CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Programmaplan Klimaat en Energie.pdf

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 10: Programmaplan Klimaat en Energie10.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

90 alinea's met “klimaat”: 1 2 10 12 14 26 50 52 62 64 66 68 72 73 76 77 78 79 81 86 90 92 94 97 98 101 104 107 115 116 117 119 121 122 124 126 127 133 135 136 …

Programma Klimaat en Energie Programmaplan Portefeuillehouder: R. van Amersfoort Programmamanager: J. Schoonhoven 4 maart 2025

Klimaat en Energie

2

INHOUDSOPGAVE Voorwoord door de wethouder

3

1. Inleiding

4

1.1 Aanleiding

4

1.2 Status programmaplan Klimaat en Energie

4

2. Ambitie programma Klimaat en Energie

6

2.1 Context programma klimaat en energie

6

2.2 De Omgevingsvisie: Een bloeiende polder, nu en later

6

2.3 Coalitieakkoord 2022-2026

7

2.4 Brede Welvaart als uitgangspunt

8

3. Ambities en doelen per programmalijn

9

3.1 Energietransitie: een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem

10

3.2 Klimaatadaptatie: een veerkrachtige en leefbare buitenruimte

11

3.3 Biodiversiteit: een soortenrijk en groen landschap en buitenruimte

13

3.4 Landelijk gebied en voedsel: een vitaal en vruchtbaar landelijk gebied

13

3.5 Duurzame mobiliteit: duurzame mobiliteit die toegankelijk en dichtbij is

15

3.6 Materialen en grondstoffen: Een circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen

4. Organisatie en veranderaanpak

15

17

4.1 Organisatie

17

4.2 Rollen en invloed

18

4.3 Veranderaanpak

19

5. Monitoring en programmasturing

21

6. Communicatie

23

6.1 Inzet op bewustwording en gedragsverandering

23

6.2 Communicatiestrategie Klimaat en Energie

23

6.3 Kernboodschap Programma Klimaat en Energie

24

7. Financiën

25

7.1 Structurele middelen

25

7.2 Specifieke uitkeringen (SPUK) nationale overheid en andere regelingen

25

8. Samenhang programma’s

27

Bijlage I: Mondiale, nationale en regionale context programma Klimaat en Energie

29

Klimaat en Energie

3

VOORWOORD Ons klimaat verandert. De impact die dit heeft op de maatschappij en op de leefbaarheid van onze inwoners en ondernemers is niet te verwaarlozen. Verdere klimaatverandering tegengaan en ons aanpassen op de klimaatverandering die al heeft plaatsgevonden, vraagt om aanpassingen in onze manier van wonen, werken en leven. Het vraagt een andere manier van denken en handelen. Dit mooie polderlandschap hebben we meer dan 80 jaar geleden zelf gemaakt. De zee werd land. Het land werd ingericht, bebouwd, bewoond en beleefd. De pioniers bouwden de eerste samenleving letterlijk uit de klei. Maar de polder is niet af. Klimaatverandering brengt voor onze polder nieuwe uitdagingen met zich mee. We wonen, werken en leven 4 meter onder de zeespiegel, dat betekent dat we een directe noodzaak hebben om anders te denken en te handelen. We willen ook voor de toekomstige generaties een plek waar onze vruchtbare gronden bewerkt kunnen worden. Waar het prettige wonen, werken en recreëren is. We staan voor grote uitdagingen: er is een aanpassing nodig in de manier hoe we onze energievoorziening inrichten, hoe we onze openbare ruimte vorm geven en hoe we een vitaal en vruchtbaar landelijk gebied behouden. Dit vraagt om innovatieve oplossingen en een gezamenlijke inspanning van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeente.

We moeten samenwerken om onze mooie polder op een goede manier door te geven aan de generaties na ons. In dit plan beschrijven we hoe we dit willen bereiken. We zetten in op betaalbare duurzame energie voor iedereen, een veerkrachtige leefomgeving die soortenrijk en groen is, voorbereid op extreme weersomstandigheden. We werken aan een toekomstbestendige landbouw en stimuleren duurzame vormen van mobiliteit. Daarbij houden we rekening met het verantwoord en circulair gebruik van materialen en grondstoffen. Op deze manier werken we toe naar een duurzaam woon- en leefklimaat en een vitaal krachtige natuur. Ik kijk ernaar uit om samen met u aan de slag te gaan om in onze polder een samenleving en leefomgeving te realiseren waar toekomstige generaties tot in lengte van dagen van kunnen blijven genieten. Onze polder, onze toekomst! Namens het college, René van Amersfoort Wethouder gemeente Noordoostpolder

Klimaat en Energie

4

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Veel opgaven in het sociale en fysieke domein kunnen niet los gezien worden van elkaar. Denk bijvoorbeeld aan het realiseren van een gezonde en veerkrachtige leefomgeving, het bevorderen van sociale cohesie in de wijk, het opzetten en behouden van een betaalbaar en toekomstbestendig energiesysteem. Of aan het creëren van goede bereikbaarheid, een circulaire economie of het bevorderen van een woonomgeving waarin we gezond, comfortabel en veilig oud kunnen worden. En bij alles willen we een leefbare wereld achter laten voor de generaties na ons. Het programma Klimaat en Energie geeft invulling aan programmatisch werken met als uitgangspunt de opgaven die spelen binnen klimaat en energie. Programmatisch werken Het doel van programmatisch werken is inzicht en samenhang creëren. Door strategische ambities door te vertalen naar operationele doelen met meetbare indicatoren, kan de raad beter op hoofdlijnen sturen. Daarmee kan beter en efficiënter gestuurd worden op de middelen en is beter te controleren aan welke beleidsdoelen bepaalde activiteiten bijdragen. Er wordt inzicht en overzicht gecreëerd in de werkzaamheden, die we doen om onze beleidsdoelen te halen. Programmatisch werken zorgt bovendien voor samenhang en verbinding tussen onderwerpen en is georganiseerd over de domeinen en clusters heen.

Programmatisch werken heeft ook als doel integraal beleid te ontwikkelen, dus niet vanuit één bepaald onderwerp, maar in samenhang met alle aangrenzende onderwerpen. Dit lijkt logisch, maar is niet vanzelfsprekend. We hebben inmiddels 3 beleidsprogramma’s opgezet: Klimaat & Energie, Leefbaarheid & Wonen en Samen & Gezond. De beleidsprogramma’s richten zich op het gezamenlijk behalen van doelen in samenwerking met de andere clusters over de domeinen heen. Concept van de brede Welvaart Door programmatisch te werken kunnen we op het gebied van Klimaat en Energie het strategische beleid in samenhang uitwerken. In lijn met de integrale omgevingsvisie, passen we ook in dit programma een verdergaande versmelting tussen het fysieke en sociale domein toe. Voor de inwoners komen deze domeinen immers ook samen. Als gemeente omarmen we hierin het concept van brede welvaart en handelen we vanuit deze gedachte. Brede welvaart betreft de kwaliteit van het leven van hier en nu. En de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of van mensen elders in de wereld. De brede welvaart is afhankelijk van het goed functioneren van drie grote systemen: de biosfeer, de samenleving en de economie. Inhoudelijk gaat het om de waarden die we voor onze samenleving van belang achten.

Ten eerste welzijn (sociaalculturele waarden), ten tweede welvaart (economische waarden) en tot slot het duurzame kader waarbinnen we die welvaart en dat welzijn kunnen ontwikkelen.

1.2

Status programmaplan Klimaat en Energie

Het programmaplan Klimaat en Energie is het vervolg op het procesvoorstel Klimaat en Energie1 dat in april 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het programma Klimaat en Energie vormt een integraal kader voor het bereiken van de doelen voor duurzame ontwikkeling. Dit sluit aan bij het toekomstbeeld (2050) uit de omgevingsvisie. Bij alles wat we doen werken we toe naar een duurzaam woon- en leefklimaat en een vitaal krachtige natuur. 1.

Procesvoorstel Klimaat en Energie: Gemeenteraad 22 april 2024 19:30:00, Gemeente Noordoostpolder

Klimaat en Energie

5

Op basis van het procesvoorstel zijn we aan de slag gegaan met het inventariseren van relevante activiteiten en het inzichtelijk maken van relevant beleid. Beleid zowel op gemeentelijke als ook op regionaal, landelijk en mondiaal niveau. We leggen in het programmaplan de verbinding tussen gemeentelijke, regionale, landelijke en mondiale ambities en doelen. En we leggen vast aan welke ambities en strategische programmadoelen gewerkt wordt binnen het programma Klimaat en Energie. De insteek bij het opzetten van het programma is geweest om geen nieuw beleid te ontwikkelen, maar samen te voegen wat al loopt en zo overzicht te creëren. De ambities en doelen uit de omgevingsvisie 20242, het coalitieakkoord 2022-20263 en overkoepelende beleidsplannen blijven het vertrekpunt. In het opzetten van het programma kan wel geconstateerd worden dat er op thema’s nieuw beleid nodig is. Na vaststelling van het programmaplan is het programma aan verandering onderhevig. De ontwikkelingen op de thema’s binnen klimaat en energie zijn constant in beweging. In juni 2025 maken we een start met de uitvoeringsfase van dit programma door de lopende en in gang gezette projecten, processen en activiteiten voort te zetten. In deze fase van het programma initiëren we nieuwe inspanningen (processen, projecten en activiteiten) en zetten we deze in gang, gericht op de realisatie van de programmadoelen.

Uiteraard afhankelijk van de beschikbare middelen en capaciteit. Om focus te kunnen houden werken we met zes programmalijnen. Per programmalijn (zie afbeelding 1) worden in een duurzame doelenagenda de korte en middellange termijn doelen en de inspanningen inzichtelijk gemaakt en aan elkaar gekoppeld. Ondertussen monitoren we of we op koers zijn en blijven om de strategische doelen uit het programmaplan te realiseren.

Duurzame Doelen agenda’s Korte termijn inspanningen

Middellange termijn operationele doelen

Programmaplan Lange termijn strategische doelen

Afbeelding 1: Programmakader programma Klimaat en Energie 2. 3.

Omgevingsvisie: Gemeenteraad 30 september 2024 19:30:00, Gemeente Noordoostpolder Ruimte voor Elkaar | Coalitieakkoord | Gemeente Noordoostpolder

Sustainable Development Goals

Randvoorwaarden: Communicatie Monitoring Onderzoek/Data Organisatie Financiën

Klimaat en Energie

6

2. AMBITIE PROGRAMMA ‘KLIMAAT EN ENERGIE’ 2.1 Context programma klimaat en energie Noordoostpolder is onderdeel van Nederland en Nederland is onderdeel van de aarde. Op die aarde verandert het klimaat. In het IPPC-rapport van 20234 wordt beschreven welke opgaves op het gebied van klimaat op ons afkomen. Om te werken aan deze opgaves zijn mondiaal en nationaal verschillende doelstellingen afgesproken en akkoorden ondertekend. Eén van deze akkoorden is het Klimaatakkoord van Parijs5 uit 2015 wat geresulteerd heeft in het Klimaatakkoord6 en de Klimaatwet7 in Nederland in 2019. Naast het voorkomen van klimaatverandering bereiden we ons ook voor op klimaatverandering die al plaats heeft gevonden. Daarvoor is het deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (DPRA)8 opgesteld. De Rijksoverheid heeft taken voor de uitvoering van het klimaatakkoord bij gemeenten neergelegd. Bovendien zijn er veel onderdelen in het klimaatakkoord waarin we als gemeente vanuit ons lokale systeem een bijdrage kunnen leveren aan de opgave als geheel. De invloed die Nederland als land en de Noordoostpolder als gemeente heeft op de mondiale opgave is beperkt, maar zeker niet te verwaarlozen. Bovendien zijn de effecten ook in ons land en onze polder merkbaar. Daarom is het van belang om de mondiale opgave door te vertalen naar de lokale situatie in de Noordoostpolder.

We doen dit door het maken van beleid en het uitvoeren van concrete maatregelen en projecten. We doen dit samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden. We willen bovendien als gemeente zelf het goede voorbeeld geven. Op deze wijze geven het college en de raad invulling aan een duurzamer, groener en schoner Noordoostpolder. We bepalen zelf wat we als gemeente Noordoostpolder doen, maar maken op deze manier wel inzichtelijk hoe we als gemeente bijdragen aan de nationale en mondiale doelen (zie bijlage 1 voor een overzicht). De ambities van de gemeente Noordoostpolder zijn verwoord in de Omgevingsvisie9, die in september 2024 in de raad is vastgesteld en in het coalitieakkoord 2022-202610.

2.2 De Omgevingsvisie: Een bloeiende polder, nu en later De polder is 80 jaar geleden drooggelegd. De zee werd land. Het land werd ingericht, bebouwd, bewoond en beleefd. De pioniers bouwden de eerste samenleving letterlijk uit de klei. Maar de polder is niet af. De opgaven die mondiaal en nationaal spelen komen ook op onze polder af. “Onze polder biedt geweldige kansen, maar het wordt niet groter en onze ruimte en bronnen zijn beperkt. Daarom moeten we, met respect voor wat we hebben, zoeken naar nieuwe manieren van samenleven en ontwikkelen, zoals we daar tachtig jaar geleden mee begonnen.” Op onze eigen poldermanier met in ons achterhoofd een polder die ook voor toekomstige generaties bewoonbaar en leefbaar is. Bij alles wat we doen werken we toe naar een duurzaam woon- en leefklimaat en een vitaal krachtige natuur. De centrale ambitie van het programma Klimaat en Energie luidt dan ook als volgt:

“Bij alles wat we doen werken we toe naar een duurzaam woon- en leefklimaat en een vitaal krachtige natuur.”

4.

AR6 Synthesis Report: Climate Change 2023 — IPCC , 5. COP 21 | UNFCCC, 6. Klimaatakkoord | Publicatie | Klimaatakkoord, wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394, 8. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) - Klimaatadaptatie, 9. Ontwerp Omgevingsvisie 10. Ruimte voor Elkaar | Coalitieakkoord | Gemeente Noordoostpolder 7.

Klimaat en Energie

7

Binnen alle drie de kernopgaven in de Omgevingsvisie worden deelopgaven beschreven die richting geven aan deze ambitie. Het gaat om de volgende deelopgaven:

Kernopgave 1: Groei en bloei van dorpen en wijken Deelopgave 1. We bieden iedereen gelijke kansen om (naar eigen vermogen) mee te doen C. Duurzame energie-investeringen toegankelijk voor iedereen Deelopgave 4. We werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod C. Verduurzamen woningen Deelopgave 6. We zorgen voor een goede leefomgeving A. Een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen (klimaat adaptief, bereikbaar, passend bij de functie van de omgeving)

Kernopgave 2: Vitaal landelijk gebied Deelopgave 7. We bieden perspectief voor agrarisch ondernemen A. Voor de agrarische sector is er ruimte voor nieuwe vormen van landbouw, veehouderij en tuinbouw. Deelopgave 8. We borgen een goede landschappelijke en milieutechnische inpassing van initiatieven A. De inpassing houdt rekening met de kernkwaliteiten van de Noordoostpolder B. Een goed woon- en leefklimaat (geur, gewasbeschermingsmiddelen, dierziekten, bereikbaarheid) Deelopgave 9. Het versterken van natuur A. Behoud en versterking van de biodiversiteit, verbindingen tussen natuurgebieden/bossen en agrarisch natuurbeheer

Kernopgave 3: Aantrekkelijke regio Deelopgave 11. We versterken (innovatief) ondernemerschap D. Samen met het bedrijfsleven werken aan een circulaire economie Deelopgave 13. We verbeteren de bereikbaarheid en stimuleren nieuwe vormen van mobiliteit A. Verbeteren van de bereikbaarheid van -en in- de Noordoostpolder (Lelylijn, N50, fietsnetwerk, keteltunnel, OV, vervangingsopgave infra) B. Stimuleren van duurzame mobiliteit (deelmobiliteit etc.) Deelopgave 14. We bieden toegang tot duurzame energie voor onze inwoners en ondernemers A. Werken aan opwekking, opslag en conversie van een mix van verschillende vormen van duurzame energie B. Werken aan de warmtetransitie

2.3 Coalitieakkoord 2022-202611 Het coalitieakkoord 2022-2026 geeft in ambitie 3 richting aan de ambitie voor klimaat en energie. “De komende jaren willen we doorgaan met de verduurzaming van onze gemeente”, aldus de centrale ambitie in de paragraaf ‘Duurzamer, groener en schoner’. We willen ruimte geven aan pilots, woningen verduurzamen en het installeren van zonnepanelen op de daken van deze woningen. Tevens streven we naar een groene, gezonde leefomgeving waarin de biodiversiteit versterkt wordt. Hiernaast willen we ruimte geven aan bewonersinitiatieven bij groenonderhoud.

11.

Ruimte voor Elkaar | Coalitieakkoord | Gemeente Noordoostpolder

Klimaat en Energie

8

We volgen hierin de landelijke ontwikkelingen en doen onze investeringen op het juiste moment. Ook stellen we via een duurzaamheidsfonds middelen beschikbaar voor initiatieven voor verduurzaming en vergroening in de dorpen en wijken. We wegen duurzaamheid integraal mee in (lange termijn) ontwikkelingen en de kosten daarvan.

2.4 Brede Welvaart als uitgangspunt Vanaf het begin kozen de pioniers voor brede welvaart. “De fysieke leefomgeving is de basis voor een veilige samenleving. Het gaat om sociale duurzaamheid en de kwaliteit van leefbaarheid die inwoners en ondernemers ervaren. Maar ook over of sociale, economische, menselijk en natuurlijke hulpbronnen voor volgende generaties geborgd en gespaard worden.”12 Zoals ook de pioniers daar ooit oog voor hadden willen we nog steeds werken aan ontwikkeling in balans met de draagkracht van de aarde met voldoende sociale basis voor iedereen. We werken aan de ambitie om bij alles wat we doen toe te werken naar een duurzaam woon- en leefklimaat en een vitaal krachtige natuur. Zo bieden we een basis voor brede welvaart. Rekening houden met de generaties na ons De opgaven zijn groot, maar de ruimte is schaars. We moeten daarom keuzes maken en daarbij zoeken naar de maatschappelijke balans tussen welzijn en welvaart. Met als context de natuurlijke draagkracht van de wereld om ons heen. We stellen onszelf, als goed voorouderschap, telkens de vraag of de keuzes van vandaag ook goed zijn voor het dagelijks bestaan van latere generaties. Dit betekent een nieuwe, andere manier van denken en van werken. Toekomstdenken Het donut-model van de auteur Kate Raworth13 biedt houvast om anders te denken, anders te werken.

Het model wordt gebruikt om aan te geven wat er minimaal nodig is voor een gezonde, sociale en gelijkwaardige leefomgeving voor iedereen, binnen de grenzen van wat de aarde kan leveren voor toekomstige generaties. Ook voormalig Rijksbouwmeester Floris Alkemade omarmt dit concept. Hij geeft aan: ‘We moeten bij iedere ontwerpopgave op zoek naar de maatschappelijke meerwaarde. Nadenken over de toekomst, niet in termen van een dreigend verlies maar van maatschappelijke en ecologische winst.

Afbeelding 2: Het donut-model

12. 13.

Ontwerp Omgevingsvisie Doughnut | Kate Raworth

Klimaat en Energie

3. AMBITIES EN DOELEN PER PROGRAMMALIJN Om de visie en de centrale ambitie van het programma Klimaat en Energie te bereiken werken we in zes programmalijnen. Iedere programmalijn heeft een eigen ambitie en bijbehorende strategische doelen. De strategische doelen zijn gebaseerd op de Omgevingsvisie Noordoostpolder 2050 en andere relevante beleidsdocumenten. Het Coalitieakkoord 2022- 2026 is het vertrekpunt. In sommige gevallen hanteert de gemeente Noordoostpolder doelen die vastgesteld zijn door het Rijk. De zes programmalijnen zijn: 1. Energietransitie: Een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem; 2. Klimaatadaptatie: Een veerkrachtige en leefbare buitenruimte; 3. Biodiversiteit: Een soortenrijk en groen landschap en buitenruimte; 4. Landelijk gebied en voedsel: Een vitaal en vruchtbaar landelijk gebied; 5. Duurzame mobiliteit: Duurzame mobiliteit die toegankelijk en dichtbij is; 6. Materialen en grondstoffen: Een circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen;

Afbeelding 3: Samenhang programmalijnen – zes ambities per programmalijn leiden naar de centrale ambitie van het programma Klimaat en Energie

9

Klimaat en Energie

10

In de onderstaande paragrafen zijn de ambities en strategische doelen per programmalijn uitgewerkt. Ook lichten we er een aantal initiatieven uit die bijdragen aan de ambities van de programmalijnen en aan de centrale ambitie van Klimaat en Energie.

3.1 Energietransitie: een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem Ons energiesysteem is comfortabel en minimaal zelfvoorzienend. “We wekken alle benodigde energie zelf duurzaam op, waarbij lokaal gebruik en eigendom de norm is. Door conversie, opslag en slimme netwerken zorgen we dat de duurzaam gewonnen elektriciteit en warmte het hele jaar beschikbaar is voor inwoners en ondernemers.” Dit doen we om de uitstoot van CO₂ te verminderen. Zo dragen we bij aan het voorkomen van verdere klimaatverandering.

Ambitie energietransitie: Ons energiesysteem is comfortabel en minimaal zelfvoorzienend.

We dragen bij aan de volgende doelen uit de Klimaatwet14: In 2050 is er 95% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 In 2050 is de gebouwde omgeving aardgasvrij In 2030 is er 55% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 We werken lokaal aan de volgende strategische doelen om hier invulling aan te geven:  Een toekomstbestendig energiesysteem We werken aan een toekomstbestendig energiesysteem waarmee we het hele jaar door voldoende elektriciteit en warmte beschikbaar hebben. Dit doen we door de opwek, distributie, conversie en opslag van energie slim te combineren en af te stemmen op het verbruik. We hanteren daarbij het principe dat duurzame energieproductie zo dicht mogelijk plaatsvindt bij de locaties waar het wordt gebruikt. Dit betekent dat we lokale energiebronnen optimaal benutten en de afhankelijkheid van externe energiebronnen verminderen. We zorgen voor een robuust en flexibel energiesysteem dat klaar is voor de toekomst. We geven ruimte aan innovaties en stimuleren samenwerkingen.  Toegang tot duurzame energie voor onze inwoners en ondernemers We bieden toegang tot duurzame energie voor onze inwoners en ondernemers. Dit doen we door initiatieven van ondernemers en inwoners te ondersteunen, waarbij we middelen uit het duurzaamheidsfonds inzetten.

We stimuleren lokaal eigendom in projecten, zodat inwoners en ondernemers actief kunnen deelnemen en profiteren van de voordelen van duurzame energie. Volgens het principe ‘Van Voor en Door de polder’ zorgen we ervoor dat duurzame energie toegankelijk en betaalbaar blijft voor iedereen. Dit bevordert niet alleen de energietransitie, maar versterkt ook de lokale economie en gemeenschap.  De gebouwde omgeving aardgasvrij in 2050 We werken aan de warmtetransitie en zorgen ervoor dat we in 2050 aardgasvrij zijn. Dit doen we door ervoor te zorgen dat gebouwen comfortabel verwarmd kunnen worden zonder gebruik van aardgas. We werken samen met netbeheerders aan een robuuste energie-infrastructuur die geschikt is voor duurzame warmteoplossingen, zoals warmtepompen en warmtenetten. Daarnaast reduceren we het energieverbruik door inwoners en ondernemers te stimuleren om energie te besparen. Dit doen we door voorlichting, subsidies en andere ondersteunende maatregelen aan te bieden die energiebesparende investeringen aantrekkelijk maken waarbij iedereen kan meedoen. 14.

wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394

Klimaat en Energie

11

Uitgelicht:

ENERGIEBUS OP PAD IN WIJKEN EN DORPEN In Nederland hebben steeds meer huishoudens moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Vaak gaat het dan ook om het betalen van de rekening voor energie. We spreken dan van energiearmoede. Een groot deel van het inkomen gaat daarbij naar energiekosten. Dit probleem treft vooral huishoudens met een laag inkomen en slecht geïsoleerde woningen. Dit speelt ook in de Noordoostpolder. Gemeente Noordoostpolder helpt huishoudens in hun strijd tegen energiearmoede. Energiebus is op weg Het energieteam van deze bus plakt gratis tochtstrips, plaatst LED lampen en bijvoorbeeld aluminiumfolie achter radiatoren bij slecht geïsoleerde woningen. Woningen met een bepaalde WOZ waarde en een energielabel E, F en G komen hiervoor in aanmerking. Want kleine maatregelen helpen al energie te besparen. Daarmee besparen inwoners geld op hun energierekening en worden de woningen energiezuiniger gemaakt. Bovendien gaan de klussers in gesprek met inwoners om samen uit te zoeken hoe ze nog meer geld kunnen besparen door hun woning te verduurzamen. Slim gebruik maken van subsidies helpt daarbij. Inmiddels zijn tientallen woningen aangepakt in de dorpen en in de wijken in Emmeloord. Bij deze gemeentelijke campagne werken IGW, het sociaal domein en het fysieke domein nauw met elkaar samen.

Zo is er een effectief samenspel vanaf beleid tot en met een succesvolle uitvoering.

 Verduurzaming gemeentelijk vastgoed en energieverbruik We verduurzamen het gemeentelijk vastgoed en het overige energieverbruik van de gemeentelijke organisatie. Hiermee geven wij het goede voorbeeld en laten we zien dat duurzaamheid hoog op onze agenda staat. We stimuleren de verduurzaming van overig maatschappelijk vastgoed door partijen te informeren en waar mogelijk te faciliteren. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbieden van advies, financiële ondersteuning of het delen van best practices. Door samen te werken met verschillende stakeholders, zorgen we ervoor dat de verduurzaming van vastgoed breed wordt gedragen en succesvol wordt geïmplementeerd. N.B. Op dit moment werken we aan een ambitiedocument Energietransitie. Hierin worden de korte termijn en middellange termijn doelen vastgesteld door de raad.

3.2 Klimaatadaptatie: een veerkrachtige en leefbare buitenruimte Onze samenleving en leefomgeving zijn klimaatbestendig en waterrobuust. Onze buitenruimte is veerkrachtig en leefbaar. Zo bereiden we ons voor op de gevolgen van klimaatverandering. “We werken naar een situatie waarin we bij hitte, droogte en wateroverlast (structurele) schade voorkomen en gezondheidsrisico’s verkleinen.”15 We dragen daarmee bij aan een goede leefomgeving.

14. 15.

wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394 Concept Visie Klimaatadaptatie

Klimaat en Energie

12

Ambitie klimaatadaptatie: Onze buitenruimte is veerkrachtig en leefbaar

We sluiten aan bij het strategische doel uit het deltaplan ruimtelijke adaptatie (DPRA)16: In 2050 zijn onze leefomgeving en samenleving klimaatbestendig en water robuust. Om dit te bereiken werken we lokaal aan de volgende strategische doelen:  Een warmte werende inrichting van de kernen Het aanpassen van de woon- en leefomgeving, zoals het creëren van schaduwrijke en goed geventileerde plekken, kan helpen om de risico's van hitte te verkleinen en de gezondheid van inwoners te beschermen. Inwoners/werkgevers/werknemers weten hoe zij gedurende hitte gezond kunnen blijven. Kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen, zieken en mensen met een lage sociaaleconomische status lopen tijdens hittegolven een groter risico op gezondheidsproblemen door oververhitting. Door samen te werken en op elkaar te letten, kunnen we niet alleen zelfredzaam maar ook samenredzaam zijn. Samenwerking met zorginstellingen en de GGD kan extra ondersteuning bieden.  Een goede balans tussen waterkwaliteit en -kwantiteit Dit doen we door de buitenruimte klimaatadaptief en waterrobuust in te richten. “We zorgen voor een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen. Dat doen we door het ontwerp, inrichting, beheer en onderhoud ervan zo uit te voeren dat het: klimaatadaptief is…”.

Het geleiden van hemelwater naar tijdelijke bergingsplekken en het verminderen van verhard oppervlak kan de kans op wateroverlast verkleinen. We maken nieuwbouw klimaatbestendig, water en bodem zijn daarbij sturend. Onze inwoners en ondernemers weten wat zij kunnen doen om hemelwater op eigen terrein vast te houden en zo mogelijk te benutten. We stimuleren het verduurzamen van bestaande woningen door samenwerking met particulieren, corporaties, ontwikkelaars en beleggers en kijken hierbij naar koppelkansen (klimaat, natuur, economie). We zorgen voor woningen die zo veel mogelijk circulair en klimaatbestendig zijn. In het landelijk gebied beperken we de gevolgen van droogte door experimenteerruimte voor landbouwsystemen te bieden en in te zetten op diverse en robuuste plantensoorten. We kijken naar mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw. Voor het peilbeheer regelt het Waterschap in het landelijk gebied het gewenste peil voor zowel de landbouw als voor natuur. Voor de waterbeschikbaarheid van voldoende zoetwater loopt de landbouw tegen grenzen aan. Dit maakt het noodzakelijk dat de landbouw zuinig met dat water moet omgaan. We streven ernaar dat natuurgebieden hun functie als zoetwaterspons behouden en vergroten. “Voor het behoud van onze bomen is een goede bodemkwaliteit van belang, zodat de grond meer water kan opnemen.

We planten daarvoor een grotere variëteit in soorten bomen en planten die beter bestand zijn tegen zeer natte en zeer droge perioden en verbeteren de bestaande bodemkwaliteit.”

16.

Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) - Klimaatadaptatie

Klimaat en Energie

13

We zorgen dat ook tijdens extreme weersomstandigheden vitale en kwetsbare functies beschikbaar blijven “We krijgen vaker te maken met extreme hitte en extreme buien. Dit kan ervoor zorgen dat kwetsbare en vitale functies zoals een ziekenhuis, brandweerkazerne en woonzorglocatie slechter bereikbaar zijn... We willen dat onze kwetsbare en vitale functies bereikbaar blijven bij extreem weer.”

3.3 Biodiversiteit: een soortenrijk en groen landschap en buitenruimte Ons landschap en buitenruimte zijn soortenrijk en groen. We behouden en versterken de biodiversiteit. We behouden een weerbaar ecosysteem, dat bijdraagt aan het voorkomen van verspreiding van ziekte en plagen.

Ambitie Biodiversiteit: Ons landschap en buitenruimte zijn soortenrijk en groen We werken aan de volgende strategische doelen om bij te dragen aan behoud en versterking van de biodiversiteit:  Meer verbindingen tussen natuurgebieden Waar mogelijk werken aan meer verbindingen tussen natuurgebieden, bossen en gebieden met agrarisch natuurbeheer. We versterken het natuurnetwerk door de groenstructuur binnen de bebouwde kom (stadsnatuur, plantsoenen en parken) te verbinden met buiten de bebouwde kom (bermen). We versterken verbinding tussen groen en water, bijvoorbeeld bij vaarten. We werken toe naar een natuurinclusieve ontwikkeling en het verbinden van groenblauwe zones. We doen dit om de leefgebieden van flora en fauna te vergroten, wat bijdraagt aan het versterken van de ecosystemen.  Meer variatie in bestaand (openbaar) groen We zetten in op meer variatie bij de inrichting en beheer van ons eigen openbaar groen. We versterken wegbeplanting. We kijken naar kansen voor meer variatie bij het ondersteunen van Agroforestry-netwerken17. We kijken naar mogelijkheden voor natuur inclusieve landbouw. We zetten in op het behouden van een weerbaar ecosysteem. “Door een hoge biodiversiteit meer aandacht te geven, kunnen we de verspreiding van ziektes en plagen tegengaan.

We kunnen aan beplanting meer variatie toevoegen, waarmee we onze natuur vitaal houden.”18 Op dit moment wordt er gewerkt aan het beleidsplan openbare ruimte. Hierin worden ook voor een “soortenrijk en groen landschap” korte termijn en middellange termijn doelen vastgesteld door de raad.

3.4 Landelijk gebied en voedsel: een vitaal en vruchtbaar landelijk gebied Ons landelijk gebied is vitaal en vruchtbaar. Samen met de agrarische ondernemers werken we aan een toekomstbestendige landbouw met aandacht voor natuur, klimaat en een gezonde leefomgeving. We werken water- en bodemsturend. We beschermen het unieke landschap en de natuurgebieden van de Noordoostpolder.

Ambitie landelijk gebied en voedsel: Ons landelijk gebied is vitaal en vruchtbaar

17. 18.

Agroforestry - Wikipedia Concept Visie Klimaatadaptatie

Klimaat en Energie

14

We dragen bij aan de volgende doelen uit de Klimaatwet19: In 2050 is er 95% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 In 2030 is er 55% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 Door onder andere het vastleggen van CO₂ bij het bewerken van landbouwgronden en introductie van nieuwe teelten (koolstofboeren). We werken aan de volgende strategische doelen om bij te dragen aan vruchtbaar en vitaal landelijk gebied:  Toekomstbestendige Landbouw We zien een grote toekomst voor de agrarische sector. We vertrouwen erop samen met de agrarische ondernemers te werken aan een toekomstbestendige en duurzame landbouw waarbij doelmatig ruimtegebruik, voedselproductie, natuur, klimaat, gezonde leefomgeving en werkgelegenheid die past bij onze beroepsbevolking de uitgangspunten zijn. We kiezen dan ook voor landbouw waarin aandacht is voor (de impact op) bodem, water, klimaat, landschap, biodiversiteit en gezondheid, passend bij de (ontwikkeling van de) Noordoostpolder. We geven ruimte aan innovaties en de hoogwaardige landbouw draagt bij aan een duurzaam bodembeheer. Zodat we nu en ook in de toekomst een bijdrage leveren aan de voedselzekerheid in Nederland en ver daarbuiten.  Ontwikkelingen water- en bodemsturend Vanaf het ontstaan van de Noordoostpolder bepalen het water en de bodemgesteldheid altijd al mede de inrichting van het landelijk gebied.

Vanuit deze basis sluiten we aan bij de nationale en provinciale aandacht voor water en bodem als onderdeel van de integrale afwegingen. We hebben oog voor wateroverlast, watertekort en verzilting als indicatoren voor het bereiken van de grenzen van het watersysteem. We werken water- en bodemsturend. We zoeken, via onderzoek, gebiedsprocessen en experiment - naar passende en toekomstbestendige functies.

Uitgelicht:

SAMENWERKEN MET MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES VOEDSELBOS VAN DE PIONIERS VAN DE TOEKOMST Voedselbos Emmeloord is een project van Stichting Pioniers van de Toekomst, gerund door vrijwilligers. In samenwerking met IVN Noordoostpolder e.o., Landschapsbeheer Flevoland, Aeres Emmeloord en bijenvereniging Noordoostpolder-Urk is een deel van een bestaand bos omgevormd tot een voedselbos ter grootte van 6 hectare. Een bos in de Noordoostpolder (Flevoland) voor educatie voor jong en oud, voor de productie van ecologisch voedsel, om in te wandelen en van de natuur te genieten. Het bos is vrij te betreden en dagelijks geopend voor bezoekers. Pioniers van de Toekomst Voedselbos Emmeloord is een project onder auspiciën van Stichting Pioniers van de Toekomst. Stichting Pioniers van de Toekomst is een vrijwilligersbeweging in de Noordoostpolder die zich inspant voor een duurzame ontwikkeling 19.

wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394

waarbij sprake is van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. De stichting richt zich hierbij op bewustwording en voorlichting en faciliteert of participeert in projecten die een duurzame samenleving bevorderen. Partnerschap met de gemeente Noordoostpolder De gemeente Noordoostpolder is eigenaar van het Emmelerbos. Met de gemeente Noordoostpolder is goed en inhoudelijk contact over beheerszaken, inrichtings- en bouwplannen.

Klimaat en Energie

15

 Landschap en natuur beschermen Het unieke landschap van de Noordoostpolder beschermen we. Dit geldt ook voor de bijzondere natuurgebieden. Waar mogelijk versterken we de verbindingen tussen de bossen en de biodiversiteit. We werken toe naar een natuurinclusieve ontwikkeling en het verbinden van groenblauwe zones. Grote eenmalige ontwikkelingen passen we zorgvuldig in. Het is wenselijk om een ambitiedocument “vruchtbaar en vitaal landelijk gebied” op te stellen waarin ook korte termijn en middellange termijn doelen vastgesteld worden door de gemeenteraad.

3.5 Duurzame mobiliteit: duurzame mobiliteit die toegankelijk en dichtbij is Duurzame mobiliteit is toegankelijk en dichtbij. We zetten in op het voorkomen van onnodige mobiliteit en stimuleren het gebruik van duurzame mobiliteit.

Ambitie Duurzame mobiliteit: Duurzame mobiliteit is toegankelijk en dichtbij

We dragen bij aan de volgende doelen uit de Klimaatwet20: In 2050 is er 95% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 In 2030 is er 55% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 We werken lokaal aan het volgende strategische doel om bij te dragen aan duurzame mobiliteit die toegankelijk en dichtbij is:  Voorkomen van onnodige en fossiele mobiliteit We stimuleren en faciliteren (elektrische) deelmobiliteit waardoor fossiele ritten alsmede aanschaf 2e auto voorkomen kunnen worden. We volgen de Ladder van Laden voor elektrische voertuigen en dragen deze uit. Als onderdeel daarvan dragen we zorg voor voldoende openbare laadpalen. We zetten in op verdere verduurzaming van het gemeentelijk wagenpark en geven daarmee het goede voorbeeld. We verbeteren de ov-bereikbaarheid waardoor een modal shift van auto naar ov-gebruik kan plaatsvinden. We werken ook daarom mee aan de realisatie van de Lelylijn. Bovendien verkennen we nieuwe vormen van openbaar vervoer zoals vervoer-op-maat. We verbeteren ons (snel)fietsnetwerk en stimuleren het gebruik van de fiets. Dit doen we ook voor de eigen organisatie en medewerkers. Op dit moment wordt er gewerkt aan een ambitiedocument Energietransitie, waarin duurzame mobiliteit een onderdeel is. Hierin worden ook korte termijn en middellange termijn doelen vastgesteld door de raad.

3.6 Materialen en grondstoffen: Een circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen Het gebruik van materialen en grondstoffen is circulair en verantwoord. We streven naar een circulaire economie, waarin grondstoffen waarde behouden en afval niet meer bestaat. Zo beschermen we de planeet tegen uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling voor toekomstige generaties.

20.

wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394

Klimaat en Energie

16

Ambitie materialen en grondstoffen: Het gebruik van materialen en grondstoffen is circulair en verantwoord Nederland streeft ernaar om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben, waarin geen afval meer bestaat en alle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.21 Als gemeente Noordoostpolder omarmen we de Rijksambitie om 100% circulair te zijn in 205022. Bovendien dragen we bij daarmee bij aan de doelen uit de Klimaatwet23: In 2050 is er 95% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 In 2030 is er 55% CO₂ reductie ten opzichte van 1990 We werken lokaal aan de volgende strategische doelen voor circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen: 

Verminderen van huishoudelijk restafval en het stimuleren van bewustwording over het gebruik van grondstoffen Een van de taken van de gemeente is inwoners mee te nemen in bewustwording over afvalbeheer. Afval kan immers weer als grondstof in de (productie)keten worden opgenomen en levert daarmee een bijdrage aan CO₂-reductie en energiebesparing. Het doel daarbij is het verminderen van huishoudelijk afval en het stimuleren van bewustwording over het gebruik van grondstoffen. Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuw Afval- en grondstoffenplan waar dit verder in uitgewerkt wordt.  Inzetten op meer circulair ondernemerschap We stimuleren ondernemers om duurzaam te ondernemen en we bieden ruimte aan circulaire bedrijven. We faciliteren ondernemers in hun ambitie en sluiten aan bij programma’s vanuit het Rijk en de regio. We ontwikkelen kennis op het gebied van circulaire economie en zetten deze kennis in om samen met het bedrijfsleven concrete stappen te zetten richting een volledig circulaire economie.  Inzetten op meer circulair bouwen We werken aan een passend en toekomstbestendig woningaanbod. We zetten in op circulair bouwen en kijken naar kansen voor biobased bouwen. We zorgen voor woningen die zoveel mogelijk circulair en klimaatbestendig zijn. De nationale ambitie is om in 2030 minstens 30% van de nieuwbouwwoningen met minimaal 30% biobased materialen te realiseren.

 We geven zelf het goede voorbeeld We kijken naar kansen voor het circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen in onze eigen organisatie. We maken inzichtelijk waar de kansen liggen voor circulariteit in het beleid voor maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen. Op dit moment wordt er gewerkt aan een ambitiedocument “Circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen”. Hierin worden ook korte termijn en middellange termijn doelen vastgesteld door de raad, gebaseerd op data over materiaal- en grondstoffenstromen en de milieu impact daarvan. De wettelijk taak en de ambitie ten aanzien van afval wordt op dit moment verder uitgewerkt in een nieuw Afval- en grondstoffenplan.

21.

Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 - 2030 | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl Microsoft Word - Programmabegroting 2025-2028 - Definitief griffie 29-10-2024 23 wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394 22.

Klimaat en Energie

17

4. ORGANISATIE EN VERANDERAANPAK 4.1 Organisatie In het procesvoorstel Klimaat en Energie hebben we vier fasen binnen het programmatisch werken onderscheiden, te weten de: 1. Oriëntatiefase: neerzetten van de programmaorganisatie en programmalijnen 2. Opbouwfase: opstellen van het inhoudelijk programmaplan 3. Uitvoeringsfase: uitvoeren, monitoren, bijsturen en verantwoorden 4. Afbouwfase: afronden en evalueren Met het vaststellen van het inhoudelijk programmaplan sluiten we de opbouwfase van het programma af en gaan we door naar de uitvoeringsfase. We hebben vastgelegd aan welke ambities en strategische programmadoelen gewerkt wordt en hoe we dat gaan doen. In de onderstaande paragraaf is de uitvoeringsfase verder uitgewerkt en geven we specifiek de samenwerking met interne en externe partners weer. Als gemeente dragen we verantwoordelijkheid voor deze onderwerpen en de dwarsverbanden ertussen. Zoals eerder genoemd is dat een belangrijke reden om programmatisch te gaan werken. Binnen de programma’s werken we integraal aan de verschillende opgaven. Bovendien is er ook afstemming en samenwerking tussen de drie programma’s. Uitvoeringsfase In deze fase wordt uitvoering gegeven aan de zes programmalijnen. Het programma is flexibel en wordt jaarlijks gemonitord en bijgestuurd. De eerste stap is het concreet maken van de duurzame doelenagenda’s per programmalijn.

In de duurzame doelenagenda’s worden naast de strategische doelen ook de doelen op korte en middellange termijn beschreven. Daarnaast worden de leidende principes, uitgangspunten en activiteiten per programmalijn inzichtelijk gemaakt. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de jaarlijkse planning en control cyclus, zodat nieuwe inzichten input kunnen geven aan de perspectiefnota en de programmabegroting. Betrokkenheid gemeenteraad De raad is kaderstellend, faciliterend en controlerend voor het (inhoudelijk) programmaplan. Tijdens de uitvoeringsfase is de gemeenteraad betrokken via de reguliere P&C cyclus; dus bij vaststelling van de perspectiefnota en programmabegroting. Daarnaast gaan we de gemeenteraad één keer per jaar inhoudelijk informeren over de voortgang van het programma. Programmastructuur De interne werkgroepenstructuur wordt opgezet met 4 werkgroepen (zie afbeelding 4). In iedere werkgroep wordt aan 1 of meerdere programmalijnen gewerkt. De vier werkgroepen zijn: 1. Een comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem 2. Veerkrachtige en leefbare omgeving 3. Vitaal landelijk gebied 4. Circulair en verantwoord gebruik van materialen en grondstoffen. Financiële ondersteuning wordt toegevoegd aan een nog op te zetten werkgroep monitoring. Communicatie neemt deel aan het kernteam.

Klimaat en Energie

18

Het programmateam (overstijgend vanuit de werkgroepen) is vervallen. In plaats daarvan organiseren we vanuit de drie beleidsprogramma’s twee keer per jaar een inspiratiesessie waarbij de ‘cross overs’ tussen de programma’s worden belicht. Deze bijeenkomsten dragen bij aan bewustwording en het zien van samenhang tussen de programma’s. Deze bijeenkomsten worden goed ontvangen. Het draagt tevens bij aan het optimaliseren van de interne samenwerking ofwel het ‘kennen en gekend worden’. Weten van elkaar waar je vanuit jouw beleidsdomein mee bezig bent en samen op zoek te gaan naar koppelkansen. Programmastructuur Randvoorwaarden: Monitoring Communicatie Financiën Onderzoek & Statistiek

Stuurgroep Klimaat & Energie

Inspiratiesessies i.s.m. Wonen & Leefbaarheid en Samen & Gezond

Kernteam Klimaat & Energie

Werkgroep Comfortabel en zelfvoorzienend energiesysteem

Werkgroep Veerkrachtige en leefbare omgeving

Werkgroep Vitaal en landelijk gebied

Werkgroep Circulariteit

Afbeelding 4: Programmastructuur programma Klimaat en Energie Voor de samenwerking met externe partners maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande overlegstructuren. We werken al veel samen met partners die zich ook bezig houden met de thema’s binnen klimaat en energie. Enkele belangrijk partners daarin zijn: Netwerk Energieneutraal Noordoostpolder, Pioniers van de toekomst en Energiecoöperaties, zoals Gelijk-Stroom en Energiek Nagele. Daarnaast werken we ook samen met onderwijsinstellingen en met woningcorporatie Mercatus.

4.2 Rollen en invloed De verschillende rollen met bijbehorende mate van beïnvloeding blijven identiek aan hoe dit in het procesvoorstel Klimaat en Energie is weergegeven. Duidelijk is dat er wordt gewerkt aan complexe opgaven waarbij het belangrijk is om beweging en transformatie te creëren. Soms is je invloed als gemeente groot, soms zijn we afhankelijk van veel andere partners. De gemeente kan dus verschillende rollen en verantwoordelijkheden hebben in het op gang brengen van de gewenste transformatie. De ene rol heeft een grotere invloed op de doelen dan de ander. En bij de ene rol heeft de gemeente meer invloed op de uitvoering ervan dan bij de andere. Hieronder de rol die de gemeente kan hebben gerangschikt van veel invloed naar minder invloed: 1. Eigenaar en beheerder: Binnen onze eigen gemeentelijke organisatie hebben wij de regie in handen. We hebben zelf een directe invloed op wat er afspeelt in de organisatie en de manier waarop deze ingericht is, evenals het beeld dat wij uitdragen naar medewerkers toe. Bijvoorbeeld het verduurzamen van het gemeentehuis, maatschappelijke verantwoord inkopen (met de zes programmalijn ambities in het achterhoofd), het organiseren van inspiratiesessies, het realiseren van deelauto’s en opstellen van protocollen. Ook in (het beheer van) de buitenruimte hebben we de regie.

Klimaat en Energie

19

2. Reguleren (regels stellen en handhaven): We hebben invloed op ontwikkelingen in de gemeente door het opstellen van de beleidskaders. De gemeente kan regels stellen via bijvoorbeeld Omgevingsplan, vergunningen en verordeningen. En daarop handhaven. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van een warmteprogramma, wat invloed heeft op welke gebieden aardgasvrij worden, het vaststellen van het BOR (beleidsplan openbare ruimte), het stellen van eisen bij aanbestedingen en het ontwikkelen van een mobiliteitsvisie voor het realiseren van duurzame mobiliteit. 3. Faciliteren: De gemeente kan initiatieven uit de samenleving ondersteunen om beweging op gang te krijgen. We kunnen initiatieven die bijdragen aan onze programmadoelen faciliteren, door deze bijvoorbeeld financieel te ondersteunen of faciliterende voorwaarden te scheppen, of door deze initiatieven te begeleiden. Voorbeelden hiervan zijn het bieden van actieve ondersteuning om proeftuin Nagele een succes te maken, betrokkenheid bij bio-based woningen in Marknesse, tegelwippen, ondersteunen van het Netwerk-Energieneutraal en het bevorderen van bio-based gewassen als alternatieve teelt. 4. Stimuleren: Het stimuleren van duurzaamheidsinitiatieven door middel van subsidies, garanties, borgstelling en/of leningen.

Bijvoorbeeld het oprichten van een fonds voor gebiedsbijdragen uit zonneparken en energieopslagprojecten, het oprichten van een kennisbank voor inwoners (over subsidies, materialen, bedrijven) en een duurzaamheidsfonds. 5. Informeren: ls gemeente bewoners en omgevingspartijen begeleiden in – en enthousiasmeren voor - de te nemen stappen voor het realiseren van duurzaamheidsmaatregelen door ze op een heldere en onafhankelijke manier te informeren. Voorbeelden hiervan zijn het Energieloket, een bewustwordingscampagne agrarisch gemeentegoed, informatie en communicatie over vergroening tuinen, natuur en milieu educatie op scholen, de Groene Stad Challenge Provincie. 6. Samenwerken en partijen bij elkaar brengen: De gemeente kan actief op zoek gaan naar samenwerkingsvormen om doelen te behalen, bijvoorbeeld met private partijen of door deelname aan projecten. Daarnaast kan de gemeente partijen die een gezamenlijk doel hebben ten aanzien van de duurzaamheidsopgaven bij elkaar brengen. Enkele voorbeelden in de gemeente zijn Netwerk Energie Neutraal, Stream Energy, samenwerken met woningbouwcorporatie (Mercatus), samenwerken met BoerenNatuur.

4.3 Veranderaanpak Het streven naar een duurzamere samenleving is een nobel streven dat voortdurend onze aandacht vraagt. Het is een programma van de lange adem waarbij meningen verschillen over de mate van gewenste overheidsbemoeienis op zowel maatschappelijk als individueel niveau. Immers, inwoners vinden het vaak wel een gemeentelijke taak om duurzaamheid in de samenleving te bevorderen, maar zijn lang niet altijd gecharmeerd van een organisatie die haar inwoners ‘voorschrijft’ hoe ze duurzamer moeten of kunnen leven. Het is van belang dat we hiervan bewust zijn en tussen deze opvattingen laveren. Het is logisch om te zoeken naar koppelkansen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Het vraagt om slimme combinaties in initiatieven en het hebben van doorzettingsvermogen om doelen te bereiken. We hanteren hierbij vier principes:  Slim en goed samenwerken Een duurzame samenleving bereiken we alleen door een goede samenwerking tussen de verschillende overheden, zoals het Rijk, de provincie Flevoland, waterschap en buurgemeenten, maar ook met onze maatschappelijke partners en ondernemers. De gemeente opereert in een bestaande context en is slechts 1 speler. Slim en goed samenwerken is dan ook het credo. We benutten de samenwerkingsverbanden die er nu zijn, maar staan ook open voor nieuwe initiatieven die bijdragen aan het behalen van onze ambities.

Klimaat en Energie

20

 Stap voor stap Programmatisch werken betekent over domeinen en clusters heen werken. Dit is nog niet voor iedereen vanzelfsprekend. Het is belangrijk om te zorgen voor draagvlak en binding met de programma’s. Hierbij zullen we als lerende organisatie moeten groeien richting een kwalitatief beter georganiseerde sturing en daarbij beseffend dat dit alleen stap voor stap kan. Met daarin ruimte voor pilots en onderzoek naar andere manieren van werken. Dit kan alleen als er draagvlak en commitment is over het programma en er een team staat dat elke stap als succes kan vieren.  Het goede voorbeeld Gezien de ambities van het programma is het voor ons als gemeente belangrijk het goede voorbeeld te geven, zowel in kleine als grote dingen. Dat toont aan hoe belangrijk we onze ambities vinden en het komt de geloofwaardigheid van ons als gemeente ten goede.  Duidelijk profileren Om onze doelen te bereiken is het nodig om successen binnen onze gemeente meer bekendheid te geven. Als gemeente stellen we ons vaak ‘te bescheiden’ op. Door positieve interventies en succeservaringen te delen, maakt dat inwoners trots worden hoe we de dat samen - als inwoners, maatschappelijke partners en overheid - met elkaar regelen!

Klimaat en Energie

21

5. MONITORING EN PROGRAMMASTURING In de samenleving wordt data en sturen op data steeds belangrijker. Zo ook binnen de overheid. De gemeente Noordoostpolder heeft daarom een start gemaakt met het project data-gedreven werken. Het doel is om dagelijks meer inzicht en kennis te verwerven en meer gefundeerde beslissingen te nemen op basis van betrouwbare data. Met als doel om zaken in de organisatie structureel te verbeteren of om te innoveren. Vanuit het programma is het daarnaast belangrijk om via monitoring inzichtelijk te maken of strategische doelen en de tussenstappen worden bereikt, zodat er op tijd bijgestuurd kan worden. Dit draagt bij aan transparante communicatie en verwachtingsmanagement, zowel intern (ambtelijk en raad) als extern. Je wilt graag inzichtelijk maken wat de inspanningen uiteindelijk hebben opgeleverd en in hoeverre ze hebben bijgedragen aan de (tussen)doelen. Voor het programma Klimaat en Energie is monitoring en sturen op data van groot belang. Voor het programma Klimaat en Energie wordt er een werkgroep monitoring opgezet om dit goed uit te werken. Op het gebied van monitoring worden de volgende doelen gevormd: 1. Brede welvaart monitor als basis; 2. Monitoren van de Sustainable development goals (SDG’s); 3. Indicatoren vaststellen om de voortgang van het programma te monitoren; 4.

We sluiten aan op de P&C cyclus  Brede welvaart monitor als basis inbedden De brede welvaart monitor van het CBS gebruiken wij als basis voor doelen en activiteiten binnen het programma. De monitor van het CBS kijkt naar de ontwikkeling van welvaart in de brede zin van het woord – economisch, ecologische en sociaal-maatschappelijk – in Nederland en kijkt daarnaast breder naar de voortgang van de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Zie: Monitor brede welvaart | Feitelijk Flevoland  Sustainable development goals Als monitoringssysteem voor het duurzaamheidsbeleid wordt ook gebruik gemaakt van de Sustainable Development Goals (SDG’s). De Sustainable Development Goals (SDG’s), zijn zeventien doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. Het zijn mondiale doelstellingen en uitgangspunten voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Voor iedere programmalijn is in afbeelding 5 een overzicht gegeven aan welke SDG’s een wezenlijke bijdrage wordt geleverd. We bepalen zelf wat we als gemeente Noordoostpolder doen, maar maken op deze manier wel inzichtelijk hoe dit bijdraagt aan de hogere doelen. Op deze manier verbinden we de lokale doelen met de nationale en internationale doelen. Het gebruik van de SDG’s geeft bovendien de mogelijkheid om te benchmarken met andere gemeenten.

In de monitor van “Waarstaatjegemeente.nl” wordt een overzicht gegeven per SDG hoe de Noordoostpolder zich verhoud te opzichte van de rest van Nederland. Zie: Sustainable Development Goals rapport - Inleiding - Noordoostpolder

Klimaat en Energie

22

Sustainable Development Goals

Afbeelding 5: Verhouding programmalijnen en bijdrage aan Sustainable Development Goals

 Indicatoren programma klimaat en energie Alle beleidsplannen maken gebruik van indicatoren om de voortgang van beleid te kunnen monitoren. Hebben de interventies die worden ingezet het gewenste effect? Voor het programma Klimaat en Energie willen we per programmalijn verschillende indicatoren vaststellen. Op deze manier kunnen we de voortgang monitoren van het programma. Voor verschillende onderwerpen zijn er dashboards beschikbaar, zoals: Regionale klimaatmonitor | Klimaatmonitor Kennisbank - EBN Zicht op Wijken Dashboard Feitelijk Flevoland  We sluiten aan op de P&C cyclus De inhoudelijke voortgang van het programma en onderliggende activiteiten/producten en projecten worden via een voortgangsrapportage gerapporteerd aan college en gemeenteraad. Via de producten van de P&C cyclus wordt gestuurd op risico’s. Project specifieke risico’s worden gedefinieerd en afgewogen in de plannen van de aanpak van de projecten. Insteek is om voor de afzonderlijke strategische doelen prestatie-indicatoren vast te stellen, zodat we de doelstellingen vanuit het programma beter kunnen meten.

Klimaat en Energie

23

6. COMMUNICATIE Vanuit het programma Klimaat en Energie ligt er een visie en ambitie om de inzet op Klimaat en Energie te intensiveren en te stroomlijnen en de thema’s daarmee een integraal onderdeel te maken van het gemeentelijk denken en handelen. Met onze communicatiestrategie geven we aan hoe communicatie effectief kan bijdragen aan het verwezenlijken van de doelen van het programma. Een integrale communicatieaanpak is hierbij het sleutelwoord.

6.1 Inzet op bewustwording en gedragsverandering Communicatie speelt een essentiële rol in het bevorderen van bewustwording en gedragsverandering. Door middel van effectieve communicatie kunnen wij onze inwoners informeren, inspireren en motiveren om duurzamer te denken en te handelen. Dit kunnen wij bereiken door het gebruik van verschillende communicatiekanalen, zoals sociale media, nieuwsbrieven, lokale kranten en bijeenkomsten. Een duidelijke en consistente kernboodschap is cruciaal om de aandacht van onze inwoners te trekken en hen te overtuigen van het belang van gedragsverandering. Wij kunnen als gemeente succesverhalen delen van inwoners die al duurzame keuzes maken, of praktische tips geven over hoe men eenvoudig duurzamer kan leven. Daarnaast kunnen interactieve campagnes, zoals wedstrijden of challenges, de betrokkenheid en participatie van de gemeenschap vergroten. Door communicatie strategisch in te zetten, kunnen wij een cultuur van bewustwording en verantwoordelijkheid creëren, wat uiteindelijk leidt tot positieve gedragsveranderingen bij onze inwoners, ondernemers en organisaties. Naast externe communicatie is het van belang om ook intern onze collega’s, het bestuur en de raad mee te nemen in onze kernboodschap. Daarnaast is het van belang om de ontwikkelingen binnen de duurzaamheidthema’s en de voortgang van het programma te delen.

6.2 Communicatiestrategie Klimaat en Energie Hoe gaan we dat doen? De strategie bestaat uit het uitwerken van onderstaande onderdelen en actiepunten. Deze verwerkt het team Communicatie in een strategisch communicatieplan en werkt dit nader uit in een communicatie jaarplan (jaarkalender met planning van communicatie activiteiten en uitingen).  Inzet op externe communicatie Het doel is om inwoners, ondernemers en organisaties bewust te maken van het belang van de programmadoelen en aan te zetten tot actie. Dat willen op de volgende manieren doen: • 1 of 2 jaarlijks grote activiteiten, zoals de klimaatweek • Communiceren over de onderwerpen op de jaarkalender en actuele onderwerpen tussendoor. • Samenwerken met derden en stakeholders ter versterking van elkaars boodschap.  Projectparticipatie stimuleren Naast communicatie zetten we in op participatie. Bewoners, ondernemers, gebruikers en andere, relevante stakeholders worden zo snel mogelijk betrokken bij nieuwe initiatieven. Daarbij wordt voor de verschillende projectfasen en doelgroepen afzonderlijk een participatieniveau gekozen en de wijze van betrekken/invloed (mee-weten, meepraten, meedenken, meebeslissen). Naast het aangaan van de dialoog wordt vanuit de initiatieven die zijn binnengekomen gekeken naar hun wensen en ideeën.

Communicatie is open, eerlijk en persoonlijk over de consequenties die de ontwikkeling van een initiatief of project heeft en de ruimte die er is voor participatie in de verschillende fases.

Klimaat en Energie

24

 Aanhaken bij gebiedsmarketing Gemaakt in Noordoostpolder Belangrijk is dat het programma waar dit kan aanhaakt bij de integrale gebiedsmarketing voor de Noordoostpolder. Gebiedsmarketing is opgestart, geïnitieerd vanuit gemeente en nu belegd bij een stichtingsbestuur. Daarbij gaat het om het vergroten van de bekendheid en het profileren van het gunstige (woon/leef)milieu van Noordoostpolder.  Ontwikkeling van een voortgangsrapportage (majeure projecten) Hierin staan naast de visie en ambitie van het programma ook de belangrijkste en meest recente gegevens en cijfers over de voortgang.  Interne communicatie betrokkenheid en faciliteren interne organisatie Voorop staat dat de interne organisatie (medewerkers, college en raadsleden) ook worden meegenomen in de ambitie van het programma en de concrete uitwerking ervan, om zo 100% dienstverlenend te kunnen zijn in de communicatie met stakeholders. Daarom zetten we in op interne communicatie: jaarlijks 1 grote activiteit en/of wij haken aan bij een activiteit gecombineerd met regelmatig intern communiceren over wat we doen (be good and tell it) en kansen benutten om het programma onder de aandacht te brengen. De eerdergenoemde voortgangsrapportage biedt hierbij houvast en een duidelijk kader.

Door medewerkers te informeren en te betrekken bij de ontwikkelingen van het programma, zullen zij zich (steeds) meer bewust worden van nut en noodzaak en hun rol daarbij. Van belang is ook aandacht te hebben voor de gewenste cultuuromslag, de andere manier van werken en kijken naar initiatieven. Medewerkers zijn ook communicatiedrager (en idealiter ambassadeur): communicatie is van iedereen. Op deze wijze creëren we eigenaarschap.

6.3 Kernboodschap Programma Klimaat en Energie Wat zijn onze verlangens voor de toekomst van Noordoostpolder. Dat verwoorden en verbeelden we zo: • ‘Nadenken over de toekomst, niet in termen van een dreigend verlies maar van maatschappelijke en ecologische winst.’ • Van, voor en door de polder: gemaakt in de Noordoostpolder • Bij alles wat we doen werken we toe naar een duurzaam woon- en leefklimaat en een vitaal krachtige natuur. (omgevingsvisie). Omdat dit cruciaal is voor onze toekomst. En die van onze kinderen. Kernboodschap: Onze Polder, onze toekomst! Sub-boodschap: Samen werken we aan een groene en gezonde Noordoostpolder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2213/documents/41271