CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'.pdf

Gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele30.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

O ntwerp bestemmingsplan Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:

RB 50.032 September 2021 Dhr. M. Beek Dhr. H. de Roo

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 2 van 50 September 2021 Versie 01

Inhoudsopgave ......................................................................................................................................... i 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK......................................................... 4 Algemeen................................................................................................................4 Planologisch kader................................................................................................. 7 Leeswijzer............................................................................................................... 7 De bij het plan behorende stukken.......................................................................... 8 Verantwoording...................................................................................................... 8

2 2.1

HOOFDSTUK 2 BELEIDSKADER EN ONDERZOEK..........................................9 Europees beleid..................................................................................................... 9 2.1.1 Natura 2000 (Vogel- en Habitatrichtlijn)...................................................... 9 Rijksbeleid...............................................................................................................9 2.2.1 Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ................................... 9 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ..................................................... 11 Provinciaal beleid..................................................................................................12 2.3.1 Omgevingsvisie Flevoland Straks.............................................................12 2.3.2 Omgevingsprogramma Flevoland............................................................. 13 2.3.3 RO Visie Werklocaties Flevoland.............................................................. 13 2.3.4 Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied.................................14 Gemeentelijk beleid.............................................................................................. 18 2.4.1 Structuurvisie Noordoostpolder 2025.......................................................

18 2.4.2 Welstandsnota gemeente Noordoostpolder (2013)...................................20

2.2

2.3

2.4

3 3.1 3.2

HOOFDSTUK 3 GEBIEDS- EN PLANBESCHRIJVING......................................22 Ligging en historie Nagele....................................................................................22 Ligging plangebied Schokkerringweg 4-1 .............................................................23

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN........................................................ 27 Algemeen..............................................................................................................27 Archeologie ...........................................................................................................27 Bodem .................................................................................................................. 28 Cultuurhistorie ...................................................................................................... 29 Ecologie ................................................................................................................ 33 4.5.1 Gebiedsbescherming ................................................................................ 34 4.5.2 Stikstofdepositie ....................................................................................... 34 4.5.3 Soortenbescherming................................................................................. 35 4.6 Fysieke en externe veiligheid...............................................................................

36 4.6.1 Bevi-inrichtingen binnen het plangebied...................................................38 4.6.2 Bevi-inrichtingen buiten het plangebied....................................................38 4.7 Luchtkwaliteit.........................................................................................................39 4.8 Milieuhinder...........................................................................................................39 4.9 Verkeer en parkeren............................................................................................. 41 4.10 Water(toets)..........................................................................................................41 4.11 M.e.r.-Beoordeling (vormvrij)............................................................................... 43 5 5.1 5.2 5.3 5.4

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE TOELICHTING OP DE REGELS.......................46 Algemeen..............................................................................................................46 Toelichting op de Verbeelding.............................................................................. 46 De regels...............................................................................................................47 Nadere toelichting op de bestemming..................................................................47

NL.IMRO.0171. BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 3 van 50 September 2021 Versie 01

6 6.1 6.2 6.3

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID................................................................ 49 Economische uitvoerbaarheid.............................................................................. 49 Inspraak en (voor)overleg.....................................................................................49 Ontwerpbestemmingsplan....................................................................................49

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

■B RooBeekAdvies

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 4 van 50 September 2021 Versie 01

1

Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk

1.1

Algemeen Voor de locatie Schokkerringweg 4-1 te Nagele is een plan ontwikkeld dat voorziet in het uitbreiden van een werkplaats op het perceel Schokkerringweg 4-1 te Nagele. Ter plaatse is sprake van een bedrijf dat zich bezig houdt met het ontwikkelen en produceren van machines ten behoeve van akkerbouwers. Ondergeschikt hieraan wordt reparatie en onderhoud aan de machines aangeboden en vindt er tevens verhuur van machines plaats. In de kern is het een bedrijf dat machinerie ontwikkelt voor het be­ en verwerkingsproces van witlof. Ook is deze machinerie geschikt voor andere teelten zoals pastinaak. Er is zodoende een duidelijke binding met de agrarische sector. Het bedrijf heeft in de bestaande situatie 6 FTE + 2 bedrijfsleiders. Dat blijft ook zo in de situatie na uitbreiding van het bedrijf. Met het oog op de groei van de bedrijfsvoering ter plaatse is er de wens om de werkplaats uit te breiden. Op onderstaande luchtfoto is het plangebied aan de Schokkerringweg 4-1 te Nagele zichtbaar gemaakt.

Figuur 1.1 - Luchtfoto perceel Schokkerringweg 4-1 te Nagele

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 5 van 50 September 2021 Versie 01

Op de hierna weergegeven figuur is de beoogde uitbreiding van de werkplaats zichtbaar gemaakt.

Hierbij nogmaals de luchtfoto waar dan bij benadering ook de gewenste uitbreiding op zichtbaar is gemaakt. De uitbreiding komt aan de oostzijde van de bestaande werkplaats en zal qua oppervlakte, goot- en bouwhoogte dezelfde maatvoering hebben als de bestaande werkplaats. Tevens worden er extra groensingels aangebracht om zodoende ook het bedrijf op gedegen wijze landschappelijk in te passen.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 6 van 50 September 2021 Versie 01

Figuur 1.3 - Weergave uitbreidingsplan ten opzichte van bestaande loods

Op de hierna weergegeven figuur is de beoogde inrichting van het terrein zichtbaar.

Figuur 1.4 - Weergave uitbreidingsplan en terreininrichting

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 7 van 50 September 2021 Versie 01

1.2

Planologisch kader Het perceel Schokkerringweg 4-1 te Nagele is planologisch gezien opgenomen in de beheersverordening ‘Landelijk Gebied’. Deze beheersverordening heeft het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2004’ van toepassing verklaard. Hierin is het perceel Schokkerringweg 4-1 te Nagele bestemd als ‘Agrarisch gebied’ met een bijbehorend bebouwingsvlak (hier mag worden gebouwd indien de afstand tot het hart van de erfsloot meer dan 12 meter is). Zie voor de weergave van het genoemde bebouwingsvlak afbeelding 1.5 op de volgende bladzijde.

Figuur 1.5 - Weergave bestemmingsplankaart met bebouwingsvlak.

Het perceel heeft een agrarische bestemming. Deze bestemming is niet meer passend voor de feitelijke bedrijfsactiviteiten die ter plaatse worden ontplooid, namelijk de ontwikkeling en productie van machines ten behoeve van akkerbouw. Medewerking aan het plan is mogelijk door het wijzigen van de agrarische bestemming naar die van ‘Bedrijf’. In de regels van het te maken bestemmingsplan zal in algemene zin bedrijvigheid tot en met categorie 2 worden toegestaan. Daarnaast zal een specifieke aanduiding moeten worden opgenomen voor 'specifieke vorm van bedrijf - ontwikkeling en productie machines'. 1.3

Leeswijzer Deze toelichting is als volgt opgebouwd: ^ ^

Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk; Hoofdstuk 2: Beleidskader, geeft een overzicht van het relevante Europees-, rijks-, provinciaal -en gemeentelijk beleid en onderzoeken;

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 8 van 50 September 2021 Versie 01

^ ^ ^

1.4

Hoofdstuk 3 Het plan, hierbij wordt ingegaan op de uitgangspunten en de opzet van het bestemmingsplan; Hoofdstuk 4 Toelichting op de regels, geeft een nadere toelichting op de regels; Hoofdstuk 5 Voorbereiding plan en uitvoerbaarheid. Tenslotte behandelt deze de maatschappelijke en de financiële uitvoerbaarheid.

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken: ^ Verbeelding, schaal 1:1000 (tek. nr. NL.IMRO.0171.BP00674-VO01) • Bijlagen bij de toelichting • Regels • Bijlagen bij de regels

1.5

Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 9 van 50 September 2021 Versie 01

2

Hoofdstuk 2 Beleidskader en onderzoek Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan welke onderwerpen tenminste in de toelichting bij het bestemmingsplan aan de orde moeten komen. Hieronder en in de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden deze onderwerpen behandeld. In algemene bewoordingen komt het er op neer dat in de toelichting de gedachten worden neergelegd die aan het plan ten grondslag liggen. Het bevat de resultaten van onderzoek naar de bestaande toestand en naar de mogelijke en wenselijke ontwikkeling van het gebied.

2.1

Europees beleid

2.1.1

Natura 2000 (Vogel- en Habitatrichtlijn) Algemeen Als uitvloeisel van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn zogenaamde Speciale Beschermingszones onderscheiden in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Deze gebieden vormen samen het Nederlandse deel van Natura 2000, het Europese netwerk van natuurgebieden. De Friese IJsselmeerkust, het Ketelmeer en het Vossemeer, het Zwarte Meer en de natuurgebieden Weerribben en Wieden (Overijssel) zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De aanwijzing als Natura 2000-gebied heeft niet alleen gevolgen voor het aangewezen gebied, maar ook voor het omliggende gebied door de zogenaamde externe werking. Dit wil zeggen dat ontwikkeling of gebruik van gronden die buiten de Natura 2000 gebieden liggen van invloed kunnen zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van het beschermde gebied. De Europese richtlijnen en de bescherming van de Speciale Beschermingszones zijn opgenomen in de Wet Natuurbescherming. Deze is sinds oktober 2017 van kracht. Toepassing op het plan In paragraaf 4.5 is ingegaan op de ligging van Natura 2000 gebieden. De afstand tot een Natura 2000 gebied bedraagt circa 2.9 kilometer afstand (Ketelmeer). Het Ketelmeer is niet als ‘verzuringsgevoelig voor stikstof’ aangemerkt, maar is van belang voor broedvogel- en niet-broedvogelsoorten.

Voorliggend bestemmingsplan zorgt niet voor de vestiging van milieukundig gezien ‘andere’ of ‘zwaardere’ bedrijvigheid die ertoe zal leiden dat in het Ketelmeer invloed is op de genoemde vogels. Het aspect ‘stikstofdepositie’ op Natura 2000 gebieden is nog beschreven in paragraaf 4.5.2.

2.2

Rijksbeleid

2.2.1

Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en 13 maart 2012 vastgesteld. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 10 van 50 September 2021 Versie 01

Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Hieronder zijn de 13 nationale belangen weergegeven. De structuurvisie bepaalt de ambities voor Nederland in 2040. Deze hebben betrekking op de concurrentiekracht, bereikbaarheid, en leefbaarheid en veiligheid van/in Nederland. Voor deze 3 rijksdoelen worden 13 onderwerpen van nationaal belang genoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor zij verantwoordelijk is en waarop het resultaat wil boeken. De benoemde nationale belangen zijn: 1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; 7.

Het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. De structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de volgende documenten: PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta.

Delen van de structuurvisie die de nationale ruimtelijke belangen borgen en die juridische doorwerking behoeven, zijn uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur, de Amvb Ruimte (Barro). Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale ruimtelijke belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd. Het nieuwe Rijkstoezicht in de ruimtelijke ordening richt zich op het toezicht achteraf.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 11 van 50 September 2021 Versie 01

Wanneer rijksdoelen en nationale belangen raken aan regionale opgaven, vraagt dit om heldere taakverdeling en samenwerkingsafspraken tussen de betrokken overheden. Waar het Barro bepalingen bevat gericht op gemeentelijke bestemmingsplannen gaat het Rijk er vanuit dat deze doorwerking krijgen. Het Rijk zal tijdens het opstellen en vaststellen van bestemmingsplannen dan ook niet toetsen op een correcte doorwerking van nationale belangen. Daarnaast blijft het Rijk opkomen voor zijn directe belangen bij gemeentelijke en provinciale plannen vanuit de rol van weg- en waterbeheerder (Rijkswaterstaat), eigenaar van defensieterreinen (ministerie van Defensie) en voor projecten in het kader van de rijkscoördinatieregeling rond rijksinpassingsplannen op het terrein van de energie-infrastructuur (het ministerie van EL&I). Toepassing op het plan Voor dit deel van Nagele zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden en er is dan ook geen sprake van de doorwerking van een nationaal belang bij dit bestemmingsplan. 2.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van over-programmering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio’s. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling 5.

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied De ladder duurzame verstedelijking is alleen van toepassing op projecten met een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De vraag is dan wat is een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 12 van 50 September 2021 Versie 01

Initiatief in relatie tot de ‘Ladder’ Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de vragen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in hoeverre wordt voorzien in een behoefte en in hoeverre vestiging op bestaande bedrijventerreinen respectievelijk binnen bestaand stedelijk gebied wenselijk en mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling: of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van 500 m2. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. De nieuw te bouwen werkloods krijgt een oppervlakte van circa 425 m2 en zodoende is er geen sprake van een ladderplichtig plan.

Daarbij komt ook dat binnen de nu nog aanwezige agrarische bestemming de beoogde oppervlakte aan bebouwing reeds bij recht is toegestaan. Het plan is niet ladderplichtig. 2.3

Provinciaal beleid

2.3.1

Omgevingsvisie Flevoland Straks De Omgevingsvisie Flevoland Straks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: ^ Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), ^ Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), ^ Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: ^ Duurzame Energie ^ Regionale Kracht ^ Circulaire Economie ^ Landbouw: Meerdere Smaken De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks. Er wordt namelijk een nieuwe invulling gegeven aan een voormalige agrarisch terrein, wat kan worden aangemerkt als een duurzame ontwikkeling. De bebouwing komt namelijk niet leeg te staan wat een eventuele

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 13 van 50 September 2021 Versie 01

verloedering van het pand en de omgeving voorkomt. Vooralsnog is de beleidsmatige kant van de Omgevingsvisie Flevoland Straks in uitwerking. Daarom wordt wat betreft het beleid nog verwezen naar het omgevingsplan Flevoland 2006. 2.3.2

Omgevingsprogramma Flevoland Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties de provincie neemt om haar doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van onder andere wegen, natuur en bodem: de ‘fysieke leefomgeving’. De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling.

De komende jaren wordt een forse leegstand van agrarische bedrijfslocaties verwacht. Door de schaalvergroting in de landbouw komen veel agrarische bouwpercelen vrij. In Flevoland is tussen nu en 2030 sprake van 400 tot 600 bedrijfsbeëindigingen. Recente berekeningen van Alterra laten zien dat er tot 2030 naar verwachting in Flevoland zo’n 1,3 miljoen vierkante meter agrarische bebouwing beschikbaar komt: in totaal een grotere oppervlakte dan de nu leegstaande kantoren. Zo’n 70oZo hiervan bevindt zich in de gemeente Noordoostpolder. Door ruimte te bieden voor invulling van vrijkomende agrarische bebouwing wil de provincie de unieke structuur van Flevoland behouden. De nieuwe functie valt op grond van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG aan te merken als een 'machine- en apparatenfabriek' met een oppervlakte van minder dan 2.000 m2. Hier hoort milieucategorie 3.2 bij. Vanwege de ligging in gemengd gebied kan een stap omlaag gedaan worden zodat de functie is aan te merken al milieucategorie 3.1 met een hoogste richtafstand van 50m. In hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt uitgelegd waarom dit inpasbaar is.

2.3.3

RO Visie Werklocaties Flevoland In de RO Visie Werklocaties, die 28 juni 2016 is vastgesteld, staat beschreven wat nodig is om te komen tot sterke werklocaties met toekomstwaarde in de provincie Flevoland. Belangrijkste reden voor deze visie is, dat er sprake is van een nieuwe realiteit: de afgelopen decennia is Flevoland sterk gegroeid. In de toekomst is de vraag echter minder groot dan in de vorige Visie Werklocaties Flevoland werd verwacht. Daarnaast is er sprake van een kwalitatief andere vraag. Hierdoor beantwoordt het

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 14 van 50 September 2021 Versie 01

aanbod van nu regelmatig niet meer aan de vraag van vandaag en morgen. Met de Visie Werklocaties Flevoland wordt ingespeeld op deze nieuwe realiteit. Beschrijving beleid Het agrarisch landschap van Flevoland staat de komende jaren onder druk. Er komt namelijk een flink aantal agrarische bedrijfslocaties vrij. Dit wordt onder andere veroorzaakt door bedrijfsbeëindigers die geen opvolger hebben en door schaalvergroting. Bij de schaalvergroting blijft het gebruikte areaal gelijk, maar krimpt het aantal agrarische bedrijven. Het probleem speelt voornamelijk in de gemeente Noordoostpolder, waar tot 2020 ruim 90 hectare agrarische bestemming leeg komt te staan. Een oplossing voor de vrijkomende erven is bijvoorbeeld hergebruik of transformatie. Initiatief in relatie tot het beleid In het onderhavige geval is sprake van een vrijkomende agrarische bedrijfslocatie. De locatie is reeds in gebruik als locatie voor het ontwikkelen en produceren van machines ten behoeve van de akkerbouw (voor de witlof en pastinaak-teelt bedrijven). De uitbreiding van het bedrijf wordt beschouwd als een passende aanvulling van de bestaande locatie. Dit gelet op de binding van het bedrijf met het agrarisch werkgebied. 2.3.4

Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied Het landelijk gebied van Flevoland heeft voor een groot deel een agrarische functie. Ontwikkelingen in de landbouwsector maken het wenselijk meer ruimte te bieden aan kleinschalige niet-agrarische of agrarisch aanverwante functies en vergroting van (voormalige) agrarische bouwpercelen, voor zover deze de bestaande activiteiten en functies niet hinderen, niet leiden tot verstedelijking van het landelijk gebied en landschappelijk, milieutechnisch en verkeerskundig goed worden ingepast. Daarbij dienen de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw behouden te blijven of verder versterkt te worden. De thans bestaande en legaal gevestigde niet-agrarische en agrarisch aanverwante activiteiten die niet binnen de beleidsregel passen, mogen worden voortgezet, mits de afwijking ten opzichte van deze beleidsregel niet vergroot wordt. Met deze beleidsregel willen Gedeputeerde Staten aangeven op welke wijze zij omgaan met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsplan Flevoland 2006 zijn geformuleerd met betrekking tot kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. De beleidsregel heeft betrekking op de (voormalige) agrarische bouwpercelen in het landelijke gebied van Flevoland, met uitzondering van (voormalige) agrarische bouwpercelen binnen de (te ontwikkelen) Natuur Netwerk Nederland (NNN).

Onderstaand is de beleidsregel opgenomen en verwerkt in relatie tot voorliggend plan. Thema ‘Geen belemmering voor bestaande functies’ Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij belemmeringen en hinder ontstaan voor het functioneren van de naastgelegen (agrarische) bedrijven en/of activiteiten, zoals wonen en recreëren. Indien nodig en mogelijk zal dit nader worden geregeld in een (milieu)vergunning. In paragraaf 4.9 is hier nader op ingegaan.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 15 van 50

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

September 2021 Versie 01

Thema ‘Voorkomen van verstedelijking landelijk gebied’ Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, mits deze activiteiten in opzet en ontwikkelingsperspectief kleinschalig van karakter zijn en blijven. Hiervoor geldt dat: a. de schaal van een activiteit bepaald wordt door de aard, de omvang, de verkeersaantrekkende werking en het aantal werknemers. In de tabellen 1 en 2 in de toelichting is voor een aantal activiteiten een indicatie van de bedoelde kleinschaligheid gegeven; In tabel 1 zijn de volgende vormen van bedrijvigheid genoemd waarmee het plan te vergelijken is qua omvang en waarvan is gesteld dat deze zijn aan te merken als agrarisch aanverwante kleinschalige bedrijfsactiviteiten die kunnen thuishoren op een voormalig agrarisch erf. Het is daarbij aan te merken als een combinatie tussen een toeleveringsbedrijf en machineriebedrijf. Tabel 1. agrarisch aanverwante activiteiten (motivatie keuze activiteiten zie eindnoot)

Omschrijving (met Opmerkingen zo mogelijk de SBIcode) Bosbouw machinerie en verwerking (020)

Agrarische hulpbedrijf Be- en verwerking van (streek) eigen producten

Het stallen van machinerie voor bosbouw en de houtverwerking (zagen en behandelen, impregneren e.d.). Activiteiten en opslag vinden bij voorkeur plaats in bestaande bebouwing. Als de activiteit alleen de machinerie betreft, is de activiteit op te vatten als een agrarisch hulpbedrijf en wordt dan als zodanig behandeld. Mogelijke hinder voor omgeving vanwege het geluid dat met de houtverwerking gepaard gaat en de zouten die warden gebruikt dient via de milieuregelgeving verder gereguleerd te worden. Vanwege het (zware) transport van het hout is een ligging nabij het aanvoergebied en/of een waterweg of gebiedsontsluitingsweg gewenst. Loonbedrijven, toeleverings- en opslagbedrijven en veehandelbedrijven. Wassen, hakken, verpakken en bereiden van jam, sap, zuivel, wijn, brood e.d. van de agrarische producten geteeld in de nabije omgeving, niet zijnde een grote slachterij. Voor detailhandel: zie algemene voorwaarden Daarnaast worden koelhuizen en mestbe- en verwerking apart behandeld. Ligging nabij afzetgebieden (woonkern en recreatie) is gunstig.

Op grand van landschappelijke overwegingen (beperken van het schoorsteengehalte van het landelijk gebied), het voorkomen van oneerlijke concurrentie met de kernen, het voorkomen van verstedelijking van het landelijk gebied en het beperken van de verkeersaantrekkende werking is de grens gelegd op 500 m2 om bet onderscheid te maken tussen hetgeen nog behoort tot een agrarisch aanverwante activiteit en een meer bedrijfsmatige activiteit die eerder thuis hoort op een bedrijven- en/of industrieterrein.

Ook wordt in tabel 2 nog een bouwbedrijf genoemd met een maximum aantal werknemers tot 10 fte als te kunnen worden toegestaan op een voormalig agrarisch erf. Qua omvang is het bedrijf van initiatiefnemer kleiner dan een bouwbedrijf. Het aantal personeelsleden is 8 en blijft 8.

BELEIDSREGEL KLEINSCHALIGE ONTWIKKELINGEN IN HET LANDELIJK GEBIED 2008 Bouwbedrijf en aannemersbedrijf met werkplaats (45) Camping bij de

Bouw- en aannemersactiviteiten horen in principe thuis op een bedrijven- en/of industrieterrein, mede vanwege riet zware verkeer en eventuele geluidsoverlast. Daarom is dit in de beleidsregel gekoppeld aan een maximaal aantal werknemers van 10 fte. Het bieden van gelegenheid tot overnachten in kampeermiddelen, waaronder bet “ecologisch”

b. niet-agrarische en agrarisch aanverwante activiteiten hebben indien mogelijk plaats in bestaande bebouwing;

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 16 van 50 September 2021 Versie 01

c.

voor niet-agrarische activiteiten in totaal maximaal 30 “/o van het (voormalig) agrarisch bouwperceel bebouwd mag worden.

Er komt op een perceel van bijna 8000 m2 groot een extra werkloods bij van circa 425 m2. De loods wordt ingezet voor een bedrijf dat zich bezig houdt met het ontwikkelen en produceren van machines ten behoeve van akkerbouwers, vooral in de witlof en pastinaak sector. Er is zodoende een duidelijke binding met de agrarische sector. Wel is het zo dat er een extra loods gebouwd wordt en er niet op dat onderdeel gebruik kan worden gemaakt van ‘bestaande bebouwing’. Onder punt b staat ook genoemd ‘indien mogelijk’ en is het geen harde beperkend aspect. Met deze bebouwing erbij is nog geen sprake van het voor 30% hebben bebouwd van het voormalige agrarisch bouwperceel, waarbij ook nog kan worden aangegeven dat in dit specifieke bestemmingsplan in de regels is bepaald dat het bebouwingspercentage hier maximaal 20% mag bedragen. De extra werkloods leidt ook niet tot het vergroten van het aantal werknemers van het bedrijf. De volgende uitzonderingen zijn hierop van toepassing: 1. detailhandel is toegestaan tot een maximum van 200 m2 bruto vloeroppervlak per (voormalig) agrarisch bouwperceel voor de verkoop van eigen of in de streek gekweekte of vervaardigde producten (opslag niet meegerekend) en/of voor de verkoop van producten met een directe binding aan op grond van deze beleidsregel toegestane toeristisch-recreatieve voorzieningen; 2.

een café en/of restaurant is toegestaan tot een maximum van 500 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel. Deze uitzonderingen zijn niet van toepassing voor het plan. d.

voor agrarisch aanverwante activiteiten geen maximum bebouwd oppervlakte gesteld wordt. De volgende uitzonderingen zijn hierop van toepassing: 1. bouwwerken ten behoeve van de be- en/of verwerking van eigen of in de streek gekweekte of vervaardigde producten producten zijn toegestaan tot een maximum van 500 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel; 2. bouwwerken ten behoeve van de be- en/of verwerking van mest en andere biomassa zijn toegestaan tot een maximum van 1000 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel; 3. bebouwing in de vorm van teeltondersteunend glas is toegestaan tot een maximum van 2500 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel.

Bovenstaande uitzonderingen zijn niet van toepassing op voorliggend plan. Niet toegestaan zijn niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten die qua aard, omvang, verkeersaantrekkende werking en aantal werknemers primair thuishoren op een bedrijventerrein of industrieterrein dan wel in of aansluitend aan de bebouwde kom. Dit geldt in ieder geval voor activiteiten die vallen in de milieucategorie 4 of hoger . Hier is sprake van een milieucategorie 3.2 inrichting welke qua bedrijfsvoering aansluiting vindt bij de agrarische sector. Het bedrijf is als kleinschalig aan te merken met een beperkte ruimtelijke uitstraling. Er is een duidelijke link met het agrarisch productiegebied. Indien in de toekomst het bedrijf nog groter zou moeten gaan worden dan is en verplaatsing naar een bedrijventerrein aan de orde, zo is afgestemd met de gemeente en provincie en daarvan is de initiatiefnemer dus goed van op de hoogte dat deze uitbreiding de maximaal toegestane uitbreiding betreft. Met de in dit

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 17 van 50 September 2021 Versie 01

bestemmingsplan opgenomen ‘enge’ bestemmingsomschrijving (boven cat.2 (gekoppeld aan lijst) wordt uitsluitend dit specifieke bedrijf toegestaan) en de beperkte bouwmogelijkheid is de kleinschaligheid van het bedrijf voldoende geborgd. Per (voormalig) agrarisch bouwperceel wordt uitgegaan van één woning. Vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning. Hiervan is sprake, er is één bedrijfswoning aanwezig. Er wordt niet voorzien in een extra bedrijfswoning. Vergroting van het (voormalige) agrarische bouwperceel is mogelijk, mits: a. de ruimtelijke mogelijkheden voor verhoging van het bebouwingspercentage zijn verkend en te beperkt zijn bevonden; b. bij de aanvraag tot vergroting van het (voormalige) agrarische bouwperceel wordt aangegeven waarom de gevraagde vergroting noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het agrarische bedrijf of niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteit. Daarbij wordt ook het toekomstperspectief van het desbetreffende bedrijf of activiteit in beschouwing genomen; c. wordt voldaan aan de volgende regeling: 1. voor uitbreidingen van (voormalige) agrarische bouwpercelen tot in totaal 2,5 hectare kan een binnenplanse vrijstellings/ontheffingsmogelijkheid in het bestemmingsplan worden opgenomen voor zover dat niet reeds in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen; 2.

Voor samenvoeging van twee naast elkaar gelegen (voormalige) agrarische bouwpercelen kan een binnenplanse vrijstelling/ontheffing in het bestemmingsplan worden opgenomen; 3. voor uitbreidingen waarbij het (voormalige) agrarische bouwperceel in totaal groter wordt dan 2,5 hectare is een herziening van het bestemmingsplan of een projectprocedure noodzakelijk; Er wordt niet voorzien in een verdergaande vergroting van het bedrijfsperceel. Het ruimtelijk splitsen van een (voormalig) agrarisch bouwperceel is niet toegestaan. Dat is in voorliggend plan ook niet aan de orde. Landschappelijke inpassing Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen en ontwikkeling van nietagrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten is mogelijk, tenzij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten worden aangetast. Hiervoor geldt dat: a. bij niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten de erfsingel behouden moet blijven of hersteld moet worden; b. de vergroting van het (voormalige) agrarische bouwperceel landschappelijk wordt ingepast, door middel van het herstellen of opnieuw aanplanten van de erfsingel; c. er naar gestreefd dient te worden, dat de vorm van het (voormalige) agrarische bouwperceel past in het aanwezige landschap.

Het perceel zal op een gedegen wijze landschappelijk worden ingepast, hiertoe is een beplantingsplan opgeteld die door middel van een voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan de regels en zodoende is de uitvoering ervan handhaafbaar en afdwingbaar. Op onderstaande figuur is de landschappelijke inpassing zichtbaar gemaakt. Omwille van de leesbaarheid van deze tekening wordt tevens verwezen naar bijlage 1 van de regels het erfinrichtingsplan.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 18 van 50 September 2021 Versie 01

Verkeerskundige inpassing Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen dan wel de ontwikkeling van niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij dit leidt tot knelpunten of onveilige situaties in de verkeersafwikkeling . Voorts geldt dat: a. voorzien moet worden in voldoende manoeuvreerruimte op het eigen (voormalige) agrarische bouwperceel; b. er bij voorkeur geen sprake is van meer dan één uitrit; c. parkeren geschiedt op het eigen (voormalige) agrarische bouwperceel; d. de niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op het (voormalig) agrarisch bouwperceel zijn afgestemd op de aard en capaciteit van de weg waaraan het betreffende bouwperceel is gelegen. Zowel het bedrijfsperceel zelf als ook de aan- en afvoerroute via de Schokkerringweg zijn van dien aard dat er geen problemen met het parkeren als met aan- en afvoer worden verwacht. Er is en blijft sprake van één inrit. Er wordt naar gestreefd, dat recreatieve en/of toeristische activiteiten en andere publieksaantrekkende activiteiten goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets. Is niet van toepassing voor dit plan. 2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. En hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 19 van 50 September 2021 Versie 01

De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom ken zij een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor ons toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. Over het hergebruik van vrijkomende agrarische erven is het volgende verwoord in de Structuurvisie Noordoostpolder 2025. Onderstaande teksten zijn één op één overgenomen en zijn daarom cursief weergegeven. “In het landelijk gebied gaan we op vrijkomende agrarische erven ruimte bieden aan nieuwe woonmilieus, voorzieningen en kleinschalige (niet-agrarische) bedrijvigheid. Hierdoor kunnen de erven een nieuwe invulling krijgen als agrariërs stoppen met hun bedrijfsvoering. Omdat de vestigingsomstandigheden op de erven sterk afwijken van die in de dorpen is onze verwachting dat er geen sprake is van onderlinge concurrentie.

We verwachten juist dat er een onderling versterkend effect optreedt, bijvoorbeeld doordat voorzieningen in de dorpen kunnen profiteren van de komst van nieuwe plattelandsbewoners.” Landbouw blijft de primaire functie in het landelijk gebied. Het zorgt ervoor dat het unieke polderlandschap open blijft en niet langzaam ‘verrommelt’ door andere functies. Het inzetten op functiescheiding tussen landbouw en andere functies draagt hieraan bij. In de rand langs het oude land en in de corridor tussen Emmeloord en het Kuinderbos is juist een zekere verdichting van het landschap gewenst; niet-agrarische functies kunnen hieraan bijdragen”. Vrijkomende agrarische bedrijfskavels ^ Van de oorspronkelijke 1.600 agrarische erven in de Noordoostpolder zijn er door de schaalvergroting nog geen 1.000 over. Dat aantal daalt nog verder. Tot nu toe zijn vooral oorspronkelijke erven vrijgekomen met weinig extra bebouwing, maar dat gaat de komende jaren veranderen wanneer ook erven vrijkomen die al eens zijn uitgebreid en waarvan de erfsingel vaak ontbreekt.

In het herstellen van de oorspronkelijke kwaliteit van deze vrijkomende agrarische bedrijfskavels (vab’s) zien wij een grote uitdaging; ^ De meeste vab’s zijn uitermate geschikt voor de uitoefening van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de lichte milieucategorieën, kleinschalige voorzieningen, recreatie en alternatieve woonvormen zoals ‘rood voor rood’. Hieraan worden wel voorwaarden gesteld om negatieve effecten te vermijden met betrekking tot de (ontwikkeling van de) kernen en de mogelijk negatieve effecten op omliggende bedrijven. De uitvoering van het beleid zal nadrukkelijk worden gemonitord en indien nodig zal het beleid worden bijgesteld. In diverse paragrafen van de structuurvisie wordt inhoudelijk ingegaan op de kansen die er liggen op de vab’s. Niet-agrarische bedrijvigheid in het landelijk gebied Het toestaan van kleinschalige niet-agrarische bedrijvigheid (zoals loonbedrijven, timmerbedrijven, recreatiebedrijven, horeca en detailhandel) op de vrijkomende agrarische erven (vab’s) biedt kansen voor de leefbaarheid van het landelijk

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 20 van 50 September 2021 Versie 01

gebied. Wij staan de vestiging van dit soort bedrijven op de vab’s binnen het bestaande erf onder voorwaarden toe. De erfsingel moet behouden blijven, dan wel opnieuw worden aangeplant. Erfuitbreiding is niet mogelijk; als de bedrijven te groot worden, moeten ze verhuizen naar één van de bedrijventerreinen. Het is niet de bedoeling dat door concurrentie een leegloop ontstaat van de lokale bedrijventerreinen. Mogelijkheden op vrijkomende agrarische bedrijven Commerciële en maatschappelijke voorzieningen kunnen een goede invulling geven aan het vrijkomen van agrarische erven. Wij willen die mogelijkheid onder voorwaarden toestaan, Belangrijkste randvoorwaarde is daarbij dat we concurrentie met de voorzieningen in de dorpen willen voorkomen. Beleefbaar maken agrarisch gebied Ook op vrijkomende agrarische bedrijfskavels (vab’s) bieden wij aan ondernemers ruimte voor op recreatie gerichte voorzieningen, eventueel in combinatie met zorgvoorzieningen. Al met al biedt de Structuurvisie veel mogelijkheden voor herinvulling van vrijkomende agrarische erven. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de Structuurvisie. Er wordt ruimte geboden aan herinvulling van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, mits de bestaande karakteristiek van het erf maar behouden blijft. Daaraan voldoen de plannen van initiatiefnemer.

Verder is hier sprake van een kleinschalig bedrijf met een beperkte ruimtelijke uitstraling. Er is een duidelijke link met het agrarisch productiegebied. Met de enge bestemmingsomschrijving (boven cat.2 (gekoppeld aan lijst) wordt uitsluitend dit specifieke bedrijf toegestaan) en samen met de beperkte bouwmogelijkheid is de kleinschaligheid voldoende geborgd. 2.4.2

Welstandsnota gemeente Noordoostpolder (2013) ‘Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid’ Deze welstandsnota vaart een nieuwe koers. Een groot deel van het grondgebied van de gemeente Noordoostpolder is welstandsvrij terwijl voor bepaalde categorieën bouwwerken nog maar zeer beperkte welstandseisen gelden. Tegelijkertijd gaat deze nota ook over het in stand houden en bevorderen van de kwaliteit van de bebouwing, die een duidelijke bijdrage levert aan het karakteristieke beeld van de gemeente. Het plangebied valt in de welstandsnota onder de aanduiding landelijk gebied. Dit gebied is aan te merken als welstandsluw: Uitbreidingen en verbouwingen aan oorspronkelijke woningen, boerderijen inclusief eventueel aangebouwde schuur/stal en montageschuren dienen met respect voor de bestaande architectuur te worden uitgevoerd. Volstaan is echter met het stellen van eisen aan de meest naar de weg toegekeerd zijde van deze gebouwen. Bijgebouwen bij woningen en losstaande bedrijfsgebouwen zijn welstandsvrij, zij het dat voor de bedrijfsgebouwen wel eisen worden gesteld aan het kleurgebruik. Daar zijn alleen gedekte kleuren toegestaan. Met de beoogde nieuwbouw van een extra werkplaats zal rekening worden gehouden met de welstandscriteria die gelden op het moment van aanvragen daarvan.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 21 van 50 September 2021 Versie 01

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 22 van 50 September 2021 Versie 01

3

Hoofdstuk 3 Gebieds- en planbeschrijving

3.1

Ligging en historie Nagele Het plangebied bevindt zich aan de Schokkerringweg 4-1 te Nagele. Nagele is gelegen in de gemeente Noordoostpolder in de provincie Flevoland. Hieronder is de ligging van Nagele binnen de gemeente Noordoostpolder zichtbaar gemaakt.

Nederland, provincie Flevoland, gemeente Noordoostpolder en ligging Nagele in één oogopslag.

Nagele is een dorp in de gemeente Noordoostpolder ten zuiden van Emmeloord. Het dorp is vernoemd naar een eiland, De Nagel, dat net als Schokland en Urk in de Zuiderzee lag. In de middeleeuwen is Nagele in de golven verdwenen. Het is het laatste van de tien dorpen in de gemeente Noordoostpolder. Door de enorme veranderingen in de jaren vijftig werd besloten geen arbeiderswoningen meer te bouwen bij de boerderijen bij Nagele maar de landarbeiders in het dorp te laten wonen. Om ook meer leefbaarheid in het dorp te krijgen, konden in die tijd ook niet-poldergebondenen een woning in Nagele huren. Zodoende was Nagele eigenlijk het eerste dorp in de Noordoostpolder waar zich vrij veel randstedelingen vestigden.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 23 van 50 September 2021 Versie 01

3.2

Ligging plangebied Schokkerringweg 4-1 Op onderstaande luchtfoto is het perceel zichtbaar gemaakt ten opzichte van de nabijgelegen kern Nagele. Het perceel bevindt zich ten oosten van de kern Nagele op een afstand van circa 500 meter afstand tot de woonbebouwing van Nagele.

Het gebied kenmerkt zich door de ligging van ‘clusters’ van agrarische of voormalige agrarische erven die in de regel zijn omzoomd door forse boomsingels en verder een open en weids agrarisch landschap. Hierna volgt een weergave van het perceel zelf ten opzichte van de direct rondom gelegen percelen. Het perceel maakt onderdeel uit van een zogeheten ‘3-erven systeem’. Aan de noord- en oostkant bevinden zich eveneens percelen met een agrarische bestemming. Hier is nog sprake van actieve akkerbouwers.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 24 van 50 September 2021 Versie 01

Het perceel zelf bevindt zich aan de zuidkant van de Schokkerringweg. Op het perceel bevindt zich voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het perceel wordt aan de west­ en zuidwestzijde en aan de oostzijde gedeeltelijk omzoomd door een forse (boom)singel. Hierna is weergave gedaan van het perceel vanuit de lucht met daarin indicatief weergegeven de beoogde uitbreiding van de werkplaats. De uitbreiding zorgt er mede voor dat het merendeel van de buitenopslag naar binnen kan, hetgeen het totale erf een verzorgdere uitstraling zal geven en beter is voor de levensduur van bij het bedrijf behorende goederen.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 25 van 50 September 2021 Versie 01

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 26 van 50 September 2021 Versie 01

De te bouwen werkplaats krijgt een oppervlakte van circa 425 m2 (lengte en breedte van 17m bij 25m). De goot- en bouwhoogte zullen 4,5 meter en 8,0 meter gaan bedragen bij een dakhelling van 15 graden. Tevens wordt voorzien in het robuuster maken van de landschappelijke inpassing van het bedrijfsperceel. Op onderstaande tekening is de beoogde landschappelijke inpassing weergegeven van het perceel Op deze wijze wordt het perceel ook landschappelijk ingepast en wordt een robuuste erfafscheiding tot stand gebracht. Door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting is de uitvoering van het inrichtingsplan ook juridisch geborgd.

In bijlage 1 van de regels is het erfinrichtingsplan met het bijbehorende bomenplan opgenomen.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 27 van 50 September 2021 Versie 01

4

Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren

4.1

Algemeen Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet worden nagegaan of er milieuaspecten zijn (in of nabij het plangebied) die belemmeringen (kunnen) vormen voor de in het plangebied opgenomen functies. In dit kader dient aandacht te worden besteed aan: 1. Archeologie; 2. Bodem; 3. Cultuurhistorie; 4. Ecologie; 5. Fysieke en externe veiligheid; 6. Geluid(hinder); 7. Luchtkwaliteit; 8. M.E.R.-beoordeling; 9. Milieu(hinder); 10. Verkeer en vervoer; 11. Water(toets).

4.2

Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet 2016) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder ligt het perceel in een gebied dat deels is aangeduid als ‘Waarde Archeologie 8’. Voor deze gebieden geldt dat een archeologisch onderzoek nodig is bij ruimtelijke ingrepen die groter zijn dan 10.000 m2. Hiervan is bij dit plan geen sprake. Er is geen onderzoek nodig. We blijft de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 8’ intact op de verbeelding en in de regels.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 28 van 50 September 2021 Versie 01

4.3

Bodem In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: ^ een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; ^ waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (twee of meer uren per dag) mensen zullen verblijven; ^ die de grond raken; ^ waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing); ^ die niet naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk genoemd in het Besluit bouwwerken; ^ waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; ^ die geen tijdelijk bouwwerk betreffen waarbij uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is. Aangezien het hier gaat om de uitbreiding van een werkplaats, waarvan wij aannemen dat hier dagelijks meer dan 2 uur per dag mensen kunnen en zullen verblijven en groter dan 50 m2 zal zijn is een verkennend bodemonderzoek nodig.

Dit verkennend bodemonderzoek is vervolgens uitgevoerd door onderzoeksbureau Milieu Advies Noord-Nederland. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgt een uiteenzetting van het resultaat van het uitgevoerde onderzoek. Evaluatie onderzoeksresultaten Van de opgeboorde grond zijn twee mengmonsters samengesteld, één van de bovengrond tot 0,5 meter beneden maaiveld en één van de ondergrond van 0,45 tot 1,50 meter beneden maaiveld. Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt het volgende: ^ In de onderzochte bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde parameters en wordt de bodem als niet verontreinigd geclassificeerd. ^ In de onderzochte ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde parameters cadmium, kwik, zink en som drins. De onderzochte ondergrond wordt derhalve als ‘licht verontreinigd’ geclassificeerd; ^ Uit indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de onderzochte bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’, de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘wonen’. ^ Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater een licht verhoogd gehalte is aangetroffen van de geanalyseerde parameter barium, waardoor het grondwater is geclassificeerd als licht verontreinigd.

NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele

Blad 29 van 50 September 2021 Versie 01

Aanbevelingen Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op het deel van het perceel aan de Schokkerringweg 4-1 waar de nieuwbouw gaat plaatsvinden. Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “onverdachte locatie”, enkel voor de ondergrond formeel onjuist is. Echter gezien de hooguit zeer licht verhoogde gehalten is er geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek behoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen te worden gesteld aan het toekomstige gebruik van de locatie waarbij een nieuwe loods zal worden gebouwd. Dit dient echter te worden bevestigd door het bevoegd gezag. Ontgraven en toepassen van de grond binnen de zone van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is niet zondermeer toegestaan. Het toepassen op een andere locatie binnen de zone van de bodemkwaliteitskaart dient in overleg met de gemeente te worden verricht. Indien grond wordt afgevoerd naar een toepassingslocatie buiten de gemeente dan wordt geadviseerd om een AP04 partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit onder het certificaat van de BRL 1000 te laten uitvoeren ter bepaling van de kwaliteit en bestemming van de partij.

Tot slot wordt geadviseerd om tijdens vervolgwerkzaamheden alert te zijn op eventuele onvoorziene bodemverontreiniging. 4.4

Cultuurhistorie Modernisering Monumentenwet (MoMo)ZWiiziging Bro Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Bro in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Wat zijn cultuurhistorische waarden? De Memorie van Toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening zegt met betrekking tot artikel 3.1.6 het volgende: "Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken" Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: 1. Historische (stede)bouwkunde Z bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwkundige elementen als beschermde stads- of dorpsgezichten; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1884/documents/29440