10.6 Bestemmingsplan 'Glastuinbouw Luttelgeest Marknesse - fase 3' deel 6 1000 - 1199.pdf
Tekst van het document
Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
20-10-2006
Saneringscontouren Datum 20-10-2006
Gerealiseerd bovengrond
Gerealiseerd ondergrond
Voll. verw., aanvulgrond schoon (MF)
Stabiel, kl.restver./pas.zorg, geen mon
Pagina 15 van 41
-
19-11-2019
Medium
Zorgmaatregelen Maatregel start
Duur
Eind
Matrix
20-10-2006
Grond
Pagina 16 van 41
-
Overschrijding
Type maatregel
I
Wbb
19-11-2019
Locatie: vm. Asbestcementwaterleiding Baarlosedwarsweg 2
Loca e Adres
Baarlosedwarsweg 2 8316RV Marknesse
Loca ecode
AA017102463
Loca enaam
vm. Asbestcementwaterleiding Baarlosedwarsweg 2
Plaats
Noordoostpolder
Loca ecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Voldoende gesaneerd
Beoordeling
Status rapporten
Sanerings evalua e
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Ja
Erns g, geen risico's bepaald
Status asbest
Asbest aangetoond, onderzoek niet conform NEN 5707;
Eigenaar
Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Datum 20-09-2017
Type
Naam
Auteur
Referen e
Sanerings evalua e
Grondsanering Baarloseweg Marknesse
Van der poel
170389
Verontreinigende ac viteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschr.
Grond
I
Grond
S
m²
m³ 500
Van
Tot
Opmerking
250 Mogelijk asbestdeeltjes
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Saneringsoort
Volledig (hele geval)
Zorgstatus
Geen Nazorg
Uiterste start Werkelijke start
24-08-2017
Werkelijke einddatum
09-09-2017
Saneringscontouren Datum 09-09-2017
Gerealiseerd bovengrond
Gerealiseerd ondergrond
Voll. verw., aanvulgrond schoon (MF)
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 17 van 41
-
19-11-2019
Medium
Locatie: Baarlosedwarsweg Marknesse
Loca e Adres Loca ecode
AA017102491
Loca enaam
Baarlosedwarsweg Marknesse
Plaats
Noordoostpolder
Loca ecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NEN 5740
Beschikking
Nee
Eigenaar
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Datum 15-06-2017
Type
Naam
Auteur
Referen e
Verkennend onderzoek NEN 5740
VO Baarloseweg Marknesse
Poelsema Veldwerkbureau
170786
Verontreinigende ac viteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 18 van 41
-
19-11-2019
Asbest loca es
Pagina 19 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2006
Pagina 20 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2008
Pagina 21 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2009
Pagina 22 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2010
Pagina 23 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2011
Pagina 24 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2012
Pagina 25 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2013
Pagina 26 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2014
Pagina 27 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2015
Pagina 28 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2016
Pagina 29 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 1947
Pagina 30 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 1949
Pagina 31 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 1960
Pagina 32 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 1971
Pagina 33 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 1981
Pagina 34 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 1989
Pagina 35 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2000
Pagina 36 van 41
-
19-11-2019
Luch oto 2003
Pagina 37 van 41
-
19-11-2019
De bodeminforma e is met de grootste zorg ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat deze informa e verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Flevoland acht zich niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informa e. U helpt de provincie door eventuele geconstateerde fouten of gebreken te melden. Per 1 januari 2013 wordt, in opdracht van de provincie Flevoland, de bodeminforma e bijgehouden door de omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek.
Pagina 38 van 41
-
19-11-2019
Toelich ng Toelich ng op overzicht historisch bodembestand (HBB) Tussen 2005 en 2007 hee de provincie Flevoland een inventarisa e laten uitvoeren van poten eel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen. Voor de inventarisa e is gebruik gemaakt van twee archie ronnen, te weten: 1. Het archief van de Kamers van Koophandel in de provincie. 2. De op grond van de Hinderwet aan bedrijven verleende vergunningen. Met beide bronnen wordt ruwweg de jdsperiode 1950 tot 2000 gedekt. Uit de enorme hoeveelheid informa e die in de genoemde bronnen ligt opgeslagen, is een selec e gemaakt. Met deze inventarisa e kan worden bekeken of er in het verleden bodembedreigende bedrijfsac viteiten op een perceel hebben plaatsgevonden. Naast informa e over poten eel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen is bij de Provincie Flevoland ook andere informa e bekend over het (historische) bodemgebruik. Het betre de: De historische luch oto’s van Flevoland (h p://historische-luch oto.flevoland.nl); De asbestverdenkingenkaart (h p://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/).
Toelich ng op de Historische luch oto's In het verleden kan door bedrijfsac viteiten de bodem verontreinigd zijn. Hoe de bodem in het verleden gebruikt is, is terug te zien op de historische luch oto's.
Toelich ng op de Asbestverdenkingenkaart De provincie Flevoland hee in verband met mogelijke bodemverontreiniging in 2004 archiefonderzoek laten verrichten naar het (mogelijk) voorkomen van asbest in gebouwen en/of in de bodem. De doelstellingen van dit onderzoek waren: Inzich ekrijgen in de omvang van asbestverontreinigingin gebouwen en de bodem; De ligging van asbestverdachte loca es te bepalen. De loca es staan weergegeven op de provinciale website en zijn direct opvraagbaar via de link h p://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/. Het bijbehorende rapport “Asbestonderzoek Flevoland” is op deze pagina te raadplegen onder kopje “Achtergrondinforma e”. De asbestverdenkingenkaart is te gebruiken om te bepalen of er een kans bestaat dat asbest aanwezig is in gebouwen en/of in de bodem. Vooral bij de uitvoering van Historisch onderzoek, bijvoorbeeld in het kader van bodemonderzoek of gebiedsontwikkeling is deze informa e van belang. Op de kaart zijn asbestverdachte loca es of gebieden weergegeven. In de kaart worden de volgende categorieën onderscheiden: (Woning-)Bouwperiode Agrarische gebouwen Hinderwetvergunningen Historische bedrijfsac viteiten Vervolgonderzoek moet uitwijzen of daadwerkelijk asbest in gebouwen en/of in de bodem aanwezig is. Aanbevelingen voor verder onderzoek zijn: raadpleeg bouwvergunningen.
Dit kan op individueel perceelsniveau, maar ook op wijkniveau als een breder onderzoek naar de toepassing van asbest als bouwmateriaal relevant wordt geacht. voer gericht dossieronderzoek uit naar herstructureringsplannen, dossiers bouwrijp maken, eventueel in combina e met interviews met betrokken ambtenaren. Hieruit kan blijken waar asbestafval (sloop gebouwen, verwijderde wegfunderingen en waterleidingbuizen) terecht is gekomen. voer zonodig luch oto- en kaartonderzoek uit naar dempingen, erfverhardingen en afgebroken boerderijen (vooral interessant in combina e met nabijgelegen gedempte watergangen).
Toelich ng op detailinforma e WBB-loca es Algemene informa e In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) hee de provincie Flevoland een aantal we elijke taken. De provincie verkrijgt in het kader van deze we elijke taken bodemgegevens. Deze administra eve gegevens worden opgeslagen in een bodeminforma esysteem. Deze informa e betre : Algemene loca egegevens Afgegeven beschikking(en) Historische bodembedreigende bedrijfsac viteiten Uitgevoerde bodemonderzoeken Aangetroffen verontreinigingen
Pagina 39 van 41
-
19-11-2019
Uitgevoerde (deel-)saneringen Restverontreinigingen Historische bedrijfsac viteiten (HBB)
Algemene loca egegevens Basisgegevens Alle bij de Provincie bekende loca es, waar (mogelijk) sprake is van een geval van erns ge bodemverontreiniging (Wbb- loca es), zijn ingevoerd in het Bodem Informa e Systeem. Ook loca es, waarbij in een ander we elijk kader bodemverontreiniging is geconstateerd, worden door provincie geregistreerd. Van deze loca es worden de volgende gegevens geregistreerd: Ligging (adresgegevens); Kadervan aanpak (vrijwillige ofvan overheidswege onderzoek/saneringwordt uitgevoerd); Land- of waterbodemverontreiniging; Milieuhygiënische beoordeling (ernst, spoed, goedkeuring saneringsplan, instemming saneringsresultaat/nazorgplan); Vervolgac e. Fasering van de aanpak Bij de aanpak van een (vermoeden van) bodemverontreiniging, worden in het algemeen de volgende fasen doorlopen: 1. Het historisch onderzoek; daarin worden gegevens over het mogelijk ontstaan van bodemverontreiniging worden verzameld. 2. Het oriënterend onderzoek; daarin worden op de meest verdachte plaatsen monsters genomen, die in een laboratorium op de verdachte stoffen worden geanalyseerd. 3. Het nader onderzoek; daarin wordt de bodemverontreiniging afgebakend. 4. Het saneringsplan; daarin wordt de beschreven hoe de bodem gesaneerd gaat worden. 5. Het evalua everslag; daarin worden de bereikte saneringsresultaten vastgelegd
Afgegeven beschikking(en) Beschikking In een beschikking gee de overheid haar oordeel over onderwerpen als de ernst van een bodemverontreiniging, de urgen e en het jds p van de sanering, het saneringsplan en het evalua everslag van de sanering. De beschikking op het saneringsplan kan gezien worden als een vergunning. Erns ge bodemverontreiniging De Wet bodembescherming gee regels hoe om te gaan met een erns ge bodemverontreiniging. De provincies en de grote gemeenten zijn het bevoegde gezag; zij zijn door de wet aangewezen om toe te zien op een juiste aanpak. Spoedeisendheid sanering De Wet bodembescherming onderscheidt al dan niet spoedeisende erns ge bodemverontreinigingen. Om over de spoed te kunnen beslissen is informa e nodig over de risico’s van de bodemverontreiniging en de snelheid waarmee de verontreinigende stoffen zich met het grondwater verspreiden. De risico’s zijn gebaseerd op het huidige of het voorgenomen gebruik van de bodem. Een voorbeeld: de bodem is erns g verontreinigd met zware metalen. De zware metalen lossen niet op in het regenwater. De sanering is niet urgent als de bodem gebruikt wordt als parkeerterrein. De sanering is wel urgent als de bodem als kinderspeelplaats of groentetuin wordt gebruikt.
Tijdelijke beveiligingsmaatregelen Als een sanering spoedeisend is, maar nog niet direct kan plaats vinden, kan het bevoegde gezag jdelijke beveiligingen voorschrijven. Een voorbeeld daarvan is het plaatsen van een hek rondom de verontreiniging. Saneringsplan Bij de sanering kan het gaan om verschillende typen maatregelen om de bodem weer schoon of geschikt te maken. Soms wordt alle verontreiniging verwijderd, soms blij alle verontreiniging zi en en wordt die op een andere manier onschadelijk gemaakt. De ini a efnemer van de sanering is verplicht na het afronden van de sanering een evalua erapport bij de overheid in te dienen. Als er verontreiniging in de bodem achterblij , moet de ini a efnemer van de sanering een zorgplan opstellen. Daarin staat op welke manier controle plaats vindt en zonodig wordt bijgestuurd. Dit noemt men ook wel monitoring. De bevoegde gezagen, bijvoorbeeld de Provincie Flevoland, kunnen saneringsbevelen geven voor het opruimen van erns ge bodemverontreiniging waarvan de sanering spoedeisend is. In eerdere wetgeving werden spoedeisende saneringen urgente saneringen genoemd. In dit rapport bedoelen wij met spoedeisend en urgent hetzelfde.
Pagina 40 van 41
-
19-11-2019
Uitgevoerde bodemonderzoeken Alle bij de Provincie bekende bodemonderzoeksrapporten zijn ingevoerd in het Bodem Informa e Systeem. Het betreffen bodemonderzoeken op loca es waar (mogelijk) sprake is van een geval van erns ge bodemverontreiniging (Wbb-loca es). Bodemonderzoeken die in een ander we elijk kader zijn uitgevoerd worden niet door provincie geregistreerd, tenzij er sprake is van een bodemverontreiniging; bijvoorbeeld bodemonderzoeken in het kader van de Woningwet of de Wet milieubeheer.
Aangetroffen verontreinigingen Bij de mate van verontreiniging wordt onderscheid in schone grond, licht verontreinigde grond en erns g verontreinigde grond. Om de bodem schoon, licht verontreinigd of erns g verontreinigd te noemen is voor ruim honderd stoffen vastgesteld hoeveel van die stof in een bodem mag zi en. Om de bodemkwaliteit te beoordelen, moet dus worden bekeken hoeveel van een verontreinigende stof er in de bodem zit. Dit gebeurt door monsters van de bodem te nemen en die in een laboratorium te laten onderzoeken.
Uitgevoerde (deel)saneringen De saneringsvariant wordt vastgelegd op basis van het evalua erapport. Voor de beschrijving van de saneringsvarianten wordt gebruik gemaakt van de landelijk vastgelegde systema ek.
Restverontreinigingen Eventuele restverontreinigingen, die na sanering in de bodem achterblijven, worden geregistreerd.
Historische bedrijfsac viteiten op deze loca e De bodembedreigende (bedrijfs-)ac viteiten op de betreffende loca e, die zijn of moeten worden onderzocht.
Meer informa e Hee u vragen over de geleverde bodeminforma e? Mail dan uw vraag naar info@ofgv.nl.
Pagina 41 van 41
-
19-11-2019
bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3
Bijlage 8 Samenvatting nader bodemonderzoek 27 maart 2020
bestemmingsplan (vastgesteld)
1095
Hoogweg Paprikakwekerijen B.V. Postbus 45 8316 ZG Marknesse
Onze referentie: Betreft: Datum: Behandeld door:
20191562 Samenvatting nader (water)bodemonderzoek t.p.v. meerdere percelen te Marknesse (fase 2) 27 maart 2020 Dhr. A. Riemens
In dit document worden kort de resultaten besproken met betrekking tot het uitgevoerde nader (water)bodemonderzoek (fase 2) ter plaatse van een aantal percelen welke in eigendom zijn van Rijksvastgoed te Marknesse. Aanleiding tot het onderzoek zijn de resultaten uit het verkennend en nader bodemonderzoek onder projectcode 20191537 en 20191562, waaruit blijkt dat matig- tot sterke verontreinigingen in de grond zijn aangetroffen alsmede de beperkte toepassingsmogelijkheden van de aanwezige waterbodem. Doelstelling van het onderzoek is: - het vaststellen van de ernst (saneringsnoodzaak) en voor zover mogelijk de omvang van de aangetroffen verontreinigingen; - het bepalen van het PFAS-gehalte in de grond/waterbodem. Bij de opzet van het nader onderzoek is gebruik gemaakt van de NTA 5755; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging (juli 2010). Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaat van de BRL SIKB 2000 (veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen), protocol 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2003 (veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek). VanderHelm Milieubeheer B.V.
is voor deze beoordelingsrichtlijn gecertificeerd en erkend door Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001: 2015. Indien in het onderhavige bodemonderzoek verontreinigingen worden geconstateerd, zijn mogelijk aanvullende werkzaamheden nodig om de doelstelling te kunnen realiseren. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Synlab Analytics & Services te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor testlaboratoria conform NEN-EN-ISO/IEC 17025: 2005 onder nummer L028. VanderHelm Milieubeheer B.V. heeft geen financiële en/of juridische belangen bij de onderzoekslocatie van dit project.
Samenvatting resultaten nader onderzoek percelen te Marknesse (deel 2) Projectcode: 20191562
1
Achtergrondinformatie De verontreinigingen zijn op drie percelen aangetroffen, welke in beheer zijn van Rijksvastgoed. De aangetoonde verontreinigingen/waarnemingen van het verkennend/nader (water)bodemonderzoek worden hieronder verdeeld per deellocatie. Deellocatie 1 (perceel B 3082) In de sterk puinhoudende grond ter plaatse van boring 004 (004-3; 0,80 - 1,00 m-mv), overschrijdt de concentratie van de parameter PAK de interventiewaarde. Op basis van het nader onderzoek (deel 1) blijkt dat deze beperkt blijft tot deze boring. De omvang bedraagt minder dan 25 m³ sterk verontreinigde grond en verder nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht; Ter plaatse van boring 005-1 en 005-2 is de ondergrond sterk verontreinigd met de parameter zink; De baggerspecie ter plaatse van traject S101 is niet toepasbaar en als het slib vrijkomt bij werkzaamheden dient deze te worden afgevoerd naar een verwerker. Deellocatie 2 (perceel B 3124) In de zwak schelphoudende kleiige bovengrond ter plaatse van boringen 070 en 072 (0,00 - 0,50 m-mv), overschrijdt de concentratie van de parameters DDE en DDT de tussen-/interventiewaarde.
Deellocatie 3 (perceel B 2246) In de sterk puinhoudende bovengrond ter plaatse van boringen 162-1, 162-4 en 162-5 (0,00 - 0,50 m-mv), overschrijdt de concentratie van de parameter PAK de interventiewaarde; De ondergrond ter plaatse van boring 162-1 is tevens sterk verontreinigd met de parameter PAK. De ernst en omvang van bovenstaande verontreinigingen zijn nog niet vastgesteld, derhalve dient nader bodemonderzoek conform de NTA 5755. Vanwege mogelijk afvoer van grond en/of slib dient in het kader van het Tijdelijk handelingskader PFAS deze onderzocht te worden op PFAS. Uitgangspunt zijn dat de verontreinigingen zijn veroorzaakt vóór 1987 en dat deze zijn te relateren aan de aangetroffen bijmengingen/ (voormalig) gebruik percelen.
Samenvatting resultaten nader onderzoek percelen te Marknesse (fase 2) Projectcode: 20191562
2