CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Plan van aanpak uitwerking aanbevelingen Rekenkamer Armoedebeleid DEF 220425 (1).pdf

Gemeenteraad 10 juni 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 10: Plan van aanpak uitwerking aanbevelingen Rekenkamer Armoedebeleid9.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoud Inleiding .................................................................................................................................. 2 Aanleiding.......................................................................................................................................2 Doel ................................................................................................................................................2 Leeswijzer ......................................................................................................................................2

1. Aanbeveling 1 – Maak een duidelijke keuze voor de definitie van armoede ....................................3 2. Aanbeveling 2 – Ontwerp voor kerngegevens een systematiek ......................................................6 3. Aanbeveling 3 – Ontwikkel voor de nieuwe beleidsperiode toetsbare en navolgbare doelstellingen met indicatoren ...................................................................................................................................8 4. Aanbeveling 4 – Onderzoek de mogelijkheden om een regeling voor participatie voor volwassenen en een regeling voor hoge zorgkosten in te stellen ..............................................................................9 5. Aanbeveling 5 – Verbeter de communicatie en voorlichting over de gemeentelijke regelingen, zodat de toegang en afstemming verbetert ................................................................................................. 14 6. Aanbeveling 6 – Onderzoek en verbeter de werkwijze, de inrichting en de toegang van het Sociaal Loket ................................................................................................................................................ 15 7.

Aanbeveling 7 – Geef uitvoering aan het plan om het maatschappelijk voorveld te hervormen en neem dit breder dan alleen voor het zorglandschap........................................................................... 18 8. Aanbeveling 8 – Onderzoek de redenen waarom de uitgaven altijd binnen de begroting zijn gebleven ........................................................................................................................................... 21 9. Aanbeveling 9 – Onderzoek verder in scenario’s hoe de gemeente de inkomensgrenzen en het normbedrag voor een regeling zodanig kan aanpassen om de demping van de groei van het inkomen voor haar inwoners te verzachten...................................................................................................... 22 10. Financiën ................................................................................................................................... 24

Bijlage 1................................................................................................................................ 26 Bijlage 2................................................................................................................................ 29

Pagina 1 van 29

Inleiding Aanleiding In 2023 en 2024 deed de Rekenkamer onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het armoedebeleid in de gemeente Noordoostpolder. Op 3 juni 2024 heeft de gemeenteraad besloten de conclusies van het rekenkamerrapport Armoedebeleid te onderschrijven en de gedane aanbevelingen over te nemen. Bij de behandeling van de jaarstukken op 8 juli 2024 werd een amendement aangenomen. Besloten werd een bedrag van € 1.733.000 uit het positieve resultaat van 2023 te storten in een reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’. Voorafgaand aan de raadsvergadering, is het rekenkamerrapport samen met een intern onderzoeksrapport over de armoedeval behandeld in de commissie Samenlevingszaken van 21 mei 2024. Hieruit volgde een aantal toezeggingen die nadere uitwerking vereisten. Daarbij ging het met name om het tijdpad, de voorwaarden voor het maatwerkbudget en de berekening van de armoedeval. Met dit plan van aanpak beogen we invulling te geven aan de aanbevelingen van de Rekenkamer en de hieruit volgende toezeggingen.

Doel Inwoners die vallen onder de doelgroep maken optimaal gebruik van de gemeentelijke minimaregelingen. Deze inwoners kunnen daardoor meedoen aan de samenleving in Noordoostpolder.

Leeswijzer De overgenomen aanbevelingen 1 tot en met 9 van de Rekenkamer staan in het betreffende raadsbesluit. In bijlage 1 zijn deze onder elkaar gezet. In deze volgorde (hoofdstuk 1 tot en met 9) laten we per aanbeveling zien aan welke doelstelling van ons minimabeleid deze bijdraagt. Daarnaast beschrijven we kort de huidige situatie. Vervolgens geven we aan wat we (meer of anders) gaan doen. Daarbij geven we een overzicht van de voorgestelde activiteiten, wie daarbij betrokken zijn en wat het tijdpad is. Deze indeling biedt inzicht in wie intern en extern betrokken zijn en in de prioritering en planning per actiepunt. Per voorgestelde activiteit volgen ook de geraamde kosten en het vervolgproces. In hoofdstuk 10 (Financiën) volgt een overzicht van de kosten en staat hoe deze worden gedekt.

Pagina 2 van 29

Aanbeveling 1 – Maak een duidelijke keuze voor de definitie van armoede Bijdrage aan doelstelling

Huidige situatie

➢ Algemene ontwikkelingen en trends op het gebied van armoede hebben we in beeld. ➢ De groepen met het meeste risico op armoede hebben we in beeld.

Om trends en ontwikkelingen op het gebied van armoede weer te geven gebruiken we op dit moment de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit is de (langdurige) lage inkomensgrens.

Wat we gaan doen 1.1. We voeren de nieuwe definitie van armoede in voor het monitoren van algemene ontwikkelingen Volgens de nieuwe definitie betekent armoede dat een huishouden niet genoeg financiële middelen heeft voor minimaal noodzakelijke uitgaven in Nederland. Om armoede te meten werden verschillende rekenmethoden gebruikt. Op dit moment gebruiken we de (langdurige) lage inkomensgrens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) om trends en ontwikkelingen op het gebied van armoede weer te geven. Deze grens staat voor een vast koopkrachtbedrag en wordt jaarlijks alleen gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling. Dit criterium was daarom tot nu toe het meest geschikt voor vergelijkingen in de tijd en tussen verschillende regio’s. De absolute aantallen die uit deze definitie volgen, zijn in de praktijk lager. Dat komt omdat het CBS in deze definitie het vermogen niet meeweegt. In oktober 2024 presenteerden het CBS, Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) de nieuwe methode om armoede te meten. Nu is er één gezamenlijke, eenduidige armoedegrens en -meetmethode waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen, de minimaal noodzakelijke uitgaven, individuele woon- en energielasten én het vermogen van een huishouden.

Het monitoren met de nieuwe indicator voor armoede helpt ons om zicht te krijgen op ontwikkelingen in de samenleving. Deze indicator zegt iets over het landelijk maatschappelijke doel om te bereiken dat minder mensen in armoede leven. Voor de algemene ontwikkelingen op het gebied van armoede volgen we de trend op de volgende indicatoren: • Percentage van de mensen in Noordoostpolder dat in armoede leeft • Percentage van de werkende mensen in Noordoostpolder dat in armoede leeft • Percentage van de minderjarige kinderen in Noordoostpolder dat in armoede leeft In 2025 zijn bovenstaande indicatoren op basis van de nieuwe definitie beschikbaar voor het jaar 2022 en 2023. We kunnen deze cijfers vergelijken met Nederland en andere gemeenten. Om verdieping aan te brengen in het risico op armoede volgen we de situatie op de volgende demografische, sociaaleconomische en geografische kenmerken: • Samenstelling huishouden • Leeftijd hoofdkostwinner • Voornaamste inkomstenbron • Wijken en buurten Bovenstaande indicatoren zijn op basis van de nieuwe definitie voorlopig niet beschikbaar. In 2025 werkt het CBS namelijk nog aan een grondige vernieuwing van hun statistische database, waar nieuwe tabellen in komen te staan. Op basis van de oude definitie, de (langdurige) lage inkomensgrens, zijn deze kenmerken wel beschikbaar. De meest recente cijfers zijn voor het jaar 2023.

Pagina 3 van 29

1.2. We voeren een 0-meting uit waarbij we de huidige en nieuwe methode naast elkaar leggen Op grond van de onder 1.1. genoemde indicatoren krijgen we zicht op de algemene ontwikkelingen en trends op het gebied van armoede en op de risicogroepen. Dit jaar voeren we een 0-meting uit. Deze meting geeft een eerste inzicht in de meest recente cijfers over armoede in onze gemeente. Hierbij maken we gebruik van landelijke bronnen. Omdat op basis van de nieuwe definitie van armoede nog niet alle verdiepende cijfers beschikbaar zijn, leggen we de nieuwe en oude definitie naast elkaar. Waar we op basis van de nieuwe definitie nog geen cijfers kunnen laten zien, geven we dat aan. Voor het ontsluiten van de monitoringinformatie voor de 0-meting gebruiken we de volgende landelijke bronnen. •

Algemene ontwikkelingen op het gebied van armoede Armoede en schulden | CBS StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2024)

•

Verdiepende demografische en sociaaleconomische kenmerken StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2024)

•

Geografische kenmerken StatLine - Kerncijfers wijken en buurten 2023

Om trends vast te stellen zijn meer meetmomenten nodig. We herhalen de meting daarom elk jaar en informeren de raad in het vierde kwartaal door middel van een presentatie in de commissie Samenlevingszaken. Geleidelijk gaan we over naar de nieuwe definitie. Zowel de oude als nieuwe definitie van armoede is gerelateerd aan het begrip inkomen of koopkracht. Maar armoede is meer dan te weinig inkomen hebben. Het betekent dat mensen te weinig mogelijkheden hebben om volwaardig mee te doen in onze samenleving. Deelname aan activiteiten, zoals sport en bewegen, bevordert niet alleen de fysieke maar ook de mentale gezondheid. Het is aan het Rijk om mensen de zekerheid van inkomen te bieden. Het is aan de gemeente om inwoners mee te laten doen in de samenleving. Daarvoor stellen we gemeentelijke beleidsdoelen. Om te beoordelen of we met onze maatregelen onze doelen bereiken, moeten we nog een monitoringsslag maken. Deze lichten we hierna toe onder ‘Aanbeveling 2 en Aanbeveling 3’.

Betrokkenen •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Uitvoering Sociaal Domein/Bedrijfsvoering - Cluster Advies/data analyse/statistiek

Tijdpad 1.1.

Q4 2025 – Jaarlijks

1.2.

Q4 2025 – Jaarlijks

Kosten 1.1.

Geen extra kosten

1.2.

Geen extra kosten

Pagina 4 van 29

Vervolgproces/Voorstel aan de raad

• • •

In 2025 de nieuwe definitie van armoede invoeren om trends vast te stellen. Een 0-meting uitvoeren en de raad in het vierde kwartaal informeren door middel van een presentatie in de commissie Samenlevingszaken. Na besluitvorming voegen we dit door middel van een addendum toe aan het Deelplan Minimabeleid.

Pagina 5 van 29

Aanbeveling 2 – Ontwerp voor kerngegevens een systematiek Bijdrage aan doelstelling

Huidige situatie

➢ Monitoren of we met onze regelingen de doelgroep bereiken.

Voor de doelgroepen van onze minimaregelingen werken we met percentages van het sociaal minimum. Vanuit het programma Samen & Gezond is er een werkgroep monitoring. Deze richt zich op het brede sociale domein. Binnen deze werkgroep valt ook ontwikkeling van een dashboard voor minimabeleid.

Wat we gaan doen 2.1. We leggen de indicatoren voor de potentiële doelgroep vast Om te beoordelen of onze regelingen de doelgroepen bereiken, bepalen we eerst op welke manier we de omvang van de doelgroep vastleggen. Voor de doelgroepen van onze minimaregelingen werken we op dit moment met drie percentages van het sociaal minimum: 100%, 110% en 120%. Hoe ontsluiten we deze informatie? 1. Het CBS geeft het aantal huishoudens met een inkomen tot 101,110 en 120% van het sociaal minimum in Nederland en per gemeente. Ook wordt het aantal kinderen in het huishouden weergegeven. In 2025 zijn de meest recente cijfers van 2023. 2. Het CBS geeft het percentage huishoudens met een inkomen tot 101, 110 en 120% van het sociaal minimum per wijk en buurt in Noordoostpolder. In 2025 zijn ook hier de meest recente cijfers van 2023. Bronnen: StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2024) StatLine - Kerncijfers wijken en buurten 2023 Voor een indicatie van de omvang van onze doelgroepen gebruiken we de landelijke bronnen van het CBS. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat: - de omvang van de doelgroepen in de praktijk kleiner is, omdat in het door het CBS gehanteerde inkomen het vermogen niet meegeteld wordt. - de meest recente cijfers van het CBS twee jaar achterlopen bij het actuele jaar. 2.2.

We leggen de indicatoren voor het gebruik van onze minimaregelingen vast Om het gebruik van onze regelingen te bepalen, leggen we de indicatoren hiervoor vast. Op dit moment hebben we de volgende minimaregelingen: Kwijtschelding gemeentelijke heffingen, Individuele inkomenstoeslag, Bijzondere bijstand, Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, Meedoentegoed ouderen, Meedoenpakket kinderen (tegoed, fiets, laptop, zwemdiploma). Hoe ontsluiten we deze informatie? Uit onze interne informatiebronnen, onder andere de Suite, halen we het aantal huishoudens en/of verstrekkingen per regeling per jaar. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat deze cijfers actueler zijn dan de cijfers van het CBS over de potentiële doelgroep. Door het gebruik af te zetten tegen onze potentiële doelgroepen kunnen we monitoren wat het bereik is van onze minimaregelingen. De beleidsindicatoren waarop we gaan sturen en die we de komende periode gaan inrichten zijn weergegeven in bijlage 2. Dit is onderdeel van de ontwikkeling van een dashboard voor minimabeleid binnen het brede sociaal domein.

Pagina 6 van 29

2.3. We leggen de financiële indicatoren voor onze minimaregelingen vast Via de reguliere planning & control cyclus monitoren we of onze uitgaven binnen de begroting blijven. Om verdieping aan te brengen kijken we naar de begrote bedragen en uitgaven per minimaregeling. Hoe ontsluiten we deze informatie? Uit onze interne informatiebron, Cognos, halen we de begrote bedragen en uitgaven per regeling. Deze indicatoren staan ook in bijlage 2.

Betrokkenen •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Uitvoering Sociaal Domein/Bedrijfsvoering - Cluster Belastingen & Financiën, Planning en Control - Cluster Advies/data analyse/statistiek

Tijdpad 2.1.

Q3 2025 – Jaarlijks

2.2.

Q3 2025 – Ieder kwartaal

2.3.

Q3 2025 – Ieder kwartaal

Kosten 2.1.

Geen extra kosten

2.2.

Geen extra kosten

2.3.

Geen extra kosten

Vervolgproces/Voorstel aan de raad • •

De indicatoren voor de potentiële doelgroep, het gebruik van onze minimaregelingen en de financiële indicatoren vastleggen. Na besluitvorming voegen we dit door middel van een addendum toe aan het Deelplan Minimabeleid.

Pagina 7 van 29

Aanbeveling 3 – Ontwikkel voor de nieuwe beleidsperiode toetsbare en navolgbare doelstellingen met indicatoren Bijdrage aan doelstelling

Huidige situatie

➢ Monitoren of onze aanpak aansluit op de doelgroep.

Het Rekenkameronderzoek heeft vastgesteld dat het huidige minimabeleid onvoldoende meetbare doelstellingen kent. Daardoor worden monitoring en evaluatie bemoeilijkt. Dat leidt ertoe dat de gemeenteraad niet kan nagaan of ons minimabeleid de doelgroep in voldoende mate bereikt en of de aanpak effectief is.

Wat we gaan doen 3.1. We koppelen beleidsindicatoren aan realistische doelstellingen Het totaal aan maatregelen draagt bij aan het behalen van onze beleidsdoelstellingen. Denk hierbij aan maatregelen, zoals invulling van een minimaregeling, inzet van communicatiemiddelen en toegankelijkheid. Deze worden nader uitgewerkt onder de hiernavolgende aanbevelingen. Met de al ingezette en nog in te zetten maatregelen willen we de doelgroep zo goed mogelijk bereiken. Deze maatregelen koppelen we aan meetbare doelstellingen. We monitoren dan de ontwikkeling in het gebruik van minimaregelingen en het bereik van onze doelgroep. Maar ook gaat het om de ervaring van inwoners en ketenpartners over onze werkwijze. Van de uitkomsten kunnen we leren en, waar nodig, verbeteren we onze maatregelen en werkwijze. 3.2. We sluiten aan bij de ontwikkeling van een dashboard voor het sociaal domein We werken vanuit het beleidsplan ‘Krachtig Noordoostpolder, doen wat werkt’ aan een dashboard om de doelstellingen van het brede sociale domein te monitoren. Een dashboard voor minimabeleid is in ontwikkeling. In dit plan van aanpak geven we een aanzet door: - Een keuze te maken voor de definitie van armoede. Zo krijgen we de algemene ontwikkelingen op het gebied van armoede en de risicogroepen in beeld (zie hiervoor onder aanbeveling 1).

- De indicatoren vast te leggen om te bepalen of we met onze regelingen de doelgroep bereiken (zie hiervoor onder aanbeveling 2). We leveren onze input voor het verder bouwen van een dashboard armoedebeleid. Daarbij maken we onze doelstellingen meetbaar om te monitoren of onze maatregelen ook effectief zijn. Daarnaast halen we signalen uit het veld op over ervaringen met onze werkwijze en dienstverlening (zie hiervoor ook de activiteiten onder aanbeveling 7).

Betrokkenen •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Uitvoering Sociaal Domein/Bedrijfsvoering - Cluster Belastingen, Financiën, Planning & Control - Cluster Advies/data analyse/statistiek

Tijdpad 3.1.

Q4 2025 – Jaarlijks

3.2.

Q4 2025 – Jaarlijks

Kosten 3.1. 3.2.

Beoordeling van het bereik en van de effectiviteit van onze aanpak vraagt om meetbare doelstellingen met daaraan gekoppelde maatregelen. Dit vereist extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel) Jaar Bedrag

2025 € 50.000

2026 € 50.000 Pagina 8 van 29

2027

2028

Totaal € 100.000

Vervolgproces/Voorstel aan de raad

• • • •

Aansluiten bij de ontwikkeling van een dashboard voor het sociaal domein. De raad in het vierde kwartaal informeren door middel van een presentatie in de commissie Samenlevingszaken. De benodigde middelen te onttrekken uit de reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’. Na besluitvorming voegen we deze maatregel door middel van een addendum toe aan het Deelplan Minimabeleid.

Pagina 9 van 29

Aanbeveling 4 – Onderzoek de mogelijkheden om een regeling voor participatie voor volwassenen en een regeling voor hoge zorgkosten in te stellen Bijdrage aan doelstelling ➢ Meer inwoners samenleving.

Huidige situatie doen

mee

in

de

➢ Meer inwoners doen mee aan activiteiten gericht op gezondheid, zoals sport en bewegen. ➢ Inwoners hebben meer sociale contacten.

De regelingen om mee te doen in de samenleving zijn met name gericht op kinderen. Deze regelingen zijn: digitaal meedoentegoed voor sport en cultuur, zwemdiploma, fiets- en computerregeling. Regelingen die gericht zijn op volwassenen zijn: digitaal meedoentegoed voor pensioengerechtigden, bijzondere bijstand en maatwerkbudget.

Wat we gaan doen 4.1. We onderzoeken de wenselijkheid en haalbaarheid om het digitale meedoentegoed ook in te zetten voor volwassenen (18 – 67 jarigen) Onze huidige meedoenregelingen zijn voornamelijk gericht op kinderen. Zowel uit het Rekenkameronderzoek als uit het veld komt naar voren dat er veel behoefte is om ook volwassenen (18-67 jarigen) met een minimum inkomen meer te laten participeren in de samenleving. Het is van belang dat inwoners kunnen deelnemen aan activiteiten, zoals sport, bewegen en cultuur. Deze activiteiten bevorderen niet alleen de fysieke gezondheid, maar ook de mentale gezondheid en zorgen voor meer sociale contacten. We gaan onderzoeken op welke manier we voor volwassenen een digitaal meedoentegoed kunnen vormgeven. Hiermee nemen we de signalen uit het veld mee dat het huidige systeem voor verbetering vatbaar is. Tot 2021 gebruikten we papieren bonnen. Daarna hebben we de meedoenregeling voor kinderen en pensioengerechtigden gekoppeld aan een digitaal tegoed. Daarvoor werd gezocht naar een moderne oplossing met een digitaal tegoed, waar inwoners sport- en culturele activiteiten mee konden betalen. De oplossing moest toegankelijk, efficiënt en veilig zijn. De huidige leverancier biedt deze digitale oplossing waarmee het meedoentegoed door de rechthebbende inwoners kan worden verzilverd.

In een webshop kunnen aanbieders van sport- en culturele activiteiten hun aanbod presenteren. Als gemeente bepalen we welke aanbieders hiertoe toegelaten worden. De rechthebbende inwoner kiest voor een bepaald aanbod en kan de QR-code door de aanbieder laten scannen. Dat kan via de Me app (Meedoenapplicatie) op de telefoon, via een ontvangen e-mail op de telefoon of via een uitgeprinte code. Voor de aanbieder is het voldoende de code met de Me app te scannen. De aanbieder krijgt dan meteen betaald. Dit betalingsproces verloopt zonder handmatige handelingen van medewerkers van de gemeente. De webshop is te benaderen via de site Meedoenpakket - Gemeente Noordoostpolder. Voor het bouwen en inrichten van de webshop betaalden we aanloopkosten. Momenteel betalen we alleen nog abonnementskosten en voeden we het meedoentegoed voor kinderen en pensioengerechtigden. We werken verder uit hoe we een digitaal meedoentegoed beschikbaar kunnen stellen voor meer inwoners. Hiertoe gaan we met de huidige aanbieder in gesprek over de mogelijkheden om de huidige inrichting uit te breiden en te verbeteren. Hierin nemen we het volgende mee: - Mogelijke uitbreiding van de meedoenregeling met volwassenen (18-67 jarigen). - Mogelijke uitbreiding van het aanbod. We nemen de aangeboden activiteiten onder de loep.

De vraag is of er nu voldoende keuzevrijheid is voor de inwoner en/of er voldoende aanbieders zijn. - Verbetering van de toegankelijkheid. Hier leggen we ook een link naar het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO), ondergebracht bij de bibliotheek, en onze ketenpartners. - Uitbreiding naar een kortingsregeling voor alle inwoners. Denk hierbij aan mogelijkheden om korting bij lokale winkels te ontvangen. Voor de verbinding tussen gemeente en ondernemers speelt onze afdeling Economisch Zaken een rol van betekenis. Pagina 10 van 29

4.2. We onderzoeken de verhoging van het meedoentegoed voor pensioengerechtigden Van het meedoentegoed wordt door pensioengerechtigden amper gebruik gemaakt. Toegankelijkheid, beperkt aanbod en de hoogte van het tegoed spelen hierbij een rol. Het meedoentegoed bedraagt al jaren € 100 per jaar. In de tussentijd is alles duurder geworden. Naast de ketenpartners liet ook de ouderenbond weten dat met € 100 niet veel activiteiten gedaan kunnen worden. Voorgesteld werd het tegoed te verhogen naar € 150. We nemen dit voorstel over en monitoren of het gebruik hiermee toeneemt. De meerkosten zijn relatief beperkt en kunnen de eerste jaren gedekt worden uit incidentele middelen. 4.3. We brengen de mogelijkheden om zorgkosten voor minima te verlagen in kaart Uit het Rekenkameronderzoek kwam naar voren dat er behoefte is aan een regeling om tegemoet te komen in voor de doelgroep hoge zorgkosten. Dit signaal kwam ook van de ketenpartners en vanuit de uitvoering. Met name tandarts- en brilkosten werden genoemd. We brengen in kaart wat de mogelijkheden zijn voor aanpassing van de regels voor bijzondere bijstand. We kijken hierbij naar: - Een regeling voor categoriale bijzondere bijstand. Hierbij wordt een afgebakende doelgroep aangewezen waaraan een bepaald bedrag wordt verstrekt. Verondersteld wordt dat deze groep sowieso te maken heeft met de specifiek genoemde kosten.

- Verruiming van de regels voor individuele bijzondere bijstand. Hierbij wordt op basis van de bijzondere individuele situatie een tegemoetkoming verstrekt. Van beide opties rekenen we de financiële gevolgen door. Daarmee houden we ook rekening met de gevolgen voor de uitvoering. Op basis hiervan maken we een keuze en voeren we in eerste instantie een tijdelijke regeling in. 4.4. We onderzoeken de mogelijkheden om het maatwerkbudget breder in te zetten Op dit moment wordt het maatwerkbudget incidenteel ingezet als er een voorziening of regeling ontbreekt. Het maatwerkbudget is bedoeld om maatschappelijke kosten te voorkomen en participatie te bevorderen. De omvang van de bestedingen is zeer gering. Uit het Rekenkameronderzoek kwam naar voren dat het idee leefde dat het budget alleen voor participatiedoeleinden, met name de weg naar werk, mag worden ingezet. Dit is een te strakke interpretatie van de voorwaarden. De maatwerkondersteuning wordt ook ingezet voor mensen in urgente nood die snel kortdurende ondersteuning nodig hebben om erger te voorkomen. Daarnaast is het vergroten van maatschappelijke participatie een doel van het maatwerkbudget. Om het maatwerkbudget beter te benutten zoeken we naar mogelijkheden om het maatwerkbudget breder in te zetten. We onderzoeken of en hoe de uitvoering kan worden belegd bij partners in onze gemeente.

Wat betreft de verdeling van middelen via intermediairs hebben we hiervoor een mooi voorbeeld uit onze gemeente. Tijdens de energiecrisis in 2022 heeft de Protestantse Gemeente Emmeloord (PGE) een doneeractie gehouden. Mensen die de eenmalige bijdrage van de rijksoverheid niet echt nodig hadden stonden deze af aan PGE. Op deze manier werd een aanzienlijk bedrag opgehaald. Dat bedrag werd vervolgens gebruikt voor mensen die het echt nodig hadden. Deze mensen werden niet aangedragen door PGE zelf. Maar hiertoe werd samengewerkt met intermediairs. In dit geval met Carrefour, Maatschappelijk Werk en het Sociaal Loket van de gemeente. PGE verzorgde de benodigde financiële middelen en deze lokale partners voerden uit wat voor de inwoner nodig was. Deze actie was zeer succesvol en het ingezamelde bedrag is volledig besteed aan de inwoners voor wie het bedoeld was. Door aanvragen voor het maatwerkbudget via intermediairs te laten verlopen kunnen we onze inwoners gericht helpen. Onze lokale partners kennen de thuissituatie van de inwoner vaak al goed en kunnen ook inschatten of financiële steun echt nodig is. De afweging van wat in een individuele noodsituatie nodig is, wordt dan overgelaten aan de professional van de lokale organisaties. Op dit moment ligt het beheer en de coördinatie van het maatwerkbudget bij de gemeente. Dit kan zo blijven.

Analoog aan het voorbeeld van PGE is een optie om aanvragen door intermediairs te laten indienen. Na accordering door de beheerder, kan de financiële bijdrage via de betreffende lokale partner worden geleverd. Deze partner handelt het dan verder af. Voor de uitvoering stelt de gemeente de budgettaire kaders en het afwegingskader op. Voor het afwegingskader sluiten we daarbij aan bij de omgekeerde toets. Qua werkwijze komt het werken met intermediairs overeen met de werkwijze die ook de Stichting Urgente Noden (SUN) hanteert en die als succesvol wordt ervaren. Het verschil is dat daar beheer en coördinatie bij de stichting liggen en bij ons bij de gemeente. We werken deze lijn verder uit. Bij voldoende draagvlak gaan we deze werkwijze uitvoeren, in eerste instantie als pilot. Pagina 11 van 29

Betrokkenen •

• •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Advies, - Cluster Uitvoering Sociaal Domein en Sociaal Loket - Cluster Belastingen, Financiën, Planning & Control Bibliotheek Ketenpartners

Tijdpad 4.1.

Q3 2025 – Doorlopend

4.2.

Q1 2026

4.3.

Q3 2025

4.4.

Q4 2025

Kosten Onderstaande kostenramingen zijn indicatief en geven een bepaalde denkrichting aan. Andere opties zijn mogelijk, maar vereisen nadere uitwerking. Daarover volgt nog een apart voorstel aan de raad. 4.1.

Onderzoek en implementatie van digitaal meedoentegoed voor volwassenen vraagt om ontwikkelingskosten. (Meerjarig incidenteel) Jaar

4.1.

2025

2026 € 62.500

2027 € 56.500

2028 € 56.500

Totaal € 175.500

Voeding van het meedoentegoed voor volwassenen vraagt om meedoenkosten. (Meerjarig incidenteel) Voor de meerkosten van € 150 per persoon gaan we uit van een potentiële doelgroep van 2.400 personen (bron: CBS StatLine, inkomensgrens 120% van het sociaal minimum) en een oplopend bereik.

Jaar Bereik Aantal Bedrag 4.2.

2025

2026 30% 720 € 108.000

2027 40% 960 € 144.000

2028 50% 1.200 € 180.000

Totaal € 432.000

Verhoging van het meedoentegoed voor pensioengerechtigden vraagt om extra meedoenkosten. (Meerjarig incidenteel) Voor de meerkosten van € 50 per persoon gaan we uit van een potentiële doelgroep van 700 personen (bron: CBS StatLine, inkomensgrens 110% van het sociaal minimum) en een oplopend bereik.

Jaar Bereik Aantal Bedrag 4.3.

2026 10% 70 € 3.500

2027 20% 140 € 7.000

2028 25% 175 € 8.750

Totaal € 19.250

Om tegemoet te komen in de zorgkosten zijn er diverse opties. Knoppen waaraan we kunnen draaien zijn: soort kosten, hoogte en duur tegemoetkoming, inkomensgrens. Op basis van een proef met vergoeding van mondzorg in Groningen ramen we voor de kosten een bedrag tussen € 30.000 en € 50.000. Ook volgen we de landelijke ontwikkelingen op het gebied van zorgkosten en spelen hierop in. Jaar

4.4.

2025

2025

2026 € 40.000

2027 € 40.000

2028 € 40.000

Geen extra kosten. We verwachten dat het huidige budget voldoende is. Extra beleids- en uitvoeringscapaciteit. (Meerjarig incidenteel) Pagina 12 van 29

Totaal € 120.000

4.1. 4.4.

Jaar Uitvoering Beleid

2025 € 50.000

2026 € 40.000 € 100.000

2027 € 62.500

Vervolgproces/Voorstel aan de raad •

2028 € 75.000

Totaal € 177.500 € 150.000

De uitwerking van aanbeveling 4 vereist uitgebreider onderzoek. Afhankelijk van de beleidsuitgangspunten kunnen we aan verschillende knoppen draaien. Verschillende keuzes leiden tot verschillende uitkomsten voor onze inwoners, maar hebben ook verschillende financiële gevolgen. De verschillende opties worden in kaart gebracht en daarover volgt in het najaar van 2025 een apart voorstel aan de raad.

Pagina 13 van 29

Aanbeveling 5 – Verbeter de communicatie en voorlichting over de gemeentelijke regelingen, zodat de toegang en afstemming verbetert Bijdrage aan doelstelling

Huidige situatie

➢ Inwoners vinden gemakkelijk de weg naar gemeentelijke minimavoorzieningen. ➢ Onze dienstverlening sluit aan bij de belevingswereld van de doelgroep.

De gemeentelijke regelingen staan onder ‘Inkomen, Werk en Geldzaken’ op de website van onze gemeente. Maar deze blijken onvoldoende vindbaar. Stichting Leergeld is aanvullend op de gemeentelijke regelingen. Afstemming vindt regelmatig plaats.

Wat we gaan doen 5.1. We gebruiken de Nederlandse taal op B1 niveau Om ervoor te zorgen dat de doelgroep de regelingen beter weet te vinden, houden we rekening met laaggeletterdheid. Daarbij gebruiken we de Nederlandse taal op B1 niveau. Dit doen we via verschillende kanalen, waaronder filmpjes of animaties op de website van de gemeente (zie 5.3.). Voor het signaleren van en het handelen bij laaggeletterdheid worden lokaal trainingen gegeven door Huis voor Taal. Bij deze trainingen haken we aan. 5.2. We maken gebruik van de mogelijkheden om te communiceren in meerdere talen In onze informatieverstrekking houden we ook rekening met diverse achtergronden van onze inwoners. Naast communicatie in meerdere talen, draagt ook hier het gebruik van filmpjes of animaties bij aan betere bereikbaarheid en begrijpelijke informatie (zie 5.3.). 5.3. We ontwikkelen een digitaal platform met animatiefilms over de gemeentelijke regelingen Om onze communicatie zo goed mogelijk af te stemmen op de doelgroep gaan we deelnemen aan een digitaal platform. Dit platform kan voorzien in informatie over de gemeentelijke regelingen. We maken hierbij gebruik van informatieve animaties, zoals de filmpjes van Indiveo. Deze animatiefilmpjes zijn beschikbaar in meerdere talen en gaan over onderwerpen als werk en inkomen en schuldhulpverlening.

De animaties over inburgering zijn in de maak en komen dit jaar beschikbaar. Filmpjes over minimaregelingen verschillen per gemeente en vereisen maatwerk. Deze moeten nog ontwikkeld worden.

Betrokkenen •

•

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Advies, Communicatie - Cluster Uitvoering Sociaal Domein, Sociaal en Financieel Loket Ketenpartners

Tijdpad 5.1.

Q3 2025

5.2.

Q4 2025

5.3.

Q4 2025

Kosten 5.1.

Geen extra kosten. De trainingen signaleren laaggeletterdheid worden gedekt uit de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) middelen.

5.2. 5.3.

Geen extra kosten. Ontwikkelen visuele uitleg regelingen.(Incidenteel) Jaar

2025 € 30.000

2026 Pagina 14 van 29

2027

2028

Totaal € 30.000

Vervolgproces/Voorstel aan de raad

• • •

Een digitaal platform ontwikkelen met animatiefilmpjes over de gemeentelijke regelingen. De benodigde middelen te onttrekken uit de reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’. Na besluitvorming voegen we deze maatregel door middel van een addendum toe aan het Deelplan Minimabeleid.

In onze communicatie rekening houden met laaggeletterdheid en andere talen is onderdeel van de reguliere werkzaamheden en vereist geen aanvullende besluitvorming.

Pagina 15 van 29

Aanbeveling 6 – Onderzoek en verbeter de werkwijze, de inrichting en de toegang van het Sociaal Loket Bijdrage aan doelstelling

Huidige situatie

➢ Inwoners vinden gemakkelijk de weg naar gemeentelijke minimavoorzieningen. ➢ Onze dienstverlening sluit aan bij de belevingswereld van de doelgroep.

Aanvraagformulieren worden als (te) lastig ervaren. Iedere regeling moet jaarlijks worden aangevraagd. Voor hulp bij aanvragen voor minimaregelingen wordt verwezen naar de formuliereninloop van Humanitas. Maar ook andere partijen helpen hier weleens bij, zoals ambulant hulpverleners of klantmanagers participatie.

Wat we gaan doen 6.1. We sluiten aan bij het project ‘Doorontwikkeling toegang’ In het kader van het project ‘Doorontwikkeling toegang’ is de klantreis onderzocht. Hierbij staat de inwoner centraal en willen we de aanvraagprocedure gebruiksvriendelijker maken. Op basis van de resultaten passen we, waar nodig, de procedures aan. Dit is een continu proces. In dit kader onderzoeken we ook de mogelijkheid van directe afhandeling van aanvragen in het Sociaal Loket. Ook kijken we naar de mogelijkheden om op meerdere locaties hulp te krijgen bij het invullen van formulieren. 6.2. We maken de aanvraagformulieren duidelijker voor onze inwoners We gaan de aanvraagformulieren voor minimaregelingen herschrijven om ze beter leesbaar te maken. De mogelijkheid om op papier een aanvraag voor minimaregelingen te doen blijft bestaan voor inwoners die niet digitaal vaardig zijn. Online-aanvragen kunnen ook. We doen dit samen met het team communicatie, het webteam, ervaringsdeskundigen en professionals. 6.3. We voeren een aantal aanpassingen door die snel te realiseren zijn (quick wins) Vanuit het veld en de uitvoering hebben we signalen ontvangen over een aantal bewerkelijke processen. Het gaat om drie soorten kosten waar bijzondere bijstand voor kan worden verstrekt. 1. Bewindvoeringskosten. Op dit moment wordt dit periodiek toegekend voor een jaar.

Dit verruimen we naar drie jaar bij ongewijzigde omstandigheden. Dit doen we in ieder geval voor bewindvoerders die zich hebben aangesloten bij het convenant samenwerking gemeente en bewindvoerders. 2. Woonkostentoeslag voor huiseigenaren. Momenteel geldt een verhuisplicht binnen een jaar. Als dit niet reëel is, passen we maatwerk toe. 3. Reiskosten. Momenteel is een aantal kilometers altijd voor eigen rekening. Uitgangspunt voor de gewijzigde vergoeding wordt nu de aard van de kosten, ofwel of deze bijzonder en noodzakelijk zijn. Deze quick wins kunnen we realiseren zonder een uitgebreid besluitvormingsproces. Binnen het geldende beleidskader leggen we de gewenste aanpassingen vast in richtlijnen voor de uitvoering. Het beter en makkelijker maken van regelingen sluit aan bij de uitgangspunten van de Participatiewet in Balans. Invoering van deze wet is voorzien op 1 januari 2026. De Participatiewet in Balans heeft oog voor vertrouwen en de menselijke maat. Vooruitlopend hierop gaan we in de geest hiervan handelen. In dit kader passen we ook de Verordening Individuele Inkomenstoeslag aan. Dit vereist een wat langer proces, omdat dit een raadsbevoegdheid is. 6.4.

We stimuleren het gebruik van minimaregelingen door drempels weg te nemen Om ervoor te zorgen dat inwoners die een uitkering van de gemeente ontvangen, in ieder geval gebruik maken van de diverse minimaregelingen die er zijn, worden zij erop gewezen door de klantmanager. Tijdens periodieke contactmomenten kijken de klantmanagers hoe het met de inwoner gaat, maar ook of deze wel gebruik maakt van alle mogelijke regelingen. Door inwoners te wijzen op regelingen en, waar nodig, te helpen met het aanvragen, kan de drempel om gebruik te maken van regelingen verlaagd worden.

Pagina 16 van 29

Voor alle inwoners stimuleren we het gebruik van minimaregelingen door zoveel mogelijk onze website www.datgeldtvoormij.nl onder de aandacht te brengen. Dit is een website waarmee inwoners eenvoudig kunnen checken of ze recht hebben op gemeentelijke en landelijke regelingen. Vanuit de website wordt direct doorgelinkt naar de betreffende regelingen, zodat direct een aanvraag kan worden gedaan. De website biedt de mogelijkheid om via de chatfunctie geholpen te worden. Inwoners die graag fysiek geholpen worden, kunnen daar ook om vragen. Er wordt dan doorgelinkt naar Humanitas, die zorgt dat daarvoor een afspraak gemaakt wordt met één van hun vrijwilligers.

Betrokkenen •

• •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Uitvoering Sociaal Domein, Sociaal en Financieel loket - Cluster Advies, Juridisch Ervaringsdeskundigen Ketenpartners

Tijdpad 6.1.

Q2 2025 – Doorlopend

6.2.

Q1 2026

6.3.

Q2 2025 – Q3 2025

6.4.

Q2 2025 – Doorlopend

Kosten 6.1.

Ontwikkelbudget voor veranderingen loket. (Incidenteel) Jaar

6.2.

2025

2026 € 40.000

2027

2028

Totaal € 40.000

2027

2028

Totaal € 40.000

Vereenvoudigen (online) formulieren. (Incidenteel) Jaar

6.3.

Geen extra kosten.

6.4.

Geen extra kosten.

2025

2026 € 40.000

Vervolgproces/Voorstel aan de raad • • •

De aanvraagprocedure gebruiksvriendelijker maken door veranderingen in het loket en duidelijke formulieren. De benodigde middelen te onttrekken uit de reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’. Na besluitvorming voegen we deze maatregel door middel van een addendum toe aan het Deelplan Minimabeleid.

Snel te realiseren aanpassingen en het gebruik van minimaregelingen stimuleren zijn onderdeel van de reguliere werkzaamheden en vereisen nu geen aanvullende besluitvorming.

Pagina 17 van 29

Aanbeveling 7 – Geef uitvoering aan het plan om het maatschappelijk voorveld te hervormen en neem dit breder dan alleen voor het zorglandschap Bijdrage aan doelstelling

Huidige situatie

➢ Inwoners met een (dreigend) armoederisico hebben we vroegtijdig in beeld. ➢ Inwoners met (dreigend) armoederisico weten de weg naar ondersteuning te vinden.

In de bestrijding van armoede werken we samen met verschillende maatschappelijke partners in de gemeente. Met sommigen hebben we een subsidierelatie. Anderen hebben andere financieringsbronnen. Er is behoefte aan netwerkbijeenkomsten en een duidelijke regie van de gemeente.

Wat we gaan doen 7.1. We organiseren netwerkbijeenkomsten met ketenpartners Met onze ketenpartners wisselen we periodiek informatie uit. In september 2024 hebben we een eerste gezamenlijke bijeenkomst in het gemeentehuis gehad. Zowel vertegenwoordigers van organisaties waar we een subsidierelatie mee hebben als andere partners, betrokken bij de bestrijding van armoede, waren aanwezig. De bijeenkomst werd als zinvol ervaren en heeft inmiddels een structureel karakter gekregen. Afgesproken is het overleg eens in de drie maanden te organiseren. Geïnventariseerd is of er nog partijen ontbreken. Deze worden benaderd en gevraagd aan te sluiten. De gemeente heeft hierbij de regie. Vaste agendapunten zijn actualiteiten en signalen uit het veld. Daarnaast behandelen we thema’s. Dat kan centraal of via interactieve werksessies. 7.2. We brengen in kaart wie wat doet Voor inwoners is het van belang dat ze weten waar ze terecht kunnen met hun vraag. We maken een helder overzicht van bestaande minimaregelingen en voorzieningen. Samen met onze partners geven we dit vorm. Via een werksessie tijdens één van onze netwerkbijeenkomsten brengen we in kaart voor wat je bij wie terecht kan. Op deze manier krijgen we ook inzicht in overlap van aanbod. En zien we wat eventueel ontbreekt. Op basis van de uitkomsten zetten we onze middelen efficiënt in. 7.3.

We sluiten aan bij het gebiedsgericht werken In het programmaplan Samen & Gezond (planning raadsbesluit mei/juni 2025) staat onze visie en ambitie: “We streven naar meer gezonde inwoners en willen de samenredzaamheid tussen inwoners versterken”. Het plan is uitgewerkt in drie programmalijnen, te weten bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven. Voor bestaanszekerheid is de ambitie: ‘We willen alle inwoners die zorgen hebben over hun bestaanszekerheid passend ondersteunen’. Dit sluit aan bij het Manifest ‘Een bloeiende Polder in 2040’. Samen met bestuurders van Carrefour, GGD Flevoland, Mercatus, politie, Zorggroep Oude en Nieuwe Land en de gemeente is verkend hoe goede zorg en welzijn in Noordoostpolder gewaarborgd kunnen blijven. Dit resulteerde in een manifest ‘Een Bloeiende polder in 2040’. Begin 2024 gaven de maatschappelijke partners de opdracht dit te concretiseren in een gebiedsgerichte aanpak, waarbij professionals meer samenwerken in het belang van de inwoner. Dit leidde tot de integrale buurtaanpak, te beginnen in Ens en Revelsant. Voor het tegengaan van armoede willen we aansluiten bij dit initiatief en meer gebiedsgericht gaan werken. We kiezen voor Revelsant, omdat deze wijk bovengemiddeld problemen ervaart met bestaanszekerheid.

We dragen bij aan de ambitie door aanwezig te zijn waar de doelgroep is, deze te verbinden, met inwoners in gesprek te gaan en de gemeentelijke dienstverlening en die van onze partners te verbeteren. Samen met ketenpartners en scholen willen we de hulp naar de wijk brengen. Door inwoners met beginnende problemen actief te benaderen, bijvoorbeeld door het afleggen van huisbezoeken, willen we erger voorkomen. Daarnaast werken we nauw samen met partners uit het maatschappelijk voorveld. Samenwerking met ketenpartners is cruciaal, omdat zij armoede signaleren, voorkomen en als toegangspunt fungeren voor inwoners die een drempel ervaren bij het benaderen van de gemeente.

Pagina 18 van 29

7.4. We onderzoeken op welke manier we ervaringsdeskundigen kunnen inzetten Ervaringsdeskundigen zijn inwoners die zelf in een uitkerings- of armoedesituatie hebben gezeten en geschoold zijn om hun ervaringen in te zetten om anderen in een soortgelijke situatie te ondersteunen. Taken waarvoor de ervaringsdeskundige ingezet kan worden zijn: • Ervaringsdeskundigen zijn als maatje voor de inwoner in een armoedesituatie • Inwoners helpen met het aanvragen van regelingen en voorzieningen. • De gemeente adviseren hoe goed in te spelen op behoeften van minima. Denk hierbij aan aanbod van meedoenactiviteiten (zie 4.1.) en feedback op leesbaarheid van brieven en formulieren (zie 6.2.). • Het meer onder de aandacht brengen van bestaande regelingen, mogelijk met gebruik van de website www.datgeldtvoormij.nl (zie 6.4.). De meerwaarde van het inzetten van ervaringsdeskundigen zit in het feit dat ze weten hoe het is om in een armoedesituatie te zitten. Ze weten waar inwoners tegenaan kunnen lopen, welke gebeurtenissen je verder in problemen kunnen brengen en welke maatregelen je zelf kunt nemen om bijvoorbeeld structureel minder geld uit te geven. Ook kennen ze beter de gemeentelijke regelingen. De term ervaringsdeskundige wordt op verschillende manieren gebruikt. We onderzoeken de mogelijkheden om ervaringsdeskundigen in te zetten voor bovengenoemde taken.

Daarvoor is mogelijk scholing nodig, zodat ze hun ervaringen zo inzetten dat ze er anderen mee kunnen helpen.

Betrokkenen • • •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Uitvoering Sociaal Domein, Sociaal en Financieel Loket Ketenpartners Ervaringsdeskundigen

Tijdpad 7.1.

Q1 2025 – Doorlopend

7.2.

Q2 2025 – Q3 2025

7.3.

Q2 2026 – e.v.

7.4.

Q2 2026 – e.v.

Kosten 7.1. 7.2.

Organisatiekosten en ontwikkelbudget. (Meerjarig incidenteel)

7.3.

Coördinator/verbinder en kosten evaluatie 8 uur per week. (Meerjarig incidenteel)

Jaar

Jaar Coördinator Evaluatie 7.4.

2025 € 5.000 2025

2026 € 5.000 2026 € 30.000 € 30.000

2027 € 5.000

2028

Totaal € 15.000

2027 € 30.000

2028 € 30.000

Totaal € 90.000 € 30.000

2027

2028

Totaal € 10.000

Deskundigheidsbevordering. (Incidenteel) Jaar

2025

2026 € 10.000

Pagina 19 van 29

Vervolgproces/Voorstel aan de raad

• • • • •

Periodiek netwerkbijeenkomsten met onze ketenpartners organiseren en in kaart brengen wie wat doet. Aansluiten bij het gebiedsgericht werken in Revelsant. Mogelijke inzet van ervaringsdeskundigen onderzoeken. De benodigde middelen te onttrekken uit de reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’. Na besluitvorming voegen we deze maatregelen door middel van een addendum toe aan het Deelplan Minimabeleid.

Pagina 20 van 29

Aanbeveling 8 – Onderzoek de redenen waarom de uitgaven altijd binnen de begroting zijn gebleven Bijdrage aan doelstelling ➢ We besteden de beschikbare budgetten doelmatig en rechtmatig.

Huidige situatie We kennen een diversiteit aan regelingen. Het gebruik daarvan varieert. Het dashboard om scherper te monitoren is in ontwikkeling.

Wat we gaan doen 8.1. We geven een beeld van de begroting en uitgaven per regeling per jaar De voor ons minimabeleid benodigde middelen komen voort uit de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen uit de decentralisatie uitkering van het Rijk. In het deelplan Minima werd de meerjarenbegroting minimabeleid opgenomen. Vanaf 2022 bedroeg het begrote bedrag structureel in totaal € 1.875.311 per jaar. Om een beeld te krijgen vanaf wanneer en voor welke regeling de uitgaven achter bleven bij de begroting, zetten we vanaf 2022 per regeling de begrote bedragen af tegen de uitgaven. Op deze manier zien we wanneer en waar onder- of overbesteding heeft plaatsgevonden. Ook zien we waar de begroting in de loop der tijd is bijgesteld. Vervolgens beoordelen we of de begroting voldoende taakstellend is geweest en of er structureel ruimte is voor verruiming van het beleid. 8.2. We verantwoorden via de reguliere Planning & Control cyclus Of onze uitgaven voor het minimabeleid achterblijven bij de begroting verantwoorden we via de reguliere Planning & Control cyclus. Voorstellen voor eventuele structurele verruiming van het beleid volgen in de Perspectiefnota.

Betrokkenen •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Belastingen, Financiën, Planning & Control - Cluster Advies/data analyse

Tijdpad 8.1.

Q4 2025

8.2.

2025 - Doorlopend

Kosten 8.1.

Geen extra kosten

8.2.

Geen extra kosten

Vervolgproces

Deze uitwerking is onderdeel van de reguliere werkzaamheden en vereist geen aanvullende besluitvorming.

Pagina 21 van 29

Aanbeveling 9 – Onderzoek verder in scenario’s hoe de gemeente de inkomensgrenzen en het normbedrag voor een regeling zodanig kan aanpassen om de demping van de groei van het inkomen voor haar inwoners te verzachten Bijdrage aan doelstelling ➢ Bijstandsgerechtigden die gaan werken, gaan er financieel niet op achteruit. ➢ Werkende minima die meer uren gaan werken, gaan er financieel niet op achteruit.

Huidige situatie Voor de doelgroepen van onze minimaregelingen werken we met drie percentages van het sociaal minimum: 100%, 110% en 120%. Volgens het Rekenkameronderzoek treedt de armoedeval in onze gemeente beperkt op. Het inkomensbeleid van het rijk is hierop van veel grotere invloed dan het gemeentelijk beleid.

Wat we gaan doen 9.1. Voor het berekenen of er een armoedeval in individuele situaties optreedt introduceren we een nieuwe tool Een armoedeval betekent dat iemand er financieel op achteruitgaat als hij of zij een hoger inkomen krijgt. Dit kan bijvoorbeeld komen omdat iemand dan niet meer in aanmerking komt voor bepaalde toeslagen of regelingen. Werken moet lonen. Een armoedeval willen we voorkomen. De Rekenkamer heeft een onderzoek naar de armoedeval gedaan. Ook intern werd dat onderzoek uitgevoerd. De conclusies van beide onderzoeken waren niet geheel eensluidend. Dit kwam omdat in het interne onderzoek de individuele inkomenstoeslag wel en in het andere niet was meegenomen. Om recht te hebben op deze toeslag moet iemand drie jaar een inkomen op minimumniveau hebben. Voor de Rekenkamer reden om dit niet mee te nemen, omdat de aanname werd gedaan dat de huishoudens kortdurende minima waren. Hieruit blijkt dat de uitkomst van een onderzoek naar de armoedeval afhangt van bepaalde vooronderstellingen en het moment waarop dit wordt uitgevoerd. Ook rijksregelingen zijn van grote invloed op de inkomensontwikkeling en het is niet altijd voorspelbaar of deze kunnen worden meegenomen. Zo werd eind 2024 landelijk gecommuniceerd dat het landelijk tijdelijk ingevoerde Noodfonds Energie er in 2025 niet zou komen.

En in februari bleek dat in 2025 toch weer van het energiefonds gebruik kan worden gemaakt. Via dit fonds kunnen kwetsbare huishoudens ook dit jaar weer ondersteuning krijgen bij het betalen van de energierekening, wat een positief effect op hun inkomen heeft. Om te zorgen dat inwoners bij een inkomensstijging niet in een armoedeval terecht komen, gaan we gebruik maken van een nieuwe applicatie van Stimulansz. Deze stichting richt zich op gemeentelijke dienstverlening rondom bijstand en is een belangrijke aangever voor innovaties op dit gebied. Stimulansz heeft een applicatie ontwikkeld die voor individuele huishoudens berekent wat de financiële gevolgen zijn als iemand vanuit de bijstand uitstroomt naar werk: WerkloonT. WerkloonT vergelijkt de situatie vóór werk (bijstandsuitkering) en na (inkomen uit werk) met een compleet inzicht in het maandinkomen: nettoloon, toeslagen en ‘verwervingskosten’ bij betaalde arbeid (bijvoorbeeld kleding, kosten van woon-werkverkeer of kinderopvang). Mocht de calculator aantonen dat werken financieel gezien een stap terug betekent, dan passen we maatwerk toe. Dat kan door bijvoorbeeld gedurende een bepaalde periode een uitstroompremie toe te kennen en/of bepaalde kosten te compenseren. Daardoor gaat de inwoner er niet op achteruit en bespaart het op de uitgaven voor bijstand. 9.2.

We gebruiken de tool WerkloonT ook voor het doorrekenen van effecten van inkomensgrenzen en normbedragen Naast de inzet van de applicatie WerkloonT in individuele situaties willen we deze ook gebruiken voor het doorrekenen van effecten van algemene beleidswijzigingen. Denk hierbij aan de gevolgen voor de inwoner en de financiële effecten van het aanpassen van de inkomensgrenzen voor diverse minimaregelingen, het aanpassen van normbedragen, of het invoeren van nieuwe regelingen met normbedragen. We gaan in gesprek met Stimulansz over hoe we de nieuwe tool ook voor bovenstaande doeleinden zo effectief mogelijk kunnen inzetten. Pagina 22 van 29

Betrokkenen •

Gemeente Noordoostpolder - Cluster Beleidsontwikkeling - Cluster Uitvoering Sociaal Domein, Sociaal Loket

Tijdpad 9.1.

Q4 2025

9.2.

Q1 2026 – e.v.

Kosten 9.1. 9.2.

Voor de applicatie WerkloonT betalen we abonnementskosten. Vanaf 2028 besparen we op tools/applicaties die dan niet meer nodig zijn, zoals Bereken uw recht. (Meerjarig incidenteel) Daarnaast incidenteel beleids- en uitvoeringscapaciteit. Jaar Instructie & implementatie Abonnement Beleid Uitvoering

2025 € 10.000 € 50.000

2026

2027

€ 7.500 € 10.000

€ 10.000

€ 20.000

€ 12.000

Vervolgproces/Voorstel aan de raad • • •

2028

€ 12.000

Totaal € 7.500 € 30.000 € 50.000 € 44.000

Voor het berekenen van de armoedeval in 2025 de applicatie WerkloonT invoeren. De benodigde middelen onttrekken uit de reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’. Na besluitvorming voegen we deze maatregel door middel van een addendum toe aan het Deelplan Minimabeleid.

Pagina 23 van 29

10. Financiën Voor de uitvoering van het plan van aanpak wordt zoveel mogelijk ingezet op de huidige formatie. Daarnaast is extra inzet nodig om de nieuwe activiteiten uit te voeren en snelheid te maken. Dit gaat om incidentele inzet voor de komende drie jaar. Overige kosten betreffen innovatiebudget voor het ontwikkelen van nieuwe of aan te passen voorzieningen, deskundigheidsbevordering en dergelijke. Hieronder staan de benodigde meerjarig incidentele middelen. Deze kunnen worden gedekt uit de reserve ‘armoedebeleid Plan van Aanpak’ (stand 2025: € 1.733.000). De activiteiten waar eventueel structurele middelen voor nodig zijn benoemen we daarna. Als deze, na evaluatie, succesvol blijken te zijn worden deze voorgedragen in de perspectiefnota van 2028, inclusief dekkingsvoorstel. Begrote meerjarige incidentele middelen aanbeveling 1 t/m 3 en 5 t/m 9 (indicatief) Actiepunt

2025 (€)

2026 (€)

50.000

50.000

2027 (€)

2028 (€)

Totaal (€)

1.1.

Invoeren nieuwe definitie van armoede

1.2.

Uitvoeren 0-meting

2.1.

Vastleggen indicatoren potentiële doelgroep

2.2.

Vastleggen indicatoren gebruik minimaregelingen

2.3.

Vastleggen financiële indicatoren

3.1.3.2

Koppelen maatregelen aan beleidsdoelstellingen

5.1.

Trainingen signaleren laaggeletterdheid

5.2.

Communiceren in meerdere talen

5.3.

Ontwikkelen visuele uitleg regelingen

6.1.

Ontwikkelbudget voor veranderingen loket

40.000

40.000

6.2.

Vereenvoudigen (online) formulieren

40.000

40.000

6.3.

Quick wins

6.4.

Wegnemen drempels

7.1.7.2.

Netwerkondersteuning, samenwerkingsafspraken

7.3.

100.000

30.000

30.000

5.000

15.000

5.000

5.000

Aansluiten gebiedsgericht werken

30.000

30.000

7.3.

Evaluatie gebiedsgericht werken

30.000

30.000

7.4.

Deskundigheidsbevordering

10.000

10.000

8.1.

Begroting en uitgaven naar kostensoort

8.2.

Reguliere P&C cyclus

Pagina 24 van 29

30.000

90.000

9.1.9.2.

Instructie en implementatie tool Abonnement

10.000

9.1.9.2.

Uitvoeringskosten en beleidscapaciteit

50.000

Werkbudget Totaal

7.500 30.000

7.500 10.000

10.000

20.000

12.000

12.000

44.000 50.000

11.000

30.000

19.000

21.000

81.000

156.000

272.500

76.000

63.000

567.500

Begrote meerjarige incidentele middelen aanbeveling 4 (indicatief) Actiepunt

2025 (€)

2026 (€)

2027 (€)

2028 (€)

Totaal (€)

4.1.

Onderzoek en implementatie digitaal meedoentegoed volwassenen

62.500

56.500

56.500

175.500

4.1.

Digitaal meedoentegoed volwassenen

108.000

144.000

180.000

432.000

4.2.

Verhogen meedoentegoed ouderen

3.500

7.000

8.750

19.250

4.3.

Bijzondere bijstand voor zorgkosten

40.000

40.000

40.000

120.000

4.4.

Maatwerkbudget

4.1.4.4

Uitvoeringskosten en beleidscapaciteit

50.000

40.000 100.000

62.500

75.000

177.500 150.000

50.000

354.000

310.000

360.250

1.074.250

Totaal

Benodigde structurele middelen bij voortzetting beleidswijzigingen vanaf 2029 en verder (€) (indicatief) 4.1. Digitaal meedoentegoed volwassenen 180.000 4.2.

Verhogen meedoentegoed ouderen

12.500

4.3. 4.1.4.3. 7.3.

Bijzondere bijstand voor zorgkosten

40.000

Uitvoeringskosten

75.000

Gebiedsgericht werken

30.000

Totaal

337.500

Pagina 25 van 29

Bijlage 1 Conclusies en aanbevelingen Rekenkameronderzoek Armoedebeleid (overgenomen uit raadsbesluit van 3 juni 2024) Conclusies Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de volgende conclusies opgesteld: 1. Het armoedebeleid van de gemeente Noordoostpolder is sociaal, ambitieus, maar niet zo toetsbaar a) Het manifest uit 2023 is zeer ambitieus en zal veel van de gemeente en haar middelen vergen. b) De definitie armoede wordt niet integraal in beleidsstukken gehanteerd. c) Doelstellingen zijn niet toetsbaar en hebben onvoldoende samenhang met de visie. 2. De sturing, monitoring, controle van het beleid kan beter a) Kerngegevens worden niet structureel bijgehouden. b) De rapportage in de jaarrekeningen heeft geen relatie met het Deelplan Minima. c) Gemeentelijke regelingen sluiten niet volledig aan op de doelgroepen en voldoende monitoring ontbreekt. 3. Armoedeval treedt beperkt op in de Noordoostpolder 4. Het bereiken van inwoners uit de doelgroep kan beter a) Communicatie en voorlichting over regelingen is niet optimaal. b) De aanvraagprocedure wordt als (te) lastig ervaren. c) De gemeente heeft goed zicht op de organisaties die actief zijn rond het thema armoede. 5. De effecten van de onderschrijding van de begroting kunnen beter inzichtelijk gemaakt worden voor de gemeenteraad a) De uitgaven voor het minimabeleid zijn de laatste jaren ruim binnen de begroting gebleven.

b) De gemeenteraad krijgt geen rapportage op basis van het Deelplan Minima. No.24.0000258-2 Aanbevelingen Op basis van de bevindingen en conclusies doet de rekenkamercommissie de volgende aanbevelingen aan het college: 1. Maak een duidelijke keuze voor de definitie van armoede. Sluit aan bij het inkomensbegrip, omdat deze het meest is te objectiveren of bij de nieuwe landelijke definitie die in de loop van dit jaar bekend wordt. 2. Ontwerp voor kerngegevens een systematiek, zodat periodiek kan worden geëvalueerd of de regelingen nog aansluiten op de doelgroep van de regeling en maak dit onderdeel van de beleidscyclus. Begin met een nulmeting: breng de actuele omvang van de doelgroep van het armoedebeleid in kaart en onderzoek of er daadwerkelijke verschillen zijn tussen Emmeloord en de omliggende dorpen. Bezie of de verschillen dienen te leiden tot een gebiedsgerichte aanpak (mede in het licht van het leidende principe ‘voorkomen staat voorop’). Actualiseer de inkomenseffectrapportage ook jaarlijks. Zeker ook omdat het rijksbeleid van grote invloed is op de inkomensontwikkeling. Denk daarbij aan de huur- en zorgtoeslag, maar ook de verschillende heffingskortingen. 3. Ontwikkel voor de nieuwe beleidsperiode toetsbare en navolgbare doelstellingen met indicatoren. Vertaal deze naar de indicatoren waarmee de voortgang van het gemeentelijke beleid is te toetsen.

Zet de geformuleerde doelstellingen en de te behalen resultaten op basis van indicatoren dan ook centraal in de verantwoording naar de gemeenteraad. Op dat moment kan er ook actief gestuurd worden op de resultaten van beleid. Stimuleer ook dat de rapportages over de uitvoering gericht zijn op de eerder afgesproken doelstellingen. Pagina 26 van 29

4. Onderzoek de mogelijkheden om een regeling voor participatie voor volwassenen en een regeling voor hoge zorgkosten in te stellen. Betrek hierbij ook het functioneren van het Maatwerkbudget. Nu is deze alleen in te zetten voor participatie. Kijk daarvoor bij de wijze waarop andere gemeenten deze regelingen hebben ontwikkeld of sluit voor de participatieregeling voor volwassenen aan bij het Volwassenenfonds. Evalueer het Maatwerkbudget en bekijk of deze kan worden omgezet naar een regeling die toegankelijk is voor een bredere groep die vanwege omstandigheden buiten de bestaande regelingen vallen. Ook kan aansluiting bij een Stichting Urgente Noden (SUN) een overweging zijn. SUN is een landelijke stichting met regionale of lokale uitvoeringsorganisaties die giften verstrekt aan inwoners die geen aanspraak kunnen maken op een voorliggende voorziening. Hiermee krijgt het Maatwerkbudget een grotere impact. 5. Verbeter de communicatie en voorlichting over de gemeentelijke regelingen, zodat de toegang en afstemming verbetert. De gemeente heeft de regelingen wel beschreven, toch geeft de doelgroep zelf aan dat de informatie beter kan. Maak een duidelijke informatiefolder over de regelingen en verspreidt deze ook onder de ketenpartners. De toegang tot de regelingen voor kinderen is nu zowel bij de gemeente als bij Stichting Leergeld belegd.

Op zich hoeft dit geen probleem te zijn, maar door het verschil in de gehanteerde inkomensgrenzen kan dit tot onduidelijkheid leiden voor de doelgroep en over de beschikbare voorliggende voorzieningen. Zorg voor goede afstemming tussen beide organisaties op uitvoeringsniveau. 6. Onderzoek en verbeter de werkwijze, de inrichting en de toegang van het Sociaal Loket a. Kijk opnieuw kritisch naar de inrichting van de werkwijze rond het Sociaal Loket. b. Evalueer de aanvraagprocedure. Neem daarbij ook de positie van het Sociaal Loket in ogenschouw en bekijk of de inwoner direct bij de aanvraag bij het Sociaal Loket ondersteund kan worden. De aanbeveling is om de hulp bij het invullen van formulieren en het afhandelen van de aanvraag op één plek te doen, zodat inwoners niet naar verschillende plekken hoeven te gaan. c. Bekijk ook of de ervaren complexiteit in het aanvraagproces kan worden verminderd. Kijk hierbij kritisch naar de verschillende gebruikte formulieren. d. Ook is een aanbeveling om te onderzoeken of de gemeente kan overgaan naar één beoordeling van een inwoner per jaar. Indien de inwoner dan recht heeft op een regeling, kunnen ook de vergoedingen vanuit andere regelingen worden toegekend. 7. Geef uitvoering aan het plan om het maatschappelijk voorveld te hervormen en neem dit breder dan alleen voor het zorglandschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2218/documents/41651