CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

12.2 Ontwerp-Omgevingsvisie Effect Rapportage Noordoostpolder 2050.pdf

Gemeenteraad 26 februari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 12: Ontwerp-Omgevingsvisie Noordoostpolder 205040.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

E 13

We verbeteren de bereikbaarheid en stimuleren nieuwe vormen van mobiliteit

A

Verbeteren van de bereikbaarheid van – en in – de Noordoostpolder (Lelylijn, N50, fietsnetwerk, keteltunnel, Openbaar vervoer, vervangingsopgave infra)

B

Stimuleren van duurzame mobiliteit (deelmobiliteit etc.)

14

We bieden toegang tot duurzame energie voor onze inwoners en ondernemers

A

Werken aan opwekking, opslag en conversie van een mix van verschillende vormen van duurzame energie

Figuur 3-3. kernopgave 3 op kaart (bijbehorend bij ontwerp Omgevingsvisie Noordoostpolder 3 januari 2024).

Maatregelen Daarnaast heeft de gemeente Noordoostpolder in haar concept Omgevingsvisie belangrijke keuzes beschreven waarmee zij invulling wil geven aan de kernopgaven. Op basis van deze keuzes zijn voor dit OER maatregelen bepaald. In Tabel 3-4 zijn deze maatregelen opgesomd. In hoofdstuk 3 zijn de maatregelen geplaatst bij de hoofd- en kernopgaven waaraan zij bijdragen.

25

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

In dit OER zijn de hoofd- en deelopgaven de doelen van de Omgevingsvisie. De (belangrijkste) keuzes zijn de maatregelen, die in het OER op effecten en doelbereik zijn beoordeeld. Tabel 3-4 Maatregelen op basis van belangrijkste keuzes uit concept Omgevingsvisie Noordoostpolder 17 november 2023.

Maatregelen concept Omgevingsvisie Bestaande woningen worden verduurzaamd. 3.300 woningen bouwen tot 2050 om aan de autonome woningbehoefte te voldoen, in en rondom kernen en dorpen, in en rondom Emmeloord en op leegkomende erven. 5.000 extra woningen bouwen tot 2050 voor woningzoekenden buiten de gemeente bij realisatie Lelylijn. Nieuwe buurten bestaan uit een menging van sociale huurwoningen, middeldure huur- en koopwoningen en duurdere woningen. Stimuleren gestapelde woningbouw in Emmeloord en mogelijk ook in kernen en dorpen, waarbij qua inpassing en bouwhoogte rekening gehouden wordt met de omgeving. Onderzoeken van passende en toekomstbestendige functies, waaronder kleine, nieuwe woonmilieus, in de bodemdalingsgebieden. Vergroenen en aantrekkelijker maken oudste wijken van Emmeloord, waardoor deze uitnodigen tot bewegen, sport, spel en ontmoeten. Ruimte voor groei op bestaande bedrijventerreinen door beter benutten ruimte. Ruimte voor groei op bestaande bedrijventerreinen door mogelijk beperkte uitbreiding, mits in verhouding tot de directe omgeving. Ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen in kernen en dorpen voor uitbreidingsbehoefte van lokaal gebonden bedrijven, mits in verhouding tot de directe omgeving. Ruimte bieden aan nieuwe bedrijventerreinen elders in de gemeente met optimaal ruimtegebruik en maatwerk.

Instellen van een maximale omvang voor bedrijven in het landelijk gebied voor de bebouwing voor reguliere, niet-agrarische bedrijven, van 5.000 m2 bruto-vloeroppervlakte. Handhaven profilering De Munt B (agrofood en maakindustrie) en MITC (campus duurzame mobiliteit). Toestaan niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in lichte milieucategorieën, kleinschalige voorzieningen en recreatie op vrijkomende erven en activiteiten uit de agrarische keten die niet op een regulier bedrijventerrein passen. Huidige ruimte voor hoogwaardige landbouw behouden. Geen nieuwe planologische ruimte bieden voor glastuinbouw. Ondersteunen lokale initiatieven voor beleving (wereld)erfgoed, landschap, bebouwing en routes en deze combineren met stimuleren recreatie en toerisme. Verder ontwikkelen gebied rond Burchttocht voor toerisme en recreatie. Beschermen landschap, bijzondere elementen als Schokland en het samenhangende ontwerp van de polder en bijzondere natuurgebieden en grote bossen Zorgvuldige landschappelijke inpassing van grote eenmalige ontwikkelingen zoals Lelylijn, 380 KV-tracé en verbreding N50. Versterken verbindingen tussen bossen en variatie in biodiversiteit waar mogelijk. Verkennen hoe de kustlijn van de Noordoostpolder meer benut kan worden voor recreatie en toerisme of andere functies, samen met de gemeente Urk.

Inrichting leefomgeving tegen gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, extreme hitte, etc.). Ruimte bieden aan een mix van vormen van duurzame energieopwekking. Uitbreiden (snel)fietsnetwerk. Verkennen mogelijkheden voor meer openbaar vervoer op maat. Bij elke ruimtelijke en economische ontwikkeling rekening houden met de energetische behoefte.

26

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Lelylijn en gevolgen voor woningbouw Decennialang wordt al gesproken over de Lelylijn maar, anno 22 december 2023 is de uitvoering van de Lelylijn allerminst zeker5. De Lelylijn is een gewenste spoorlijn tussen Lelystad en Groningen. Mogelijk krijgt Emmeloord als centrum van de Noordoostpolder een eigen station op deze lijn. Op dit moment is er onvoldoende budget beschikbaar voor de ontwikkeling. Daarom wordt deze ontwikkeling in het OER niet als autonome ontwikkeling gezien. Omdat dit wel een belangrijke factor is in het maken van keuzes voor de toekomst voor de Noordoostpolder wordt in deze paragraaf kort stilgestaan bij de Lelylijn. Voornamelijk wat betreft maatregelen voor woningbouw in de concept Omgevingsvisie is dit van belang. In de concept Omgevingsvisie zijn twee maatregelen gericht op het bouwen van nieuwe woningen in de gemeente, namelijk: 1. 3.300 woningen bouwen tot 2050 om aan de autonome woningbehoefte te voldoen, in en rondom kernen en dorpen, in en rondom Emmeloord en op leegkomende erven. 2. 5.000 extra woningen bouwen tot 2050 voor woningzoekenden buiten de gemeente bij realisatie Lelylijn. De eerste maatregel is gericht op de autonome woningbehoefte in de Noordoostpolder. Hiermee wil de gemeente invulling gegeven aan de huidige woningproblematiek. De uitvoering van de tweede maatregel is afhankelijk van de doorgang van de realisatie van de Lelylijn.

Met de Lelylijn zal Emmeloord en de rest van de gemeente beter ontsloten zijn. Hierdoor neemt naar verwachting de woningbehoefte in de gemeente toe. Het is nog onduidelijk hoe groot deze woningbehoefte in dat geval zal zijn. De schatting van de gemeente is 5.000 extra woningen.

3.2

Botsproeven

3.2.1

Methodiek

In hoofdstuk 3.3 zijn per beleidsveld de huidige situatie en autonome ontwikkeling uit de Foto van de Leefomgeving beschreven en beoordeeld en is het doelbereik van de maatregelen in de concept Omgevingsvisie beoordeeld. Voor iedere belangrijke keuze die de gemeente heeft geïdentificeerd in haar concept Omgevingsvisie wordt gekeken in welke mate zij een risico of een kans zijn voor de beleidsvelden in het OER om een totaalbeeld te krijgen van de consequenties van de keuzes. In een kruistabel zijn de beleidsvelden tegenover de belangrijkste keuzes uit de concept Omgevingsvisie gezet. Deze kruistabel is als bijlage bij dit OER gevoegd (Bijlage B). De belangrijkste keuzes in de Omgevingsvisie kunnen namelijk met elkaar botsen. Bijvoorbeeld vanwege een concurrerende ruimtevraag of omdat er negatieve effecten voor andere beleidsvelden kunnen optreden als een maatregel gerealiseerd wordt. Daarnaast kunnen de belangrijkste keuzes elkaar uiteraard ook versterken of kunnen ze bijdragen aan andere doelen of aan meerdere doelen tegelijk. Het is belangrijk om te benadrukken dat de hier geïdentificeerde kansen of risico’s niet per definitie zullen optreden, maar dat dit mogelijk neveneffecten kunnen zijn. Het doel van de botsproeven is om deze mogelijke kansen en risico’s in beeld te brengen. In paragraaf 3.3.2 zijn de ‘botsingen’ (risico’s) toegelicht.

Positieve bijdragen zijn bij veel keuzes het geval, maar deze zijn niet expliciet toegelicht, omdat de nadruk van de botsproeven ligt bij het (tijdig) in beeld krijgen van keuzes die botsen met opgaven. De botsproevenbeoordeling van de maatregelen is gedaan met het onderstaande verkeerslichtmodel. Tabel 3-5 verkeerslichtbeoordeling botsproeven

Beoordeling

Duiding Deze maatregel is een kans voor de indicator(en) van dit beleidsveld Deze maatregel biedt zowel kansen als risico’s op de indicator(en) van dit beleidsveld Deze maatregel heeft biedt een mogelijk risico op de indicator(en) van dit beleidsveld Deze maatregel heeft geen effect op de indicatoren van dit beleidsveld

5 https://nos.nl/artikel/2462762-lelylijn-in-nieuwe-fase-maar-aanleg-nog-allerminst-zeker

27

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.2.2

Effectbeschrijving

In deze paragraaf is beschreven welke belangrijkste keuzes botsen met de beschouwde beleidsvelden in dit OER. De volgende keuzes hebben een of meerdere risico’s op bepaalde beleidsvelden. Waar passend is de duiding van keuzes geclusterd: Bestaande woningen worden verduurzaamd • Biodiversiteit: verduurzamingsmaatregelen hebben een mogelijk risico voor nestgelegenheden van soorten, bijvoorbeeld vleermuizen in spouwmuren (aanzienlijke opgave verduurzaming, dus aanzienlijk risico). Er zijn twee keuzes gericht op woningbouw: 3.300 woningen bouwen tot 2050 om aan de autonome woningbehoefte te voldoen, in en rondom kernen en dorpen, in en rondom Emmeloord en op leegkomende erven en 5.000 extra woningen bouwen tot 2050 voor woningzoekenden buiten de gemeente bij realisatie Lelylijn. De tweede keuze is enkel relevant bij realisatie van de Lelylijn of bij de ontwikkeling van een andere vorm van hoogwaardig OV. Op het abstractieniveau waarop de botsproeven zijn uitgevoerd zijn er, op het beleidsveld landschap & ruimtelijke kwaliteit na, geen verschillen tussen de keuzes wat betreft de beleidsvelden waarvoor zij een mogelijke kans en/of risico zijn. Bij de bouw van de extra 5.000 woningen zullen de geconstateerde effecten echter wel versterkt worden. • Openbaar groen: groen heeft een eigen opgave die ruimte vraagt.

Het is niet uit te sluiten dat woningbouw (inbreiding) gebouwd wordt waar nu openbaar groen is of waar openbaar groen ontwikkeld kan worden. • Biodiversiteit: risico op afname leefgebied van soorten (relatie met openbaar groen). • Landschap & ruimtelijke kwaliteit: indien woningbouw in de vorm van uitbreiding in het buitengebied gaat plaatsvinden, is aantasting van het landschap niet uit te sluiten. • Cultureel erfgoed & archeologie: er bevinden zich hoge archeologische verwachtingswaarden rondom Emmeloord. • Bodem & ondergrond: woningbouw heeft een aanvullende vraag naar ruimtegebruik van de ondergrond omdat er kabels en leidingen dienen te worden aangelegd. Dit kan mogelijk knellen op plekken waar de ruimte in de ondergrond voor kabels en leidingen beperkt is (de mate van de opgave is echter onduidelijk omdat de huidige knelpunten in de ondergrond onbekend zijn). • Wateroverlast: woningbouw leidt tot toename van woningen die mogelijk last kunnen hebben van wateroverlast (aanzienlijk risico in de bebouwde kom). • Hittestress: toename van woningen die mogelijk last kunnen hebben van hittestress (aanzienlijk risico in de bebouwde kom). • Energietransitie: toename energieverbruik als gevolg van nieuwe woningen. • Land- en tuinbouw: een deel van de nieuwe woningen komt mogelijk in agrarisch gebied, er is daardoor een risico op afname ruimte voor landbouw.

In de concept Omgevingsvisie worden meerdere keuzes beschreven met betrekking tot bedrijventerreinen. In- en uitbreiding van bedrijventerreinen brengen over het algemeen verschillende mate van risico’s voor de omgeving en het milieu met zich mee. Onder ‘ruimte voor bedrijventerreinen elders’ wordt verstaan buiten stedelijk gebied. Het gaat om de volgende keuzes met bijbehorende effecten: Ruimte voor groei op bestaande bedrijventerreinen door beter benutten ruimte. •

Hittestress: hittestress kan toenemen door toename verharding en bebouwing (mate van het effect hangt af van mate van extra verharding en bebouwing).

Ruimte voor groei op bestaande bedrijventerreinen door mogelijk beperkte uitbreiding, mits in verhouding tot de directe omgeving. • • • •

28

Openbaar groen: concurrerende ruimtevraag. Niet uit te sluiten afname van huidig openbaar groen (naar verwachting beperkte uitbreiding, dus beperkt effect). Biodiversiteit: niet uit te sluiten afname van leefgebieden van soorten en habitats (naar verwachting beperkte uitbreiding, dus beperkt effect). Hittestress: door toename verharding en bebouwing (mate effect hangt af van mate van extra verharding en bebouwing). Energietransitie: toename van energieverbruik door toename bedrijvigheid (naar verwachting beperkte uitbreiding, dus beperkt effect).

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen in kernen en dorpen voor uitbreidingsbehoefte van lokaal gebonden bedrijven, mits in verhouding tot de directe omgeving. • • • • • • • • • • • • •

Openbaar groen: concurrerende ruimtevraag. Niet uit te sluiten afname van huidig openbaar groen (hangt af van locatie en grootte nieuwe bedrijventerreinen). Biodiversiteit: niet uit te sluiten afname van leefgebieden van soorten en habitats (hangt af van grootte nieuwe bedrijventerreinen). Landschap & ruimtelijke kwaliteit: risico op aantasting ruimtelijke kwaliteit. Onduidelijk wat verhouding tot directe omgeving betekent (negatief effect hangt af van grootte en locatie nieuwe bedrijventerreinen). Cultureel erfgoed & archeologie: mogelijke archeologische vindplaatsen op nieuwe locaties bedrijventerreinen. Bodem & ondergrond: nieuwe bedrijvigheid heeft een ruimtevraag in de ondergrond. Wateroverlast: door toename verharding (negatief effect hangt af van nieuw oppervlakte verharding). Hittestress: door toename verharding en bebouwing (hangt af van grootte oppervlakte verharding). Energietransitie: toename van energieverbruik door toename bedrijvigheid. Bereikbaarheid: toename verkeersdruk op wegen van en naar kernen en dorpen. Waarschijnlijk meer vrachtverkeer. Geluidsoverlast: risico op toename geluidsoverlast op omgeving door meer bedrijvigheid (afhankelijk van type bedrijvigheid). Luchtkwaliteit: risico op toename luchtverontreiniging door meer bedrijvigheid (afhankelijk van type bedrijvigheid). Wonen: concurrerende ruimtevraag.

Woningbouw ook in de vorm van inbreiding in dorpen en kernen (bouw woningen verschilt per kern, keuzebelemmering). Sociale cohesie: risico op afname leefbaarheid (negatief effect hangt af van locatie nieuwe bedrijventerreinen).

Ruimte bieden aan nieuwe bedrijventerreinen elders in de gemeente met optimaal ruimtegebruik en maatwerk • • • • • • • • •

Biodiversiteit: niet uit te sluiten afname van leefgebieden van soorten en habitats (grootste risico in het buitengebied). Landschap & ruimtelijke kwaliteit: grootste risico voor aantasting landschap in het buitengebied. Cultureel erfgoed & archeologie: mogelijke archeologische vindplaatsen op nieuwe locaties bedrijventerreinen. Bodem & ondergrond: nieuwe bedrijvigheid heeft een ruimtevraag in de ondergrond. Hittestress: door toename verharding en bebouwing (hangt af van grootte oppervlakte verharding). Energietransitie: toename van energieverbruik door toename bedrijvigheid. Bereikbaarheid: toename verkeersdruk op wegen van en naar kernen en dorpen. Waarschijnlijk meer vrachtverkeer. Land- en tuinbouw: nieuwe bedrijventerreinen elders waarschijnlijk in agrarisch gebied, dus risico op afname ruimte voor landbouw. Luchtkwaliteit: risico op toename luchtverontreiniging door meer bedrijvigheid (afhankelijk van type bedrijvigheid).

Ondersteunen lokale initiatieven voor beleving (wereld)erfgoed, landschap, bebouwing en routes en deze combineren met stimuleren recreatie en toerisme. • Biodiversiteit: mogelijk risico op verstoring leefgebieden van soorten door toename recreatieve druk op natuur.

Versterken verbindingen tussen bossen en variatie in biodiversiteit waar mogelijk •

Land- en tuinbouw: extra natuur waarschijnlijk op agrarische gronden. Afname van ruimte voor landbouw.

Ruimte bieden aan een mix van vormen van duurzame energieopwekking. • Biodiversiteit: mogelijke afname habitats en leefgebied soorten (grootste risico in het buitengebied) • Landschap & ruimtelijke kwaliteit: mogelijke aantasting van landschap door windturbines en zonneparken en ruimtelijke kwaliteit door ontwikkelingen in stedelijk gebied (grootste risico in het buitengebied). • Land- en tuinbouw: nieuwe energieopwekking waarschijnlijk in buitengebied, dus risico op afname ruimte landbouw. • Geluidsoverlast: mogelijke toename geluidsoverlast bij plaatsen windmolens in de nabijheid van woningen, • Externe veiligheid: relatief kleine contouren bij windmolens, mogelijk nieuwe risicocontouren over kwetsbare objecten.

Uitbreiden (snel)fietsnetwerk. •

29

Land- en tuinbouw: fietspaden waarschijnlijk op agrarische gronden. Afname van ruimte voor landbouw (beperkte afname, dus beperkt risico). Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Maatregelen waarbij geen risico’s gezien worden zijn ‘laaghangend fruit’. Het advies is om voorrang te geven aan de uitvoering van deze maatregelen. Maatregelen, waarbij risico’s worden gezien, dienen goed afgewogen te worden ten opzichte van de omgeving en het milieu.

3.3

Beoordeling concept Omgevingsvisie

De Foto van de Leefomgeving is in 2022 opgesteld door de gemeente Noordoostpolder. De Foto van de Leefomgeving beschrijft en beoordeelt voor ieder beleidsveld in het beoordelingskader de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. De gemeente heeft de beoordeling van de huidige situatie en van de autonome ontwikkeling per beleidsveld echter niet uitgevoerd aan de hand van de indicatoren uit het beoordelingskader zoals deze is vastgesteld in de NRD. Daarom heeft Arcadis in november 2023 de indicatoren uit het beoordelingskader beoordeeld op basis van de informatie uit de Foto van de Leefomgeving. Hiermee is de referentiesituatie beoordeeld voor ieder beleidsveld. Dit vormt de basis voor de beoordeling op doelbereik. De Foto van de Leefomgeving is als bijlage bij dit OER gevoegd en niet geïntegreerd in het OER omdat Arcadis de Foto niet zelf heeft opgesteld (zie Bijlage A). De beoordeling op doelbereik beoordeelt in hoeverre voorgenomen beleid, de maatregelen gedestilleerd uit de concept Omgevingsvisie (zie Tabel 3-4), bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen (hoofd- en deelopgaven). Het voorgenomen beleid wordt afgezet tegen de autonome ontwikkeling, de situatie in 2050 zonder de concept Omgevingsvisie. Op deze manier wordt gekeken voor welke beleidsvelden ambities haalbaar zijn, en voor welke beleidsvelden er aanvullende inspanningen nodig zullen zijn.

De beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving. Deze worden hieronder getoond. In de subparagrafen daaronder wordt per beleidsveld ingegaan op de scores van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de beoordeling van de concept Omgevingsvisie. De beoordeling van de concept Omgevingsvisie is niet weergegeven op het Rad van de Leefomgeving. De beoordeling van de ontwerp Omgevingsvisie is wel weergegeven op het Rad van de Leefomgeving (zie hoofdstuk 4).

30

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Figuur 3-4 Rad van de Leefomgeving (beoordeling huidige situatie)

31

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Figuur 3-5 Rad van de Leefomgeving (beoordeling autonome ontwikkeling)

32

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.3.1

Openbaar groen

Indicator Oppervlakte openbaar groen per inwoner

Beoordeling Huidige situatie

Score

Autonome ontwikkeling

+/-

Doelbereik

+

Toelichting De gemeente Noordoostpolder heeft relatief veel groen. Gegevens over oppervlakte openbaar groen per inwoner zijn niet bekend De demografische groei en daarmee gepaard gaande woningvraag zal het openbaar groen kwantitatief en kwalitatief onder druk zetten, door ruimtevraag en omdat er meer druk komt op het aanwezige groen. De gestelde maatregel ‘vergroenen van de oudste wijken van Emmeloord’ is niet concreet genoeg en beperkt zich enkel tot de oudste wijken van Emmeloord. De exacte mate van doelbereik kan daardoor niet voldoende worden bepaald.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat de gemeente Noordoostpolder relatief veel groen heeft. Het meeste groen ligt in de bossen zoals de dorpsbossen en parken (ca. 46 %). Ook in de woonwijken ligt relatief veel gemeentelijk openbaar groen (ca. 20%) en in het landelijk gebied (ook ca. 20%). Het openbaar groen staat wel onder druk in de gemeente, met name in de dorpen en Emmeloord. Het is echter niet bekend waar deze knelpunten precies zijn. Het is ook niet bekend hoeveel oppervlakte groen er per inwoner er in de huidige situatie beschikbaar is. Wel is bekend wat de gemiddelde afstand voor de inwoners van de Noordoostpolder is tot aan openbaar groen. Deze is in de afgelopen jaren (2006 – 2017) afgenomen van gemiddeld 9,8 naar 5,9 kilometer. In de autonome situatie zal de demografische groei en daarmee gepaard gaande woningvraag ervoor zorgen dat er ruimte gevonden moet worden voor woningen. Momenteel heeft bouwen op landbouwgrond niet de voorkeur boven inbreiden, waardoor de woningbouwontwikkeling met name in- en rondom de kernen plaats gaat vinden. Het is een risico dat de invulling van de verwachte woningvraag daarom mogelijk ten koste gaat van openbaar groen. Tevens is de verwachting dat de kwaliteit van het openbaar groen achteruit gaat, omdat door de verwachte groei aan inwoners de druk op openbaar groen wordt verhoogd.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld openbaar groen: Hoofdopgave We zorgen voor een goede functionele leefomgeving

Deelopgave Een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen (klimaatadaptief, bereikbaar, passend bij de functie van de omgeving)

Maatregel Vergroenen en aantrekkelijker maken oudste wijken van Emmeloord, waardoor deze uitnodigen tot bewegen, sport, spel en ontmoeten.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat zij zorgt voor een goede functionele leefomgeving middels een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen. Hiervoor heeft de gemeente als maatregel gesteld om de oudste wijken van Emmeloord te vergroenen en aantrekkelijker te maken, waardoor deze uitnodigen tot bewegen, sport, spel en ontmoeten. Door deze maatregel kan het openbaar groen in de oudste wijken van Emmeloord toenemen, maar dat is niet concreet gemaakt. Zo kan het vergroenen van deze wijken ook door het toevoegen van niet openbaar groen en is niet gespecificeerd hoeveel groen er wordt toegevoegd. De gemeente heeft in haar Beleidsplan Openbare Ruimte een groennorm van minimaal 75 m2 openbaar groen per woning in iedere kern en minimaal 10 m2 groen (openbaar en particulier) per woning in iedere woonstraat. Dit is conform de norm die ook door het Rijk wordt geadviseerd. Het advies is om deze groennorm ook in de Omgevingsvisie aan te halen. Daarnaast worden er geen concrete doelen voor het vergroenen van andere wijken en dorpen in de gemeente gesteld, terwijl de gemeente in haar foto van de leefomgeving heeft aangegeven dat ook in de dorpen het openbaar

33

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

groen onder druk staat. Het is aan te bevelen om in de Omgevingsvisie als maatregel op te nemen om ook andere wijken en dorpen te vergroenen. De maatregel die is gesteld gaat specifiek in op het toevoegen van groen om uit te nodigen tot bewegen, sport, spel en ontmoeten. Het toevoegen van groen leidt echter ook tot andere positieve effecten, bijvoorbeeld verminderen van hittestress, wateroverlast, luchtvervuiling en het verbeteren van de biodiversiteit. Het is aan te bevelen om in de Omgevingsvisie de link met deze thema’s ook duidelijk te leggen, om daarmee de meerwaarde van deze maatregel te benadrukken. De gestelde maatregel ‘vergroenen van de oudste wijken van Emmeloord’ is niet concreet genoeg en beperkt zich enkel tot de oudste wijken van Emmeloord. De exacte mate van doelbereik kan daardoor niet voldoende worden bepaald.

3.3.2

Biodiversiteit

Indicator Aantal soorten per km2

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Score

-

Doelbereik

Integriteit van ecosystemen

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

+/-

Toelichting De Noordoostpolder heeft een onder gemiddelde hoeveelheid soorten als gevolg van grootschalige landbouw en beperkte verbindingen tussen verschillende groene gebieden. Verstening (bijv. door de verwachte vraag naar woningen) en uitputting van de bodem en terugloop van biodiversiteit door monocultuur in landbouw zullen zorgen voor een afname in het aantal soorten. Het aanbrengen van variatie in biodiversiteit kan potentieel bijdragen aan meer soortendiversiteit, maar het is nog onduidelijk hoe de gemeente deze variatie wil aanbrengen. De staat van de ecosystemen is redelijk omdat sinds het ontstaan van de polder er wel is geïnvesteerd in natuurontwikkeling, maar er tegelijkertijd ook druk op het systeem staat als gevolg van de grootschalige landbouw. Verstening (bijv. door de verwachte vraag naar woningen) en uitputting van de bodem en terugloop van biodiversiteit door monocultuur in landbouw zullen zorgen voor een afname van de integriteit van ecosystemen. Het versterken van de verbindingen tussen bossen draagt positief bij aan de integriteit van ecosystemen.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat de gemeente Noordoostpolder op een paar plekken na een onder gemiddelde hoeveelheid soorten heeft. Dit heeft te maken met de grootschalige landbouw en beperkte verbindingen tussen verschillende groene gebieden. Wat betreft de integriteit van de ecosystemen geldt dat sinds de aanleg van de polder de natuur is ontwikkeld. Dit geldt voor de natuur zelf én voor de aandacht ervoor (zowel beleidsmatig als beheersmatig). De bossen zijn gegroeid en uitgebreid en er is ruimte voor nieuwe natuur gecreëerd, bijvoorbeeld langs de A6 (Casteleynsplas en Han Stijkelbosje), de vernatting van Schokland en door het ecologisch bermbeheer langs buitenwegen aan de Oostrand. Wel staat er druk op de ecosystemen als gevolg van de grootschalige landbouw. In de autonome situatie zal onder meer de demografische groei en daarmee gepaard gaande woningvraag ervoor zorgen dat er meer verstening is hetgeen een negatief effect heeft op de biodiversiteit en de integriteit van ecosystemen. Daarnaast zorgt de monocultuur in de landbouw voor uitputting van de bodem en daarmee voor een terugloop in de biodiversiteit.

34

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld Biodiversiteit: Hoofdopgave Het versterken van de natuur

Deelopgave Het behouden en versterken biodiversiteit, de verbindingen tussen natuurgebieden, het agrarisch natuurbeheer en de bossen

Maatregel Versterken verbindingen tussen bossen en variatie in biodiversiteit waar mogelijk.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat zij de natuur wil versterken, waaronder het behouden en versterken van de biodiversiteit, de verbindingen tussen natuurgebieden, het agrarisch natuurbeheer en de bossen. Hiervoor heeft de gemeente als maatregel gesteld om de verbindingen tussen bossen te versterken en variatie in biodiversiteit aan te brengen waar mogelijk. Door het versterken van de verbindingen tussen bossen wordt de integriteit van de bestaande ecosystemen versterkt. Het aanbrengen van variatie in biodiversiteit waar mogelijk kan potentieel ook een positief effect hebben op de integriteit van de ecosystemen en tevens op het aantal soorten binnen de Noordoostpolder. Het is echter op dit moment nog onduidelijk hoe de gemeente de variatie in biodiversiteit wil aanbrengen en waar. Daarnaast ontbreken in de Omgevingsvisie duidelijke opgaven en maatregelen om negatieve effecten van de landbouw op de biodiversiteit te verminderen. Landbouw in de huidige vorm kan schadelijk zijn voor de biodiversiteit, bijvoorbeeld door stikstofdepositie, vermesting en bestrijdingsmiddelen. Op dit moment wordt agrarisch natuurbeheer toegepast in akker- en weidevogelgebieden. De gemeente stelt wel een opgave om agrarisch natuurbeheer te versterken, maar benoemt geen concrete maatregelen om dit te bewerkstelligen.

Tevens is in de Omgevingsvisie onvoldoende aandacht besteed aan het effect van de demografische groei en daarmee gepaard gaande woningvraag op de biodiversiteit. De ambitie van de gemeente om meer woningen te bouwen in en rond de kernen leidt tot verstening. Door eisen aan nieuwbouw op te nemen, zoals bijvoorbeeld een groennorm of de eis tot natuurinclusief bouwen, kunnen negatieve effecten worden beperkt. Daarnaast zou de groenopgave in de dorpen en oude wijken gecombineerd kunnen worden met ecologisch groenbeheer, om daarmee de stadsecologie te bevorderen. Voorbeelden zijn het realiseren van kruidenrijke bermen en het (laten) verwilderen van groen. De doelen en maatregelen die gesteld worden ten behoeve van recreatie (zie paragraaf 3.3.14) kunnen een mogelijk negatief effect hebben op de integriteit van ecosystemen en de biodiversiteit, wanneer deze waarden niet genoeg in acht worden genomen bij recreatieve ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan het versterken van de biodiversiteit en de ecosystemen juist bijdragen aan de recreatieve waarden van de Noordoostpolder. Het is aan te bevelen in de omgevingsvisie deze waarden in samenhang te beschouwen. Het aanbrengen van variatie in biodiversiteit kan potentieel bijdragen aan meer soortendiversiteit, maar het is nog onduidelijk hoe de gemeente deze variatie wil aanbrengen.

Daarom is het niet mogelijk om exact te bepalen wat het doelbereik is. Wat betreft het aspect integriteit van ecosystemen is de verwachting dat de gestelde (deel)opgave en maatregel positief bijdragen.

35

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.3.3

Landschap & ruimtelijke kwaliteit

Indicator Instandhouding en herstel van karakteristieke landschappen en ruimtelijke kwaliteit

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

+/-

Toelichting Het oorspronkelijke ontwerp van het landschap is over het algemeen nog altijd goed zichtbaar, maar staat in toenemende mate onder druk. Demografische groei en daarmee gepaard gaande woningvraag zetten het landschap onder druk. De ambities om in te zetten op zorgvuldige landschappelijke inpassing van (grote) ontwikkelingen, om het landschap te beschermen en lokale initiatieven voor de beleving van het landschap te ondersteunen zal de staat van karakteristieke landschappen en ruimtelijke kwaliteit naar verwachting verbeteren. Wel dient te worden geconcretiseerd hoe de “bescherming” plaats gaat vinden en zijn de maatregelen om de zorgvuldige inpassing te borgen nog niet concreet.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat in de gemeente Noordoostpolder het oorspronkelijke ontwerp van het landschap over het algemeen nog altijd goed zichtbaar is. Wel zijn er een aantal plekken waar de oorspronkelijke karakteristieke landschapsstructuur aangetast is, onder meer door de doorsnijding van de A6 en de N50, door het bos rond de Casteleynsplas en door de hoge voormalige stortplaats De Terp en de inrichting van de ecologische verbindingszone die de strakke lijn van de Burchttocht gedeeltelijk laat verdwijnen. In de autonome situatie zullen verschillende ontwikkelingen een negatief effect op de karakteristieke landschapsstructuur hebben, waaronder de demografische groei en daarmee gepaard gaande woningvraag. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld landschap en ruimtelijke kwaliteit: Hoofdopgave We borgen een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven

Deelopgave Een inpassing die rekenschap geeft van de kernkwaliteit van de Noordoostpolder

We beschermen en benutten ons erfgoed en maken het beleefbaar

Behouden en bekend maken van: het oorspronkelijke ontwerp Noordoostpolder en van archeologie & monumenten (Schokland als werelderfgoed, Wederopbouwgebied Nagele & heel NOP, Monumenten, Archeologie, DNA, Landschap)

Maatregel Zorgvuldige landschappelijke inpassing van grote eenmalige ontwikkelingen zoals de Lelylijn, het 380 KV-tracé en verbreding van de N50 Beschermen landschap, bijzondere elementen als Schokland en het samenhangende ontwerp van de polder en bijzondere natuurgebieden en grote bossen. Ondersteunen lokale initiatieven voor beleving (wereld)erfgoed, landschap, bebouwing en routes en deze combineren met stimuleren recreatie en toerisme.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat zij een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven wil borgen door een inpassing die rekenschap geeft van de kernkwaliteit van de Noordoostpolder. Als concrete maatregelen benoemt de gemeente het landschappelijk zorgvuldig inpassen van grote eenmalige ontwikkelingen zoals de Lelylijn, het 380 KV-tracé en verbreding van de N50. Dit zijn echter ontwikkelingen die door het Rijk en de provincie worden gerealiseerd en waarvan het nog niet zeker is dat ze er ook gaan komen. De gemeente kan hierin wel de landschappelijke inpasbaarheid aankaarten, maar niet garanderen dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. 36

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Verder wil de gemeente het landschap, bijzondere elementen als Schokland en het samenhangende ontwerp van de polder en bijzondere natuurgebieden en grote bossen beschermen, al is niet geconcretiseerd hoe de gemeente deze wil beschermen. Tot slot wil de gemeente lokale initiatieven voor de beleving van het (wereld)erfgoed en landschap in combinatie met recreatie en toerisme ondersteunen. Indien hierbij ook de bovengenoemde maatregel over bescherming van deze waarden in acht wordt genomen kan het ondersteunen van dergelijke lokale initiatieven positief bijdragen aan de instandhouding en herstel van karakteristieke landschappen en ruimtelijke kwaliteit. Door de landschappen beleefbaar te maken en recreatieve/toeristische waarden te geven zal de waardering voor het landschap naar verwachting toenemen en daarmee waarschijnlijk ook de noodzaak om deze waarden te beschermen en/of te herstellen. De staat van de leefomgeving wat betreft landschap en ruimtelijke kwaliteit zal door de voorgestelde opgaven en maatregelen waarschijnlijk verbeteren ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Wel dient te worden geconcretiseerd hoe de “bescherming” plaats gaat vinden.

3.3.4

Cultureel erfgoed & archeologie

Indicator Instandhouding van cultuurhistorische en bodemarchieven

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

+ -

Toelichting In de gemeente zijn verschillende cultuurhistorische en archeologische waarden aanwezig die beschermd zijn in wet- en regelgeving. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als gevolg van de woningvraag en verzwaring van het elektriciteitsnet kunnen impact hebben op archeologische en cultuurhistorische waarden en de UNESCO-status van Schokland. Door bijzondere elementen als Schokland te beschermen en lokale initiatieven voor de beleving van het erfgoed te ondersteunen zal de staat van cultuurhistorische en bodemarchieven ten opzichte van de autonome ontwikkeling naar verwachting verbeteren. Wel dient te worden geconcretiseerd hoe de “bescherming” plaats gaat vinden.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat er verschillende cultuurhistorische en archeologische waarden in de gemeente aanwezig zijn. In de bodem van Noordoostpolder liggen verschillende scheepswrakken en andere archeologische sporen. Er zijn zeven beschermde archeologische monumenten. Daarnaast zijn er 47 plekken in de Noordoostpolder waarvan bekend is dat ze archeologisch waardevol zijn. Schokland staat op de UNESCO werelderfgoedlijst. En Nagele is als wederopbouwgebied een beschermd dorpsgezicht. De bescherming van erfgoed in de Noordoostpolder is vastgelegd in landelijke, provinciale en gemeentelijke regelgeving. Daarnaast zijn ook de niet-tastbare cultuurhistorische waarden van de gemeente, waaronder het verhaal van Noordoostpolder als maakbare samenleving, sterk verankerd. De komende jaren zal het behoud van erfgoed onder druk komen te staan. De invulling van de toenemende woningvraag als gevolg van de demografische groei zal impact hebben op de oorspronkelijke ‘wederopbouw’ karakter van de Noordoostpolder. Het risico is dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarde en archeologische verwachtingswaarde. De geplande verzwaring van het elektriciteitsnet kan impact hebben op de UNESCO-status van Schokland wanneer er onvoldoende rekening wordt gehouden met inpassing. Woningbouw in de dorpen kan ook ten koste gaan van de dorpsbossen.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld cultureel erfgoed en archeologie:

37

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Hoofdopgave We beschermen en benutten ons erfgoed en maken het beleefbaar

Deelopgave Behouden en bekend maken van: het oorspronkelijke ontwerp Noordoostpolder en van archeologie & monumenten (Schokland als werelderfgoed, Wederopbouwgebied Nagele & heel NOP, Monumenten, Archeologie, DNA, Landschap)

Toekomstig erfgoed creëren

Maatregel Beschermen landschap, bijzondere elementen als Schokland en het samenhangende ontwerp van de polder en bijzondere natuurgebieden en grote bossen. Ondersteunen lokale initiatieven voor beleving (wereld)erfgoed, landschap, bebouwing en routes en deze combineren met stimuleren recreatie en toerisme. Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave.

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat zij haar erfgoed wil beschermen en benutten en beleefbaar wil maken. Als maatregel heeft de gemeente in de Omgevingsvisie opgenomen dat de gemeente het landschap, bijzondere elementen als Schokland en het samenhangende ontwerp van de polder en bijzondere natuurgebieden en grote bossen gaat beschermen, al is niet geconcretiseerd hoe de gemeente deze wil beschermen. Het is aan te bevelen om te concretiseren wat de gemeente verstaat onder “bescherming”. Dit kan bijvoorbeeld middels een planologische bescherming op te nemen dat nieuwe (stedelijke) ontwikkelingen binnen of in de directe nabijheid van specifieke landschappen en gebieden als Schokland niet zijn toegestaan of enkel zijn toegestaan onder specifieke voorwaarden. Ook is het raadzaam om een Heritage Impact Assessment op te stellen op voor grote landschappelijke ingrepen om het effect van voorgenomen ingrepen op erfgoedwaarden te bepalen. Tevens wil de gemeente lokale initiatieven voor de beleving van het (wereld)erfgoed en landschap in combinatie met recreatie en toerisme ondersteunen. Indien hierbij ook de bovengenoemde maatregel over bescherming van deze waarden in acht wordt genomen kan het ondersteunen van dergelijke lokale initiatieven positief bijdragen aan de instandhouding van cultuurhistorische en bodemarchieven.

Net als bij de landschappelijke waarden zal het beleefbaar maken van de erfgoed en cultuurhistorie de waardering voor deze waarden naar verwachting laten toenemen en daarmee waarschijnlijk ook de noodzaak om deze waarden te beschermen. Tot slot heeft de gemeente in de Omgevingsvisie als deelopgave opgenomen dat ze toekomstig erfgoed wil creëren. Het is echter niet duidelijk wat de gemeente hiermee bedoelt en hoe dit bijdraagt aan de hoofdopgave. De staat van de leefomgeving wat betreft cultureel erfgoed & archeologie zal door de voorgestelde opgaven en maatregelen waarschijnlijk verbeteren ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Wel dient te worden geconcretiseerd hoe de “bescherming” plaats gaat vinden.

3.3.5

Grond- & oppervlaktewater

Indicator Kwaliteit en kwantiteit grond- en oppervlaktewater

Beoordeling Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

Score ? ? ?

Toelichting Leemte in kennis Leemte in kennis Er worden geen opgaven en/of maatregelen voorgesteld.

De Foto van de Leefomgeving beschrijft het watersysteem en het peilbeheer van de gemeente. Daarnaast wordt de kwel in de Noordoostpolder beschreven. Het watersysteem wordt met name vanuit landbouw als gebruiksfunctie beschreven. Er is geen informatie bekend over de kwaliteit en kwantiteit van het water. Aanbevolen wordt om nader (bureau)onderzoek te doen naar kwaliteit en kwantiteit van grondwater en oppervlaktewater in de gemeente, mogelijk in overleg met provincie en waterschap. De gemeente werkt samen met het waterschap en de provincie om KRW-doelen te behalen. In de Foto van de Leefomgeving wordt niet duidelijk welke rol de gemeente hierin neemt. Aanbevolen wordt om dit te specificeren. De realiteit van de water gerelateerde opgaven en maatregelen is dat de gemeente in veel gevallen niet het bevoegd gezag is. Dit geldt bijvoorbeeld voor opgaven zoals verduurzaming van het (regionale) watersysteem en de beschikbaarheid van voldoende grondwater. Daardoor is de daadwerkelijke uitvoering van sommige maatregelen vaak voorbehouden aan anderen. 38

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld grond- & oppervlaktewater: Hoofdopgave Het versterken van de natuur

Deelopgave We gaan uit van bodem- en watersturend (werken aan een gezonde bodem en een natuurlijk en robuust watersysteem door passende landbouw en zorgvuldig omgaan met ons grond- en oppervlaktewater)

Maatregel Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze hoofd- en deelopgave.

Het is niet mogelijk om met het ontbreken van een referentiesituatie te beoordelen in hoeverre het voorgestelde beleid in de concept Omgevingsvisie effect heeft op de staat van de leefomgeving. Daarnaast is de deelopgave niet concreet genoeg. Aanbevolen wordt om te concretiseren hoe de gemeente het principe ‘bodem en water sturend’ vorm gaat geven, te concretiseren hoe landbouw ‘passend’ gemaakt wordt binnen een natuurlijk en robuust watersysteem en te concretiseren wat verstaan wordt onder ‘zorgvuldig omgaan’ met ons grond- en oppervlaktewater. Dit laatste kan bijvoorbeeld door (stedelijk) water beter op te vangen en vast te houden middels wadi’s en waterbergingsgebieden en het afstappen van onkruidbestrijdingsmiddelen in gemeentelijk groenbeheer.

3.3.6

Bodem en ondergrond

Indicator Aantal humane en ecologische spoedlocaties

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Score

-

Doelbereik

Ruimte in de ondergrond voor maatschappelijke opgaven

Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

? ? ?

Toelichting Relatief hoog aantal verontreinigde locaties (6 van de 12 in Flevoland), allen in Emmeloord. Drie zijn gesaneerd, drie worden gemonitord. Bodem onder erven vaak verontreinigd. Door onderzoeken van geschikte locaties voor woningbouw en voor activiteiten op vrijkomende erven zullen mogelijk meer verontreinigde locaties in beeld komen. Er is geen aanleiding om nieuwe verontreinigingen te verwachten. Het realiseren van woningbouwlocaties en het toestaan van woningen op erven kan mogelijk leiden tot een verbetering van de bodemkwaliteit ter plaatse, aangezien verontreinigingen gesaneerd moeten worden in geval van woningbouw. Leemte in kennis Leemte in kennis Geen concrete doelen en/of maatregelen

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat de Noordoostpolder relatief hoog scoort op het aantal verontreinigde locaties. Het gaat hierbij om historische vervuilde plekken van oude industrie locaties. In 2015 zijn alle spoedlocaties in Flevoland in beeld gebracht. Van de 12 locaties bevinden zich er zes in Emmeloord. Drie locaties zijn gesaneerd en drie locaties worden gemonitord. Mogelijk worden overige vervuilde locaties gesaneerd om woningbouw mogelijk te maken. Daarnaast is de bodem onder erven vaak vervuild met asbest, puin of olie. De gemeente is voornemens in haar concept Omgevingsvisie om niet-agrarische activiteiten en woningbouw toe te staan op vrijkomende erven. Mogelijk leidt deze ontwikkeling tot een verbetering van de bodem. In stedelijke gebieden is de ruimtevraag ondergronds hoog. De ondergrond is nodig voor veel maatschappelijke opgaven zoals kabels, leidingen, warmte-koude opslagsystemen, funderingen, civieltechnische infrastructuur en boomwortels. Kansen en beperkingen vanuit de ondergrond worden niet in de Foto van de Leefomgeving beschreven. Een gebrek aan inzicht in ruimte in de ondergrond kan tot risico’s voor planvorming en uitvoering leiden, boven- en ondergrond voor maatschappelijke opgaven. Aanbevolen wordt om knelpunten inzichtelijk te maken en het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie hieraan te toetsen.

39

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld bodem en ondergrond: Hoofdopgave Het versterken van de natuur

Deelopgave We gaan uit van bodem- en watersturend (werken aan een gezonde bodem en een natuurlijk en robuust watersysteem door passende landbouw en zorgvuldig omgaan met ons grond- en oppervlaktewater).

Maatregel Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze hoofd- en deelopgave.

Het is niet mogelijk om met het ontbreken van een referentiesituatie te beoordelen in hoeverre het voorgestelde beleid in de concept Omgevingsvisie effect heeft op de staat van de leefomgeving. Daarnaast is de deelopgave niet concreet genoeg. Aanbevolen wordt om te concretiseren hoe de gemeente het principe ‘bodem en water sturend’ vorm gaat geven. Daarnaast blijkt uit de Foto van de Leefomgeving dat er mogelijk verontreinigingen in de bodem zitten onder agrarische erven. Indien deze erven vrijkomen dient de mogelijkheid zich aan deze bodems te saneren. Aanbevolen wordt om in de Omgevingsvisie beleid hiervoor op te nemen.

3.3.7

Droogte

Indicator Gevoeligheid voor verdroging van landbouwgronden en natuurgebieden

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

+/-

Toelichting Droogte vormt geen acute dreiging. Tijdens perioden van langdurige droogte mogelijk aanhoudende lagere grondwaterstanden. Het neerslagtekort en daarmee droogte neemt toe. Dit leidt tot bodemdaling, afname van waterkwaliteit en wegverzakkingen. Er worden geen opgaven en/of maatregelen voorgesteld.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat er over het algemeen in de huidige situatie voldoende water is in de Noordoostpolder. Droogte vormt geen acute dreiging voor landbouwgronden en natuurgebieden. Tijdens perioden van langdurige droogte krijgt de Noordoostpolder te maken met aanhoudende lagere grondwaterstanden. In 2050 komt het potentieel maximale neerslagtekort (een situatie die eens in de 10 jaar voorkomt) naar verwachting tussen de 180 en 240 mm te liggen, terwijl er nu in het huidige klimaat rekening houden met een tekort tussen de 120 tot 180 mm. Landbouwgronden en natuurgebieden zullen in toenemende mate gevoelig zijn voor verdroging. Vanwege de bodemsamenstelling van de Noordoostpolder zullen daarnaast bij lagere grondwaterstanden organische stoffen gaan oxideren. Met name bij de kleien veengronden leidt dit tot bodemdaling. Droogte zet ook de waterkwaliteit onder druk, met name door de combinatie van hogere temperaturen en kwelwater. Op de hogere gelegen gronden zal droogte eerder optreden. Het wegennet in de gemeente heeft last van de klimaatverandering. Door de vaker voorkomende laagwaterstanden droogt de veenlaag onder wegen uit. Hierdoor zakt de weg in en krijg je veel hobbels en scheuren in de weg. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld droogte:

40

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Hoofdopgave Het versterken van de natuur

Deelopgave We gaan uit van bodem- en watersturend (werken aan een gezonde bodem en een natuurlijk en robuust watersysteem door passende landbouw en zorgvuldig omgaan met ons grond- en oppervlaktewater). We behouden en versterken biodiversiteit, de verbindingen tussen natuurgebieden, het agrarisch natuurbeheer en de bossen.

Maatregel Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave.

Geen concrete maatregelen gekoppeld aan deze deelopgave.

De gemeente heeft twee deelopgaven in haar concept Omgevingsvisie opgenomen die (indirect) betrekking hebben op het beleidsveld droogte. Er zijn echter geen maatregelen voorzien die uitvoering geven aan deze deelopgaven. Aanbevolen wordt om te concretiseren hoe de gemeente het principe ‘bodem en water sturend’ vorm gaat geven. De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Een mogelijke maatregel kan zijn om bij woningbouw als bij eventuele nieuwe bedrijventerreinen op waterinfiltratie en wateropvang in te zetten. Bijvoorbeeld door meer groen in plaats van verharding aanbrengen, het verbeteren van de bodembiodiversiteit of het realiseren van waterreservoirs.

3.3.8

Wateroverlast

Indicator Gevoeligheid van het landelijk en stedelijk gebied voor water op straat en in woningen na piekbuien

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

--

Toelichting Emmeloord en de dorpen zijn versteend en het rioolsysteem is verouderd. Wateroverlast kan ontstaan bij piekbuien. Bij langere natte gebeurtenissen kan het watersysteem in het agrarisch gebied overbelast raken. Piekbuien nemen toe door klimaatverandering. Risico op wateroverlast in de bebouwde kom neemt daarmee toe. De gestelde maatregel is niet concreet genoeg.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat Emmeloord en de dorpen behoorlijk versteend zijn. Vooral in Emmeloord ontstaat wateroverlast bij piekbuien met een laag water van 30 centimeter. Het rioolsysteem is verouderd en kan intensieve neerslaghoeveelheden niet goed verwerken. In het buitengebied vormt wateroverlast door hevige buien in een korte periode geen acuut probleem. Bij landelijke buien (regionale neerslaghoeveelheden) zijn het juist de langere natte neerslaggebeurtenissen die kunnen leiden tot overbelasting van het watersysteem in de agrarische gebieden. Door klimaatverandering zullen meer en hevigere piekbuien ontstaan, waardoor Emmeloord en de dorpen meer risico op wateroverlast lopen. In het buitengebied kunnen hoosbuien leiden tot erosie van de toplaag van de bodem. Doordat de polder afhankelijk is van maar een aantal gemalen met een vaste capaciteit zal het steeds lastiger worden om overtollig water de polder uit te krijgen bij periodes van langdurige regenval. Er zijn ook geen grote waterbergingsgebieden volgens de Foto van de Leefomgeving. Momenteel is de gemeente bezig met het opstellen van een visie klimaatadaptatie. Deze visie is nog niet afgerond en wordt daarom niet meegenomen als autonome ontwikkeling. De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld wateroverlast:

41

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Hoofdopgave We zorgen voor een goede functionele leefomgeving

Deelopgave Een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen (klimaatadaptief, bereikbaar, passend bij de functie van de omgeving)

Maatregel Inrichting leefomgeving tegen gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, extreme hitte, etc.).

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat zij voor een klimaatadaptieve openbare ruimte zal zorgen. Dit wil zij doen door de leefomgeving in te richten tegen gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast. Deze maatregel is niet concreet genoeg om te bepalen of hiermee aan de opgave voldaan wordt. De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling. De mate van doelbereik van de maatregel is op dit moment daarom niet te bepalen. Aanbevolen wordt om maatregelen met betrekking tot openbaar groen, zoals het vergroenen van de oude wijken in Emmeloord, te combineren met maatregelen tegen wateroverlast. Daarnaast wordt aanbevolen om bij de nieuwe woningvoorraad te sturen op klimaatadaptieve inrichting en het bouwen van groene daken en gevels. Ten slotte is het wenselijk om de grote lijnen uit de visie klimaatadaptatie een plek te geven in de Omgevingsvisie.

3.3.9

Hittestress

Indicator Bedrijfslocaties en buitenruimtes voor hittestress (drempelwaarde gevoelstemperatuur van 41 graden Celsius) & Gevoeligheid van woningen

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik

Score

--

Toelichting In Emmeloord en de dorpen Ens en Rutten zijn meerdere risicolocaties met extreme hittestress LV2. Locaties met LV1 extreme hittestress zijn niet bekend. Het aantal zomerse dagen neemt toe van 21 dagen in 2020 naar 55 dagen in 2050. Hittestress en het aantal risicolocaties nemen toe. Verstedelijking en vergrijzing vergroten dit effect. De gestelde maatregel is niet concreet genoeg.

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat het bebouwd gebied in de Noordoostpolder gevoelig is voor hittestress. Met name het centrumgebied van Emmeloord heeft een hoge mate van verharding en dichte bebouwing, waardoor er op warme dagen gezondheidsrisico’s zijn. De gemeente heeft klimaatstresstesten uitgevoerd waaruit een aantal risicolocaties blijken (Concept Visie Klimaatadaptatie, juli 2023). Deze risicolocaties zijn bepaald door de gevoeligheid voor hittestress te combineren met kwetsbare locaties als verzorgings- en ziekenhuizen en scholen. Op de volgende locaties treedt extreme hittestress (LV2) op (vanaf 46 graden Celsius). • Emmeloord (De Zuidert, gemeentehuis en Jumbo); • Ens (Kerk en Kruisstraat); • Rutten (Cafetaria De Stiepe). Voor de drempelwaarde 41 graden Celsius is niet bekend welke risicolocaties er in de gemeente zijn. Momenteel is de gemeente bezig met het opstellen van een visie klimaatadaptatie. Het is nog niet duidelijk in hoeverre de maatregelen in de klimaatvisie een effect hebben op de staat van de leefomgeving. Door de effecten van klimaatverandering neemt het aantal zomerse dagen per jaar in de toekomst toe van 21 zomerse dagen (>25 graden Celsius) in 2020 naar 55 dagen in 2050 (Concept Visie Klimaatadaptatie, juli 2023). Daarmee neemt ook de hittestress toe. Het aantal risicolocaties neemt waarschijnlijk toe.

Daarnaast zal hittestress toenemen door verdere verstedelijking van Emmeloord en de kernen door toenemende verharding en waarschijnlijke afname van openbaar groen. Daarnaast kan nieuwe bebouwing wind tegenhouden. Ook neemt vergrijzing toe, waardoor het aantal kwetsbare mensen voor de gezondheidsrisico’s van hittestress toeneemt. De gemeente in haar concept Omgevingsvisie de volgende opgaven en maatregelen opgenomen voor het beleidsveld hittestress: 42

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

Hoofdopgave We zorgen voor een goede functionele leefomgeving

Deelopgave Een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen (klimaatadaptief, bereikbaar, passend bij de functie van de omgeving)

Maatregel Inrichting leefomgeving tegen gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, extreme hitte, etc.).

De gemeente heeft in haar concept Omgevingsvisie opgenomen dat zij voor een klimaatadaptieve openbare ruimte met water, groen en voorzieningen zal zorgen. Dit wil zij doen door de leefomgeving in te richten tegen gevolgen van klimaatverandering, waaronder extreme hitte. Deze maatregel is niet concreet genoeg om te bepalen of hiermee aan de opgave voldaan wordt. De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Aanbevolen wordt om gerichte maatregelen te nemen in gebieden waar extreme hittestress voorkomt door maatregelen met betrekking tot openbaar groen te combineren met maatregelen tegen hittestress en voor deze locaties een hitteplan op te stellen. Ten slotte is het wenselijk om de grote lijnen uit de visie klimaatadaptatie een plek te geven in de Omgevingsvisie.

3.3.10

Circulaire economie

Indicator Aantal bedrijven dat volgens een circulair principe werkt

Beoordeling Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

Score ? ? ?

Ruimte binnen de gemeente voor circulaire bedrijfsvoering

Huidige situatie Autonome ontwikkeling Doelbereik

? ? ?

Toelichting Leemte in kennis Leemte in kennis Er worden geen doelen en/of maatregelen voorgesteld. Leemte in kennis Leemte in kennis Er worden geen doelen en/of maatregelen voorgesteld.

In paragraaf 4.2 ‘Afval en circulair grondstoffengebruik’ van de Foto van de Leefomgeving beschrijft de gemeente Noordoostpolder haar afvalbeleid. Er is een sterke dalende trend zichtbaar van hoeveelheid huishoudelijk afval. Afval wordt daarnaast ook meer gescheiden. Er is echter geen informatie bekend over circulaire bedrijvigheid in de gemeente. Er is daarom een leemte in kennis. Beide indicatoren kunnen voor de referentiesituatie niet beoordeeld worden. Aanbevolen wordt om (bureau)onderzoek te doen naar de huidige situatie van circulaire bedrijfsvoering in de Noordoostpolder en naar trends en ontwikkelingen binnen/relevant voor de gemeente. De gemeente heeft geen opgaven en maatregelen in haar concept Omgevingsvisie opgenomen voor het beleidsveld circulaire economie. Mogelijk kan de link gelegd worden met de maatregelen gericht op het toevoegen van nieuwe bedrijventerreinen in de gemeente. Hierbij is het nodig om planologisch ruimte te bieden aan circulaire bedrijvigheid. Mogelijk kan ook gedacht worden aan het realiseren van een grondstoffenbank en het stimuleren en faciliteren van het gebruik van duurzame warmte. Daarnaast kan de gemeente zelf ook haar bedrijfsvoering circulair inrichten. Bijvoorbeeld door te sturen op circulaire inkoop.

43

Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public

3.3.11

Energietransitie

Indicator Aandeel duurzame elektriciteit ten opzichte van stroomverbruik

Beoordeling Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Score

++ +

Doelbereik

Aandeel duurzame warmte in gebouwde omgeving

Huidige situatie

--

Autonome ontwikkeling

-

Doelbereik

Toelichting De gemeente wekt drie keer meer energie op dan dat er wordt verbruikt. Een groot deel van die opwerk komt uit duurzame bronnen (wind en zon) Het aandeel duurzame elektriciteit blijft hoog, maar komt onder druk te staan door een toenemende vraag als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen en netcongestie. De gemeente wil inzetten op een mix van duurzame vormen van energieopwekking, maar het is onduidelijk op welke vormen en hoe. Ook is onduidelijk welke rol de gemeente gaat innemen bij het oplossen van de netcongestie. Veel woningen hebben nog geen geldig energielabel en zijn daarom niet geschikt om aardgasvrij te worden. De gemeente zet de komende jaren in op isolatie van woningen en is bezig met een aantal proefprojecten naar zon-thermische oplossingen, aquathermie en geothermie. De potentie van de woningvoorraad om aardgasvrij te worden is echter klein. De maatregelen om de woningvoorraad te verduurzamen en daarmee klaar te maken om aardgasvrij te worden zijn te weinig concreet.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt dat de gemeente een hoog aandeel duurzame elektriciteit heeft ten opzichte van het stroomverbruik. Voor grootschalige opwek van elektriciteit zijn 89 windmolens in bedrijf langs de dijken en op het IJsselmeer (tevens het grootste windmolenpark op land in Nederland). Het windpark produceert 1,4 miljard kWh aan elektriciteit. Hiermee wordt drie keer zoveel elektriciteit opgewekt als wat er in de Noordoostpolder wordt verbruikt. Verder zijn er voor 250ha aan zonneparken vergund. In de RES2.0 (2023) wordt een ruimtelijke potentiestudie gedaan naar verdere mogelijkheden voor grootschalige opwek. Momenteel is windenergie uitgesloten in noordelijke Flevoland. Onlangs heeft provincie Flevoland zonneparken op landbouwgrond uitgesloten. Dit beperkt de mogelijkheden voor grootschalige opwek. Zon op dak blijft mogelijk, maar netcongestie maakt het de komende jaren vrijwel onmogelijk opgewekte elektriciteit aan het net te leveren. Economische ontwikkelingen en de woningvraag vergroten de vraag naar energie en verkleinen de ruimte waar deze opgewekt kan worden. TenneT is voornemens om extra 380 kV hoogspanningsverbinding aan te leggen tussen hoogspanningsstations Diemen, Lelystad en Ens, maar daarmee is de netcongestie in de regio nog niet meteen opgelost.

Uit de Foto van de leefomgeving blijkt verder dat de gemeente conform het landelijke Klimaatakkoord in 2050 de gebouwde omgeving aardgasvrij verwarmd wil hebben. Er lopen een aantal proefprojecten naar zon-thermische oplossingen, aquathermie en geothermie. Verder wordt de haalbaarheid van uitbreiding van de bestaande (kleine) warmtenetten onderzocht. De gemeente zet nu vooral in op de verduurzaming van woningen. Nieuwbouw wordt sinds 2020 aardgasvrij uitgevoerd. Meer dan de helft van de bestaande 20.000 woningen komt echter uit de periode 19451980. Veel van die woningen zijn slecht geïsoleerd en hebben nog geen geldige energielabel en zijn daarmee nog ongeschikt om aardgasvrij te worden. Van de 20.000 woningen in de Noordoostpolder hebben er maar 11.290 een geldig energielabel6. In de industrie wordt veel elektriciteit en aardgas gebruikt. Ook in de glastuinbouw wordt gewerkt met biomassa en geothermie, naast aardgas. In de landbouw wordt de potentie van duurzame energie en warmte nog te weinig benut.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2126/documents/37584