CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1 Bijlage 1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg'.pdf

Gemeenteraad 13 september 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg24.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestemmingsplan (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en overleg Over het voorontwerp van dit bestemmingsplan heeft overleg plaatsgevonden met de overlegpartners. Het waterschap heeft in dit kader gereageerd. De reactie is opgenomen in bijlage 5 en is verwerkt in paragraaf 4.4.

Het voorontwerp is niet voor inspraak ter inzage gelegd.

Zienswijzen Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kon een ieder zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt. Er is éénn zienswijze ingediend. Deze is in een aparte zienswijzenotitie samengevat en beantwoord. De zienswijze heeft tot een wijziging van de inrichtingtekening in bijlage 1 van toelichting en bijlage 2 van de regels geleid. In het kader van het ontwerpbestemmingsplan heeft het waterschap ook een positief wateradvies afgegeven. Zie hiervoor bijlage 6.

Vaststelling Het bestemmingsplan is vervolgens vastgesteld. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wro van belang voor de economische uitvoerbaarheid. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen. Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan.

Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. Aangenomen wordt dat deze over de financiële middelen beschikt om het plan uit te kunnen voeren en alle kosten voor de uitvoering voor rekening neemt.

Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de

30

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente moet, volgens de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de gemaakte gemeentelijke kosten verhalen op de initiatiefnemers van de ontwikkeling. Dit geldt overigens alleen wanneer sprake is van bouwplannen, zoals opgenomen in het Bro.

Het bouwplan dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt is niet aangemerkt als een bouwplan in de zin van het Bro. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet nodig. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst afgesloten.

bestemmingsplan (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

32

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

bestemmingsplan (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Bijlage 1

34

Inrichtingsplan

bestemmingsplan (vastgesteld)

CHT O T EER M E RT A W Z

REALISEREN WOONEENHEID LEGENDA Renvooi: = huidige bebouwing

= duiding contour WOONEENHEID

= huidige verharding

= oorspronkelijke erfinrichting

= huidige watergang handhaven

EG W R EE M E T R A ZW

50A

50B

= Erfsingel herstellen en in stand houden conform erinrichtingstekening met bijbehorend beplatingsplan. = plangebied Bestemmingsplanwijziging NOP00C 03015G0000

50 TR

= kadastrale perceelsgrens

NOP00C 01857G0000

= Hoogopgaande beplanting in stand houden als bestaand, onderbegroeiïng herstellen conform beplanvPov . Bij vervanging herstellen conform beplanvPov .

NOP00C 01856G0000

= (moes)tuin

Beplatingsplan:

50 50

WOONEENHEID 01 - MAX 1200 m3

NOP00C 02209G0000

NOP00C 02209G0000

NOP00C 03413G0000

NOP00C 03413G0000

WOONEENHEID 02 - MAX 1200 m3

ERFINRICHTINGSPLAN ZWARTEMEERWEG 50 - KRAGGENBURG

ALLE MAATVOERING IN HET WERK CONTROLEREN

CONCEPT BESTEMMINGSPLAN

2

,000

doorgang naar kavelpad behouden als bestaand

6,00

0

4,00

0 0

10

20

30

40

50 m

Kadastrale Situatie: Gemeente: Noordoostpolder Schaal: bestaand 1.400 Sectie: C nr. 02209 C. Nr. 03413 Perceel: Zwartemeerweg 50 - Kraggenburg

REALISATIE TWEE WOONHEDEN - ZWARTEMEERWEG 50 - KRAGGENBURG

N

Project: Realistatie twee wooneenheden op woonperceel Onderdeel: Erfinrichting- & beplantingsplan Bestemmingsplan Opdrachtgever:

Status:

Fase:

L. Bruinsma - Timmerman

Voorlopig Definitief

Bestemmingsplan

Zwartemeerweg 50

Werknummer:

Bladnummer:

A20-067

T-01

Schaal:

Formaat:

1:500, 1:516,90, 1:300 A1

Datum: 25 - 08 - 2020

8317 PC , Kraggenburg

Wijzigingen:

Lokatie:

A | 08 - 09 - 2020

D|

Zwartemeerweg 50

Tekenaar:

Email:

B|

E|

8317 PC, Kraggenburg

D. Boes

d.boes@boes-kok.nl

C|

F|

De op deze tekening aangegeven aangrenzende percelen en bebouwing, of de inrichvP v Z }v a P] o ]v v`} oo]ilZ] v }B + Kok B.V. het is gebaseerd op (open)-GBKN / BGT data van externe pariv }( v H K . Hier zijn dan ook geen rechten aan te ontlenen, deze tekening is uitsluitend bedoeld ter aanduiding van de betre+v lo v o]}u]vP v Z }P PP . Gebruiksvoorwaarden Het Kadaster: Deze kaart geeL oZ ev ]v] v o]PP]vPv l ao Pvv u}Pv Pv uv `}v }vov v l ao l . Voor stedelijk gebied geldt een rela ]]v}u v 20 cm en voor landelijk gebied een rela ]]v}u v 40 cm. Dit geldt voor scherp iden. vv . Voor niet scherp iden. vv u} e v(`]il]vP `}v u u ]o]v`l]PZ] (hoe precies kan het punt worden bepaald bijvoorbeeld "kant sloot" of "heg").

ZP]l Deze tekening is eigendom van Boes + Kok B.V. en mag zonder haar schriLo]il }u m]vP v] `}v , gekopieerd en/of aan derden ter beschikking worden gesteld anders dan de opdrachtgever of haar uitvoerende pariv . Auteursrechten voorbehouden volgens de Auteurs wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht.

6.000

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Bijlage 2

36

Historische erfsingels

bestemmingsplan (vastgesteld)

Boerderij aan de Veneweg ten zuidoosten van Runen: de schokbetonnen schuur van de tweede serie en de pac/11erswo11ing type L hebben een afwijkende dakhelling en zijn haaks op elkaar geboull'd, /7 augustus/964 (fotoJ. V. Potuyt).

was de afstand tussen de pachterswoningen in alle gevallen 45 meter (15 meter weg­ breedte plus twee maal de rooilijnafstand van 15 meter). 41 Steeds werd ernaar gestreefd de woningen en de koestallen op het zuiden te oriënteren. Voor de ligging van de schuren waren er in feite slechts twee mogelijkheden: loodrecht op of evenwijdig aan de weg. Alleen op scheve kavels deden zich uitzonderingen voor. Indien een vrijstaande pach­ terswoning dezelfde dakhelling had als de erbij behorende schuur, werden beide gebou­ wen zodanig geplaatst dat de nokken parallel liepen. Hadden de daken van schuur en woning ieder hun eigen schuinte dan werd ervoor gekozen deze gebouwen haaks op el­ kaar te plaatsen. Door het gebruik van dezelfde dakbedekking (rode pannen) werd dan toch geprobeerd enige samenhang aan te brengen. 42 Windsingels De hoogte van de schuren en pachterswoningen was zodanig dat er windsingels werden aangelegd die op den duur zouden bestaan uit een bovenscherm van bomen en een be­ nedenscherm van struiken. Dit werd de beste beschutting geacht voor de gebouwen op en de gebruikers van het boerenerf.43 De windsingels werden door en voor rekening van de Directie van de Wieringermeer aangelegd door de Afdeling Bebossing en Beplanting.

De betrokkenheid van de Directie had vooral te maken met de betekenis die aan de boe­ renerven in het landschap was toegekend en met de wens om de weg- en erfbeplantingen

129

Windsingel met een dicht onder- en een luchtig bovenscherm op het boerene1f van een akkerbouwbedrijf van 48 hectare,juni 1955 (foto Van Wijk).

130

op elkaar te laten aansluiten. Door deze aansluiting zou de betekenis van beide worden versterkt en zou, zo was de verwachting, hun homogeniteit een karakteristiek van het polderlandschap kunnen worden.44 Voor de breedte en de invulling van de windsingels hield men in de Noordoostpolder nadrukkelijk rekening met de inzichten van Bijhouwer. De breedte was trouwens niet alleen afhankelijk van de grootte en de ligging van een bedrijf, maar ook van de plaats van boomgaard en moestuin op het erf. Op de grote bedrijven waren de singels aan de noord- en westzijde maximaal 7 meter en aan de oostzijde maximaal 5 meter breed. Op de kleinere bedrijven waren de maten respectievelijk 5 en 3 meter. Lag de boomgaard van grote bedrijven aan de oostzijde dan werd daar een singelbreedte van 3 meter aan­ gehouden. Voor de zuidzijde van alle erven hanteerde men singels van ten hoogste 3 me­ ter. Wanneer de zuidzijde van een erf langs de weg lag, werd aan die zijde slechts een singel geplant langs de boomgaard. Langs de moestuin kwam aan de wegzijde alleen een circa 1,50 meter hoge heg. Voor het woonhuis werd de beplanting onderbroken, om zo de bewoners vrij uitzicht te geven. 45 De hoofdsoorten van de windsingels, die op den duur de boometage moesten vormen, kwamen overeen met die van de wegbeplantingen. Soberheid in de keuze van de soorten gold in de polder als een algemeen uitgangspunt.

Volgens Overdijkink, de schrijver van de toelichting van het Algemeen Beplantingsplan, zou hierdoor een evenwichtig land­ schapsbeeld verkregen kunnen worden "dat de monumentaliteit van de wijdte- de verte - in zich draagt".46 Feitelijk wilde men door soberheid vooral de aanplant van exotische bomen en struiken tegengaan. In navolging van opvattingen van Bijhouwer voelde men wel voor enige differentiatie bij de houtsoortenkeuze op basis van de bodemgesteld­ heid. 47 Zo plantte men in het oosten van de polder in de singels veel eik, in het midden nogal wat es, in infiltratiegebieden de snelgroeiende wilg, nabij Urk en Creil iep en ten zuidwesten van Nagele veel populier. Tien tot twintig populieren kwamen trouwens in elke singel voor. Ze moesten de boomschermen snel hoogte geven.48 Naast de hoofdhoutsoorten werden in de singels eik en esdoorn aangeplant. Dit waren

P. Kelder, 1971.

soorten die ook als hakhout dienst zouden kunnen doen en die in de samenstelling van de windsingels enige afwisseling brachten. Als struiken koos men voor soorten die scha­ duw goed verdroegen, zoals veldesdoorn, haagbeuk en beuk, en bloeiende planten, zoals vlier, lijsterbes, krenteboom, sleedoorn en meidoorn.49 De aanleg van beplanting op de eerste boerenerven vond plaats in het plantseizoen 1942/ 1943 (herfst 1942-Iente 1943).50 Toen kregen elf erven een windsingel. Door gebrek aan jonge bomen en struiken moest de overige beplanting van de erven worden uitge­ steld tot het voorjaar van 1944.51 Wel werden in de tweede helft van 1943 beplantings­ plannen gemaakt voor alle tot dan toe gerealiseerde en nog in aanbouw zijnde ont­ ginningsboerderijen. 52 De aanleg en het onderhoud van erfbeplantingen zette zich gedurende de laatste twee bezettingsjaren moeizaam voort.53 Na 1945 werden de beplantingsactiviteiten met kracht ter hand genomen en werd ook de groei van bomen en struiken op verschillende bodemsoorten nauwlettend gevolgd. De houtgewassen werden daartoe zelfs enige tijd nauwkeurig opgemeten en gefotogra­ feerd. 54 Voordat de singel kon worden aangelegd werd de grond tot een diepte van on­ geveer 30 centimeter mechanisch bewerkt. Daarna werden in een plantverband· van 80 bij 100 centimeter de verschillende houtsoorten gepoot.

Dit plantverband werd onder andere aangehouden met het oog op mechanische onkruidbestrijding. De helft van het plantmateriaal bestond uit de zo even genoemde houtsoorten, de andere helft uit zwarte els. De els moest ertoe bijdragen dat de singel zich zo spoedig mogelijk sloot, waarna de els in de loop der jaren kon worden verwijderd. Bij de aanplant van de hoofdhoutsoor­ ten, waarvoor men zoveel mogelijk uit eigen kwekerij afkomstige twee- en driejarige stekken gebruikte, werd rekening gehouden met een eventuele dunning in de toekomst.55 Binnen de singels

Op de erven werden naast windsingels ook hagen en struiken geplant. Ze vormden de scheiding tussen moestuin, siertuin, boomgaard en werkerf. De precieze indeling van een erf werd door de Directie van de Wieringermeer bepaald na overleg met de pachter. De Directie wenste namelijk dat iedere boerderij gelegen zou zijn op een doelmatig in­ gedeeld erf. Hierdoor kon een moderne, rationele bedrijfsvoering worden bevorderd. Voor ieder boerenerf werden de afspraken over de verdeling van de verschillende be­ stemmingen op een tekening vastgelegd. De ontwerparbeid voor de boerenerven lag voor een belangrijk deel in handen van ing. P. Kelder, een landschapsarchitect van Staatsbosbeheer die deel uitmaakte van de Afdeling Bebossing en Beplanting van de Directie van de Wieringermeer. 56 De kosten van de aanleg van hagen en struiken werden gedragen door de Directie. Voor het plantwerk deed men net als bij de singels een beroep op arbeiders die betrokken waren bij de ontginning van de polder. Wat betreft de planten werd zoveel mogelijk aan­ gesloten bij de soorten die ook bij andere polderbeplantingen werden toegepast. Veld­ esdoorn, meidoorn, beuk en haagbeuk kwamen het meeste voor. Daarnaast werd ook gewone liguster aangeplant. Een lage heg bestond in het algemeen uit een rij struiken, die op korte afstand van elkaar waren geplant, dat wil zeggen drie à vier stuks per strekkende meter.

Bij de hogere heg131

gen, zoals bijvoorbeeld rond de boomgaard, werden de struiken in twee rijen op ruimere afstand van elkaar, zo'n 50 centimeter, gepoot. De struiken konden daardoor wat meer uitgroeien. Soms werd als afscheiding een snel groeiend singeltje van els en later weg te kappen struiken geplant.57 De aanleg van boomgaard, moestuin en siertuin was een zaak van de pachters. Voor de aanplant van fruitbomen konden zij terugvallen op een advies van de Nederlandsche Heidemaatschappij. 58 De moestuin werd veelal naar eigen inzicht aangeplant. Groen­ ten en kruiden waarmee men van oudsher vertrouwd was, maakten het leeuwendeel uit van hetgeen werd verbouwd.59 Als aanzet voor de siertuin kregen de boeren van de Directie van de Wieringermeer 25 grove sierheesters.60 De Directie hoopte dat de boeren hun siertuinen zouden afstem­ men op het landschap van het nieuwe land en zo zouden inrichten dat er weinig onder­ houd nodig was: "Daar de tuinen in een polderlandschap liggen, een landschap met over het algemeen sprekende kleuren, rechte lijnen en een strakke, eenvoudige beplanting, behoren ook de tuinen zich hierbij aan te passen. Rotspartijen, slingerpaden en andere 'ornamen­ ten' zijn hier niet op hun plaats. De opzet dient eenvoudig te zijn, zo eenvoudig zelfs dat de tuin gedurende de drukke oogstperiode nog in een verloren uurtje kan worden onderhouden.

De hoofdmotieven in de tuin moeten worden gevormd door een groot gazon, wat heestergroepen, enkele bomen en een rand van vaste planten, rozen en/ of zaaibloemen. De keuze van de te gebruiken soorten kan eenvoudig zijn; exoten en vooral een overmaat van coniferen dient te worden vermeden:' 61 De Directie van de Wieringermeer dacht bij de vormgeving van de siertuin in de Noord­ oostpolder niet aan nieuwe versies van de drie traditionele boerentuintypen. Ze voelde dus geenszins voor een 'versierde' nutstuin, noch voor boerentuinen in een formele of een landschapsstijl.62 Ook de aanleg van tuinen die bij stadswoningen of villa's gebrui­ kelijk waren, kon haar instemming niet wegdragen. De ideale siertuin in de Noordoost­ polder diende een duidelijk polderkarakter te dragen. Inspiratie daarvoor kon worden opgedaan in de Wieringermeer, waar vele boerderijen van 'mooie' en grote poldertuinen waren voorzien. 63 In een schrijven aan de pachters van de uitgifte 1949 constateerde het hoofd van de Sociaal-economische Afdeling Minderhoud eind oktober 1950 dat een aantal tuinen er weliswaar behoorlijk uitzag, maar ook dat velen "de toets van een gematigde critiek" niet konden doorstaan.

Aangezien de verantwoorde aanleg van een tuin "bijzondere vakbekwaamheid" vereiste, had de Directie besloten een tuinarchitect aan te trekken die de pachters voorlichting kon geven.64 Eind januari 1951 deelde men de boeren mede dat ze voortaan adviezen konden inwinnen bij tuinarchitect J. Meijers, die enkele dagen per week zitting zou houden in het kantoor van de Bouwkundige Afdeling te Emmel­ oord.65 De in Dordrecht woonachtige Meijers maakte deel uit van het Tuinarchitectenbureau Buys-Meijers (later Buys-Meijers-Warnau) te 's-Hertogenbosch, maar verrichtte op per­ soonlijke titel werkzaamheden voor de Directie.66 Hij beschouwde "het ontwerpen van een aanvaardbare en aesthetisch verantwoorde erf situatie voor iedere pachter afzonder132

Een siertuin =oals de Directie van de Wieringermeer die graag zag, op kavel M88 aan de Lindeweg ten zuidwesten van Lu11elgeest (bedrijf E. van de Dee11),j1111i 1955 (foto Van Wijk).

lijk" als zijn primaire polderactiviteit.67 Vandaar dat hij zijn werkzaamheden ook niet beperkte tot advisering omtrent de aanleg van boerentuinen. Dit was zeer tegen de zin van de Afdeling Bebossing en Beplanting, die meende dat de tuinarchitect zich te ruime bevoegdheden aanmatigde. Landschapsarchitect Kelder, die aan deze afdeling verbon­ den was, beklaagde zich er dan ook al medio 1951 over dat Meijers zich in toenemende mate bemoeide met de indeling van erven, de beplanting van singels en de aanplant van fruitbomen.68 De gerezen problemen kwamen voort uit het feit dat Meijers bij de aanvang van zijn werkzaamheden geen heldere taakomschrijving had gekregen. Het leek de directiever­ gadering in oktober 1951 dan ook raadzaam alsnog tot zo'n omschrijving te komen. Zo kon ook het aantal dagen dat de tuinarchitect in de Noordoostpolder geacht werd door te brengen beter worden vastgesteld.69 A.G. Lindenbergh, die belast was de leiding van de Onderafdeling Domeintoezicht, stelde daarop voor de indeling van de erven toe te vertrouwen aan een nog op te richten commissie en de werkzaamheden van Meijers te beperken tot adviezen over de wijze waarop pachters "een nette boerentuin" konden aanleggen.

Door Meijers een strak afgebakende taak te geven, kon tevens flink worden bespaard op de uitgaven die met zijn werkzaamheden waren gemoeid.7° De directievergadering kon zich in de strekking van Lindenberghs rapport vinden, maar vond wel dat Meijers in de voorgestelde commissie zitting moest hebben.71 Op 18 februari 1952 kwam de 'Commissie voor de indeling van boerderijerven' voor het eerst 133

bijeen. Aanwezig waren domeinopziener A. de Groene, rijkstuinbouwconsulent ir J.J. Pettinga, houtvester in de Noordoostpolder ir L.W. Wilmes, boerderij-architect No­ back, Kelder en Lindenbergh. De laatste trad op als voorzitter en zette beknopt de werk­ wijze uiteen: "Door de Commissie wordt aan de hand van door de Bouwk. Afd. vervaardigde situ­ aties, waarop alleen de grenzen van het erf, de gebouwen en de paden zijn aangegeven, een erfindeling gemaakt. De plaats van de singels, siertuin, moestuin en boomgaard wordt bepaald, waarbij voldoende bedrijfsruimte voor opslag van producten en voor eventueel door de pachters te bouwen silo's wordt gereserveerd. De Landmeetk. Afdeling maakt van deze aldus vastgestelde erfindeling een tekening, waarvan een exemplaar wordt toegezonden aan de betrokken pachter, de domeinopzieners te Em­ meloord en aan de heren Meijers, Ir Wilmes en Ir Pettinga. Vervolgens worden de pachters in de gelegenheid gesteld om de erfindeling te komen bespreken en hun wen­ sen kenbaar te maken. Zonodig kan de erfindeling dan gewijzigd worden. Van de ge­ wijzigde erfindeling wordt dan opnieuw een kaartje getekend en aan de betrokkenen toegezonden. Aan de hand van de aldus vastgestelde erfindeling kan de Afd.

Bebos­ sing en Beplanting dan de singels en erfscheidingen planten, de heer Pettinga kan ad­ viseren over de aanleg van de boomgaard en de heer Meijers kan advies geven over de aanleg van de siertuin." 72 A.G. Lindenbergh, 7 oktober 1949 (/otoJ V. Potuyt).

134

Begin 1953 werd de werkwijze van de commissie enigszins vereenvoudigd. De leden be­ sloten zich tijdens hun vergaderingen niet meer te buigen over ieder boerenerf, maar zich alleen nog bezig te houden met het ontwerpen van erfindelingen voor elk type uit te geven bedrijf. L. H. Bos, tekenaar in dienst van de Directie van de Wieringermeer, moest daarna de erfindeling voor elk afzonderlijk bedrijf in kaart brengen. Zijn tekenin­ gen werden vervolgens op een aantal nader te bepalen dagen met de pachters besproken. Op diezelfde dagen kon Meijers in de polder zitting houden om de boeren advies te ge­ ven over de aanleg van een siertuin.73 Bos had vanaf het begin van Meijers' bezigheden in de polder vele hand- en spandiens­ ten verleend aan de tuinarchitect. Door de taakafbakening van Meijers kwam er ten dele een einde aan die ondersteuning. Bos mocht de door Meijers gemaakte tuinontwerpen nog wel uitwerken, maar voor verdere diensten werd hij niet meer beschikbaar gesteld. De tuinarchitect zelf werd te verstaan gegeven dat zijn wens om ingeschakeld te worden bij het ontwerpen van algemene beplantingen in de polder "voorshands niet voor ver­ wezenlijking vatbaar" was.

Ook liet de Wieringermeerdirectie Meijers weten dat hij dui­ delijk onderscheid diende te maken tussen zijn jaarlijkse ontwerparbeid voor de nieuw uit te geven bedrijven en zijn andere vormgevingsactiviteiten, zoals het aanpassen van reeds bestaande siertuinen. Alleen de eerstgenoemde activiteit verrichtte hij in opdracht van de Directie en brachten voor de polderboeren geen kosten met zich mee. De overige werkzaamheden werden als particuliere opdrachten beschouwd.74 Door de werkzaamheden van de Commissie voor de indeling van boerderijerven en de nauwkeurige omschrijving van de adviseringstaak van de tuinarchitect nam het aantal dagen dat Meijers in de Noordoostpolder actief was gestaag af. In 1951 verbleef hij twee à drie dagen per week in de polder, na 1955 niet meer dan drie à vier dagen per jaar.75

DIPEC'M'E VJ..� DE WlERIN•J:.!iio:.iR ( �h>erdooet pold. •rw.rttu.) ZWOLU

,,, Ond.•M•rp

Clr.a .:•M•rk Cd .;.9011

err,1tuatu.

HO�Wl.G

z.w-,1h 29 Jr,;01 :154

lhtrb1J u'ld .;c l'tn ;t:1't:1lAJ ae ert'1ni•l1ni c� :J• b�r1Jr, ::06h 41• io�r 1• �1reet1� a a...su�t. n. aie..el1 .r. :ie �he1J1nos�n tu,Hn ie v,r,.:Ull•n.1• Ol'l­ d•r1hle:. ,..n h,H or:" 90rdec '1"Jor :h Af:1, !.,bonl.t1,i; •?:: l•pla"l­ \1.i:ic 'f'&ft :h DlNCth itpltri�. ':'•,·,na 1,1J" opt• te:ic•rulti( 4• erf•erbaNu,c"n ucg•.,... :i, Set br,..1ri ,•kle.ird.o "9..i nerd• •aOKflC� do !>lr•ch• aan,. !et:'t , de r.•". der p.d,;o 110.\ .:tnr 'J ulr W<r:lea ••�hF, :lcr•..,.:ir

••:1

V

V

V

0 0

0

0 0

��c�l�::..;°'.::!�,1�.;�:t�;;�;r��:r��!.��!11h;�:, 1,f/;� ·°"'

1/ ,.- per,. > . Jt.ochr. U ll'ltor p.110: •:.!lcin hebhn 4•c du h n rT : r l D d ;;�:�i;1!;� <iH ::� dej!:} � :::i. :!.:.,.� •111 :te p.ul\laa.{ v->er :•s.or •er,;eo: aoet 20-2, ei-, ztJll, <!h ,oor li:Ct "trY.e•r • 1, cc, "!Ha c,voral 't'01Jo,r,?:rlo s&lld ( .. 40 Olr:j .or!t u:,19't:r:17.t-:, Zand Xuct J op eon ll.ài•r Ht \e •1.J'i•n nl!dd4p6t �a!•!I . .- !:u.r,oar ••rC'alcn1� Of t.tt ::e­ !'leH.kar\oor t• l.aillMlotrd ••rkre,ti'n t4 C.•bben.

p;��-·t; r�· r:;,:!l

�••!��:..tin;..;:::.��:!��!/�!.;::�· 1:� �3e.-°:r!;;-;�:ft"!: . :s . �

boo'f4el puir •z�:-11 roet .-or.io.a. l•···Tor� 1. p.,r k\.ot ourvooT ;•bnu._ 111aken ••n !:1Jga"nd for-r11l rtJO, ':'n•n.. •�ri· 1u.i.,ooé1sd- CII' �, �/loen�"C J..Wl4 Juli •· •· OII (..(). -;.;1,1,r :ip h,u :;.;...,.-• .-az:t?or te r.r.:�rt '1• e:-1'1n!el1q t, ,u;:ro-.. 'I! besprtk<n, •urtlJ U e't'4nhod4 w!Jl141'l4•n KUnt ""1rstell, n, Tu1Au'('ll1t•ct ... • 1. rs ;.u b1Crt1J lld'f� .. P"on o"fer te un.:.•, ••n d• a1ori1.11n.

lH;l..-er:11 l <:•k•nlft.J• l !'cml\l.lu:-.

•z

29.,s. ·�,

ViX'tl I1S, DlRJC"lWE V,UI DE fl!:::Riltil.Rifi.!I: (�oo,,poU•"'e:-;..e11.

·�

'""· :t<.1c�1 �.....- kon. J..f •

,'

�vtllMAltOlilG. i:ir!:i CNtHl( Kl'\.t.HlM .-IIUlU

__ ....

··-

• kOCMC.NlUIH V MOUlUIN

0 Vl'UCNfl00f!4. 0 GIOKCI.OU +� IIIOOL K 10"CNMOK. ___ tl.t:(TII KAl(I.. -··• ttUr'OON KAKL , .l'tTtl.OUUMTAHK •·-·- WAll:lltLUOM l.SILO � •·•t D!MttCII &'.l. IIIAHOKIIAAN OP'tll ONOClll1U01t OPfTl\lU !IJN <.tlOUWO 000" Ot PIIÇ)4l(a VOO�GUTtlD[

[Rr!IIOCUHG

,-CHTU.1 l,..J 11:0[lll,.C.,

l(HUl:

1 tOOO

OAl WIJZ

8 IOUOUU NO W.WOllUIC. HO. T .tMltWON4ATOII MO • KI ICAPICAG

DIRECTIE VAN OE WIERINGERMEER NOOAOOOSTPOlOCRWtAKtN

00M[IN8tHttR

Vil' Ot

N.O POLDER

aco11ur: K-51

W:UUN ANI or: HOPWtG

De ontwerparbeid voor de erven van enkele staatsboerderijen76 werd in 1955 door Van Eck toevertrouwd aan de tuin- en landschapsarchitecte Mien Ruys, die grote bekend­ heid genoot door de voorbeeldtuinen die ze in Dedemsvaart aanlegde.77 De bouwkun­ dige was met Ruys in contact gekomen door haar lidmaatschap van de architectengroep 'de 8', die nauw betrokken was bij de planvorming en -realisering van het polderdorp Nagele. Met de opdracht aan Ruys werd afgeweken van de 'normale' gang van zaken bij de erfaanleg van staatsbedrijven. Gewoonlijk lagen zowel het ontwerp voor de erf­ indeling als de keuze van het plantmateriaal en de aanleg van singels en heggen geheel in handen van de Afdeling Bebossing en Beplanting van de Wieringermeerdirectie.78 135

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Bijlage 3

44

Geluidsonderzoek wegverkeer

bestemmingsplan (vastgesteld)

MEMO Van

:

R. Koster

Project

:

Zwartemeerweg 50, Ens

Opdrachtgever :

Fam. Bruinsma

Datum

:

18 augustus 2020

Aan

:

CC

:

Betreft

:

geluidbelasting wegverkeerslawaai

Inleiding Het voornemen is om het agrarisch perceel aan de Zwartemeerweg 50 te gaan herstructureren, waarbij in de nu bestaande schokbetonschuur een tweede woning wordt gerealiseerd. Het beoogd gebruik is in strijd met de geldende beheersverordening “Landelijk gebied 2004”. In dit plan heeft het perceel de bestemming “Wonen”, waarbinnen ten hoogste één woning is toegestaan. Omdat er in de gewenste situatie twee woningen worden beoogd, is dit in strijd met de geldende beheersverordening. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch toch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het plangebied ligt binnen de wettelijke (Wet geluidhinder) geluidzone van de Zwartemeerweg. In het kader van een toetsing aan de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied/perceel. De uitgangspunten, berekeningen en resultaten zijn vastgelegd in voorliggend memo. Toetsingskader Wet geluidhinder Wettelijke geluidzones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging.

De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg.

20201045

blz. 1

In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

-

stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

30 km-wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh.

Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld. Wet geluidhinder en nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.

Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied.

20201045

blz. 2

Het perceel Zwartemeerweg 50 te Ens ligt in buitenstedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt Lden = 53 dB. Uitvoering berekeningen Algemeen Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 5.21 van dgmr-software. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer hangt af van verschillende factoren. Voor een deel hebben deze factoren betrekking op verkeer en wegdek (brongegevens); voor een ander deel op de omgeving van de weg (geluidoverdracht, reflecties en afscherming). Verkeersintensiteiten en voertuigverdelingen Voor wat betreft de verkeersgegevens is uitgegaan van de door de gemeente Noordoostpolder verstrekte gegevens waaruit blijkt dat de etmaalintensiteit op basis van tellingen in 2016 536 mvt/etmaal bedroeg. Voor het peiljaar 2030 (10 jaar na plandatum) bedraagt de etmaalintensiteit dan afgerond 630 mvt/etmaal op basis van jaarlijks 1% autonome groei. De rijsnelheid bedraagt 60 km/uur en de Zwartemeerweg is voorzien van een standaard asfaltverharding. De ingevoerde wegen zijn gegeven in bijlage 1. Voor wat betreft de voertuig- en etmaalverdelingen is uitgegaan van standaard gegevens (zie bijlage 1).

Akoestisch rekenmodel Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving. Deze gegevens zijn afkomstig van de PDOK-website en als GML-bestand geïmporteerd. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. De indeling van bodemgebieden is eveneens gebaseerd op PDOK-gegevens. Voor de niet gedefinieerde harde bodemgebieden (Bf = 0) is uitgegaan van een 50 % absorberende bodem (Bf = 0,5). De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die 0,75 m boven het wegdek liggen. Ter plaatse van de gevels van de nieuwe woning/bestaande schuur zijn waarneempunten ingevoerd met een waarneemhoogte ho = +1,5/+4,5/7,5 m boven het lokale maaiveld. Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. In bijlage 1 is een overzicht gegeven van het rekenmodel en de relevante invoergegevens (wegen).

20201045

blz. 3

Berekeningen en resultaten Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 1. In figuur 1 zijn tevens de berekeningsresultaten opgenomen van de geluidbelasting vanwege de Zwartemeerweg op waarneemhoogten ho = +1,5 m/+4,5 m/+7,5 m. Figuur 1:

overzicht akoestisch rekenmodel en de berekende geluidbelasting vanwege de Zwartemeerweg op de bestaande schuur/nieuwe woning (inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh)

Toetsing en conclusie Uit figuur 1 blijkt dat de berekende geluidbelasting op de bestaande schokbetonschuur aan de Zwartemeerweg 50 te Ens niet meer bedraagt dan Lden = 48 dB inclusief aftrek van 5 dB op basis van artikel 110g Wgh. Dit betekent dat ter plaatse van de in de bestaande schuur te realiseren nieuwe woning wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh. Het aspect wegverkeerslawaai is derhalve geen belemmering. Een hogere waarde procedure is niet noodzakelijk.

20201045

blz. 4

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Zwartemeerweg

Geomilieu V5.21

ISO_H 0.00

ISO M. 0.00

Hdef. Relatief

Type Verdeling

Cpl False

Cpl_W 1.5

Helling 0

Wegdek W0

V(MR(D)) --

V(MR(A)) --

V(MR(N)) --

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MR(P4)) --

V(LV(D)) 60

Geomilieu V5.21

V(LV(A)) 60

V(LV(N)) 60

V(LV(P4)) --

V(MV(D)) 60

V(MV(A)) 60

V(MV(N)) 60

V(MV(P4)) --

V(ZV(D)) 60

V(ZV(A)) 60

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(ZV(N)) 60

V(ZV(P4)) --

Geomilieu V5.21

Totaal aantal 630.00

%Int(D) 6.70

%Int(A) 2.70

%Int(N) 1.10

%Int(P4) --

%MR(D) --

%MR(A) --

%MR(N) --

%MR(P4) --

%LV(D) 91.08

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %LV(A) 91.08

%LV(N) 91.08

Geomilieu V5.21

%LV(P4) --

%MV(D) 6.42

%MV(A) 6.42

%MV(N) 6.42

%MV(P4) --

%ZV(D) 2.50

%ZV(A) 2.50

%ZV(N) 2.50

%ZV(P4) --

MR(D) --

MR(A) --

MR(N) --

MR(P4) --

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LV(D) 38.44

LV(A) 15.49

Geomilieu V5.21

LV(N) 6.31

LV(P4) --

MV(D) 2.71

MV(A) 1.09

MV(N) 0.44

MV(P4) --

ZV(D) 1.06

ZV(A) 0.43

ZV(N) 0.17

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 ZV(P4) --

LE (D) 63 72.07

Geomilieu V5.21

LE (D) 125 80.45

LE (D) 250 86.63

LE (D) 500 92.06

LE (D) 1k 98.14

LE (D) 2k 94.61

LE (D) 4k 87.84

LE (D) 8k 77.96

LE (A) 63 68.12

LE (A) 125 76.50

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (A) 250 82.69

LE (A) 500 88.11

Geomilieu V5.21

LE (A) 1k 94.19

LE (A) 2k 90.67

LE (A) 4k 83.89

LE (A) 8k 74.01

LE (N) 63 64.22

LE (N) 125 72.60

LE (N) 250 78.79

LE (N) 500 84.21

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (N) 1k 90.29

LE (N) 2k 86.77

Geomilieu V5.21

LE (N) 4k 79.99

LE (N) 8k 70.11

LE (P4) 63 --

LE (P4) 125 --

LE (P4) 250 --

LE (P4) 500 --

LE (P4) 1k --

LE (P4) 2k --

18/08/2020 08:36:55

Zwartemeerweg 50 Ens Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1: invoergegevens Zwartemeerweg

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (P4) 4k --

LE (P4) 8k --

Geomilieu V5.21

18/08/2020 08:36:55

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Bijlage 4

58

Watertoets

bestemmingsplan (vastgesteld)

datum 14-12-2020 dossiercode 20201214-37-25074 Geachte heer/mevrouw Christian, U heeft de digitale watertoets doorlopen op de website www.dewatertoets.nl. De samenvatting in de email bevat de gegeven antwoorden op de vragen. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Uitgangspuntennotitie met standaard waterparagraaf Hierbij ontvangt u de uitgangspuntennotitie voor de korte procedure van de watertoets. Deze notitie is automatisch gegenereerd op basis van de door u gegeven antwoorden en het ingetekende plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat de voor uw plan relevante waterhuishoudkundige beleidsthema's, streefbeelden en de belangrijkste bijbehorende uitgangspunten en randvoorwaarden van Waterschap Zuiderzeeland die u kunt gebruiken bij het ruimtelijk laten meewegen van het waterbelang en bij het opstellen van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. Dit document bestaat uit drie delen: 1. Vooroverleg en andere waterbeheerder 2. De standaard waterparagraaf De standaard waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling. 3. Aanvullende informatie en ontwerprichtlijnen Na de standaard waterparagraaf volgt een onderdeel met overige relevante ontwerprichtlijnen.

De ontwerprichtlijnen in het laatste deel zijn niet relevant voor de ruimtelijke procedure. De ontwerprichtlijnen geven nadere informatie waar u bij de verdere uitwerking (o.a. civieltechnisch) rekening mee moet houden. Ook kan het zijn dat meld- en/of vergunningplichten bestaan voor de ontwikkeling inzake de wateraspecten. Dit helpt u om meldingen en/of aanvragen in te dienen die meteen in behandeling genomen kunnen worden. Team Waterprocedures Waterschap Zuiderzeeland Lindelaan 20 Postbus 229 8200 AE Lelystad (06) 1132 4178 (0320) 274 911 watertoets@zuiderzeeland.nl _________________________________________________________________________ Deel 1: Vooroverleg en andere waterbeheerder Positief wateradvies en geen vooroverleg Waterschap Zuiderzeeland geeft op basis van de door u gegeven antwoorden een positief wateradvies met daarbij een algemene opmerking die betrekking heeft op het bestemmen van waterbelangen. Wij willen u verzoeken de waterbelangen (o.a. waterlichamen, waterkeringen en rioolwaterzuiveringen) die eventueel aanwezig zijn binnen het plangebied op een juiste manier te bestemmen of te reguleren. Het team waterprocedures van het waterschap kan op uw verzoek daarover adviseren.

In verband met het beperkte waterschapsbelang achten wij het niet nodig om, aanvullend op dit wateradvies, in het kader van het ambtelijk vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de Ruimtelijke ordening vooroverleg te voeren over het ruimtelijk plan dat betrekking heeft op deze ontwikkeling cq. dit plangebied. Indien de wateraspecten in het ruimtelijk plan goed bestemd of gereguleerd worden dan zien wij het ontwerp ruimtelijk plan met vertrouwen tegemoet. In verband met een eventueel benodigde watervergunning kan vooroverleg overigens wel nodig zijn. _______________________________________________________________________________________________ Deel2 Standaard waterparagraaf korte procedure

<De standaard waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling.> Inleiding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding.

Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u het uitgangspunt, dat het vertrekpunt vormt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt op deze manier een goed overzicht van de randvoorwaarden en kan eveneens herleiden waarop deze gebaseerd zijn. Thema Veiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast.

Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen heeft voor het streefpeil van het oppervlakte water in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem, (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Het plangebied bevindt zich binnen tien meter afstand van een bestaande watergang.

De watergang wordt ten minste aan één zijde voorzien van een obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed. Bij een waterbreedte vanaf 12 meter geldt dit aan weerszijden. Bij een talud van 1:4 of flauwer is geen onderhoudsstrook nodig. <Aanvullen: Hier worden alle aanpassingen in het watersysteem aangegeven en wordt aangegeven hoe de waterhuishoudkundige zaken bestemd worden. Bijvoorbeeld de aanleg van watergangen, infiltratievoorzieningen. Daarnaast worden hier ook de dimensies van het watersysteem aangegeven of randvoorwaarden voor de aanleg hiervan (voor zover ruimtelijk relevant). Bijvoorbeeld de dieptes van watergangen bij streefpeil, de profielen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem zal voldoen.> Anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de

nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig.

Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn vergunningplichtig. Lozingen op kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden verboden door het waterschap. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Randvoorwaarde(n) Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel.

Onder schoon hemelwater wordt verstaan: ● Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; ● Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; ● Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem; schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; ● Hemelwater van onverhard terrein; ● Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).

___________________________________________________________________________________ Deel 3: Aanvullende informatie en ontwerprichtlijnen In dit deel van de uitgangspuntennotitie vindt u aanvullende informatie en relevante ontwerprichtlijnen. Deze zijn niet relevant voor de ruimtelijke procedure. Het kan zijn dat meld- en/of vergunningplichten bestaan voor de ontwikkeling inzake de wateraspecten. De ontwerprichtlijnen geven nadere informatie waar u bij de verdere uitwerking (o.a. civieltechnisch) rekening mee moet houden. Dit helpt u om meldingen en/of aanvragen in te dienen die meteen in behandeling genomen kunnen worden. Thema Voldoende Water Wateroverlast Hemelwater dat op grondgebonden zonnepanelen terechtkomt kan grotendeels rechtstreeks onder de panelen infiltreren in de bodem. Bij extreme neerslag kan na verloop van tijd - een verhoogd risico bestaan op oppervlakkige afvoer over het maaiveld. De zonnepanelen concentreren de neerslag aan de onderzijde van de panelen (druiplijn). Door deze neerslagconcentratie kan de bodem dichtslaan (verslempen) waardoor geulvorming ontstaat en daarmee oppervlakkige afvoer van hemelwater. Een en ander is afhankelijk van de samenstelling van de

bodem en de lokale omstandigheden (bijvoorbeeld verhang in het bodemoppervlak). Mocht deze oppervlakkige afvoer het oppervlaktewatersysteem bereiken dan is sprake van afwentelen: versnelde afvoer van neerslag naar het watersysteem. Als deze situatie zich in de toekomst voordoet dan is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om het afwentelen ongedaan te maken. Overige aandachtspunten zijn kabels en leidingen in relatie tot watergangen. In het geval dat de grondgebonden zonnepanelen worden geplaatst in een wateraanvoergebied geldt dat het beoogde grondgebruik (zonnepanelen) geen water vraagt. Het huidige of toekomstige beleid met betrekking tot wateraanvoer en waterbeschikbaarheid heeft geen betrekking op het beoogde grondgebruik. Mocht in de toekomst het grondgebruik weer worden aangepast naar een agrarische of andere functie met een watervraag, dan zal de mogelijkheid daartoe getoetst worden aan het dan geldende beleid. Het plangebied is gelegen in een gebied met een indicatief risico op opbarsten van de bodem. Indien voor de planontwikkeling grondwerk nodig is, adviseren wij u gericht onderzoek te doen naar het opbarstrisico ter plaatse. Opbarsten of (bijna) aansnijden van het pleistocene zandpakket dient voorkomen te worden vanwege de kans op instabiliteit van de bodem of ongewenste kwel of inzijging.

In bepaalde situaties kan van deze lijn worden afgeweken. Bijvoorbeeld als het kwelwater van goede kwaliteit benut kan worden.. Anticiperen op watertekort Ontwerprichtlijnen wateraanvoer Ontwerprichtlijnen grondwateronttrekkingen Provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland zijn samen verantwoordelijk voor de regulering van grondwateronttrekkingen ten behoeve van een goed beheer van het grondwater. De provincie is verantwoordelijk voor onttrekkingen en infiltraties ten behoeve van warmte-koude-opslag, openbare drinkwaterwinning en voor industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Het waterschap is verantwoordelijk voor de overige grondwateronttrekkingen. Deze grondwateronttrekkingen moeten gemeld worden bij het waterschap. In de Keur van Waterschap Zuiderzeeland zijn de criteria opgenomen waarmee wordt bepaald of een aanvraag voor een grondwateronttrekking als melding of vergunning wordt afgehandeld. Voor een melding gelden algemene regels en kan maatwerk worden gesteld, voor een vergunning is een individuele beoordeling van de onttrekking noodzakelijk. Het waterschap kijkt onder andere naar effecten van de onttrekking op verontreinigingen in de omgeving, verzakking, bodemdaling of gevolgen voor de natuur.

Als ten behoeve van de planontwikkeling een bronnering nodig is waarbij het grondwater wordt weggepompt voor een bodemsanering of om werkzaamheden in de bodem onder de grondwaterstand te kunnen uitvoeren dan moet dit gemeld worden en in bepaalde gevallen is een vergunning nodig. Hiervoor kunt u zich wenden tot het team Waterprocedures van Waterschap Zuiderzeeland ( waterprocedures@zuiderzeeland.nl) of via het Omgevingsloket (www.olo.nl) een aanvraag indienen. Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Als bij deze planontwikkeling permanent grondwater zal worden onttrokken ten behoeve van bijvoorbeeld beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen is hiervoor een melding of vergunning nodig. Deze kunt u aanvragen bij het waterschap of via het omgevingsloket. Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit Ontwerprichtlijnen nieuw oppervlaktewater Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijk ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. Compensatie voor verslechtering van ecologische omstandigheden en/of van waterkwaliteit is maatwerk en vindt altijd plaats in overleg met het waterschap.

Bij compensatie van delen van KRW-waterlichamen moeten binnen hetzelfde waterlichaam die trajecten gekozen worden die qua abiotiek en biotiek vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke kenmerken van het te compenseren KRW-water. Voor niet-KRW-wateren kan compensatie, in sommige gevallen buiten hetzelfde watersysteem uitgevoerd worden. ___________________________________________________________________________________ Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Indien er binnen het plan wordt afgeweken van bovengenoemde uitgangspunten, wordt u vriendelijke verzocht contact op te nemen met Waterschap Zuiderzeeland via via e-mail watertoets@zuiderzeeland.nlof per telefoon op telefoonnummer 0320 274911. Ook is het mogelijk de digitale watertoets opnieuw te doorlopen. www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Bijlage 5

Wateradvies

bestemmingsplan (vastgesteld)

63

DA TUM

BEH AN DE LD DOOR

14 december 2020

I. Gorlee DI R ECT NUMM ER

06-46 91 99 07

Gemeente Noordoostpolder mevr. E. Haak Postbus 155 8300 AD EMMELOORD

ONDE RWE RP

Geachte mevrouw Haak,

wateradvies vooroverleg bestemmingsplan Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Op 19 november 2020 ontvingen wij uw verzoek om advies in het kader van vooroverleg. U wilt advies over het bestemmingsplan voor een bestemmingswijziging aan de Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg. In deze brief geven wij ons advies in het kader van de watertoets.

ONS Z AA KNUMM ER

Algemeen Het bestemmingsplan regelt het omzetten van de bestemming van ‘Wonen’ (één woning toegestaan) naar ‘Wonen’ (waarbij twee woningen zijn toegestaan). De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Zwartemeerweg 50 een tweede woning te realiseren in een bestaande schokbetonschuur. In het kader van de watertoets is de korte procedure van toepassing.

WPAD-00355 REG IS TR AT I ENUMM ER

WPAD-401294446-21 BIJ L AG EN

1 UW BR I EF V AN

19 november 2020 UW KEN ME RK

VERZ ON DEN

Positief wateradvies na aanpassing De gewenste ontwikkeling heeft beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Het beleidsthema Schoon water is van toepassing. De waterparagraaf dient de relevante streefbeelden, uitgangspunten en randvoorwaarden te beschrijven, aangevuld met een concrete uitwerking van de gevolgen voor de waterhuishouding. Wij vragen om de waterparagraaf nog op enkele punten aan te vullen of te wijzigen. Deze brief is dan een positief wateradvies. Algemeen In de waterparagraaf wordt het resultaat van de digitale watertoets (uitgevoerd op 24 juli 2020) genoemd: geen waterschapsbelang. Dit resultaat is niet correct omdat een nieuwe lozing van huishoudelijk afvalwater ontstaat.  Op basis van inhoudelijke beoordeling van de ontwikkeling is de korte procedure van toepassing voor de watertoets. Schoon water In de waterparagraaf staat dat het huishoudelijk afvalwater van de extra woning aangesloten moet worden op een septic tank van 6 m³ (of vergelijkbaar). Dit is niet correct omdat het oppervlaktewater ter plaatse afvoert naar kwetsbaar oppervlaktewater.  Schrappen: Tekst over ontheffing en 6 m³ septic tank.

 Aanvullen: Op grond van het gebiedsgerichte IBA-beleid en de beleidsregel 'Directe lozingen van afvalwater van huishoudelijke aard in het buitengebied' is voor de nieuwe lozing van huishoudelijk afvalwater een verdergaande zuiveringsvoorziening nodig (klasse III). Het advies is

AD RES WA TE RS CH AP SH UIS

Postbus 229 – 8200 AE Lelystad Lindelaan 20 – 8224 KT Lelystad www.zuiderzeeland.nl

T (0320) 274 911 watertoets@zuiderzeeland.nl

om vóór melding en aanleg afstemming te hebben met het waterschap over de beoogde zuiveringsvoorziening. Vervolg voor initiatiefnemer Wij vragen u de initiatiefnemer erop te attenderen dat voor de planontwikkeling diverse meldings- en/of vergunningplichten bestaan voor handelingen in of nabij het watersysteem. Hiervoor verwijzen wij naar de bijlage bij deze brief. Vragen Voor vragen kunt u contact opnemen met mevrouw I. Gorlee. Vermeld hierbij ons zaaknummer: WPAD-00355. Het telefoonnummer is 06-46 91 99 07 en het e-mailadres is watertoets@zuiderzeeland.nl. Hoogachtend, het college van Dijkgraaf en Heemraden, namens dit college, de teammanager Waterprocedures, Kennis en Advies en plaatsvervangend afdelingsmanager Ontwikkeling, Advies en Regie,

mevrouw ing. J.P. Borneman.

ONS K ENME RK

WPAD-401294446-21

2/2

bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Bijlage 6

66

Positief wateradvies

bestemmingsplan (vastgesteld)

DA TUM

BEH AN DE LD DOOR

6 april 2021

I. Gorlee DI R ECT NUMM ER

06-46 91 99 07

Gemeente Noordoostpolder mevr. E. Haak Postbus 155 8300 AD EMMELOORD

ONDE RWE RP

Geachte mevrouw Haak,

wateradvies ontwerpbestemmingsp lan Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg

Op 24 februari 2021 ontvingen wij uw kennisgeving over het ontwerpbestemmingsplan voor de Zwartemeerweg 50 te Kraggenburg. In deze brief geven wij ons advies in het kader van de watertoets.

ONS Z AA KNUMM ER

Algemeen Het bestemmingsplan regelt het omzetten van de bestemming van ‘Wonen’ (één woning toegestaan) naar ‘Wonen’ (waarbij twee woningen zijn toegestaan). De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Zwartemeerweg 50 een tweede woning te realiseren in een bestaande schokbetonschuur. In het kader van de watertoets is de korte procedure van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1842/documents/27688