12.1 Procesvoorstel Programma Klimaat en Energie.pdf
Tekst van het document
Procesvoorstel Programma Klimaat en Energie
Procesvoorstel Portefeuillehouder: R. van Amersfoort Contactpersoon: J. Schoonhoven [06 maart 2024] 1
Inhoud 1.
Inleiding ...................................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding – Waarom een programma Klimaat en Energie ....................................................... 3
1.2
Resultaat– Een programma Klimaat en Energie ........................................................................ 3
1.3
Leeswijzer ................................................................................................................................... 4
2.
Opgaves voor Klimaat en Energie .............................................................................................. 5 2.1
Van mondiaal tot lokaal .............................................................................................................. 5
2.2 Landelijke context ......................................................................................................................... 5 2.2.1 Klimaatmitigatie: Klimaatakkoord ............................................................................................ 5 2.2.2 Klimaatadaptatie: Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie ....................................................... 6 2.3 Lokale context ................................................................................................................................ 6 2.3.1 Conclusies ‘Energiek vooruit’ .................................................................................................. 6 2.3.2 Coalitieakkoord 2022-2026: Duurzamer, groener en schoner ................................................ 7 2.3.3 Ontwerp Omgevingsvisie ........................................................................................................ 7 3.
Werken naar een programma Klimaat en Energie ..................................................................... 8 3.1
Oriëntatiefase ............................................................................................................................. 8
3.2
Opbouwfase ............................................................................................................................... 9
3.2.1 Programmaplan: Formuleren strategische doelen .................................................................. 9 3.2.2 Introductie Duurzame Doelenagenda’s ................................................................................... 9 3.2.3 Rollen en invloed ................................................................................................................... 10 3.3 4.
Uitvoeringsfase ......................................................................................................................... 11 Randvoorwaarden .................................................................................................................... 12
4.1
Communicatie ........................................................................................................................... 12
4.2
Monitoring ................................................................................................................................. 12
4.3
Organisatie ............................................................................................................................... 13
4.4 Financiën...................................................................................................................................... 14 4.4.1 Beschikbaar gestelde middelen ............................................................................................ 14
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding – Waarom een programma Klimaat en Energie De opgaven voor duurzaamheid zijn groot. Er zijn landelijke opgaven vanuit het Klimaatakkoord1. En we hebben zelf ook ambities in ons coalitieakkoord 2 en ontwerp-omgevingsvisie3. Er is behoefte aan overzicht en samenhang in de doelen, inzet/uitvoering en resultaten. Dat staat ook in de conclusies van het rekenkameronderzoek ‘Energiek vooruit’4. Daarom heeft de raad al eerder budget vrijgemaakt voor het aantrekken van een programmamanager om een programma Klimaat en Energie (K&E) op te stellen.5 Het doel van het programma is inzicht en samenhang creëren. Door strategische ambities door te vertalen naar operationele doelen met meetbare indicatoren, kan de raad beter op hoofdlijnen sturen. Daarmee kan efficiënter gestuurd worden op de middelen en is beter te controleren aan welke doelen bepaalde activiteiten bijdragen. Hierdoor is het makkelijker om budgetten te koppelen aan de doelen en ambities die gesteld zijn. Met dit procesvoorstel geven we helderheid over de gekozen route, de voorgestelde werkwijze en de daarbij horende planning. Voor een deel van de inzet van personeel voor het programma zijn middelen beschikbaar (CDOKEmiddelen6).
1.2 Resultaat– Een programma Klimaat en Energie We maken een Programma Klimaat en Energie met een programmaplan en zes duurzame doelen agenda’s. Het programma vormt een integraal kader voor het bereiken van de doelen voor duurzame ontwikkeling. Dit sluit aan bij het toekomstbeeld (2050) uit de ontwerp-omgevingsvisie. Daarin staat dat in 2050 duurzaamheid in alles het uitgangspunt is. Daarbij past een programma inclusief doelen, benodigde financiën, mijlpalen en tijdpad. En een samenhangende aanpak voor alle duurzame thema’s, zoals: schone mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptatie en behoud van biodiversiteit. In het programmaplan worden de strategische doelen met indicatoren beschreven. Hierdoor wordt duidelijk waar de raad op kan sturen. Ook leggen we hier de verbinding naar de mondiale en landelijk ambities. Het programmaplan wordt in het najaar van 2024 opgeleverd. De duurzame doelen agenda’s geven richting aan de activiteiten die uitgevoerd worden. Ze geven inzicht aan welke strategische doelen (opgaven) de activiteiten bijgedragen. De duurzame doelenagenda’s worden uiterlijk in het voorjaar van 2025 opgeleverd.
1 Klimaatakkoord | Rapport | Rijksoverheid. Bij monde van de VNG hebben alle gemeenten ingestemd
met het Klimaatakkoord en de daarin opgenomen doelstellingen. 2 Ruimte voor Elkaar | Coalitieakkoord 2022-2026 | Gemeente Noordoostpolder. Ambitie 3 in dit akkoord is: “Duurzamer, groener en schoner”. Daarin staat o.a. dat we duurzaamheid integraal meewegen in besluiten over (lange termijn) ontwikkelingen en de kosten daarvan. 3 De Ontwerp Omgevingsvisie bevat het strategisch beleid voor de (fysieke) leefomgeving van de gemeente Noordoostpolder. 4 Energiek Vooruit | Rapport | Rekenkamercommissie Noordoostpolder (2020). Dit is een onderzoek naar de doelmatigheid van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. 5 Gemeenteraad 05 juli 2021 13:30:00, Gemeente Noordoostpolder: Behandeling Perspectiefnota 2022-2025 6 CDOKE | Website | RVO Om de doelen van het klimaatakkoord te halen, heeft het rijk middelen beschikbaar gesteld voor personele inzet op Klimaat en Energie. 3
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we iets dieper in op het waarom van het programma Klimaat en Energie. We leggen de verbinding tussen de mondiale, landelijke en gemeentelijke context. In hoofdstuk 3 wordt het proces beschreven om te komen tot een programma Klimaat en Energie. Er wordt beschreven hoe we de strategische doelen gaan definiëren, hoe we deze verbinden aan operationele doelen en welke rollen we als gemeente kunnen nemen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op een aantal randvoorwaarden die van belang zijn om het programma Klimaat en Energie te laten slagen.
4
2. Opgaves voor Klimaat en Energie 2.1 Van mondiaal tot lokaal In het IPPC-rapport van 2023 wordt beschreven welke opgaves op het gebied van klimaat op ons afkomen (zie kader). De invloed die Nederland als land en de Noordoostpolder als gemeente heeft op deze mondiale opgave is beperkt, maar niet te verwaarlozen. De effecten zijn ook in ons land en onze polder merkbaar. Daarom is het van belang om deze mondiale opgave door te vertalen naar de lokale situatie in de Noordoostpolder. Dit doen we door het maken van beleid, maar ook met het uitvoeren van concrete maatregelen en projecten. Op deze wijze kan het college en de raad invulling geven aan een duurzamer, groener en schoner Noordoostpolder wat ook bijdraagt aan de mondiale opgave. Er zijn daarbij twee sporen van belang. Allereerst is het belangrijk dat er werk gemaakt wordt van het terugdringen van overschrijdingen, klimaatmitigatie. Voorbeelden daarin zijn een duurzamer energiesysteem of het hergebruik van materialen en grondstoffen. Naast klimaatmitigatie moeten we ons ook gaan aanpassen aan (komende) weersextremen, klimaatadaptatie. Voorbeelden daarbij zijn maatregelen tegen hittestress of wateroverlast. Er zijn 9 ecosystemen die het leven op aarde mogelijk maken. Het IPCC rapport van 2023 rapporteert dat bij 6 van deze 9 ecosystemen de planetaire grenzen overschreden worden.
Het overschrijden van planetaire grenzen betekent dat het leven op aarde moeilijker, zo niet onmogelijk wordt. Er is inmiddels een trend waarneembaar waarin de opwarming een feit is. In de dagelijkse nieuwsberichten komt dit ook regelmatig naar voren. Het is duidelijk dat we ons moeten voorbereiden op klimaatverandering.
Afbeelding 1: model 9 ecosystemen Bron: Azote for Stockholm Resilience Centre, Stockholm University. Based on Richardson et al. 2023, Steffen et al. 2015, and Rockström et al. 2009 Earth beyond six of nine planetary boundaries | Science Advances
2.2 Landelijke context Een eerste aanleiding voor het bouwen van een programma Klimaat en Energie zijn opgaves vanuit het Klimaatakkoord en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.
2.2.1 Klimaatmitigatie: Klimaatakkoord Alle gemeenten hebben ingestemd met het Klimaatakkoord en de daarin opgenomen doelstellingen. 7 De belangrijkste doelstelling uit het Klimaatakkoord is een reductie van de CO2 uitstoot van 55% in 2030 (ten opzichte van 1990). De hoofdsectoren waarin de reductie moet worden behaald zijn: de gebouwde 7 Klimaatakkoord | Rapport | Rijksoverheid
5
omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik en elektriciteit. Wij spelen als gemeente een belangrijke rol om de beoogde reductie te behalen. Als gemeente hebben we verschillende rollen per klimaattafel. Voor “de gebouwde omgeving” zijn wij als gemeente regisseur en zijn we in de lead. Voor “elektriciteit” hebben we als gemeente afspraken gemaakt over onze bijdrage in de regionale energiestrategie (RES) Flevoland. Voor de andere hoofdsectoren spelen we als gemeente een meer (faciliterende) rol om de reductie te behalen. Om de rollen goed in te kunnen vervullen zijn er vanuit het rijk middelen beschikbaar gesteld via de ‘tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ (CDOKE).8 De middelen voor de gemeente Noordoostpolder zijn aangevraagd, door het rijk toegekend en middels raadsbesluit d.d. 3 april 2023 voor 2023 beschikbaar gesteld voor personele inzet op Klimaat en Energie.9 Deze middelen dienen daarom gebruikt te worden om (een deel van) de personele capaciteit binnen het programma Klimaat en Energie verder vorm te geven. Met het beschikbaar stellen van CDOKE-middelen door de landelijke overheid komt er zo ruimte om invulling te geven aan een integraal kader op Klimaat en Energie.
2.2.2 Klimaatadaptatie: Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie “Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onder andere economie, gezondheid en veiligheid. Het is van groot belang dat Nederland zich aanpast aan deze veranderingen.” 10 In het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie wordt hieraan gewerkt. De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie stelt dat Nederland in 2050 water robuust en klimaatbestendig is ingericht. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zijn zeven ambities opgenomen. Hierin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. De klimaatadaptatievisie is de eerste uitwerking op gemeentelijk niveau, deze is eerder door u als raad vastgesteld11.
2.3 Lokale context Ook lokaal is er een aantal aanleidingen die pleiten voor een integraal kader voor Klimaat en Energie.
2.3.1 Conclusies ‘Energiek vooruit’ Een opdracht aan de rekenkamercommissie van de gemeente Noordoostpolder heeft geresulteerd in de publicatie ‘Energiek Vooruit’. Het onderzoek was gericht op de totstandkoming en uitvoering van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid in 2020. De conclusies van het onderzoek waren: Gemeentelijk energiebeleid en ambities zijn tamelijk goed uitgewerkt. Noordoostpolder is doeltreffend in opwekking van duurzame energie en afvalverwerking, maar de doeltreffendheid is niet duidelijk bij schone mobiliteit en klimaatadaptatie. De doelmatigheid van de gemeentelijke inzet is moeilijk te bepalen. De gemeenteraad stuurt op detail en mist de hoofdlijnen om goed regie te voeren. 12 Een belangrijke aanbeveling uit het rapport over de rol van de raad: “Binnen haar kader stellende taak sterker te sturen op hoofdlijnen, via een meer integraal kader en lange termijn stappenplan met mijlpalen en planning”. Er is behoefte aan overzicht en samenhang in de doelen, inzet/uitvoering en resultaten. Dit pleit voor het opstellen van een Programma Klimaat en Energie (K&E). Het doel van een programma is inzicht en samenhang creëren. Door strategische ambities door te vertalen naar operationele doelen met meetbare indicatoren, kan de raad beter op hoofdlijnen sturen.
Daarom heeft de raad al eerder budget vrijgemaakt voor het aantrekken van een programmamanager om een programma Klimaat en Energie (K&E) op te stellen. 8 CDOKE | Website | RVO 9 Raadsbesluit | Website | Gemeente Noordoostpolder 10 Ruimtelijke adaptatie | Drie thema's | Deltaprogramma 11 Gemeenteraad 13 november 2023 13:30:00, Gemeente Noordoostpolder 12 Energiek Vooruit | Rapport | Rekenkamercommissie Noordoostpolder
6
2.3.2 Coalitieakkoord 2022-2026: Duurzamer, groener en schoner Ook het coalitieakkoord 2022-2026 geeft ambities weer op het gebied van klimaat en energie. “De komende jaren willen we doorgaan met de verduurzaming van onze gemeente”, aldus de centrale ambitie in de paragraaf ‘Duurzamer, groener en schoner’. We willen ruimte geven aan pilots, woningen verduurzamen en het installeren van zonnepanelen op de daken van deze woningen. Tevens streven we naar een groene, gezonde leefomgeving waarin de biodiversiteit versterkt wordt. Hiernaast willen we ruimte geven aan bewonersinitiatieven bij groenonderhoud. We volgen hierin de landelijke ontwikkelingen en doen onze investeringen op het juiste moment. Ook worden er via een duurzaamheidsfonds middelen beschikbaar gesteld voor initiatieven voor verduurzaming en vergroening in de dorpen en wijken. We wegen duurzaamheid integraal mee in (lange termijn) ontwikkelingen en de kosten daarvan. 13 Het coalitieakkoord geeft ambities weer op het gebied van klimaat en energie en verbind dit aan landelijke ontwikkelingen. Ook dit pleit voor het opstellen van een Programma Klimaat en Energie (K&E) waarin deze verbinding gelegd wordt.
2.3.3 Ontwerp Omgevingsvisie14 Binnen de Ontwerp Omgevingsvisie wordt een toekomstbeeld geschetst waarbij duurzaamheid in alles het uitgangspunt is. Binnen alle drie de kernopgaven worden deelopgaven beschreven die richting geven aan een klimaatbestendige en bio-diverse leefomgeving waar voldoende duurzame energie voorhanden is. Er worden diverse deelopgaven genoemd die binnen het programma Klimaat en Energie verder uit gewerkt kunnen worden. Achtereenvolgens zijn dit: Kernopgave1: Groei en bloei van dorpen en wijken Deelopgave 4. We werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod C. Verduurzamen woningen Deelopgave 6. We zorgen voor een goede leefomgeving A. Een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen (klimaat adaptief, bereikbaar, passend bij de functie van de omgeving) Kernopgave 2: Vitaal landelijk gebied Deelopgave 7. We bieden perspectief voor agrarisch ondernemen A. Voor de agrarische sector is er ruimte voor nieuwe vormen van landbouw, veehouderij en tuinbouw. Deelopgave 9. Het versterken van natuur A. We behouden en versterken biodiversiteit, de verbindingen tussen natuurgebieden, het agrarisch natuurbeheer (maatregelen ten gunste van natuur en landschap) en de bossen Kernopgave 3: Aantrekkelijke regio Deelopgave 11. We versterken (innovatief) ondernemerschap D.
Samen met het bedrijfsleven werken aan een circulaire economie Deelopgave 13. We verbeteren de bereikbaarheid en stimuleren nieuwe vormen van mobiliteit A. Verbeteren van de bereikbaarheid van -en in- de Noordoostpolder (Lelylijn, N50, fietsnetwerk, keteltunnel, OV, vervangingsopgave infra) B. Stimuleren van duurzame mobiliteit (deelmobiliteit etc.) Deelopgave 14: We bieden toegang tot duurzame energie voor onze inwoners en ondernemers A. Werken aan opwekking, opslag en conversie van een mix van verschillende vormen van duurzame energie B. Werken aan de warmtetransitie 13 Ruimte voor Elkaar | Coalitieakkoord | Gemeente Noordoostpolder 14 Ontwerp Omgevingsvisie
7
3. Werken naar een programma Klimaat en Energie Het programma zetten we in vier fasen neer. Dit zijn achtereenvolgens de oriëntatiefase, de opbouwfase, de uitvoeringsfase en de afbouwfase. De eerste drie zijn nu van belang en lichten we toe in de volgende paragrafen. Procesopzet Oriëntatiefase: verkennen programmalijnen. Opbouwfase: opstellen programmaplan, formuleren Duurzame Doelenagenda’s, neerzetten programmaorganisatie. Uitvoeringsfase: monitoren, bijsturen en verantwoorden. Betrokkenheid raad De raad is kaderstellend, faciliterend en controlerend voor het programmaplan. Daarnaast is de raad faciliterend, controlerend voor de duurzame
doelenagenda’s.
3.1 Oriëntatiefase De eerste fase, de oriëntatiefase ligt achter ons. In de afgelopen maanden hebben we een voorstel voor een programmakader voor het programma Klimaat en Energie ontworpen (zie afbeelding 2). Overkoepelend wordt een programmaplan opgesteld. In het programmaplan beschrijven we de strategische doelen voor de gemeente Noordoostpolder. Ook leggen we de verbinding naar de mondiale en landelijk ambities. Daarnaast beschrijven we in het programmaplan hoe we gaan samenwerken (organisatie) en hoe we werken aan communicatie en monitoring. Als overkoepelend monitoringsysteem voor het duurzaamheidsbeleid wordt voorgesteld gebruik te maken van de Sustainable Development Goals (SDG’s). We bepalen zelf wat we als gemeente Noordoostpolder doen, maar maken op deze manier wel inzichtelijk hoe we als gemeente bijdragen aan de mondiale doelen. Voor iedere programmalijn wordt een overzicht gegeven aan welke SDG’s een bijdrage geleverd wordt. Op deze manier verbinden we de lokale doelen met de nationale en internationale doelen.
Afbeelding 2: Programmakader Programma Klimaat en Energie (zie ook bijlage 1)
8
We bouwen het programma verder op langs zes programmalijnen. Deze programmalijnen sluiten aan bij de Ontwerp Omgevingsvisie en de lopende projecten en activiteiten. Voor iedere programmalijn stellen we een duurzame doelenagenda op. De voorgestelde programmalijnen zijn: 1. Energietransitie: Een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem; 2. Klimaatadaptatie: Een veerkrachtige en leefbare buitenruimte; 3. Biodiversiteit: Een soortenrijk en groen landschap en buitenruimte; 4. Landelijk gebied en voedsel: Een vitaal en vruchtbaar landelijk gebied; 5. Duurzame mobiliteit: Duurzame mobiliteit die toegankelijk en dichtbij is; 6. Materialen en grondstoffen: Een circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen; Door langs deze programmalijnen te werken hebben we allemaal dezelfde indeling en reikwijdte voor het programma voor ogen. Dit creëert verbondenheid en focus.
3.2 Opbouwfase In de opbouwfase worden in het Programmaplan de strategische doelen met indicatoren beschreven. Hierdoor wordt duidelijk waar de raad op kan sturen. Ook leggen we de verbinding naar de mondiale en landelijk ambities. We beschrijven in het programmaplan verder; hoe we gaan samenwerken (organisatie), hoe we werken aan de communicatie en welke rollen we als gemeente hebben. Het programmaplan wordt door de raad vastgesteld. Opbouw en verbinding tussen activiteiten en de strategische doelen gebeurt langs de zes voorgestelde programmalijnen. Per programmalijn stellen we een Duurzame Doelenagenda op. De Duurzame Doelenagenda’s worden door het college vastgesteld en gaan ter informatie naar de raad.
3.2.1 Programmaplan: Formuleren strategische doelen Als basis voor het uitwerken van de strategische doelen in het programmaplan dient de OntwerpOmgevingsvisie. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van staand beleid dat vastgesteld is door de raad. Mocht er geen beleid voorhanden zijn of herzien moeten worden dan wordt nieuw beleid uitgewerkt. Per programmalijn worden de volgende beleidsdocumenten als input gebruikt voor de strategische doelen: 1. Energietransitie: Energievisie “energieneutraal 2030”15 (herijking gewenst) 2. Klimaatadaptatie: Klimaatadaptatievisie vastgesteld in de raad van november 2023 16 3. Duurzame mobiliteit: doelstellingen zoals opgenomen in de Mobiliteitsvisie van 202217 4. Landbouw en voedsel: beleid wordt uitgewerkt en hiervoor komen we terug bij de raad 5. Circulaire economie: beleid wordt uitgewerkt en hiervoor komen we terug bij de raad met o.a. het nieuwe beleidsplan voor afval & grondstoffen 6. Biodiversiteit: doelstellingen zoals opgenomen in beleidsplan openbare ruimte 2014-202418
3.2.2 Introductie Duurzame Doelenagenda’s De Duurzame Doelenagenda’s geven richting aan de activiteiten die uitgevoerd worden. Ze geven inzicht aan welke strategische doelen (opgaven) de activiteiten bijgedragen. Met de Duurzame Doelenagenda’s:
15 Gemeenteraad 23 januari 2017 19:30:00, Gemeente Noordoostpolder: Visienota Noordoostpolder
energieneutraal 16 Gemeenteraad 13 november 2023 13:30:00, Gemeente Noordoostpolder: Klimaatadaptatievisie 17 Gemeenteraad 31 januari 2022 19:30:00, Gemeente Noordoostpolder: Mobiliteitsvisie 2050 18 Gemeenteraad 17 februari 2014 19:30:00, Gemeente Noordoostpolder: Beleidsplan Openbare
Ruimte 2014-2024 9
· · · · ·
Concretiseren we onze ambities zoals geformuleerd in de Ontwerp Omgevingsvisie. Verbinden we onze operationele doelen aan heldere indicatoren Verbinden we de korte termijn operationele doelen met de lange termijn strategische doelen. Verbinden we de lokale doelen (coalitieakkoord) met de nationale en internationale doelen (voorstel Sustainable Development Goals). Zorgen we voor een impuls om integraal aan onze duurzaamheidsdoelen te werken.
Om hier een goede uitwerking aan te geven worden in de agenda’s naast de doelen op korte, middellange en lange termijn ook Gidsprincipes, Uitgangspunten en Activiteiten geformuleerd.
Figuur 3: De beleidsacht Om structuur aan te brengen in dat proces maken we een indeling op basis van de verschillende fasen in een ‘beleidsacht’ (figuur 3). Deze indeling is met nadruk geen hiërarchie of volgorde van belangrijkheid, maar het geeft structuur aan de benodigde inspanningen op alle niveaus. Het laat zien dat alles gericht is op het bereiken van de duurzame doelen. Het gaat om een breed spectrum van verschillende activiteiten die tegelijkertijd en in samenhang met elkaar moeten worden uitgevoerd. De Duurzame Doelenagenda’s bevinden zich aan de strategische zijde. Het dient als richtinggevend document voor het bepalen van een strategie en het uitwerken van een duurzame ontwikkeling in onze besluiten en activiteiten.
3.2.3 Rollen en invloed Het programma bestaat uit zes lijnen met ieder een eigen opgave waaraan gewerkt wordt. De inzet in capaciteit en middelen kan per programmalijn verschillen. De opgave is in de ene programmalijn concreter dan in de andere lijn. Ook kan de rol van de gemeente per opgave of per activiteit verschillen. Er wordt gewerkt aan transities, waarbij het belangrijk is om beweging te creëren. Soms is een activiteit lastig uit te voeren, maar heeft het wel een grote impact. Soms levert een activiteit minder op maar geeft wel de juiste richting om beweging te creëren. De gemeente kan verschillende rollen en verantwoordelijkheden hebben in het op gang brengen van de transitie binnen de duurzaamheidsopgaven. De ene rol heeft een grotere invloed op de doelen dan de ander. En bij de ene rol heeft de gemeente meer invloed op de uitvoering ervan dan bij de andere. Hieronder de rol die de gemeente kan hebben gerangschikt van veel invloed naar minder invloed: 1. Eigenaar en beheerder: De gemeente heeft directe invloed op haar eigen organisatie, eigendom en activiteiten. Denk aan eigen gebouwen, de openbare ruimte, het wagenpark van de werf en de bedrijfskantine. Binnen haar eigen assets en haar eigen organisatie kan de gemeente directe doelen stellen op het gebied van duurzaamheid en zo resultaat bereiken en/of aan anderen het goede voorbeeld geven. 2.
Reguleren (regels stellen en handhaven): De gemeente kan regels stellen via bijvoorbeeld het Omgevingsplan, vergunningen of verordeningen. En daarop handhaven.
10
3. Faciliteren: De gemeente kan Initiatieven uit de samenleving ondersteunen om beweging op gang te krijgen. Bijvoorbeeld door begeleiding of subsidies aan te bieden. Voorbeeld: Energiek Nagele 4. Stimuleren: Het stimuleren van duurzaamheidsinitiatieven door middel van subsidies, garanties, borgstellingen en/of leningen. Voorbeeld: het op te zetten duurzaamheidsfonds 5. Informeren: Zorgen voor een heldere en onafhankelijke informatievoorziening voor inwoners en bedrijven om ze te begeleiden in – en te enthousiasmeren voor - de benodigde stappen in het nemen van duurzaamheidsmaatregelen. Voorbeeld: Energieloket 6. Samenwerken en partijen bij elkaar brengen: De gemeente kan actief op zoek gaan naar samenwerkingsvormen om doelen te behalen. Bijvoorbeeld financiële participatie aan projecten of een partnerschap met private partijen Daarnaast kan de gemeente partijen die een gezamenlijk doel hebben ten aanzien van de duurzaamheidsopgaven bij elkaar brengen. Enkele voorbeelden in de gemeente zijn Netwerk Energie Neutraal en Stream Energy. Binnen het programma Klimaat en Energie wordt straks overzicht gegeven welke van de bovenstaande rollen de gemeente neemt bij de activiteiten die uitgevoerd worden.
3.3 Uitvoeringsfase In deze fase wordt uitvoering gegeven aan de Duurzame Doelenagenda’s en wordt jaarlijks gemonitord en bijgestuurd. In het programma Klimaat en Energie wordt gestuurd op de voortgang van de doelen binnen de zes voorgestelde programmalijnen. Zo wordt grip gehouden op de bijdragen die projecten en activiteiten leveren aan de gestelde doelen. Op deze manier kan er op- of afgeschaald worden met capaciteit en middelen. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de jaarlijkse planning en control cyclus, zodat nieuwe inzichten input kunnen geven aan de programmabegroting en de perspectiefnota.
11
4. Randvoorwaarden 4.1 Communicatie Om het programma Klimaat en Energie op een goede manier neer te zetten in de gemeentelijke organisatie en daarbuiten is het van belang een helder verhaal te vertellen. Het is belangrijk een eenduidige boodschap te hebben uit te dragen en daar regie op te houden. Vragen die daarbij van belang zijn: “Welke boodschap wil de gemeente vertellen en langs welke kanalen wordt dit gedeeld?”, “Wat is de rol van de maatschappelijk partners en het energieloket?”, “Wat wordt gedeeld via de gemeentelijke kanalen?”. Het neerzetten van een goede communicatie- en marketingstrategie is belangrijk. De uitvoering daarvan wordt vertaald in een strategisch communicatieplan langs de zes lijnen.
4.2 Monitoring Per programmalijn wordt aan de hand van de voorgestelde Duurzame Doelenagenda’s inzicht gecreëerd in de doelen op korte, middellange en lange termijn. In de uitvoeringsfase wordt jaarlijks gemonitord en bijgestuurd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de jaarlijkse planning- en control cyclus, zodat nieuwe inzichten input kunnen geven aan de programmabegroting en de perspectiefnota. Als monitoringssysteem voor het duurzaamheidsbeleid wordt voorgesteld gebruik te maken van de Sustainable Development Goals (SDG’s). De Sustainable Development Goals (SDG’s), zijn zeventien doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. Het zijn mondiale doelstellingen en uitgangspunten voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Het gebruik van de SDG’s geeft bovendien de mogelijkheid om te benchmarken met andere gemeenten.
Afbeelding 4: De 17 Sustainable Development Goals Voor iedere programmalijn wordt in de Duurzame Doelenagenda’s een overzicht gegeven aan welke SDG’s een wezenlijke bijdrage wordt geleverd. We bepalen zelf wat we als gemeente Noordoostpolder doen, maar maken op deze manier wel inzichtelijk hoe dit bijdraagt aan de hogere doelen. Op deze manier verbinden we de lokale doelen met de nationale en internationale doelen. In de onderstaande afbeelding wordt per programmalijn een overzicht gegeven aan welke doelstelling(en) uit de SDG’s een wezenlijke bijdrage wordt geleverd.
12
Afbeelding 5: Verhouding programmalijnen en bijdrage aan Sustainable Development Goals 1. Energietransitie: Een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem draagt bij aan SDG 7 (Betaalbare en duurzame energie); 2. Klimaatadaptatie: Een veerkrachtige en leefbare buitenruimte draagt bij aan SDG 13 (Klimaatactie); 3. Biodiversiteit: Een soortenrijk en groen landschap en buitenruimte draagt bij aan SDG 14 en 15 (Leven op het land en in het water); 4. Landelijk gebied en voedsel: Een vitaal en vruchtbaar landelijk gebied draagt bij aan SDG 2 en 12 (Geen honger en verantwoorde productie en consumptie); 5. Duurzame mobiliteit: Duurzame mobiliteit die toegankelijk en dichtbij is draagt bij aan SDG 9 (Industrie, innovatie en infrastructuur); 6. Materialen en grondstoffen: Een circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen draagt bij aan SDG 12 (Verantwoorde productie en consumptie);
4.3 Organisatie De programmaorganisatie splitst zich uit over 3 onderdelen: besluitvorming, participatie en de opstelling van werkgroepen, het kernteam en het programmateam. In de opbouwfase werken we de werkgroepen en het kernteam en het programmateam verder uit. In het procesvoorstel schetsen we alvast de besluitvorming en participatie. Met de programmatische inrichting zijn we wendbaar en kunnen we in de toekomst bijsturen wanneer de situatie daarom vraagt. Besluitvorming
13
Gemeenteraad: De gemeenteraad heeft gedurende het traject een kader stellende, proces bewakende en controlerende rol. De raad stelt met het vaststellen van het procesvoorstel het proces vast om te komen tot een programma Klimaat en Energie met een programmaplan en zes duurzame doelenagenda’s; College van B&W: het college is binnen de kaders van het procesvoorstel bevoegd gezag en stelt de duurzame doelenagenda’s vast. Stuurgroep: De stuurgroep stuurt op kwaliteit, resultaten, efficiënte en effectieve inzet van middelen (waaronder capaciteit) en samenhang met andere trajecten. De stuurgroep vormt het voorportaal tot (tussen)resultaten en die vervolgens worden aangeboden aan college en raad. Samenstelling: verantwoordelijke bestuurders, ambtelijk opdrachtgever, clustermanager(s) en programmamanager Participatie Een programma opstellen doe je samen. Niet alleen omdat allerlei belanghebbenden (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, andere overheden, ketenpartners et cetera) hun eigen ideeën hebben en veel kennis kunnen inbrengen, maar ook omdat de gemeente niet de partij is die alles realiseert. Daarom is goede externe participatie van belang. Binnen de gemeente Noordoostpolder gebruiken we voor participatie de systematiek van het relevant gesprek (Visie op Participatie en handboek voor Participatie).
Deze methodiek zal ook worden toegepast bij de uitvoering van dit programma.
4.4 Financiën De afgelopen jaren zijn er verschillende budgetten rondom het thema klimaat en energie ter beschikking gesteld. Sinds 2023 zijn daar de rijksmiddelen in de vorm van CDOKE-middelen bij gekomen. Bij het opzetten van het programma Klimaat en Energie binnen onze gemeente worden alle beschikbare middelen gekoppeld aan het programma om de uitgaven vervolgens te stroomlijnen en te clusteren onder de programmalijnen. Allereerst wordt uitgegaan van de beschikbare middelen. Na de uitwerking van het programma in de opbouwfase wordt inzichtelijk of de doelen die gesteld worden haalbaar zijn. Via de reguliere P&C cyclus en de perspectiefnota worden indien nodig aanvullende middelen gevraagd.
4.4.1 Beschikbaar gestelde middelen We lichten hieronder de verschillende beschikbaar gestelde en relevante budgetten verder toe. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele middelen.
14
Structurele middelen: Milieu-duurzaamheid In de programmabegroting is structureel € 66.655 opgenomen voor de inzet op het gebied van milieu & duurzaamheid. Bevorderen duurzame ontwikkelingen In de perspectiefnota 2019-2022 is structureel € 15.000 beschikbaar gesteld ten behoeve van het bevorderen van duurzame ontwikkelingen. Door indexatie van het beschikbaar gestelde structurele budget is thans structureel € 17.000 beschikbaar. Klimaatakkoord, energietransitie vraagt een duwtje In de perspectiefnota 2021-2024 is voor het opstellen van (toekomstige) Regionale Energie Strategieën een structureel budget beschikbaar gesteld van € 25.000 per jaar. Structureel bekostiging coördinator Netwerk Energie Neutraal In de perspectiefnota van 2022-2025 is structureel € 140.000 toegekend aan onder andere de bekostiging van een coördinator van het Netwerk Energie Neutraal en aanvullende personele capaciteit.
15
Programmabegroting 2023-2026 Vanaf de programmabegroting 2023-2026 is structureel € 80.000 opgenomen voor het ondersteunen van duurzaamheidspilots. Incidentele middelen: Perspectiefnota 2019-2022 In de perspectiefnota 2019-2022 is incidenteel een budget van € 50.000 opgenomen ten behoeve van de stresstesten wateroverlast, die voortvloeien uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Perspectiefnota 2021-2024 In de perspectiefnota 2020-2023 is incidenteel een budget opgenomen ten behoeve van de uitvoering van klimaatmaatregelen. Hiervoor is € 50.000 gereserveerd voor onderzoek en extern advies. Daarnaast is € 100.000 voor uit te voeren maatregelen. Perspectiefnota 2024-2027 In de perspectiefnota 2024-2027 is incidenteel een budget van € 60.000 voor 2024 opgenomen ten behoeve van verdere onderzoeken op het gebied van klimaatadaptatie. In de perspectiefnota 2024-2027 is incidenteel een budget van € 400.000 voor 2024 opgenomen ten behoeve van het opstellen van een duurzame meer jaren onderhoudsprogramma (DJMOP). Perspectiefnota 2022-2026 In de perspectiefnota 2022-2026 is incidenteel een budget van € 80.000 opgenomen ten behoeve van de tijdelijke inzet van een programmamanager Klimaat en Energie. Deze incidentele middelen zijn doorgeschoven naar het uitvoeringsjaar 2024 en worden binnen het Programma Klimaat & Energie ingezet.
In de perspectiefnota 2022-2026 is € 25.000 vastgesteld voor uitvoering van maatregelen ten behoeve van Biodiversiteit. In de perspectiefnota 2019-2022 is tevens incidenteel voor 2019 en 2020 een budget toegekend van € 60.000 voor de ondersteuning van het Netwerk Noordoostpolder Energieneutraal. Decembercirculaire 2019 In de decembercirculaire van 2019 is een decentralisatie-uitkering van € 36.341 toegekend aan de Noordoostpolder voor om bewoners en particuliere gebouweigenaren de komende periode goed te informeren met name door middel van energieloketten. Voor de transitievisie Warmte is vanuit het Rijk een bijdrage in de vorm van een decentralisatie-uitkering ontvangen van € 202.101. Perspectiefnota 2020-2023 In de perspectiefnota 2020-2023 is incidenteel een budget van € 100.000 voor de jaren 2020 en 2021 opgenomen ten behoeve van het opstellen van een transitievisie warmte. Voorschot decentralisatie-uitkering 2022 Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de door het Rijk reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen is in de meicirculaire 2022 een voorschot door het Rijk als decentralisatie-uitkering uitgekeerd. Voor Noordoostpolder bedraagt deze decentralisatie-uitkering € 311.144. Deze middelen zijn vervolgens overgeheveld naar het uitvoeringsjaar 2024 (en verder) en zijn nog niet (volledig) benut.
De middelen blijven beschikbaar voor inzet binnen de vast te stellen kaders van het Programma Klimaat & Energie. Programmabegroting 2023-2026 In de programmabegroting 2023-2026 is voor de jaren 2023 en 2024 respectievelijk € 70.000 en € 80.000 incidenteel opgenomen voor Klimaat en Energie. Doordat de CDOKE-middelen zijn toegekend, zijn deze middelen die oorspronkelijk bedoeld waren voor de inzet van een programmamanager anders inzetbaar. Deze zijn doorgeschoven naar uitvoeringsjaar 2024 en binnen de kaders van het programma Klimaat en Energie in te zetten.
16
Specifieke uitkeringen (SPUK) nationale overheid Naast de middelen die in de gemeentelijke begroting een plek hebben zijn er specifieke uitkeringen, die beschikbaar zijn gesteld door de rijksoverheid. Deze uitkeringen kunnen worden aangevraagd en op specifieke onderwerpen ingezet worden. Tijdelijke regeling Rijk (SPUK CDOKE) Naast deze beschikbare middelen is de Tijdelijke Regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE) aangevraagd en aan ons toegekend. Deze regeling heeft een looptijd tot 31 december 2025. De uitkering moet voor minimaal 90% ingezet worden voor apparaatskosten in een van de volgende sectoren: Gebouwde omgeving Elektriciteit Mobiliteit Industrie Overig klimaat- en energiebeleid De raad heeft ingestemd de te ontvangen middelen binnen het programma Klimaat en Energie te benutten. De middelen CDOKE mogen twee jaren meegenomen worden in de begroting, het bedrag wat dit jaar wordt toegekend, moet voor 2026 besteed zijn, de middelen uit het laatste jaar van deze CDOKEuitkering (2025), moeten zijn besteed voor 2028. Vanuit het Rijk is daarnaast de volgende toezegging gedaan: ‘Deze regeling loopt tot 31 december 2025. Er wordt nog gewerkt aan een regeling voor na 2025. Hier zijn al middelen voor gereserveerd op de rijksbegroting.
U ontvangt bericht wanneer hier meer duidelijkheid over is.’ In een brief van 25 oktober 2022 geeft minister Jetten over de hoogte van het bedrag in de jaren na 2025 het volgende aan: ‘Het bedrag dat gemeenten in 2023 als basisfinanciering wordt toegekend is in principe ook het minimale bedrag dat gemeenten tot 2030 jaarlijks wordt toegekend.’ Voor deze jaren is momenteel geen inzet van gemeentelijke middelen beoogd. Impulsregeling Klimaatadaptatie Het doel van de impulsregeling klimaatadaptatie is door middel van het verstrekken van een specifieke uitkering decentrale overheden in staat stellen tot het versneld uitvoeren van kosteneffectieve maatregelen en voorzieningen die bijdragen aan het voorkomen of beperken van wateroverlast of het beperken van de gevolgen van droogte of overstromingen in hun werkregio. Voor de gemeente Noordoostpolder betekent dit een toekenning van een budget van € 1.046.704. Hier staat een gemeentelijke cofinanciering van € 2.745.995 tegenover. SPUK-Energiearmoede 1+2 De SPUK Energiearmoede 1 + 2 zijn door de gemeente Noordoostpolder aangevraagd en toegekend door het ministerie. Voor de eerste SPUK zijn inmiddels acties uitgevoerd in de Gebouwde Omgeving bij de specifieke doelgroep die het betreft. De tweede SPUK is ook toegekend. Hiervoor wordt een plan van aanpak uitgewerkt voor komend najaar.
SPUK-LAI (NIP) De SPUK-Lokale Aanpak Isolatie van het Nationaal Isolatie Programma is door de gemeente Noordoostpolder aangevraagd en toegekend door het ministerie. Het plan van aanpak voor de uitvoer wordt verder uitgewerkt en gestart in 2024. Programma Aardgasvrije Wijken De laatste post die genoemd kan worden en betrekking heeft op het programma Klimaat en Energie is de bijdrage die Energiek Nagele heeft gekregen voor de proeftuin aardgasvrije wijken van het ministerie van BZK. Voor deze proeftuin is een bedrag beschikbaar gesteld van € 4.224.500 (decembercirculaire 2018) Voor projectgebonden proces- en advieskosten heeft het Rijk € 409.997 beschikbaar gesteld via decembercirculaire 2019. De gemeente is budgethouder van deze middelen. Echter mag dit enkel ingezet worden voor dit specifieke project.
17
Bijlage 1: Programmakader Programma Klimaat en Energie
18