CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Bijlagen bij de Toelichting Bestemmingsplan 'Rutten, Buitenom 1 en 87'.pdf

Commissie Woonomgeving 25 oktober 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Rutten, Buitenom 1 en 8725.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rutten, Buitenom 1 en 87

Rutten, Buitenom 1 en 87 vastgesteld

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

4

Bijlage 2

Bodemonderzoek Buitenom 1

14

Bijlage 3

Bodemonderzoek Buitenom 87

67

Bijlage 4

Stikstofberekening

125

Bijlage 5

Quickscan natuurwaardenonderzoek

153

Bijlage 6

Nader vleermuisonderzoek

190

Bijlage 7

Watertoets Buitenom 1

201

Bijlage 8

Watertoets Buitenom 87

207

Bijlage 9

Reactienota ingediende zienswijzen

213

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

Rutten, Buitenom 1 en 87 vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

Rutten, Buitenom 1 en 87 vastgesteld

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

Beeldkwaliteit Buitenom 1 en 87 Rutten Herontwikkeling schoollocaties De gemeente is met dorpsbelang in overleg over enkele inbreidingslocaties in Rutten. Voor twee locaties; Buitenom 1 en Buitenom 87 is een verkaveling geschetst. De voorstellen hiervoor zijn gepresenteerd in het dorp en zijn positief ontvangen.

Bij beide plekken gaat het om de oorspronkelijke locatie van een basisschool. Dat is toch wel bijzonder. Deze plekken hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in het dagelijks leven van de dorpsbewoners. Het zijn plekken die iedereen kent en onderdeel zijn van het DNA van het dorp. Die rol willen we eigenlijk niet vergeten. En toch is het ook belangrijk dat deze plekken niet leeg blijven, maar opnieuw worden ingevuld. Gemeente en dorpsbelang menen dat beide locaties zich goed lenen voor wonen.

Buitenom 1 Buitenom 1 betreft de locatie van de kinderopvang 'Alles Kids'. Deze voormalige schoollocatie ligt in het noordwestelijk kwadrant van Rutten aan de Meerweg. De Meerweg vormt de scheidslijn tussen twee kwadranten. De bebouwing langs de Meerweg begeleidt deze structuur en maakt deze herkenbaar en beleefbaar. In die zin draagt de bebouwing bij aan de eigenheid van het dorp. Dit geldt vooral voor (de locatie van) het (voormalige) schoolgebouw hier. Het verbijzondert de entree van het dorp. Het markeert de overgang van polderweg naar dorpskern. De "rol" van deze plek in het dorpsontwerp willen we daarom graag behouden bij de herinvulling ervan. 1

Dit willen we doen door aan de Meerweg te kiezen voor drie kavels voor bij voorkeur een type vrijstaande (patio) bungalow met flauwe kap, lessenaarskap of plat afgedekt. Met een moderne eigentijdse vormgeving. Waarbij de kapvorm enigszins refereert aan de voormalige school. Tegelijkertijd verbijzonderen deze typen de plek bij de entree van Rutten aan deze zijde. De vrijstaande ligging biedt meer ruimte voor tuin en levert daarmee op deze plek een groenere uitstraling. Ook de kleurstelling is eigentijds en modern. Bakstenen in het spectrum lichte aardtinten met ondergeschikt wit stucwerk, beton of donkere kleurvlakken. Aandachtspunt qua vormgeving is de hoekkavel (Meerweg-Buitenom) deze moet tweezijdig georiënteerd worden. De beide tweekappers sluiten hier op aan door 1 laag met kap en een vergelijkbare kleurstelling. De kap van de tweekappars mag steiler en aansluiten op de naastgelegen bestaande woningen.

Referentiebeeld typologie vrijstaand en tweekappers

Buitenom 87 Buitenom 87 betreft de locatie van de Paulusschool en naastgelegen groene ruimte. Deze locatie ligt enigszins verscholen achter de Katholieke kerk, die aan de zijbrink van het dorp staat. Kerk en school liggen in het oostelijk kwadrant van Rutten. Door de ligging geven beiden uiting aan het oorspronkelijke ontwerp van het dorp. Nu de locatie van de Paulusschool vrij komt is het ook hier de uitdaging om een plan te ontwerpen dat recht doet aan de plek en tegelijk tegemoet komt aan de wensen voor wonen hier.

2

Dit willen we hier vooral doen door te kiezen voor een logische aansluiting op de bestaande woonstraten en een korrelgrootte en kleurenspectrum van de woningen die aansluit op de bestaande tegenoverliggende en naastgelegen woningen en een onderling gelijke nokhoogte. Voor de vrijstaande woningen aan de bossingel geldt meer vrijheid waar het gaat om de uitstraling. Hiervoor is het alleen wenselijk om de dakkleur gelijk te laten zijn aan de omringende woningen. De nokhoogte moet onderling gelijk zijn. Het bestemmingsplan biedt de flexibiliteit om de tweekappers aan Buitenom om te zetten naar vrijstaand. In dat geval wordt om eenzelfde afstemming gevraagd op de tegenover- en naastgelegen woningen aan Buitenom waar het gaat om korrelgrootte en kleurenspectrum.

Referentiebeeld typologie tweekapper en vrijstaand

Door de manier van verkavelen, de keuze van vormgeven en de architectuur kunnen we beide locaties integreren in het dorp en toch een eigen uitstraling geven. Het borgen van een bepaalde uitstraling doen we door beeldkwaliteitseisen op te nemen voor deze nieuwe kavels.

3

Fasering Het plangebied aan de Buitenom 87 is ongeveer 0,7 ha groot. Op basis van onderzoek en beleid (gemeentelijke Woonvisie en ladder duurzame verstedelijking) is gekozen voor een fasegewijze ontwikkeling in 2 fases. De eerste fase betreft de kavels op de locatie van de voormalige school en het naastgelegen grasveld. Hierna volgen in de tweede fase de 6 noordelijke twee-onder-een-kapkavels op het naastgelegen terrein. Duurzaamheid We willen een prettige woonomgeving creëren die voldoende robuust is om toekomstige veranderingen op te vangen. Het gaat dan niet alleen om flexibiliteit in woningtypen om verschillende doelgroepen te bedienen, maar ook om klimaatadaptatie van de woonomgeving, aandacht voor biodiversiteit, circulair bouwen en energiebesparing (vermindering gebruik fossiele brandstoffen). Denk daarbij aan maatregelen, zoals: Beperking van verhard oppervlak, privé en openbaar; Een goede oriëntatie op de zon; Afkoppeling van het regenwater en vertraagde infiltratie ervan; Voldoende bomen om hittestress te voorkomen; Afwisselend en aantrekkelijk groen dat uitnodigt tot (gezamenlijk) gebruik (wandelen, spelen etc.); Natuurinclusief bouwen (bijv. ingebouwde nestkasten, fruitbomen, insectvriendelijke beplanting, insectenhotels of groene daken) Hergebruik van materialen; Materialen afkomstig van duurzame bronnen; Materialen met weinig aanleverkilometers.

Uiteraard moet er gasloos gebouwd worden en geldt sinds 1 januari 2020 de BENG-norm (Bijna Energie Neutrale gebouwen). Het toepassen van deze maatregelen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente èn toekomstige bewoners. Deze uitgangspunten en wensen vragen om weloverwogen keuzes over de (toekomstige) inrichting van zowel de openbare ruimte als privéruimte.

Beeldkwaliteitscriteria Een prettige woonomgeving heeft veel te maken met de uitstraling van de woningen. En dat is meer dan alleen het samenvoegen van alle individuele woningen. Het vraagt om enkele spelregels over de gewenste kwaliteit van het wonen en de openbare ruimte. Het uiteindelijke doel voor iedereen is toch een woonbuurt met een herkenbare samenhang en hoogwaardige uitstraling. Een bepaalde eigenheid van een woonbuurt vergroot de sociale verbondenheid en betrokkenheid bij de (kwaliteit van) de woonomgeving. Om die reden zijn enkele beeldkwaliteitscriteria opgenomen voor beide locaties. De criteria zijn bedoeld om bouwers en ontwerpers te laten zien wat de gemeente belangrijk vindt om samenhang in beeldkwaliteit te krijgen. Wij gaan daartoe bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek. De fase van idee of schets is hèt moment om samen te kijken in hoeverre wensen en ideeën aansluiten bij wat de gemeente en de (toekomstige) bewoners voor de woonomgeving voor ogen heeft.

4

Hieronder volgt eerst een toelichting op enkele onderdelen. Daarna volgen de criteria.

Situering en oriëntatie van de woning Door de gekozen opzet zijn verschillende woningen niet alleen zichtbaar vanaf de weg, maar ook vanuit de openbaar toegankelijke groene ruimte. Er zijn een aantal hoekwoningen. Deze zijn belangrijk in de beleving. Het is daarom van belang dat er bij het situeren en ontwerpen van hoekwoningen aandacht is voor een tweezijdige oriëntatie. Dit kan bijvoorbeeld door gevelopeningen, de voordeur 'om de hoek' of door een overhoekse vormgeving.

Bouwhoogte, goothoogte, dakvorm en nokrichting Er is sprake van een relatief lage woningdichtheid. De gekozen ruime opzet van het wonen dat aansluit op veel openbare ruimte geeft een dorps karakter. Dat past bij Rutten. Dit willen we ook in de uitstraling van het wonen terug laten komen. Dit wordt bereikt door onderlinge afstemming van dakvorm, bouwhoogte en kleurstelling van de gevels en het dak aan een straat. Dit betekent overigens niet dat alle bebouwing gelijk aan elkaar is. Het betekent wel dat de eerste woningen die gebouwd worden in zekere zin medebepalend zijn voor de rest. De woningen bestaan daarbij uit één of twee lagen met zadeldak. Op de locatie Buitenom 1 is aan de zijde van de Meerweg ook een platte afdekking denkbaar. In dat geval geldt wel dat alle kavels aan de Meerweg op de wijze worden uitgevoerd. Dit zorgt voor een rustig straatbeeld. Dit principe waarbij de eerste bouwer bepalend is geldt ook voor Buitenom 87. Een afwisseling in nokhoogtes op zo'n klein plangebied geeft teveel onrust in het straatbeeld en oogt rommelig. Projectmatig versus particuliere uitgifte Een snelle manier om eenheid in de uitstraling te krijgen, is een projectmatige uitgifte. Daar waar één zijde van een straat volledig uit 2^1 kap bestaat kan dat een strategie zijn. In zo'n geval is er één ontwikkelaar/bouwer, wat één architectuur oplevert.

Wanneer 2^1 kap en vrijstaand worden afgewisseld en particuliere worden uitgegeven is onderlinge afstemming belangrijk.

Criteria Buitenom 1. Plaatsing - Bebouwing richt zich naar de openbare ruimte; - Geen zij-erf aan de Meerweg; - De hoekwoning aan de Meerweg en Buitenom heeft een dubbele oriëntatie; - Een installatie die nodig is om te voldoen aan het Bouwbesluit of het besluit bouwwerken leefomgeving, is uit het zicht van de openbare weg geplaatst en/of onopvallend onderdeel van de architectuur. - Plaatsing in de rooilijn (bestemmingsplan) Vormgeving - De woning heeft een moderne eigentijdse vormgeving om de locatie te benadrukken. - De vormgeving van woningen aan de zijde van de Meerweg refereren qua korrelgrootte aan het voormalige schoolgebouw. Dit betekent: o Bij voorkeur vrijstaande (patio/semi) bungalows van 1 laag met flauwe kap, lessenaarskap of plat afgedekt; o Bij tweekappers hier vraagt dat een verbijzondering van de vormgeving om te voldoen aan de gevraagde korrelgrootte; 5

-

Woningen aan de Buitenom sluiten qua korrelgrootte aan op de bestaande woningen aan de Buitenom; De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen in de gevel moeten goed op elkaar afgestemd zijn;

Detail/materiaal/kleur - De woningen zijn platafgedekt of voorzien van een flauw zadeldak of lessenaarsdak met een grijze of antraciet keramische pan; - Het kleurgebruik is rustig, natuurlijk en afgestemd op de omgeving en mag niet te nadrukkelijk afsteken ten opzichte van de bestaande woningen; - De gevels bestaan uit baksteen in lichte aardtinten; - Een ondergeschikte toevoeging van stucwerk donkere vlakken of een ander natuurlijk ogend materiaal als gevelbekleding is toegestaan; - Het doortrekken van de dakbedekking op de gevel en toevoegingen als een risaliet of bloemkozijn is toegestaan; - Glimmende dakbedekking is niet toegestaan, met uitzondering van zonnepanelen; - Zonnepanelen (en overige duurzaamheidsmaatregelen) vormen een eenheid met de architectuur.

Criteria Buitenom 87. Plaatsing - Bebouwing richt zich naar de openbare ruimte; - De hoekwoningen hebben een dubbele oriëntatie; - Een installatie die nodig is om te voldoen aan het Bouwbesluit of het besluit bouwwerken leefomgeving, is uit het zicht van de openbare weg geplaatst en/of onopvallend onderdeel van de architectuur. Vormgeving - De woning heeft een eigentijdse vormgeving en is afgestemd op de omliggende bebouwing. - Alle woningen aan de zijde van Buitenom krijgen een gelijke vormgeving, bestaande uit één of twee lagen met zadeldak; - Bij de hoekwoningen aan de Buitenom zijn kopgevels voorzien zijn van gevelopeningen, een voordeur 'om de hoek' of kennen een overhoekse oplossing; - De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen in de gevel moeten goed op elkaar afgestemd zijn; Detail/materiaal/kleur - De woningen zijn voorzien van een zadeldak met een antraciet keramische pan; - Het kleurgebruik is rustig, natuurlijk en afgestemd op de omgeving; - Het doortrekken van de dakbedekking op de gevel en toevoegingen als een risaliet of bloemkozijn is toegestaan. - Glimmende dakbedekking is niet toegestaan, met uitzondering van zonnepanelen; - Zonnepanelen (en overige duurzaamheidsmaatregelen) vormen een eenheid met de architectuur;

6

Erfafscheidingen De planopzet levert op verschillende plekken situaties op waarbij er (uit)zicht is op zijerven. De manier waarop de tuinen worden afgeschermd speelt dan een belangrijke rol in de uitstraling en beleving van het wonen en het uitzicht van buren. Tegelijkertijd is er steeds meer mogelijk en vergunningsvrij en worden deze vaak niet getoetst aan beeldkwaliteitseisen. Daarom volgen hieronder een aantal richtinggevende principes en bijbehorende sfeerbeelden. We beogen hiermee de kwaliteit te verhogen. Voor erfafscheidingen maar ook voor opslag zoals vuilcontainers is het slim om daar bij het ontwerpen van de woning al rekening mee te houden. Richtinggevende principes -

Pas de erfafscheiding zoveel mogelijk aan bij het straatbeeld en de woning; Kies voor uniformiteit en eenheid; Plaats de constructieve onderdelen, bijv. steunpalen, aan de zijde van de woning; Wissel zoveel mogelijk af tussen gesloten en open of groene delen; Kies voor een vriendelijke uitstraling met natuurlijke kleuren; Voorkom blinde/gesloten muren.

7

Inspiratiebeelden erfafscheidingen

Naast laten zien hoe het kan, menen wij toch enkele criteria nodig te hebben om de kwaliteit te waarborgen. Sneltoetscriteria bouwwerken (erfafscheidingen en carports e.d.) Onderstaande criteria zijn alleen van toepassing op de erf- en perceelafscheidingen ter plaatste van zijerven die grenzen aan het openbaar toegankelijk gebied1. De afbeelding hieronder geeft een indicatie van deze situaties in het plangebied.

Afbeelding. Beeldbepalende erfafscheidingen vanuit openbaar terrein of tegenoverliggende woningen.

Algemeen - Bouwwerken zijn passend in de context en/of straatbeeld; - Bouwwerken sluiten aan op de architectuurstijl van het hoofdgebouw; - Bouwwerk mag niet dominant zijn ten opzichte van het hoofdgebouw. Plaatsing* 1 •ļ

1 Met openbaar toegankelijk gebied wordt bedoeld: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 8

-

Op eigen erf of perceel; Ter plaatse van voorgevel en zijkantsituaties geldt: » 3 meter of meer achter de voorgevel tot maximaal 1 meter achter de voorgevel, mits voldaan wordt aan de criteria zoals gesteld onder vormgeving, maatvoering en materialisering

Vormgeving - Eén vormgevingsprincipe per bouwwerk toepassen; - Bouwwerk is ondergeschikt aan het hoofdgebouw; - Indien het bouwwerk tussen 1 tot 3 meter achter de voorgevel geplaatst wordt dient deze qua vormgeving aan te sluiten aan het hoofdgebouw; - Indien het bouwwerk op 3 meter of meer achter de voorgevel geplaatst wordt dan is er meer vormvrijheid op basis van maatwerk; - Maatvoering verhoudingen (lxhxb) is afgestemd op en passend bij het hoofdvolume. Materiaal, kleur en detaillering - Overwegend baksteen, hout en staal waarbij samenhang in materiaal en kleur vooropstaat, kleine nuance verschillen zijn toegestaan; - Indien het bouwwerk tussen 1 en 3 meter achter de voorgevel geplaatst wordt dient deze qua materialen, kleur en detaillering aan te sluiten aan het hoofdvolume.

Vervallen van een beeldkwaliteitsplan De algemene lijn is dat de welstandscriteria uit een beeldkwaliteitsparagraaf hun werking verliezen voor een individueel bouwwerk, nadat deze is gerealiseerd. Voor deze lijn is gekozen omdat na realisatie de hoofdkenmerken van bebouwing en stedenbouwkundige structuur grotendeels vastliggen. De welstandscriteria kunnen dan vervallen. Dit sluit bovendien aan bij het ingezette selectieve welstandsbeleid. Dit geldt ook voor deze beeldkwaliteitsparagraaf.

Hardheidsclausule Indien het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk door bijzondere vormgeving, constructie, materiaalgebruik en kleurstelling kwaliteit toont, kan de welstandscommissie burgemeester en wethouders adviseren om af te wijken van de voor het bouwwerk geldende criteria. Dit advies wordt gemotiveerd door de welstandscommissie. De criteria zijn ingedeeld naar criteria voor plaatsing, vormgeving en detail/kleur/materiaal.

9

Rutten, Buitenom 1 en 87 vastgesteld

Bijlage 2

Bodemonderzoek Buitenom 1

BJZ.nu Bestemmingsplannen

14

Sigma Bouw å. Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Buitenom 1 Rutten

Projectnummer:

19-M9119

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

28 november 2019

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Buitenom 1 Rutten

datum

donderdag 28 november 2019

projectnummer

19-M9119

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Normec

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

BRLSIKB 1000 Normec

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001,2002 en 2018”

BRL SIKB 2000

Normec

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

BRL SIKB 6000

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

november '19

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften_____________ IwjyBonw a mine»

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING........................................................................................................................................3 1.1

Algemeen..................................................................................................................................3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek.......................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport.......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK.........................................................................................................................5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ...................................................................................... 12

VELDONDERZOEK........................................................................................................................13 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ........................................................................................ 13

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ....................................................................................... 14

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.....................................................................................16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek......................................................16

4.2

Toetsingscriteria.....................................................................................................................17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie..........................................................................................18

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond.......................................................................................18

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater............................................................................. 20

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................... 22

6

LITERTUURLIJST.......................................................................................................................... 26

7

COLOFON..................................................................................................................................... 27

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

november ’19

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften_____________ IwjyBonw a mine»

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ is in oktober-november 2019 door Sigma Bouw à Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een onbebouwd gedeelte van het perceel gelegen aan de Buitenom nr. 1 te Rutten (gemeente Noordoostpolder). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofWel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw à Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw à Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw à Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw à Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van vijf woningen op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

november ’19

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: ^ vooronderzoek, (hoofdstuk 2) ^ veldonderzoek, (hoofdstuk 3) ^ chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) ^ conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

november '19

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften____________ IwjyBonw a mine»

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek

Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek B 0

C

D

Bodemopbouw

J

J

J

J

J

J

Antropogene lagen in de bodem

J

J

J

J

J

J

J

Geohydrologie

J

J

Geval van ernstige bodemverontreiniging?

J

J

J

J

J

J

Kwaliteit o.b.v. BKK

J

0

J

J

J

J

J

O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

J

J

J

J

J

J

J

0

J

J

J

J

J

J

J 0

J

J

J

J

J

Eigendomssituatie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

J

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

G

A 0

Voormalig Huidig

J

Toekomstig Asbestverdacht?

J

J

J

J

5. Terreinverkenning J Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

november '19

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften____________ IwjyBonw a mine»

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande woningbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ^ informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; ^ informatie verstrekt door de gemeente Noordoostpolder (verkregen via email, d.d. 26-08-2019); ^ informatie bodemloket.nl; ^ informatie van de bodematlas van de provincie Flevoland; ^ www.topotijdreis.nl; ^ Kadaster/BAG Viewer; ^ grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; ^ Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; ^ terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie

Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (bouwvlak) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur

november '19

Buitenom 1 Rutten Noordoostpolder Zie bijlage 1 X ^75,727 Y= 535,410 Gemeente Noordoostpolder, perceel sectie FZ nr. 2 Niet nagegaan. Ca. 2.950 m2 Op het perceel bevindt zich een bestaande pand (voormalig schoolgebouw) waarin momenteel een kinderopvang is gevestigd. Op de locatie bevindt zich een speelgoedberging en een fietsenstalling. Het onbebouwde deel van de locatie betreft een schoolplein, een zandbak en een grasveld. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande bebouwing af te breken. Op de locatie is de nieuwbouw van vijf woningen gepland. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het thans onbebouwde terreindeel t.p.v. de geplande nieuwbouw (bouwvlak). Het aanwezige kinderdagverblijf op de onderzoekslocatie dateert van 1966. Gedeeltelijk betontegels. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

Archeologische waarden

Geplande herinrichting bijzonderheden: -

De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". De nieuwbouw van vijf woningen.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik

Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Huidig Toekomstig

Op basis van de topografische kaarten van voor 1944 was de onderzoekslocatie nog onderdeel van het IJsselmeer. Op kaarten vanaf 1944 heeft het water t.p.v. de onderzoekslocatie plaatsgemaakt voor landschap met sloten en enkele wegen (Noordoostpolder). In de loop van de jaren is dit uitgebreid. Vanaf 1974 tot heden is het gebouw aan de Buitenom 1 te Rutten herkenbaar op de topografische kaarten. De onderzoekslocatie betreft een perceel met daarop een kinderdagverblijf. De nieuwbouw van een woning.

Directe omgeving ^25 m) Historisch (op Vanaf 1974 is in de directe omgeving ^25 mtr.) van basis van de onderzoekslocatie enige bebouwing zichtbaar. De topografische bebouwing is in de loop der tijd verder uitgebreid. kaarten, Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving bevinden zich woningen. toekomstig Zuidzijde: Meerweg. Westzijde: begraafplaats. Noordzijde: woningen. Oostzijde: Buitenom en tegenovergelegen woningen.

november '19

Geen.

Geen. Geen. Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften_____________ IwjyBonw a mine»

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreiqende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten

Gebruik

Op het perceel bevindt zich een bestaande pand (voormalig schoolgebouw) waarin momenteel een kinderopvang is gevestigd. Op de locatie bevindt zich een speelgoedberging en een fietsenstalling. Ten noorden van het pand bevindt zich het schoolplein (tegels). Het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie bestaat uit gras. Ten zuidwesten van het gebouw bevindt zich een ingang. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. en rondom het bestaande kinderdagverblijf. De opdrachtgever is voornemens om het bestaande kinderdagverblijf af te breken. Verdeeld over de locatie is de nieuwbouw van vijf woningen gepland. Voor zover bekend was op de locatie in het verleden een school gevestigd (voorheen Meerweg 18).

Bouwvergunning

Milieuvergunning Handelsregister

Aanwezigheid brandstoftanks

november '19

Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. 24-09-2002:Bouw- en instandshoudingsvergunning verleend voor het tijdelijk plaatsen van een kinderdagverblijf (maximaal 5 jaar). 08-10-2010:Bouwvergunning verleend voor het bouwen van een kinderdagverblijf (Meerweg 18) (de oude wordt gesloopt na de nieuwbouw) Voor de bouwvergunning is ook een sloopvergunning nodig. Niet bekend. Over de locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel het volgende vermeld: Kinderopvang Alles Kids B.V.; kinderopvang en peuterspeelzaal. De wegwijzer; basisschool (uitgeschreven) Er is geen informatie bekend omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

Aanwezigheid asbest

Op basis van de provinciale asbestdakenkaart geldt voor het de daken van de bebouwing dat deze niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest zijn. Het dak van de fietsenstalling bestaat uit asbestverdachte dakplaten, het dak is niet voorzien van een dakgoot en watert af op met betontegels verharde ondergrond. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht).

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging ínhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

Verdachte activiteiten < 25 m Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

november '19

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften_____________ IwjyBonw a mine»

voorgaande bodemonderzoeken in tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart

voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

Buitenom 1 Z Meerweg 18 (ged.): verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van aanvraag bouwvergunning door Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema à Partners bv (ref. nr. VN-52461-1). Conclusies: In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten. Verder zijn er in de geanalyseerde mengmonsters van de boven-, ondergrond en het grondwater geen gehalten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen; de bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de bouwaanvraag. De lichte verontreiniging met barium vormt geen verhoogd risico voor de volksgezondheid en/of milieu. De noodzaak voor vervolgonderzoeken is niet aanwezig. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt hoeven er geen beperkingen aan de gebruiks- c.q. bestemmingsmogeljjkheden van het terrein te worden gesteld.

Omgeving ^5 m

Buitenom 3, Rutten, verkennend onderzoek NEN-5740, d.d. 31-01-1989, Heidemij Advies, ref. nr. 634/33054R018 conclusies: Er moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. Niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

november '19

De locatie bevindt zich in de zone wonen.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 3-4 m-NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw

diepte beschrijving formatie m-mv 0-5 middel fijne zanden, veenlagen Boxtel 5-7 middelfijne zanden, plaatselijk leemlagen Boxtel 7-16 grove tot matig fijne zanden Kreftenheye De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten

kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Noordoostpolder, sectie FZ nr. 2

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

november '19

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften_____________IwjyBonw a mine»

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie aan de Buitenom 1 te Rutten vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw een school was gevestigd. Op het perceel bevindt zich een bestaande pand (voormalig schoolgebouw) waarin momenteel een kinderopvang is gevestigd. Op de locatie bevindt zich een speelgoedberging en een fietsenstalling. Ten noorden van het pand bevindt zich het schoolplein (tegels). Het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie bestaat uit gras. Ten zuidwesten van het gebouw bevindt zich een ingang. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. en rondom het bestaande kinderdagverblijf. De opdrachtgever is voornemens om het bestaande kinderdagverblijf af te breken. Verdeeld over de locatie is de nieuwbouw van vijf woningen gepland. T.a.v. de onderzoekslocatie is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt.

(voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

mogelijke verontreiniging (deel)locatie

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

NEN-5740+A1 onderzoeksgebied

ONV-NL

(bouwvlak) (ca. 2.950 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

november ’19

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften____________ IwjyBonw a mine»

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2019. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 05 november 2019 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse en dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

10

0,5

4 t/m 13

2

2

2+3

1

2,5

1

Onderzoekslocatie (bouwvlak ca. 2.950 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

november '19

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw

bodemlaag m-mv 0,0-0,5 0,5-0,9 0,9-2,5

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand zand

zwak kleiig, plaatselijk zandige klei zwak siltig, humeus, veenlagen zwak siltig

bruin/grijs donkerbruin grijs/beige

Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater

Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter

EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) pS/cm 1 1,5-2,5 1,07 5 7,2 1.080 17,1 In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (^10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen ^ 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

november '19

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften_____________ IwjyBonw a mine»

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het dak van de fietsenstalling is voorzien van asbestverdachte dakplaten, het dak is niet voorzien van een dakgoot en watert af op de met betontegels verharde ondergrond. De grond (druppelzone) onder de daklijn van het asbestverdachte dak is in dit onderzoek niet onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v.

verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 Z NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

november '19

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn drie grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema

Monstercode boringnummer(s) diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen analysepakket grond 1 (MM1) 2 (MM2)

2 t/m 4+11 t/m 13 1 + 5 t/m 9

0,0-0,5 0,0-0,4

-

NEN-grondOAS3000 NEN-grondOAS3000

3 (MM3) grondwater

1 +2+3

1,0-2,0

-

NEN-grondOAS3000

1 (peilbuis)

1

1,5-2,5

-

NEN-grondwater(***)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC's, droge stof, organische stof en lutum; *NEN-water Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen barium (Baycadmium (CdyCobalt(Coykoper (Cuylood (Pbynikkel (Niyzink (ZnyMolybdeen (Moykwik(Hg); Vluchtige aromaten Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB Polychloorbifenylen; Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; PAK Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. VOH Bromoform Tribroommethaan

november '19

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften____________ IwjyBonw a mine»

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus^0o7o en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde ^,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+0/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde ^0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

november ’19

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Ruften_____________ IwjyBonw a mine»

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

OPID 17654858#19-M9119-Buitenom 1 te Rutten

Certificaten 957611 Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgensWbb

Toetsversie BoToVa

3.0.0

Parameters

Toetsdatum: 22 november 2019 16:52

Toetsing

Monster

6127222

Monster

6127223

Monster

6127224

MM1, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-40, 11: 30-50, 12: 30-50, MM2, 01: 0-40, 05: 0-40, 06: 0-40, 07: 0-40, 08: 0-30, 09 MM3, 01: 150-200, 01: 100-150, 02: 150-200, 02: 100-1 Max. Bodemindex Toetsoordeel Analyse

Eenheid

AW

T

I

Ana.Res.

0

Max. Bodemindex

Voldoet aan Achtergrondw Toetsoordeel Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Ana.Res.

0

Max. Bodemindex

Voldoet aan Achtergrondw Toetsoordeel Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Ana.Res.

0,004 Voldoet aan Achtergrondw

Std.Res.

T.Oordeel

B.Index

Lutum/Humus

Organische stof

D/ (m/m ds)

4,5

10

0

4,9

10

0

0,5

10

0

Lutum

/ (m/m ds)

3

25

0

1,8

25

0

1

25

0

D/

78,9

78,9

@

0

80,9

80,9

@

0

80,4

80,4

ŭroogrest

droge stof

@

0

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

190

555

920

29

100

@

0

27

100

@

0

c 20

c 54

@

0

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0,6

6,8

13

< 0.2

c 0.21

-

0

0,22

0,33

-

0

c 0.2

c 0.24

-

0

kobalt (Co)

mg/kg ds

15

102,5

190

<3

c 6.7

-

0

c3

c 7.4

-

0

c3

c 7.4

-

0

koper (Cu)

mg/kg ds

40

115

190

5,2

9,6

-

0

6,7

13

-

0

c5

c 7.2

-

0

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0,15

18,075

36

0,06

0,08

-

0

0,06

0,08

-

0

c 0.05

c 0.05

-

0

lood (Pb)

mg/kg ds

50

290

530

14

21

-

0

25

37

-

0

c 10

c 11

-

0

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

1,5

95,75

190

c 1.5

c 1.0

-

0

c 1.5

c 1.0

-

0

c 1.5

c 1.0

-

0

nikkel (Ni)

mg/kg ds

35

67,5

100

9

24

-

0

8

23

-

0

c4

c8

-

0

zink (Zn)

mg/kg ds

140

430

720

39

83

-

0

55

120

-

0

c 20

c 33

-

0

minerale olie (florisil clean mg/kg ds

190

2595

5000

c 35

c 54

-

0

c 35

c 50

-

0

c 35

c 120

-

0

Minerale olie

Polycyclische koolwaterstoffen

naftaleen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

c 0.05

c 0.035

0

c 0.05

c 0.035

0

fenantreen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,08

0,08

0

c 0.05

c 0.035

0

anthraceen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

c 0.05

c 0.035

0

c 0.05

c 0.035

0

fluoranteen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,19

0,19

0

c 0.05

c 0.035

0

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,09

0,09

0

c 0.05

c 0.035

0

chryseen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,11

0,11

0

c 0.05

c 0.035

0

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,07

0,07

0

c 0.05

c 0.035

0

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,1

0,1

0

c 0.05

c 0.035

0

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,07

0,07

0

c 0.05

c 0.035

0

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

c 0.05

c 0.035

0

0,08

0,08

0

c 0.05

c 0.035

0

0,35

c 0.35

0

0,86

0,86

0

0,35

c 0.35

Sommaties mg/kg ds

som PAK (10)

1,5

20,75

40

-

-

-

0

Polychloorbifenylen

PCB - 28

mg/kg ds

c 0.001

c 0.0016

0

c 0.001

c 0.0014

0

c 0.001

c 0.0035

0

PCB - 52

mg/kg ds

c 0.001

c 0.0016

0

c 0.001

c 0.0014

0

c 0.001

c 0.0035

0

PCB - 101

mg/kg ds

c 0.001

c 0.0016

0

c 0.001

c 0.0014

0

c 0.001

c 0.0035

0

PCB - 118

mg/kg ds

c 0.001

c 0.0016

0

c 0.001

c 0.0014

0

c 0.001

c 0.0035

0

PCB - 138

mg/kg ds

c 0.001

c 0.0016

0

c 0.001

c 0.0014

0

c 0.001

c 0.0035

0

PCB - 153

mg/kg ds

c 0.001

c 0.0016

0

c 0.001

c 0.0014

0

c 0.001

c 0.0035

0

PCB - 180

mg/kg ds

c 0.001

c 0.0016

0

c 0.001

c 0.0014

0

c 0.001

c 0.0035

0

0,005

c 0.011

0

0,005

c 0.010

0

0,005

c 0.024

Sommaties

mg/kg ds

som PCBs (7)

0,02

0,51

1

-

-

-

0,004

Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

-^Achtergrondwaarde

november '19

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenom 1 Rutten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1852/documents/28252