11. Rvst Delegatiebesluit Omgevingsplan.pdf
Tekst van het document
Emmeloord, 2 november 2021. Onderwerp Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Noordoostpolder Advies raadscommissie […] Aan de raad. Status: ter besluitvorming Voorgesteld besluit 1. De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, voor zover a) Het ontwikkelingen betreft ten behoeve waarvan in een bestemmingsplan, dat rechtskracht had op de dag vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht was opgenomen, met inachtneming van hieraan gestelde voorwaarden; b) Het ontwikkelingen betreft ten behoeve waarvan in één van de bestemmingsplannen die worden aangehaald in artikel 2 van de regels van de Beheersverordening Landelijk Gebied, zoals die rechtskracht had op de dag vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht was opgenomen, met inachtneming van de hieraan gestelde voorwaarden; c) Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met onherroepelijke omgevingsvergunningen waarbij is afgeweken van het omgevingsplan; d) Het betreft het wijzigen van het omgevingsplan voor projecten die op de ‘Uitzonderingenlijst adviesrecht raad’ staan. e) Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan betreft.
f) Het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben betreft. g) Het corrigeren van evidente verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en een onjuiste inventarisatie in het omgevingsplan betreft. h) Dit het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten betreft; i) Dit het nemen van een voorbereidingsbesluit betreft met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels. 2. Bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Doelstelling Het versnellen van de procedure bij het vaststellen van delen van het omgevingsplan. Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) verandert er veel. Alle regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en milieu wordt gebundeld in deze nieuwe wet. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Ow is 1 juli 2022. In de periode tot aan de inwerkingtreding van de Ow moet een aantal besluiten genomen worden om de overgang naar de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen (zie: Routekaart Noordoostpolder de Ruimte). Het onderhavige besluit is één van die besluiten.
Onder delegatie wordt verstaan het overdragen door een bestuursorgaan (in dit geval de gemeenteraad) van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder zijn eigen verantwoordelijkheid uitoefent (in dit geval het college). Het bestuursorgaan kan de
gedelegeerde bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen. De gemeenteraad is bevoegd om een omgevingsplan vast te stellen. Met dit besluit wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van een aantal delen van het omgevingsplan overgedragen aan het college. Beleidsreferentie - Routekaart Noordoostpolder de Ruimte (omgevingsplan – delegatie- en mandaatbesluiten) Argumenten 1.1 Wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten verdwijnen onder de Omgevingswet (a) Op basis van de huidige regelgeving kan in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht worden opgenomen (artikel 3.6 Wro). De wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht uit het bestemmingsplan brengt met zich mee dat het college van burgemeester en wethouders het bestemmingsplan zelfstandig kan wijzigen, mits aan de voorwaarden zoals in het bestemmingsplan opgenomen, wordt voldaan. Door middel van dit besluit wordt hetzelfde bereikt als met de wijzigingsbevoegdheid en de uitwerkingsplicht onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 1.2 In de Beheersverordening Landelijk Gebied konden geen wijzigingsbevoegdheden worden opgenomen (b) In het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2004 waren wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Het college was bevoegd om deze wijzigingsplannen vast te stellen, mits aan de voorwaarden zoals in het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2004 werd voldaan.
Met de inwerkingtreding van de Beheersverordening Landelijk Gebied in 2016 is die bevoegdheid komen te vervallen. Dit komt door de juridische beperking van het instrument beheersverordening, niet vanwege inhoudelijke overwegingen. Door middel van dit besluit wordt hetzelfde bereikt als met de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2004 en hoeven projecten die onder de wijzigingsbevoegdheid Landelijk Gebied 2004 vallen niet meer langs de raad. Dit zorgt voor snellere procedures. 1.3 Onherroepelijke omgevingsvergunningen moeten binnen vijf jaar verwerkt worden in het omgevingsplan (artikel 4.17 Ow) (c) Op grond van artikel 4.17 Ow moet uiterlijk vijf jaar na een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit het omgevingsplan worden aangepast. Omdat er ten tijde van het verlenen van de vergunning al is besloten over de beleidsmatige wenselijkheid van het project, is het inpassen van de vergunning in het omgevingsplan slechts een technische inpassing waarbij inhoudelijke besluitvorming niet meer is vereist.
1.4 Het instrument (omgevingsvergunning of omgevingsplan) bepaalt niet wie bevoegd gezag is, maar de ontwikkeling (d) Ontwikkelingen die niet passen binnen een omgevingsplan kunnen mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan of door middel van het wijzigen van het omgevingsplan. In de ‘Uitzonderingenlijst adviesrecht raad’ wijst de gemeenteraad categorieën van gevallen aan waarbij geen bindend advies wordt uitgebracht aan het college (art. 16.14a lid b onder 1 van de Ow). Deze lijst heeft betrekking op vergunningen. Als een ontwikkeling op deze lijst staat, beslist het college. Als er bij deze ontwikkeling voor wordt gekozen om het omgevingsplan te wijzigen, ligt het voor de hand dat de vaststelling hiervan gedelegeerd wordt aan het college. 1.5 In het omgevingsplan moeten alle regels worden opgenomen over de fysieke leefomgeving (e) Een aantal regels over de fysieke leefomgeving staan op dit moment nog in gemeentelijke verordeningen. Gemeenten moeten in de overgangsperiode tot 2029 deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan. De beleidsneutrale doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft puur de uitvoering en kan door het college gebeuren. Als sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd.
1.6 Het toevoegen of wijzigen van een begripsbepaling is beleidsarm van karakter en technisch/juridisch van aard (f) Zowel het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening als de waterschapsverordening worden via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (hierna: DSO) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Om de begrippen zoveel mogelijk op elkaar te laten aansluiten is voor landelijk gebruik een Stelselcatalogus opgesteld. De begrippen uit de Stelselcatalogus kunnen worden overgenomen in het
omgevingsplan voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben. Omdat het toevoegen of wijzigen van een begripsbepaling beleidsarm en technisch/juridisch is, ligt het voor de hand dat dit door het college kan gebeuren. Als inhoudelijke besluitvorming is vereist, blijft de raad bevoegd. 1.7 Het gaat hierbij om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist Als inhoudelijke besluitvorming is vereist, blijft de raad bevoegd. (g) 1.8 Een deel van de Erfgoedverordening gemeente Noordoostpolder (hierna: erfgoedverordening) zal worden opgenomen in het omgevingsplan (h) Op dit moment is het aanwijzen van monumenten geregeld in de erfgoedverordening. De erfgoedverordening regelt dat de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten bij het college ligt. Daarmee ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten. 1.9 Bij het nemen van een voorbereidingsbesluit is het noodzakelijk dat er snel gehandeld kan worden (i) Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten.
Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren. Om die reden is in de Omgevingswet een delegatiemogelijkheid opgenomen voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Ow). Deze mogelijkheid bestaat onder de Wro niet, maar is in de Ow opgenomen omdat het college een omgevingsplan voorbereidt. Daarmee is het college ook in staat om een voorbereidingsbesluit te nemen. 2.1 Met inwerkingtreding van de Omgevingswet is de gemeenteraad bevoegd om onderdelen van het omgevingsplan te delegeren. Dit besluit sorteert voor op inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, worden de genoemde onderdelen van het omgevingsplan in dit besluit gedelegeerd aan het college. Onder de huidige regelgeving is dat nog niet nodig en niet mogelijk.
Kanttekeningen 1.1 Delegatie van delen van het omgevingsplan kan nog door uw raad worden aangevuld/gewijzigd De lijst kan door middel van een nieuw raadsbesluit worden aangepast, indien voortschrijdende inzichten of gewijzigd beleid hiertoe aanleiding geven. Op dit moment is het college bijvoorbeeld nog bezig met het analyseren van de onderdelen die uit de gemeentelijke verordeningen overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan. Uit deze analyse kan blijken dat er onderdelen naar het omgevingsplan worden overgeheveld waarvoor nu het college bevoegd is. Om de bevoegdheid gelijk te houden, moeten deze onderdelen worden opgenomen in het delegatiebesluit. Planning/uitvoering De vaststelling van het delegatiebesluit omgevingsplan wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. Na de vaststelling van het delegatiebesluit wordt deze geplaatst in het digitale gemeenteblad van gemeente Noordoostpolder, te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/. Het delegatiebesluit treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tegen het delegatiebesluit staat geen bezwaar of beroep open. Bijlagen Geen.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,
Portefeuillehouder Steller
: W. Haagsma : mevrouw E. Haak; 0613388790; e.haak@noordoostpolder.nl
De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2021, no. 21.0005915; gelet op het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet; gelet op het bepaalde in artikel 2.8 en 4.14, vijfde lid Omgevingswet; gelet op afdeling 10.1.2 Algemene wet bestuursrecht;
B E S L U I T: 1. De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, voor zover a) Het ontwikkelingen betreft ten behoeve waarvan in een bestemmingsplan, dat rechtskracht had op de dag vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht was opgenomen, met inachtneming van hieraan gestelde voorwaarden; b) Het ontwikkelingen betreft ten behoeve waarvan in één van de bestemmingsplannen die worden aangehaald in artikel 2 van de regels van de Beheersverordening Landelijk Gebied, zoals die rechtskracht had op de dag vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht was opgenomen, met inachtneming van de hieraan gestelde voorwaarden; c) Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met onherroepelijke omgevingsvergunningen waarbij is afgeweken van het omgevingsplan; d) Het betreft het wijzigen van het omgevingsplan voor projecten die op de ‘Uitzonderingenlijst adviesrecht raad’ staan. e) Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan betreft. f) Het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben betreft.
g) Het corrigeren van evidente verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en een onjuiste inventarisatie in het omgevingsplan betreft. h) Dit het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten betreft; i) Dit het nemen van een voorbereidingsbesluit betreft met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels. 2. Bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2021. De griffier, de voorzitter,