen VRF en gemeente Noordoostpolder meerdere gesprekken gevoerd over de mogelijkheid taken op het gebied van omgevingsveiligheid, brandveiligheid en brandveilig leven uit te laten voeren door VRF. Voor de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde worden deze taken al uitgevoerd door VRF. Op 20 februari 2023 is voor de uitvoering van deze taken een Service Level Agreement (SLA) ondertekend door de gemeente Noordoostpolder en VRF. De SLA gaat met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari 2023. Gemeente Noordoostpolder gaat vanaf 2023 € 228.040 voor deze taken betalen via verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Dit bedrag wordt in de begroting onder “maatwerk” opgenomen en wordt alleen aan de gemeente Noordoostpolder doorberekend. Jaarlijks zal dit bedrag met loonindexatie verhoogd worden. Hiervoor is een begrotingswijziging 2023 gemaakt. De structurele effecten zijn verwerkt in de Ontwerp-programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027.
Overige bijstellingen:
Bijlagen
Documentaire Informatievoorziening (DIV) Er is door een extern onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar de taak Documentaire informatievoorziening (DIV). We moeten namelijk voldoen aan de archiefwet alsmede de Wet open overheid (Woo) die in 2022 in werking is getreden. Hier heeft het adviesbureau ook langs getoetst. Conclusie van dit onderzoek is dat deze taak de nodige aandacht behoeft. Om uitvoering te kunnen geven aan de gestelde uitkomsten van het onderzoek zullen diverse acties moeten worden ondernomen waarvoor input van kwaliteit en capaciteit benodigd is. Op dit moment zijn de financiële consequenties hiervan nog niet eenduidig te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is. Wet open overheid In 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en is bedoeld om de overheid transparanter te maken. Op basis van deze wet hebben we een
37
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
inspanningsverplichting om informatie actief openbaar te maken. Deze verplichting vormt een aanvulling op de al bestaande mogelijkheid om informatie bij de veiligheidsregio op te vragen. Door hieraan te voldoen, willen wij ons als veiligheidsregio op een tijdige, zorgvuldige en transparante wijze verantwoorden.
De financiële begroting
In dienst van deze doelstelling werkt de veiligheidsregio doorlopend aan de implementatie van de Wet open overheid. Hiervoor is een Woocontactpersoon aangesteld, richten wij processen in voor de publicatie van bestuurlijk vastgestelde stukken en werken wij aan een betere toegankelijkheid van de reeds gepubliceerde stukken op de website van de veiligheidsregio. Bovendien wordt intensief ingezet op een betere informatiehuishouding. Hetgeen intern zal resulteren in een betere aansluiting op de wettelijke verplichtingen en extern in een snellere en betere behandeling van informatieverzoeken. Om aan de Woo te kunnen voldoen is het van belang dat wij beschikken over de benodigde capaciteit en de juiste (juridische) expertise. De structurele en incidentele financiële implicaties van deze ontwikkeling voor 2024 zijn op dit moment nog niet exact te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.
Bijlagen
Omgevingswet De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in maart 2021 aan de Tweede Kamer gerapporteerd over de financiële consequenties van de invoering van de Omgevingswet. In mei 2021 heeft het Veiligheidsberaad vervolgens om bijstelling van deze prognose gevraagd, gebaseerd op het rapport van beleidsadviserend centrum Cebeon van maart 2021. Dit rapport toont aan dat alleen voor veiligheidsregio´s landelijk al sprake is van 20 à 30 mln. euro aan transitiekosten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met 15 tot 20 mln. euro aan structurele meerkosten. Inmiddels is in de meicirculaire 2022 bekend gemaakt welke rijksbijdragen dit jaar aan gemeenten worden verstrekt voor de transitie-kosten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De verdeling via gemeentefonds moet nog bepaald worden.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De overheid wil de rechtspositie van opdrachtgevers van bouwprojecten versterken en meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. Met de intrede van de wet, die gekoppeld is aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gaat een verschuiving van taken plaatsvinden van de overheid naar private partijen, zowel bij de beoordeling van bouwaanvragen als tijdens het bouwproces. In eerste instantie geldt de wet alleen voor niet-complexe bouwwerken (lage risicoklasse) en kan de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw door private kwaliteitsborgers worden gedaan. Totdat de wet (op zijn vroegst in 2029) formeel wordt uitgebreid naar meer complexe gebouwen, worden met de gemeenten aanvullende afspraken gemaakt om de brandveiligheid bij (reeds toegestane) proefprojecten met risicovolle bouwwerken, naast de private kwaliteitsborger, ook vanuit de brandweer te blijven beoordelen.
38
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
Op basis van de methodiek van het Cebeon-rapport is voor VRF een nadere analyse gemaakt, waarbij de gevolgen voor de taakvelden advisering, toezicht, bedrijfsbrandweer en Brandveilig Leven in beeld zijn gebracht. De transitiekosten zijn de afgelopen jaren opgevangen binnen de reguliere begroting (mede dankzij de lange looptijd van het project). Conclusie van de analyse van de structurele kosten is dat op de taakvelden Advisering en Toezicht sprake is van structurele meerkosten voor de veiligheidsregio. De integrale benadering van advisering en het meedenken in oplossingen bij complexe vraagstukken maakt advisering arbeidsintensiever en vraagt aanvullende expertise. Ook toezicht kost meer tijd (capaciteit) vanwege risicogerichte benadering en een toename van taken bij activiteiten met een hoger risico (BEVI-activiteiten).
De financiële begroting
In welke mate het Rijk de structurele financiering voor haar rekening neemt is op dit moment nog niet exact duidelijk. Landelijk wordt dit in overleggen nader uitgelopen. We volgen deze landelijke afspraken en komen in de loop van het jaar met een voorstel over de dekking van de structurele meerkosten en de mogelijke rijksbijdrage aan gemeenten. De regio kent nu al een groei van zowel de woningbouw als de economie. Deze groei zal fors toenemen kijkend naar de bouwopgaven die, ook vanuit het Rijk, voorzien zijn. De verwachting is dat hierbij ook nieuwe innovatieve bouwwijzen zullen ontstaan om te voorzien in de woningbouwopgave, waarmee de opgave sneller gerealiseerd kan worden. Daarnaast spelen er in de regio diverse initiatieven in het kader van de energietransitie waarvoor de wettelijke kaders (deels) nog niet voldragen zijn. Dit heeft zijn weerslag op de capaciteit en kennis die benodigd is voor de beoordelingen van de diverse initiatieven, zowel in de initiatieffase, bouwfase als gebruiksfase. De implicaties van de groei van de regio voor de brandweer/veiligheidsregio, zullen worden opgenomen in het nieuw op te stellen beleidsplan.
Bijlagen De tabel loopt door op de volgende pagina
39
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
Financiële effecten voor gemeenten per begrotingsjaar
2024
2025
2026
2027
Looncompensatie 3,9% (2024)
853.354
853.354
853.354
853.354
Prijscompensatie 2,4% (2024)
235.933
235.933
235.933
235.933
Aanpassing Prijscompensatie 2023 4,4% (5,9% - 1,5%)
420.847
420.847
420.847
420.847
Meerjarig effect Algemene uitkering (BDuR)
-168.369
-168.369
-168.369
-168.369
Subtotaal autonome ontwikkelingen:
1.341.765
1.341.765
1.341.765
1.341.765
236.934
236.934
236.934
236.934
-962
-962
-962
-962
235.972
235.972
235.972
235.972
Doorontwikkeling van de Crisisbeheersing
pm
pm
pm
pm
Duurzaamheid
pm
pm
pm
pm
Documentaire Informatievoorziening (DIV)
pm
pm
pm
pm
Wet open overheid (WOO)
pm
pm
pm
pm
Omgevingswet
pm
pm
pm
pm
-
-
-
-
1.577.737
1.577.737
1.577.737
1.577.737
122.999
254.617
565.269
872.286
1.700.736
1.832.354
2.143.006
2.450.023
Autonome ontwikkelingen
Aanpassingen na Kadernota 2024
De financiële begroting
Bijdrage gemeente NOP taken Risicobeheersing Loon- en prijscompensatie overige inkomsten Subtotaal aanpassingen na Kadernota 2024 Overige bijstellingen:
Subtotaal overige bijstellingen: Totaal toename gemeentelijke bijdrage Toename door ingroei gemeentelijke bijdrage 5-7 jaar
Bijlagen
Werkelijke toename gemeentelijke bijdrage
Geprognosticeerde meerjarige balans De balanspositie is overgenomen vanuit de jaarrekening 2022. Voor de jaren 2023 en verder is rekening gehouden met aantrekking lening, aflossingen leningen, investeringen, kapitaallasten en afname reserves.
40
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen x € 1.000
Investeringen 2024
Afschrijving
Bedrag
De financiële begroting
Auto ambulance
20
6
COPI container
20
300
Haakarm
15
250
HV voertuigen
15
840
Inventaris HV
15
300
Inventaris TS
15
390
RV voertuigen
15
3.150
Inventaris RV
15
45
Tankautospuiten
15
2.790
Automatisering en mobiele telefonie
4
571
Totaal
8.642
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten Reserves (indicatief verloop) x € 1.000
Reserves per 31-12 Algemene reserve
2023
2024
2025
2026
2027
858
858
858
858
858
4.258
4.469
4.090
3.598
3.083
Ongevallen personeel
366
366
366
366
366
Ontvlechtingskosten Meldkamer
500
500
0
0
0
Egalisatie ingroei gem. bijdragen
1.683
941
331
28
0
Totaal
7.660
7.134
5.653
4.866
4.330
Egalisatiereserve kapitaallasten
Bijlagen
41
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
Algemeen Het overzicht is ter informatie om inzcht te geven in de dotaties en de onttrekkingen aan de reserves. Op de mutaties inzake de egalisatiereserve ingroei gemeentelijke bijdragen na, zijn de mutaties vooralsnog niet vertaald in de exploitatie van de meerjarenbegroting 2025-2027. Algemene reserve De algemene reserve is ter dekking van de financiële risico’s vanuit de paragraaf weerstandsvermogen van VRF. Egalisatiereserve kapitaallasten De egalisatiereserve kapitaallasten heeft als doel een (in naam) ideaalcomplex te creëren voor onze investeringen in relatie tot de daarmee gemoeide kapitaallasten.
De financiële begroting
Reserve ongevallen personeel Veiligheidsregio Flevoland heeft voor het personeel een ongevallenverzekering afgesloten. Voor geleden schades kan zowel het (vrijwillig) personeel als hun werkgever VRF aansprakelijk stellen. Uitkeringen van de verzekering die niet tot uitbetaling leiden aan eerder genoemden worden gestort in deze reserve om mogelijke toekomstige aanspraken te kunnen dekken. Reserve ontvlechtingskosten meldkamer Betreft de bestemmingsreserve voor de frictiekosten inzake de landelijke ontvlechting van de meldkamers. Besteding vindt op zijn vroegst plaats in 2025 voor de de totstandkoming van de Meldkamer Midden-Nederland (Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht). Egalisatiereserve ingroei gemeentelijke bijdragen Vooraf afgesproken onttrekkingen ter mitigatie van de gemeentelijke bijdragen voor de jaren 2020 t/m 2026. Per 2021 is de ingroeitermijn verlengd van 5 naar 7 jaar.
Bijlagen
42
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
Voorzieningen (indicatief verloop) x € 1.000
Voorzieningen per 31-12
2023
2024
2025
2026
2027
3e jr WW eigen medewerkers
51
60
69
78
87
Voorziening verlofsparen
487
487
487
487
487
Voorziening transitiekosten
0
0
0
0
0
538
547
556
565
574
Totaal
De financiële begroting
Algemeen Het overzicht is ter informatie, om inzicht te geven in de dotaties en onttrekkingen aan de reserves. De mutaties zijn vooralsnog niet vertaald in de exploitatie van de meerjarenbegroting 2025-2027 Voorziening WW Vanaf 2018 zijn werkgevers verplicht om het derde jaar werkeloosheidswet (WW) zelf te betalen. Op het salaris wordt een klein percentage ingehouden en gestort in deze voorziening. Onbekend is of en wanneer er gelden aan deze voorziening onttrokken worden. Het betreft een artikel 44 lid 2 voorziening (door derden beklemde middelen). In 2023 t/m 2027 wordt per jaar € 9.000 gestort in deze voorziening. Voorziening verlofsparen Per 1 januari 2023 is de regeling verlofsparen (uit de cao) ingegaan. Hierbij is het openstaande verlof van alle medewerkers grotendeels in een spaarpot geplaatst. Aangezien deze verlofuren een waarde vertegenwoordigen dient conform BBV-richtlijnen een voorziening aangelegd te worden. Per eind 2022 is in deze voorziening een bedrag van € 487.250 gestort. Jaarlijks zal deze voorziening geactualiseerd worden.
Bijlagen
43
5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten
Leningen x € 1.000
Leningen per 31-12
2023
2024
2025
2026
2027
Stand leningen per 1 januari
6.129
5.592
9.722
8.852
7.982
Aflossing
-537
-870
-870
-870
-870
Opname
0
5.000
0
0
0
5.592
9.722
8.852
7.982
7.112
Eindsaldo per jaar
Op basis van de huidige liquiditeitsprognoses verwachten we in 2024 een lening van € 5 mln. af te sluiten.
De financiële begroting
Overzicht eigen vermogen en vreemd vermogen 2023-2027 x € 1.000
Stand per 31-12 Reserves. = Eigen vermogen
2023
2024
2025
2026
2027
7.666
7.134
5.645
4.851
4.307
538
547
556
565
574
Leningen
5.592
9.722
8.852
7.982
7.112
Lang vreemd vermogen
6.130
10.269
9.408
8.547
7.686
Vlottende passiva
2.138
2.138
2.138
2.138
2.138
Overlopende passiva
2.173
2.173
2.173
2.173
2.173
Kort vreemd vermogen
4.310
4.310
4.310
4.310
4.310
Totaal vreemd vermogen
10.441
14.580
13.719
12.858
11.997
totaal
18.107
21.715
19.365
17.709
16.304
Voorzieningen
Bijlagen
44
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
Bijlage 1 Bijdrage gemeenten 2024
Maatwerk
Oud
Nieuw
Onttrekking reserve
Totaal
481.112
2.514.322
9.340.346
12.335.780
Dronten
198.330
848.373
1.525.369
2.572.072
4. Taakveldenlijst
Lelystad
453.515
1.096.448
3.732.395
5.282.357
5. Overzicht incidentele baten en lasten
Noordoostpolder
236.934
1.252.658
1.967.129
3.456.722
Urk
92.909
412.081
581.090
1.086.081
Zeewolde
409.864
565.939
1.022.260
1.998.063
3. EMU Enquête
De financiële begroting
Almere
Egalisatiereserve Totaal
2025
1.872.664
Maatwerk
6.689.821
18.168.590
Oud
Nieuw
749.287
749.287
749.287
27.480.362
Onttrekking reserve
Totaal
Almere
481.112
-
11.789.690
12.270.802
Dronten
198.330
572.278
1.920.190
2.690.797
Lelystad
453.515
-
4.711.151
5.164.665
Noordoostpolder
236.934
843.545
2.476.294
3.556.774
Urk
92.909
277.298
731.498
1.101.705
Zeewolde
409.864
381.226
1.286.859
2.077.949
Egalisatiereserve
Bijlagen
Totaal
1.872.664
2.074.348
22.915.681
617.669
617.669
617.669
27.480.362
45
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4. Taakveldenlijst
2026
Maatwerk
Oud
Nieuw
Totaal
Almere
481.112
-
11.789.690
12.270.802
Dronten
198.330
289.487
2.320.402
2.808.219
Lelystad
453.515
-
4.711.151
5.164.665
Noordoostpolder
236.934
425.993
2.992.412
3.655.339
Urk
92.909
139.938
883.959
1.116.806
Zeewolde
409.864
192.580
1.555.070
2.157.514
Egalisatiereserve
5. Overzicht incidentele baten en lasten
Onttrekking reserve
Totaal
De financiële begroting
2027
1.872.664
Maatwerk
1.047.998
24.252.684
Oud
Nieuw
307.017
307.017
307.017
27.480.362
Onttrekking reserve
Totaal
Almere
481.112
-
11.789.690
12.270.802
Dronten
198.330
-
2.726.006
2.924.336
Lelystad
453.515
-
4.711.151
5.164.665
Noordoostpolder
236.934
-
3.515.483
3.752.417
Urk
92.909
-
1.038.474
1.131.383
Zeewolde
409.864
-
1.826.895
2.236.759
Egalisatiereserve Totaal
1.872.664
0
25.607.698
0
-
0
27.480.362
Bijlagen
In bovenstaande berekeningen is bij “oud” uitgegaan van de oude verdeling o.b.v. de vergoeding van de lokale (brandweer)taken en de regionale taken die een verhouding van 70% o.b.v. inwoneraantallen per 31-12-2022 en 30% o.b.v. hectaren kent.
46
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4. Taakveldenlijst 5. Overzicht incidentele baten en lasten
Bijlage 2 Toelichting risico’s Risico's
Financiële omvang risico (in €)
Kans
Benodigde dekking (in €)
Horizon in jaren
Benodigde dekking gemeenten
Benodigde dekking VRF
Structureel (S) / Incidenteel (I)
Veranderende wet- en regelgeving Wet Datalekken
De financiële begroting
900.000
15%
135.000
2
67.500
I
200.000
15%
30.000
2
30.000
S
4.100.000
30%
1.230.000
1
1.230.000
I
294.000
10%
29.400
2
58.800
S
Inkoop en facilitair Inventaris (niet verzekerd) Personeel Taakdifferentatie brandweerpers. ('verplichtend karakter') Samenwerkingsverbanden Stoppen Samenwerking met VRGV Totaal Risicoprofiel Algemene reserve (JR2022) Weerstandsratio
5.494.000
1.424.400
0
1.386.300 2.357.723 1,70
Bijlagen
Hieronder een aantal risico’s die mogelijk kunnen optreden met de maximale financiële omvang, waarbij ook de kans hierop is meegenomen. Dit laatste is enigszins arbitrair, maar er is geprobeerd een zo reëel mogelijke kans in te schatten. Voor de horizon is twee jaren genomen, omdat als een risico zich in enig jaar voordoet, dit risico niet direct structureel is opgelost. Dit gebeurt doorgaans in de daarop eerstvolgende op te stellen begroting. Hierdoor is in ieder geval incidentele dekking (algemene reserve) nodig in het betreffende jaar en ook het daarop volgende jaar.
47
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4. Taakveldenlijst
Bovenstaand overzicht is tot stand gekomen conform de bestuurlijk vastgelegde afspraken in de “Nota Weerstandsvermogen 2021 VRF”. De risico’s zijn met een horizon van twee jaar opgenomen voor de periode 2023-2024 en zijn afgestemd met de adviseurs van de gemeenten. Naar aanleiding van overleg met de financieel toezichthouder bij de Provincie Flevoland zijn geen PM-posten meer opgenomen in het risicoprofiel.
Toelichting risico’s Hieronder zijn de risico’s omschreven. Daarbij zijn per risico de risicoafweging en beheersmaatregelen nader uitgewerkt.
Wet Datalekken
5. Overzicht incidentele baten en lasten
De financiële begroting
Omschrijving risico Vanuit de nieuwe Wet Datalekken zijn organisaties waar een ‘lek’ zich voordoet verplicht dit te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het gaat om een datalek waarbij gevoelige informatie op ‘straat’ kan komen te liggen. Deze melding moet binnen 72 uur worden gedaan. Doet men dit niet dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal € 900.000. Beheersmaatregelen Binnen de veiligheidsregio zijn we bezig om bewustwording aangaande deze wet te vergroten. Daarnaast zijn we op informatisering en automatiseringsgebied bezig om onze ICT-omgeving hierop aan te passen. Daarnaast zet het NIPV zich in op dit onderwerp.
Bijlagen
Restrisico en dekking Ondanks alle maatregelen is het niet ondenkbaar dat er een ‘lek’ kan ontstaan. Indien dit zich voordoet, zullen we dit conform de vereisten melden. Het kan echter voorkomen dat er onbewust is gelekt. Bij onbewust lekken is de termijn van 72 uur uiterst kort. Bij een te late aangifte kan er een boete worden opgelegd. Deze kans schatten wij in op 15%, dat het zich voor kan doen in de komende vier jaar. Omdat het gaat om een incidenteel financieel risico delen we het percentage en daarmee het bedrag door twee, derhalve nemen we € 67.500 op.
Niet verzekerde inventaris gebouwen Omschrijving risico De inventaris die in de kazernes zich bevindt, is grotendeels overdragen door de gemeenten naar de veiligheidsregio. Deze inventaris is niet verzekerd.
48
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4. Taakveldenlijst 5. Overzicht incidentele baten en lasten
Beheersmaatregelen Overwogen wordt om het inventaris, zoals bij VRGV al toegepast wordt, te verzekeren. Restrisico en dekking De veiligheidsregio heeft de afweging gemaakt om niet alle inventaris te verzekeren. De inventaris in de kazernes vertegenwoordigen samen wel kapitaal, per individuele kazerne valt dit echter weer mee. Er zal per onderdeel worden beoordeeld of het financieel aantrekkelijk is om het wel te gaan verzekeren of niet. Totaalwaarde van de niet-verzekerde inventaris is ongeveer € 200.000. De kans dat schade hieraan ontstaat schatten wij in op 15%. Het financieel risisco bedraagt € 30.000.
De financiële begroting
Verplichtend karakter brandweerpersoneel (voorheen: Taakdifferentiatie brandweerpersoneel) Omschrijving risico In december 2019 is een voorlopig besluit genomen in het Veiligheidsberaad om taakdifferentiatie tussen beroeps en vrijwilligers nader uit te werken. Inmiddels is dit bekend onder de noemer ‘verplichtend karakter’. Daarbij gaat het er om dat er objectief vastgesteld kan worden dat er verschil is tussen een vrijwilliger en beroeps. Te denken valt aan differentiatie in zwaarte van de opleiding, het uitvoeren van specialismen, belasting in tijd en beschikbaarheid etc. In de eerste helft van 2022 zal er meer duidelijkheid komen in de gevolgen van taakdifferentiatie. Beheersmaatregelen Als VRF hebben we geen invloed op het vervolgtraject dat gelopen wordt met de betrokken partijen (werkgevers, werknemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid).
Bijlagen
Financieel risico Het financiële risico is voor het gehele land fors, maar met name voor de veiligheidsregio’s die voor een groot deel drijven op vrijwilligheid. Gelet op de eerste aannames blijkt dat er bij VRF een minimaal risico is van € 4.100.000 per jaar. Het standpunt van de veiligheidsregio’s is dat de extra kosten door taakdifferentiatie volledig door het ministerie van Justitie en Veiligheid gecompenseerd moeten worden. Doordat de verdeling van de rijksmiddelen op dit moment ongewis is loopt de VRGV een financieel risico. We gaan ervan uit dat vanaf 2023 invulling aan taakdifferentiatie zal worden gegeven. Het financieel risico schatten we in op 30% van de extra kosten. Over een jaar gerekend is het financieel risico € 1.230.000.
49
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4. Taakveldenlijst
Stoppen van de samenwerking met VRGV Omschrijving risico In december 2019 hebben de besturen van de veiligheidsregio’s en GGD’en van Flevoland en Gooi en Vechtstreek een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend. De samenwerking heeft in 2020 geleid tot het samenvoegen van teams en afdelingen. Vanuit extern onderzoek is berekend dat de samenwerking voor VRF een structureel efficiencyvoordeel oplevert van € 294.000. Dit bedrag is taakstellend verwerkt in de begroting. Mocht de samenwerking stoppen dan vervalt het voordeel. Beheersmaatregelen Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt de draagkracht voor de samenwerking zo veel mogelijk ondersteund.
5. Overzicht incidentele baten en lasten
De financiële begroting
Restrisico en dekking Mocht de samenwerking ten einde komen dan vervallen de efficiencyvoordelen. De kans dat dit risico waarheid wordt is ingeschat op 10%. Over twee jaar gerekend is het financieel risico € 58.800.
Bijlagen
50
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
Bijlage 3 EMU Enquête Vragenlijst Berekening EMU-saldo Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Veiligheidsregio Flevoland
4. Taakveldenlijst
Algemene gegevens:
5. Overzicht incidentele baten en lasten
De financiële begroting
Overheidslaag:
Gemeenschappelijke Regeling
Berichtgevernaam
Veiligheidsregio Flevoland
Berichtgevernummer:
50638
Jaar:
2023
Bestandsnaam:
EMU2200550638.XLS
Omschrijving
2022
2023
2024
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
Volgens realisatie tot en met sept. 2022, aangevuld met raming resterende periode
Volgens begroting 2023
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
Bijlagen
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-1.001
-872
-743
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
8.797
-1.458
-717
3.
Mutatie voorzieningen
10
10
10
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa -9.788
596
-16
Berekend EMU-saldo
51
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
Bijlage 4 Taakveldenlijst Begroting 2024
Baten
Lasten
Saldo
0.4
Overhead
0
7.166
7.166
5. Overzicht incidentele baten en lasten
0.5
Treasury
0
0
0
0.10
Mutatie reserves
-749
0
-749
0.11
Resultaat van de rekening baten en lasten
0
0
0
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
-33.832
27.415
-6.417
-34.582
34.582
0
De financiële begroting
4. Taakveldenlijst
Totaal
Bijlagen
52
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
Bijlage 5 Overzicht incidentele baten en lasten x € 1.000
Presentatie van het structureel begrotingssaldo
2024
2025
2026
2027
Saldo baten en lasten
749
618
307
0
5. Overzicht incidentele baten en lasten
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-749
-618
-307
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
-749
-618
-307
0
Structureel begrotingssaldo
-749
-618
-307
0
De financiële begroting
4. Taakveldenlijst
Begotingssaldo na bestemming
Voordelen
2024
2025
2026
2027
Onttrekking reserves
749
618
307
0
Totaal
749
618
307
0
Nadelen
2024
2025
2026
2027
geen
0
0
0
0
Totaal
0
0
0
0
Bijlagen
53
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4. Taakveldenlijst 5. Overzicht incidentele baten en lasten
x € 1.000
De financiële begroting
Financiele positie / begroting
W
P
PB
MJR
MJR
MJR
Structureel evenwicht
2022
2023
2024
2025
2026
2027
totaal baten
31.449
30.418
33.832
34.397
34.979
35.286
totaal lasten
-32.228
-31.291
-34.582
-35.015
-35.286
-35.286
resultaat exploitatie (voor mutatie reserves)
-779
-872
-749
-618
-307
0
onttrekking reserves (baten)
1.782
872
749
618
307
0
dotatie reserves (lasten)
-839
0
0
0
0
0
resultaat reserves
943
872
749
618
307
0
totaal baten (na bestemming reserves)
33.231
31.291
-33.832
35.015
35.286
35.286
totaal lasten (na bestemming reserves)
-33.067
-31.291
33.832
-35.015
-35.286
-35.286
totaal resultaat (na mutatie reserves)
164
0
0
0
0
0
totaal baten
714
0
0
0
0
0
totaal lasten
-681
0
0
0
0
0
33
0
0
0
0
0
onttrekking uit incidenteel reserves (baten)
1.782
872
749
618
307
0
dotatie aan incidenteel reserves (lasten)
-55
0
0
0
0
0
incidenteel resultaat reserves
1.727
872
749
618
307
0
totaal baten (na bestemming reserves)
2.496
872
749
618
307
0
totaal lasten (na bestemming reserves)
-736
0
0
0
0
0
totaal incidenteel resultaat (na mutatie reserves)
1.760
872
749
618
307
0
Totaal
Incidenteel
incidenteel resultaat exploitatie (voor mutatie reserves)
Bijlagen
De tabel loopt door op de volgende pagina
54
Bijlagen 1. Bijdrage gemeenten 2. Toelichting risico’s 3. EMU Enquête
De beleidsbegroting
Programma begroting 2024
4. Taakveldenlijst
Financiele positie / begroting
W
P
PB
MJR
MJR
MJR
2022
2023
2024
2025
2026
2027
totaal baten
30.735
30.418
-34.582
34.397
34.979
35.286
totaal lasten
-31.547
-31.291
33.832
-35.015
-35.286
-35.286
-812
-872
-749
-618
-307
0
0
0
0
0
0
0
dotatie reserves (lasten)
-784
0
0
0
0
0
structureel resultaat reserves
-784
0
0
0
0
0
totaal baten (na bestemming reserves)
30.735
30.418
-34.582
34.397
34.979
35.286
totaal lasten (na bestemming reserves)
-32.331
-31.291
33.832
-35.015
-35.286
-35.286
totaal structureel resultaat (na mutatie reserves)
-1.596
-872
-749
-618
-307
0
Structureel
structureel resultaat exploitatie (voor mutatie reserves) onttrekking reserves (baten)
5. Overzicht incidentele baten en lasten
De financiële begroting Bijlagen