Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte NF
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte Transitievisie Warmte Noardeast-Fryslân is druk bezig met opstellen van de Transitievisie Warmte (TVW). Dit document is de aftrap van de warmtetransitie. In de TVW beschrijven we op hoofdlijnen hoe de gebouwen in onze gemeente van het aardgas kunnen worden afgebracht. We brengen per wijk of per dorp in kaart welke alternatieven voor aardgas het meest geschikt zijn en met welke dorpen we als eerst aan de slag gaan met de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). In deze WUP’s worden concrete keuzes gemaakt qua planning en warmtetechniek. Voor het eind van 2021 stelt u als gemeenteraad de TVW vast. In februari ’21 heeft u reeds ingestemd met het plan van aanpak Transitievisie Warmte. Het is echter ook belangrijk om u gedurende het jaar goed mee te nemen. Dit om ervoor te zorgen dat de rol van de gemeenteraad veel breder is dan alleen het afvinken van het onderwerp eind 2021. Het is zaak dat de TVW niet alleen maatschappelijk maar ook bestuurlijk gedragen wordt. Om die reden zal u als raad op 11 mei onderling in debat gaan om te bepalen wat belangrijk gevonden wordt in deze warmtetransitie.
Op basis van welke uitgangspunten moet straks de keuze worden gemaakt om samen met een bepaald dorp te beginnen met een uitvoeringsplan? Vindt de raad draagvlak belangrijk, of ligt de nadruk meer op betaalbaarheid? Om structuur te geven aan deze discussie is deze notitie opgesteld. In deze notitie worden alvast voorbeelden gegeven van uitgangspunten, waarmee handvatten worden geboden voor het debat. Allereerst staan we even stil bij het proces tot nu toe, en specifiek bij hoe we werken aan het maatschappelijk draagvlak voor de TVW. Het proces tot nu toe Begin 2021 zijn we aan het traject van de Transitievisie Warmte begonnen samen met adviesbureau Tauw. Na de eerste verkenning is Syntraal (dochteronderneming van Tauw) gestart met de dataanalyse. Hierin is per wijk geanalyseerd welke warmteoplossingen de goedkoopste alternatieven zijn voor aardgas. Dit is echter nog maar een eerste inschatting. In deze analyse zitten nu alleen nog maar technisch-economische data. De lokale data - welke initiatieven er al spelen in de gemeente, in welke dorpen al energiecoöperaties actief zijn, maar bijvoorbeeld ook de vervangingsplanning van riool en wegen - moeten nog aan de analyse worden toegevoegd. Om deze informatie te vergaren, zijn er meerdere sessies met interne en externe stakeholders ingepland.
Door deze stakeholders actief te betrekken, beschikken we over actuele informatie over wat er speelt in de gemeente en werken we aan draagvlak voor de TVW. Projectgroep Op 4 maart is een sessie georganiseerd voor de projectgroep, met daarin interne collega’s (o.a. wonen, economie, gebouwenbeheer, openbare ruimte en dorpencoördinatoren), Wetterskip Fryslân, de woningcorporaties en de netbeheerders. In de sessie is een inhoudelijke presentatie gegeven over de TVW, waardoor onze stakeholders op hetzelfde kennisniveau instappen en geactiveerd worden om hun activiteiten af te stemmen op de TVW. Vervolgens is in kaart gebracht wat de stakeholders als belangrijke criteria en uitgangspunten zien in de warmtetransitie. Ook hebben ze aangegeven welke partijen betrokken moeten worden bij de uitvoering. Ten slotte konden partijen aangeven welke plannen er al spelen en welke koppelkansen dus kunnen worden benut.
Routekaartsessies Aanvullend op de projectgroep zijn er op 30 maart en 6 april twee routekaartsessies georganiseerd, waarbij naast de stakeholders uit de projectgroep ook dorpsbelangen en energiecoöperaties zijn uitgenodigd. De eerste sessie stond in het teken van kennisdeling en kennismaking. In de tweede sessie is verder geïnventariseerd welke initiatieven spelen in de gemeente en op welk moment we daarop kunnen aansluiten (routekaart). Ook kon men aangeven wat de beoogde rode draad zou moeten zijn in onze warmtetransitie. Enkele bevindingen zijn dat inwoners vooral stap voor stap, op hun eigen tempo en vanuit de Mienskip willen werken. Daarbij zou de rol van de gemeente vooral faciliterend en ondersteunend zijn, maar er wordt ook van de gemeente verwacht dat ze het goede voorbeeld geven door hun eigen gebouwenvoorraad te verduurzamen. Meedenkgroep Op 20 april heeft de eerste sessie met de meedenkgroep plaatsgevonden. De meedenkgroep is een soort klankbordgroep van inwoners, die actief meedenken in het proces. Energiecoöperaties en dorpsbelangen waren goed vertegenwoordigd op deze avond. In de vergadering kwam ook weer duidelijk naar voren dat inwoners vooral zelf de keuzes willen maken in de warmtetransitie. De gemeente zou niet te veel keuzes al moeten vastleggen in de TVW. Dit sluit mooi aan op onze interpretatie van de TVW.
We geven onze inwoners in de TVW al wel richting mee, maar in de Wijkuitvoeringsplannen worden de concrete keuzes nadrukkelijk in samenspraak met inwoners gemaakt. In Noardeast-Fryslân is al veel energie aanwezig. Het is zaak voor de gemeente om die energie te benutten en niet in de weg te gaan lopen. Informatieavond Ten slotte wordt er in mei of juni nog een informatieavond georganiseerd voor al onze inwoners. Deze avond is vooral bedoeld om informatie te zenden en om onze inwoners op de hoogte te stellen van wat er komen gaat. Nadat alle sessies hebben plaatsgevonden, bundelen we alle informatie die we hebben vergaard. Om alle data met elkaar te kunnen vergelijken wordt een afwegingskader opgesteld, die het belang van verschillende criteria of uitgangspunten rangschikt. U als raad speelt een belangrijke rol in de totstandkoming van dit afwegingskader. Met uw input tijdens ‘It Debat’ van 11 mei geeft u namelijk aan wat de belangrijkste uitgangspunten worden in de TVW. Voorbeelden van uitgangspunten Om het debat enigszins vorm te geven, beschrijven we alvast enkele uitgangspunten. Naast het benoemen van deze uitgangspunten, staan we ook kort even stil bij de dilemma’s die er spelen. Sommige uitgangspunten zijn namelijk tegenstrijdig aan de ander. Er moet dus een politieke keuze worden gemaakt waar we onze focus op leggen.
Vanzelfsprekend is de lijst met uitgangspunten niet alomvattend. Het staat u als raad vrij om met nieuwe inzichten te komen. Daar zijn we juist naar op zoek. Hier volgen een aantal voorbeelden. Betaalbaarheid: In het Klimaatakkoord is opgenomen dat er gestreefd wordt naar woonlastenneutraliteit. Dit houdt in dat de kosten voor het duurzame warmtealternatief niet hoger mogen zijn dan de kosten voor aardgas.
Het is op dit moment nog de vraag of we bij elke woning kunnen garanderen dat alle investeringen (in afzienbare tijd) worden terugverdiend. Woonlastenneutraliteit is dus (nog) geen automatische garantie, maar het is sowieso een goed streven binnen het uitgangspunt betaalbaarheid. Specifiek kan het uitgangspunt betaalbaarheid worden opgedeeld in twee soorten kosten: de maatschappelijke kosten en de eindgebruikerskosten. Deze kosten zijn niet altijd gelijk. Een voorbeeld: oplossingen die veel elektriciteit vragen, behoeven uitbreiding van het elektriciteitsnet. De kosten voor netverzwaring worden echter verdeeld over de hele maatschappij, waardoor de eindgebruiker niet één-op-één de kosten draagt. Hoewel het natuurlijk belangrijk is wat de inwoner, de eindgebruiker, uiteindelijk betaalt, moet er ook rekening gehouden worden met de impact die een oplossing heeft elders in de keten. Er zit dus een verschil tussen maatschappelijke kosten en eindgebruikerskosten. Zodoende kan de gemeenteraad binnen het uitgangspunt betaalbaarheid dus inzetten op twee verschillende vormen van betaalbaarheid. Extra aandacht voor minima: Het betaalbaar houden van de warmtetransitie is voor sommige inwoners extra belangrijk. Inwoners met een smalle beurs zijn niet altijd in staat om de kosten te dragen voor het verduurzamen van hun woning.
Daarbij komt ook nog dat minima vaak in oudere huizen wonen, die juist veel verduurzaming vergen. In Noardeast-Fryslân wonen relatief veel mensen met deze sociaaleconomische karakteristieken. Ook is er relatief veel particulier bezit, waardoor inwoners zelf de investeringen moeten doorvoeren. Wanneer de nadruk gelegd wordt op dit uitgangspunt, dan besteden we meer tijd en aandacht aan deze groep. Qua planning is het echter een politieke keuze of we met de minima beginnen of er juist mee wachten. Enerzijds zou je kunnen zeggen dat deze groep meer tijd en aandacht vergt, waardoor we eerder moeten beginnen met verduurzaming. Anderzijds zou je kunnen stellen dat we nog even moeten wachten totdat warmtetechnieken vanwege massaproductie goedkoper worden. Tegelijkertijd moet er niet te lang worden gewacht. Aardgas wordt ook steeds duurder, met name door belastingen, waardoor duurzame alternatieven op termijn goedkoper kunnen worden. Het is nu echter nog niet in te schatten wanneer dat omslagpunt plaats zal vinden. Concluderend is het de vraag in hoeverre we extra aandacht besteden aan minima en zo ja hoe we dat doen: eerder beginnen of juist wachten? Duurzaam rendement: Naast financieel rendement kan er ook gekeken worden naar duurzaam rendement. Hierbij gaat het om de mate van CO2-reductie.
Bij dit uitgangspunt gaat de voorkeur uit naar oplossingen waarbij de kosten voor het besparen van een ton CO2 het laagst zijn. Het warmtealternatief met de laagste eindgebruikerskosten heeft niet altijd het hoogste duurzame rendement. De verschillende alternatieven zijn namelijk niet allemaal volledig zonder uitstoot. Hoewel er in de woningen misschien geen uitstoot plaatsvindt, kan er elders in de keten, bijvoorbeeld bij de productie van een warmtesysteem, alsnog uitstoot plaatsvinden. Niet elk warmtealternatief is daarmee even duurzaam, waardoor de goedkoopste oplossing ook niet altijd het hoogste duurzame rendement heeft. Draagvlak: Onder draagvlak verstaan we dat inwoners zich kunnen vinden in de voorgestelde oplossingen. Hoewel inwoners betaalbaarheid waarschijnlijk belangrijk vinden, hoeft de oplossing met het meeste draagvlak niet altijd de meest betaalbare oplossing te zijn. Het kan zo zijn dat een bepaald alternatief
als goedkoopste uit de technisch-economische analyse komt, maar dat inwoners meer voelen voor een andere oplossing. Bij het uitgangspunt draagvlak zou de oplossing prevaleren waar de inwoners zich het meest in kunnen vinden. Energie vanuit de Mienskip: In enkele dorpen zijn inwoners al actief bezig, bijvoorbeeld via een energiecoöperatie. Met dit uitgangspunt zouden we met de dorpen kunnen beginnen waar men al actief verenigd is. Ook zouden we voorkeur kunnen geven aan de oplossingen die vanuit de Mienskip worden aangedragen. Hoewel een initiatief uit de Mienskip vaak meer draagvlak kent, is het niet automatisch zo dat het hele dorp zich kan vinden in de oplossing. In actieve dorpen zijn er vaak een handjevol koplopers die iets willen realiseren, maar waar de stille meerderheid van het dorp zich nog niet heeft gebogen over de kwestie. Het is dan nog niet zeker of er breed draagvlak is. Om die reden is het uitgangspunt ‘Energie vanuit de Mienskip’ niet geheel synoniem aan het eerdergenoemde uitgangspunt ‘draagvlak’. Contracteerbaarheid / type eigenaar: In Noardeast-Fryslân bestaat zo’n 75% van de woningvoorraad uit particuliere woningen. Deze eigenaren moeten allemaal op individuele basis worden betrokken bij de warmtetransitie. Bij huizen die in bezit zijn van een woningcorporatie is er maar één partij die hoeft te worden betrokken.
In buurten met een beperkt aantal partijen wordt het contracteren van de warmtevraag dus eenvoudiger, omdat de gemeente maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeft te maken. Ook kunnen er grote stappen tegelijk worden gezet als al het bezit van een woningcorporatie in een wijk in één keer wordt verduurzaamd. Een woningcorporatie kan daarmee als vliegwiel dienen voor de verduurzaming van een wijk. Bij het uitgangspunt contracteerbaarheid wordt er dan ook ingezet op wijken waar een beperkt aantal eigenaren zijn gevestigd. Investeringsagenda infrastructuur De warmtetransitie vraagt aanpassingen aan onze infrastructuur. Bij toepassing van elektrische warmtepompen zal het elektriciteitsnet bijvoorbeeld verzwaard moeten, en als er een collectief warmtenet komt dan moeten ondergrondse buizen geplaatst worden. Bij deze aanpassingen is het handig om aan te sluiten op ander onderhoud, bijvoorbeeld van riool of wegen. Wanneer dit gecombineerd wordt met de benodigde aanpassingen vanuit de warmtetransitie dan hoeft de straat maar één keer open. Dit bespaart tijd en geld. Wanneer we ons focussen op dit uitgangspunt, dan baseren we de keuze om te beginnen met een bepaald dorp dus op de planning van onderhoud aan andere infrastructuur. Beschikbaarheid: Niet alle alternatieven voor aardgas zijn even beschikbaar.
Groengas is bijvoorbeeld nog beperkt beschikbaar en bij waterstof is het nog onzeker of het überhaupt zal worden ingezet voor het verwarmen van de woningen. Aan de andere kant zijn oplossingen die elektriciteit vragen in principe beter beschikbaar, zolang er voldoende duurzame elektriciteit wordt opgewekt via zon en wind. In Noardeast-Fryslân zal groengas naar verwachting in meerdere dorpen de goedkoopste oplossing zijn. Er wordt echter nog niet voldoende groengas geproduceerd om aan de verwachte vraag te voldoen. Wanneer we uitgaan van het uitgangspunt beschikbaarheid, dan wachten we nog even met de oplossingen die nog onvoldoende beschikbaar zijn.
Marktrijpheid: Naast beschikbaarheid speelt marktrijpheid ook nog een rol. Er zijn technieken die in principe volop beschikbaar zijn, maar die zich verder nog niet voldoende hebben bewezen. In de gehele provincie Fryslân is er bijvoorbeeld een grote potentie voor aquathermie. Tegelijkertijd is deze techniek nog niet op grote schaal toegepast en is dus nog niet 100% zeker of het rendabel te maken is. Met het uitgangspunt ‘marktrijpheid’ starten we met de oplossingen die zich al bewezen hebben en besteden we pas later in de tijd aandacht aan technieken die nog verder onderzoek vergen. Innovatief: Het uitgangspunt ‘innovatief’ staat in zekere zin lijnrecht tegenover ‘marktrijpheid’. In plaats van dat er voorkeur gegeven wordt aan bewezen technieken, richt dit uitgangspunt zich op technieken die een grote potentie hebben, maar die nog verder uitgezocht moeten worden. Noardeast-Fryslân zou bijvoorbeeld in één van haar dorpen kunnen beginnen met een pilot om een techniek verder te ontwikkelen die nu nog in de kinderschoenen staat. De potentiële baten hiervan zijn groot, vooral als de gemeente zich wil profileren met een bepaalde techniek. Tegelijkertijd is de slagingskans wel lager. Het hanteren van het uitgangspunt ‘innovatief’ is dus een meer risicovolle strategie. Gezien het risico kan dit dus potentieel een dure strategie zijn.
Robuustheid: Robuustheid houdt in dat de gemeente kiest voor een gevarieerd palet aan oplossingen. Daarmee is men niet afhankelijk van één warmtealternatief, waardoor het risico gespreid wordt. Dit kan wel betekenen dat we in sommige wijken niet per se inzetten op de goedkoopste techniek, maar juist een andere techniek kiezen om de variatie te vergroten. Zo wordt de robuustheid van de energiemix over de gehele gemeente groter. Flexibiliteit: Bij dit uitgangspunt zouden we kiezen voor de warmtealternatieven die niet direct helemaal vastliggen, maar die na verloop van tijd kunnen worden aangevuld met nieuwe technieken of nieuwe inzichten. Hybride warmtepompen zijn bijvoorbeeld flexibel. Op korte termijn kan een hybride warmtepomp nog voor een gedeelte op aardgas draaien. Hiermee kan soms al 70% tot 80% van de CO2 bespaard worden! Op lange termijn kan het aardgas dan vervangen worden door groengas of waterstof. Omdat er meerdere eindoplossingen zijn en omdat er in de tijd aanpassingen kunnen worden gedaan, is deze techniek flexibel. Flexibiliteit betekent echter ook dat er meer onzekerheid is en dat inwoners in de periode tot 2050 meerdere keren aanpassingen aan hun huis moeten doorvoeren om de nieuwe inzichten te integreren. Richting het debat Op 11 mei zal u het debat voeren over de uitgangspunten in de Transitievisie Warmte. Deze notitie kan gebruikt worden ter inspiratie.
Met de geleverde input tijdens het debat geeft u als raad richtlijnen mee voor het verdere proces van de TVW. In de eerste termijn van het debat gaat u als raad met elkaar in discussie over wat u belangrijk vindt in de warmtetransitie. In de tweede termijn vragen we u welke van de hierboven genoemde uitgangspunten (of uitgangspunten die u zelf wilt aandragen) er wat u betreft uit springen in de vorm van een top-3. Hoe preciezer dit wordt aangegeven, hoe beter wij de informatie kunnen verwerken in het vervolg. Specifiek verwerken we de informatie door een score te hangen aan de verschillende uitgangspunten. Als bijvoorbeeld het uitgangspunt betaalbaarheid
meerdere keren worden benadrukt, dan zal daar een zware weging aan worden gehangen. Uitgangspunten die niet of nauwelijks worden benoemd krijgen een lage score en zullen dus weinig meetellen in de definitieve keuzes. Naast de input vanuit de raad hebben we in alle sessies met de stakeholders vanzelfsprekend ook informatie opgehaald. Deze informatie zullen we zo gelijkwaardig mogelijk afwegen met de informatie vanuit de raad. Op die manier kunnen we aan alle relevante criteria een definitieve weging geven. Vervolgens zal dit verwerkt worden in een afwegingskader. De dorpen of wijken wijken die het beste scoren in dit afwegingskader hebben de grootste prioriteit om als eerste mee aan de slag te gaan. Het vormgeven van het afwegingskader is daarmee een opmaat om uiteindelijk te komen tot de keuzes om te starten met bepaalde dorpen of wijken. Via het debat hopen we uw input zo goed mogelijk mee te nemen in de keuzes die uiteindelijk worden gemaakt. Nadat alle analyses zijn uitgevoerd, worden de resultaten verwerkt in een conceptversie van de TVW. De conceptversie zal na de zomervakantie in een feedbackronde worden voorgelegd aan de betrokken stakeholders. In oktober hopen we dan een maatschappelijk en bestuurlijk gedragen visie aan u te kunnen presenteren. In november zal de definitieve versie van de Transitievisie Warmte ter besluitvorming aan u worden voorgelegd.