CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.4 Concept Coffeeshopbeleid gemeente Noordoostpolder.pdf

Gemeenteraad 31 maart 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Coffeeshop Noordoostpolder11.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Coffeeshopbeleid gemeente Noordoostpolder Intitulé Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Noordoostpolder houdende regels omtrent het coffeeshopbeleid (Coffeeshopbeleid Noordoostpolder) De burgemeester van de gemeente Noordoostpolder; gelet op artikel 13b van de Opiumwet, de Aanwijzing Opiumwet, artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrecht, de artikelen 125 en 174 van de Gemeentewet, de Wet Bevordering Integriteit Beoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet Bibob), artikel 2:74, 2:74a, 2:80, 2:80a, 2:80b van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Noordoostpolder, besluit vast te stellen het “Coffeeshopbeleid gemeente Noordoostpolder 2025” Dit besluit bevat de beleidsregels die in de gemeente Noordoostpolder van toepassing zijn op de exploitatie van een coffeeshop. Deze beleidsregels worden aangehaald als “Coffeeshopbeleid gemeente Noordoostpolder 2025”. Het coffeeshopbeleid bevat de voorwaarden waaronder de verkoop van softdrugs in de gemeente Noordoostpolder wordt gedoogd. Tevens wordt in het coffeeshopbeleid beschreven welke procedure er wordt gevolgd bij het in behandeling nemen van een aanvraag en de verstrekking van een gedoogverklaring en een exploitatievergunning voor de exploitatie van een coffeeshop.

Het coffeeshopbeleid geldt naast en in aanvulling op het landelijke gedoogbeleid ter zake van de verkoop van softdru gelet op artikel 2:74, 2:74a, 2:80, 2:80a, 2:80b

1. Inleiding Vanaf .. .. 2025 geldt er in de gemeente Noordoostpolder een coffeeshopbeleid. Het coffeeshopbeleid van de gemeente Noordoostpolder bevat de lokale uitwerking van het landelijke cannabisbeleid. Dit beleid heeft primair tot doel het reguleren in het gebruik van en de handel in softdrugs, om daarmee de effecten voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de gemeente beheersbaar te houden. Het coffeeshopbeleid wordt vastgesteld door de burgemeester in afstemming met de raad. De burgemeester gedoogt één coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder om illegale straat- en thuishandel te voorkomen. De burgemeester heeft afgewogen in welke vorm de coffeeshop moet worden geëxploiteerd. Het zal moeten gaan om een niet-commerciële coffeeshop. Een dergelijke coffeeshop dient geëxploiteerd te worden door een stichting. Dit is echter geen ‘gemeentelijke coffeeshop’. De gemeente zal op geen enkele wijze direct betrokken zijn bij de exploitatie van de coffeeshop in financiële of personele zin. De gemeente zal eventuele huisvesting tegen een marktconforme (huur)prijs aanbieden. Gekozen is voor een niet-commerciële coffeeshop, onder meer omdat: a. een stichting geen winstmaximalisatie nastreeft.

Hierdoor staat niet het enkel verstrekken van softdrugs voorop, maar het geven van georganiseerde voorlichting voor gebruikers en anderen, waarbij juist op de risico’s van het gebruik van softdrugs wordt gewezen; b. de winst die met de verkoop wordt behaald moet worden gebruikt om de organisatie te verbeteren en voorlichtingsactiviteiten te financieren. Bovendien kunnen financiële bijdragen worden verstrekt aan organisaties, instellingen of doelen die zoveel als mogelijk overeenkomen met de doelstelling van de stichting; c. waarde wordt gehecht aan een maatschappelijke inbedding van degenen die de coffeeshop exploiteren, hetgeen in de samenstelling van het stichtingsbestuur tot uitdrukking dient te komen. 1.1 Doelstellingen De doelstellingen voor het coffeeshopbeleid zijn: • Verminderen van risico's voor de gebruiker zelf, zijn of haar directe omgeving en de gemeenschap. • Scheiding van de markten tussen soft- en drugs. Met het gedogen van een coffeeshop onder voorwaarden moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat softdrugsgebruikers gemakkelijk met

1

• •

onaanvaardbaar gevaarlijke drugs in aanraking komen. Een scheiding van markten draagt bij aan de beperking van de schade van de gezondheid en zo aan het belang van de volksgezondheid Overlast en verstoring van de openbare orde worden zoveel mogelijk beperkt en beheersbaar gehouden. Tegengaan van illegale drugshandel en ondermijning. Ongecontroleerde handel in (soft)drugs via straathandel en illegale dealpanden veroorzaken een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid en onaanvaardbare overlast voor het woon, leef- en ondernemersklimaat. Dit kan, naast handhaving, zoveel mogelijk worden tegengegaan door een gecontroleerde verkoop van cannabis in een coffeeshop.

2. Wettelijk kader Het coffeeshopbeleid vindt plaats binnen de kaders die gesteld zijn in wet- en regelgeving. Het gaat om de navolgende bepalingen. 2.1 Artikel 174 van de Gemeentewet Op basis van artikel 174 lid 1 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden en op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Een coffeeshop wordt gekwalificeerd als een voor publiek openstaand gebouw, zodat de burgemeester belast is met het toezicht daarop. Ingevolge artikel 174 lid 3 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het artikel 174 lid 1 bedoelde toezicht. Voor de exploitatie van voor publiek openstaande gebouwen is een exploitatievergunning nodig. Dit geldt ook voor een coffeeshop. De burgemeester is op grond van artikel 174 lid 3 van de Gemeentewet ook belast met de handhaving van deze en andere daarop berustende bepalingen in de APV. 2.2 Algemene Plaatselijke Verordening Noordoostpolder (APV) In de APV is in de artikel 2:28 een exploitatievergunningstelsel opgenomen. De exploitatievergunning draagt bij aan een goede sturing op de horeca, zodat ongewenste ontwikkelingen kunnen worden voorkomen en nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.

Een exploitatievergunningstelsel stelt de burgemeester in staat om de risico’s voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat te beheersen en op te treden, indien sprake is van verstoringen hieromtrent. Op grond van artikel 2:28 van de APV is een exploitatievergunning nodig voor het exploiteren van een openbare inrichting. Een coffeeshop valt hier ook onder. De exploitatievergunning dient, middels een door de burgemeester vastgesteld formulier met bijbehorende voorgeschreven documenten, te worden aangevraagd. Daarnaast dient voor de exploitatie van een coffeeshop te worden beschikt over een gedoogverklaring zoals bepaald in de Opiumwet artikel 13b. De inhoud van de gedoogverklaring is niet in de APV geregeld, maar in dit beleidsdocument. 2.3 Artikel 13b van de Opiumwet Op grond van artikel 13b van de Opiumwet (ook “Wet Damocles” genoemd) is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De softdrugs die in een coffeeshop worden verkocht – hasj en hennep – komen voor in lijst II van de Opiumwet. In principe kan de burgemeester dan ook toepassing geven aan zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet.

Zolang echter de exploitatie van een coffeeshop op basis van een gedoogverklaring en exploitatievergunning plaatsvindt, binnen de voorwaarden van dit coffeeshopbeleid en van het landelijk gedoogbeleid – waarover hierna meer – zal de burgemeester in beginsel zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet niet toepassen. Worden echter de voorwaarden van het coffeeshopbeleid overtreden, dan zal met inachtneming van de bij dit coffeeshopbeleid behorende handhavingsmatrix worden opgetreden.

2

2.4 Artikel 125 van de Gemeentewet Op grond van artikel 125 lid 1 van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Ingevolge artikel 125 lid 3 van de Gemeentewet wordt de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang uitgeoefend door de burgemeester, indien de last dient tot handhaving van regels welke hij uitvoert. Omdat de burgemeester gezien de hiervoor genoemde bepalingen uit artikel 174 van de Gemeentewet en 13b van de Opiumwet, belast is met de handhaving daarvan, mag hij bij een overtreding daarvan op grond van artikel 125 lid 3 van de Gemeentewet een last onder bestuursdwang opleggen. Hiermee kan de burgemeester de naleving van de desbetreffende regel afdwingen. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, dan is de burgemeester bevoegd om de last door feitelijk handelen zelf ten uitvoer te leggen, op kosten van de overtreder. Op grond van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Hierbij beschikt het bestuursorgaan – in dit geval de burgemeester – over keuzevrijheid. In dit coffeeshopbeleid is een handhavingsarrangement opgenomen, waarin is geregeld welke bevoegdheid de burgemeester toepast bij bepaalde overtredingen.

2.5 Wet Bevordering Integriteits Beoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet Bibob) Artikel 3 van de Wet Bevordering Integriteits Beoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet Bibob) verschaft een bestuursorgaan de bevoegdheid om, voor zover zij bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid heeft gekregen, een aangevraagde beschikking te weigeren dan wel een gegeven beschikking in te trekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om: 1. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten; of 2. strafbare feiten te plegen. Artikel 7 van de Wet Bibob bepaalt dat een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, door het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester wordt geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de wet Bibob. Dit geldt dus ook voor een coffeeshop, voor de exploitatie waarvan op grond van de APV over een exploitatievergunning dient te worden beschikt. Ook als de gemeente zelf een locatie ter beschikking stelt waar de stichting de coffeeshop kan exploiteren, is er een noodzaak tot Bibob-onderzoek op basis van artikel 5a van de Wet Bibob voor de voorgenomen verhuur.

Op grond van de Wet Bibob kan het bevoegde bestuursorgaan, nadat het eerst zelf onderzoek heeft gedaan, onderzoek laten verrichten door het Landelijk Bureau Bibob (LBB), naar de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Alvorens dat te doen dient het bestuursorgaan eerst eigen onderzoek te doen. Desgevraagd kan daarna door het bestuursorgaan aan het LBB om advies worden gevraagd over de mate van gevaar. Blijkt uit eigen onderzoek dan wel uit het advies van het LBB dat sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten en/of om strafbare feiten te plegen, dan kan de vergunning worden geweigerd of – indien deze reeds is verleend – worden ingetrokken. Er kan ook sprake zijn van een mindere mate van gevaar. In deze situaties kan een vergunning worden verleend onder het stellen van voorschriften. Voor de beoordeling van de mate van gevaar geldt voor zover het de exploitatie van een coffeeshop betreft, dat overtredingen van de Opiumwet die binnen de kaders van het lokale en landelijke gedoogbeleid plaatsvinden, niet worden meegerekend bij het bepalen van de mate van gevaar.

Overtredingen van de Opiumwet die vallen buiten de kaders van het gedoogbeleid, daaronder begrepen de achterdeurproblematiek, mogen wél worden meegerekend bij de beoordeling van de mate van gevaar. Vanwege de gevoeligheid van de coffeeshopbranche voor criminaliteit, geweld, afpersing en bedreiging, wordt in de gemeente Noordoostpolder bij de behandeling van een aanvraag van een exploitatievergunning voor een coffeeshop, net als bij een huurovereenkomst met de gemeente, altijd een Bibob-onderzoek verricht. In dit kader voert de gemeente ook Bibob-beleid, dat ook bij de aanvraag van een exploitatievergunning voor een coffeeshop zal worden gevolgd. Indien eigen Bibob- onderzoek daartoe

3

aanleiding geeft zal overeenkomstig het Bibob-beleid, het LBB om advies worden gevraagd over de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. 2.6 Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Het onderhavige coffeeshopbeleid berust op de hiervoor genoemde wettelijke bevoegdheid van de burgemeester.

3. Landelijk softdrugsbeleid De risico’s van drugsgebruik dienen te worden voorkomen of beperkt voor het individu, zijn directe omgeving en de samenleving. Dit betekent concreet dat zowel landelijk als lokaal wordt beoogd dat: • • •

de markt voor softdrugs van de markt voor harddrugs gescheiden blijft; overlast en verstoring van de openbare orde zoveel mogelijk worden beperkt en beheersbaar blijven; gezondheidsrisico’s, met name voor jongeren, doormiddel van preventie en voorlichting zoveel mogelijk worden beperkt.

3.1 Preventie Voorlichting en preventie staan bij dit landelijke softdrugsbeleid voorop. Met het oog op de preventie heeft de wetgever een onderscheid gemaakt tussen drugs met onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid en drugs waarvan de risico’s minder groot worden geacht; het verschil tussen hard- en softdrugs. Dit onderscheid komt ook tot uitdrukking in de lijsten I en II van de bijlage bij de Opiumwet. Door in beperkte mate verkoop van softdrugs voor eigen gebruik te gedogen, wordt beoogd de markten van hard- en softdrugs gescheiden te houden om te voorkomen dat gebruikers van softdrugs in aanraking komen met harddrugs en het daarmee verband houdende criminele milieu. De verkoop van softdrugs wordt om deze reden onder strenge voorwaarden gedoogd en mag uitsluitend plaatsvinden in coffeeshops. Gedogen betekent in dit verband dat handhavend tegen de coffeeshop(exploitant) wordt opgetreden zolang deze zich aan de gedoogcriteria houdt zoals verwoord in de hem verstrekte gedoogverklaring. Wordt niet aan deze criteria voldaan dan wordt hiertegen opgetreden. Het landelijke softdrugsbeleid is erop gericht de coffeeshops klein en beheersbaar te maken, de aantrekkingskracht op drugstoerisme te verminderen, overlast te beperken en de georganiseerde hennepcriminaliteit te bestrijden.

De uit dit beleid voortvloeiende algemene vereisten aan een coffeeshop, de AHOJGI-criteria, worden hierna nader toegelicht. 3.2 AHOJGI criteria Het coffeeshopbeleid voorziet in vergaande regulering. Slechts onder strikte voorwaarden wordt de verkoop van softdrugs in coffeeshops gedoogd. Bij de beoordeling van de vraag of tegen een coffeeshop opgetreden dient te worden, gelden de volgende criteria: A: geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; H: geen harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden; O: geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; J: geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar; G: geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik ( = 5 gram) én slechts een beperkte handelsvoorraad (niet meer dan 500 gram). Onder

4

‘transactie’ wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper; I: geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland. 3.3 Ontwikkelingen Experiment gesloten coffeeshopketen In het regeerakkoord van 2017 is afgesproken dat er een experiment komt met de teelt en verkoop van hennep of hasj voor recreatief gebruik. Dit moet plaatsvinden in een gesloten coffeeshopketen, vrij van criminaliteit. Het doel van het experiment is om te bekijken of een gesloten coffeeshopketen mogelijk is. Daarnaast wil het kabinet laten onderzoeken wat de effecten van het experiment zijn op de criminaliteit, veiligheid, overlast en de volksgezondheid. De afspraak in het regeerakkoord is ontstaan na een al langer lopende discussie over de werking van het huidige gedoogbeleid. In dit gedoogbeleid is de verkoop van hennep in coffeeshops onder voorwaarden gedoogd (voordeur), maar is de productie en aanlevering verboden (achterdeur). Steeds nadrukkelijker wordt in de samenleving aandacht gevraagd voor de problematiek die het gedoogbeleid met zich meebrengt. Het gaat dan over problematiek op het gebied van openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. De Wet experiment gesloten coffeeshopketen is op 1 juli 2020 inwerking getreden.

Tijdens het experiment zal het in maximaal tien gemeenten mogelijk zijn om in de coffeeshops legaal geproduceerde hennep te verkopen. Deze hennep moet gecontroleerd zijn op kwaliteit. De hennep wordt geproduceerd door ten hoogste tien telers. Deze telers zijn inmiddels door de ministers aangewezen. Coffeeshops in de gemeenten die meedoen aan het experiment mogen alleen legaal geproduceerde hennep verkopen. En telers die meedoen mogen alleen aan die coffeeshops verkopen. Dit is wat wordt bedoeld met een gesloten coffeeshopketen. Gemeente Noordoostpolder doet niet mee aan dit experiment. Het experiment zal minimaal vier jaar duren. In die vier jaar vindt ook een evaluatie plaats. Daarna zal de regering een besluit nemen over de toekomst van het coffeeshopbeleid. Op het moment van het vaststellen van onderhavig coffeeshopbeleid zijn de uitkomsten van het experiment nog onbekend. Als de uitkomsten bekend worden, zal binnen de grenzen van de alsdan geldende wet- en regelgeving worden bezien in hoeverre het coffeeshopbeleid aanpassing/verruiming behoeft. Rookverbod Vanaf 1 april 2020 is de Tabaks- en rookwarenwet aangepast en geldt een algeheel verbod op het roken van tabak in de horeca en coffeeshops. Krachtens deze wet zijn ook de exploitanten van coffeeshops gehouden dit verbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven.

De Voedsel en Waren Autoriteit is de instantie die belast is met de landelijke handhaving van het rookverbod. Het is vooralsnog wel mogelijk om in de coffeeshop cannabis puur te roken, met herbal mixes of door gebruik te maken van verdampers.

4. Lokaal Softdrugbeleid Naast de landelijke gedoogcriteria gelden in de gemeente Noordoostpolder specifieke, op de lokale situatie afgestemde criteria voor het gedogen van een coffeeshop. De gedoogcriteria zijn van toepassing op de gedoogverklaring die door de burgemeester voor de exploitatie van de coffeeshop wordt afgegeven. De lokale gedoogcriteria van gemeente Noordoostpolder vormen deels een (nadere) invulling van de landelijke gedoogcriteria en gelden deels in aanvulling daarop. De lokale gedoogcriteria dienen in het licht van de landelijke gedoogcriteria te worden uitgelegd en toegepast. Dit geldt bijvoorbeeld bij de toepassing van het handhavingsbeleid van dit coffeeshopbeleid. 4.1 Relatie met exploitatievergunning Naast een gedoogverklaring dient ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop te worden beschikt over een exploitatievergunning van de burgemeester, op grond van de APV artikel 2:28. Aan deze exploitatievergunning kunnen in het belang van de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en de zedelijkheid, aanvullende voorschriften of beperkingen worden verbonden in verband met de specifieke omstandigheden van de desbetreffende coffeeshop, de locatie en omgeving daarvan, degene die de coffeeshop feitelijk exploiteert of in verband met andere omstandigheden. De voorschriften en beperkingen

5

aan de exploitatievergunning kunnen worden gesteld in aanvulling op en in afwijking van de gedoogcriteria in dit coffeeshopbeleid. Ook nadat de gedoogverklaring en exploitatievergunning zijn afgegeven kunnen daaraan, als daarvoor aanleiding bestaat, voorschriften en beperkingen worden verbonden. 4.2 Definities Voor de toepassing van het coffeeshopbeleid – in het bijzonder de lokale gedoogcriteria van gemeente Noordoostpolder– wordt onder de hierna volgende begrippen het volgende verstaan: “Coffeeshop”: de horeca-inrichting, zijnde een besloten ruimte, waar met een vergunning van de burgemeester alcoholvrije dranken worden verkocht en waar verkoop (en eventueel gebruik) van softdrugs als bedoeld in dit coffeeshopbeleid (hoofdstuk 5 onder c) plaatsvindt op grond van een daartoe door de burgemeester verleende gedoogverklaring. “Inrichting”: het lokaal c.q. de fysieke ruimte – met inbegrip van de niet voor het publiek toegankelijke delen daarvan (o.a. het kantoor, magazijn, etc.) – waarin de coffeeshop wordt geëxploiteerd. “Degenen die in de stichting participeren”: de bestuurder van de stichting, tevens de feitelijke exploitant en de leden van de raad van toezicht. “Degenen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren”: de feitelijke exploitant en overige leidinggevende(n), die op de exploitatievergunning staan vermeld.

“Formele exploitant”: de stichting waaraan de gedoogverklaring en exploitatievergunning is verleend. “Feitelijke exploitant”: de bestuurder die door de raad van toezicht van de stichting is aangesteld als verantwoordelijke voor de bedrijfsvoering van de coffeeshop, en die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van de coffeeshop, en die als zodanig op de gedoogverklaring en exploitatievergunning staat vermeld. “Leidinggevende(n)”: de natuurlijke persoon of personen die naast de feitelijke exploitant de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in de coffeeshop en die als zodanig op de exploitatievergunning staat of staan vermeld. “Personeel”: de natuurlijke personen die dienst doen ten behoeve van de coffeeshop, waaronder de feitelijke exploitant en overige leidinggevenden. “Bezoeker”: eenieder die zich in de inrichting bevindt, met uitzondering van: 1. de feitelijke exploitant en overige leidinggevenden; 2. overig personeel; 3. personen wier aanwezigheid in de coffeeshop wegens dringende redenen noodzakelijk is; 4. overheidsfunctionarissen in de uitoefening van hun functie. 4.3 Maximumstelsel In het licht van de doelstellingen van het coffeeshopbeleid, wordt in de gemeente Noordoostpolder een maximumstelsel gehanteerd ter zake van het toegestane aantal coffeeshops. Dit maximumstelsel is gebaseerd op onderzoek (Mennes & Van der Lee, 2023).

Concreet houdt het maximumstelsel in dat binnen de gemeente Noordoospolder maximaal één gedoogverklaring wordt afgegeven. Als het maximum van één coffeeshop is bereikt – dat wil zeggen dat hiervoor een gedoogverklaring en exploitatievergunning van kracht zijn – dan worden verdere aanvragen voor de exploitatie van een coffeeshop op grond van dit maximumstelsel afgewezen. 4.4 Niet-commerciële coffeeshop De in de gemeente Noordoostpolder gedoogde coffeeshop dient geëxploiteerd te worden in de vorm van een stichting. In dit verband wordt gesproken van het “stichtingsmodel”. Hiermee wordt beoogd een nietcommerciële coffeeshopexploitatie te realiseren, waarbij – anders dan bij een commerciële coffeeshop – de exploitatie niet gericht is op het behalen van winst, maar op het geven van voorlichting over verantwoord softdrugsgebruik en het verrichten van preventieactiviteiten. Dit sluit aan bij de doelstellingen van dit coffeeshopbeleid.

6

Hoewel een niet-commerciële coffeeshop geen winst nastreeft, kan er uit de exploitatie een eventuele winst ontstaan. Die winst zal door de stichting in eerste instantie worden gebruikt voor het verbeteren van de kwaliteit van de eigen organisatie gelet op artikel 2:285 BW en artikel 2:286 BW tot en met 2:307 BW. Daarnaast zal de winst maximaal worden ingezet om (extra) voorlichting en andere preventieactiviteiten met betrekking tot (soft)drugsgebruik te organiseren en een bijdrage te leveren aan de verslavingszorg in algemene zin. Daarbij dient de winstbestemming primair ten goede te komen aan de inwoners van de Noordoostpolder. De stichting kent een bestuurder en een raad van toezicht. De bestuurder is tevens de exploitant van de coffeeshop. De raad van toezicht, bestaande uit minimaal drie en maximaal vijf personen, houdt integraal toezicht op het beleid van de bestuurder, op de bedrijfsvoering en op de algemene gang van zaken binnen de stichting. Gestelde eisen aan stichting en statuten De werkwijze, verantwoordelijkheid en doelstelling van de stichting, zoals in het beleid beschreven, moeten worden verankerd in de statuten en in een huishoudelijk reglement. Dit geldt eveneens voor de wijze waarop het interne toezicht wordt georganiseerd en wordt gehouden.

De bezoldiging van degenen die in de stichting participeren en van het overige personeel dient in verhouding te staan met de te leveren prestaties en geobjectiveerd te zijn. In de statuten moet tevens worden opgenomen dat financiële bijdragen kunnen worden verstrekt aan doelen, organisaties en instellingen binnen het verzorgingsgebied van de coffeeshop, die een ideële of sociale strekking hebben of die bijdragen aan de leefbaarheid van gemeente Noordoostpolder. Deze moeten overeenkomen met de doelstellingen van het coffeeshopbeleid en met hetgeen hierboven is aangeduid bij de winstbesteding. De stichting en de exploitatie van de coffeeshop moeten voldoen aan de ter zake gestelde gedoogvoorwaarden. 4.5 (Vestigings)criteria De locatie waar de coffeeshop wordt gevestigd dient aan bepaalde vestigingscriteria te voldoen. Deze vestigingscriteria worden in deze paragraaf uiteengezet. Overige criteria De volgende eisen voor de locatie gelden: 1. een coffeeshop wordt uitsluitend toegestaan in een pand dat al voldoet of zal voldoen aan de inrichtingseisen die gesteld worden in de geldende, van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), de gemeentelijke bouwverordening, de APV en het Alcoholbesluit, tenzij hiervan in dit beleid expliciet wordt afgeweken.

(Zie aanvullend de gestelde eisen in hoofdstuk 5 “de lokale gedoogcriteria van gemeente Noordoostpolder”, onder a. “de inrichting”); 2. de omgevingskenmerken van de locatie als zodanig mogen er niet toe leiden dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de coffeeshop en/of de openbare orde en veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed; 3. er is sprake van een goed zichtbare locatie, met het oog op de wens van (maatschappelijke) controle. 4. de coffeeshop wordt niet in de directe omgeving van het busstation in het centrum van Emmeloord gevestigd; 5. de coffeeshop mag niet in verbinding staan met een woning. De coffeeshop mag niet gevestigd worden buiten de gebieden die aangegeven zijn op de vestigingskaart in bijlage X, deze gebieden zijn gebaseerd op de volgende eisen: 1. De afstand tussen de coffeeshop en scholen voor basis- en voortgezet onderwijs is minimaal 200 meter. Voor beide geldt de “afstand van deur tot deur” waarvoor de volgende definitie gehanteerd wordt: “de reëel af te leggen afstand te voet over de openbare weg van de toegangsdeur van de coffeeshop tot de hoofdingang van de school. Is de school omheind door een hekwerk, dan geldt

7

als “afstand van deur tot deur” de afstand van de toegangsdeur van de coffeeshop tot de dichtstbijzijnde regulier gebruikte toegangsdeur in het hekwerk van de school; 2. De locatie waar de coffeeshop wordt gevestigd, mag niet gelegen zijn aan een straat waar de woonfunctie centraal staat; 3. De coffeeshop mag niet gelegen zijn binnen een afstand van 200 meter van een jongerencentrum een, daklozen -en of een verslaafdenopvang of -instelling. Hiervoor geldt de “afstand van deur tot deur” waarvoor de volgende definitie gehanteerd wordt: “de reëel af te leggen afstand te voet over de openbare weg van de toegangsdeur van de coffeeshop tot de hoofdingang van de instelling. Is de instelling omheind door een hekwerk, dan geldt als “afstand van deur tot deur” de afstand van de toegangsdeur van de coffeeshop tot de dichtstbijzijnde regulier gebruikte toegangsdeur in het hekwerk van de instelling Omgevingsplan Een coffeeshop kan slechts gevestigd worden op een locatie met een horecafunctie. Een horecabestemming wil zeggen een bestaande, geldende bestemming ten behoeve van de gebruiksfunctie horeca (als toegestane functie binnen een bestemming of aanduiding) - niet zijnde een bestemming hoofdzakelijk ten behoeve van logies - vastgelegd in het bestemmingsplan. Het moet hierbij gaan om gebruik ten behoeve van volwaardige horeca.

Een locatie met een al bestaande horecabestemming heeft de voorkeur, omdat hier al een belangenafweging heeft plaatsgevonden voor het vestigen van een horecagelegenheid. Hierbij zijn ook de belangen van, onder meer omwonenden, betrokken. Indien een aanvraag wordt ingediend voor een locatie zonder horecabestemming, dan zal beoordeeld worden of de coffeeshop toegestaan kan worden op die locatie door middel van een tijdelijke planologische afwijking. Het instrument hiervoor is het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan gedurende de periode dat de gedoogverklaring wordt afgegeven. Er zal alsdan beoordeeld worden of meegewerkt zal worden aan een dergelijke planologische afwijking, waarbij ruimtelijke, milieutechnische en draagvlak aspecten een rol spelen. Als de gemeente hieraan niet wil meewerken, zal de aanvraag worden afgewezen. 4.6 Verstrekking voor bepaalde tijd. Doordat in gemeente Noordoostpolder één coffeeshop wordt toegestaan, zijn de gedoogverklaring en de vergunning om de coffeeshop te exploiteren schaarse toestemmingen.

Dit heeft onder meer op grond van de Europese Dienstenrichtlijn, de Dienstenwet en de "nationale mededingingsnorm" tot gevolg dat de vergunningsduur in tijd beperkt dient te worden en een transparante procedure gevolgd dient te worden, zodat er mededinging gecreëerd wordt en meerdere gegadigden kans maken zodra een gedoogverklaring en exploitatievergunning beschikbaar komen (gelet op ECLI:NL:RVS:2016:2927, ECLI:NL:RVS:2016:1421 en ECLI:NL:CBB:2009:BI6466). Zes jaar In de gemeente Noordoostpolder zal een gedoogverklaring voor de exploitatie van een coffeeshop voor een periode van ten hoogste zes jaar worden afgegeven. Een periode van zes jaar, wordt redelijk geacht om de stichting voldoende tijd te bieden om de doelstellingen van de stichting te verwezenlijken, een rendabele exploitatie op te zetten en daarmee gemoeide investeringen terug te verdienen. Hierbij zij benadrukt dat het gaat om een niet-commerciële exploitatie. Tevens is deze termijn voldoende lang voor de gemeente om een goed beeld te krijgen van de wijze waarop de coffeeshop wordt geëxploiteerd en daarop toezicht en handhaving af te stemmen. Minimaal zes maanden voor de afloop van de termijn waarvoor de gedoogverklaring (en exploitatievergunning) is verstrekt wordt de inschrijfprocedure gestart, zoals omschreven in hoofdstuk 6 van dit coffeeshopbeleid.

Deze inschrijfprocedure strekt ertoe een gedoogverklaring (en exploitatievergunning) voor een nieuwe coffeeshop te verlenen, opdat de exploitatie van de nieuwe coffeeshop zo snel mogelijk na het expireren van de bestaande gedoogverklaring (en exploitatievergunning) kan worden opgestart. Degene aan wie eerder een gedoogverklaring en exploitatievergunning is verleend, kan eveneens aan deze procedure deelnemen, tenzij vanwege het overtreden van toepasselijk beleid, wet- en regelgeving, de gedoogverklaring en exploitatievergunning (had moeten) zijn ingetrokken.

8

De termijn waarvoor de gedoogverklaring (en exploitatievergunning) is verstrekt, kan worden verkort of de gedoogverklaring (en exploitatievergunning) kan tussentijds worden ingetrokken, wanneer omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Dit kan onder meer het geval zijn als niet langer wordt voldaan aan de gedoogcriteria, een Bibob- onderzoek uitwijst dat er sprake is van een ernstig gevaar in de zin van artikel 3 van de Wet Bibob, bij opheffing/ontbinding van de stichting, of bij verplaatsing of uitbreiding van de inrichting waarin de coffeeshop wordt geëxploiteerd. Eventuele tussentijdse wijzigingen van dit coffeeshopbeleid zijn niet van invloed op de termijn waarvoor de gedoogverklaring (en exploitatievergunning) is verstrekt. In deze gevallen blijft deze termijn, ook na dergelijke wijzigingen onverminderd van kracht. 4.7 Gedoogverklaring en wijzigingen De gedoogverklaring wordt verleend aan de stichting die door het bestuur wordt vertegenwoordigd. Daarmee is de stichting de formele exploitant. De gedoogverklaring is verbonden aan de stichting. De gedoogverklaring is niet overdraagbaar. Dit houdt verband met de bijzondere eisen die aan de formele exploitant van een coffeeshop worden gesteld.

Indien de stichting en de aan haar verbonden coffeeshop dan wel de exploitatie daarvan een verandering ondergaat waardoor zij niet langer in overeenstemming is met de exploitatievergunning en de daaraan ten grondslag liggende aanvraag en met de gedoogverklaring, is de stichting dan wel de exploitant mede namens de stichting, verplicht de bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien nog aan de in het onderhavige coffeeshopbeleid gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde exploitatievergunning en gedoogverklaring, waarin de omschrijving wordt aangepast aan de nieuwe situatie. De resterende termijn van de eerder verstrekte exploitatievergunning en gedoogverklaring kan na de wijziging van de exploitatievergunning worden uitgezeten. Dit betekent wel dat een toetsing aan de wet Bibob moet plaatsvinden evenals een toetsing aan het criterium "niet in enig opzicht van slecht levensgedrag". Het vorenstaande geldt uitsluitend voor zover de verandering betrekking heeft op de volgende situaties: • wijziging feitelijke exploitant; • wijziging leidinggevende; • wijziging leden raad van toezicht; • wijziging in het bestuur; • wijziging van de statuten dan wel huishoudelijk reglement; • wijziging indeling van het pand/de inrichting of de locatie; • Een splitsing of fusie van de stichting.

4.8 Eisen stichting en personeel Om voor een gedoogverklaring in aanmerking te komen dienen degenen die de coffeeshop feitelijk exploiteren de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt. Alle personen die participeren in de stichting, een rol hebben binnen de stichting of verbonden zijn aan de stichting mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Indien voornoemde personen in een periode van vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag veroordeeld zijn of een transactie van het Openbaar Ministerie hebben geaccepteerd bij overtreding van artikelen 2 of 3 Opiumwet, heling, fraude, geweldsdelicten, handel in of het bezitten van vuurwapens en/of steekwapens, dan wel enig ander misdrijf, wordt aangenomen dat deze personen niet voldoen aan de eis dat zij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mogen zijn en worden de gedoogverklaring en exploitatievergunning geweigerd. Ditzelfde geldt voor het (overige) personeel dat in de coffeeshop werkzaam is/zal zijn. Indien gedurende de exploitatie blijkt dat één of meerdere van bovengenoemde personen niet (langer) voldoet (voldoen) aan de eis dat hij (zij) niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is (zijn), (bijvoorbeeld door het plegen van een strafbaar feit), dan zal de burgemeester beoordelen of volstaan kan worden met het vervangen van de betreffende persoon/personen door de stichting.

De stichting zal in de arbeidsovereenkomsten met het personeel opnemen dat om deze reden het personeelslid wordt ontslagen en tevens zal in de statuten worden opgenomen dat om deze redenen een bestuurslid (de exploitant) of lid

9

van de raad van toezicht (commissaris) zal moeten aftreden. Indien naar het oordeel van de burgemeester door de stichting niet voldoende adequaat maatregelen worden getroffen jegens het personeelslid, het bestuurslid (de exploitant) of het lid van de raad van toezicht (de commissaris), dat niet langer voldoet aan de eis dat hij (zij) niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, dan kan de burgemeester besluiten om de gedoogverklaring en exploitatievergunning in te trekken.

5. Gedoogcriteria gemeente Noordoostpolder De gedoogcriteria van de gemeente Noordoostpolder gelden ten aanzien van de volgende onderwerpen: a) de inrichting; b) de (samenstelling en het doel van de) stichting en het personeel; c) de softdrugs; d) de overige producten; e) de bezoekers; f) de administratie; en g) de exploitatie. Bovenstaande criteria gelden naast hoe wordt omgegaan met de wijzigingen zoals bedoelt onder 4.7. Ad a. de inrichting Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de inrichting waarin de coffeeshop wordt geëxploiteerd de volgende eisen gesteld: 1. de inrichting dient te beschikken over een voor publiek toegankelijke verblijfsmogelijkheid; 2. de inrichting mag niet over een loket of afhaalpunt in de buitenmuur van de inrichting beschikken; 3. er mag geen rookruimte zijn; 4. de inrichting dient een open en transparant karakter te hebben. Vanuit de openbare ruimte is er zicht op en in de inrichting, zodat toezicht daarop, ook zonder daartoe de inrichting te hoeven betreden, vanaf de openbare ruimte mogelijk is. Dit zicht wordt blijvend gewaarborgd door onderhoud en door geen handelingen te (doen)verrichten of goederen of voorwerpen te plaatsen, zodanig dat het zicht op en in de inrichting wordt belet of beperkt. De ramen mogen niet (deels) afgeschermd of geblindeerd zijn; 5.

in de omgeving van de inrichting bevindt zich steeds voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers van de inrichting. Bij de bepaling hiervan wordt rekening gehouden met de aard en de omgeving van de coffeeshop; 6. de toevoer van bezoekers naar de inrichting leidt niet tot verkeersopstoppingen of andere verkeershinder; 7. de inrichting ziet er van buiten en van binnen blijvend verzorgd uit en bevindt zich in een goede staat van onderhoud; 8. het terrein, daaronder begrepen de openbare ruimte, rondom de inrichting wordt schoongehouden, gereinigd en blijft vrij van afval (in de ruimste zin van het woord); 9. op het terrein en in de directe omgeving van de inrichting mogen geen bezoekers of personeelsleden van de coffeeshop blijven “hangen”, hierop wordt door de portier actief toegezien; 10. er wordt actief op toegezien dat niet wordt geblowd in de directe omgeving van de inrichting; 11. de inrichting mag niet voorzien zijn van een terras; 12. de oppervlakte van de verblijfsruimte voor bezoekers van de coffeeshop mag niet minder dan 20 m2 en niet meer dan 100 m2 bedragen. De definitie van verblijfsruimte luidt (cf. Besluit Bouwwerken leefomgeving): “in een verblijfsgebied gelegen ruimte voor het verblijven van personen;. Er geldt een minimale plafondhoogte van 2,10 meter voor bestaande gebouwen overeenkomstig het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (art.

3.90 lid 2) en in afwijking van het Besluit eisen Drank- en Horecawet; Ad b. de (samenstelling en het doel van de) stichting en het personeel Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de stichting, de personen die daarin participeren en het (overige) personeel de volgende eisen gesteld: 13. de coffeeshop wordt geëxploiteerd in de vorm van een stichting zonder winstoogmerk. Dit moet onder meer blijken uit de statuten; 14. de stichting kent als organen een bestuur en een raad van toezicht (raad van

10

commissarissen); Het bestuur bestaat in ieder geval uit de voorzitter en bestuursleden (minimaal drie leden) van de coffeeshop. De raad van toezicht bestaat uit minimaal drie leden en maximaal vijf leden en benoemt het bestuur. Ten minste een en bij voorkeur twee leden van het bestuur dan wel de raad van toezicht hebben aantoonbaar ervaring in het sociaal-maatschappelijke werkdomein (bijvoorbeeld in het onderwijs of de verslavings-/gezondheidszorg); De gemeente Noordoostpolder, vertegenwoordigd door de burgemeester, is lid van de aanstellingscommissie welke de commissarissen aanstelt voor de raad van toezicht. 15. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen een minimale leeftijd van 21 jaar te hebben; 16. de personen die participeren in de stichting alsmede het (overige) personeel van de coffeeshop, mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; 17. de personen die (vanuit de stichting) de coffeeshop feitelijk exploiteren moeten beschikken over een bewijsstuk waaruit blijkt dat zij beschikken over voldoende kennis en inzicht over de werking van drugsgebruik en de daaraan verbonden (gezondheid)risico’s. Daarnaast dienen zij te beschikken over een SVH Verklaring Sociale Hygiëne; 18.

de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren hebben een plicht bezoekers te informeren over en mogelijk te verwijzen naar verslavingszorg als zij grond hebben of zouden moeten hebben voor het oordeel dat er sprake is van verslaving bij bezoekers van de coffeeshop; 19. de stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren hebben aantoonbaar een actieve rol richting de verslavingszorg en andere instanties. Dit moet o.a. blijken uit regelmatige contactmomenten met de verslavingszorg, onderwijsinstellingen en hulp- en dienstverlenende instanties. De exploitant neemt deel aan een nog in te richten netwerkoverleg met Tactus, Carrefour, Jongerenwerk Heelal, politie en gemeente. 20. ten minste één keer per jaar vindt een omwonendenoverleg plaats. Hieraan nemen ten minste deel de voorzitter van het bestuur en een afvaardiging van de omwonenden; 21. in de coffeeshop mag alleen personeel werkzaam zijn dat voldoet aan de gedoogvoorwaarden en de exploitatievergunning; 22. een lijst van het actuele personeelsbestand moet bij de gemeente worden aangeleverd; 23. wijzigingen (in het personeelsbestand en overige wijzigingen) worden binnen één maand bij de gemeente gemeld zoals vermeld onder 4.7 Ad c.

de softdrugs Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de softdrugs die in de inrichting aanwezig zijn en die worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, de volgende eisen gesteld: 24. in de coffeeshop mogen slechts cannabisproducten, zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet worden aangeboden; 25. softdrugs mogen uitsluitend in de inrichting – d.w.z. binnen het voor publiek toegankelijke lokaal – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Niet buiten de inrichting (via internet, telefoon, koerier, pakketpost, etc.) en ook niet via een loket of afhaalpunt in de buitenmuur van de inrichting; 26. in de inrichting mogen geen andere verdovende middelen aanwezig zijn dan de onder gedoogvoorwaarde 28 genoemde softdrugs; 27. aan één en dezelfde persoon mag in de inrichting per dag maximaal 5 gram aan softdrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt; 28. de maximale voorraad softdrugs die in de inrichting aanwezig mag zijn, mag niet meer bedragen dan 500 gram; 29. er mogen geen softdrugs in de vorm van etenswaar of drank worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn, zoals in de vorm van spacecake. Ad d.

De overige producten Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden ten aanzien van andere producten dan softdrugs die in de inrichting aanwezig zijn en die worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, de volgende eisen gesteld: 30. in de inrichting mogen geen alcoholhoudende dranken worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel (daartoe) aanwezig zijn; 31. in de inrichting mogen in beperkte mate en ondergeschikt uitsluitend alcoholvrije dranken, etenswaren en aan softdrugs verwante kleinwaren – zoals vloeitjes, gripzakjes, aanstekers, vaporizers, kruidenmixen etc. – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;

11

32. de producten als bedoeld in gedoogvoorwaarde 31 mogen alleen in de inrichting – d.w.z. binnen het voor publiek toegankelijke lokaal – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Niet buiten de inrichting, zoals bedoeld in gedoogvoorwaarde 25. Ad e. de bezoekers Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden ten aanzien van bezoekers van de coffeeshop de volgende eisen gesteld: 33. in de inrichting mogen geen personen aanwezig zijn die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Aan deze personen mogen door of door middel van de coffeeshop geen softdrugs (doen) worden verkocht, afgeleverd of verstrekt; 34. de bezoekers van de coffeeshop dienen te beschikken over een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitskaart, verblijfsdocument en/of rijbewijs). De personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen dit te controleren. Ad f. de administratie Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de (te voeren) administratie de volgende eisen gesteld: 35. naast het voeren van de volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen verplicht gestelde administratie, moet een verkoopboek, inkoopboek en kas- of giroboek betreffende de (alle) aankoop en verkoop van softdrugs worden bijgehouden. Deze administratie dient inzichtelijk en overzichtelijk te zijn; 36.

de onder gedoogvoorwaarde 35 genoemde administratie dient steeds in de inrichting aanwezig te zijn en dient te worden bewaard gedurende een periode van zeven jaar; 37. de stichting dient desgevraagd een bewijs van goed betaalgedrag van de Belastingdienst te overleggen aan de gemeente, als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen 2024; 38. een afschrift van het personeelsbestand als bedoeld in gedoogvoorwaarde 22 moet steeds in de inrichting aanwezig zijn ten behoeve van controles door o.a. gemeentelijke toezichthouders of politieambtenaren; 39. een exemplaar of afschrift van de geldende exploitatievergunning en gedoogverklaring moet in de inrichting aanwezig zijn ten behoeve van controles door o.a. gemeentelijke toezichthouders of politieambtenaren. # Ad g. de exploitatie Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de exploitatie en bedrijfsvoering van de coffeeshop de volgende eisen gesteld: 40. de inrichting mag uitsluitend geopend zijn tussen 16.00 uur en 22.00 uur. Buiten deze tijden dient de inrichting voor het publiek gesloten te zijn; 41. buiten de openingstijden dient voor het publiek duidelijk te zijn dat de inrichting gesloten is. Dit moet blijken uit uiterlijke kenmerken, zoals een aanduiding “gesloten”, de vergrendeling van de toegang, het uitdoen van de verlichting, etc.; 42.

tijdens de openingstijden van de inrichting dient altijd de voorzitter van het bestuur of, bij diens tijdelijke afwezigheid, een andere leidinggevende in de inrichting aanwezig te zijn. Deze leidinggevende dient als zodanig te zijn vermeld op de exploitatievergunning; 43. in de inrichting mogen zich geen kansspelautomaten bevinden, overeenkomstig de Wet op de Kansspelen; 44. tijdens de openingstijden van de inrichting dient altijd ten minste één portier bij de toegang van de inrichting aanwezig te zijn. De portier(s) dien(t)(en) te voldoen aan het gestelde in de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus (WPBR). De functie van portier mag niet worden verricht door anderen dan degenen die voldoen aan de WPBR; 45. de exploitatie van de coffeeshop gebeurt zodanig dat daarbij, of ten gevolge daarvan, geen overlast ontstaat in welke vorm dan ook, in de directe omgeving van de coffeeshop. In ieder geval de portier, de leidinggevende en feitelijke exploitant treden op in geval van overlastsituaties; 46. softdrugs mogen uitsluitend tegen betaling (contant of pin) in de vorm van binnen Nederland geldende valuta worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs om niet, in ruil voor goederen, onderpand of anderszins, is niet toegestaan.

Dit geldt ook voor de overige producten die in de inrichting worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;

12

47. in de inrichting, buiten het zicht van passanten, moet op een voor bezoekers zichtbare en begrijpelijke wijze de prijslijst van producten, waaronder softdrugs worden kenbaar gemaakt; 48. het is niet toegestaan om reclame te maken voor de verkoop vanuit de coffeeshop van softdrugs of andere producten. Dit geldt voor iedere (reclame-)uiting die vanaf de openbare ruimte de aandacht vestigt op, dan wel de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs en andere producten in de inrichting bevordert of anderszins stimuleert; 49. van gedoogvoorwaarde 56 is uitgezonderd de naamaanduiding, eventueel met bijbehorend onderschrift of logo, die aan de inrichting mag worden aangebracht en waaruit bezoekers kunnen afleiden dat in de inrichting softdrugs worden verkocht. Deze aanduiding dient te voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving – o.a. het omgevingsplan en de beleidsregel uiterlijk bouwwerken – en behoeft voorafgaande goedkeuring van de burgemeester en -indien aangewezen als bevoegd gezag- van het college van burgemeester en wethouders; 50. op een voor bezoekers duidelijke plaats in de inrichting dient een voorziening aanwezig te zijn met daarin gratis voor bezoekers mee te nemen informatiemateriaal over o.a. de gevolgen van drugsgebruik voor de volksgezondheid, verslavingszorg, psychische hulp, etc.

Er dient structureel voldoende informatiemateriaal in de voorziening aanwezig te zijn; 51. de stichting en/of personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren, organiseren en stimuleren activiteiten met betrekking tot informatie en voorlichting over drugsgebruik gericht op particulieren, groepen en onderwijsinstellingen en onderhouden actief contact met gebruikers van drugs, over de gevolgen van drugsgebruik; 52. de stichting en/of personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dragen actief bij aan het preventiebeleid, de verbetering van dit beleid, het controleerbaar houden van prijzener mag geen sprake zijn van woekerprijzen- alsmede van de kwaliteit, in samenwerking met de (overheids)instellingen die betrokken zijn bij het toezicht en de handhaving van de gedoogde handel in softdrugs. Voor zover mogelijk wordt voorlichting gegeven over de herkomst en samenstelling van de softdrugs; 53. de stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren moeten toestaan dat toezichthouders van de gemeente, politieambtenaren, dan wel andere bevoegden die belast zijn met de handhaving van de met de exploitatie van een coffeeshop verband houdende wet- en regelgeving, regelmatig controles uitoefenen in en naar de coffeeshop, de inrichting en de directe omgeving daarvan.

De stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren verlenen alle medewerking aan deze controles. In het bijzonder verschaffen zij van de coffeeshop op eerste aanvraag de exploitatievergunning en gedoogverklaring en andere administratie, genoemd onder Ad f van deze gedoogvoorwaarden; 54. de stichting dient te handelen conform haar statuten; 55. de raad van toezicht heeft naast zijn andere taken, nadrukkelijk ook een controlerende en toezichthoudende taak. Desgevraagd of op eigen initiatief zal een afvaardiging van de raad van toezicht aan de burgemeester en/of het college inzage verschaffen over het gehouden toezicht binnen de stichting; 56. de statuten dienen te (blijven) voldoen aan de hiervoor gestelde (wettelijke) eisen ten aanzien van de doelstelling, de besteding van middelen en de samenstelling van het bestuur en de raad van toezicht. Aanpassing, aanvulling of afwijking van de gedoogcriteria Als bijzondere omstandigheden met betrekking tot een of meer van de bovengenoemde onderwerpen daartoe aanleiding geven (bijvoorbeeld door veranderde wet- en regelgeving), kunnen de gedoogcriteria worden aangepast, aangevuld, of kan hiervan worden afgeweken. Dit kan zowel een verzwaring als een versoepeling van de gedoogcriteria betekenen.

Aanpassingen, aanvullingen of afwijkingen zijn alleen toegestaan als ze aansluiten bij en bijdragen aan de doelstellingen van het coffeeshopbeleid. Deze voorwaarden worden expliciet vastgelegd in de gedoogverklaring. Ook kunnen, in verband met de exploitatievergunning en de daarbij behorende belangen, de voorwaarden voor de exploitatie van de coffeeshop worden aangevuld of afgeweken van de gedoogcriteria.

6. Verdeelprocedure gedoogverklaring en exploitatievergunning De gemeente Noordoostpolder beschouwt de gedoogverklaring en de exploitatievergunning ten behoeve van een coffeeshop als “schaarse toestemmingen”. Daarom stelt zij speciale eisen aan de procedure die

13

gevolgd moet worden bij de toekenning van een dergelijke toestemming. De gemeente zal “op een naar buiten toe kenbare wijze” bekend maken dat een schaarse toestemming beschikbaar is en binnen welke periode aanvragen voor de gedoogverklaring en exploitatievergunning kunnen worden ingediend. Ook zal de verdelingsprocedure bekend worden gemaakt, waarbij duidelijk is welke eisen aan de aanvragen worden gesteld. Dit hoofdstuk beschrijft de procedure voor nieuwe aanvragen van een gedoogverklaring en exploitatievergunning. 6.1 Bekendmaking openstelling procedure toekenning nieuwe gedoogverklaring en exploitatievergunning Komen in de gemeente Noordoostpolder binnen het maximumstelsel een gedoogverklaring en exploitatievergunning vrij, dan wordt de in deze paragraaf behandelde procedure gevolgd. Door het beperkt aantal beschikbare gedoogverklaringen in Nederland, ontvangen gemeenten regelmatig vragen van belangstellenden die een coffeeshop willen beginnen. Belangstellenden kunnen zich niet inschrijven voor de toewijzing van een vrijkomende gedoogverklaring. De gemeente legt geen wachtlijst aan. In plaats daarvan wordt bij het vrijkomen van een gedoogverklaring en exploitatievergunning een vaste procedure gevolgd.

Van de openstelling van deze procedure wordt eerst een openbare bekendmaking gedaan via in ieder geval de gemeentelijke website en via het huis-aan-huisblad waarin de officiële gemeentelijke publicaties worden opgenomen, dan wel via de dan gebruikelijke wijze van bekendmaking van officiële publicaties. Zonder en eerder dan een dergelijke bekendmaking is inschrijven niet mogelijk. 6.2 Wijze van indienen Gedurende de inschrijftermijn, vanaf de in de bekendmaking genoemde datum, kunnen belangstellenden een aanvraag om een gedoogverklaring en exploitatievergunning indienen. De aanvrager dient gebruik te maken van de aanvraagformulieren, zoals deze op de gemeentelijke website, via de zoekterm "coffeeshop" zijn te vinden. Het gaat om de volgende aanvraagformulieren: “gedoogverklaring coffeeshop", "exploitatievergunning" en het “Bibob vragenformulier”. Deze formulieren dienen te worden gebruikt en ingediend tezamen met de overige gevraagde bescheiden. Voorts is van belang dat betreffende de stichting (i.o.) een bewijs van inschrijving in de kamer van koophandel wordt bijgevoegd, alsmede de akte van oprichting en de statuten. Bij het openstellen van de aanvraagprocedure wordt aangegeven welke gegevens belangstellenden dienen te overleggen.

De aanvragen kunnen tijdens de openingstijden van het Klant Contact Centrum (KCC) gemeente Noordoostpolder in persoon aan de balie worden ingediend of digitaal via de website van de gemeente. De fysieke aanvraag dient te worden aangeboden in een gesloten enveloppe/verpakking met daarop vermeld de tekst “aanvraag coffeeshop”. Elke aanvraag wordt door een medewerker van het KCC voorzien van een datumstempel en tijdstip van ontvangst. De aanvrager krijgt een ontvangstbewijs uitgereikt met een datum en het tijdstip van de ontvangst zoals wordt aangetekend op de gesloten enveloppe/verpakking. De digitale aanvraag dient te voldoen aan de vereisten zoals vermeld op de website van de gemeente Noordoostpolder. De aanvragen moeten worden geadresseerd aan de burgemeester van Noordoostpolder. Een aanvraag moet betrekking hebben op zowel de gedoogverklaring als de exploitatievergunning, moet voldoen aan de indieningseisen uit artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), moet volledig en ondertekend zijn. Bij het indienen van de aanvraag dient sprake te zijn van een stichting, dan wel een stichting in oprichting, blijkend uit een verklaring van de notaris bij wie de oprichtingsakte wordt opgesteld en gepasseerd. In geval er sprake is van een stichting in oprichting bij het indienen van de aanvraag, moet de stichting zijn opgericht voor het einde van de hersteltermijn.

Tevens dien bij het indienen van de aanvraag een ondernemingsplan bijgevoegd te worden. In het ondernemingsplan kan de aanvrager een toelichting geven op de beoogde bedrijfsvoering en een beschrijving van de ondernemer zoals opleidingen en werkervaringen. De procedure kent een inschrijftermijn van zes weken. De inschrijftermijn vangt aan op de in de bekendmaking aangekondigde dag. Aanvragen worden in behandeling genomen als deze zijn ingediend binnen de in de bekendmaking genoemde inschrijftermijn en als deze voldoen aan de daaraan, in verband met deze procedure voorgeschreven eisen. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze voor het einde van de termijn in het bezit is van de gemeente Noordoostpolder. Aanvragen die voor aanvang van de in de bekendmaking aangekondigde dag (prematuur) worden aangeboden, worden niet in behandeling genomen.

14

Na afloop van de inschrijftermijn ontvangen aanvragen zullen evenmin in behandeling worden genomen. 6.3 Beoordeling aanvraag Nadat de termijn waarvoor de aanvraagprocedure is opengesteld is geëindigd, worden de aanvragen op de volgende wijze beoordeeld: A. volledigheid van de aanvraag: indien de aanvraag onvolledig is wordt betrokkene hierover schriftelijk geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld op grond van artikel 4:5 van de Awb om eenmalig binnen twee weken de aanvraag compleet te maken (hersteltermijn). Is na twee weken geen volledige aanvraag ingediend, dan wordt deze buiten behandeling gesteld. In geval er sprake is van een stichting in oprichting bij het indienen van de aanvraag, moet de stichting zijn opgericht voor het einde van de hersteltermijn. De stukken dienen ook binnen deze hersteltermijn te worden aangeleverd; B. toetsing aan de in het onderhavige coffeeshopbeleid opgenomen criteria: indien niet wordt voldaan aan de vestigingscriteria en de gedoogcriteria die in dit coffeeshopbeleid zijn gesteld, dan wordt de aanvraag afgewezen; C.

door een door de burgemeester aangewezen beoordelingscommissie, bestaande uit maximaal zes personen, waarvan in ieder geval één persoon uit het sociaal-maatschappelijk werkdomein komt, worden de aanvragen en de daarbij behorende bescheiden en bewijsstukken inhoudelijk beoordeeld en tegen elkaar afgewogen aan de hand van de volgende criteria: 1. Gedegenheid van het ondernemingsplan en de statuten Dit is de mate waarin het ondernemingsplan en de statuten het vertrouwen geven dat de stichting in staat zal zijn te voldoen aan de eisen uit dit coffeeshopbeleid. Hierbij wordt ook gekeken naar de motivatie en de haalbaarheid van het plan die in het ondernemingsplan tot uitdrukking komen, om een coffeeshop te exploiteren; 2. Niet-commerciële gedrevenheid Uit het ondernemingsplan en de statuten moet het niet-commerciële karakter van de stichting blijken en moet worden toegelicht, hoe en waaraan de inkomsten worden besteed, bijvoorbeeld ten aanzien van de voorlichting en preventie van de gevolgen van (soft)drugsgebruik; 3. Kwaliteit van het personeel/bestuur/leden raad van toezicht.

Uit het ondernemingsplan blijkt de mate waarin de personen die participeren in de stichting beschikken over bekendheid met de coffeeshopbranche, met de doelgroep, met de risico’s van drugsgebruik, ervaring hebben met de exploitatie van (horeca)ondernemingen en contacten hebben of in staat zijn deze te leggen en te onderhouden met verslavingszorg, onderwijsinstellingen en hulpen dienstverlenende instanties; 4. Aandacht voor intern toezicht en controle Uit het ondernemingsplan blijkt hoe de stichting interne audits uitvoert, welke interne procedures gehanteerd worden en hoe deze verankerd zijn in reglementen. Tevens wordt aangegeven hoe intern en extern verantwoording afgelegd wordt inzake de (financiële) huishouding van de stichting; 5. Aandacht voor drugsverslaving/preventiebeleid Dit is de mate waarin de stichting zich blijkens het ondernemingsplan en de statuten bezighoudt met het voorkomen van (soft)drugsverslaving. Daarbij is inbegrepen de voorgenomen aanpak van de voorlichting; 6. Beperking overlast omgeving Dit is de mate waarin de stichting maatregelen neemt om overlast voor de omgeving te voorkomen; 7. Veiligheid algemeen Dit is de mate waarin de stichting aandacht schenkt aan maatregelen ter bevordering van de veiligheid in de coffeeshop en de omgeving; 8. Uitstraling van de inrichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2207/documents/41020