11.3 Begroting GR IJsselmeergroep 2024.pdf
Tekst van het document
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING IJSSELMEERGROEP
Begroting 2024
Werkvoorzieningsschap IJsselmeergroep
Statutair gevestigd te Emmeloord Postadres: Postbus 2032, 8203 AA Lelystad Kantooradres: Vaartweg 67, 8243 PD Lelystad Telefoon : 0320 - 800000
BEGROTING 2024
Inhoudsopgave:
blz
Voorwoord
1
Uitgangspunten
2
Programmarekening
4
Toelichting op de begrote programmarekening
5
Financiering kapitaalgoederen per 31-12-2024
7
Risico- en Treasuryparagraaf
8
Paragrafen
10
Uitgangspunten meerjarenraming
13
Meerjarenraming
15
Voorschotheffing gemeentelijke bijdragen
16
Vaststelling
17
Bijlagen:
1.
Staat van vaste activa en afschrijvingen
18
2.
Berekening ven/vacht rijksbudget 2024
19
3.
Ontwikkeling loonkosten WSW versus rijkssubsidie
20
4.
Berekening EMU-saldo
21
5.
Notitie weerstandsvermogen
22
6.
Overzicht baten en lasten structureel of incidenteel
28
Voorwoord Voor u ligt de begroting van de Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep 2024. Deze begroting is eveneens tot stand gekomen in een onzekere tijd. De onrust in de wereld en de daarmee gepaard gaande stijging van de energieprijzen en prijzen van grond- en hulpstoffen maken de voorspelbaarheid van het resultaat van de bedrijfsvoering van de deelneming Concern voor Werk ongewis. Hoewel ervan uitgegaan kan worden dat de stijgende lijn van het resultaat van de afgelopen járen geconsolideerd zal kunnen worden, blijft deze onderneming opereren in de commerciële markt. Hoewel de doorontwikeling naar een sociale onderneming voldoende vertrouwen geeft zal de stijging van de kostprijs invloed hebben op het resultaat. Nog los daarvan neemt ook de onzekerheid binnen de doelgroep waarvoor passende werkgelegenheid wordt gevonden toe. Juist deze doelgroep lijkt onevenredig hard getroffen te worden door de steeds maar oplopende inflatie. Toch zijn we er wederom in geslaagd een verantwoorde en acceptabele begroting voor te kunnen leggen. Het resultaat is geraamd op C 92.000 negatief en daarmee conform de eerder vastgestelde meerjarenraming. Het negatieve resultaat kan volledig worden gefinancierd vanuit de reserves. Het vertrouwen dat de deelnemende gemeenten, via de Gemeenschappelijke Regeling, in Concern voor Werk hebben is onlosmakelijk verbonden aan het resultaat.
Het gunnen van gemeentelijke opdrachten in groenwerk, schoonmaakwerk en andere activiteiten is voorwaardelijk voor het realiseren van de taakstelling. In de publieke opinie en het rijksoverheid beleid is een belangrijke trendbreuk merkbaar. De infrastructuur van sociale ondernemingen wordt steeds belangrijker in het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben extra hulp en begeleiding nodig om een betaalde baan te vinden die goed bij hen past. Voor hen is werk meer dan economische zelfstandigheid. Het biedt kansen tot ontwikkeling, geeft structuur en draagt bij aan gezondheid en geluk. De coronacrisis heeft het belang van betaald werk voor hen nog extra benadrukt. Werkgevers zien mogelijkheden om meer mensen met een ondersteuningsbehoefte werk te bieden in een regulier bedrijf. Alleen lopen ze in de praktijk tegen belemmeringen aan, zoals (financiële) risico’s en de behoefte aan extra begeleiding en ondersteuning op de werkvloer. Door werkgevers te ondersteunen, regels te versimpelen en risico’s weg te nemen, kunnen zij openstaande vacatures invullen, bijdragen aan het herstel van de economie en de rol van inclusief werkgever vervullen. Voor wie de reguliere arbeidsmarkt vooralsnog een brug te ver is, zijn werkplekken in een beschermde omgeving nodig. Sociaal ontwikkel bed rijven bieden deze beschermde omgeving.
Een beschermde werksituatie faciliteert en stimuleert om talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld via praktijkleren. Zo zorgen sociaal ontwikkel bedrijven samen met sectorwerkgevers ervoor dat een deel van deze mensen de stap kan zetten naar de reguliere arbeidsmarkt. Gaat het werken bij een reguliere werkgever niet goed? Dan moeten werknemers en werkgevers kunnen terugvallen op het sociaal ontwikkelbedrijf, die daarmee dus een opstap- en terugvalfunctie vervult. Onverlet genoemde onzekerheden weten wij ons gesteund door een groep enthousiaste medewerkers en zien de toekomst vol vertrouwen tegemoet.
1
Uitgangspunten 01.
Begrotingskader Uitgangspositie: de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling (GR) na realisatie van de fusie tussen IJsselmeergroep en IMPULZ per 1 januari 2001 tot Concern voor Werk NV. Binnen deze vennootschap vindt onder andere de uitvoering van de Wsw- en de Wwb-activiteiten plaats (Participatiewet) In de GR blijven: de Wsw- en de huidige ambtelijke medewerkers, de onroerende zaken, de materiële zaken, de rijksbijdrage en de gemeentelijke bijdrage. De GR verhuurt onroerend goed aan Concern voor Werk NV en stelt haar Wswmedewerkers ter beschikking tegen de volledige loonkostenvergoeding, alsmede het daaraan gekoppelde rijksbudget. De ambtelijke loonkosten zijn voor gemene rekening en komen voor 9907o t.l.v. de NV. Daarnaast kunnen over en weer diensten worden verricht, waarvoor een vergoeding verschuldigd is. Omdat de exploitatie van Concern voor Werk NV tot nu toe niet zonder gemeenschappelijke bijdrage kon plaatsvinden, verstrekt de GR een bijdrage aan de NV in de exploitatie. In de begroting is gerekend met š 1.562 per Wsw - fte.
02.
Personeel Wsw: op basis van de voorlopige budgetten per gemeente vanuit de septembercirculaire 2022 van het ministerie van BZK. Het totaalbedrag gedeeld door het fictieve subsidiebedrag per AJA leidt tot een fictieve taakstelling 2024; aantal te realiseren arbeidsplaatsen, uitgedrukt in arbeidsjaren (AJA): 394; dit is omgerekend naar verwachting: 408 fte. Ambtelijk: de verwachte formatie: 4 personen = 3.2 fte.
03.
Kostenstijgingen Verhoging Wsw-lonen/salarissen 5,00/) voor 2024 op basis salarisniveau ultimo januari 2023, alsmede de gebruikelijke periodieke verhoging. Andere prijsstijgingen tot maximaal 50Zo, indien absoluut noodzakelijk.
04.
Bijdrage GR in NV Bijdrage GR in exploitatie NV (in 2023 C 1.546 per Wsw-fte) te indexeren, met 1 “/o in plaats van de vastgestelde (GR-overeenkomst) 207o. De bijdrage is derhalve C 1.562 per fte.
05.
Investeringen Er worden voor 2024 geen grote investeringen verwacht.
06.
Rijksbudget De verwachte rijkssubsidie is gebaseerd op een subsidiebedrag, zoals berekend in de septembercirculaire 2022 van het ministerie van BZK, van circa š 31.664 per AJA. Hierin zit reeds een verhoging voor compensatie loonruimte 2024 van 1,00Zo.
07.
Huuropbrengst Door te berekenen huur aan Concern voor Werk NV voor het in gebruik hebben van materiële vaste activa op basis van de vastgestelde huur over het jaar 2023, verhoogd met de prijsindexcijfers (CPI) verminderd met het aandeel inzake leegstand.
08.
Rentepercentage Voor rekening-courantkrediet en interne berekeningen: 2 07o.
2
09.
Meerjarenraming Na realisatie 2022 is de meerjarenraming tot en met 2027 geactualiseerd.
10.
Bijdrage gemeenten Gemeentelijke bijdrage inzake Wsw-: resultante baten -I- lasten.
11.
Resultaat deelneming NV Er wordt van uitgegaan dat er in 2024 een deelnemingsresultaat zal zijn van C nihil. Voorwaardelijk hieraan is echter de dienstverlening door Concern voorWerk NV aan het Werkbedrijf Lelystad BV gebaseerd op de nota Aanpak Sociaal Domein 2023 van de gemeente Lelystad. Tevens dient vanuit Concern voor Werk de dienstverlening aan de WerkCorporatie Noordoostpolder gecontinueerd te worden. Naast de commerciële risico’s is het verlies van bovengenoemde dienstverleningsovereenkomsten niet direct op een andere wijze op te vangen.
3
BEGROTING 2024 GR IJSSELMEERGROEP PROGRAM MAREKENING
Begroting 2024
Begroting 2023
Rekening 2022
Rekening 2021
12.919 98
13.196 96
13.536 93
13.625 92
13.017
13.292
13.629
13.717
Bedrijfsopbrengsten Rijksvergoeding Wsw Huuropbrengsten Totaal
Bedrijfslasten Loonkosten Wsw Kosten Begeleid Werken Wsw subtotaal af: Verschil loonk.-subsidie Wsw t.l.v. NV Totaal loonkosten Wsw Loonkosten ambtelijk personeel af: Kosten ambt. pers. voor gemene rek. NV Ambtelijk personeel t.l.v. GR Bijdrage GR in NV Afschrijvingen Rentekosten Overige bedrijfskosten Totaal
13.177 275 13.452 -533
13.181 275 13.456 -260 13.196
12.919 276 -273
13.432 269 13.701 447
13.138 250 13.388 148 13.536
14.148 457 -453
446 -442
365 -361 3 615 86 10 91
4 638 86 10 91
4 650 80 -14 84
4 676 82 0 234
13.724
14.025
14.340
15.144
Bedrijfsresultaat
-707
-733
-711
-1.427
Gemeentelijke bijdrage Resultaat deelneming
615 0
638 0
650 0
676 0
Resultaat uit gewone bedrijfsoefening
-92
-95
-61
-751
0
0
0
0
Resultaat uit gewone bedrijfsoefening voor bestemming
-92
-95
-61
-751
Onttrekking/ţdotatie) aan reserves
92
95
61
699
Exploitatieresultaat
0
0
0
-52
Diverse baten
4
Toelichting op de begrote programmarekening 2024 (x e 1 .ooo)
2024
2023
Bedriifsoobrenasten
Rijksbijdrage Wsw Dit betreft de bijdrage van het Ministerie van SZW inzake Wsw Samenstelling: Verwacht budget Verwachte bijstelling LoonPrijsOntwikkeling 2024 Totale rijksbijdrage Wsw
12.791 128 12.919
13.065 131 13.196
98
96
10.365 1.873 939 13.177
10.368 1.874 939 13.181
275
275
-13.452 12.919
-13.456 13.196
-533
-260
Voor berekening zie bijlage 2
Doorberekende huur Betreft de aan de NV door te berekenen huur voor het gebruik van de materiële vaste activa (één locatie) Huurverhoging 2Vo t.o.v. vastgestelde huur over 2023 Totaal doorberekende huur Bedrijfslasten
Loonkosten Wsw-medewerkers Dit betreft de loonkosten van de Wsw-medewerkers. Deze medewerkers zijn in dienst van de GR Samenstelling lonen Wsw: Brutolonen Sociale lasten Pensioenpremie Totale loonkosten Wsw-medewerkers Kosten Begeleid Werken Wsw-werknemers Loonkostensubsidie Betreft 25 fte à C 11.000 (2023: 25 à 6 11.000) Verschil loonkostensubsidie Wsw-werknemers De Wsw loonkosten worden doorberekend aan de NV onder aftrek van het rijksbudget. Als volgt samengesteld: . de volledige loonkosten Wsw . aftrek van het rijksbudget Doorberekende loonkosten Wsw (zie ook bijlage 3)
5
2024
2023
Loonkosten ambtelijk personeel Hieronder zijn verantwoord de salariskosten en sociale Brutolonen Sociale lasten Pensioenpremie Totaal loonkosten ambtelijk personeel
207 34 35 276
278 42 45 365
Doorberekende loonkosten ambtelijk personeel De loonkosten ambtelijk personeel zijn voor gemene rekening van GR en NV; doorberekening aan de NV vindt dit jaar plaats tot 9907o
-273
-361
Vergoeding Wsw-werknemers Dit betreft de aan de N.V. verschuldigde vergoeding voor de uitvoering van de Wsw-activiteiten. De GR-bijdrage C 1.562 per Wsw-werknemer Aantal fte 2024: 394 x C 1.562 (2023: 413 x C 1.546) Totale vergoeding Wsw-werknemers
615
638
Afschrijving vaste activa Dit betreft de afschrijvingslasten van de (im)materiële activa en de onroerende goederen. Samenstelling: Gebouwen/voorziening terreinen Installaties Totaal afschrijving vaste activa
77 9 86
77 9 86
Rentelasten Samenstelling: Rente rekening-courant/kasgeldlening
10
10
Totaal rentelasten
10
10
Overige bedrijfskosten Dit betreft de diverse kosten die niet t.l.v. van de NV komen. Onder deze post worden o.m. verantwoord: Overige bedrijfskosten (w.o. bestuurskosten, accountantskosten)
91
91
Totale overige bedrijfskosten
91
91
615
638
Voor een specificatie zie bijlage 1.
Overiae biidraaen/baten Dit betreft de gemeentelijke bijdrage inzake de Wsw als sluitpost van het exploitatieresultaat Totaal gemeentelijke bijdrage Wsw
6
Financiering kapitaalgoederen per 31 december (xC 1.000) begroting 2024
begroting 2023
rekening 2022
Totale boekwaarde vaste activa:
materiele aktiva financiële aktiva
979
1.062
1.034
2.253
2.253
2.253
3.232
3.315
3.287
Financiering vaste activa:
eigen vermogen voorzieningen
2.402
2.449
38
62
Financieringstekort (overschot) per 31 december
2.589 72
2.440
2.511
2.661
_______792
804
626
7
Risico- en Treasuryparagraaf Risico Op grond van art. 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording dient in de toelichting bij de begroting een risicoparagraaf opgenomen te zijn. Het bestuur dient alle risico’s, die op het moment van aanbieden van de begroting bekend zijn, te noemen en toe te lichten. Onder de risico’s worden verstaan: alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie. Als risico's van de IJsselmeergroep kunnen worden genoemd: Sinds 1 januari 2001 heeft IJsselmeergroep een aandeel in de Concern voor Werk van C 2.250.000. Daarmee is sprake van risicodragend kapitaal tot een andere onderneming. Binnen de deelneming Concern voor Werk is sprake van een rijkssubsidie Wsw met name ter dekking van de loonkosten. Met betrekking tot de hoogte van deze rijkssubsidie is vooralsnog uitgegaan van het feit dat de omvang van deze subsidie gebaseerd wordt op het aantal werknemers binnen de voorziening. Daarbij is uitgegaan van de meicirculaire 2022 gebaseerd op een fictieve taakstelling. In de technische toelichting van de meicirculaire 2016 is aangegeven dat deze systematiek ook voor de komende járen zal gelden.
De bedragen in deze begroting, inclusief meerjarenraming, wijken daarom af van de door het ministerie geprognosticeerde blijfkans en daarmee corresponderende subsidiebedragen. Voorts opereert de deelneming Concern voor Werk op de commerciële markt door producten en diensten aan derden aan te bieden. Hierdoor heeft Concern voor Werk te maken met het normale ondememersrisico, zoals het debiteuren- en voorraadrisico. Concern voor Werk is op terreinen afhankelijk van enkele grote afnemers. Daarnaast dient Concern voor Werk voor haar werkzaamheden te kunnen beschikken over voldoende en adequaat toegerust personeel. Risico's die van invloed kunnen zijn op de deelneming Concern voor Werk NV: de Wet arbeidsmarkt in balans geeft extra financiële risico’s bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst; onzekerheden als gevolg van bezuinigingen op de uitvoering van gemeentelijke opdrachten zoals deze nu door Concern voor Werk worden verricht; teruglopende marges ten gevolge van businessactiviteiten in markten die onder druk staan; het vormgeven van de transitie tot een sociale onderneming beoogt nieuwe revenuen met zich mee te brengen welke tot stand zullen moeten komen na inrichting van deze sociale onderneming en realisatie van genoemde verwachtingen. onzekerheden o.a. vanwege de huidige onrust in de wereld, op de energiemarkt en op de markt van grond- en hulpstoffen.
De risico’s van Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep zijn gekwantificeerd. Het bedrag is bepaald op basis van risicobedragen en de kans dat het risico zich voordoet. Het bedrag aan weerstandsvermogen om de risico’s te kunnen opvangen zou C 2.100.000 behoren te zijn. Dit bedrag is vastgesteld door het bestuur. Zie voor een nadere toelichting op het weerstandsvermogen bijlage 5 op bladzijde 22.
8
T reasuryparagraaf De per 1 januari 2001 ingevoerde Wet FIDO verplicht de decentrale overheden een Treasuryparagraaf op te nemen in zowel de begroting als in de jaarrekening. Daartoe is een treasurystatuut ontwikkeld en vastgesteld in de vergadering van het bestuur van 6 december 2001. Aan de hand hiervan wordt het treasurybeleid gevoerd. Hier beperken wij ons tot de beheersing van de renterisiconormen, te weten: de kasgeldlimiet (korte schuld) en de renterisiconorm (lange schuld).
Kasgeldlimiet (x C 1.000) Toets: Begrotingstotaal lasten:
13.724
toegestane kasgeldlimiet (8,50/)) totaal verwachte netto vlottende schuld ruimte
1.167 1.000 167
Renterisiconorm (x C 1.000) 2022 1. Renteherziening Renteherziening op vast schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld 2. Mutatie vaste schuld Nieuwe aangetrokken vaste schuld Nieuwe verstrekte lange leningen Netto nieuw aangetrokken schuld
-
2023
2024
2025
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
C
-
-
É
-
6 É
*
ê
3. Betaalde aflossingen
-
-
C
n
É
-
-
-
Ê
-
-
-
-
É
-
-
-
-
É
-
-
-
-
-
C
-
-
5. Renterisico op vaste schuld (1 + 4)
C
-
-
7. Toets renterisiconorm Renterisiconorm Renterisico op vaste schuld (1 + 4) Ruimte
C
2027
-
4. Herfinanciering (laagste van 2 en 3)
6. Renterisiconorm Begrotingstotaal (lasten) Percentage Renterisiconorm
2026
6 13.979 20 “/o e 2.796
C 2.796 e e 2.796
C
14.025 13.724 207o 2007o 2.805 C 2.745
2.805
-
-
c 2.805
g
C 2.745 C É 2.745 -
C
-
13.200 12.600 12.067 207o 207o 2070 2.640 c 2.520 C 2.413
c 2.640 c c 2.640 -
6 2.520 -
C 2.520
6 2.413 -
2.413
Paragrafen 1
Inleiding Weerstandsvermogen, risico’s en bedrijfsvoering Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin I Jsselmeergroep in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit aanpassing van het beleid vereist. Daarnaast vormt ook de algemene reserve een buffer tegen onverwachte financiële tegenvallers. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het vermogen van IJsselmeergroep om risico's op te vangen die niet in de jaarrekening zijn verwerkt. Als risico's worden beschouwd alle redelijk voorzienbare risico's, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal c.q. het eigen vermogen en de omvang van het programma, c.q. het programmaresultaat. Het weerstandsvermogen inclusief bestemmingsreserve bedraagt ultimo 2022 C 2.589.000 positief. Elke organisatie dient zich met enige regelmaat te beraden op haar vermogenspositie respectievelijk op de vraag welk ijkpunt zij moet hanteren voor het toetsen van haar huidige (financiële) situatie. Dat geldt zeer zeker ook voor IJsselmeergroep, die in een omgeving opereert die continue aan veranderingen onderhevig is. Hierbij valt te denken aan de veranderende wet- en regelgeving (Participatiewet), politieke ontwikkelingen bij de deelnemende gemeenten en de markt. In 2015 heeft het bestuur besloten een weerstandsvermogen na te streven van 27Vo van het balanstotaal.
Op basis van de jaarcijfers 2022 bedroeg dit een bedrag van C 2.223.000.
2
Weerstandsvermogen In de paragraaf Weerstandsvermogen dienen de risico’s te worden geïnventariseerd. Als risico’s van IJsselmeergroep kunnen worden genoemd: Sinds 1 januari 2001 heeft IJsselmeergroep een aandeel in Concern voor Werk NV van C 2.250.000. De waarde van de NV bedraagt ultimo 2022 C 2.250.000. Tevens bestaat er een verhuurverplichting van een bedrijfsgebouw aan Concern voor Werk NV. Het relevante contract heeft een looptijd voor onbepaalde tijd. IJsselmeergroep beschikt vooralsnog over voldoende reserves. Het exploitatierisico van Concern voor Werk NV is een feitelijke en directe verantwoordelijkheid van IJsselmeergroep en in het verlengde daarvan van de deelnemende gemeenten. De weerstandscapaciteit van IJsselmeergroep lijkt conform de begrote resultaten in de meerjarenraming toereikend tot en met het jaar 2026. Daarna komt een eventueel tekort in principe voor rekening van de deelnemende gemeenten, overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling. Na het verwerken van deze resultaten zal echter de eerdergenoemde 27%-norm niet in het geding zijn. Voor een nadere toelichting ter zake het weerstandsvermogen verwijzen wij naar bijlage 5 op bladzijde 22.
3
Onderhoud kapitaalgoederen Toekomstig onderhoud en noodzakelijke verrichtingen van het pand Produktieweg te Emmeloord. Voor onderhoud is een voorziening gevormd.
10
4
Financiering Voor de financiering verwijzen wij u naar de Risico-en Treasuryparagraaf die op blz. 8 van dit verslag is opgenomen.
5
Bedrijfsvoering Subsidieresultaat Het subsidieresultaat, het verschil tussen loonkosten en rijksbijdrage, kan per jaar sterk fluctueren als gevolg van landelijke factoren, afspraken met het ministerie over compensatie loonkosten en nieuwe wetgeving. Schommelingen in de subsidie kunnen het ene jaar leiden tot een overschot en het andere jaar tot een tekort. De resultaten van de deelneming Concern voor Werk NV zijn de komende járen als gevolg van bovengenoemde zaken en gewijzigde regelgeving moeilijk voorspelbaar. Voor 2024 wordt een resultaat van de deelneming verwacht van ē nihil. Voor zover de reserves niet toereikend zijn, komt een eventueel programmatekort voor rekening van de deelnemende gemeenten. De prognose voor het jaar 2024 laat een programmaresultaat van C 92.000 negatief zien. In de meerjarenraming tot en met 2027 worden met ingang van 2021 negatieve exploitatieresultaten geprognosticeerd. Deze resultaten kunnen worden gefinancierd vanuit de reserves. Jaarlijks terugkerende arbeidskosten, gerelateerde verplichtingen Volgens het BBV dienen de verplichtingen die gerelateerd zijn aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten niet als verplichting in de balans te worden opgenomen. Dit geldt voor de verplichtingen inzake vakantiegeld en verloftegoeden.
6
Verbonden partijen Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarmee IJsselmeergroep een bestuurlijke en/of financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Van een financieel belang is sprake wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op IJsselmeergroep. IJsselmeergroep is als gemeenschappelijke regeling een verbonden partij voor de deelnemende gemeenten. IJsselmeergroep heeft een 10007o deelneming in Concern voor Werk NV.
7
Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen voortaan een basisset van financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is u op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie. De volgende kengetallen zijn van toepassing op de gemeenschappelijke regelingen: - Netto schuldquote - Solvabiliteitsratio - Structurele exploitatieruimte
11
Een overzicht van de kengetallen: Begroting 2024 1,50/.) 40,00Zo -O.io/o
Kengetal Nettoschuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruîmte
Begroting 2023 I.50/0 40,00/0 -Ojo/o
Rekening 2022 2,20/0 31,50/0 -0,20/0
Toelichting
Nettoschuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal weer.
Structurele exploitatieruîmte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
8
Openbaarheidsparqraaf
Per 1 mei 2022 is de Woo (Wet open overheid) in werking getreden. Deze wet vervangt de Wob (Wet openbaarheid van bestuur). Binnen het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep is aandacht voor de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wetten zal in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan. In het boekjaar 2024 zijn er vier bestuursvergadering gepland. De agenda en notulen ervan worden (in PDF-formaat) gepubliceerd op de website van de deelneming Concern voor Werk nv (https://www.concernvoorwerk.nl/qr/). Vaste onderdelen zijn: » Opening, mededelingen en vaststellen agenda * Notulen vergadering * Ingekomen stukken * Financiële zaken * Algemene zaken * Rondvraag In 2024 zal het beleid nog verder worden uitgewerkt en geïmplementeerd.
9
Duurzaamheid
De Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep hecht grote waarde aan duurzaamheid. In voorgaande járen zijn diverse projecten gerealiseerd waarmee we ons streven onderschrijven. -In 2024 dienen alle ruimtes van het pand aan de Produktieweg 5 voorzien te zijn van LED-verlichting en een maximale benodigde uitbreiding van laadpalen waar de elektrische bedrijfswagens kunnen opladen. 12
Uitgangspunten meerjarenraming 01.
Toelichting -
Vertrekpunt is de begroting 2023, de realisatie 2022 en de uitvoering van de Participatiewet. Voorwaardelijk is echter de dienstverlening door Concern voor Werk NV aan het Werkbedrijf Lelystad BV gebaseerd op de Aanpak Sociaal Domein van de gemeente Lelystad en de uitgangspunten zoals verwoord in het businessplan “Social Firm”. Tevens dient vanuit Concern voor Werk NV de dienstverlening aan de WerkCorporatie Noordoostpolder gecontinueerd te worden.
02.
Gehanteerde uitgangspunten Personeel - Wsw: Fte en AJA’s voor 2023, jaarlijks 50Zo dalend - ambtelijk: Fte 3,2 fte, voor 2025, 2026 en 2027 respectievelijk 3,2, 3,2 en 2,6. Vergoeding Wsw - werknemer - vergoeding per Wsw - werknemer (fte) aan N.V. f 1.562 (2023: f 1.546) per jaar, jaarlijkse indexering van 10Zo. Kosten - lonen/salarissen stijgen per jaar, 2,0oZo-5,0oZo - verdere kostenstijging tot maximaal 50Zo - hogere afschrijvingen door investeringen 2023 in het pand Produktieweg Rijksbudget De bedragen zijn conform de meicirculaire 2022 van het ministerie van BZK. Er is rekening gehouden met een aanpassing, voor de verwachte jaarlijkse stijging van loonkosten, van 1,0oZo. Huuropbrengsten Huuropbrengsten geïndexeerd met 20Zo ten opzichte van het jaar 2023. Resultaat deelneming Het resultaat van de deelneming wordt voor de komende járen 2024 tot en met 2027 geschat op C nihil. Deze inschatting heeft het derhalve geen invloed op de waardering van de deelneming of het resultaat van de Gemeenschappelijke Regeling I Jsselmeergroep.
03.
Overige toelichting De begroting 2024 sluit met een tekort van 6 92.000. Het tekort bij de Gemeenschappelijke Regeling I Jsselmeergroep wordt niet veroorzaakt door een tekort bij de deelneming Concern voor Werk NV. In het bestuur van Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep is vastgesteld dat de solvabiliteitsratio (verhouding eigen vermogen/totaal vermogen) minimaal 270Zo moet zijn. Voor de járen 2024 tot en met 2027 is het eigen vermogen van de Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep toereikend om de tekorten te dekken. De solvabiliteitsratio zal over bovengenoemde periode naar verwachting niet in het geding komen. Indien er zich in enig jaar de situatie voordoet dat er vanuit de gemeenten een extra bijdrage benodigd is zal deze op basis van de ingeschatte verhouding fulltime-equivalent per 13
gemeente verdeeld worden. De verdeling van deze extra bijdrage zal voor Lelystad 500/) zijn, voor Noordoostpolder 40o7o voor Urk 10o7o (inschatting 2024). In bovenstaande resultaatsprognoses is minimaal rekening gehouden met eventuele subsidiebijstellingen (LoonPrijsOntwikkeling 1,007o), afrekening SW-subsidie op basis van realisatie T-1. Daar er onzekerheid is over de omvang van deze bedragen ter zake is gekozen voor het voorzichtigheidsprincipe. Echter de ervaring leert dat: -er in enig boekjaar een hogere bijstelling van de SW-subsidie geldt dan begroot. De basis voor de gehanteerde LPO-stijging is de stijging van het wettelijk minimumloon (met uitzondering van 2023). -De door de overheid vastgestelde uitstroom (507o) (waarop de voorlopige subsidie wordt bepaald) is hoger dan de gerealiseerde uitstroom (407o) Hierdoor zijn er meer medewerkers in dienst ultimo jaareinde dan waar vooraf rekening mee werd gehouden. De subsidie wordt derhalve bijgesteld op de hogere realisatie. De inschatting lijkt gerechtvaardigd om de resultaten te corrigeren met de bovengenoemde extra “inkomsten” Voor 2024 zou voor de Wsw-subsidie een extra bijstelling van C 100.000 kunnen gelden. Na 2024 zal het LIV (LagelnkomensVoordeel) op een andere wijze worden uitgevoe^ het recht op LIV zal minimaal zijn. Derhalve houden we geen rekening meer met een substantiële afwijking hierop.
Indien bovenstaande correctie(s) meegenomen zouden worden in de begroting/meerjarenraming zou dit leiden tot een gunstiger beeld voor wat betreft het resultaat van de deelneming Concern voor Werk NV. Medio 2027 blijft de solvabiliteitsratio nog boven de gestelde 27%-eis uitkomen. Gemeenten zouden hierdoor in eerste instantie niet genoodzaakt zijn om een extra bijdrage te verlenen, immers het eigen vermogen is toereikend om de tekorten op te vangen. Uiteraard blijven de bovenstaande cijfers een prognose.
14
Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep
Meerjarenraming (x C 1.000) 2022
2023
2024
2025
2026
2027
425 440 5,9
413 425 4,7
394 408 3,2
377 382 3,2
360 353 2,6
344 327 2,6
Rijksbijdrage Wsw Huuropbrengsten
13.536 93
13.196 96
12.919 98
12.415 100
11.835 102
11.320 104
Bedrijfsopbrengsten
13.629
13.292
13.017
12.515
11.937
11.424
Loonkosten/B.W. Wsw-werknemers Doorberekende loonk.Wsw-werknemers Loonkosten ambtelijk personeel Doorberekende loonk.ambtelijk personeel Bijdrage GR in NV Afschrijving vaste activa Rentelasten Overige bedrijfskosten Bedrijfslasten
13.388 148 446 -442 650 80 -14 84 14.340
13.456 -260 365 -361 638 86 10 91 14.025
13.452 -533 276 -273 615 86 10 91 13.724
13.195 -780 284 -281 594 86 10 93 13.200
12.942 -1.107 238 -235 573 86 10 94 12.600
12.691 -1.371 245 -243 552 86 10 96 12.067
Bedrijfsresultaat
-711
-733
-707
-685
-664
-643
Gemeentelijke bijdrage Resultaat deelneming
650 0
638 0
615 0
594 0
573 0
552 0
Resultaat uit gewone bedrijfsoefening
-61
-95
-92
-92
-92
-92
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
-61
-95
-92
-92
-92
-92
Onttrekking (dotatie) aan reserves
61
95
92
92
92
92
Exploitatieresultaat
0
0
0
0
0
0
Personeel Wsw in fte Wsw in AJA ambtelijk in fte
ExDloitatie lx C 1000)
Diverse baten
15
BEGROTING 2024 GR IJSSELMEERGROEP
Voorschotheffing gemeentelijke bijdragen (in C) Gemeenten
Verwachte Wsw-bezetting in fte
Gemeentelijke bijdrage in het exploitatieresultaat
Voorschot per 16.02.2024 16.08.2024
Lelystad
180
281.160
140.580
140.580
Noordoostpolder
144
224.928
112.464
112.464
Urk
41
64.042
32.021
32.021
Steenwijkerland
12
18.744
9.372
9.372
Dronten
6
9.372
4.686
4.686
Zeewolde
11
17.182
8.591
8.591
Totaal
394
615.428
307.714
307.714
16
Vaststel ing
Aldus vastgesteld, in de openbare vergadering van het bestuur van het werkvoorzieningsschap IJsselmeergroep, de dato 8 september 2023.
Secretaris,
Voorzitter,
17
kapitaaluitgaven
van
Omschrijving
1
januari 2024
waarde per
aanschaffings-
Oorspronkelijke
2024
Investeringen
2024
ringen
Desinveste-
31 december 2024
waarde per
aanschaffings-
Oorspronkelijke
1
januari 2024
per
afschrijvingen
Totaal van de
2024
Afschrijvingen
2024
investeringen
wegens des-
afschrijvingen
Terugboeking
Totaal van de 31 december 2024
afschrijvingen per 1
januari 2024
Boekwaarde per
Boekwaarde per 31 december 2024
O
o o
O O O î^' CO
■o c o lZ
O
o o
q
N-' CO co
o
q
q
q
co
co
co T—
o o
o o o
q
CM CD O) cq
o o
q
CM t—
o o
q O O q
CD CM
O O q
O O O 1^
co
CM
CO
co O) ç 'c 0 ‘ü
o o
>
o o
o o o
h-
5
o o
q co co
c
i
o
o
o o
q in CM
o o
o o
LO
O
T—
o o o
ai
o o o o o o
cd
cd CD CO
o o o
ö co
CM LD
o o o
o o o
cd co
ö co
CM
m
13
ro
-Q 0
Ī2 w
o o o ai
hO)
o o o in co
q T“
O o q oô CM CM CM
O
O
o o cd
00
o o o CM
T"
CM
O O
o
o CM
cd
o
o
o o
q
o CM
cd
c
c ‘o
0
l— 0
c
W 0
JS
rc
h-
o
18
Bijlage 2
Berekening verwacht rijksbudget 2024
Prijs:
Volume:
Verwachte subsidie per arbeidsjaar ^ AJA)
Ê
31.350
verwachte bijstelling in mei 2024: LoonPrijsOntwikkeling 2024
C
314
C
31.664
č
12.919.000
408 AJA
Budget:
De verwachte subsidie per AJA en het verwachte AJA-volume zijn ontleend aan de septembercirculaire 2022 i.c.m. de realisatie 2022. De verwachting is dat de realisatie hoger zal zijn. Dit heeft echter een marginale invloed op de hoogte van het budget. Bedragen en aantallen zijn afgerond.
19
co
0) D) JH ffi
tfí Jo] < t d "2 M- tn < (0 kCM (3) v Q. ts .—,
<
t;
co c < w o u
■r- O 0) -1 Q. CO er-o: ço , Ã lO Je — r» V.
X— LO O 05 o h- co co CM LO N- h- p cp x-^ x-^ cd ö cd 00 CN CM CM co CO co
''šř co hNcd co CM CM
CM ľ^- X- XCO CM co r-. CO p 05 O) o x—’ CM CM co CO CO
M- K SJ- o» O co «O co CM co V) CO CM O co co co i csi
-J (Õ - n 0) CD 3 lí ■i—1 įŗ (o 3- iń L. o G) Ä. Q. i2
x—
x— O Nİ CM
LO 00 co p h*05 05 x— x— csj CM CM co co co
0) S' 4&S L0) co o a
''šĵco co 05 CM
r05 h05 CM
co —k o: į mÇry -JC 35 C 5 LO O 3 O -J
CM
O CM i O) o
M1 5 ^
‘55 S3 3 CA CA
3C
CA k.
0) >
5 co
CA
O 3C C O
o
ra c © 3Ć 3Ľ
o o o CM *-
o o o o o o o o o p o o csi oo o cd T- ■M- co co 'M- T- CM »o 1
cd LO NLO 05 cd cd X— X-
05 oo CM cd X-
cd co p cd X—
cd 05 05 x— X— 05 cd csi X”
Ş Ť co w ^ o 5 co c o o -1 . 5 m
s CM C co 0) 5 4-i CO o
—
c o o -J
o o o o o o o o o o o o p p o o o o ■^ŕ ■^ŕ 05 o LO LO
N- co co LO N- 1^ CM CM CM CM CM CM
o o o o o o o o o o o o o o o o o o
—
V 0) tf) o
LO LO V- cd cd csi co 00 o co LO LO |s- p N- co cd cd cd cd T—
5 V) 5
x-^ X~’ csi CO CM co 00 "Ñjcd cd
cd co T— cd
X-^ 05 oo s T— cd csi
O) O) 05 05 c .c .c c 'c ‘c ‘c ‘c O) 05 CD 0 0 0 .c .c -XL XĹ -XL 0 0 0 0 o o LO) 05 Q) 0 .re .re .re .re X5 05 o x— CM co 3ĴX— CM CM CM CM CM
re re re re
o o o o o o
C
O
r~ 0
E
o c 0
O) 0 0 E "qS
'c ■O '0 -O i— 0 rs 0
"O
o o o o o o o o o o o o o p p o o o
re o
JA
c o
o o o ļ-ĩ 00 r-
o o o o o o o o o o o o o p o o o o
CA
3
^î* co
c re > c D 0 0 re
c
CM
V '■ū
co 10 Jć s'
CM 3jX—
Ŵ N- co iq X—' cm" LO cd' o N- "M- CM T“ 05 3j- co LO
0) CO ļ*
W -Q
"Ñř oo Xco co oo lO LO d csi co co co
CO LO 05 o o o nT 05 ■ţ-T o“ LO od T— 00 co 3Ĵ- CM o LO ■'Ñf *^r
<
w c
o 05 N- CM 05 co o co LO co
CM CM CM CM CM CM
o o o 0 O) re L— "O !5 0 "O 0 CM CM
o
CM c 0 x— CM
o
CM
„
o
CM o CM ş (0 ş 0 “Q 0 si —ļ 0 0 -X.
0 ■O L-
0 ■O c
c O 20
Bijlage 4 ĒÈ Berekening EMU-saldo Gemeente GR IJsselmeergroep (50246)
Centraal Bureau voorde Statistiek
įļ Sector Financiële instellingen en Overheid
11
1=^11 Antwoordnummer 25000, 2490 XA Den Haag
Algemene gegevens: Gemeentenaam: Gemeentenummer: Jaar:
į
Omschrijving
GR IJsselmeergroep 50246 2024
________
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
8
Baten bouwgrondexploitatie:
2022
2023
2024
x « 1000.Volgens realisatie
x C 1000,Volgens begroting 2023
x « 1000,Volgens begroting 2024
Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord 9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
10
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
11
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
a
b Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
Berekend EMU-saldo
(5) nee
O Ja
(5) nee
Oŕ
®i
Bijlage 5
Notitie inzake weerstandsvermogen van de IJsselmeergroep 1. Inleiding De Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep (verder: de IJsselmeergroep) en haar 100 0fo dochteronderneming Concern voor Werk nv (verder: Concern voor Werk) zijn o.a. belast met de uitvoering van de Wsw voor de deelnemende gemeenten. Zoals bekend omvat de uitvoering van de Wsw een sociaal en een bedrijfseconomisch aspect. Om deze beide aspecten zo goed mogelijk in te vullen is indertijd besloten om deze taken in verschillende juridische entiteiten onder te brengen. De sociale taak is neergelegd bij de IJsselmeergroep. Concern voorWerk en haar dochterondernemingen zijn belast met de bedrijfseconomische taak ofwel met de dagelijkse uitvoering van de werkzaamheden. Hoewel de IJsselmeergroep en Concern voor Werk aparte juridische entiteiten zijn, bestaat er een zeer sterke (financiële) verwevenheid tussen de beide organisaties. Voor een goede beoordeling van het weerstandsvermogen van de IJsselmeergroep moeten daarom ook de activiteiten en de financiële positie van Concern voor Werk in ogenschouw worden genomen. Er is immers sprake van een groep waarbij de IJsselmeergroep aan het hoofd staat. Vanuit deze groepsgedachte is deze notitie opgesteld.
Waar in het vervolg van deze de notitie de IJsselmeergroep wordt genoemd wordt daarmee bedoeld de IJsselmeergroep inclusief Concern voor Werk en haar dochterondernemingen Elke organisatie dient zich met enige regelmaat te beraden op haar vermogenspositie respectievelijk op de vraag welk ijkpunt zij moet hanteren voor het toetsen van haar huidige (financiële) situatie. Dat geldt zeer zeker ook voor de IJsselmeergroep, die in een omgeving opereert die continue aan veranderingen onderhevig is. Hierbij valt te denken aan de veranderende wet- en regelgeving (modernisering Wsw), politieke ontwikkelingen bij de deelnemende gemeenten en de markt. De IJsselmeergroep biedt mensen werk en ontwikkelingsmogelijkheden aan om de afstand tot betaalde arbeid te verkleinen of weg te nemen. Het aanbieden van deze mogelijkheden vindt zijn oorsprong als productiebedrijf voor mensen met een psychisch of lichamelijke handicap. De nadruk is de laatste járen echter meer en meer komen te liggen bij mensontwikkeling waarbij de IJsselmeergroep werkervaring aanbiedt en personen de mogelijkheid biedt om zich verder te ontwikkelen, met name via montage en verpakking, detacheringen, schoonmaak en groen. Daarnaast worden inmiddels mooie resultaten behaald met re-integratieactiviteiten voor de deelnemende gemeenten.
Deze activiteiten komen voort uit een samenwerking met het Werkbedrijf Lelystad en de Werkcorporatie Noordoostpolder waarmee een dienstverleningsovereenkomst voor meerdere járen is afgesloten. Hoewel deze ontwikkelingen volop de steun genieten van de organisatie leert de realiteit dat een gedeelte van de doelgroep niet elders geplaatst zal kunnen worden. Dat betekent dat de IJsselmeergroep over een infrastructuur dient de beschikken die aan deze groep van medewerkers een gevarieerd aanbod van werk kan bieden. (De investering in de kwekerij is daar een goed voorbeeld van) De dóórontwikkeling richting sociale onderneming geeft hieraan een vervolg. De hiervoor genoemde ontwikkelingen vragen om een doorlopende en zorgvuldige afweging van inzet van middelen en mensen. Bij die afweging spelen de omvang van het vermogen een de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage een belangrijke rol.
22
2. Theoretisch kader Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als het vermogen dat nodig is om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van de organisatie in gevaar komt. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met mogelijke tegenvallers, maar ook met de flexibiliteit die een organisatie heeft om haar uitgavenpatroon aan te passen aan haar nieuwe inkomstenniveau en met de kans dat tegenslagen zich tegelijkertijd voordoen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. Door zowel de weerstandscapaciteit te bepalen als de bekende risico’s te wegen op de kans van voordoen ontstaat een meer onderbouwd inzicht in het aanwezige weerstandsvermogen.
Weerstandscapaciteit
Risico’s
Het geheel van middelen en mogelijkheden van IJsselmeergroep om niet begrote, onverwachte en substantiële kosten en/of
De kans dat een gebeurtenis plaatsvindt maal het gevolg van die gebeurtenis
uitnavnn te kunnen dekken
weerstandsvermogen
3. Weerstandsvermogen 3.1. Wat is weerstandvermogen? Het weerstandsvermogen bestaat uit het eigen vermogen (reserves). In dit hoofdstuk wordt het begrip vermogen nader gedefinieerd.
3.1.1. Eigen vermogen Allereerst dient de vraag te worden beantwoord wat het begrip ‘eigen vermogen’ precies inhoudt. Het eigen vermogen is het verschil tussen de bezittingen en de schulden (inclusief de voorzieningen) Bij de IJsselmeergroep bestaat het eigen vermogen uit: - algemene reserve - bestemmingsreserves De algemene reserve is volledig vrij vermogen. Bestemmingsreserves zijn reserves die door het bestuur voor een bepaald doel zijn gevormd. Daarnaast kunnen eventueel nog stille reserves aanwezig zijn. De IJsselmeergroep beschikt bijvoorbeeld over een (relatief) nieuw bedrijfsgebouw. Bij het opstellen van deze notitie is verondersteld dat er ter zake geen stille reserves aanwezig zijn. 23
3.1.2. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen of te verwachten tegenvallers waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar die redelijkerwijs valt in te schatten. Daarnaast mogen ook voorzieningen worden gevormd voor kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van de kosten zijn oorsprong mede vindt in het (voorafgaand) begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. De voorzieningen moeten nominaal gewaardeerd worden. Er mag geen rente worden toegevoegd aan voorzieningen tenzij de voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde. De voorzieningen vallen onder vreemd vermogen en maken derhalve geen onderdeel uit van het weerstandsvermogen.
3.2. Waarom weerstandsvermogen? De IJsselmeergroep heeft te maken met een grote verscheidenheid aan risico’s. Aansprakelijkheid, tegenvallende inkomsten dooreen verslechterende economie, nieuwe wetten en regelingen en de normale bedrijfsmatige risico’s, om er slechts een aantal te noemen. Om risico's te kunnen kwantificeren is informatie vereist over de kansen en de omvang van daarmee samenhangende bedragen. In de praktijk blijkt dat de omvang van de totale risico’s veelal moeilijk is te kwantificeren. Het is voor de IJsselmeergroep van belang dat er een zeker weerstandsvermogen wordt opgebouwd, en wel om de volgende redenen: 1. Op basis van de bedrijfsactiviteiten loopt de organisatie economische risico’s. Deze risico’s maken het noodzakelijk een financiële buffer op te bouwen zodat de organisatie zelfstandig in staat is om tegenslagen op te vangen zonder dat daarvoor extra middelen vanuit de gemeenten noodzakelijk zijn. 2. Actieve financiering; met eigen vermogen kunnen bestaande (vaste) activa worden gefinancierd. Daarnaast geeft eigen vermogen ruimte voor nieuw beleid/investeringen, zodat de organisatie kan blijven meegroeien met de wensen en eisen van de klanten. 3. Ook dient er een buffer te zijn waarmee calamiteiten kunnen worden opgevangen.
Een calamiteit bijvoorbeeld in de vorm van het verlies van belangrijke klanten, de uitvoering van specifieke projecten en/of andere onvoorziene omstandigheden, die een grote impact hebben op de omzet of kosten van de organisatie. 4. Het opvangen van een negatief exploitatieresultaat. Een goede eigen vermogenspositie betekent, dat bij een negatief resultaat niet direct om een extra gemeentelijke bijdrage hoeft te worden gevraagd met alle gevolgen van dien. Tot op zekere hoogte dient het eigen vermogen bij wijze van “buffer” negatieve resultaten op te kunnen vangen.
24
4. Welke risico’s zijn er voor de IJsselmeergroep? Er kunnen vier risico-categorieën worden onderscheiden: A. B. C. D.
Te voorziene risico’s die via verzekeringen kunnen worden afgedekt Te voorziene risico’s die via procedures kunnen worden afgedekt Risico’s die zijn afgedekt door voorzieningen Risico’s die kunnen optreden bij het uitvoeren van een onderneming
Categorie A, B en C zijn afgedekt middels verzekeringen, procedures en voorzieningen zover gebruikelijk binnen de richtlijnen voor overheidsorganen (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Het is vooral categorie D die de omvang van het benodigde weerstandscapaciteit bepaalt. Binnen de Categorie D is het volgende onderscheid aangebracht: i Economische en marktrisico’s 4 Maatschappelijke risico’s Bedrijfs- en onderriem ingsrisico’s
4.1. Economische en marktrisico’s 1
De economische ontwikkelingen als gevolg van bijv. crisis. De druk op de marges nemen dan verder toe. Daar komt nog bij dat de regio, waarin de IJsselmeergroep actief is weinig industrie kent, waardoor de mogelijkheden voor het generen van omzet voor de doelgroep verder worden beperkt.
" Concurrentie uit lagelonenlanden en bedrijven die zich in toenemende mate begeven op de markt voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt: ’
Ingeval van o.a. teruggang van de economie zal tijdelijk en gedetacheerd personeel als eerste worden ontslagen.
“
Periodiek worden opdrachten opnieuw aanbesteed. Tevens zijn de marges (brutowinst) steeds kleiner. De concurrentie neemt daarbij toe. In sommige gevallen is nog sprake van inbesteding, maar het komt vaker voor dat opdrachten aan derden worden toegewezen.
4.2. Maatschappelijke en bestuurlijke risico’s "
De ontwikkeling van de rijksbijdrage compenseerde de afgelopen járen onvoldoende de salariskosten. De rijksbijdrage is in grote lijnen voor de komende vier jaar bekend. Onduidelijk is hoe hoog de compensatie loonprijsontwikkeling is met daartegenover de loonkostenstijging conform de cao.
“ De “taakstelling” zal de komende járen verder afnemen. Doordat de uitstroom niet langer opgevuld mag worden met nieuwe instroom. Met de intrede van de Participatiewet is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. *
De verdere invulling naar een leer-werkbedrijf vraagt een intensievere begeleiding van de doelgroep. Dit legt een druk op de productiviteit van de medewerkers en daarmee op het resultaat.
25
“
Een belangrijk risico dat uit de Participatiewet voortvloeit is de vraag hoe de deel nemende gemeenten in de toekomst de regie gaan voeren over de Wsw en gebruik gaan maken van de infrastructuur en know how van de IJsselmeergroep voor andere doelgroepen en de vraag hoe de IJsselmeergroep in staat is hierop in te spelen.
1
Fiscale en wettelijke ontwikkelingen (wijziging in de CAO, pensioenpremies, wegvallen van bepaalde subsidies, invoering vennootschapsbelasting voor (semi-) overheden)
4.3. Bedrijfs- en ondernemingsrisico’s " Verplichtingen inzake vakantiegeld en vakantiedagen. Deze verplichtingen mogen volgens de geldende verslaggevingvoorschriften niet worden opgenomen in de balans van de IJsselmeergroep. Niettemin heeft de IJsselmeergroep jegens haar medewerkers deze verplichtingen. Een aantal bedrijven heeft voor deze verplichtingen een bestemmingsreserve gevormd. "
In de SW-CAO is een seniorenregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat medewerkers vanaf 60 jaar en ouder korter mogen werken met behoud van 92,5 “/o (na 62 jaar en ouder 100o7o) van het salaris. De medewerkers bouwen gedurende hun dienstverband deze rechten op. De uit deze rechten voortvloeiende verplichtingen zijn in lijn met de vigerende verslaggevingvoorschriften niet opgenomen in de balans van de IJsselmeergroep.
“
Indien de hiervoor geschetste risico’s zich voordoen zal het verlies aan inkomsten waarschijnlijk leiden tot teruglopende liquiditeiten. Deze dienen d.m.v. externe financiering te worden opgelost en zullen de rentelasten derhalve toenemen.
"
Er dient rekening te worden gehouden met de kosten van onvoorziene omstandigheden.
Voor het bepalen van de theoretische hoogte van het weerstandsvermogen is een inschatting gemaakt van het risicobedrag met daarbij de kans dat het risico zich gaat voordoen. Deze inschatting zal twee keer per jaar beoordeeld en geüpdatet worden. Te weten bij het opstellen van het jaarrapport en de begroting. Een berekening van dit risicobedrag kan opgevraagd worden bij de organisatie.
5. Beschikbare weerstandscapaciteit de IJsselmeergroep De diverse vermogensposten van de IJsselmeergroep ultimo 2023 en 2024 zijn onderstaand opgenomen, (x 61.000) Verwacht saldo 31.12.2024
Verwacht saldo 31.12.2023
2.544
2.589
0
0
-92
-95
2.402
2.544
Algemene reserve Bestem m i ngs reserves Verwacht resultaat Totaal
26
6. Samenvatting en conclusie De hiervoor gegeven uitzetting kan schematisch als volgt worden weergegeven:
Weerstandscapaciteit
Risico’s
C 2.402.000
C 2.100.000
Weerstandsvermogen Overschot C 302.000
De solvabiliteitsratio (eigen vermogen I totaal vermogen ) per 31 december 2022 bedraagt 32“/0; te weten C 2.589.000/C 8.232.000. De verwachting voor 2023 en 2024 is dat de ratio zal bewegen rond de 400Zo. Een absoluut harde norm voorde solvabiliteit is niette geven. Voor commerciële bedrijven wordt veelal een solvabiliteit gevraagd door stakeholders, met name banken, van tussen de 25 en 350Zo, mede afhankelijk van de branche waarin de onderneming actief is. Uit diverse benchmarks blijkt dat de gemiddelde solvabiliteit in de SW-sector tussen de 250Zo en 350Zo ligt. Voor de Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep heeft het bestuur gekozen voor een norm van 270Zo. Duidelijk is in ieder geval dat een norm niet een absoluut bedrag, maar ‘relatief moet zijn, dat wil zeggen gerelateerd aan de actuele financiële omvang van de IJsselmeergroep en aard en de omvang van de (bedrijfs)activiteiten. Daarbij moet ook nog worden betrokken de afhankelijke relatie met de subsidiegever en de onzekerheid over de toekomst van de Wsw, Voeg daarbij dat de flexibiliteit van de IJsselmeergroep beperkt is omdat een zeer groot gedeelte van de kosten een vast karakter heeft. Een nadere analyse laat zien dat 50oZo van de risico’s minder dan 26 0Zo kans heeft dat het risico zich gaat voordoen.
27
co 0) Ui jO
íi o
sT ÏŘ CU
ť ? V) 5 C
ra
ŭo
.2 i/)
5 CU
>
ra cu Ĉ ^ ra cu
o»
Qû ţį
S -o cu -Q
■ť -řf
U3 cu
CN
^
■x *o “ í-
ra t:
ü o
L.
o
g. s
ĒUU 11
tO
cu —
CU
c Oo
raQJ >5
tt 2 E
«4 O 5 S
JB
C
1^
.E o a u cu ce o QJ IA T]
;p
5 -5 in tn Ž OJ
—
c c ro
U -Q
X
E o -o
m
» ö .2 c •A o ra u
CJ
CU
O
CU
3 ŝ
ÜÛ ^ (ū
o +S įí
E o
O o -c o
al 00
Qo ra ra QJ
E-'i
oo
II CU
-Q
J5
ro cu
C -Q J2 o O o: Q
Jŭ m <
X
CM O CM t-
O
X
X
X
co
CM o 00
fo 1
o
IA o
CM 6® i
co
CM O)
O
re re
'3T
r— uo CM CM h» LO LA X- CM ■cf co CA CO i
O)
c
(O co
IA CO O TCO t— CD
CM CM
CO
CD CD
S 5 CM CM i
ö) 0) -Q
O > O
0
C
0
E Ui CĹ
w
JS
5 o
c
» 5
o
Q) C O
re
co
Ē I
2 .Q Q. O
d) T-' > O Ä
I
c
re >
c 0
c 3 w O)
C
0 0
c
O) c 0 -Q Q. O
co !g
O rö 2 ē Ŝ.B
o .o
0
0
■0® 0-0 ž ® mom
5; 0 ra _ ra © 0 "co .o ro o c jS ■e o — o ra cIS o CO -O ~o ra o
o
ľ3 H-'
-l ^ CO
O
ra I—
ra c
® ũC
0 w
-
S-CD w
9 "co 0 c» c o| S
OO V ^ ct -O ^
ra
■C C ■0 0 0 CO
O -X 0 c 0 CĹ
JO
0 O) •C 0 B > o O h-
ra
B 3 Ui 2 3 'c ■o 0 m
co ŝ 0 ‘ u ‘co •O D CO
28
O) c 1
ra>
0
o ■O
ç
9
'■o
. M
S E
co
J2
CO
0
co o X c
i
5
0
0 Uİ
0
S. c -0 'Ŝ ® E
ra © Ş c® 0? © ^
E B
0 3 O 2
2 c c
m •0* Uì
ra c ra
c 0
ra
.o
rara c
0 Ui
c -X 0 kts c o
ra 5 3 10
2 -o L0 0 w
ra
2 o (3