Toelichting bijlage 1 - Landschappelijk inpassingsplan
Tekst van het document
Landschappelijke inpassing Erfinrichtingsplan Wâlddyk 5 te Westergeest(fr)
Opdrachtgever:
Dantuma advies Omgevingsrecht van Sytzamawei 12 9114 RW Driezum
Opdrachtnemer:
Het vertrekpunt van de landschapsvisie: Onder het motto ‘behoud door ontwikkeling’ moet het voortbestaan van het aanwezige erfgoed op langere termijn veiliggesteld worden door het de inspiratiebron te laten zijn voor vernieuwing en verandering. Hiermee wordt ernaar gestreefd de oorspronkelijke ‘museale’ benadering los te laten en de overblijfselen uit het verleden te waarderen als een startpunt voor verdere ruimtelijke ontwikkelingen. Bron: De nota Belvedere
NINA ABBING Maakt Buiten Tuin & Landschapsontwerp Wetterkrite 53 9084 DN Goutum
Uitgevoerd door:
Nina Abbing
Datum rapport: juli 2019
Inhoud
1.
Ontstaan landschap
7
1.1 Natuurlijk landschap 1.2 Bewoning 1.3 terpenlandschap
2.
Ruimtelijke opbouw 11 2.1 Herkenbaar, respecteren en rekening mee houden 2.2 Natuur en water
3. Groenstructuur 15 4.
Planmotivatie 17 4.1 Locatie 4.2 Richtlijnen voor nieuwe singels 4.3 Waterstructuur
Plangebied in het Terpenlandschap
1 | Ontstaan Landschap
1.1 Natuurlijk landschap
In de ijstijd,tijdens de ijsbedekking, is een dikke laag keileem afgezet, een mengsel van fijne leem en door het landijs uit Scandinavië meegevoerde stenen. Na de laatste ijstijd steeg de temperatuur. Het klimaat werd warmer en vochtiger, waardoor planten- en bomengroei mogelijk werd. Daardoor steeg ook de zeespiegel en daarmee het grondwaterpeil. Door het stijgen van de zeespiegel werd de invloed van de zee op het gebied ook steeds groter. Door stormen in combinatie met hoogwater brak de zee op verschillende plekken door de zandruggen heen en sloeg het water hele stukken veen weg. Op deze wijze is onder meer de Lauwerszee (later Lauwersmeer) ontstaan. Vanuit de Lauwerszee drong de zee via allerlei kreken, waaronder de Dokkumer Ee, diep het land binnen. In en langs deze kreken werden zand en klei over de al bestaande veenbodem afgezet. Slikkige kreken, zanderige kreekruggen en tussenliggend veen hebben met water en wind gedurende duizenden jaren gezorgd voor een heel dynamisch landschap. Met de vestiging van de mens kwam er gaandeweg een einde aan deze natuurlijke processen. Door het aanleggen van terpen en later van dijken, om hun woon- en leefgebied veilig te stellen, beperkte de mens de invloed van de zee. De opbouw van de bodem is sindsdien weinig veranderd.
Bodemkaart (bron: bodemdata) Ontstaan landschap | 7
1.2 Bewoning
Tot aan de Middeleeuwen had de zee via allerlei kreken invloed op het landschap, maar onder leiding van verschillende kloosterordes werden dijken aangelegd om het land te beschermen tegen invloed van de zee. Zo werd langzaamaan het zeekleigebied ingepolderd en in gebruik genomen. Met de dijken ontwikkelden zich ook dijkdorpen, zoals Kollumerpomp, Warfstermolen en Munnekezijl. De eerste resultaten van deze bedijkingen zijn de polders van Nieuw Kruisland. Tot 1900 heeft het geduurd voordat de loop van de Dokkumer Ee en de polders in het Lauwerszeegebied waren ingedijkt. De laatste slag vormde de bedijking van de Lauwerszee, vanaf dat moment Lauwersmeer. De ingepolderde gronden zijn erg vruchtbaar en vormen vandaag de dag nog steeds belangrijke landbouwgebieden. Het Lauwersmargebied is daarnaast een belangrijk natuurgebied geworden.
1.3 Terpenlandschap
Dit landschap van de oude kleigronden kenmerkt zich door vaarten, natuurlijke waterlopen, boerenerven en kleine dorpen. Terpen, oude kreken en kruinige percelen (akkers die vanaf de randen bolrond zijn geploegd om de afwatering te verbeteren) zorgen voor microreliëf in dit gebied. Kenmerkend voor het gebied is de onregelmatige blokverkaveling, die voortkomt uit de loop van oude prielen of getijdekreken waardoor zeewater het land in en uit kon stromen. Binnen deze onregelmatige verkaveling ligt de bebouwing schijnbaar zonder ordeningsstructuur in het buitengebied. De dorpen hebben een eigen (op)vaart en ook veel boerenerven zijn via het water ontsloten. De koppeling van de boerderijen aan de Dokkumer Ee laat dat beeld goed zien. Door ruilverkavelingen is een deel van de onregelmatigheid verdwenen en zijn percelen groter geworden.
Landschapskaart (bron structuurvisie) Ontstaan landschap | 9
2 | Ruimtelijke opbouw 2.1 Herkenbaar, respecteren en rekening mee houden
Op de grens van het vlakke kleilandschap met zijn weidse vergezichten en het beschutte elzensingellandschap van de Wouden ligt Westergeest. Ten noorden van Westergeest begint het vlakke kleilandschap, waar het plangebied is gesitueerd. Dit terpenlandschap wordt voor een groot deel bepaald door onregelmatige blokverkaveling. Dit wordt gezien als een van de kernkwaliteiten van het gebied. Daarnaast zijn er een aantal structurerende elementen als dijken, kwelderwallen, slenken en terpen. In de lagere delen is voornamelijk grasland aanwezig en op de kwelderwallen is akker- en tuinbouw aanwezig. De provincie ziet het instandhouden en verder ontwikkelen van de belangrijke landschappelijke kwaliteiten en waarden in de provincie als gezamenlijke verantwoordelijkheid. De provincie beoogt hiermee dat de Friese landschappen en hun ontwikkelingsgeschiedenis herkenbaar blijven en de ruimtelijke kwaliteit en het identiteitsgevoel versterkt worden. Het landschap is een inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen en een kernkwaliteit voor nieuwe sociaal-economische impulsen.
Google maps: Bebouwing verdwijnt achter de singel Ruimtelijke opbouw | 11
2.2 Natuur en Water
In het Streekplan heeft de provincie de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)aangewezen. De EHS fungeert als de verbinding tussen het Lauwersmargebied in het noordoosten en de Grote Wielen aan de zuidwestelijke kant. Tussen deze twee natuurgebieden ligt binnen de EHS een natte ecologische verbindingszone. Het plangebied ligt met de achterzijde gericht naar de Dokkumer Ee die onderdeel is van deze natte ecologische verbindingszone, Om de kans op wateroverlast vanuit de Friese boezem zo klein mogelijk te houden zijn in het Streekplan een aantal maatregelen aangekondigd. Voor het noordoosten van Fryslân zijn voornamelijk het inrichten van waterretentiegebieden en het vergroten van de boezem ruimtelijk van belang. Voor de vergroting van de boezem zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaand water en landschappelijke effecten zullen meegewogen worden. De uitbreiding van het loonbedrijf speelt in op bovenstaande ruimtelijke indeling. Door het verplaatsen van de huidige singel en deze aan de noordzijde aan te sluiten blijft de bebouwing uit het zicht. Het huidige slotensysteem blijft bestaan en zal worden uitgebreid door de vergroting van de huidige boezem. In bijgaande topo tijdreis is de uitbreiding van het huidige loonbedrijf in de loop van de jaren te zien. De nieuwbouw zal plaatsvinden aan de westzijde van de huidige bebouwing
Bron: Topo tijdreis - 1980
Bron: Topo tijdreis - 2000
Bron: Topo tijdreis - 2018 Ruimtelijke opbouw | 13
3 | Groenstructuur Het terpenlandschap is te herkennen aan een vlak en open cultuurlandschap. Er is weinig beplanting aanwezig en de percelen zijn ingedeeld naar onregelmatige blokverkaveling met plaatselijk bijzondere verkavelingsvormen (mozaïek-, radiair- en strengenverkaveling). De percelen zijn vaak laag gelegen ten opzichte van de infrastructuur. De grenzen van de kavels worden gevormd door oude rechte dan wel meanderende sloten (kreekresten). Aan deze sloten zijn singels geplaatst. Soms aan beide zijden van de sloot, waarbij de sloot de grenslijn vormt, en soms aan één zijde van de sloot. Goed ontwikkelde elzensingels bestaan uit een boomlaag, een struiklaag, een laag met lianen (klimplanten), een kruidlaag en een moslaag (kern mantel zoomvegetatie). Dit is een structuur die ook in de meeste bossen voorkomt. Door de laagsgewijze opbouw van met elkaar verweven planten is zowel ‘s zomers als ’s winters niet onbelemmerd door de elzen heen te kijken. Talloze diersoorten profiteren van de soortenrijkdom en van de levensvoorwaarden die de elzensingel biedt. Er zijn in de elzensingel altijd voldoende solitairen aanwezig. Vanuit de cultuurhistorie werden hier vroeger de Wilg en de Iep voor gebruikt. Door de opkomst van de iepenziekte is de iep op een groot aantal plaatsen vervangen door de populier en de eik.
Elzensingels hebben een beheercyclus van 7 jaar waarbij in de eerste zeven jaar aandacht besteed wordt aan het opsnoeien van de solitairen en het ruimte maken voor de onderbegroeiing. Na 14 jaar worden de overhangende takken opgesnoeid tot eenderde van de totale hoogte. Na 21 jaar wordt de elzensingel afgezet en worden solitairen behouden. Het is de start van een nieuwe cyclus. Dit is ook het tijdstip voor onderhoud aan de sloten.
Luchtfoto plangebied Groenstructuur | 15
4| Planmotivatie 4.1 Locatie
Het projectgebied ligt aan de Wâlddyk 5 te Westergeest en wordt rondom omsloten door akkerbouw. Aan de noordzijde loopt de Dokkumer Ee. Bij nieuwe ontwikkelingen staat het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het terpenlandschap voorop. Door het bouwen van de nieuwe loods vindt er schaalvergroting plaats. De inpassing van het nieuwe bouwvlak heeft gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied. Door de bestaande singel op de grens te verplaatsen naar de westkant van de nieuwe loods en door de verlenging van de singel aan de noordkant ontstaat er een nieuw eiland in het groen en wordt de bebouwing onttrokken aan de omgeving. Daarnaast ontstaat er op het erf meer ruimte door openheid te creëren rondom de nieuwe loods. Rondom de Wâlddyk 5 te Westergeest liggen op dit moment verschillende vormen van singels. De noord- en een deel van de oostzijde bestaan uit solitairen in de vorm van populieren met onderbegroeiing. De westzijde bestaat uit elzen en wilg. Hier is niet gekozen voor solitairen die boven de singel uitsteken. De voorzijde van het erf wordt benadrukt door treurwilgen. Daarnaast is er in de zuidoosthoek een fruitgaard aanwezig. Het verplaatsen van de singel naar het westen gebeurt door het aanplanten van een nieuwe singel met een minimale breedte van 5 meter.
In deze nieuwe aanplant wordt rekening gehouden met het kern, mantel zoom principe en wordt er gekozen voor meer diversiteit en bloei in de aanplant om de biodiversiteit op het erf en in de omgeving te vergroten.
Planmotivatie | 17
4.2 Richtlijnen voor nieuwe singel
Goed opgebouwde singel; in de winter geven de sollitairen een krachtig beeld
Bij het inrichten van de nieuwe singel doen we dat met een klimatologische inslag. De huidige singel bestaat uit weinig soorten en geen solitairen. De nieuwe singel wordt voorzien van solitaire bomen (kern). Solitairen zijn bomen of struiken die niet als hakhout worden behandeld, Maar de gelegenheid krijgen om ongehinderd door te groeien. Ze bieden variatie in hoogte en structuur. Solitairen bieden uitwijkplaatsen aan dieren en ook aan (klim)planten, mossen en korstmossen. Voor vogels vormen ze een rustplaats, uitkijkpost en broedgelegenheid. Er is gekozen voor drie verschillende iepsoorten (Clusius, Dodoens en Rebona). Cultuurhistorisch was de iep veel aanwezig in deze omgeving maar door de iepziekte is hij verdwenen. Inmiddels bestaan er meerdere resistente soorten die we goed kunnen toepassen. Door het aanplanten van diverse soorten zijn de bomen minder kwetsbaar en zorgen ze voor een gevarieerder beeld. De onderbegroeiing van de iep krijgt een grotere variatie en meer biodiversiteit. De elzen in de singel worden afgewisseld met meidoorn, lijsterbes en Gelderse roos(mantelvegetatie). Als laatste wordt de voet van de singel aangeplant met wilde braam (zoomvegetatie). Eventuele ruigtekruiden zullen zich vanzelf ontwikkelen in de singel. Door weinig in te grijpen (naast de onderhoudscyclus van 7 jaar) krijg je een rustige groei in de elzensingel.
4.3 Watercompensatie
Voor het bouwen van de loods wordt een compensatie gevraagd in de vorm van de uitbreiding van het boezemwater. Deze compensatie bestaat uit 10% van de oppervlakte van de loods. Omdat de watergang aan de achterzijde van het perceel vrij ligt (eenzijdige begroeiing van de singel) wordt er voor gekozen deze watergang met 50 cm te verbreden over de gehele lengte. Daarmee wordt de lange waterlijn extra benadrukt in het landschap en blijft de huidige waterstructuur gehandhaafd.
4.4 Infrastructuur
Omdat keren op het huidige erf bijna onmogelijk is, is er voor gekozen om een route te creeren waardoor het draaien op het erf niet meer noodzakelijk is. Deze route loopt door de oude loods in de nieuwe loods en dan retour naar de inrit. Dit betekend dat aan de voorzijde van de nieuwe loods een verhardingsvoorziening moet worden gemaakt. Dit wordt op een eenvoudige wijze toegepast door middel van gebroken puin. Een materiaal wat goed past bij de infrastructurele inpassing op oude erven. Er worden geen extra parkeerplaatsen of inritten worden gemaakt aan de Wâlddyk 5 te Westergeest. Ulmus Clusius
Meidoorn met voorjaarsbloei en vruchtsetting
Planmotivatie | 19
Bronvermelding Gemeente Noard-East Fryslân Streekplan voor Fryslân 2006 Structuurvisie buitengebied Dantumadiel en Kollumerland 2010-2020 Nota Belvedere 1999; Nota over de Ruimtelijke ordening Westergeest.net Wikipedia Topotijdreis.nl Google.nl Planviewer.nl
Ulmus Dodoens
Bronvermelding | 21