11.2 Concept Ruimtelijk Voorstel (80%-versie).pdf
Tekst van het document
BOUWEN AAN DE SAMENLEVING RUIMTELIJK VOORSTEL FLEVOLAND 2050 CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
VOORWOORD
CONCEPT 80%
2
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
Dit ruimtelijk voorstel Flevoland beschrijft hoe Flevoland, als jongste provincie van Nederland, zich door kan ontwikkeling tot een ‘volwassen’, sterke, levendige en aantrekkelijke provincie, waar mensen graag wonen, werken, studeren en verblijven, met behoud van het eigen karakter, en innovatiekracht. Het voorstel is een verdere uitwerking en concretisering, van het gezamenlijk perspectief dat rijk en regio hebben beschreven in deel 1 van Strategische Agenda Flevoland; “Over de brug komen”. Reeds gemaakte afspraken (zie bijlage), zijn voor ons het vertrekpunt voor verdere doorontwikkeling.
voor 2030. Veel ontwikkelingen richting 2030 zijn al in voorbereiding en vaak al vastgelegd in lopende afspraken. Bij deze ontwikkelrichtingen gaat het niet zozeer om de keuzes, maar vooral om de voorwaarden om de gemaakte afspraken ook werkelijk te kunnen realiseren. Met dit voorstel geven we als provincie aan welke ontwikkelingen volgens ons nodig zijn in onze regio, rekening houdend met de vele nationale en regionale opgaven. Daarbij beschrijven we een aantal voor Flevoland belangrijke vraagstukken met mogelijke oplossingsrichtingen. Dit document is onze inzet voor verdere gesprekken met het rijk om vervolgens gezamenlijk aan die toekomst te gaan werken.
Met het Startpakket Programma NOVEX vraagt het rijk aan alle twaalf provincies om de “ruimtelijke puzzel” te leggen voor de eigen regio. Die ruimtelijk voorstellen zijn bedoeld als input voor de Nationale Omgevingsvisie, de ‘nota ruimte’. Bij de opbouw van het voorstel hanteren we de drie pijlers uit de strategische Agenda: Vitale steden en dorpen, toekomstbestendige regionale economie en robuust natuurlijk fundament. Deze sluiten goed aan op de perspectieven die het rijk gebruikt. In het voorstel richten we ons in eerste instantie op de ambities voor 2050, met de uitdagingen die daarbij passen en bijbehorende redeneerlijn. Aanvullend gaan we ook in op concrete opgaven
CONCEPT 80%
Het voorstel zelf heeft geen juridische status. Het is een verbeelding en beschrijving hoe Flevoland zich kan en wil ontwikkelen, gelet op de regionale en nationale opgaven die op dit moment bekend zijn. Het voorstel zal vervolgens de basis vormen voor de Omgevingsvisie en een nieuwe uitvoeringsagenda bij de Strategische Agenda Flevoland. Bij de voorbereiding van dit ruimtelijk voorstel hebben we input opgehaald uit diverse bestaande of in ontwikkeling zijnde inhoudelijke visies en lopende trajecten. Variërend van de ontwikkelperspectieven van de NOVEX-gebieden tot meer sectorale uitwerkingen op actuele thema’s, zoals de ontwikkeling van het landelijk gebied en de energietransitie.
3
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
INHOUDSOPGAVE
CONCEPT 80%
4
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
1
Wij zijn Flevoland: Levendige regio centraal in Nederland
6
2
Ambities 2050
12
Vraagstukken en oplossingsrichtingen 3.1 Robuust natuurlijk fundament 3.2 Toekomstbestendige regionale economie 3.3 Vitale steden en dorpen 3
18 20 30 40
4
Wat staat ons te doen
50
Bijlage: overzicht lopende afspraken rijk-regio
53
CONCEPT 80%
5
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
1 WIJ ZIJN FLEVOLAND
CONCEPT 80%
6
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
LEVENDIGE REGIO IN CENTRAAL NEDERLAND, OP DE BODEM VAN DE ZEE
Flevoland bestaat uit drie polders, die in drie fasen zijn aangelegd en ingericht naar de beste inzichten van die tijd. De Rijksdienst voor IJsselmeerpolders ontwikkelde voor iedere polder een doordacht ontwerp, dat geleidelijk meebewoog met (maatschappelijke) ontwikkelingen. Zo weerspiegelen de drie polders de grote twintigsteeeuwse ontwikkelingen: verstedelijking van Nederland, opkomst van recreatie en toerisme, groeiende belangstelling voor natuur en ook de ontkerkelijking, schaalvergroting in de landbouw en innovaties in woningbouw De Noordoostpolder heeft het meest landelijke karakter. Rondom de centrale kern Emmeloord ligt een kring van kleinere dorpen, allemaal op fietsafstand. Daaromheen is veel ruimte voor landbouw. De voormalige eilanden Urk en Schokland zijn opgenomen in het gebied. Urk, heeft een eigen accent, als vissersdorp met een historische kern die ook is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Oostelijk Flevoland is ontwikkeld in de jaren ’60 en ’70 toen Nederland te maken kreeg met het vraagstuk van woningnood. Vooral Lelystad bood woningen voor mensen uit de Randstad. Naast de landbouw werd hier ook ruimte voor recreatie gecreëerd. Dit deel van Flevoland is een mix van stedelijk en landelijk gebied, in een gezonde en groene omgeving, met veel recreatiemogelijkheden. In Zuidelijk Flevoland is de schaalvergro-
Flevoland heeft een bijzondere historie. Waar nu Flevoland ligt was vroeger water. Eeuwenlang beheerste de Zuiderzee het leven van de mensen die woonden langs de Zuiderzeekust. De zee gaf veel, zoals vis en goede verbindingen over water naar verre streken. Maar de zee nam ook, zoals tijdens de watersnoodramp van 1916. Deze overstroming, en de voedseltekorten in de Eerste Wereldoorlog, waren de directe aanleiding om in de twintigste eeuw in het hart van Nederland land te maken. De Zuiderzeewerken, moesten ervoor zorgen dat dat nooit meer kon gebeuren. Flevoland is een onderdeel van het grootste inpolderingsproject ter wereld. Dit technologisch gecreëerd stukje Nederland is in relatief korte tijd gegroeid tot een gevarieerd en levendig gebied met ruim 440.000 inwoners.
Korte schets historie De snelle groei van Flevoland heeft geleid tot specifieke vraagstukken voor dit gebied. De samenlevingsopbouw, onderwijs en werkgelegenheid zijn achtergebleven bij de groei van het aantal inwoners. Doordat wijken in een keer zijn gebouwd speelt de beheer- en onderhoudsopgave overal tegelijk op. De samenstelling van de bevolking was lang afwijkend van de rest van Nederland, waardoor voorzieningen die elders geleidelijk ontwikkeld zijn, hier nog ontbreken.
CONCEPT 80%
7
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
ting verder doorgezet. Centraal in de polder een grootschalig landbouwgebied, met aan de ene kant Almere, een grote, snelgroeiende stad, bestaand uit deelgebieden omzoomd door bos. Aan de westkant ligt Zeewolde, dat zijn eigen kwaliteit ontleent aan zowel van de ligging aan het water als de ligging nabij grote bosgebieden. De vierde polder, de Markerwaard, is uiteindelijk niet gerealiseerd. Nu vormt het Markermeer samen met het IJsselmeer, het blauwe hart van Nederland, met unieke natuur- en recreatiewaarden, en een functie als zoetwatervoorziening. Dat het ontwerp van Flevoland nooit helemaal is afgerond heeft grote gevolgen gehad voor Almere en Lelystad. Meebewegend met de maatschappelijke ontwikkeling en inzichten wordt nu ingezet op de ontwikkeling van een stedelijk waterfront, als kwaliteitsimpuls voor de stad.
CONCEPT 80%
8
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
9
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
10
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
11
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
2 AMBITIES FLEVOLAND 2050
CONCEPT 80%
12
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
WEDERKERIGE RELATIES MET NEDERLAND EN DE BREDE WELVAART OP ORDE
passend inkomen, en waar sprake is van een gezonde en veilige leefomgeving is de inzet van de Flevolandse overheden. Deze doorontwikkeling willen we samen met het rijk vormgeven, waarbij sprake is van wederkerigheid. Samen optrekken om de goede keuzes voor Flevoland te maken en daar ook gezamenlijk uitvoering aan geven. Doorpakken waar nodig en maatwerk voor specifieke regionale en lokale opgaven. Vanuit de regio werken we aan een regionale investeringsagenda voor de Strategische Agenda Flevoland, die ook input zal zijn voor de wederkerige afspraken die we willen maken in het ruimtelijk arrangement.
In de Strategische Agenda Flevoland (november 2022) is door rijk en regio gezamenlijk een perspectief geschetst voor Flevoland. Dit perspectief is gebaseerd op drie pijlers: — Robuust natuurlijk fundament. — Toekomstbestendige regionale economie — Vitale steden en dorpen. De drie pijlers zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ligging van Flevoland, centraal in Nederland, maakt het een overgangsgebied van de randstad naar het Noorden, een schakel tussen de MRA, regio Zwolle en de regio Utrecht/Amersfoort. Ruimtelijk gezien biedt dit uitstekende ontwikkelkansen. De opgaven van Flevoland gaan echter verder dan alleen ruimtelijk. Bij de ontwikkeling van Flevoland was de verwachting dat de economie en samenlevingsopbouw gelijk op zouden gaan met de groei van het aantal inwoners. Met name op het gebied van werkgelegenheid en voorzieningen is er echter een zekere scheefgroei ontstaan. De ruimtelijke puzzel van Flevoland vraagt dan ook meer dan het inpassen van functies in de ruimte. Het verder bouwen aan een krachtige samenleving, met voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen, waar de inwoners bestaanszekerheid hebben door goed onderwijs en een CONCEPT 80%
Het perspectief van Rijk en regio Flevoland is in 2050 een regio waar het goed vertoeven is. Steden en dorpen zijn levendige en gezonde omgevingen, met een divers aanbod aan woningen, een ruim aanbod aan voorzieningen en volop mogelijkheden voor ontmoeting, samenkomen en omkijken voor elkaar. De bereikbaarheid sluit aan op de groei die de regio heeft doorgemaakt, zowel binnen de regio als vanuit de regio naar omliggende gebieden. Dit zorgt samen met een sterke kennis- en energie-infrastructuur en voldoende werklocaties voor een goede basis voor een florerende economie. Hier maken economische clusters gebruik van door volop duurzame activiteiten te ondernemen. De regio trekt hiermee talent, bedrijvigheid en werkgelegenheid aan. Bij al deze verschillende ontwikkelingen is het natuurlijk fundament van bodem, water, klimaat en biodiversiteit (mede) bepalend voor waar en hoe welke ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden.
13
CONCEPT 80%
2004 FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
2005
2006
2007
2008
FLEVOLAND 2050 DRIE PIJLERS
2009
2010
2011
Robuust natuurlijk fundament Toekomstbestendige regionale economie C Vitale steden en dorpen A
B
2012
2013
2014
RRAAM Doorontwikkeling Amsterdam-Almere-Markermeer Toekostbestendig Ecologisch Markermeer (TBES) LEGENDA Verbonden Daily urban systems
2015
Luchthavenbesluit Lelystad Airport
Economisch kruispunt Bos Hoofdgroenstructuur
2016
Dynamische clusters
2017
Bebouwing Werkgebieden
2018
HBO en WO
Nationaal Park Nieuw Land Agenda IJsselmeergebied 2050
Vliegveld Kenniscluster
2019
Lelystad Next Level Regio Deal Noordelijk Flevoland
2020
Gebiedsagenda EPHZ (ErmeloPutten-Harderwijk-Zeewolde)
Bulkoverslag Infrastructuur Autoweg Spoorweg
2021
2022
Perspectief Oostflank MRA 2050 en Perspectief Almere NOVEX-gebied MRA: Verstedelijkingsconcept 2050
Vaarroute IJmeerverbinding Watersysteem Waterdruk bij wind
2023
2024
2025
Woondeal MRA NOVEX-gebied Regio Zwolle: Verstedelijkingsstrategie 2050 Strategische agenda Flevoland CONCEPT 80%
Natuurversterking Markermeer Vrijetijdseconomie Toeristisch-recreatieve hotspot 14
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
EM
ME
LO IN OR RE D — GI UR O ZWK— D O L RO LE NT E
EMMELOORD
KRUISPU N LE LYSTA T D
URK
DRONTEN LELYSTAD
ALMERE
R ME AL RT — M O DA FO ER ERS T S M AM T/A CONCEPT 80% EKECH O H R IE UT DR
ER ME H A LO — P R ZEEDERWUT TEN WO I J K — LD E —
ZEEWOLDE
E—
15
CONCEPT 80%
N
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
16
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
17
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
3 VRAAGSTUKKEN EN OPLOSSINGSRICHTINGEN
CONCEPT 80%
18
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
DE DRIE PIJLERS NADER UITGEWERKT Per pijler geven wij het beeld voor 2050 en benoemen wij de belangrijkste vraagstukken en oplossingsrichtingen.
3.3 VITALE STEDEN EN DORPEN
C
3.2 REGIONALE ECONOMIE
B
3.1 NATUURLIJK FUNDAMENT
A
WE WERKEN AAN VERSCHILLENDE OPLOSSINGSRICHTINGEN OF STELLEN DEZE VOOR: KENNIS
MIDDELEN
— Kennis ontwikkelen draagt in belangrijke mate bij aan het vinden van de juiste oplossingen. — Vernieuwing en innovatie is nodig voor toekomstgerichte ontwikkeling.
— Financiële middelen zijn ontoereikend. — Gemeenschappelijke financiering kan oplossingen versnellen.
REGELGEVING EN GOVERNANCE
MAATWERK — Landelijke oplossingen sluiten niet aan op de regionale context
— Bestaande regelgeving staat de aanpak van bepaalde opgaven in de weg. — Voor de aanpak van bepaalde opgaven bestaat geen beleid.
CONCEPT 80%
19
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
A 3.1 ROBUUST NATUURLIJK FUNDAMENT BETREKKING OP DE VOLGENDE RIJKSPROGRAMMA’S: — Water en bodem sturend —N ationaal Programma Landelijk Gebied —A genda Natuurinclusief — Nationaal Waterprogramma 2022-2027 en diverse gerelateerde programma’s (w.o. IRM) — Programma Gezonde en groene leefomgeving — Nationaal Milieuprogramma —P rogrammatische aanpak Groen in/om de stad — Kaderrichtlijn Water — Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie
DE BELANGRIJKSTE OPGAVEN ZIJN —Inrichting watersysteem (waterveiligheid en waterbeschikbaarheid) richting 2050, maar vooral daarna. — Groen/blauwe dooradering tbv goed, gezond leefklimaat —Efficiënt en effectief gebruik van de ruimte (meervoudig grondgebruik, en keuzes voor pass
CONCEPT 80%
20
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
In 2050 heeft Flevoland een robuust natuurlijk fundament, waarop de vitale samenleving en de economie berust. De bodem is van goede kwaliteit en belangrijk voor de innovatiekracht van de landbouw. Het watersysteem is berekend op zowel periodes met veel regenval als op langdurige droogte. De inrichting van steden en dorpen voorkomt hittestress en draagt bij aan de woon- en leefkwaliteit van de Flevolandse inwoners. Flevoland is goed op weg om CO2-neutraal te zijn, mede door de transitie naar een steeds meer circulaire economie. De inrichting van het landschap met groenblauwe dooradering leidt tot een hoge biodiversiteit, zowel in als buiten de natuurgebieden. Flevolanders kunnen volop genieten van de veilige en gezonde leefomgeving.
Flevoland vormt het groenblauwe hart van Nederland.
CONCEPT 80%
21
CONCEPT 80%
A
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
FLEVOLAND 2050 ROBUUST NATUURLIJK FUNDAMENT Belangrijkste vraagstukken A1 Gezond water en bodemsysteem A2 Klimaatadaptatie en waterbeschikbaarheid A3 Versterking groenblauw raamwerk A4 Maatwerk voor aandachtsgebieden A5 Waterveiligheid GENERATIES VOORUIT DENKEN BIJ HET BODEM- EN WATERSYSTEEM
Denken van onderen naar boven wordt steeds belangrijker in de ruimtelijke ordening
10-40 jaar
O OCCUPATIELAAG Ruimtegebruik Hoogdynamisch niveau met verandertijd 10-40 jaar
g laa tie pa cu c o
20-80 jaar
N NETWERKLAAG Alle zichtbare en onzichtbare infrastructuur Middeldynamisch niveau met verandertijd 20-80 jaar
Bron: MUST
ag kla er tw e n
O ONDERGROND Water, bodem en het zich daarin bevindende leven Laagdynamisch niveau met verandertijd >100 jaar
>100 jaar
nd ro rg de on
LEGENDA Occupatie
Watersysteem
Verbindende groenstructuur
Kwel
Bos
Rivier
Hoofdgroenstructuur
Vaart
Bebouwd gebied
Waterdruk bij wind
Natuurgebied
Dijk Natuurversterking Markermeer
Aandachtgebieden
Sluis
Aandachtsgebied Stikstof Laagst gelegen gebieden
Zeespiegelstijging ?
Afsplitsing watersysteem
Grondwaterbeschermingsgebied Bodem Kleileem
Zand
Klei
Zavel
Veen CONCEPT 80%
22
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
EMMELOORD
URK
DRONTEN
LELYSTAD
ALMERE
ZEEWOLDE
CONCEPT 80%
23
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
Gezond water en bodemsysteem
A1
Wat speelt er Flevoland is een provincie met veel water, natuur en een vruchtbare bodem. De grenzen van dit natuurlijk systeem worden op sommige plekken bereikt, met achteruitgang van kwaliteit tot gevolg. Er liggen daardoor opgaven voor het verbeteren van de water- en bodemkwaliteit, tegengaan van of omgaan met bodemdaling (zie A4), klimaatadaptatie (A2) en verbeteren van biodiversiteit (zie A3). Voor een gezond water en bodemsysteem zijn met name maatregelen nodig om de kwaliteit te verbeteren en meer rekenschap te geven aan de robuustheid van het systeem o.a. door de sponswerking te versterken. Dit doen we zelf 1. Kennis — Samen met de sector toewerken naar bovenwettelijke landbouwmaatregelen ten aan zien van waterkwaliteit (FPLG). Proeftuinen voedseltransitie en teeltplan van de toekomst. 2. Regelgeving —om de KRW-doelen voor nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen te bereiken zij het rijks en/of europees beleid voor de toelating en toepassing van gewasbescherming en meststoffenwetgeving in belangrijke mate doorslaggevend
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Kennis — Samen met de sector toewerken naar bovenwettelijke landbouwmaatregelen ten aan zien van waterkwaliteit (FPLG). Proeftuinen Landbouw meerdere smaken en teeltplan van de toekomst. 2. Regelgeving — Om de KRW-doelen voor nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen te bereiken zij het rijke en/of Europees beleid voor de toelating en toepassing van gewasbescherming en meststoffenwetgeving in belangrijke mate doorslaggevend
CONCEPT 80%
24
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
Klimaatadaptatie en waterbeschikbaarheid
A2
Wat speelt er De verandering van klimaat leidt steeds vaker tot extreme weersomstandigheden. Variërend van periodes met hoge temperaturen en weinig regen tot extreme buiien met wateroverlast. Dit heeft zowel gevolgen voor het landelijk gebied als voor het stedelijk gebied. In droge periodes wordt steeds meer grondwater gebruikt om de gewassen van voldoende water te voorzien. En in het stedelijk gebied ervaren de inwoners vaker overlast van de hitte. Wat leidt tot hittestress, maar ook tot een toename van het gebruik van drinkwater, onder andere door vaker te douchen of zwembaden te vullen. Bij forse buien is er dan weer sprake van een teveel aan water, dat niet snel genoeg afgevoerd kan worden. Zeker met de verdere toename van het aantal inwoners van Flevoland is voldoende drinkwater een belangrijk aandachtspunt. In de huidige situatie heeft Flevoland relatief weinig last van hittestress, bij de ontwikkeling van de steden en dorpen is altijd een voorinvestering gedaan voor groen/blauw. Bij de grote verstedelijkingsopgave voor Flevoland is het van belang deze balans tussen groen en rood ook naar de toekomst vast te houden.
Dit doen we zelf 1. Regelgeving — Flevoland heeft in zuidelijk Flevoland een boringsvrije zone aangewezen ter bescherming van de drinkwaterreserves in de diepe ondergrond. Hier wordt strikt op gehandhaafd. 2. Maatwerk/kennis — Afspraken met Vitens en de omliggende provincies over de verdeling van de beschikbare drinkwatervoorraden 3. Maatwerk/kennis — Samen met regionale partners werken we aan een regionale adaptatiestrategie. 4. Regelgeving — De Flevolandse gemeenten sturen op vermindering van onnodige bodemafdekking om hittestress en wateroverlast tijdens piekbuiten te voorkomen
Dit doen we graag samen met het rijk Drinkwatervoorraad beschermen 1. Kennis — Verkenning naar de mogelijkheden om oppervlaktewater te gebruiken voor drinkwater (Testgebied Ketelmeer) 2. Regelgeving — Aanscherpen regelgeving voor het gebruiken van drinkwater als proceswater voor de industrie 3. Kennis/Regelgeving — Verkennen van de mogelijkheden om bij nieuwbouw naast drinkwater ook een grijswatercircuit aan te leggen voor functies met minder strikte milieueisen. 4. Gebruik Oppervlaktewater 5. Regelgeving/maatwerk — Blijvend gebruik kunnen maken van oppervlaktewater voor de landbouw vanuit het IJsselmeer, Markermeer en randmeren 6. Kennis — Verdere uitwerking van een handelingsperspectief voor efficiënter en optimaler gebruik van (grond)water door landbouwbedrijven, inclusief mogelijkheden voor aangepaste landbouwtechnieken dan wel rassen/teelten (FPLG) Klimaatadaptatie 1. Kennis — Verkenning naar waterbeschikbaarheid en klimaatbestendigheid van de Flevolandse natuur (FPLG) 2. Middelen — Om ook nieuwe woonwijken te kunnen voorzien van een goede basis aan groen/blauwe voorzieningen zijn voorinvesteringsmiddelen nodig voorde aanleg van stedelijk groen.
CONCEPT 80%
25
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
Versterking groenblauw raamwerk
A3
Wat speelt er Door de ligging aan het Ijsselmeergebied en de randmeren is Flevoland een unieke en waterrijke provincie met hoge natuurkwaliteit, wat nog verder versterkt wordt door de binnendijks liggende moerasgebieden. De opgave voor Flevoland is het behoud en de versterking van de (inter)nationale doelen die gekoppeld zijn aan deze gebieden. Naast de natte natuur zijn ook de bosgebieden speciaal, dit heeft te maken met de omvang, het pionierkarakter en de rijke bodem. Dit zorgt voor een unieke soorten samenstelling. Deze gebieden maken onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk (NNN). De soortenrijkdom in het agrarisch gebied is juist laag, met slechts enkele uitzonderingen. Hier ligt een urgentie voor versterking. Het Flevolandse landschap kent weinig tot geen overgangszones of ‘rommelhoekjes’ die voor biodiversiteit in het landschap zo belangrijk zijn.
Dit doen we zelf 1. Middelen —Samen met gebiedspartners werken aan de versterking van het NNN, hieronder valt ook de uitvoering van de Bossenstrategie (1200 ha in 2030 en 1700 ha in 2050), de inrichting van 105 ha NNN en het op orde brengen van de hydrologische condities van de Natura 2000 gebieden (2027). 2. Middelen — Uitvoering actieplan biodiversiteit, zowel in landelijk als het stedelijk gebied. 3. Middelen — Bermbeheer aanpassen voor bijvoorbeeld bijvriendelijke bermen.
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Middelen — Flevoland zet in op 5% groenblauwe dooradering in 2030 en 10% in 2050. Dit wordt uitgevoerd in het kader van het FPLG. Hiervoor zijn middelen uit het transitiefonds gevraagd. 2. Middelen — De meest prioritaire stuwen vispasseerbaar maken door de aanleg vispassages, dit draagt zowel bij aan de biodiversiteit als aan de KRW-doelen (FPLG) 3. Kennis/middelen — Voortzetting van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem in het Markermeer-IJmeer in samenhang met de ontwikkelstrategie Amsterdam Bay area. 4. Middelen — De natuurwaarden in het Nationaal Park Nieuwland zijn nauw verbonden met het omliggende gebied. Een zachtere overgang van de natuur naar het omliggende landbouwgebied kan hieraan bijdragen. In het FPLG zijn hiervoor een aantal ideeën opgenomen.
CONCEPT 80%
26
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
Maatwerk voor aandachtsgebieden
A4
Wat speelt er Het grootste deel van Flevoland heeft een zeer gunstig bodem- en watersysteem voor de landbouw. Door de ontstaansgeschiedenis van Flevoland heeft de bodem een gevarieerde opbouw die afwijkt van andere gebieden. Op een aantal plaatsen is daardoor sprake van bodemdaling of verzilting, zoals ten westen van Emmeloord en tussen Almere en Zeewolde. Hier komen hoogwaardige plantaardige teelten de komende jaren onder druk te staan. Verkenning naar verschillende toekomstbestendige invullingen kan mogelijk nieuw perspectief bieden. Hoewel Provincie Flevoland zelf geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kent, bleek uit analyses dat de emissies uit Flevoland bijdragen aan overbelasting van gebieden buiten de provinciegrenzen. In het kader van de Flevolandse Aanpak Stikstof is gekozen voor een deels generieke aanpak en voor een gebiedsproces Noordoostpolder gericht om het verminderen van overlast voor het N2000-gebied Wieden/Weerribben.
Dit doen we zelf 1. Regelgeving/Maatwerk — Flevolandse Aanpak Stikstof ten uitvoer brengen. (FPLG) 2. Kennis — Bij nieuwe ontwikkelingen wordt samen met kennispartners onderzoek gedaan naar de specifieke bodemsituatie en wat dat betekent voor de uitvoering. Een mooi voorbeeld hiervan is het 3D-model dat is ontwikkeld voor Zuidelijk Flevoland, waar voor Pampus een digital-twin model aan wordt gekoppeld om bodemdaling en bodemgedrag te kunnen voorspellen. 3. Kennis — Waterschap voert in het voortraject watertoetsen uit bij zowel woningbouwlocaties als bedrijventerreinlocaties 4. Kennis — Op dit moment loopt er een gebiedsproces bodemdaling ten aanzien van mogelijke handelingsperspectieven
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Maatwerk in regelgeving — We zien dat landelijk normen voor grondgebruik niet altijd passend zijn voor Flevoland. De context van Flevoland wijkt op meerdere terreinen af van die in andere regio’s. Wij blijven graag in gesprek om te komen tot normen die recht doen aan de specifieke eigenschappen van de Flevolandse bodems. 2. Kennis — Onderzoek naar gewassen/teeltmethodes die het goed doen bij hogere waterpeilen en/of gebieden met hogere zoutgehalten. Bij voorkeur in de vorm van een Flevolands Kennis/fieldlab zodat de ideeën ook gelijk uitgetest kunnen worden. Hiermee willen we onderzoekent in hoeverre meebewegen met de klimaatverandering mogelijk is, of dat er keuzes nodig zijn voor functieverandering in deze gebieden.)
Dit vragen we specifiek aan het Rijksvastgoedbedrijf 1. Middelen/regelgeving — Rijksvastgoedbedrijf (RVB) de ruimte geven om meer variatie in pachtprijzen te hanteren om ook in aandachtsgebieden duurzame landbouw (financieel) mogelijk te maken. Concreet kan dat bijvoorbeeld vorm krijgen door een afwaardering van de hectareprijs te hanteren vanwege groenblauwe dooradering.
CONCEPT 80%
27
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
A5
Waterveiligheid Wat speelt er
In 2026 wordt een besluit genomen over de peilen in het IJsselmeergebied, en het meebewegen met de zeespiegelstijging. Deze beslissing is zeer belangrijk voor Flevoland. De beslissing heeft grote gevolgen voor de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. Tot 2050 voorzien wij nog geen grote uitdagingen op het gebied van waterveiligheid, maar bij versnelde zeespiegelstijging kunnen deze daarna fors toenemen. Duidelijkheid en zekerheid hierover is hierbij gewenst met eveneens een bijbehorend actieplan om tijdig te anticiperen.
Dit doen we zelf 1. Middelen — Onderhoud aan regionale waterkeringen
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Kennis — Als deelnemer aan de IJsselmeeragenda dragen we bij aan de agenda IJsselmeergebied. Naast de specifieke watervraagstukken willen we ook graag meer duidelijkheid over de mogelijke consequenties en oplossingsrichtingen van verdere peilverhoging, zoals wat dat betekent voor versterking van de dijken op de lange termijn, wat voor aanpassingen nodig zijn aan sluizen en bruggen, eventuele toename aan binnendijkse kwel en wat nodig is voor het vergroten van pompcapaciteit. 2. Kennis —Gezamenlijk perspectief op de lange termijn ontwikkelingen van het IJsselmeergebied en de daaromheen liggende gebieden. Samen met Fryslan en Noord_Holland stellen we voor om dit uit te werken in een interprovinciaal gebiedsgericht Omgevingsprogramma 3. Regelgeving — Heldere afspraken over het niet afwentelen van nationale keuzes voor zoetwatervoorraden van de ene regio naar de andere regio. 4. Regelgeving — Mogelijkheid behouden voor buitendijkse ontwikkelingen die nodig zijn voor de doorontwikkeling van de steden aan het waterfron, die rekening houdt met de zoetwateropslag in het IJsselmeergebied. 5. Rijk/Prov — Onderzoek naar consequenties en oplossingsrichtingen bij (geleidelijke) verhoging van het IJsselmeerpeil. Denk aan verschillende varianten voor dijkverhoging en/of vooroeverontwikkeling, 6.
Regelgeving — Een toetsingskader voor wie gebruik mag maken van het IJsselmeerwater
CONCEPT 80%
28
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
29
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
B 3.2 TOEKOMSTBESTENDIGE REGIONALE ECONOMIE BETREKKING OP DE VOLGENDE RIJKSPROGRAMMA’S — Programma Energiehoofdstructuur — Nationaal Programma Regionale Energiestrategie — Mobiliteit en bereikbaarheid (MIRT, Mobiliteitsvisie, luchtvaart, zeehavens) — Nationaal Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) — Programma Werklocaties: ruimte voor economische activiteiten — Programma Circulaire Economie — Ruimte voor Defensie — Nationaal Programma Landelijk Gebied en Landbouwvisie Kabinet
CONCEPT 80%
30
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
In 2050 heeft Flevoland een sterke regionale economie, met goed ontwikkelde clusters die bijdragen aan nationale en internationale transities. Een economie die voorziet in banen en verdienvermogen. Ca. 75 % van Flevolandse werknemers werkt in de eigen regio met een maximale reistijd van 30-45 minuten. Inkomende pendel en uitgaande pendel zijn vergelijkbaar mede door de ontwikkeling van het hoger onderwijs. De volledige onderwijsketen van praktisch tot theoretisch is aanwezig. Jongeren in Flevoland worden opgeleid voor de banen waar behoefte aan is. Flevoland staat (inter) nationaal bekend als een regio waar innovatieve technieken kunnen worden opgeschaald naar mainstream gebruik, denk bijvoorbeeld aan energietransitie en digitalisering, circulair bouwen, voertuigtechnologie. De Flevolandse landbouw is state of the art en in balans met natuur. In combinatie met visserij en voedseltechnologie heeft Flevoland een belangrijke rol voor de voedselzekerheid binnen Nederland/Europa.
CONCEPT 80%
31
CONCEPT 80%
B
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
FLEVOLAND 2050 TOEKOMSTBESTENDIGE REGIONALE ECONOMIE Belangrijkste vraagstukken B1 Sterk, toekomstbestendig economisch profiel B2 Compleet onderwijsaanbod van goede kwaliteit B3 Versnelling transitie landbouw B4 Omschakelen naar een circulaire economie B5 Toekomstbestendig energienetwerk STERKE FLEVOLANDSE CLUSTERS EN MOGELIJKE CROSS-OVER
AGROFOOD LOGISTIEK
FLEVOLAND
MOBILITEIT
TECH MARITIEM
ENERGIE
BOUW LEGENDA Dynamische clusters Bebouwing
Energie
Werkgebieden
Hoogspanningstracé (voorlopig voorkeurstracé & huidig tracé)
HBO en WO
Máximacentrale
Vliegveld
Waterstofbackbone (indicatief)
Kenniscluster Bulkoverslag
?
Voorkeurslocatie defensie van het rijk Stations / Centra
Infrastructuur Autoweg Spoorweg/Lelylijn Vaarroute
Vrijetijdseconomie Recreatieve zone
IJmeerverbinding Economisch kruispunt
Toeristisch-recreatieve hotspot
CONCEPT 80%
32
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
EMMELOORD
URK
LELYSTAD DRONTEN
ALMERE
ZEEWOLDE
CONCEPT 80%
33
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
B1
Sterk, toekomstbestendig economisch profiel Wat speelt er
De werkgelegenheid in Flevoland is achter gebleven bij de groei van het aantal inwoners. Dit leidt tot lange reistijden, en een onevenwichtige pendel, extra druk op de infrastructuur en de leefomgeving. Om meer werkgelegenheid binnen Flevoland te krijgen helpt het als Flevoland een sterker profiel weet te ontwikkelen. De ligging van Flevoland centraal in Nederland, met goede verbindingen (weg, water, lucht en spoor) naar alle richtingen, is een gunstige uitgangssituatie. Evenals de groei van het aantal inwoners. De Flevolandse economie is tot dusverre gebaseerd op veel kleine bedrijven (mkb). Dit leidt tot snelle groei in goede tijden, maar ook snel banenverlies als het economisch wat minder gaat. Doorontwikkeling van een aantal sterke clusters kan bijdragen een Flevolands profiel. Clusters die eruit springen zijn agrofood, maritiem, logistiek, mobiliteit, tech, bouw en energie. Deze clusters sluiten aan bij een aantal nationaal belangrijke transities (landbouwtransitie, circulair bouwen, energietransitie, digitalisering/robotisering van arbeid). Flevoland heeft nog ruimte voor doorontwikkeling van de bedrijventerreinen, mede door een opgave voor herstructurering en/of transformatie. Sterkere sturing op de inrichting en ontwikkeling van de bedrijventerreinen biedt mogelijkheden tot profilering.
Dit doen we zelf 1. Middelen/regelgeving — Met het nieuw economisch beleid en het economisch programma zetten we (naast verdienvermogen MKB en menselijk en sociaal kapitaal) ook in op toekomstbestendig bedrijfsleven en ruimtelijk-economische ontwikkeling. 2. Middelen — We investeren in toekomstbestendige werklocaties, door onderzoek te doen naar mogelijkheden voor herstructurering en beter ruimtegebruik. 3. Middelen — We financieren verduurzaming van bedrijventerreinen en stimuleren daarmee innovaties binnen de energietransitie of de vorming van structurele organisatiegraad. Dit in aansluiting op het programma Verduurzaming Bedrijventerreinen van het ministerie van EZK. 4. Middelen — We ondersteunen het programma werklandschappen van de toekomst en investeren daarmee in klimaat adaptieve een natuur inclusieve bedrijventerreinen 5. Middelen — We zetten in op het (structureel) versterken van de samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en overheid om de vitaliteit van de binnensteden te verbeteren. 6. Regelgeving — We gaan met de regionale overheden in overleg om te komen tot regionale programmeringsafspraken die bijdragen aan de gewenste profilering. 7. Kennis — We verkennen of en zo je met welke opdracht een herstructureringsmaatschappij voor Flevoland wenselijk en haalbaar is.
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Middelen/regelgeving — Bieden van middelen en experimenteerruimte voor de opschaling van innovatieve technieken via startups en scale-ups 2. Middelen — Afspraken maken over een aanvulling op de regiodeal MRA-Oost / het toewerken naar volgende fase 3. Regelgeving — We vragen het rijk om Flevoland te erkennen als economische corridor en ook zo op de kaarten van de NOVI aan te geven 4. Maatwerk — we willen graag met het rijk afspraken maken over de keuzes met betrekking tot de ontwikkeling op de Flevolandse bedrijventerreinen, aansluitend op het programma GRIP en ook wat dat betekent voor (inter) nationale acquisitie en afstemming met buurprovincies. 5. Onderdeel hiervan zijn ook de afspraken over grootschalige (nationale) opgaven. De keuzes ten aanzien van de Luchthaven Lelystad en ook voor de ontwikkeling van een nieuw defensieterrein zijn door het rijk vooruitgeschoven. Onder de juiste voorwaarden willen we aan deze ontwikkelingen meewerken. Daarbij vragen we wel duidelijkheid over besluitvormingstermijnen en zekerheid over het nakomen van gemaakte afspraken.
CONCEPT 80%
34
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
35
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
B2
Compleet onderwijsaanbod van goede kwaliteit Wat speelt er
Flevoland heeft een relatief jonge bevolking die nu voor vervolgonderwijs en opleiding veelal de provincie nog moeten verlaten. Primair en voortgezet onderwijs en ook praktijkonderwijs zijn redelijk vertegenwoordigd, al staat de kwaliteit van dat onderwijs onder druk. In mindere mate is er in Flevoland hoger en universitair onderwijs aanwezig – uitgezonderd op het gebied van agro en food. Kansen voor het versterken van de kennisinfrastructuur liggen in het koppelen van technische opleidingen in het praktijk, middelbaar en hoger onderwijs met de innovatieve clusters in de regio. Te denken valt aan opleidingen die aansluiten op de circulaire bouw, de energietransitie, de hoogtechnologische landbouw of data-technologie. Door in te zetten op triple helix samenwerking tussen de regionale en lokale overheden, kennis- en onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven kunnen hier de werknemers van de toekomst worden opgeleid.
Dit doen we zelf 1. Maatwerk — We zijn in overleg met universiteiten om hoger onderwijs, met name voor de sectoren voedsel(transitie) en ICT/tech in Flevoland te krijgen. 2. We werken aan campusontwikkeling in Almere, Lelystad, Dronten en de Noordoostpolder waarbij we aansluiting zoeken bij innovatieve sectoren, zoals voertuigtechnologie (MITC/Luchthaven), energietransitie, Circulair bouwen en de landbouwtransitie. 3. Maatwerk — We stimuleren de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt.
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Middelen — Met Utrecht en NoordHolland wordt samengewerkt in Techniekpact-verband, met als doel de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt in de technieksector te verbeteren. We zouden graag zien dat het rijk dit ondersteunt. 2. Regelgeving — Het rijk heeft een rol in de goedkeuring van de vestigingslocatie van het hoger onderwijs. Wij willen graag afspraken maken over het gewenste toekomstbeeld voor Flevoland. (oa. Definitieve vestiging van de Boerderij van de toekomst als dependance van Wageningen Universiteit en vestiging dependance van technische universiteit in Flevoland.
CONCEPT 80%
36
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
B3
Versnelling transitie landbouw Wat speelt er
Flevoland is en blijft een belangrijke landbouwprovincie. Flevoland heeft hele goede landbouwgrond, innovatieve, goed opgeleide ondernemers en staat bekend om haar aanpassingsvermogen. In de Omgevingsvisie van Flevoland uit 2017 is de opgave Landbouw Meerdere Smaken opgenomen, die heeft geleid tot goede samenwerking tussen overheid, ondernemers en maatschappelijke partijen om gezamenlijk aan de toekomstbestendige landbouw te werken, variërend van biologische landbouw (17% areaal), precisielandbouw, eiwittransitie, korte ketens tot grondstoffen voor de circulaire bouw. Met deze brede aanpak met verschillende strategieën, van verduurzaming en hogere efficiency tot nieuwe producten en nieuwe verdienmodellen ontwikkelen zich verschillende ‘stromen’ en zet Flevoland in op een weerbaar en wendbaar agrofoodsysteem, dat ook op lange termijn zich kan aanpassen, en blijvend kan meebewegen met actuele opgaven.
Dit doen we zelf 1. Kennis — Met de Floriade heeft Flevoland laten zien wat er allemaal mogelijk is met moderne landbouw. Hier blijven we op zitten met de Aeres Hogeschool in Almere en Dronten, met de Boerderij van de toekomst en in nauwe samenwerking met agrariërs. 2. Kennis — Met het project Van Land tot Pand en de Nationale Campus biobased bouwen wil Flevoland nieuwe opleidingen ontwikkelen die de bouwsector nodig heeft om circulair en biobased te leren bouwen 3. Kennis — De vereniging Flevoland (100 ondernemers) zet met het initiatief ‘Korte keten Collectief Nederland in op vernieuwingen in de voedselketen. 4. Kennis — Met het programma Landbouw Meerdere Smaken zetten we samen met de agrariërs in op crossovers naar andere economische sectoren. bv. Naast voedsel ook telen van vezels/gewassen tbv biobased bouwen, precisielandbouw met toepassingen voor ICT en drones, en ontwikkeling korte ketens met nieuwe verdienmodellen en ook (stads)logistiek.
Dit doen we graag samen met het Rijk 1. Regelgeving — Met het teeltplan van de toekomst werken middels langjarige pilot aan het ontwikkelen van een andere systematiek om tot een passend verdienmodel te komen, Hierbij maken we gebruik van de landelijke set Kritische Prestatieindicatoren voor Kringlooplandbouw. 2. Kennis — De Flevolandse akkerbouw is innovatief en hoogproductief. Met het programma landbouw meerdere smaken is gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen en teelten. Ondersteuning van deze aanpak in de vorm van proeftuinen en kennisnetwerken is nodig om vanuit de experimenteerfase naar rendabele teeltsystemen te komen. 3. Middelen — Continuering fieldlab Boerderij van de toekomst als inspirerend regionaal fieldlab voor ontwikkeling op het vlak van agro-ecologie, mechanisatie, precisielandbouw, verdienmodellen, korte ketens, kringlopen en energie.
CONCEPT 80%
37
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
B4
Omschakelen naar een circulaire economie Wat speelt er
In een circulaire samenleving worden alle grondstoffen opnieuw gebruikt en zijn de grondstoffen zelf hernieuwbaar. Flevoland heeft hiervoor een goede uitgangspositie. Dankzij de ligging, de ruimte, de arbeidsmarkt, de innovatiekracht van de ondernemers en de opleidingen en kennisinstellingen. In combinatie met de bouwopgave van Flevoland en het tekort aan werknemers die geschoold zijn in nieuwe technologieën liggen hier grote kansen. Flevoland wil in 2030 de grondstoffenleverancier voor de circulaire economie zijn. De circulaire economie heeft een kleinschalige kant, die in te passen is in de bestaande woon- en werkomgeving, maar er zal ook ruimte nodig zijn voor industriële activiteiten en grotere distributiestromen en productiegebieden. In het stedelijke gebied zijn recycle(werk)plaatsen en bijvoorbeeld bouwhubs nodig om de circulaire economie op gang te krijgen. Omschakelen naar een circulaire economie betekent dat voorlopig twee systemen naast elkaar zullen bestaan de komende 20 tot 30 jaar. Dat vergt slim en optimaal gebruik van de beschikbare ruimte. Mogelijk betekent een omschakeling naar een circulaire economie dat lokaal meer ruimte nodig is voor maakindustrie.
Dit doen we zelf 1. Kennis — Via het platform circulair werken provincie, gemeenten, kennisinstellingen en ondernemers samen om nieuwe ketens te vormen en kennis uit te wisselen. 2. Kennis — De productie van groene grondstoffen is een van de ontwikkelrichtingen van de Flevolandse landbouw. 3. Kennis — Met de Floriade hebben we als regio het goede voorbeeld gegeven, oa met de circulaire bruggencampus, maar ook met de ontwikkeling va diverse circulaire paviljoens. Dit doen we graag samen met het rijk 1. Kennis — De transitie naar een circulaire economie vraagt om samenwerking tussen overheidslagen en ondernemers. Naast uitwisseling van kennis is ook onderzoek nodig naar nieuwe technieken en werkwijzen, in combinatie met het opleidingen in deze richting. Een Leerstoel circulair bouwen in Flevoland zou daar een grote stimulans in kunnen zijn. 2. Regelgeving/middelen — De transitie naar een circulaire economie kan niet plaatsvinden op basis van vrijwilligheid. Aanpassing van de regelgeving helpt om de transitie af te dwingen en subsidies zijn nodig om de transitie te faciliteren. 3. Maatwerk — Zeker in de aanvangsfase zullen twee systemen naast elkaar blijven bestaan, dit betekent een extra grote ruimtevraag bij de ontwikkeling van de nieuwe technieken. Dit kunnen tijdelijke ruimtevragen zijn, maar ook meer structurele hubs die aansluiten bij stedelijke gebieden.
4. Het rijk kan hulp bieden om deze ruimtereserving mogelijk te maken, o.a. door daar ook de RVB-gronden voor beschikbaar te stellen.
CONCEPT 80%
38
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
B5
Toekomstbestendig energienetwerk Wat speelt er
Flevoland is al vele jaren koploper in de energietransitie, met een grote bijdrage aan groene energie. Het onderliggende energiesysteem blijkt niet (meer) toereikend voor zowel de vraag aan energie als de aanlevering van groene energie. Het oplossen van de huidige netcongestie is zowel voor bedrijven als woningen een essentiële opgave. Om ook voor de langere termijn de energieinfrastructuur gereed te hebben, en zo ingericht dat het zowel robuust als flexibel is, zijn forse ingrepen nodig.
Dit doen we zelf 1. Regelgeving — De regio geeft uitvoering aan de Regionale Energiestrategie. Daarbij wordt zowel ingezet op het opwekken van duurzame energie als op energiebesparing. 2. Regelgeving — De provincie zet het instrument van het experimentenkader in om op korte termijn ruimte te bieden aan batterij-opslag. 3. Middelen — Zowel bij de nieuwbouw als bij de renovatie van bestaande wijken wordt ingezet op energieneutraal bouwen. 4. Kennis — Mogelijkheden voor andere vormen van energie, zoals warmtenetten/aquathermie/geothermie worden onderzocht
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Regelgeving — Tracé-keuze voor de opwaardering van de 380 kv-lijnen. De Flevolandse voorkeur gaat uit naar een tracé dat niet dwars door stedelijk gebied loopt. 2. Regelgeving — Naast de 380 KV zijn ook extra onderstations nodig. Gesprekken met netbeheerders zijn al gestart over geschikte locaties hiervoor. Om tijdig de capaciteit op orde te krijgen moet op korte termijn gestart worden. Daar waar geen discussie is over de locatiekeuze verwachten we van het Rijk soepelheid ten aanzie van de proceduretijden en belemmerende regelgeving (bv tijdelijke overschrijding stikstofnormen). 3. Maatwerk — In de nationale programma’s voor het toekomstig energiesysteem is ook de mogelijkheid van een aansluiting van Flevoland op de waterstofbackbone opgenomen. Wij willen dit graag verder met het rijk uitwerken en concretiseren. 4. Maatwerk — De provincie Flevoland heeft zich aangemeld als mogelijke locatie voor binnenlandse aanlanding van duurzame energie afkomstig van wind op zee (VAWOZ). Wij blijven hier graag over in gesprek.
CONCEPT 80%
39
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
C 3.3 VITALE STEDEN EN DORPEN BETREKKING OP DE VOLGENDE RIJKSPROGRAMMA’S — Programma Woningbouw — Programmatische aanpak Groen in/om de stad —P rogramma Erfgoed voor de toekomst — Luchtkwaliteit — Geluid
CONCEPT 80%
40
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
In 2050 is het fijn wonen in Flevoland. De steden en dorpen zijn zo gebouwd dat er gezonde, groene leefomgeving is ontstaan. Het groen in en om de stad, heeft een recreatieve functie en voorkomt hittestress in de zomer. Ook overvloedig water kan binnen het stedelijk gebied worden opgevangen. Werk, is voor de meeste mensen binnen 30-45 minuten te bereiken. De tijd van lange files is allang voorbij. Alle steden en dorpen hebben een eigen karakter, van meer landelijk in de Noordoostpolder tot meer (hoog)stedelijk in Lelystad en Almere. De variëteit aan woningen en voorzieningen leidt tot levendige kernen, waar alle leeftijdsgroepen zich thuis voelen. De moderne onderwijscampussen die zijn gebouwd brengen extra reuring en zorgen ervoor dat Flevolandse jongeren voor hun opleiding niet meer de polder uit hoeven. Ze zijn een nieuwe plaats van ontmoeting met nieuwe culturen en kennisgroepen. De ligging aan het water wordt volop benut door inwoners en recreanten. Voor oudere inwoners is voldoende zorg op maat beschikbaar, waardoor ze zo lang mogelijk in de eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven. Ruimtelijke inrichting maakt het mogelijk dat alle groepen uit de maatschappij elkaar makkelijk kunnen ontmoeten. CONCEPT 80%
41
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
C FLEVOLAND 2050 VITALE STEDEN EN DORPEN Belangrijkste vraagstukken C1 Toekomstbestendige stedelijke vernieuwing C2 Groeien in balans door samen zorgen voor bovenplanse voorzieningen C3 Meerzijdige bereikbaarheid VITALE STEDEN EN DORPEN VRAGEN OM GROEIEN IN BALANS
LEGENDA Verbonden Daily Urban Systems Stedelijk systeem Bebouwing Industriegebieden Stations Utrecht Science Park Infrasysteem Autoweg Spoorweg IJmeerverbinding
CONCEPT 80%
42
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
EM
ME
LO IN OR RE D — GI UR O ZWK— D O L RO LE NT E
EMMELOORD
KRUISPU N LE LYSTA T D
URK
DRONTEN LELYSTAD
ALMERE
R ME AL RT — M O DA FO ER ERS T S M AM T/A CONCEPT 80% EKECH O H R IE UT DR
ER ME H A LO — P R ZEEDERWUT TEN WO I J K — LD E —
ZEEWOLDE
E—
43
CONCEPT 80%
N
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
C1
Toekomstbestendige stedelijke vernieuwing Wat speelt er Flevoland heeft te maken met een dubbele bouwopgave. Voor de komende jaren wordt voortzetting van de
snelle groei voorzien. In de regiodeals met het rijk is afgesproken dat tot 2030 ca. 40.000 extra woningen worden gerealiseerd en tot 2050 ca 100.000. Dat betekent een doorgroei van de huidige ca. 450.000 inwoners naar een geschat aantal van 650.000 inwoners in 2050. Tegelijkertijd is er ook sprake van een renovatie/transformatie-opgave. Veel grote wijken zijn in de jaren ’70 en ’80 gebouwd en moeten in hun geheel worden aangepakt, daarbij speelt een heel scala aan opgaven zoals inbreiding, de energietransitie, klimaatadaptatie, het verbeteren van de leefbaarheid en het versterken van de sociaaleconomische structuur. De gemeenten hebben niet de financiële draagkracht om dit te financieren. Flevoland is speciaal. Een jonge provincie, in golven ontwikkeld, dus de problematiek komt ook in golven.
Dit doen we zelf 1. Kennis — Lelystad en Almere hebben zich aangesloten bij het kennisnetwerk New Towns, om van elkaar te leren. 2. Kennis — Urk is juist een oude stad, met een beschermd stadsgezicht en zoekt aansluiting met vergelijkbare steden om gezamenlijk te kijken hoe de noodzakelijke transformatie-opgaven binnen eeb beschermd stadsgezicht kan worden vorm gegeven. 3. Maatwerk — De ligging aan het water benutten om extra kwaliteit te geven aan de stedelijke ontwikkeling door de realisatie van een waterfront. (zie ook maatwerk bij a)
Dit doen we graag samen met het het Rijk 1. Middelen — Aangepaste financiering voor groeigemeenten. De huidige financieringssystematiek is gebaseerd op het inwonertal van 2 jaar terug (T-2). Dat is altijd al lastig geweest, maar mede door alle bijkomende opgaven (klimaat, waterberging, voorzieningen) is de grondexploitatie niet meer passend te krijgen. In het verleden is voor de VINEX-wijken een aparte financieringssystematiek gehanteerd. Een vergelijkbare financieringssystematiek is nodig om de Flevolandse gemeenten de financiële ruimte te bieden om voorinvesteringen te doen voor een klimaatbewuste en evenwichtige groei. (T+2) 2. Middelen — groen in en om de stad ook beschikbaar stellen voor Flevolandse steden. (check bij robuust fundament) 3. Regelgeving — Mogelijk maken van een integrale aanpak en gebiedsgericht werken door het ontschotten van middelen/subsidies. Voor veel ingrepen zijn er soms sectorale budgetten beschikbaar. Deze zijn niet altijd te koppelen aan een gebiedsproces. Voor een 4. Kennis — Opzetten van een proeftuin houtbouw en biobased bouwen om ervaring op te doen met het opschalen van circulair bouwen van kleine pilots naar reguliere methodieken.
Dit vragen we specifiek aan het Rijksvastgoedbedrijf 1. Middelen/kennis - Actief (en financieel) bijdragen aan onderzoek en ontwikkeling in stedelijk gebied als grondeigenaar en eigenaar gebouwen
CONCEPT 80%
44
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
C2
Groeien in balans door samen zorgen voor bovenplanse voorzieningen Wat speelt er
Vanuit de nog relatief korte historie van Flevoland is de binding van inwoners met Flevoland minder sterk dan in andere gebieden in Nederland. De sterke en aantrekkelijk kanten van Flevoland komen nog te weinig voor het voetlicht en op een aantal terreinen ontbreken voorzieningen die bijdragen aan de sociale binding met de eigen woonplaats. Voor veel bovenplanse voorzieningen zijn Flevolanders veelal aangewezen op buurgemeenten buiten Flevoland. De grootste knelpunten doen zich voor op de zorgstructuur, het onderwijs en het cultuuraanbod. De dubbele woningbouwopgave, bestaande uit uitbreiding met nieuwbouw, maar ook uit herstructurering van de bestaande bouw uit de jaren ’70 en ’80, biedt kansen voor nieuwe impulsen aan maatschappelijke voorzieningen. Denk aan groen (stadsparken, wijkgroen en bereikbaar recreatief buitengebied), zorg- en onderwijsvoorzieningen, culturele voorzieningen, het mogelijk maken van creatieve broedplaatsen en levendige stadsharten en dorpskernen. “Wij bouwen geen woningen, maar een samenleving”.
Dit doen we zelf 1. Kennis — Als regio brengen we in beeld wat er nodig is om de vitaliteit van onze steden en dorpen te verbeteren. Dit doen we samen met maatschappelijke partners die dicht bij de inwoners staan. Gezamenlijk werken we aan een ‘barcode’ en een monitoringssystematiek om de opgave per gemeente in beeld te krijgen en te houden. 2. Maatwerk — Zowel bij nieuwbouw als bij herstructurering maken we ontwerpkeuzes die leiden tot meer variatie in woningaanbod, variërend in prijsklasse, en passend bij een gezonde mix aan doelgroepen.
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Kennis — Reeds nu is er sprake van een tekort aan eerste en tweede lijn zorgaanbieders. Samen met het rijk willen we aan aanvalsplan maken om de zorginfrastructuur passend en toekomstbestendig te maken. Met aandacht voor samenwerking met onderwijsinstellingen, e-Health toepassing en de bereikbaarheid van essentiële zorgvoorzieningen. 2. Middelen — De groei van Flevoland vraagt om de bouw van nieuwe accommodaties voor maatschappelijke voorzieningen. Tegelijkertijd staat ook het beheer van bestaande voorzieningen onder druk. Dit wordt nog versterkt door krapte op de arbeidsmarkt en een afname van het aantal vrijwilligers door vergrijzing en lange reistijden. 3. Middelen — Waar Flevoland lange tijd een relatief jonge bevolking heeft gehad, neemt de vergrijzing de laatste jaren fors toe. Voorzieningen voor zorg en welzijn zijn hier niet op toegerust. Extra ingrepen binnen de regulieren woningbouw en de zorginfrastructuur zijn nodig om aan de huisvestings- en zorgbehoefte van senioren en/of zorgbehoevende inwoners te kunnen voldoen. Ook willen we inzetten op een extra impuls om het tekort aan huisartsen in Flevoland terug te dringen. 4. Middelen — De huidige praktijk is dat veel jongeren die gaan studeren (HBO of WO) dit elders doen en na hun studie niet terugkeren naar Flevoland.
Naast de inzet op versterken van de onderwijsketen (Zie bij economie), willen we ook inzetten op investeringen die de aantrekkelijkheid van de steden en dorpen voor jongeren vergroten.
CONCEPT 80%
45
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
C3
Meerzijdige bereikbaarheid Wat speelt er
De centrale ligging van Flevoland, heeft mede geleid tot een oriëntatie op omliggende gebieden. De Daily Urban Systems van de Flevolanders gaan naar alle richtingen. Doordat de vierde polder (de Markerwaard) niet aangelegd is, zijn een aantal ontsluitingswegen richting het westen en noordwesten nooit gerealiseerd. Zeker Almere en Lelystad zijn grote steden die nu maar twee uitgangswegen hebben, die steeds vaker vastlopen. Maar ook vanuit de Noordoostpolder en Dronten is de bereikbaarheid van regio Zwolle niet optimaal en vanuit Zeewolde en Almere mist een snelle verbinding richting Utrecht en Amersfoort. Bij de verdere groei van Flevoland is extra capaciteit op de wegen en het spoor een noodzakelijke randvoorwaarde.
Dit doen we zelf 1. Middelen — Verbetering en beheer van het provinciaal wegennet. Aanvullend hebben we voor de mobiliteitstransitie die nodig is voor de schaalsprong tot 2030 is een bedrag van 600 miljoen gereserveerd. 2. Middelen — Inzet op meer fietsverkeer door de aanleg van hogesnelheidsfietspaden 3. Middelen — Interprovinciale afspraken over de OV-producten 4. Maatwerk — Doorstroom verbeteren door realisatie van mobiliteitshubs op strategische plekken. 5. Versterken van waterverbindingen? 6. Kennis —Onderzoek naar knelpunten infrastructuur, gekoppeld aan de woningbouwopgaven.
Dit doen we graag samen met het rijk 1. Middelen — Realisatie van uitbreiding en verbreding van nationale infrastructuur (weg (A6, A27, N50) en spoor (goede dienstregeling op bestaande spoor en aanleg IJmeerverbinding en Lelylijn). In het BO MIRT en in de Noordvleugelbrief/RRAAM zijn afspraken gemaakt over de diverse infrastructurele verbeteringen voor Flevoland. Veel van deze afspraken hebben een directe relatie met de groei-opgave voor Flevoland. Harde afspraken over de financiering, en de tijdige realisatie van de infrastructuur en temporisering van de bouwopgave zijn nodig om problemen te voorkomen. 2. Kennis — Naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur willen we ook inzetten op slimme oplossingen om de groei van de mobiliteit te verminderen en binnen de kaders van de klimaatopgave te blijven. Wij willen graag met het rijk verkennen welke gezamenlijke inzet we kunnen doen richting meer duurzame en ruimte-efficiënte vervoerswijzen. 3. Maatwerk — Flevoland heeft zelf geen stikstofgevoelige gebieden en kan daardoor zelf slechts zeer beperkte stikstofruimte vrijmaken. Voor rijksprojecten zou ook het rijk hieraan moeten bijdragen.
CONCEPT 80%
46
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
47
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
48
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
CONCEPT 80%
49
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
4 WAT STAAT ONS TE DOEN
CONCEPT 80%
50
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
SAMEN WERKEN AAN HET FLEVOLAND VAN MORGEN EN OVERMORGEN De ontwikkelingen tot 2030 staan voor groot deel al in de steigers. Woningbouwlocaties zijn voor 80% vastgelegd. Planvorming voor het landelijk gebied krijgt vorm via het Flevolandse Programma Landelijk gebied (FPLG)Met rijk en regio zijn we onder andere via het programma GRIP en via een eerste versie van regiodeals gestart met versterking economisch profiel en wat daarvoor nodig is. Samen met gemeenten brengen we in beeld aan het brengen in hoeverre de Flevolandse samenlevingsopbouw afwijkt van het Nederlandse gemiddelde en wat er nodig is voor versterking.
De grootste uitdagingen voor de korte termijn: 1. Oplossingen voor netcongestie 2. Beschikbaarheid van stikstofruimte 3. Aanpassing van de financieringssystematiek voor groeigemeenten en daarmee mogelijk maken om achterstanden op gebied van voorzieningen in te lopen (van T-2 naar T+2) 4. Voortgang van de landbouwtransitie 5. Nakomen van gemaakte afspraken m.b.t. verbetering bereikbaarheid. (ABA, BO-MIRT, Noordvleugelbrief/ RRAAM) 6. Samenwerking als één overheid, en daarbij regionaal maatwerk mogelijk maken.
In de Strategische Agenda Flevoland hebben rijk en regio gezamenlijk een perspectief voor Flevoland uitgewerkt en eerste gezamenlijke uitvoeringsagenda vastgesteld. Het ruimtelijk arrangement, dat volgt op het ruimtelijk voorstel, zien wij als een volgende versie van de uitvoeringsagenda, met daaraan gekoppeld een gezamenlijke rijk-regio investeringsagenda.
Besluitvorming over nationale opgaven en zekerheid over tijdige financiering van rijksopgaven: 7. Opening Lelystad Airport 8. Realisatie IJmeerverbinding 9. Realisatie Lelylijn 10. Locatie en invulling Defensieterrein, inclusief randvoorwaarden voor bijv. infrastructuur.
Om dit alles te realiseren zullen we samen aan de slag moeten, en dat ook niet langer moeten uitstellen.
CONCEPT 80%
51
CONCEPT 80%
in DO Rijk-Regio, het ijkoment kansen en denkrichtingen voor het ruimtelijk voorstel. En vormen de voorbereiding voor een bespreking in het BO leefomgeving van 15 juni 2023. FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
Voor dit tweede ijkmoment ligt de focus op het kaartbeeld voor 2030 en de knelpunten, kansen en denkrichtingen die daaruit naar voren komen. Aanvullend wordt met name op het gebied van essentiële structurerende keuzes al verder vooruitgekeken, met name waar deze randvoorwaardelijk zijn voor doorontwikkeling richting 2050. Kaartbeeld 2030
Programma NOVEX - Kansen en denkrichtinge | 3
CONCEPT 80%
52
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
BIJLAGE
CONCEPT 80%
53
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
BIJLAGE BIJ RUIMTELIJK VOORSTEL – OVERZICHT BESTAANDE AFSPRAKEN Het uitgangspunt is dat bestaande afspraken met Rijk en de regio het vertrekpunt zijn voor het ruimtelijk voorstel. Ze vormen de basis. Deels zijn de bestaande afspraken in tekst en kaartbeelden opgenomen, niet om ze opnieuw te bespreken of vast te stellen maar om ze in samenhang te kunnen zien in en met andere opgaven opgenomen in het ruimtelijk voorstel. In het onderstaande overzicht staan de opgenomen. De lijst is niet limitatief en richt zich met name op plannen en afspraken met een ruimtelijk component. Rijk-Regio samenwerking, afspraken en ruimtelijke keuzes: Strategische agenda Flevoland:. Ğ^ƚƌĂƚĞŐŝƐĐŚĞŐĞŶĚĂ&ůĞǀŽůĂŶĚŝƐŽƉϭϱŵĂĂƌƚϮϬϮϯǀĂƐƚŐĞƐƚĞůĚŝŶĚĞDŝŶŝƐƚĞƌƌĂĂĚĞŶǀĞƌnjŽŶĚĞŶ ĂĂŶĚĞdǁĞĞĚĞ<ĂŵĞƌ͘,ĞƚŝƐŝŶ&ůĞǀŽůĂŶĚĚŽŽƌĚĞWƌŽǀŝŶĐŝĞ͕ŚĞƚtĂƚĞƌƐĐŚĂƉƵŝĚĞƌnjĞĞůĂŶĚĞŶĚĞ njĞƐŐĞŵĞĞŶƚĞŶďĞƐƚƵƵƌůŝũŬďĞŚĂŶĚĞůĚĞŶǀĂƐƚŐĞƐƚĞůĚĂůƐďĂƐŝƐǀŽŽƌĞĞŶŐĞnjĂŵĞŶůŝũŬĞ ƵŝƚǀŽĞƌŝŶŐƐƐƚƌĂƚĞŐŝĞǀŽŽƌ&ůĞǀŽůĂŶĚ͘/ŶŚĞƚK>ǀĂŶϭϱũƵŶŝŝƐĂĨŐĞƐƉƌŽŬĞŶĚĂƚĚĞ^ƚƌĂƚĞŐŝƐĐŚĞ ŐĞŶĚĂ&ůĞǀŽůĂŶĚĚĞďĂƐŝƐǀŽƌŵƚǀŽŽƌŚĞƚƌƵŝŵƚĞůŝũŬǀŽŽƌƐƚĞů͘ NOVEX- gebied MRA: Verstedelijkingsconcept 2050, Metropool van grote klasse met menselijke maat, 3 november 2021 (www.metropoolregioamsterdam.nl/ project/verstedelijkingsstrategie/)
Het Verstedelijkingsconcept 2050 beschrijft de manier waarop het Rijk en Regio invulling willen geven aan de ontwikkelrichting van de MRA op het gebied van de verstedelijking, de noodzakelijke voorzieningen, woningbouwontwikkeling/locaties, economische- en infrastructurele opgaven. Het Verstedelijkingsconcept vormt de basis onder de nog op te stellen uitvoeringsagenda en RIA (regionale investeringsagenda). De ontwikkelingen opgenomen in het verstedelijkingsconcept de gehele MRA zijn van direct belang voor Almere en Lelystad, en kunnen effect hebben op de hele provincie. Hieronder een overzicht van de voor Flevoland belangrijkste structurerende afspraken.
CONCEPT 80%
54
CONCEPT 80%
FLEVOLAND 2050 RUIMTELIJK VOORSTEL
-
-
Inliggend NOVEX-gebied Schiphol: Binnen regio Schiphol gaan vier ministeries, vier betrokken provincies en 56 gemeenten met elkaar uitwerken hoe ze de ruimtelijke opgaven in regio willen invullen. Het doel is om zo een impuls te geven aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het gebied van het NOVEX-gebied overlapt de Metropool Regio Amsterdam. (2022 BZK Nationale omgevingsvisie aanpak in 16 gebieden) Inliggend NOVEX-gebied Lelylijn: In het kader van het Deltaplan voor het Noorden, kan bijdragen aan versterking van de economie van het Noorden, de ontsluiting van nieuw te ontwikkelen woningbouwgebieden en betere internationale treinverbindingen met het noorden van Duitsland. De Lelylijn sluit aan in Lelystad en heeft OV bereikbaarheidsconsequenties voor de MRA . (2022 BZK Nationale omgevingsvisie aanpak in 16 gebieden)