10.1 Bestemmingsplan ‘Luttelgeest, uitbreiding’.pdf
Tekst van het document
^■flBJZ.nu ruimtelijke plannen en advies
Bestemmingsplan
Luttelgeest, uitbreiding
Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte
Augustus 2021
Status: Concept 2
T 0546 454 466 E info@bjz.nu
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding"
Plan:
Luttelgeest, uitbreiding
Plantype:
Bestemmingsplan
IMRO-nummer: NL.IMRO.0171.BP00692-ON01 Status:
Concept 2
■ífiBJZ.nu ruimtelijke plannen en advies
Dokter van Deen weg 13 8025 BP Zwolle
Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
T: 0546 -45 44 66 E: info@bjz.nu I: www.bjz.nu Bestemmingsplannen
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Inhoudsopgave Bijlage 6 Aanmeldnotitie vormvrijw m.e.r.-beoordelingHoofdstuk 1...... Inleiding 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding................................................................................................................................................ 5 Ligging van het plangebied........................................................................................................................5 De bij het plan behorende stukken..............................................................................................................6 Huidige planologische situatie...................................................................................................................6 Leeswijzer................................................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 2 Huidige situatie................................................................................8 2.1 2.2
Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis.............................................................................................................8 Huidige situatie plangebied en omgeving....................................................................................................9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving............................................................................11 3.1 3.2
Gewenste ontwikkeling........................................................................................................................... 11 Verkeer ä parkeren................................................................................................................................. 12
Hoofdstuk 4 Beleidskader.................................................................................. 15 4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid............................................................................................................................................... 15 Provinciaal beleid................................................................................................................................... 19 Gemeentelijk beleid.................................................................................................................................. 23
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten....................................................... 30 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Geluid (Wet geluidhinder).......................................................................................................................30 Bodemkwaliteit.......................................................................................................................................31 Luchtkwaliteit........................................................................................................................................ 32 Externe veiligheid....................................................................................................................................33 Milieuzonering.......................................................................................................................................35 Geur....................................................................................................................................................... 37 Ecologie.................................................................................................................................................. 38 Archeologie ä Cultuurhistorie...............................................................................................................42 Besluit milieueffectrapportage...............................................................................................................43
Hoofdstuk 6 Wateraspecten...............................................................................45 6.1 6.2 6.3
Algemeen................................................................................................................................................45 Beleidskaders.......................................................................................................................................... 45 Watertoetsproces...................................................................................................................................46
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording................................. 49 7.1 7.2 7.3
Inleiding.................................................................................................................................................. 49 Opzet van de regels.................................................................................................................................49 Verantwoording van de regels................................................................................................................50
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid....................................................... 52 Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen........................................... 53 9.1 9.2
Vooroverleg...........................................................................................................................................53 Zienswijzen.............................................................................................................................................. 53
Bijlagen bij de toelichting.................................................................................... 54 Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan..................................................................................................................... 55
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek..................................................................................................................56 AERIUS-berekening................................................................................................................................... 57 Quickscan flora en fauna........................................................................................................................ 58 Onderzoek rugstreeppad......................................................................................................................... 59 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling........................................................................................ 60 Watertoetsresultaat...............................................................................................................................61
BJZ.nu Bestemmingsplannen
4
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de zuidkant van de kern Luttelgeest, aan het Ridderspoor, bevindt zich een onbebouwd perceel dat behoort tot het agrarisch gebied rondom de kern. De gemeente Noordoostpolder, tevens eigenaar van de gronden (hierna: initiatiefnemer), is voornemens deze locatie te ontwikkelen als woningbouwlocatie, een en ander met bijbehorende infrastructurele-, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Dit uitbreidingsproject staat bekend als 'Luttelgeest Fase 4' en wordt in drie fases ontwikkeld. In de eerste deelfase (fase 1) kunnen maximaal achttien woningen gerealiseerd worden. In de tweede (fase 2) en derde fase (fase 3) worden in de toekomst nog eens in respectievelijk maximaal 25 en 28 woningen voorzien. In alle drie de fases is sprake van woningbouwdifferentiatie door de bouw van een mix van rij-, twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen. Het plan kent echter wel de flexibiliteit om, mocht daar aanleiding toe zijn, te schuiven in de aantallen van elk afzonderlijk woningtype. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische vertaling van het voornemen. Fase 1 is hard bestemd in rechtstreekse bouwtitels. Fase 2 en 3 kunnen op termijn worden geeffectueerd via een wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen in voorliggend bestemmingsplan.
In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan het Ridderspoor en de Schoolstraat aan de zuidzijde van de kern Luttelgeest. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Luttelgeest en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
5
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" bestaat uit de volgende stukken: ^ ^
verbeelding (NL.IMRO.0171.BP00692-ON01) en een renvooi; regels.
Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting en bijhorende bijlagen. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische situatie
1.4.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van de beheersverordening 'Landelijk gebied' en het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren', welke respectievelijk op 21 maart 2016 en 8 juli 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder zijn vastgesteld. De beheersverordening regelt in principe dat de planologische kaders, vervat in de geldende bestemmingsplannen, van kracht blijven totdat een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld. Het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2004' van de gemeente Noordoostpolder is het basisplan dat binnen het verordeningsgebied van toepassing is. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de planverbeelding opgenomen. Het plangebied is daarbij globaal aangegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2
Uitsnede planverbeelding bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
6
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
1.4.2
Beschrijving bestemmingen
De gronden in het plangebied zijn bestemd als 'Agrarisch gebied'. Hierna wordt deze bestemming nader beschreven. Agrarisch gebied Gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied' zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Buiten bebouwingsvlakken mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, waaronder niet begrepen bouwwerken voor mestopslag, sleufsilo's en andere silo's of boogkassen.
1.4.3
Strijdigheid
Op grond van het geldende bestemmingplan is het niet toegestaan om gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied' te gebruiken en te bebouwen ten behoeve van de functie 'wonen'. Door middel van voorliggende bestemmingsplanherziening wordt de bestemming van de gronden gewijzigd naar een woonbestemming voor maximaal achttien woningen (fase 1). Voor fasen 2 en 3 wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee maximaal 25 (fase 2) en 28 (fase 3) extra woningen mogelijk kunnen worden gemaakt.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 betreft een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
7
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1
Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis
2.1.1
Noordoostpolder
De gemeente Noordoostpolder ligt in Nederlands twaalfde provincie, Flevoland. Emmeloord fungeert als centrumplaats, omringd (op fietsafstand) door de 10 zogenaamde groendorpen: Bant, Creil, Ens, Espel, Luttelgeest, Kraggenburg, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. Sinds 1962 is de Noordoostpolder een zelfstandige gemeente. Het karakter van de gemeente is sterk agrarisch. De ruimtelijke structuur van de polder wordt mede bepaald door de volgende elementen: ^ ^ ^ ^ ^
boerderijen en dorpen als groene eilanden in de open agrarische ruimte; ringen: IJsselmeerdijk en voormalige Zuiderzeedijk en de dorpenringweg; radialen: het assenkruis dat de dorpenringweg met Emmeloord verbindt; hiërarchische en concentrische opbouw; verkaveling volgens een modulair systeem op basis van een standaardkavel (300 m x 800 m).
Het belangrijkste kenmerk van de Noordoostpolder is dat het is ontworpen als eenheid, waarbij landschap, stedenbouw en architectuur onderdeel uitmaken van één integraal ontwerp. Hierdoor heeft de Noordoostpolder een hoge mate van ruimtelijke samenhang en architectonische uniformiteit. Vanwege het integrale ontwerp en de gaafheid van het landschap zijn de Noordoostpolder en Urk in de voormalige Rijksnota Belvedère gerangschikt onder de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden in Nederland. De Noordoostpolder kan gekarakteriseerd worden als concentrisch op verschillende niveaus. De vorm is daarbij steeds aangepast aan de topografie, de agrarische bedrijfsvoering, de civiele techniek, de gewenste afstand tussen de dorpen en de centrale plaats Emmeloord. Gebruikmakend van onder andere de theorieën van de Duitse sociaal-geograaf W. Christaller (centrale plaatsentheorie) werd een hiërarchisch model ontwikkeld ten aanzien van de plaats en de functies van de nederzettingen. De wisselwerking tussen een concentrische opbouw, de hiërarchie, modulaire opbouw en de ondergrond/omgeving, het zogenaamde 'polderidioom' is sterk bepalend geweest voor de inrichting van de Noordoostpolder. Van 1937 tot 1942 werd de Noordoostpolder (met daarin de eilanden Urk en Schokland) met een omvang van circa 48.000 hectare ingepolderd.
De ontwikkeling van de polder (zowel de ontwatering als de inrichting) is geheel door de rijksoverheid tot stand gekomen.
2.1.2
Luttelgeest
Luttelgeest ligt in het noordoosten van de polder, ten noorden van het dorp Marknesse. Naast de dorpskern behoort een groot stuk polderland tot het dorp. Deze is naast landbouwgebied ook het grootste tuinbouwgebied van de Noordoostpolder met grote kassencomplexen. Ten noordwesten van het dorp vindt men het Kuinderbos. Dit bos ligt op het grondgebied van Luttelgeest langs de grens van de provincie Friesland. De plaatsnaam is ontleend aan een kleine plaats die bij de stad Kuinre lag. Bij de ontstaansgeschiedenis van het dorp Luttelgeest is veel discussie geweest. Luttelgeest mocht geen concurrentie betekenen voor Kuinre als verzorgingskern en moest daarom klein blijven. Ook de ligging van de dorpenring ten opzichte van het dorp leidde tot discussie. Men was het lange tijd niet eens of Luttelgeest een langs- of een kruisdorp moest worden. Luttelgeest werd in het definitieve ontwerp gepland voor maximaal 1.000 inwoners. Het dorp werd voornamelijk gebouwd voor land- en tuinbouwarbeiders, met een beperkt voorzieningenniveau. Luttelgeest werd uiteindelijk een langswegdorp aan de westzijde van de ring. De groene mantel ten zuiden en ten westen leverde een goede beschutting tegen de zuidwesterwind. De groene mantel omvatte scholen, een gymnastieklokaal, een sportveld en een begraafplaats.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
8
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Luttelgeest is één van de kleinere dorpen van de Noordoostpolder. De kaartbeelden uit de verschillende perioden laten zien dat Luttelgeest een geringe groei van woningbouw heeft gekend. Het dorp is nog steeds compact, de groene mantel omsluit nog vrijwel het gehele dorp. Recente uitbreidingen vinden plaats aan de zuidzijde van het dorp. Hier maakt de oorspronkelijke groene mantel plaats voor een nieuwe woningbouwlocatie met een nieuw aangeplante groene mantel. De omgeving van Luttelgeest is wel flink veranderd. Open polderlandschap en verre doorzichten hebben plaats gemaakt voor de snel groeiende glastuinbouw en boomgaarden.
2.2
Huidige situatie plangebied en omgeving
Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de kern Luttelgeest. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door de woonbebouwing ten noorden van het plangebied en agrarische cultuurgronden aan alle overige zijden. De functionele structuur van de directe omgeving kenmerkt zich voornamelijk door woonfuncties, agrarische cultuurgronden en de grootschalige (glas)tuinbouwbedrijven ten oosten. Het terrein, met een oppervlakte van circa 5 hectare, wordt aan de noordzijde begrensd door het Ridderspoor, de Schoolstraat en gronden die horen bij sportvereniging Tonego. Alle overige zijden worden begrensd door agrarische cultuurgronden. Het terrein is in de huidige situatie onbebouwd en in gebruik als tulpenveld. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld vanaf de Schoolstraat weergegeven.
Afbeelding 2.1
Huidige situatie plangebied en directe omgeving (Bron: PDOK)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
9
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Afbeelding 2.2
Straatbeeld huidige situatie plangebied bekeken vanaf de Schoolstraat (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
10
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Gewenste ontwikkeling
De gemeente Noordoostpolder, tevens eigenaar van de gronden (hierna: initiatiefnemer), is voornemens deze locatie te ontwikkelen als woningbouwlocatie, een en ander met bijbehorende infrastructurele-, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Dit uitbreidingsproject staat bekend als 'Luttelgeest Fase 4' en wordt in drie fases ontwikkeld. Hierna wordt op de verschillende fases ingegaan.
3.1.1
Fase 1
In fase 1 worden op grond van het matenplan in het oostelijk deel van het plangebied maximaal achttien woningen gerealiseerd. Het gaat om een blok van acht rijenwoningen (huur/koop) en tien woningen bestaande uit vrijstaande en/of twee-onder-één-kapwoningen (koop). De rijenwoningen zijn aan de westzijde van het projectgebied gesitueerd. Aan de oost- en zuidzijde worden de overige woningen gerealiseerd. Het plan maakt het mogelijk om te schuiven in de verdeling tussen vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen. Daarnaast biedt het plan mogelijkheden om levensloopbestendige woningen te realiseren, waarbij op de begane grond een slaap- en badkamer wordt ondergebracht. Bij de situering van de woningen is rekening gehouden met het kunnen opwekken van duurzame energie via zonnepanelen. De woningen worden gesitueerd/ontsloten aan een nieuw aan te leggen wijkontsluitingsweg die wordt aangesloten op het Ridderspoor/de Schoolstraat. Deze weg loopt door een groot deel van het plangebied heen. Het gebied tussen de woonpercelen blijft in eigendom van de gemeente en zal worden ingericht als openbaar groen. Aan de noordzijde, grenzend aan het Ridderspoor, is eveneens een groenstrook met mogelijkheden voor retentie voorzien.
3.1.2
Fase 2 en 3
Nadat fase 1 grotendeels afgerond is wordt gestart met fase 2 en na afronding van fase 2 met fase 3. Deze fases voorzien in respectievelijk maximaal 25 en 28 woningen. Het gaat hierbij voor deze beide fases vooralsnog om een mix van rijenwoningen, levensloopbestendige woningen en vrijstaande en/of twee-onderéén-kapwoningen. De gronden gelegen tussen de uit te geven kavels blijven net als in fase 1 in eigendom van de gemeente en worden ingericht als groen. Bij de realisatie van deze fases zal worden aangesloten op de nieuwe ontsluitingsweg die voor fase 1 wordt gerealiseerd. De woningen in fases 2 en 3 worden niet bij recht mogelijk gemaakt, maar zijn opgenomen in een wijzigingsbevoegdheid. In de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid is expliciet opgenomen dat er pas gebruikt kan worden gemaakt van de bevoegdheid, nadat de woningbehoefte door middel van een toetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking is aangetoond. Het type woningen kan afhankelijk van de kwalitatieve woningbehoefte op dat moment gewijzigd worden. In onderstaande afbeelding is fase 1 aangegeven in het geel, fase 2 in het oranje en fase 3 in het groen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
11
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Afbeelding 3.1
Fasering plangebied (Bron: gemeente Noordoostpolder)
3.2
Verkeer ä parkeren
3.2.1
Parkeren
3.2.1.1 Algemeen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Noordoostpolder heeft in de 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016' parkeernormen en voorwaarden aan parkeervoorzieningen opgenomen.
3.2.1.2 Berekening parkeerbehoefte Op basis van de parkeernormennota behoort de kern Luttelgeest tot de 'overige kernen'. Op basis van de bijbehorende kengetallen blijkt de totale parkeerbehoefte in het plangebied (Fases 1 t/m 3) bij uitgifte volgens het matenplan circa 153 parkeerplaatsen te zijn. Wordt er gerekend op grond van uitgifte op basis van invulling met de hoogste parkeerdruk (de variant met het maximaal aantal vrijstaande en twee-onder-éénkapwoningen) dan zijn er in het plangebied 155 parkeerplaatsen nodig. In onderstaande tabel wordt de parkeerbehoefte per woningtype weergegeven. Opgemerkt wordt dat er een reductiefactor van 1,3 per vrijstaande en twee-onder-één-kapwoning is gehanteerd gelet op de verwachte aanwezigheid van opritten en/of garages bij deze woningtypen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
12
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Parkeerbehoefte uitbreiding Luttelgeest - uitgifte volgens matenplan Woningtype Aantal woningen Parkeerbehoefte totaal Reductiefactor Parkeren openbaar Koop, vrijstaand 13 29,9 16,9 13 Koop twee-onder-één-kap/levensloopbestendig 34 74,8 44,2 30,6 Rijenwoning 24 48 Totaal
71
152,7
61,1
43,6
Parkeerbehoefte uitbreiding Luttelgeest - uitgifte volgens invulling met de hoogste parkeerdruk Woningtype Aantal woningen Parkeerbehoefte totaal Reductiefactor Parkeren openbaar Koop, vrijstaand 33 75,9 42,9 33 Koop twee-onder-één-kap/levensloopbestendig 14 30,8 18,2 12,6 Rijenwoning 24 48 Totaal
71
154,7
61,1
45,6
Tabel 3.1 Parkeerberekening 'Luttelgeest, uitbreiding' (Bron: BJZ.nu)
Het parkeren bij de woningen vindt, met betrekking tot de geplande vrijstaande en twee-onder-éénkapwoningen, plaats in de vorm van twee parkeerplekken op eigen terrein (oprit en/of garage) per woning. Daarnaast is in het openbaar gebied, langs de wegen in het plangebied langsparkeren voorzien voor de overige woningen en het aandeel bezoekers. Uit het stedenbouwkundig matenplan blijkt dat er voldoende ruimte aanwezig is om binnen het plangebied zowel voor fase 1 als voor opvolgende fases te kunnen voorzien in het benodigde aantal parkeerplaatsen. De regels van dit bestemmingsplan bieden daarnaast de mogelijkheid tot het aanleggen van extra parkeerplaatsen mocht dit nodig zijn.
3.2.2
Verkeer
3.2.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis op onder andere het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd.
3.2.2.2 Verkeersgeneratie In de Nota Parkeernormen is aangeven dat de gemeente Noordoostpolder qua stedelijkheidsgraad - in zijn geheel- in de categorie 'matig stedelijk' ligt. Tussen Emmeloord en de rest van de gemeente zit echter duidelijk verschil, de dorpen en het buitengebied hebben een veel lagere omgevingsadressendichtheid. Voor dorpen en het buitengebied wordt daarom uitgegaan van 'niet stedelijk'. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: ^ ^ ^
Type: Koop, vrijstaand, koop, twee-onder-één-kapwoning en koop, hoek/tussenwoning; Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk (bron: 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016'; Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
13
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
De gemiddelde verkeersgeneratie voor één vrijstaande woning, twee-onder-een-kapwoning en rijtjeswoning bedraagt op basis van de opgesomde uitgangspunten respectievelijk 8,2, 7,8 en 7,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De gemiddelde verkeersgeneratie bedraagt hiermee bij uitgifte volgens het matenplan voor de vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en rijtjeswoningen respectievelijk (8,2 x 13) 106,6, (7,8 x 34) 265,2 en (7,4 x 24) 177,6 vervoersbewegingen per weekdagetmaal. De totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling (fases 1, 2 en 3) bedraagt afgerond 550 vervoersbewegingen per weekdagetmaal. Bij een andere invulling van het aantal verschillende woningtypen is slechts sprake van een zeer beperkte toe- of afname van bovenstaande aantal verkeersbewegingen.
3.2.2.3 Ontsluiting Het verkeer binnen het plangebied wordt zoals hiervoor reeds aangeven ontsloten via een nieuw aan te leggen buurtontsluitingsweg op het Ridderspoor/de Schoolstraat. De bestaande wegenstructuur is van voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen veilig en vlot af te wikkelen in de richting van de te oosten van Luttelgeest gelegen N715. Bij de nadere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met langzaam verkeer en fietsers.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
14
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
15
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
3.
Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Bestemmingsplannen
16
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende vragen van belang: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. ^
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921)
^
12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).
Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. In voorliggend geval is sprake van een woningbouwontwikkeling waarmee de kern Luttelgeest wordt uitgebreid. In fase 1 worden maximaal achttien woningen bij recht mogelijk gemaakt en hiermee toegevoegd aan de woningvoorraad. Het plan (fase 1) moet dus aangemerkt worden als een stedelijke ontwikkeling. De resterende maximaal 25 en 28 woningen (fase 2 en 3) worden niet direct bestemd, maar zijn opgenomen in een wijzigingsbevoegdheid. Omdat fases 2 en 3 beide ook uitgaan van de realisatie van meer dan twaalf woningen zijn ook deze fases aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. In de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid is expliciet opgenomen dat er pas gebruik gemaakt kan worden van de bevoegdheid, nadat de woningbehoefte door middel van een toets aan de ladder van duurzame verstedelijking in voldoende mate is aangetoond.
Het voorgenomen plan wordt hiermee als een 'stedelijke ontwikkeling' aangemerkt. De laddertoets voor fase 1 wordt hierna doorlopen. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor woningbouwontwikkelingen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De 'ladder' verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. De ontwikkeling van het plan is in de eerste plaats ingegeven om tegemoet te komen aan de lokale vraag naar woningen. Lokaal betekent in dit geval de vraag vanuit het dorp Luttelgeest en het bijbehorend buitengebied. Dit blijkt onder meer uit de adresgegevens van de geïnteresseerden. Van hen woont de meerderheid in Luttelgeest en het bijbehorend buitengebied.
Naast de primaire functie van het plan om te voorzien in de lokale behoefte is er mogelijk ook sprake van enige aantrekkingskracht op mensen van buiten de regio. Gezien de huidige marktsituatie kan Luttelgeest een uitstekend alternatief zijn voor woningzoekenden uit het midden en het westen van het land. Omdat het een kleinschalige ontwikkeling betreft die geen significant gemeentegrens overstijgend effect heeft is er geen bovengemeentelijke afstemming nodig.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
17
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. Zoals reeds beschreven geldt voor het voorliggende plan dat het ruimtelijk verzorgingsgebied eerder op lokaal (dorp en het bijbehorend buitengebied) dan op gemeentelijk niveau beschouwd moet worden. Vandaar dat hier de behoefte op lokaal niveau wordt beschreven. Voor de periode tot en met 2025 is de gemiddelde woningbehoefte voor Noordoostpolder 100 nieuwe woningen per jaar. Dit is een recente bijstelling naar aanleiding van de gunstige economische ontwikkelingen van de laatste tijd. Vertaald naar Luttelgeest is een toename van zo'n 15-20 woningen in de periode 2019-2025 (ongeveer 3 woningen per jaar) te motiveren. In de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 (d.d. 2013) is de zuidzijde van Luttelgeest aangewezen als ontwikkellocatie voor woningbouw.
Eerdere bestemmingsplannen om Luttelgeest aan de zuidzijde uit te breiden zijn in het recente verleden al tot uitvoering gekomen. Er bestaat echter nog steeds een aanwijsbare behoefte aan nieuwbouwmogelijkheden in het dorp. Via de vereniging Dorpsbelang Luttelgeest worden deze signalen al geruime tijd aan de gemeente kenbaar gemaakt. In het Coalitieakkoord 2018-2022 heeft het nieuwe college van Burgemeester en wethouders als uitdaging omschreven dat Noordoostpolder op het gebied van wonen aantrekkelijker moet worden gemaakt. Het college biedt ruimte om in te breiden en waar nodig naar behoefte uit te breiden in de dorpen. De dorpsvisies en ontwikkelperspectieven geven daarbij de richting aan. De beoogde uitbreiding van Luttelgeest is als uitbreidingslocatie opgenomen in het ontwikkelperspectief (zie paragraaf 4.3.3). Het uitbreidingsplan is in omvang beperkt en is passend bij de concrete vraag naar woningbouw. Vanuit het dorp is op het moment van schrijven (oktober 2018) belangstelling voor 20 nieuwe bouwkavels. De geïnteresseerden geven aan vooral behoefte te hebben aan twee-onder-één-kapwoningen. Een kleiner gedeelte van de geïnteresseerden geeft aan een vrijstaande woning te willen realiseren.
De meeste belangstellenden laten bij vertrek naar de nieuwe woonwijk een woning in het dorp achter, waarvoor vanuit specifieke doelgroepen naar verwachting belangstelling is (senioren, starters, een-gezinshuishoudens). De behoefte aan betaalbare nieuwe starterswoningen wordt elders opgevangen. Door te bouwen naar behoefte en ruimte te maken voor verschillende doelgroepen blijft het dorp leefbaar. Uit het bovenstaande blijkt dat er voldoende behoefte bestaat aan het voorgestelde programma van in eerste instantie maximaal achttien woningen. Voor een verdere cijfermatige onderbouwing verwijzen wij naar de paragraaf over de woonvisie (4.3.2.3). De gemeente hecht er aan om alleen te bouwen naar behoefte. Om deze reden is er voor gekozen de ontwikkeling gefaseerd op te pakken. Voor fase 1 worden maximaal achttien woningen mogelijk gemaakt. Fases 2 en 3 zijn in dit bestemmingsplan in een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Pas als op basis van een toets aan de ladder van duurzame verstedelijking wordt aangetoond dat er voldoende behoefte is aan woningen kan de bestemming omgezet worden naar woondoeleinden. Voor een eventuele fase 2 en/of 3 (en verder) zal een separate ruimtelijke procedure doorlopen moeten worden waarbij ook weer op grond van de ladder van duurzame verstedelijking de behoefte in kaart gebracht moet worden.
Vindt de stedelijke ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied plaats? Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. In voorliggend geval is sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' op een locatie die geen onderdeel uitmaakt van het 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk
BJZ.nu Bestemmingsplannen
18
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
groen en infrastructuur'. Hoewel sprake is van een ontwikkeling grenzend aan bestaand stedelijk gebied is hiermee feitelijk sprake van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. De stedelijke ontwikkeling ligt buiten bestaand stedelijk gebied, wat nu? "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Als de woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Argumenten die onderbouwen dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling, gaan bijvoorbeeld over: ^
kwalitatieve aspecten van de behoefte (denk bijvoorbeeld aan woonmilieus die niet binnen bestaand stedelijk gebied passen, zoals waterrijk wonen, grote landgoederen);
^
andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of volgens ruimtelijk beleid (zoals een structuurvisie) worden beoogd. Denk aan park, maatschappelijke functies, maar ook andere woonplannen die later worden beoogd;
^
aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplaatsen, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die zich voordoen op inbreidingslocaties.
In voorliggend geval wordt gekozen voor uitbreiding op een locatie buiten bestaand stedelijk gebied omdat er in het dorp Luttelgeest geen geschikte inbreidingslocaties (meer) zijn die op stedenbouwkundige en plan economische wijze verantwoord ontwikkeld kunnen worden. Aan de noordzijde van het dorp worden woningen gerealiseerd op een inbreidingslocatie. Het gaat om de voormalige katholieke kerk, het naastgelegen schoolterrein aan de Kerkstraat én het terrein tussen de schoollocatie en de kerk. Alle andere locaties in het dorp zijn te klein om te kunnen voorzien in de huidige woningbehoefte. Enkel aan de zuidzijde van het dorp zijn er nog mogelijkheden tot uitbreiding. Dit verkiest de gemeente boven verdichting op groene plekken binnen de dorpskern die vanuit het ontwerpprincipe van Luttelgeest hun stedenbouwkundige waarde nog steeds vervullen. De inwoners van Luttelgeest hechten aan het groene karakter van het dorp. De keuze om op deze locatie uit te breiden is tot stand gekomen in nauw overleg met het dorp en is vastgelegd in de ontwikkelperspectieven. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid en het plan in overeenstemming is met de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie FlevolandStraks
4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: ^ ^ ^
Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de
BJZ.nu Bestemmingsplannen
19
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: ^ ^ ^ ^
Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken
4.2.1.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het ontwikkelen van een uitbreidingslocatie in Luttelgeest, waarmee invulling wordt gegeven aan de lokale woningbehoefte. Gelet op vorenstaande sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek 'Het Verhaal van Flevoland').
4.2.2
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland
4.2.2.1 Algemeen In de komende jaren treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.
De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 'Ruimte' van het Omgevingsprogramma van belang.
4.2.2.2 Ruimte Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners BJZ.nu Bestemmingsplannen
20
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Landelijk gebied De projectlocatie maakt binnen het thema 'Ruimte' onderdeel uit van het 'landelijk gebied' zoals hieronder te zien is in afbeelding 4.1. Het plangebied is indicatief met rode omlijning weergegeven.
Afbeelding 4.1
Ligging plangebied binnen de kaart 'Ruimte' (Bron: Omgevingsprogramma provincie Flevoland)
De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Om het economisch draagvlak te verbreden wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. Vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied worden in principe niet toegestaan. De activiteiten moeten in principe kleinschalig van karakter zijn. De bebouwingsmogelijkheden dienen hierop te zijn afgestemd. Effecten die milieuhygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig (veiligheid en verkeersaantrekkende werking) ongewenst zijn, moeten worden voorkomen. Zo mogen nieuwe functies de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd zijn boven het gebruik maken van mogelijkheden in het stedelijk gebied. Zo ziet de provincie ook toe op een goede omgang met de Ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk. Ondanks dat feitelijk sprake is van een ontwikkeling in 'landelijk gebied' is het ook van belang om de beleidsuitgangspunten voor het 'stedelijk gebied' hierbij te betrekken.
Er is immers sprake van een uitbreiding van een bestaande kern die onderdeel gaat uitmaken van het 'stedelijk gebied'.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
21
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
Stedelijk gebied Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: ^
De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken.
^
Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund.
^
De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur.
Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen. Verstedelijking (wonen) In de afgelopen decennia is in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. De nadruk lag op ruime eengezinswoningen. Hoewel Flevoland een opvangtaak voor andere delen van Nederland behoudt, komt de woningbehoefte van de huidige inwoners steeds nadrukkelijker op de voorgrond te staan. Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters, omdat de bestaande woningvoorraad daar onvoldoende aan tegemoet komt. Naast de bouw van nieuwe woningen wordt kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Een deel van het bebouwde gebied is toe aan herstructurering. Vooral in oudere wijken moeten de bestaande woningvoorraad en de zorginfrastructuur worden aangepast. De combinatie van uitbreidingsopgave en herstructureringsopgave biedt de mogelijkheid om in te spelen op de veranderende, meer gedifferentieerde behoefte aan woningen en andere functies. Kernpunten zijn onder meer: ^ ^ ^
Huisvesting voor kleinere huishoudens; voldoen aan de behoefte aan goedkopere betaalbare (huur-)woningen voor starters, statushouders en andere groepen met een krappe beurs; differentiatie van woonmilieus.
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland' Het voorliggende plan voldoet aan de door de provincie voorgestane bundeling van stedelijke ontwikkeling en concentratie van nieuwe bebouwing aansluitend op bestaand bebouwd gebied. Het plangebied sluit direct aan op bestaand bebouwd gebied maar heeft momenteel echter een landelijke functie. In paragraaf 4.1.4 is echter reeds ingegaan op de reden waarom in dit geval wordt gekozen voor uitbreiding. Daarnaast wordt met de gewenste ontwikkeling ingezet op een gedifferentieerd woningaanbod voor de lokale behoefte. Zo wordt er een mix van (levensloopbestendige) vrijstaande, twee-onder-één-kap (allen koop) en rijtjeswoningen (koop/huur) gerealiseerd. Hiermee is er sprake van een aanbod voor verschillende doelgroepen en wordt bijgedragen aan de differentiatie van woonmilieus. De provincie heeft aangegeven dat achttien woningen, mits goed onderbouwd aan de hand van de 'ladder van duurzame verstedelijking', op deze locatie ruimtelijk passend en aanvaardbaar is. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland'.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
22
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
4.2.3
Omgevingsverordening Provincie Flevoland
4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.
4.2.3.2 Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.
2.
Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.
Toetsing van het initiatief aan artikel 7.5 van de Omgevingsverordening De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking of heeft ligt op circa 3,5 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals wordt aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.
4.2.4
Toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025
4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de BJZ.nu Bestemmingsplannen
23
Bestemmingsplan "Luttelgeest, uitbreiding" Concept 2
gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid. Ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.
4.3.1.2 Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke wonen leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegt bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en woningen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing: Vernieuwen van binnenuit De gemeente Noordoostpolder vindt het belangrijk dat (nieuwe) inwoners kunnen kiezen uit verschillende woonmilieus en dat tijdelijke inwoners adequaat en legaal gehuisvest kunnen worden. Er wordt daarom gestreefd naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. De unieke kwaliteiten die het wonen in de polder aangenaam maken, wil men hierbij benutten voor de bestaande bewoners, waaronder jongeren/starters en senioren, maar ook om nieuwkomers naar de gemeente te trekken. De onzekerheid op de woningmarkt en de afnemende woningbehoefte maakt een zorgvuldige, stapsgewijze ontwikkeling noodzakelijk.