10.1 Bestemmingsplan 'Emmeloord, Westzoom - noord'-1.pdf
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
Hoofdstuk 6 6.1
Wateraspecten
Algemeen
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2
Beleidskaders
6.2.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Vooral de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
6.2.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022 2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet.
6.2.3
Waterplan Flevoland
Flevoland is rijk aan water. Flevoland zet zich in voor schoon en aantrekkelijk water, voor veilige dijken en voor een watersysteem dat functioneert voor het dagelijks gebruik, wonen, landbouw en natuur. Klimaatverandering, bodemdaling en waterkwaliteit dwingen de provincie anders naar water te kijken. De grenzen aan het gebruik van het water komen in zicht: niet alles kan meer overal. Dit vraagt om nieuwe keuzes van de provincie, gemeenten en het waterschap waarbij duidelijk wordt hoever hun verantwoordelijkheid en inspanning gaan. Dit betekent vaker een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en (agrarische) ondernemers. Vorenstaande is verwerkt in een waterplan.
6.2.4
Beleid gemeente Noordoostpolder en waterschap Zuiderzeeland
De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (d.d. april 2006). Ten aanzien van het Stedelijk Waterplan is als aanvulling op dit plan, in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke 'Maatwerkovereenkomst stedelijk water' ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daarbij beter verankerd. Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder hebben begin 2019 samen het Watertakenplan Noordoostpolder 2019-2024 vastgesteld. Op grond van de Waterwet is er voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het 'gebiedseigen water' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voor zover gemeentelijke maatregelen doelmatig zijn en het niet de verantwoordelijkheid van het Waterschap of de provincie is om maatregelen te nemen.
In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Keur vervangen door de waterschapsverordening. De Watervisie en het waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Zuiderzeeland verbindt waterthema's en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater."
6.3
Waterparagraaf
6.3.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.3.2
Watertoetsproces
Het waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen van de digitale watertoets heeft er in eerste instantie toe geleid dat een 'normale procedure' in het kader van de watertoets van toepassing is. De uitgangspuntennotitie behorende bij de watertoets is opgenomen in bijlage 8 bij deze toelichting. De gemeente is met het waterschap in overleg over de effecten van de ontwikkeling voor de waterhuishouding en de in dit kader te nemen maatregelen. Hieronder worden de waterhuishoudkundige aspecten voor het plangebied beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
6.3.3
Waterhuishoudkundige aspecten
Waterveiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Wateroverlast Wateroverlast streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunten wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer ' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld.
Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Randvoorwaarden wateroverlast Vanwege de toename van verharding zijn compenserende maatregelen in het kader van waterberging noodzakelijk. In het waterhuishoudkundig plan is dit uitgewerkt (zie paragraaf 6.3.4). Het uitgangspunt is dat hemelwater op eigen terrein wordt geïnfiltreerd. Om infiltratiemogelijkheden te creëren worden gedeelten van het plangebied ingericht ten behoeve van waterberging. Met behulp van een maatwerkberekening wordt aangetoond dat de alternatieve berging bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie biedt. De huidige afvoersituatie mag niet verslechteren. Ook is het mogelijk om de parkeerplaatsen uit te voeren met halfverharding, om zo infiltratiemogelijkheden te creëren ter plaatse van het parkeerterrein. Tevens wordt het plangebied groen ingericht en wordt zo min mogelijk bebouwing en verharding rond de woningen toegepast. Overtollig hemelwater kan worden afgevoerd op de sloot ten noorden van het plangebied. Op deze manier zijn er voldoende mogelijkheden om hemelwater op eigen terrein te infiltreren.
Waterkwaliteit Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Watersysteem Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Het waterschap streeft naar dat het grond- en oppervlaktewater leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied biedt. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. In dit geval worden vervuilingseenheden toegevoegd, aangezien er 40 rijwoningen worden toegevoegd. De woningen worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Er is sprake van een gescheiden stelsel; hemelwater en afvalwater worden gescheiden.
Er worden geen uitlogende materialen toegepast in de bouwwerken. Goed omgaan met afvalwater Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: ^ ^ ^ ^ ^
Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1.000 voertuigen per dag; Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; Hemelwater van onverhard terrein; Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).
Het parkeren ten behoeve van de woningen vindt plaats aan de westelijke rand van het plangebied, op een gezamenlijk parkeerterrein met ruimte voor circa 64 plaatsen. Er komen meer dan 50 aaneengesloten parkeerplaatsen en daarom is sprake van verontreinigd hemelwater voor deze verharding. Dit water dient te worden gezuiverd. Voorzuivering van het hemelwater afkomstig van alle verhardingen vindt plaats in de wadi's. Het geïnfiltreerde hemelwater wat tot afvoer komt richting de kavelsloot is daarmee ontdaan van eventuele vervuiling afkomstig van bijvoorbeeld de parkeerplaatsen. In het waterhuishoudkundig plan is dit nader uitgewerkt (onder afvoer hemelwater. Klimaatadaptatie Door de gemeenteraad van Noordoostpolder is de visie klimaatadaptatie vastgesteld. Doel hiervan is door bepaalde opgaves het doel in 2050 klimaatneutraal en waterrobuust te zijn, te bereiken. Opgaven die hieraan bijdragen zijn de volgende:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
^ ^
^ ^
De gemeente zorgt voor een warmtewerende inrichting van de kernen. De inwoners, werkgevers en werknemers weten hoe zij gezond kunnen blijven tijdens perioden van hitte. De gemeente houdt een goede balans tussen waterkwaliteit en kwantiteit. De inwoners en ondernemers weten wat ze kunnen doen om hemelwater op eigen terrein vast te houden en zo mogelijk te benutten; De gemeente zorgt dat ook tijdens extreme weersomstandigheden vitale en kwetsbare functies beschikbaar blijven; De gemeente behoudt een weerbaar ecosysteem en voorkomt de verspreiding van ziektes en plagen.
In dit geval is het plan groen ingericht, met veel openbare ruimte voor waterberging om zo in te spelen op extreme weersomstandigheden. Ook draagt deze groene inrichting bij aan het voorkomen van hittestress. Door een goed watersysteem wordt ook gestreefd naar een goede waterkwaliteit en kwantiteit. In het waterhuishoudkundig plan is dit laatste punt nader uitgewerkt. Het plan is hiermee in overeenstemming met het gemeentelijk beleid ten aanzien van klimaatadaptatie.
6.3.4
Waterhuishoudkundig plan
In de voorgaande paragraaf zijn de uitgangspunten en eisen vanuit het waterschap uitgewerkt. Voor het bestemmingsplan, in combinatie met de ten zuiden gelegen ontwikkeling van de tiny houses (bestemmingsplan Westzoom-Zuid), is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Het volledige waterhuishoudkundig plan is als bijlage 9 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste uitgangspunten ingegaan: ^ ^ ^ ^
^ ^ ^ ^ ^
De ontsluitingsweg wordt verbreed van ca. 3 naar 5,5 m; De parkeervakken worden voorzien van halfverharding (grasbetontegel, nader uit te werken in overleg tussen gemeente en waterschap); In het deelgebied Westzoom Noord worden drie wadi's voorgesteld. De wadi's worden 0,50 m diep ten opzichte van maaiveld. De wadi's hebben een talud 1:3. Bovenkant insteek ligt op 1,00 m vanaf de verhardingen; Het waterpeil in de kavels naast de sloot is NAP - 5,70, maar langs Hannie Schaftweg - 5,20. Met het verschil in peil wordt rekening gehouden; De sloot valt zomers droog, deze kan daarom niet als bluswatervoorziening gebruikt worden; Het gebied wordt in de nieuwe situatie aangemerkt als stedelijk gebied, bluswater wordt via de drinkwaterleiding geregeld; De gemeente is verantwoordelijk voor de vuilwaterafvoer. Dit gaat waarschijnlijk via het gemaal aan de Pilotenweg 9; Het waterpeil in de wadi's stijgt bij een T^00-bui maximaal 0,30 m. Er is dan nog 0,20 m ruimte voor vulling bij nog extremere buien tot het maaiveld.
Hierna is het vorenstaande nader uitgewerkt per thema. Watercompensatie In het 'Waterkader voor ruimtelijke plannen' d.d. 11-07-2013 schetst het Waterschap Zuiderzeeland de kaders voor nieuwbouwplannen. In het rapport zijn kaarten opgenomen waarin de compensatie van de netto toename van de verharding per peilgebied is weergegeven. Voor dit gebied geldt een compensatie van 5,5%. In het plangebied wordt geen nieuw oppervlaktewater gegraven. Het hemelwater van het toegenomen verhard oppervlak in het plan wordt in wadi's opgevangen, vastgehouden en vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem (maximale landelijke afvoer van 1,5 l/s/ha over bruto plangebied). De versnelde afvoer kan problemen geven in het peilgebied of het benedenstroomse peilgebied. Er kunnen sneller en grotere peilstijgingen optreden waardoor wateroverlast kan ontstaan. De nadelige gevolgen van een plan moeten door de initiatiefnemer worden gecompenseerd. Er dient rekening gehouden te worden dat een bui van 100 mm in 24 uur geborgen dient te worden in een voorziening, minus de landelijke afvoer van 1,5 l/s/ha. De landelijke afvoer geldt over het bruto plangebied en de berging wordt gerekend over de toename van het verhard oppervlak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
Voor Westzoom Noord geldt dat het afvoerend verhard oppervlak 0,76 ha bedraagt. In de huidige situatie is er sprake van 0,20 ha verhard oppervlak. Dat betekent dat 0,565 ha gecompenseerd dient te worden. Op basis van een bergingseis van 100 mm bedraagt de bergingsopgave in dat geval 565 m3. Het deelgebied heeft een bruto oppervlak van 1,61 ha. Op basis van een landelijke afvoer van 1,5 l/s/ha neemt de bergingsopgave af tot 357 m3. Straat- en vloerpeilen Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de ontwateringsdiepte. Daarnaast is er sprake van een droogleggingseis van minimaal 1,20 m. Dat betekent dat het verschil tussen oppervlaktewaterpeil en maaiveld 1,20 m moet zijn. Voor de vloerpeilen wordt geadviseerd om deze 0,30 m boven de as van de weg te leggen (1,50 m drooglegging). Uitgaande van het waterpeil op NAP - 5,70 m zou dat betekenen dat straatpeilen op minimaal NAP - 4,50 m en vloerpeilen op minimaal NAP - 4,20 m zouden moeten liggen. Omdat de bestaande maaiveldhoogtes al hoger liggen, en aangesloten moet worden bij op de omgeving en het hoger gelegen peilgebied aan de westkant, wordt voorgesteld om de weg op het bestaande peil van NAP - 4,00 m te houden en de vloerpeilen van de woningen hier 0,30 m boven te leggen op NAP - 3,70 m.
De drooglegging voldoet dan nog steeds aan de minimale eis, ook ten opzichte van het naastgelegen peilgebied met hoger peil. Verwacht kan worden dat de grondwaterpeilen een opbolling hebben tussen beide slootpeilen. Hemelwater Voor het ontwerp van het HWA-stelsel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ^ De ontsluitingsweg wordt verbreed van circa 3,00 m naar 5,50 m. De noordzijde van de Pilotenweg voert in de huidige situatie oppervlakkig af richting de watergang aan de oostzijde. Deze situatie blijft ongewijzigd; ^ De parkeervakken worden voorzien van halfverharding (grasbetontegel); De paden worden voorzien van een halfverharding (breuksteen of grind) en liggen op één oor richting de wadi's; De tiny houses worden voorzien van dakgoten. De dakgoten voeren het hemelwater af richting maaiveld; In de wegen waar een hemelwaterriool ligt worden kolken toegepast; ^ In het deelgebied Westzoom Noord worden drie wadi's voorgesteld. De wadi's worden 0,50 m diep ten opzichte van maaiveld. De wadi's hebben een talud 1:3. Bovenkant insteek ligt op 1,00 m vanaf de verhardingen. Ten behoeve van de gelijkmatige vulling van de wadi's worden de wadi's binnen het plangebied met elkaar verbonden door middel van een HWA-riool. De bodem van de wadi's ligt op NAP - 4,50 m.
De uitstroomvoorziening in de wadi aan de noordkant (nummer 1) betreft een put met roosterdeksel en ligt op 0,30 m boven wadibodem (0,20 m-mv). De instroomvoorziening van de wadi's betreft ook een put met roosterdeksel. In verband met vervuiling en het voorkomen van verstopping ligt de instroomvoorziening op 0,10 m boven wadibodem (0,40 m-mv). Geadviseerd wordt om onder de wadi's grondverbetering toe te passen (bijvoorbeeld drainagezand met een doorlatendheid van 5,00 m/dag). Door het toepassen van grondverbetering infiltreert het hemelwater vanuit de wadi in de bodem. In de grondverbetering ligt een drain die het hemelwater afvoert naar de kavelsloot aan de oostzijde van het plangebied. Voorzuivering van het hemelwater vindt plaats in de wadi's. Het geïnfiltreerde hemelwater wat tot afvoer komt richting de kavelsloot is daarmee ontdaan van eventuele vervuiling afkomstig van bijvoorbeeld de parkeerplaatsen. De bovenkant van de drain ligt op ca. 0,50 m beneden de bodem van de wadi (NAP 5,00 m) en heeft een minimale diameter PE 0 80 mm. Daarmee ligt de drain in zijn geheel boven het peil in de kavelsloot (NAP - 5,70 m). De diameter van het HWA-riool is PVC 0 315 mm. De diameter van het HWA-riool is in InfoWorks CS hydraulisch getoetst. Bij bui10 (1=10) bedraagt de minimale waakhoogte in de putten ca 0,20 m.
Dit komt overeen met de hoogte van de uitstroomvoorziening in de wadi aan de noordzijde op 0,20 m-mv (NAP 4,20 m).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
In de wadi's kan de berging worden gerealiseerd zoals weergegeven in tabel 3 van de rapportage. In Westzoom Noord bedraagt de berging tot waterpeil 351 m3 en tot aan maaiveld 617 m3. Wadi 8 aan de zuidzijde van het plangebied is zo gedimensioneerd dat het tekort aan waterberging in wadi 1 en 2 gecompenseerd wordt in de berging van wadi 8. Daarmee voldoet het deelgebied Westzoom Noord aan de bergingsopgave. De bergingsopgave dient behaald te worden in de berging die beschikbaar is onder de uitstroomvoorziening richting de kavelsloot. De uitstroomvoorziening fungeert als noodoverloop en de drain verzorgt de landelijke afvoer. Voor het berekenen van de bergingsopgave is uitgegaan van een statische berekening. Dat betekent dat de leegloopcapaciteit van de wadi richting de grondverbetering en de wadi niet gebruikt is om de berging in de wadi's te bepalen. De leeglooptijd voor de wadi's varieert van 15 tot 16 uur. Daarmee voldoen de wadi's aan het uitgangspunt dat deze binnen 24 uur geledigd zijn. Afvalwater Gemeente Noordoostpolder pakt de civiele uitwerking van het DWA-riool op zich. Het afvalwater wordt via het rioolstelsel van Emmeloord afgevoerd naar de RWZI Tollebeek. Uitgaande van 40 rijwoningen in Westzoom Noord en gemiddeld 2,5 inwoner per woning wordt er rekening gehouden met 100 inwoners. Voor de afvalwaterproductie wordt gerekend met 12 l/inwoner/uur.
Dat komt neer op 160 inwoners * 12 l/uur = 1,92 m3^ur. Dat betekent dat er rekening gehouden moet worden met ca. 20 m3 afvalwater per etmaal (afgerond naar boven). Dit is vrij veel afvalwater om op een drukrioolsysteem aan te sluiten. Er dient dan gebruik te worden gemaakt van een bufferput bij het rioolgemaal. Bij te lange draaitijden van het rioolgemaal kunnen de overige lozers in het drukrioolsysteem worden weggedrukt en afvoerproblemen krijgen. Gemeente Noordoostpolder werkt het vuilwatersysteem verder uit. Gekeken wordt of het afvalwater onder vrijverval aangesloten kan worden op het bestaande rioolgemaal aan de Pilotenweg 9 met een minimale diameter PVC 0 250 mm. De bodem van de pompput ligt daar ongeveer 3 m-mv. Indien aansluiten onder vrijverval niet lukt, dient er centraal in het plan een nieuw DWA-rioolgemaal geplaats te worden met een afvoer naar de pompput ter hoogte van de Pilotenweg 9. Bluswater Door de veiligheidsregio is aangegeven dat rekening gehouden moet worden met bluswatervoorzieningen. In overleg met de gemeente is echter vastgesteld dat de bestaande watergang (kavelsloot) in de zomer droogvalt en niet geschikt is voor bluswater. Omdat het gebied in de toekomstige situatie behoort tot het stedelijk gebied, dient een waterleidingstelsel te worden aangelegd met voldoende capaciteit om als bluswatervoorziening dienst te doen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1 inleidende regels; 2 bestemmingsregels; 3 algemene regels; 4 overgangs- en slotregels.
7.2.2
inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: ^
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
^
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in: ^
Bestemmingsomschrijving Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.
^
Bouwregels In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
7.2.4
Algemene regels
Hoofstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ^
Anti-dubbeltelregel (Artikel 9) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
^
Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan.
^
Algemene afwijkingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
^
Overige regels (Artikel 12) In dit artikel is een parkeerregeling opgenomen.
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
'Agrarisch' (Artikel 3) Ter plaatse van de agrarische gronden ten zuiden van de zorgboerderij is de agrarische bestemming gehandhaafd. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor het agrarische gebruik. De gronden zijn onderdeel van het plangebied, omdat het wenselijk is om het gebruik ten behoeve van de zorgboerderij, als onderdeel van de agrarische bestemming, te reguleren. Daarnaast is specifiek chemische gewasbescherming in een bepaalde zone uitgesloten, om te voorzien in een aanvaardbaar planologisch woonen leefklimaat ter plaatse van de woningen in zowel Westzoom-Noord als Westzoom-Zuid. 'Groen' (Artikel 4) De gronden ter plaatse van de belangrijkste groenstructuren binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. Ook al het openbaar gebied is voorzien van deze bestemming. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, evenementen en water. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel is het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals speeltoestellen en lichtmasten toegestaan. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen uit het erfinrichtingsplan. Met een vergunning kan hier onder voorwaarden van afgeweken worden.
Gekozen is om deze bepaling in dit artikel op te nemen, aangezien de maatregelen ook in het groene gebied, buiten de woonbestemmingen, worden uitgevoerd. 'Maatschappelijk - Zorgboerderij' (Artikel 5) Deze bestemming is gegeven aan de gronden die bij de zorgboerderij betrokken worden en waar het agrarisch gebruik gehandhaafd blijft. In de bestemmingsomschrijving is dit geborgd door specifiek grondgebonden agrarisch gebruik ten behoeve van de zorgboerderij toe te staan. In de bouwregels is bepaald dat het bouwen van gebouwen niet is toegestaan. Voor het overige sluiten de bouw- en gebruiksregels aan bij de momenteel geldende agrarische bestemming. 'Verkeer' (Artikel 6) Ter plaatse van de ontsluitingsweg en het beoogde parkeerterrein aan de westzijde van het plangebied zijn de gronden voorzien van de bestemming 'Verkeer'. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegen en straten, voet- en rijwielpaden, kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen met onder andere daarbij behorende parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel is het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals lichtmasten toegestaan. 'Wonen' (Artikel 7) Aan de gronden ter plaatse van de rijwoningen is de bestemming 'Wonen' toegekend. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen in woningen.
In de bouwregels is onder meer bepaald dat hoofdgebouwen binnen een bouwvlak moeten worden gebouwd. Het maximaal aantal wooneenheden is per bouwvlak aangegeven door middel van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden'. De maximale goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen zijn vastgelegd door middel van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', in dit geval respectievelijk 6 en 7,5 meter. Bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gezamenlijke bergingen, waar de aanduiding 'bijgebouwen' is opgenomen. De bouwhoogte van deze bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3 meter bedragen. In de rest van het plangebied zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Voor wat betreft bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het vanuit het oogpunt van de ruimtelijke kwaliteit tevens niet gewenst om deze te kunnen realiseren in het gezamenlijk groen. Er zijn alleen binnen het bouwvlak bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan binnen het bouwvlak in de vorm van erf- en terreinafscheidingen tot een maximale hoogte van 1 meter. In de rest van het plangebied zijn geen bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8' (Artikel 8) In het gehele plangebied is, overeenkomstig de Archeologische Beleidsadvieskaart van de gemeente Noordoostpolder, de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8' toegekend. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten over de kosten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
Hoofdstuk 9
Vooroverleg, inspraak, participatie en zienswijzen
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2
Provincie Flevoland
Het plan is in het kader van vooroverleg naar de provincie Flevoland gestuurd. De provincie is akkoord met de plannen.
9.1.3
Waterschap Zuiderzeeland
Het plan is in het kader van vooroverleg naar het waterschap Zuiderzeeland gestuurd. De reactie van het waterschap is in het plan verwerkt, waarna het waterschap een akkoord heeft gegeven op het bestemmingsplan.
9.2
Inspraak
De gemeente kan bepalen of al dan niet een voorontwerpplan ter inzage wordt gelegd. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
9.3
Participatie
Er zijn gesprekken gevoerd en gepland met omliggende functies (de zorgboerderij en de volkstuinen). Er zijn nog geen aantekeningen en/of handtekeningen beschikbaar van de participatie momenten beschikbaar. Gesprekken zijn tot op heden informatief. Met de zorgboerderij wordt afgestemd dat er aan de oostzijde van het plangebied een groene afscherming komt, om visuele prikkels te beperken. Deze afscherming is op het inrichtingsplan ingetekend. In de regels is de aanleg en het behoud/beheer van deze afscherming geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Vorenstaande geldt ook voor de ten noorden gelegen zorginstelling. Er komt een afscherming van 10 meter, bestaande uit een robuuste groensingel, die ook als zodanig is bestemd. Ook hiervan is de uitvoering en behoud/beheer middels dezelfde voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd. Tijdens de bouwfase wordt overlast voor deze zorginstelling zoveel mogelijk beperkt. Dit kan door bijvoorbeeld het gebruik van schermen om het zicht weg te nemen. Voor het overige zal alles in afstemming gedaan worden. De woningen worden grotendeels in de fabriek gebouwd, zodat de werkzaamheden ter plaatse zoveel als mogelijk gereduceerd kunnen worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
9.4
Zienswijzen
Het bestemmingsplan heeft voor zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode zijn er verschillende zienswijzen ingediend. Deze hebben geleid tot een aantal aanpassingen. In bijlage 10 is de zienswijzennota opgenomen, waarin uitgebreid ingegaan wordt op de zienswijzen, de gemeentelijke reactie en de daarbijbehorende aanpassingen. Het vooroverleg is hiermee positief afgerond.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord Vastgesteld
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Groenplan
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4
Notitie externe veiligheid
Bijlage 5
AERIUS-berekening
Bijlage 6
Quickscan Natuurwaardenonderzoek
Bijlage 7
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 8
Watertoets
Bijlage 9
Waterhuishoudkundig plan
Bijlage 10
Zienswijzennota
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord
66
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord
Bijlagen bij de toelichting
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
67
bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord
Bijlage 1
68
Groenplan
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
Voorwaardelijke verplichting
Pn n n n a E ____ V.
Bestaande bomen (knotwilgen) handhaven
y1 ~—i
\ II II ILLL II US
. r r,
P—ō
Bosplantsoen Bomen
aandeel
hoogte in
Cb
Carpinus betulus
haagbeuk
584
60-100
Tc
Tilia cordata
winterlinde
10o/»
80-100
Qr
Quercus robur
eik
1084
80-120
Ac
Acer campestre
veldesdoorn
584
60-100
Ag
Alnus glutinosa
els
10Vo
80-100
Ap
Acer pseudoplatanus
gewone esdoorn
10Vo
80-100
Struiken Pp
Prunus padus
vogelkers
5%
50-80
Ee
Euonymus europaea
kardinaalmuts
584
50-80
Rc
Rosa canina
hondsroos
584
60-100
Vo
Viburnum opulus
gelderse roos
10 84
50-80
Rhc
Rhamnus cartharticus
wegedoom
5Vo
50-80
Cs
Comus sanguinea
rode kornoelje
584
60-100
Cm
Comus mas
gele kornoelje
570
50-80
Lv
Ligustrum vulgare
gewone liguster
5%
50-80
Ca
Corylus avellana
hazelaar
5”7o
60-100
.Wintergroene gemengde haag Lv
Ligustrum vulgare
gewone liguster
5084
50-80
Gl
Crataegus Laevigata
meidoorn
25 84
50-80
Fs
Fagus sylvatica
beuk
25 84
50-80
Verplichtingen (aantal en afstanden) De gemengde haag bestaat uit alleen een struikenlaag. De planten worden in de bovenstaande aandelen en hoogtes aangeplant. De onderlinge afstand van de rijen is 50 centimeter. De onderlinge afstand binnen de rijen is 25 centimeter.
Bestaande bomen (knotwilgen) handhaven
Verplichtingen (aantal en afstanden) Het bosplantsoen bestaat uit een bomen- en een struikenlaag. De planten worden in de bovenstaande aandelen en hoogtes aangeplant. De onderlinge afstand van de rijen is maximaal 150 centimeter. De onderlinge afstand in de rijen is maximaal 150 centimeter. Per 2,25 m2 wordt tenminste één boom/struik geplant.
Bestaande bomen (knotwilgen) handhaven
bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
70
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
ţģįlfl BJZnu ruimtelijke plannen en advies
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Pilotenweg 9, Emmeloord
Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte
BJZ.nu - Ruimtelijke plannen en advies
December 2022
Status: Definitief
Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
T 0546 454 466
E info abjz.nu
Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Emmeloord
Status: Datum: Projectnummer: Versie:
Definitief December 2022 2022-633 1
Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16 7609 RG ALMELO T: E: I:
0546 - 45 44 66 info®bjz.nu www.bjz.nu
Vestiging Zwolle Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ ZWOLLE
Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML NIEUWEGEÍN
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding.......................................................................................................................4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader...........................................................................................................5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen................................................................................................................................................ 5 Zone langs wegen................................................................................................................................... 5 Grenswaarden........................................................................................................................................ 5 Berekenen geluidsbelasting.................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid.................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten..........................................................................................................7 3.1 3.2
Situatie projectgebied............................................................................................................................ 7 Verkeersgegevens................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 4 Resultaten................................................................................................................... 9 4.1 4.2
Berekeningen.......................................................................................................................................... 9 Geluidsbelasting..................................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 5 Conclusie................................................................................................................... 11 Bijlagen
...................................................................................................................................12
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Rekenmodellen............................................................................................................................12 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 13 Resultatentabellen..................................................................................................................... 14
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
Hoofdstuk 1
Inleiding
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het onbebouwde perceel op de hoek van de Pilotenweg en de Hannie Schaftweg te Emmeloord. Het voornemen betreft om dit gebied te ontwikkelen tot woongebied, waarin 40 woningen worden gerealiseerd voor aandachtsgroepen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven.
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen en het gezondheidscentrum te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L -waarde in dB bepaald. De L -waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: den
den
^ ^ ^
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: ^ ^
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening'.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
'woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat'. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: ^
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: ^ ^ ^
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Noordoostpolder beschikt niet over een eigen geluidsbeleid voor wegverkeerslawaai en volgt hierin de Wet geluidhinder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
Hoofdstuk 3 3.1
Uitgangspunten
Situatie projectgebied
Het plan voorziet in de ontwikkeling van 40 woningen op een onbebouwd agrarisch perceel achter de Pilotenweg 9 in Emmeloord. De woningen zijn bedoeld voor aandachtsgroepen. Naast de woningen worden ook bergingen en parkeervoorzieningen gerealiseerd. Het ontwerp van de woningen is nog niet definitief en daarom wordt uitgegaan van woningen met twee bouwlagen en een kap (bouwhoogte max. 9 meter). In afbeelding 3.1 is de situatieschets met het verkavelingspatroon weergegeven.
Afbeelding 3.1
Verkavelingspatroon (Bron: Initiatiefnemer)
Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Pilotenweg en de Hannie Schaftweg. Deze wegen hebben een snelheidsregime van achtereenvolgens 50 km/uur en 80 km/uur. In de onderstaande tabel is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Reductie geluidsbelasting Pilotenweg Reductie geluidbelasting Hannie Schaftweg Tabel 3
Binnenstedelijk gebied 63 Ja 5 dB 2 dB
Uitgangspunten Akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
3.2
Verkeersgegevens
De verkeersintensiteiten zijn aangeleverd door de gemeente Noordoostpolder en zijn afkomstig uit het verkeersmodel voor het jaar 2040. Als worst-case scenario zijn ook deze gegevens aangehouden. Voor de voertuigverdeling is gebruik gemaakt van ervaringscijfers op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken door BJZ.nu. De ingevoerde gegevens zijn weergegeven in tabel 4. Weg- en verkeersgegevens Etmaalintensiteit 2040 weekdag (prognose) Uurintensiteit dag/avond/nacht (/) Lichte motorvoertuigen (/) Middelzware vrachtwagens (/) Zware vrachtwagens (“/o) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) Wegdektype Tabel 4
Hannie Schaftweg
Pilotenweg
5.920
5.510
6,84/2,86/0,81
6,63/3,58/0,77
95,72/97,99/95,46
92,86/96,7/92,74
3,04/1,54/3,45
3,29/1,78/4,03
1,24/0,47/1,1
3,85/1,51/3,23
80
50
Referentiewegdek
Referentiewegdek
Weg- en verkeergegevens relevante wegen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
Hoofdstuk 4 4.1
Resultaten
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: ^ ^ • ^
Wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; harde bodemgebieden; toetspunten op de woningen op 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter hoogte.
In bijlage 1 is een uitsnede van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 2 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Om de geluidbelasting te bereken op de te realiseren wooneenheden, zijn er in totaal 84 toetspunten gelegd. In afbeelding 4.1 is weergegeven waar deze toetspunten liggen.
Afbeelding 4.1
Ligging toetspunten (Bron: Geomilieu/BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
De geluidbelasting ten gevolge van de Pilotenweg bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 41 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Hannie Schaftweg bedraagt, inclusief 2 dB reductie, hoogstens 48 dB. Met deze waarden wordt voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh. Een hogere waarden procedure is in dit geval niet benodigd omdat voor beide wegen voldaan wordt aan de voorkeurswaarde. De cumulatieve geluidbelasting, exclusief reductie, bedraagt hoogstens 50 dB. De resultaten en uitsneden van de resultaten zijn weergegeven in bijlage 3.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
Hoofdstuk 5
Conclusie
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het onbebouwde perceel op de hoek van de Pilotenweg en de Hannie Schaftweg te Emmeloord. Het voornemen betreft om dit gebied te ontwikkelen tot woongebied, waarin 40 woningen worden gerealiseerd voor aandachtsgroepen. De geluidbelasting ten gevolge van de Pilotenweg bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 41 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Hannie Schaftweg bedraagt, inclusief 2 dB reductie, hoogstens 48 dB. Met deze waarden wordt voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh. Een hogere waarden procedure is in dit geval niet benodigd omdat voor beide wegen voldaan wordt aan de voorkeurswaarde. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatste van de te realiseren woningen met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
Bijlagen Bijlage 1
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Weg verkeersla waai (gebouwen met hoogte)
BJZ.nu B.V.
22 dec 2022, 09:01
524700
524600
524500
524400
177600 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Gebied - Wegverkeerslawaai], Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
177700
Rekenmodel weg verkeersla waai
BJZ.nu B.V.
22 dec 2022, 09:00
177200 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Gebied - Wegverkeerslawaai], Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
177600
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pilotenweg 9, Noordoostpolder Definitief
Bijlage 2
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Modeleigenschappen
Rapport: Model:
Lijst van model eigenschappen Wegverkeerslawaai
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Wegverkeerslawaai gkikkert #2| Wegverkeerslawaai|RMG-2012,
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
gkikkert op 3-6-2022 gkikkert op 22-12-2022 Geomilieu V2022.1 rev 1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07 00 - 19 00 19 00 - 23 00 23: 00 - 07 00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4,5 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000
wegverkeer|
1,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
22-12-2022 09:03:22
Modeleigenschappen
Commentaar
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V,
22-12-2022 09:03:22
Itemeigenschappen
Model: Groep:
Wegverkeerslawaai versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer