12.5 Begroting 2025.pdf
Tekst van het document
Meerjarenraming 2027
2028
Personele lasten overhead personeel Overige personeelskosten Afschrijvingen Facilitair Informatiemanagement Financiën
2.723.679 1.641.967 172.580 605.352 571.196 34.045
2.411.589 1.127.483 282.622 632.737 690.309 29.094
2.664.437 1.145.523 287.143 642.861 704.394 29.560
2.792.330 1.163.851 291.737 653.147 718.704 30.033
2.909.608 1.182.473 296.405 663.597 733.243 30.513
3.031.811 1.201.393 301.147 674.214 748.015 31.002
Totaal
5.748.819
5.173.835
5.473.917
5.649.802
5.815.839
5.987.583
De personele overhead mag maximaal 2407o bedragen. De OFGV blijft hier onder.
1
■Percentage personele overhead Personele lasten overhead personeel Personele lasten direct personeel
o/o personele overhead
1
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
2026
Meerjarenraming 2027
2.723.679 9.259.615
2.411.589 10.679.808
2.664.437 11.186.262
2.792.330 11.723.202
2.909.608 12.215.577
3.031.811 12.728.631
22,70/0
18,40/0
19,20/0
19,20/0
19,20/0
19,20/ū
2028
De vergelijkende cijfers van de realisatie 2023 betreffen de cijfers uit de voorlopige jaarrekening vóór accountantscontrole. B.1.5. Stelposten, vennootschapsbelasting en onvoorzien De OFGV heeft geen stelposten in de begroting 2025. Het bedrag voor onvoorzien bedraagt C 59.000 en is toegelicht op pagina 22. De OFGV hoeft geen vennootschapsbelasting te betalen, omdat resultaten behaald worden als gevolg van de wettelijke taak of zonder winstopslag. B.1.6. Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten betreffen posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden en dus een tijdelijk karakter hebben. De begroting 2025 is incidenteel verhoogd met de implementatiekosten van ICT en VTH systemen ad C 1.000.000 en de kosten voor innovatieprojecten ad C 200.000. Deze worden incidenteel onttrokken aan de bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling.
25
B.2. Financiële positie en toelichting B.2.1. Uitgangspunten en ontwikkelingen ten opzichte van 2024 De wijzigingen ten opzichte van de meerjarenschijf 2025 in de begroting 2024 hebben betrekking op de structurele taakuitbreiding, de verlaging van huisvestingskosten als gevolg van plaats-onafhankelijk werken en de indexering. Het innovatie en ontwikkelbudget is met ingang van 2025 voor een bedrag van C 200.000 structureel in de begroting geraamd. Daarnaast wordt de bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling aangewend voor het aanvullen van dit budget en voor de implementatiekosten van ICT en VTH-systemen. B.2.2. Geprognosticeerde eindbalans De balansprognose tot en met 2028 is als volgt: Balans Materiële vaste activa
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
1.792.794
1.037.924
1.037.924
1.037.924
1.037.924
1.037.924
-
Financiële vaste activa
-
-
-
-
-
Vlottende activa
6.064.027
6.237.743
4.692.743
4.692.743
4.692.743
4.692.743
Balanstotaal activa
7.856.821
7.275.667
5.730.667
5.730.667
5.730.667
5.730.667
839.372
839.372
839.372
839.372
839.372
839.372
1.427.397
1.666.908
121.908
121.908
121.908
121.908
69.443
69.443
69.443
69.443
69.443
69.443
Vlottende passiva
5.520.610
4.699.944
4.699.944
4.699.944
4.699.944
4.699.944
Balanstotaal passiva
7.856.821
7.275.667
5.730.667
5.730.667
5.730.667
5.730.667
Algemene reserve Bestemmingsreserves Voorzieningen
Voor de raming van de vaste activa en vlottende passiva is gebruikgemaakt van het gemiddelde van de jaarrekeningcijfers van de drie voorafgaande jaren. Het eigen vermogen is gebaseerd op bekende reservemutaties en een nihil rekeningresultaat. De vergelijkende cijfers over 2023 betreffen de cijfers uit de voorlopige jaarrekening vóór accountantscontrole. B.2.3. Jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen De formatie bedraagt begin 2024 165 fte. Ruimte in het salarisbudget wordt ingezet voor de flexibele schil en samenwerking op de bedrijfsvoering. B.2.4. Investeringen in vaste activa De OFGV heeft geen investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Investering
Afschrijvingstermijn
Verbouwing pand Meubilair ICT hardware (computers, laptops, tablets) Telefoons Handhavingsschepen
10 jaar - 2023 10 jaar - 2023 3 jaar - 2024 2 jaar - 2024 30 jaar - 2045
Totaal investeringen
2023
C C C
2024
800.000 475.000 100.735
C C
150.000 142.500
2025
C C
2026
-
1 e 1.375.735
2027
2028
C C
222.753 147.096
C C
157.316 -
C
151.841
e
369.850
e
157.316
e
151.841
i e
292.500
e
-
De OFGV vervangt de activa pas op het moment dat het nodig is. Dit betekent dat de activa langer mee kan gaan dan de afschrijvingstermijn en soms juist eerder worden aangeschaft als dat voordelen oplevert. De niet uitgegeven kredieten schuiven door naar latere jaren. Op basis van de afschrijvingstermijn worden in 2025 geen investeringen gedaan. De afschrijvingstermijnen stemmen overeen met de termijnen in de Financiële Verordening. Alle kosten als gevolg van de afschrijving op genoemde investeringen zijn structureel in de begroting verankerd. B.2.5. Financiering De begroting van de OFGV wordt grotendeels gedekt uit de bijdragen van de deelnemers. De OFGV stuurt voorafgaand aan elk kwartaal een voorschotnota van 250Zo van deze bijdrage aan de deelnemer. Daarom heeft de OFGV geen leningen nodig voor haar reguliere 26
taakuitvoering. De OFGV neemt deel aan het wettelijk verplichte schatkistbankieren: overtollige middelen tot C 500.000 worden aangehouden in rekening-courant bij de BNG, het meerdere wordt aangehouden in de schatkist. B.2.6. Reserves en voorzieningen Algemene Reserve De omvang van de algemene reserve bedraagt begin 2024 C 839.000. In 2025 zijn geen onttrekkingen aan de reserve voorzien. Eventuele rekeningresultaten worden in eerste instantie afgewikkeld met de algemene reserve. Die heeft een ondergrens van C 0 en een bovengrens van 50Zo van de omzet. Het maximum van de algemene reserve van deze begroting is C 887.000. Gezien het benodigde weerstandsvermogen is de algemene reserve toereikend en hoeft deze niet verhoogd te worden tot het maximum. Innova tiereserve De bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling wordt gevoed vanuit rekeningresultaten van boekjaren waarin meer inkomsten zijn ontvangen dan de taakstelling. Met betrekking tot de bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling heeft het AB in februari 2020 de spelregels van de bestemmingsreserve bepaald: de reserve wordt aangevuld vanuit het overschot op de overige inkomsten. Hierbij wordt een plafond van maximaal C 300.000 voor onbestemde middelen gehanteerd met als peildatum 31 december om te monitoren of dat plafond al dan niet wordt overschreden.
Als op 31 december blijkt dat daarmee het plafond voor onbestemde middelen van C 300.000 wordt overschreden, dan wordt het meerdere alsnog direct uitbetaald aan de deelnemers. Het saldo van de innovatiereserve betreft het saldo in de jaarrekening 2023 minus de geraamde onttrekkingen in 2024 en 2025. Aangezien de bestemde innovatieprojecten, de kosten voor het ontwikkelplan en de implementatiekosten voor ICT en VTH systemen dit saldo overschrijden, zal bij de bestemming van het rekeningresultaat van 2023 worden voorgesteld de innovatiereserve maximaal te vullen en de bestemmingsreserve Weesp op te heffen. In de onderstaande tabel zijn de kosten voor het ontwikkelplan en de bestemming van het rekeningresultaat 2023 ter indicatie verwerkt. Hierover moet het Algemeen Bestuur nog beslissen en volgt na het besluit een regulier begrotingswijzigingsproces. In de begroting 2025 bedraagt het onbestemde saldo van de innovatiereserve daarmee C 72.000. Reserves Algemene Reserve Bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR OFGV
Saldo Toevoeging Onttrekking Saldo Toevoeging 31-12-2022 2023 2023 31-12-2023 2024 C 668.600 C 170.772 C 839.372 C 725.893 C 654.023 C 376.787 C 1.003.129 C 1.588.153 C 237.069 C 76.313 C 160.756 C 1.631.562 C 824.795 C 453.100 ■*JTi03J25
Onttrekking 2024 C 944.374 C 160.756 C 1.105.130
Saldo 31-12-2024
Toevoeging 2025
Onttrekking 2025
Saldo 31-12-2025
C 839.372 C 1.646.908 C 0
C 0
C 1.575.000
C 839.372 C 71.908 C 0
C0
Voorzieningen De OFGV heeft een verplichte voorziening voor verlofsparen. Het is onbekend hoeveel medewerkers in de loop van 2024 en 2025 kiezen voor verlofsparen. De waarde van de voorziening is gelijk aan de waarde in de jaarrekening 2023 en bedraagt C 69.000. B.2.7. EMU-saldo Het EMU-saldo is het totaal van inkomsten minus uitgaven. Conform het Europese stabiliteitsen groeipact is de macronorm voor lidstaat Nederland een maximaal EMU-saldo van -0,50Zo van het bruto binnenlands product. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Alle gemeenten, provincies en waterschappen moeten deze informatie aanleveren bij het CBS. Bij gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie van C 20 mln of meer hebben. De OFGV valt hier buiten.
27