CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Bijlagen bij de Toelichting Bestemmingsplan 'Rutten, Buitenom 1 en 87'.pdf

Commissie Woonomgeving 25 oktober 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Rutten, Buitenom 1 en 8725.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

. . Omgeving ^5 m

Ruttenseweg 2, verkennend bodemonderzoek NEN-5740, d.d. 30-04-1988, Oranjewoud, ref. nr. 89-08496-4 conclusies: Er moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. Gemaalweg “Valeriaan”, verkennend bodemonderzoek NEN-5740, d.d. 29-02­ 2000, Nillesen Milieu Adviesbureau, ref. NOP 2000-01 conclusies: Er moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. Venelaan, Camping De Stiepe, verkennend bodemonderzoek NEN-5740, d.d. 26-11-1996, Nillesen Milieu Adviesbureau, ref. 96-15 conclusies: Er moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging.

december '19

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

Niet bekend.

De locatie bevindt zich in de zone wonen.

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 3-4 m-NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw

diepte formatie beschrijving m-mv 0-5 middel fijne zanden, veenlagen Boxtel 5-7 middelfijne zanden, plaatselijk leemlagen Boxtel 7-16 grove tot matig fijne zanden Kreftenheye De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten

kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Noordoostpolder, sectie FZ nrs. 37 en 319 (ged.)

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

december '19

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten____________IwjyBonw a Mine»

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie aan de Buitenom 87 te Rutten vanaf 1957 een basisschool is gevestigd. Op het perceel bevindt zich een bestaande pand (schoolgebouw) waarin momenteel nog een basisschool (Sint Paulusschool, Stichting Christoforus) is gevestigd. Op de locatie bevindt zich tevens een losstaande fietsenstalling. Het onbebouwde deel van de locatie betreft een schoolplein, een sportveld en een deel van een boswal. Voor zover bekend heeft de locatie in het verleden sinds 1957 schoolbestemming gehad (voorheen Buitenom 73). Voordien was de locatie voor zover bekend nog niet in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande bebouwing af te breken. Op de locatie is de nieuwbouw van woningen gepland. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het thans onbebouwde terreindeel t.p.v. de geplande nieuwbouw (bouwvlak). T.a.v. de onderzoekslocatie is geen informatie beschikbaar omtrent evt.

(voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

mogelijke verontreiniging (deel)locatie

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

NEN-5740+A1 onderzoeksgebied

ONV-NL

(bouwvlak) (ca. 6.720 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

december '19

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten___________ IwjyBonw a Mine»

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2019. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 05 november 2019 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse en dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

13

0,5

5 t/m 17

3

2

2+3+4

1

2,5

1

Onderzoekslocatie (bouwvlak ca. 6.720 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

december '19

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw

bodemlaag m-mv 0,0-0,5 0,5-0,8 0,8-2,5

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

klei veen zand

matig tot sterk zandig zwak siltig

bruin/grijs donkerbruin grijs/geel/bruin

Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater

Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter

EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) pS/cm 1 1,5-2,5 0,91 5 7,4 1.040 15,9 In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (^10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen ^ 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

december '19

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten____________ IwjyBonw a Mine»

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 Z NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

december '19

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn vier grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema

Monstercode boringnummer(s) diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen analysepakket grond 1 (MM1) 2 (MM2)

1+3+5 t/m 10 4 + 11 t/m 17

0,0-0,5 0,0-0,4

-

NEN-grondOAS3000 NEN-grondOAS3000

3 (MM3) 4 (MM4)

1 +4 2+3

0,6-2,0 1,0-2,0

-

NEN-grondOAS3000 NEN-grondOAS3000

grondwater 1 (peilbuis)

1

1,5-2,5

-

NEN-grondwater(***)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC's, droge stof, organische stof en lutum; *NEN-water Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen barium (Baycadmium (CdyCobalt(Coykoper (Cuylood (Pbynikkel (Niyzink (ZnyMolybdeen (Moykwik(Hg); Vluchtige aromaten Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB Polychloorbifenylen; PAK Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. VOH Bromoform Tribroommethaan

december '19

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten___________ IwjyBonw a Mine»

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus^0o7o en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde ^,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+0/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde ^0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

december ’19

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten____________IwjyBonw a Mine»

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

OPID 17654931#19-M9118-Buitenom 87 te Rutten

Certificaten 957617 Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie BoToVa

Toetsdatum: 28 november 2019 12:08

3.0.0

Parameters

Toetsing

Monster

6127238

Monster

6127239

Monster

6127240

MM1, 01: 0-40, 03: 0-50, 05: 0-50, 06: 20-50, 07: 30-50, MM2, 04:0-30, 11:0-40, 12:0-40, 13: 0-40, 14: 0-40, 1! MM3, 01: 80-130,0 1:150-200, 04: 100-150, 04: 150-20 Max. Bodemindex Analyse

Eenheid

AW

T

I

Ana.Res.

0,086

Max. Bodemindex

Overschrijding Achtergrond Woetsoordeel

Toetsoordeel Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Ana.Res.

0

Max. Bodemindex

Voldoet aan Achtergrondw Toetsoordeel Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Ana.Res.

0,004 Voldoet aan Achtergrondw

Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Lutum/Humus Organische stof

d/ (m/m ds)

4,7

10

0

6,8

10

0

0,3

10

0

Lutum

d/ (m/m ds)

5,9

25

0

9,5

25

0

2,8

25

0

d/

76,1

76,1

@

0

72,1

72,1

@

0

80,5

80,5

@

0

Dwogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

190

555

920

26

68

@

0

34

68

@

0

< 20

< 49

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0,6

6,8

13

< 0.2

< 0.20

-

0

< 0.2

< 0.18

-

0

< 0.2

< 0.24

@ -

0 0

kobalt (Co)

mg/kg ds

15

102,5

190

<3

< 5.2

-

0

4,4

8,5

-

0

<3

< 6.8

-

0

koper (Cu)

mg/kg ds

40

115

190

<5

< 5.9

-

0

8,9

-

0

<5

< 7.0

-

0

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0,15

18,075

36

< 0.05

< 0.05

-

0

6,1 0,09

0,11

-

0

< 0.05

< 0.05

-

0

lood (Pb)

mg/kg ds

50

290

530

10

14

-

0

16

21

-

0

< 10

< 11

-

0

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

1,5

95,75

190

< 1.5

< 1.0

-

0

< 1.5

< 1.0

-

0

< 1.5

< 1.0

-

0

nikkel (Ni)

mg/kg ds

35

67,5

100

8

18

-

0

13

23

-

0

<4

<8

-

0

zink (Zn)

mg/kg ds

140

430

720

31

58

-

0

44

69

-

0

< 20

< 32

-

0

minerale olie (florisil clean mg/kg ds

190

2595

5000

40

85

-

0

41

60

-

0

< 35

< 120

-

0

Minerale olie Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

fenantreen

mg/kg ds

1,1

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

anthraceen

mg/kg ds

0,13

1,1 0,13

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

fluoranteen

mg/kg ds

1,4

1,4

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0,39

0,39

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

chryseen

mg/kg ds

0,62

0,62

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0,22

0,22

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0,39

0,39

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0,25

0,25

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

0,25

0,25

0

< 0.05

< 0.035

0

< 0.05

< 0.035

0

4,8

4,8

0,35

< 0.35

0

0,35

< 0.35

Sommaties som PAK (10)

mg/kg ds

1,5

20,75

40

3.2 AW(WO) 0,086

-

-

0

Polychloorbifenylen PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

0

< 0.001

< 0.0010

0

< 0.001

< 0.0035

0

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

0

< 0.001

< 0.0010

0

< 0.001

< 0.0035

0

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

0

< 0.001

< 0.0010

0

< 0.001

< 0.0035

0

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

0

< 0.001

< 0.0010

0

< 0.001

< 0.0035

0

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

0

< 0.001

< 0.0010

0

< 0.001

< 0.0035

0

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

0

< 0.001

< 0.0010

0

< 0.001

< 0.0035

0

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

0

< 0.001

< 0.0010

0

< 0.001

< 0.0035

0

0,005

< 0.010

0

0,005

< 0.0072

0

0,005

< 0.024

Sommaties som PCBs (7)

december '19

mg/kg ds

0,02

0,51

1

-

-

-

0,004

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten Tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) In grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters

Toetsing

Monster

6127241

MM4, 03 150-200, 03: 100-150, 02: 100-150, 02: 150-2 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana lys e

Eenheid

AW

T

I

Ana.Res.

0,004 Voldoet aan Achtergrondw

Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Lutum/Humus Organische stof

aA (m/m ds)

0,6

10

0

Lutum

QA (m/m ds)

1

25

0

%

83

83

Droogrest droge stof

@

0

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

190

555

920

< 20

< 54

@

0

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0,6

6,8

13

< 0.2

< 0.24

-

0

kobalt (Co)

mg/kg ds

15

102,5

190

<3

< 7.4

-

0

koper (Cu)

mg/kg ds

40

115

190

<5

< 7.2

-

0

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0,15

18,075

36

< 0.05

< 0.05

-

0

lood (Pb)

mg/kg ds

50

290

530

< 10

< 11

-

0

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

1,5

95,75

190

< 1.5

< 1.0

-

0

nikkel(Ni)

mg/kg ds

35

67,5

100

<4

<8

-

0

zink (Zn)

mg/kg ds

140

430

720

< 20

< 33

-

0

minerale olie (florisil clean mg/kg ds

190

2595

5000

< 35

< 120

-

0

Minerale olie Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

benzo(a )antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

chryseen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

0

0,35

< 0.35

Sommaties mg/kg ds

som PAK (10)

1,5

20,75

40

-

0

Polychloorbifenylen PCB-28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

0

PCB-52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

0

PCB-101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

0

PCB-118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

0

PCB-138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

0

PCB-153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

0

PCB-180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

0

0,005

< 0.024

Sommaties mg/kg ds

som PCBs (7)

0,02

0,51

1

-

0,004

Legenda

@

Geen toetsoordeel mogelijk

x AW(WO)

x maal Achtergrondwaarde (Wonen)

-

^ Achtergrondwaarde

december ’19

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. Tabel 14: samenvatting toetsresultaten per mengmonster

Mengmonster Boringen 1 (MM1) 1 +3+ 5 t/m 10 2 (MM2) 4 + 11 t/m 17 3 (MM3) 1 +4 4 (MM4) 2+3 Legenda ^W ^

Diepte 0,0-0,5

Zintuigelijk -

^W PAK (som 10)

-

-

Indicatieve toetsing Bbk* Wonen*

0,0-0,4

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

0,6-2,0 1,0-2,0

-

-

-

-

Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex ^0,5)

H

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex ^,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex M)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in het bovengrondmengmonster MM1 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan evt. zintuiglijk waargenomen bodemvreemde afwijkingen. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. De overige onderzochte stoffen zijn in het bovengrondmengmonster MM1 niet verhoogd gemeten t.o.v.

de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde Bovengrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

december ’19

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten____________ IwjyBonw a Mine»

ondergrond (1,0-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

december '19

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 15: gemeten gehaltes (gg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie

OPID 18021779#19-M9118-Buitenom 87 te Rutten 963592 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2.0.0 Toetsdatum: 28 november 2019 12:11

Pa ra mete rs

Toetsing

Monster

6143079

Pb 1, 01-Pb 1: 150-250 Max. Bodemindex Toetsoordeel Analyse

Eenheid

S

T

I

Ana.Res.

0,026 Overschrijding Streefwaard

Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba)

pg/l

50

337,5

625

57

1.1 S

0,012

cadmium (Cd)

pg/l

0,4

3,2

6

< 0.2

-

0

kobalt (Co)

pg/l

20

60

100

<2

-

0

koper (Cu)

pg/l

15

45

75

5,1

-

0

Kwik (Hg) (niet vluchtig)

pg/l

0,05

0,175

0,3

< 0.05

-

0

lood (Pb)

pg/l

15

45

75

<2

-

0

molybdeen (Mo)

pg/l

5

152,5

300

<2

-

0

nikkel(Ni)

pg/l

15

45

75

4,8

-

0

zink (Zn)

pg/l

65

432,5

800

11

-

0

minerale olie (florisil clean ng/l

50

325

600

< 50

-

0

Minerale olie Vluchtige aromaten benzeen

pg/l

0,2

15,1

30

< 0.2

-

0

ethylbenzeen

pg/l

4

77

150

< 0.2

-

0

naftaleen

pg/l

0,01

35,005

70

< 0.02

-

0

o-xyleen

pg/l

styreen

pg/l

6

153

300

< 0.2

-

0

tolueen

pg/|

7

503,5

1000

< 0.2

-

0

xyleen (som m+p)

pg/l

< 0.1

0

< 0.2

0

Sommaties aromaten 35,1

70

0,2

-

0

0,01

150,005

300

< 0.1

-

0

0,01

65,005

130

< 0.1

-

0

pg/l

7

453,5

900

< 0.2

-

0

1,1-dichlooretheen

pg/l

0,01

5,005

10

< 0.1

-

0,006

1,1-dichloorpropaan

pg/l

1,2-dichloorethaan

pg/l

1,2-dichloorpropaan

pg/l

< 0.2

0

1,3-dichloorpropaan

pg/l

< 0.2

0

cis-1,2-dichlooretheen

pg/l

< 0.1

dichloormethaan

pg/l

0,01

500,005

1000

< 0.2

-

0

monochlooretheen (vinylc pg/l

0,01

2,505

5

< 0.2

-

0,026

tetrachlooretheen

pg/l

0,01

20,005

40

< 0.1

-

0,002

tetrachloormethaan

pg/l

0,01

5,005

10

< 0.1

-

0,006

trans-1,2-dichlooretheen

pg/l

trichlooretheen

pg/l

24

262

500

< 0.2

-

0

trichloormethaan

pg/l

6

203

400

< 0.2

-

0

som C+T dichlooretheen

pg/l

0,01

10,005

20

0,1

-

0,007

som dichloorpropanen

pg/l

0,8

40,4

80

0,4

-

0

630

< 0.2

som xylenen

pg/l

0,2

1,1,1-trichloorethaan

pg/l

1,1,2-trichloorethaan

pg/l

1,1-dichloorethaan

Vluchtige chlooralifaten

< 0.2 7

203,5

400

< 0.2

0 -

0

0

< 0.1

0

Sommaties

Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromof pg/l

december '19

0

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

interpretatie resultaten grondwater In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. Tabel 16: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster

Grondwatermonster Pb1

Diepte filter 1,5-2,5

Zintuigelijk -

barium

-

-

Legenda ^ overschrijding streefwaarde (bodemindex ^0,5) ^

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex XĴ,5)

H

overschrijding interventiewaarde (bodemindex M)

peilbuis 1 (1,5-2,5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

december '19

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 17. Tabel 17: samenvatting toetsingsresultaten

Mengmonster Boringen

Indicatieve toetsing Bbk*

Zintuigelijk

^W of ^

-

-

Wonen*

-

PAK (som 10) -

-

2 (MM2)

1 +3+ 0,0-0,5 5 t/m 10 4 + 11 t/m 17 0,0-0,4

-

-

Achtergrondwaarde*

3 (MM3)

1 +4

0,6-2,0

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

4 (MM4)

2+3

1,0-2,0

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

Grondwater Pb1

1

1,5-2,5

-

barium

-

-

n.v.t.

Grond 1 (MM1)

Diepte

Legenda ^W Z ^

overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex ^0,5)

^

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex XĴ,5)

H

overschrijding interventiewaarde (bodemindex M)

beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

grond bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde Het verhoogd gemeten gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in het bovengrondmengmonster MM1 overschrijdt de tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek) of bodemindex-waarde ^0,5) niet en geeft daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (1,0-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

december '19

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten____________ IwjyBonw a Mine»

grondwater peilbuis 1 (1,5-2,5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek) of bodemindex-waarde ^0,5) niet en geeft daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek.

toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde en de bodemindex- waarde ^0,5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin.

Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.

december '19

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten___________ IwjyBonw a Mine»

Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli jl. heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.

partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

december '19

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten____________IwjyBonw a Mine»

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een onbebouwd gedeelte van de locatie aan de Buitenom 87 Rutten (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 Z NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.

Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw à Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw à Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.

Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.

Sigma Bouw à Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

december '19

27

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten____________ IwjyBonw a Mine»

6

LITERTUURLIJST 1.

Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.

december '19

28

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 87 Rutten

7 COLOFON opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

BJZ.nu Buitenom 87 Rutten 29 blz. 03 december 2019 ing. A.D.M. van Wuykhuyse

Auteur

Paraaf

Gecontroleerd door

Ing. A.D.M. van Wuykhuyse

z

ing. M.J.A. van Wuykhuyse

december '19

Paraaf

Datum

Status

03 december 2019

definitief

29

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT

3ÉĪ0

Adviesgroepen: ū Bouw ū Milieu

Sigma Bouw ŵ Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591)65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH)

1990

1970

1950

Adviesgroepen: ū Bouw ū Milieu

Sigma Bouw ŵ Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591)65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

1930

1890

Adviesgroepen: ū Bouw ū Milieu

Sigma Bouw ŵ Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591)65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1852/documents/28252