11.1 Proloog Wijziging legesverordening a.g.v. invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.pdf
Tekst van het document
Proloog op wijziging legesverordening als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Juli 2022 Aan: de gemeenteraad Noordoostpolder Van: Werkgroep legesverordening (Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen) Afstemming met: Marianne Wierstra, Arend van Dijk en René Stigt
Inhoudsopgave
1 Inleiding ................................................................................................................................................ 2 2 Achtergrond .......................................................................................................................................... 2 2.1 Wat verandert er door de Ow en WKB? ........................................................................................ 2 2.2 Kostendekkendheid en dienstverlening ......................................................................................... 3 3 Wat zijn de veranderingen? .................................................................................................................. 3 3.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 3 3.2 Omgevingsoverleg ......................................................................................................................... 4 3.2.1 Hoe gaat het nu? ..................................................................................................................... 4 3.2.2 Hoe gaat het straks? ...............................................................................................................
5 3.2.3 Mogelijkheid tot legesvermindering ......................................................................................... 5 3.2.4 Monitoring ................................................................................................................................ 6 3.2.5 Omgevingsoverleg: samenvattend .......................................................................................... 6 3.3 Milieuleges ..................................................................................................................................... 6 3.3.1 Regionale afstemming............................................................................................................. 7 3.3.2 Ingroeimodel ............................................................................................................................ 7 3.3.3 Praktische uitwerking .............................................................................................................. 7 3.4 Lozingsactiviteit mba/niet mba ...................................................................................................... 8 3.5 Gelijkwaardige maatregelen ..........................................................................................................
8 3.6 Beoordeling aanvullende gegevens ............................................................................................... 9 3.7 Achteraf ingediende aanvraag ....................................................................................................... 9 3.8 Teruggaaf bij oordeel geen omgevingsvergunning nodig ............................................................ 10 3.9 Wat zijn de consequenties voor de inwoners en organisaties? ................................................... 10 4 Overkoepelende financiele betekenis en vervolg ............................................................................... 11 4.1 Structurele effecten ...................................................................................................................... 11 4.2 Incidenteel compensatie van het Rijk .......................................................................................... 11 4.3 Structureel effect in de beginjaren en vervolg ............................................................................. 11
1
1 Inleiding Door de Omgevingswet (verder: Ow) en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (verder: Wkb) treden per 1 januari 2023 veranderingen op in takenpakket, ambtelijke capaciteit, verhaalbare kosten en omvang van de legesopbrengsten. Voor een deel zijn de effecten ‘autonoom’ (denk aan de knip in de ruimtelijke en de technische toets, wegvallen taken onder Wkb) en voor een deel afhankelijk van keuzes (heffen leges milieu, leges voor omgevingsoverleg en teruggave van leges). De legesverordening moet hierop worden aangepast. Voorliggend proloog gaat in op de veranderingen voor de legesverordening Noordoostpolder, specifiek betrekking hebbende op titel 2 en bevat voorstellen aan de raad. Voor het bepalen van het ambitieniveau voor de inwerkingtreding van de Wkb komt een apart voorstel naar de gemeenteraad. Na besluitvorming door de raad over deze punten gaat de inhoud over in de legesverordening Noordoostpolder die, zoals gebruikelijk, in het laatste kwartaal van het jaar ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Ook pas op dat moment worden de bedragen definitief vastgesteld. De bedragen in deze proloog zijn indicatief.
2 Achtergrond 2.1 Wat verandert er door de Ow en WKB? Keuzevrijheid Er ontstaat keuzevrijheid om iets te regelen over de leefomgeving in het omgevingsplan, zoals algemene regels (zorgplichten), vergunningplichten of meldingsplichten. Alleen bij de vergunningplichten is legesheffing mogelijk. In 2023 zal naar verwachting een aanvang worden gemaakt met het opstellen van het omgevingsplan. Het komen tot een geheel gebiedsdekkend omgevingsplan zal vervolgens meerdere jaren in beslag nemen. Het is dus niet direct per 1 januari 2023 helder wat de keuzen binnen Noordoostpolder voor effect hebben op de legesheffing. Dit zal zich de komende jaren uitkristalliseren. Bij de inwerkingtreding van de Ow zullen de huidige bestemmingsplannen en de beheersverordening, samen met de bruidsschat, het tijdelijk omgevingsplan vormen. Bouwactiviteiten Voor de bouwactiviteiten wijzigt er veel, onder andere door de Wkb, die tegelijkertijd in werking treedt. Er wordt een knip gemaakt tussen het bouwtechnisch deel en het ruimtelijke deel. Voor beiden kan straks een omgevingsvergunning nodig zijn, maar er worden ook veel bouwwerken vergunningsvrij. Voor bouwwerken in gevolgklasse I – onder andere grondgebonden eengezinswoningen en bedrijfspanden van maximaal twee bouwlagen – geldt de Wkb1 en geldt een meldingsplicht voor het bouwtechnische deel.
Daar vervallen zowel legesinkomsten als werkzaamheden voor de gemeente. Tegelijkertijd komen er qua administratie werkzaamheden bij. Milieubelastende activiteiten Nieuw is dat gemeenten leges kunnen gaan heffen voor milieubelastende activiteiten. Het gaat niet langer om de milieu-inrichting als zodanig, maar om de activiteiten die milieubelastend zijn. Alleen voor complexe bedrijven geldt nog een integrale vergunningplicht, maar daarvoor zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag. Kortom, de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet, maar voor de Omgevingswet zijn er activiteiten die wél gaan veranderen: Nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen (Mogelijk) minder vergunningplichten De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning 1
De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere.
2
Gemeentelijke lasten worden in de basis lager maar dat is afhankelijk van het te kiezen ambitieniveau voor de Wkb Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken) Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer)
2.2 Kostendekkendheid en dienstverlening Door de wetswijzigingen wijzigt verhouding tussen de dienstverlening en de kostendekkendheid. Onderstaand figuur geeft hier inzicht in.
Een gemeente is niet vrij bij het vaststellen van de hoogte van de leges. Uitgangspunt is dat de tarieven van de leges kostendekkend zijn2. Er wordt daarbij niet per aanvraag bekeken hoe het bedrag dat is verschuldigd aan leges zich verhoudt tot de lasten. Uitgangspunt is dat van alle tarieven gezamenlijk de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Momenteel ligt de kostendekkendheid binnen de gemeente Noordoostpolder rond de 80%. Dit is gebaseerd op het geheel van inkomsten en lasten.
3 Wat zijn de veranderingen? 3.1 Inleiding De VNG heeft een model-legesverordening Ow opgesteld. In dit model staan artikelen waarbij gemeenten keuzes kunnen maken om al dan niet leges te heffen. Daarnaast zijn er bij sommige artikelen meerdere varianten aangegeven, waar gemeenten een keuze in kunnen maken. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om niet te kiezen voor één van de varianten, maar zelf een variant te maken die aansluit bij de behoefte van de gemeente. Over het algemeen is het voorstel om de legesverordening beleidsneutraal om te zetten en alleen veranderingen door te voeren indien daar vanuit de wet of de inhoud concreet aanleiding voor is. Belangrijkste argumenten hiervoor zijn: We hebben nog geen Omgevingsvisie en Omgevingsplan. 2 De Hoge Raad oordeelt dat bij de beantwoording van de vraag, of bij de heffing van leges in het kader van de omgevingsvergunning, de in
artikel 229b van de Gemeentewet geldende opbrengstlimiet is overschreden moet worden gekeken naar het totaal van de geraamde baten en lasten van de legesverordening als geheel
3
We hebben nog geen nadere onderbouwing op basis waarvan een verandering kan worden doorgevoerd. Op dit moment is het namelijk alleen mogelijk op hoofdlijnen uitspraken te doen over de kostendekkendheid (zie vorig hoofdstuk), maar er zijn geen gegevens beschikbaar om dit op (categorie) productniveau te doen. Het voorstel is om deze gegevens de komende twee jaar te verzamelen (via nauwgezette tijdsverantwoording per product (vergunning) - activiteit) en op basis daarvan en indien het aanleiding geeft, de keuzes opnieuw tegen het licht te houden.
Toch zijn er voor de inwerkingtreding van de wetten al wel de volgende keuzes te maken:
1 2 3 4 5 6 7 8
Onderwerp Omgevingsoverleg Vermindering na omgevingsoverleg Milieubelastende activiteit Lozingsactiviteit milieubelastende activiteit (mba)/niet mba Gelijkwaardige maatregelen Beoordeling aanvullende gegevens Achteraf ingediende aanvraag Teruggaaf bij oordeel geen omgevingsvergunning nodig
Te maken keuzes wel of niet leges heffen wel of geen vermindering wel of niet leges heffen wel of niet leges heffen
Par 3.2 Par 3.2 Par 3.3 Par 3.4
wel of niet leges heffen wel of niet leges heffen wel of niet leges heffen wel of niet leges heffen
Par 3.5 Par 3.6 Par 3.7 Par 3.8
Wanneer u nu keuzes maakt, hebben deze invloed op het kostendekkendheidspercentage van de leges en op de financiële positie van de gemeente. Om die reden wordt de raad voorgesteld in te stemmen met voor nu tentatieve uitgangspunten ondersteund met indicatieve bedragen. Almere en verdere regionale afstemming Hieronder volgt een toelichting op de bovenstaande keuzemogelijkheden. In Flevoland heeft alleen Almere de legesverordening voor 2023 al vastgesteld. Die is in een aantal situaties gebruikt als richting (3.4 t/m 3.8). Specifiek voor de milieubelastende activiteit (3.3) is in provinciaal verband afgestemd.
3.2 Omgevingsoverleg De Ow introduceert een nieuw instrument voor de fase die voorafgaat aan de formele aanvraag van de omgevingsvergunning (binnen Noordoostpolder ook initiatiefproces genoemd); het omgevingsoverleg. Dit omgevingsoverleg is een traject voorafgaand aan het vergunningenproces. In de huidige situatie kennen wij andere vormen van overleg.
3.2.1 Hoe gaat het nu? In de huidige situatie kennen wij de informatieverstrekking, het vooroverleg vergunningen en het principeverzoek. De informatieverstrekking wordt voornamelijk gedaan door het woonloket. Hiervoor worden geen leges in rekening gebracht. Het vooroverleg vergunningen wordt gedaan door het cluster Vergunning, Toezicht en Handhaving, zij toetsen de plannen aan het bestemmingsplan en de welstand. Hiervoor worden nu geen leges in rekening gebracht. Het principeverzoek wordt behandeld door het cluster Beleidsontwikkeling (team planontwikkeling), zij behandelen de plannen die afwijken van het bestemmingsplan of beheersverordening en waarbij een uitspraak gedaan moet worden over de wenselijkheid en de haalbaarheid. Voor het principeverzoek worden leges geheven Huidig Informatieverstrekking Principeverzoek Vooroverleg vergunningen - toets bestemmingsplan - toets welstand
Kosten €0 € 586 € 0 (€ 76 voor toetsing aan welstandscriteria wordt betaald door gemeente)
4
De kosten voor het principeverzoek en vooroverleg vergunningen zijn niet kostendekkend. De gemaakte kosten worden namelijk niet één op één doorberekend aan diegene die er profijt van heeft (profijtbeginsel). Over het hele jaar bezien is er sprake van ontoereikende kostendekkendheid van de leges (zie vorig hoofdstuk).
3.2.2 Hoe gaat het straks? Onder de Ow kan voorafgaand aan de formele aanvraag omgevingsoverleg gevoerd worden. Dit resulteert in een integrale afweging over de wenselijkheid en haalbaarheid van een initiatief in de fysieke leefomgeving. Dankzij het omgevingsoverleg kunnen initiatieven rijp worden gemaakt voor een succesvolle vergunningaanvraag. In het omgevingsoverleg wordt aan initiatiefnemer geadviseerd om (zo nodig) een participatietraject te doorlopen. In het omgevingsoverleg is hier meer tijd en maatwerk voor dan in het vergunningenproces. Onder de Ow wordt een groot deel van de huidige uitgebreide procedure van 26 weken afgedaan onder de reguliere procedure van 8 weken. Hiermee staat de formele procedure onder tijdsdruk. Een vergunningaanvraag zal eerder in het proces geweigerd moeten worden als deze niet voldoet, omdat er geen tijd is voor het verwerken van aanpassingen. Het is daarom wenselijk dat voordat de formele aanvraag wordt ingediend, initiatieven uitgelijnd worden. Dat uitlijnen gaat gepaard met werkuren. Deze uren kunnen bekostigd worden door middel van legesheffing. Als denkrichting wordt voorgesteld om voor het omgevingsoverleg een drempelbedrag ter hoogte van € 241 aan te houden.
Dit bedrag is gelijk aan het huidige minimale bedrag dat betaald moet worden voor een omgevingsvergunning de bouwactiviteit voor het ruimtelijke deel (minimaal € 165), waarvoor tevens een toetsings ruimtelijke kwaliteit (welstand) nodig is (minimaal € 76). Dit bedrag kan bij de vergunningaanvraag verrekend worden. In vergelijking met de huidige situatie, is er sprake van twee veranderingen. Het huidige ‘gratis’ vooroverleg vergunningen wordt in de nieuwe situatie een betaald omgevingsoverleg van € 241. Het huidige principeverzoek van € 586 wordt in de nieuwe situatie een omgevingsoverleg van € 241. Door de bedragen van de vergunningverlening aan te passen, worden deze verschillen zoveel mogelijk opgeheven. Het uitgangspunt is dat aan het einde van een traject (dus na vergunningverlening), de totale kosten aansluiten bij de huidige situatie van legesheffing. Als het drempelbedrag hoger wordt dan € 241, dan worden de goedkoopste vergunningen duurder, of is het mogelijk niet meer interessant om een omgevingsoverleg aan te vragen. Het gaat dan om een omgevingsoverleg dat relatief eenvoudig kan worden afgehandeld.
3.2.3 Mogelijkheid tot legesvermindering Op grond van artikel 2:52 van de (model) legesverordening kunnen initiatiefnemers in aanmerking komen voor vermindering van leges, als na het omgevingsoverleg een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, mits: Het gaat om dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; Die in overeenstemming is met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en Die binnen [X]3 aantal maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 2:52 van de (model) legesverordening geeft de mogelijkheid om een drempelbedrag te kiezen zodat na vermindering van de leges van het omgevingsoverleg op de leges van de vergunningaanvraag, een minimaal bedrag overblijft dat in rekening wordt gebracht. Het toepassen van een vermindering op leges na het omgevingsoverleg kan een extra stimulans zijn om het omgevingsoverleg te doorlopen. Want indien een vergunningaanvraag voldoet aan de eisen
3 Dit is een nader te bepalen termijn die gemeenten zelf kunnen vaststellen.
5
van artikel 2:52 van de (model) legesverordening, krijgt initiatiefnemer vermindering van leges van het omgevingsoverleg op de leges van de aanvraag omgevingsvergunning. Het toepassen van een drempelbedrag is wenselijk. Zo blijft er een verschuldigd bedrag over voor het in behandeling nemen van de aanvraag omgevingsvergunning. Het voorstel is om het drempelbedrag gelijk te laten zijn aan de leges voor het omgevingsoverleg. Wanneer initiatiefnemer het initiatiefproces overslaat en meteen een aanvraag omgevingsvergunning heeft ingediend, is er geen sprake van vermindering van de leges.
3.2.4 Monitoring De jaren 2023 en 2024 worden gebruikt om te monitoren welke initiatieven (aantal en omvang) binnenkomen en door collega’s tijd te laten schrijven. Aan de hand hiervan kan een doorberekening worden gemaakt en worden onderbouwd welk complex aan legesbedragen kostendekkend is.
3.2.5 Omgevingsoverleg: samenvattend De denkrichting nu is dat leges voor het omgevingsoverleg bestaan uit een vast bedrag. Er vindt vermindering van leges plaats voor het in behandeling nemen van de omgevingsvergunningen, mits: Het gaat om dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; Die in overeenstemming is met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en Die binnen 12 maanden na het eindadvies omgevingsoverleg leidt tot een aanvraag om de omgevingsvergunning. Indien het te heffen bedrag bij de vergunningaanvraag na vermindering van de leges van het omgevingsoverleg onder de drempelwaarde uit komt, wordt het drempelbedrag geheven. Initiatiefnemer komt alleen voor vermindering van de leges in aanmerking als voldaan is aan de eisen van artikel 2:52 van de (model) legesverordening. Wanneer initiatiefnemer het initiatiefproces overslaat en meteen een aanvraag omgevingsvergunning heeft ingediend, is er geen sprake van vermindering van de leges. Wat Informatieverstrekking Omgevingsoverleg
Vermindering leges na omgevingsoverleg
Nu Principeverzoek Vooroverleg vergunningen - toets welstand - toets bestemmingsplan
Niet het geval
Kosten €0 € 586 €0
Toekomst (Ow) Omgevingsoverleg
Kosten €0 € 241
(€ 76 voor toetsing aan welstandscriteria wordt betaald door gemeente)
-€0
Vermindering leges na omgevingsoverleg
- € 241
3.3 Milieuleges De Ow biedt de mogelijkheid om leges te heffen over vergunningplichtige milieubelastende activiteiten (mba) onder de Ow. Onder de huidige wetgeving is deze mogelijkheid er niet. Met betrekking tot het in behandeling nemen van aanvragen met mba’s blijft de situatie gelijk ten opzichte van nu. Indien een vergunningaanvraag meerdere activiteiten bevat, is de gemeente het behandelend orgaan. Indien 1 van deze activiteiten een mba is, wordt deze ter advies over die activiteit doorgezet naar de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreken (OFGV). De OFGV adviseert dan de gemeente, die de gehele vergunning verder afgehandeld. Mocht het een enkelvoudige aanvraag zijn met een mba, dan gaat deze ter afhandeling direct door naar de OFGV. 6
Een initiatiefnemer mag kiezen of ze 1 aanvraag met meerdere activiteiten bij de gemeente indient of dat hij/zij meerdere aanvragen met 1 activiteit indient. De gemeente kan vooraf wel een advies geven om bijvoorbeeld 1 aanvraag met meerdere activiteiten te doen, maar de keuze blijft aan de initiatiefnemer. Bij beide keuzes is er de mogelijkheid om leges te heffen. Bij de 1e keuze is de gemeente het behandelend orgaan en kan het heffen van de leges van de mba’s meegenomen worden samen met de behandeling van de totale aanvraag. Bij de 2e keuze krijgt de OFGV zoals eerder aangegeven de aanvraag rechtstreeks en behandelt deze (onder mandaat van de gemeente). Omdat de aanvragen niet binnenkomen bij de gemeente en ze daardoor niet ziet, zal de OFGV bij de gemeente moeten aangeven dat de leges geheven kunnen worden. De gemeente stuurt vervolgens de legesfactuur. De OFGV mag dit niet zelf doen omdat de gemeente het bevoegd gezag is.
3.3.1 Regionale afstemming Er is ambtelijk overleg geweest met de flevolandse gemeenten, provincie Flevoland en de OFGV over het heffen van leges over de mba’s. Alle flevolandse gemeenten hebben ambtelijk aangegeven dat ze hun gemeenteraad het advies gaan geven om wel leges te gaan heffen over de mba’s. Met het heffen van leges over de mba’s komen er opbrengsten tegenover de kosten te staan die de gemeente maakt. Los van het regionaal overleg met de provincie en de OFGV heeft de gemeente ook een overleg gevoerd met Dronten, Lelystad en Zeewolde om afstemming te zoeken met elkaar over de hoogte van de leges. In het ambtelijk overleg is met elkaar afgesproken dat alle partijen dezelfde leges heffen, omdat het product mba’s in alle gevallen door de OFGV wordt behandeld.
3.3.2 Ingroeimodel Omdat de OFGV nog niet voldoende gegevens heeft om een goede inschatting te maken over welke activiteiten leges geheven kunnen worden, is het raadzaam om met een ingroeimodel te gaan werken. Op deze manier kunnen in de eerste 2 jaar ervaringscijfers opgedaan worden, zodat de leges bijgesteld kunnen worden. Samen met de Flevolandse gemeenten is afgesproken dat het ingroeimodel er als volgt uitziet: - 1e jaar 75% van de productprijs - 2e jaar 75% van de productprijs - 3e jaar 100% van de productprijs. Dit wijkt af van het advies van de OFGV. De OFGV stelt namelijk voor om in het 1e jaar 50% van de productprijs te kiezen. De gemeenten zijn echter van mening dat 2x 75% voldoende zekerheid biedt bij een eventuele bezwaarzaak. Op basis van bovenstaande percentages zullen de legesregels voor de mba’s er in de eerste 2 jaar indicatief als volgt eruit zien (de bedragen zijn afgerond): a. voor één tot vijf milieubelastende activiteiten: € 3.727,00 b. voor vijf tot tien milieubelastende activiteiten: € 8.084,00 c. voor tien tot vijftien milieubelastende activiteiten: € 16.534,00 d. voor vijftien of meer milieubelastende activiteiten: € 17.206,00 Vanaf jaar 3 kan, afhankelijk van de ervaringscijfers, er aanleiding zijn om een voorstel te doen de leges te wijzigen.
3.3.3 Praktische uitwerking Het innen van leges over de mba’s is voor alle organisaties nieuw. We gaan met de OFGV een werkafspraak maken over het heffen van de leges. Specifiek voor die activiteiten die alleen via de OFGV verlopen omdat we daar als gemeente nu nog geen direct zicht op hebben.
7
3.4 Lozingsactiviteit mba/niet mba Het waterschap is bevoegd gezag voor lozing op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het waterschap en op zuiveringtechnisch werk, het rijk voor rijkswater. Daarmee zijn de meeste vergunningplichtige lozingsactiviteiten geregeld. Niet uit te sluiten valt dat lozingen ook op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente plaatsvinden. Voor die gevallen is in artikel 2.21 en 2.22 van de modellegesverordening een tariefbepaling opgenomen. Er is onderscheid gemaakt tussen lozingen niet afkomstig van mba en lozingen afkomstig van mba. De vraag is of we voor de lozingen op oppervlaktewaterlichamen die in beheer bij de gemeente komen leges willen heffen. Het is onbekend om hoeveel lozingen het gaat in onze gemeente. Huidige legesverordening In de huidige legesverordening zijn er geen leges opgenomen voor lozingsactiviteiten. Legesverordening Almere Almere heeft het volgende in hun legesverordening opgenomen: Hoofdstuk 2.7 Lozingsactiviteiten Artikel 2.7.1 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 216,55 Artikel 2.7.2 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 5.000,00 Denkrichting: Dit artikel in de legesverordening opnemen. Daarbij de legesregels van de gemeente Almere gebruiken. Het eerste artikel regelt de leges voor een omgevingsvergunning zonder mba.
Het tweede artikel regelt de omgevingsvergunning inclusief de mba. Het bedrag wat hiervoor staat is hoogstwaarschijnlijk te herleiden naar de eerste categorie mba’s plus het bedrag wat de OFGV rekent voor een maatwerkbesluit lozingen. Bij de evaluatie meenemen en onderzoeken wat de frequentie is en of het bedrag juist is vastgesteld.
3.5 Gelijkwaardige maatregelen Onder de Ow is het bijna altijd mogelijk om in plaats van een in algemene regels voorgeschreven maatregel een 'gelijkwaardige maatregel' te treffen. De gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat bereiken als de wetgever met de voorgeschreven maatregel heeft beoogd. Dit artikel in de model-legesverordening is alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. De gelijkwaardige maatregelen die nu aangevraagd worden, vallen in veel gevallen binnen een aanvraag omgevingsvergunning. Dit zal niet veranderen onder de Ow. Huidige legesverordening In de huidige legesverordening zijn er geen leges opgenomen voor gelijkwaardige maatregelen. Legesverordening Almere Almere heeft het volgende in hun legesverordeningen opgenomen: Artikel 2.10.1 Gelijkwaardige maatregel
8
1. Voor een aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet bedraagt het tarief: € 500,00 2. Wanneer er naar het oordeel van het bevoegd gezag aanvullend advies nodig is om tot een beoordeling van gelijkwaardigheid te komen worden de op grond van lid 1 in rekening gebrachte leges verhoogd met € 1.500,00 Almere wijkt hierbij af van de model-legesverordening. Denkrichting: Dit artikel niet in de legesverordening opnemen, omdat het niet vaak voorkomt. De gelijkwaardige maatregelen die nu worden aangevraagd vallen binnen een aanvraag omgevingsvergunning. Bij de evaluatie meenemen en onderzoeken wat de frequentie en noodzaak zijn om het in te voeren.
3.6 Beoordeling aanvullende gegevens Is een aanvraag onvolledig, ook na geboden herstelmogelijkheid, dan kan deze buiten behandeling worden gesteld (artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht). In de model-legesverordening zit een mogelijk om leges te heffen als de aanvrager tijdens de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met aanvullende gegevens komt, die weer extra werkzaamheden met zich brengt. Huidige legesverordening In de huidige legesverordening zijn er geen leges opgenomen voor de beoordeling van aanvullende gegevens. Legesverordening Almere Artikel 2.11.3 Beoordeling aanvullende gegevens 1. De in hoofdstuk 2.3 genoemde tarieven gelden voor de reguliere dienstverlening. Daartoe worden ook gerekend de activiteiten die voor de gemeente ontstaan: - doordat de aanvrager één maal in de gelegenheid wordt gesteld om de bij de ingediende aanvraag ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren; - doordat de aanvrager één maal in de gelegenheid wordt gesteld om de door de gemeente gevraagde aanpassingen in te dienen die nodig zijn om een aanvraag vergunbaar te maken. 2. Wanneer op verzoek van de aanvrager, alvorens de gemeente besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten c.q.
de aangevraagde vergunning te weigeren, deze in de gelegenheid wordt gesteld om nogmaals aanvullende gegevens dan wel aanpassingen m.b.t de ingediende aanvraag in te dienen, dan bedraagt het tarief: a. voor het in behandeling nemen van de 2de aanvulling of de 2de aanpassing: 25% van de op grond van hoofdstuk 2.3 geheven leges. b. voor het in behandeling nemen van de 3de aanvulling of de 3de aanpassing: 30% van de op grond van hoofdstuk 2.3 geheven leges. Almere wijkt hierbij af van de model-legesverordening. Denkrichting: Dit artikel in de legesverordening opnemen. Daarbij de legesregels van de gemeente Almere gebruiken. De model-legesverordening geeft namelijk een te enge benadering (direct aanvullende leges). De systematiek van Almere biedt de initiatiefnemers nog eenmalig de mogelijkheid om kosteloos hun aanvraag compleet te maken zonder dat er extra leges voor in rekening worden gebracht. In de huidige situatie is maximaal 10-15% van de aanvragen compleet bij indiening bij de gemeente. Hierdoor is de doorlooptijd van een aanvraag langer dan de initiatiefnemer zou willen. De insteek van de Ow is sneller vergunningen verlenen. Dit artikel moet -naast het omgevingsoverleg- als stimulans gezien worden om een aanvraag compleet in te dienen.
3.7 Achteraf ingediende aanvraag De extra legesheffing voor een achteraf ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning is van toepassing als er pas een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend nadat er al met de activiteit is begonnen of als de activiteit al is gerealiseerd. Dit zal zich vooral voordoen bij 9
bouwwerken. In artikel 5.6 van de Ow staat dat het verboden is een bouwwerk of deel daarvan dat is gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in stand te laten. De gemeente kan de verhoging van het tarief rechtvaardigen vanuit het gevoerde beleid. Dan zijn de aanvullende leges mogelijk een financiële prikkel om voorafgaand aan het bouwen 'netjes' een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit aan te vragen. Huidige legesverordening In de huidige legesverordening zijn er geen leges opgenomen voor de beoordeling van aanvullende gegevens. Legesverordening Almere Artikel 2.12.3 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de hoofdstukken 2.3 tot en met 2.7 verschuldigde leges verhoogd met: 10% met een maximum van € 1.000,00 Denkrichting: Dit artikel opnemen in de legesverordening. Daarbij de legesregel van Almere gebruiken. Dit stimuleert mensen om een aanvraag in te dienen. Een hoger bedrag is niet wenselijk dit omdat je het niet mag gebruiken als strafmiddel.
3.8 Teruggaaf bij oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als iemand wil weten of een omgevingsvergunning nodig is, kan hij/zij een aanvraag om een omgevingsvergunning indienen. Voor het in behandeling nemen van zo’n aanvraag worden de reguliere leges voor de betreffende activiteit geheven. Als het college tot het oordeel komt dat geen omgevingsvergunning nodig is, is een teruggaaf van een legesdeel mogelijk door de bepaling dit artikel. Als de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning leidt tot het oordeel dat geen omgevingsvergunning nodig is, is wel sprake van het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag zijn leges verschuldigd volgens artikel 2.2 lid b van het model legesverordening. Huidige legesverordening In de huidige legesverordening is er geen teruggaaf opgenomen bij de het oordeel als er geen omgevingsvergunning nodig is. In de praktijk betaald men echter geen leges, dit omdat de aanvraag wordt ingetrokken. Legesverordening Almere Artikel 2.14.2 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.
De teruggaaf bedraagt: 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Denkrichting: Dit artikel in de legesverordening opnemen. In dit artikel een percentage van 100% vermelden, net als Almere. Dit sluit aan bij onze huidige werkwijze (beleidsneutraal).
3.9 Wat zijn de consequenties voor de inwoners en organisaties? Door deze wijziging van de legesverordening veranderen de kosten voor initiatiefnemers. De belangrijkste gevolgen van de adviezen zijn: De leges voor bouwinitiatieven in gevolgklasse 1 worden lager (alleen nog legesheffing voor het ruimtelijke deel). Initiatiefnemers die nu gratis een toets bestemmingsplan en welstand krijgen, betalen hier straks voor. Dit dekt echter niet volledig de kosten. Indien goed omgevingsoverleg is gevoerd, wordt het bedrag voor het omgevingsoverleg in mindering gebracht. Dit tot aan het drempelbedrag.
10
Indien geen omgevingsoverleg is gevoerd, is de prijs voor een vergunning verhoudingsgewijs wat hoger dan in de huidige situatie. Aanvragers van vergunningen voor milieubelastende activiteiten gaan daarvoor leges betalen.
Voor de volledigheid melden wij nog dat door de invoering van de Wkb initiatiefnemers van bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen met kosten van bijvoorbeeld een private kwaliteitsborger te maken krijgen. Communicatie De communicatie over deze veranderingen zijn onderdeel van een bredere communicatie over de invoering van de Omgevingswet en de betekenis voor de samenleving.
4 Overkoepelende financiële betekenis en vervolg 4.1 Structurele effecten De invoering van de Ow en de Wkb leidt tot veranderingen in de omvang en samenstelling van de kosten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bouwwerken. Werkzaamheden en de daarbij behorende kosten die wegvallen door de privatisering van het bouwtoezicht leiden per saldo niet tot een bezuiniging, omdat ook de daartegenover staande legesinkomsten wegvallen. Ook zijn er nieuwe taken die de gemeente moet uitvoeren maar die niet langer vanuit legesinkomsten gedekt mogen worden (bijvoorbeeld handhaving bij meldingen). Zie hiervoor het aparte raadsvoorstel over het ambitieniveau Wkb. Daarnaast komen er kosten voor nieuwe taken en werkzaamheden bij waarvoor geen leges geheven mogen worden. Het verwachte financiële effect hiervan is substantieel. Op dit moment heeft u als raad in de programma meerjarenbegroting rekening gehouden met een structureel nadeel voor de leges van € 300.000. Deze € 300.000 is een uitkomst die staat voor het te verwachten tekort op de kostendekkendheid van de leges. Hoe de berekeningen van de lasten en baten per saldo uitvallen voor 2023 en verder wanneer u het beleid (ambitieniveau) en de legesverordening vastgesteld heeft, kan voor nu (nog) niet worden bepaald.
4.2 Incidenteel compensatie van het Rijk In de achterliggende jaren is er veel gelobbyd voor voldoende compensatie van het Rijk voor de extra kosten als gevolg van deze stelselwijziging. De VNG heeft met het Rijk hierover bestuursakkoorden afgesloten, maar het is nog afwachten hoe dit precies uit zal pakken. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 28 januari 2022 in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de gemeenten in de jaren 2022-2025 incidenteel geld krijgen voor voorbereiding op en implementatie van de Ow en Wkb. In 2022 gaat het voor alle gemeenten samen om € 150 miljoen, wat afloopt naar € 90 miljoen in 2025. De uitwerking hiervan is in de meicirculaire opgenomen. De door de gemeente Noordoostpolder bij de ALV-VNG ingediende motie over onze zorgen over de structurele effecten heeft nog niet tot het gewenste resultaat geleid.
4.3 Structureel effect in de beginjaren en vervolg In de meerjarenprogrammabegroting is voor de Ow € 600.000,- structureel beschikbaar. Door verdere uitstel van de Ow en Wkb is dit budget in 2022 niet geheel nodig voor het totaal effect van de operationalisering van de Ow en Wkb. In de bestuursrapportage doen wij hier verder verslag van. De kans is reëel dat de legesverordening de komende jaren “werkende weg” bijgesteld zal moeten worden op basis van de opgedane ervaringen en naar mate er meer duidelijkheid ontstaat over alle wijzigingen in het takenpakket.
11