CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'.pdf

Gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele30.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1.2

Kwaliteitseisen

Milieu Advies Noord-Nederland is een zelfstandig en onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtgever-opdrachtnemer. De veldwerkzaamheden en de bemonstering zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002 en verricht door Poelsema Veldwerkbureau te Vollenhove. Poelsema Veldwerkbureau is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de BRL SIKB 2000 en staat geregistreerd onder het certificaatnummer EC-SIKB-02239. De analyses zijn uitgevoerd door het door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht. De monstervoorbehandeling en de analyses zijn, waar mogelijk, uitgevoerd conform het Accreditatieschema AS3000.

1.3

Aansprakelijkheid

Hoewel Milieu Advies Noord-Nederland een grote mate van zorgvuldigheid heeft aangehouden bij het uitvoeren van dit bodemonderzoek kan het geen volledige zekerheid bieden omtrent de aan- of afwezigheid van een bodemverontreiniging voor het gehele onderzoeksgebied. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname betreft. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit kan alsnog plaatsvinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate de periode tussen de uitvoering van dit onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, kan dit van invloed zijn op de representativiteit van dit document. Milieu Advies Noord-Nederland aanvaardt derhalve op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor gevolgen welke voortvloeien uit beslissingen welke genomen zijn op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavig bodemonderzoek.

1.4

Opbouw rapportage

In deze rapportage zijn het vooronderzoek en de beschikbare gegevens beschreven in hoofdstuk 2, waarna een hypothese wordt opgesteld ten aanzien van de onderzoekslocatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het uitgevoerde onderzoek en in hoofdstuk 4 worden de resultaten beschreven en geïnterpreteerd. In hoofdstuk 5 worden tenslotte de conclusie en aanbevelingen beschreven. Pagina 3 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI 2

VOORONDERZOEK

2.1 Onderzoekslocatie Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd op het deel van het perceel aan de Schokkerringweg 4­ 1 waar de nieuwbouw van de loods plaats zal gaan vinden. De onderzoekslocatie heeft een totale grootte van maximaal 390 m2 (26 x 15 meter) en staat kadastraal bekend onder Noordoostpolder, sectie D, nummer 2536. De coördinaten van de onderzoekslocatie zijn X: 178.745 en Y: 516.853. Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. In de onderstaande figuur is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven binnen het rode kader. Figuur 1: Ligging onderzoekslocatie (rode kader)

De ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in de overzichtstekening in bijlage 1, de kadastrale gegevens zijn weergegeven in bijlage 2.

Pagina 4 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI 2.2 Historisch vooronderzoek Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 "Bodem- Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut, oktober 2017". Het doel van het historisch vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek. Dit conform aanleiding A, paragraaf 6.2.1, uit de NEN 5725. De verplichte te onderzoeken aspecten binnen het vooronderzoek zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 1: Onderzoeksaspecten vooronderzoek Bodemopbouw Bodemopbouw en geohydrologie:

Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging?

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit:

Kwaliteit op basis van bodemkwaliteitskaart Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval:

Voormalig gebruik onderzoekslocatie Huidig gebruik onderzoekslocatie Asbestverdachtheid

Bodemopbouw en geohydrologie Regionale bodemopbouw Om de regionale bodemopbouw vast te stellen van het betreffende gebied is het DINOloket geraadpleegd. De regionale bodemopbouw van het onderzoeksgebied is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2: Regionale bodemopbouw onderzoeksgebied

Globale diepte beneden maaiveld (m)

Lithostratigrafie

0 tot 4

Holocene afzettingen

Lithologie and: zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig, lokaal schelphoudend Klei: siltig tot zandig, lokaal humeus Veen: lokaal kleiig Zand: zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus

4 tot 7

Formatie van Boxtel

Leem: lokaal zandig, lokaal humeus Klei: siltig tot zandig Veen: kleiig

7 tot 11

Formatie van Kreftenheye

Zand: matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig Klei: siltig tot zandig, lokaal humeus Zand: zeer fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig

11 tot 12

Formatie van Drente

Leem: kleiig tot grindig Klei: lokaal siltig tot zandig

12 tot 18

Formatie van Drachten

Zand: matig fijn tot matig grof, kalkloos Leem: lokaal zandig Zand: zeer fijn tot uiterst grof, lokaal grindig, lokaal schelphoudend

18 tot 49

Formatie van Urk

Klei: lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus Veen: lokaal kleiig

49 tot 60

Formatie van Appelscha

Zand: matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig, kalkloos

Geohydrologie Op basis van de bekende gegevens kan geen eenduidige grondwaterstroming worden opgemaakt. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt voornamelijk bepaald door de aanwezige infrastructuur. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden. Uit de gegevens blijkt dat de onderzoekslocatie niet is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Pagina 5 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Om de beschikbare gegevens omtrent de bodemkwaliteit in beeld te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ^ bodemkwaliteitskaart gemeente Noordoostpolder; ^ Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek; ^ bodemloket provincie Flevoland; ^ een inspectie van de onderzoekslocatie tijdens de veldwerkzaamheden zoals uitgevoerd 11 november 2020 door de heer J. ten Klooster van Poelsema Veldwerkbureau.

Bodemkwaliteitskaart gemeente Noordoostpolder Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Noordoostpolder wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie: ^ de bodemfunctieklasse 'overig (Landbouw/natuur)' toebedeeld heeft gekregen; ^ is gelegen in de bodemkwaliteitszone 'B1 - Overig bebouwd- en buitengebied Flevoland' voor wat betreft de bovengrond en in zone 'O1 - Ondergrond Flevoland' voor wat betreft de ondergrond; ^ de verwachte ontgravingsklasse voor zowel de boven- als de ondergrond klasse 'landbouw/natuur' betreft. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken of bodembedreigende activiteiten Het archief van de provincie Flevoland en de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek is geraadpleegd om te achterhalen of informatie voorhanden is van eerder uitgevoerde bodem­ onderzoeken of bodembedreigende activiteiten ter plaatse van het onderzoeksgebied. Na het raadplegen blijkt van de onderzoekslocatie zelf geen bodeminformatie of eerder verricht bodemonderzoek aanwezig te zijn.

Voormalig bodemgebruik Bodemgebruik Op het perceel aan de Schokkerringweg 4-1 is het bedrijf AgriServ gevestigd. Binnen de op het terrein gelegen werkplaats vindt met name assemblage plaats van delen van machines voor de agrarische sector. Om de historie van de onderzoekslocatie te achterhalen zijn de kadastrale kaarten op www.topotijdreis.nl geraadpleegd. Tot 1954 was de locatie onbebouwd en bestond het agrarische percelen. De woning en de kleine schuur op het perceel zijn omstreeks 1954 gebouwd, de grote loods is omstreeks 2011 gebouwd. Binnen het onderzochte deel van het perceel bevindt zich een oude schuur en vindt onder andere opslag plaats van hout en overige materiaal. Binnen de op de stelconplaten aanwezige tijdelijke overkapping vindt tevens opslag plaats. Bodembedreigende activiteiten Binnen het onderzochte deel van het perceel hebben voor zover bekend geen bodemverontreinigende verdachte activiteiten plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens voorhanden van bijvoorbeeld gedempte watergangen. Opslagtanks Er zijn geen gegevens voorhanden over de aanwezigheid van opslagtanks binnen de onderzoekslocatie. Aanwezigheid van asbest Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een locatie die onverdacht is voor asbest. Pagina 6 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI Huidig bodemgebruik Het onderzoeksgebied is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd en deels verhard middels stelconplaten.

Toekomstig bodemgebruik De opdrachtgever is voornemens een nieuwe loods te laten realiseren binnen het onderzoeksgebied.

2,3 Conclusie vooronderzoek Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen informatie voorhanden is welke van invloed kan zijn op de kwaliteit van de bodem binnen het onderzoeksgebied. Gezien de functie van het onderzoekslocatie is de verwachting dat er geen sprake is van bijzonderheden en de locatie onverdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Er wordt verwacht dat de bodem binnen het onderzoeksgebied niet verontreinigd zal zijn.

Pagina 7 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI 3

UITVOERING ONDERZOEK

3.1 Onderzoeksstrategie Voor de onderzoekslocatie is, op basis van de bevindingen uit het vooronderzoek, gekozen voor de strategie voor een 'niet lijnvormige, onverdachte locatie (ONV-NL)'. De gekozen onderzoeksstrategie is conform de Nederlandse Norm NEN 5740+A1 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond" (versie april 2016) opgesteld. In de onderstaande tabel is een samenvatting weergegeven van het onderzoeksprogramma. Tabel 3: Overzicht onderzoeksprogramma

Oppervlakte 390 m2

Onderzoeksstrategie ONV-NL

Werkzaamheden

Analyses

2 boringen tot 0,5 m-mv

1 x AS3000 standaardpakket grond

1 boring tot 2,0 m-mv

1 x AS3000 standaardpakket grond

1 boring met peilbuis

1 x AS3000 standaardpakket grondwater

m-mv = meter beneden maaiveld

De locaties van de uitgevoerde boringen zijn weergegeven op de detailtekening welke is opgenomen als bijlage 3.

3.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, het nemen van de grondmonsters en het plaatsen van de peilbuis, zijn uitgevoerd op 11 november 2020 waarna het grondwater is bemonsterd op 18 november 2020. De veldwerkzaamheden zijn verricht door de heer J. ten Klooster van Poelsema Veldwerkbureau. Poelsema Veldwerkbureau is gecertificeerd volgens de BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002 onder certificaatnummer EC-SIKB-02239. De bemonstering is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018) - protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018) en protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018).

3.3

Maaiveld-inspectie

Voorafgaand aan de monstername is het maaiveld visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte fragmenten of bijzonderheden die duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Bij deze visuele inspectie zijn binnen het onderzoeksgebied geen asbestverdachte fragmenten of bijzonderheden aangetroffen.

3.4

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

Tijdens het verrichten van de boringen, zoals uitgevoerd met een edelmanboor, is de grond voortdurend zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van bodemvreemde materialen en verontreinigende stoffen. Er is met name gelet op indicaties voor verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten.

Pagina 8 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI In tabel 4 zijn de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw per boring weergegeven. Tabel 4: Zintuigelijke waarnemingen

Boorpunt X1

X2

X3

PB4

Traject

(Grond)soort

Bijzonderheden

0-0,30

Zand

Matig grof, zwak siltig

0,30-0,80

Klei

Zwak zandig, zwak humeus, resten schelpen

0-0,50

Zand

Matig grof, zwak siltig

0,50-1,50

Klei

Zwak zandig, zwak humeus, resten schelpen

1,50-2,00

Klei

0-0,10

Klei

0,10-0,45

Zand

Matig grof, zwak siltig

0,45-0,90

Klei

Zwak zandig, zwak humeus, resten schelpen Sterk siltig, matig humeus,

Uiterst siltig, matig humeus Sterk siltig, zwak humeus

0-0,10

Klei

0,10-0,50

Zand

Matig grof, zwak siltig

0,50-1,00

Klei

Zwak zandig, zwak humeus, resten schelpen

1,00-2,00

Klei

Uiterst siltig, zwak humeus, laagjes zand, resten veen, zwak roesthoudend

2,00-2,20

Klei

2,20-3,50

Veen

Uiterst siltig, matig humeus -

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijzonderheden aangetroffen in het opgeboorde materiaal. In bijlage 4 zijn de boorbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen per afzonderlijke boring weergegeven.

3.5 Analyses grond De deelmonsters zijn ter analyse aangeboden bij het RvA-geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht. Van de opgeboorde grond zijn twee mengmonsters samengesteld, één van de bovengrond tot 0,5 meter beneden maaiveld en één van de ondergrond van 0,5 tot 2,0 meter beneden maaiveld. In de onderstaande tabel zijn de mengmonsters en de eigenschappen ervan weergegeven. Tabel 5: Eigenschappen mengmonsters

Monsterreferentie

Samengesteld uit de boringen

BemonsteringsTraject (m-mv)

Grond­ soort

Bijzonderheden

MM-1 MM-2

X1.1/X2.1/X3.2/PB4.2

0-0,50

Zand

Resten schelpen

X1.2/X2.2/X2.3/X3.3

0,30-1,50

Klei

Resten schelpen

m-m^ meter beneden maaiveld

De mengmonsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het AS3000 standaardpakket grond conform het Besluit bodemkwaliteit. Het AS3000 standaardpakket grond omvat de volgende parameters: ^ droge stof, lutum en organische stof; ^ zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; ^ polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK + som PAK (10)); ^ polychloorbifenyl (PCB + som PCBs (7)); ^ minerale olie. Vanwege de agrarisch functie van de omgeving zijn tevens de organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) geanalyseerd. De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 5.

3.6 Analyses grondwater Van de bemonsterde peilbuis zijn de navolgende waarden, weergegeven in de tabel op de volgende pagina, aan zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (E.G.V.) en troebelheid (NTU) in het veld gemeten.

Pagina 9 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI Tabel 6: Eigenschappen grondwatermonsters

Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

Grondwaterpeil (m-mv)

PH

E.G.V. (pS/cm)

Troebelheid (NTU)

Slechtlopend (ja/nee)

PB4

2,5-3,5

1,34

6.8

2.200

18

Nee

In het grondwater duiden de zuurgraad (pH en het elektrisch geleidingsvermogen (E.G.V.) niet op een afwijkende samenstelling van het grondwater en geven geen aanleiding de onderzoeksstrategie aan te passen. Wel is een licht verhoogde troebelheid aangetroffen (M0). Deze NTU-waarde heeft een signalerende functie, in troebel water kunnen mogelijk onterecht hoge concentraties in het grondwater worden gemeten. De gemeten waarde is echter niet ongewoon voor een peilbuis welke is geplaatst in veen. De monstername van het grondwater is conform NEN 5744 en bij een constante EC uitgevoerd. Verder bleek de oppompsnelheid geen noemenswaardige invloed te hebben op de gemeten NTU-waarde. Deze bleef tijdens de bemonstering van het grondwater constant. De licht verhoogde NTU-waarde heeft naar alle waarschijnlijkheid geen negatieve invloed op de kwaliteit van het onderhavige onderzoek. De grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het AS3000 standaardpakket grondwater. Het AS3000 standaardpakket grondwater omvat de volgende parameters: ^ zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; ^ minerale olie; ^ organische parameters-aromatisch: vluchtige aromaten; ^ organische parameters-gehalogeneerd: vluchtige chlooralifaten. Het analysecertificaat van de grondwateranalyses is opgenomen in bijlage 5.

Pagina 10 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI 4

RESULTATEN

4.1

Toelichting toetsingskader

De analyseresultaten zijn na correctie naar standaardbodem getoetst aan de achtergrond- (streefwaarde voor grondwater), tussen- en interventiewaarden zoals opgenomen in de circulaire bodemsanering 2013 (Staatscourant 2013, nr. 16675, 27 juni 2013). Overschrijdingen van de normen worden als volgt geïnterpreteerd: ^ Gehalte ^chtergrond/streefwaarde (AW): licht verontreinigd; ^ Gehalte ^tussenwaarde (^(AW+I): matig verontreinigd; ^ Gehalte interventiewaarde (I-waarde): sterk verontreinigd.

4.2

Toetsing analyseresultaten grond

In tabel 7 zijn de overschrijdingen van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden in de grond weergegeven. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Tabel 7: Toetsingsresultaten grond

Monsterreferentie

Bemonsteringstraject (m-mv)

MM-1

0-0,5

MM-2

0,45-1,50

Overschrijding achtergrondwaarde

Overschrijding tussenwaarde

Overschrijding interventiewaarde

Bodemkwaliteits­ klasse Bbk

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Wonen

^W: cadmium, kwik, zink, som drins

*m-m^ meters beneden maaiveld

In de bovengrond, zoals onderzocht in mengmonster MM-1, zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde parameters. In het mengmonster van de ondergrond, van 0,45 tot 1,50 meter beneden maaiveld, zijn zeer licht verhoogde gehalten aangetroffen van de parameters cadmium, kwik, zink en som drins. Conform de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de onderzochte bovengrond aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar', de onderzochte ondergrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse 'wonen'. De toetsingsresultaten zijn in bijlage 6 opgenomen.

4.3

Toetsing analyseresultaten grondwater

In tabel 8 zijn de overschrijdingen van de streefwaarde-, tussen- en interventiewaarden in het onderzochte grondwater weergegeven. Tabel 8: Toetsingsresultaten grondwater

Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

Overschrijding streefwaarde

Overschrijding tussenwaarde

Overschrijding interventiewaarde

PB4

2,5-3,5

^: barium

-

-

Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater een licht verhoogd gehalte is aangetroffen van de geanalyseerde parameter barium. Gezien het feit dat verhoogde gehaltes aan barium van nature in het grondwater voor kunnen komen bij met name in kleiige bodems, is aanvullend onderzoek niet benodigd. De toetsingsresultaten zijn in bijlage 6 opgenomen. Pagina 11 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

VMANSI 5 5.1

CONCLUSIE Conclusie

Milieu Advies Noord-Nederland heeft in opdracht van de heer T. van der Veeken een verkennend bodemonderzoek verricht op een deel van het perceel aan de Schokkerringweg 4-1 te Nagele. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is het voornemen tot het realiseren van een nieuwe loods binnen het betreffende deel van het perceel. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning dient voorafgaand aan de nieuwbouw een bodemonderzoek te worden verrichten. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater voorafgaand aan de nieuwbouw.

5.2

Evaluatie onderzoeksresultaten

Van de opgeboorde grond zijn twee mengmonsters samengesteld, één van de bovengrond tot 0,5 meter beneden maaiveld en één van de ondergrond van 0,45 tot 1,50 meter beneden maaiveld. Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt het volgende: ^ In de onderzochte bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde parameters en wordt de bodem als niet verontreinigd geclassificeerd. • In de onderzochte ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde parameters cadmium, kwik, zink en som drins. De onderzochte ondergrond wordt derhalve als 'licht verontreinigd' geclassificeerd. ^ Uit indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de onderzochte bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar', de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse 'wonen'. ^ Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater een licht verhoogd gehalte is aangetroffen van de geanalyseerde parameter barium, waardoor het grondwater is geclassificeerd als licht verontreinigd.

5.3 Aanbevelingen Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op het deel van het perceel aan de Schokkerringweg 4-1 waar de nieuwbouw gaat plaatsvinden. Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese "onverdachte locatie", enkel voor de ondergrond formeel onjuist is. Echter gezien de hooguit zeer licht verhoogde gehalten is er geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek behoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen te worden gesteld aan het toekomstige gebruik van de locatie waarbij een nieuwe loods zal worden gebouwd. Dit dient echter te worden bevestigd door het bevoegd gezag. Ontgraven en toepassen van de grond binnen de zone van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is niet zondermeer toegestaan. Het toepassen op een andere locatie binnen de zone van de bodemkwaliteitskaart dient in overleg met de gemeente te worden verricht.

Pagina 12 van 13

INFO@MANN.FRL

WWW.MANN.FRL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1884/documents/29440